Bijlage 6A Toelichting BP Langestraat 14 Dieden - 2022.PDF
Tekst van het document
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 47 van 57 Vastgesteld, juni 2023
5.7.9 Gezondheid Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert.
In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij.
Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvest of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c. na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan. ‘De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 48 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Planspecifiek In de omgeving van het plangebied zijn twee geitenhouderijen gelegen (op 800 m met 550 geiten en op 1.200 m met 1.060 geiten). In de bestaande situatie is er een groepsaccommodatie ‘Bedstee boerderij’ aanwezig binnen het plangebied. Voorliggend initiatief maakt geen uitbreiding van deze bestaande accommodatie of nieuwe verblijfsmogelijkheden mogelijk. Het aantal (beperkt kwetsbare) mensen dat voor meerdere dagen binnen het plangebied verblijft, neemt niet toe. Bij de dagrecreatieve activiteiten wisselen groepen elkaar af en zijn de dagrecreanten voor kortere periodes voor hooguit een dag aanwezig binnen het plangebied. Hierdoor en mede vanwege het gegeven dat de geitenhouderijen op relatief grote afstand tot het plangebied zijn gelegen, kunnen gezondheidsrisico’s vanuit het aspect geur op voorhand worden uitgesloten. Het opvragen van advies aan de GGD is niet nodig. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect gezondheid. 5.7.10 Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat.
Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een richtafstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Kleinere afstanden zijn mogelijk mits er een locatie specifiek onderzoek wordt uitgevoerd. Planspecifiek Binnen een straal van 50 m rondom het plangebied zijn geen boom- of fruitteeltvelden aanwezig. Vanuit het aspect spuitzones zijn er geen belemmeringen voor dit initiatief. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect spuitzones. 5.8
Milieueffectrapportage (M.e.r.)
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.
Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 49 van 57 Vastgesteld, juni 2023
De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen. Verantwoording Hier dient u aan te geven of er sprake is van m.e.r., een m.e.r.-beoordeling of een vormvrije m.e.r.beoordeling. Planspecifiek Voorliggend plan maakt de aanleg van een recreatieveld mogelijk en er wordt nieuwe natuur ontwikkeld. Gezamenlijk hebben deze ingrepen een oppervlak van bijna 4 ha. Daarmee blijft het plan ver onder de drempelwaarde van een landinrichtingsproject uit bijlage D9 van het Besluit m.e.r. (125 ha). Er kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voorliggend document betreft deze vormvrije m.e.r.-beoordeling. In Hoofdstuk 5 van voorliggend document zijn alle relevante omgevingsaspecten behandeld. Daaruit blijkt dat voorliggend initiatief geen noemenswaardige negatieve milieueffecten tot gevolg heeft. Voorliggend plan is niet m.e.r-plichtig.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 50 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Hoofdstuk 6 6.1
Toelichting op de regels
Algemeen
Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het bestemmingsplan ‘Langestraat 14, Dieden’ is gekozen voor een gedetailleerde regeling. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels. Bij de regels horen bijlagen. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht. 6.2
Regels
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De in dit hoofdstuk geregelde bestemmingen zijn achtereenvolgens: Artikel 3: Natuur Deze bestemming is toegekend ter plaatse van de bestaande landbouwgrond ten westen van het recreatiebedrijf. De nieuwe natuur heeft een oppervlak van 4,5 ha. Primair zijn de gronden bestemd voor de ontwikkeling van kleinschalige natuur- en landschapselementen passend bij het ter plaatse voorkomende oeverwallandschap en de beleving van deze natuur. Secundair worden er ook extensieve dagrecreatieve activiteiten toegestaan, onderdeel uitmakend van het aangrenzende recreatiebedrijf binnen het plangebied. Artikel 4: Recreatie – Dagrecreatie Het bestaande bestemmingsvlak ‘Recreatie – Dagrecreatie’ is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan en uitgebreid in zuidelijke richting. Aanleiding voor de uitbreiding is enerzijds om het bestaande parkeerterrein planologisch te borgen en anderzijds om het nieuwe veld met intensieve dagrecreatieve activiteiten mogelijk te maken. Het zelfstandige zaalverhuur is begrensd tot een maximum van 270 m2.
Het bestaande bakhuisje wordt planologisch geborgd en is op de verbeelding aangeduid.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 51 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Verder zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog’ (Artikel 5) en ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog’ (Artikel 6) overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens: Artikel 7: Anti-dubbeltelregel Artikel 8: Algemene bouwregels Artikel 9: Algemene gebruiksregels Artikel 10: Algemene aanduidingsregels Artikel 11: Afwijken van de bouw- en gebruiksregels Artikel 12: Wijzigingsregels Artikel 13: Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 14: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 15: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 52 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Hoofdstuk 7 7.1
Handhaving
Beleidskader
Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: -
het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels;
-
het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken;
-
zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten.
Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: -
het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes;
-
nakoming van afspraken en naleving van regels.
In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven. 7.2
Professionele handhaving en handhavingsprogramma
De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd. Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 53 van 57 Vastgesteld, juni 2023
7.3
Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht
De regels van dit bestemmingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen. Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik. Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk.
Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee mee recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.
Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 54 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). De verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. Dit plan is een particulier initiatief. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die voortvloeien uit het plan zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. In de anterieure overeenkomst is ook vastgelegd dat de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 55 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Hoofdstuk 9
9.1
Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgevingsdialoog
De omgeving van het plangebied is per brief over het initiatief geïnformeerd en gelegenheid geboden om te reageren op het plan. Een verslag van de omgevingsdialoog is opgenomen in bijlage 8. 9.2
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Ter uitvoering daarvan zijn op 15 februari 2022 de provincie Noord-Brabant, Waterschap Aa en Maas en Veiligheidsregio Brabant-Noord in de gelegenheid gesteld om te reageren op het concept ontwerpbestemmingsplan. Ook is het concept ontwerpbestemmingsplan ter informatie toegestuurd naar de Dorpsraad Ravenstein. Het plan is niet overlegd met de diensten van de Rijksoverheid, omdat het Rijk in 2012 heeft aangegeven dat een vooroverleg alleen nog maar hoeft als het gaat om defensie, waterstaat en energievoorzieningen. In dit plan gaat het hier niet om en daarom is het niet voorgelegd aan het Rijk. Het vooroverleg heeft het volgende opgeleverd. 9.2.1 Provincie Noord-Brabant De gemeente kan met behulp van een e-formulier een ruimtelijk plan elektronisch toezenden aan de provincie Noord-Brabant. Met dat formulier is beoogd de procedure rond het wettelijk vooroverleg te verkorten.
Op basis van de ingevulde ruimtelijke aspecten kan in veel gevallen worden volstaan met het invullen van het formulier. De gemeente ontvangt vervolgens via de e-mail een afschrift van de inventarisatie van de ruimtelijke aspecten, waarmee het wettelijk vooroverleg is afgerond. In het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan op 15 februari 2022 door middel van het e-formulier aangemeld bij de provincie Noord-Brabant. De provincie heeft hierop gereageerd. Kwaliteitsverbetering van het landschap Ingevolge artikel 3.9 van de Verordening dient een plan dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt gepaard te gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Deze kwaliteitsverbetering van het landschap moet financieel, juridisch en feitelijk zijn geborgd. De onderhavige ontwikkeling betreft een categorie 3-ontwikkeling, waarvoor op basis van een berekening van de vermeerdering van de ‘bestemmingswaarde’ de benodigde investering in kwaliteitsverbetering van het landschap. In de toelichting bij het plan is opgenomen dat het initiatief voorziet in een meerwaarderecreatie en een kwaliteitsverbetering van het landschap zoals opgenomen in artikel 3.8 en 3.9 van de IOV. Hierbij merken wij het volgende op.
Wij missen echter een berekening van deze kwaliteitsverbetering van het landschap. De ontwikkeling van natuur kan opgevoerd worden als kwaliteitsverbetering van het landschap maar niet als deze natuur gerealiseerd wordt met een subsidie van het GOB of een andere instantie. Daarnaast worden in het plan de extensieve recreatieve mogelijkheden opgevoerd als kwaliteitsverbetering van het landschap. Deze extensieve recreatieve mogelijkheden zijn echter bedrijfsmatig (horen bij de bedrijfsopzet) en zijn dus niet publiek toegankelijk. Wij vinden dan ook dat deze niet opgevoerd kunnen worden als kwaliteitsverbetering van het landschap zoals bedoeld in artikel 3.9 van de IOV.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 56 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Wij zijn vooralsnog van mening dat het plan niet past binnen de voorwaarden van artikel 3.9 van de IOV. De vooroverlegreactie leidt tot inhoudelijke aanpassingen van het ontwerpbestemmingsplan. De opmerkingen van de provincie Noord-Brabant zijn verwerkt in de toelichting in paragraaf 5.1.2. 9.2.2 Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas heeft op 4 maart 2022 aangegeven dat het concept bestemmingsplan is beoordeeld. Het Waterschap Aa en Maas heeft als volgt gereageerd. Waterbeheerplan 2022 – 2027 Graag het ‘Waterbeheerplan 2022 – 2027’ opnemen in de waterparagraaf van de toelichting. A-watergang De A-watergang wordt niet volwaardig beschreven in het plan. Ten oosten van het plangebied is een Awatergang gesitueerd. Aan beide zijden van deze watergang geldt een beschermingszone met een breedte van 5 meter gemeten vanaf de insteek ten behoeve van het doelmatig beheer en onderhoud. Binnen deze beschermingszone is onze Keur van toepassing. Deze stelt onder andere beperkingen aan het aanbrengen van obstakels, in welke vorm dan ook. In het betreffende plan staan binnen deze beschermingszone mogelijke obstakels beoogd. Het realiseren van obstakels binnen de beschermingszone mag alleen als hiervoor door ons een (water)vergunning is verleend. Een vergunning hiervoor wordt alleen verleend indien het beheer en onderhoud van de watergang niet belemmerd wordt.
In de beleidsregel 3 ‘werken en objecten in de watergang en beschermingszone’ is opgenomen aan welke voorwaarden voldaan moet worden. Om te voorkomen dat hier onduidelijkheid over ontstaat vragen wij u om in de toelichting op te nemen dat er in de zone van 5 meter restricties gelden vanuit de Keur. De vooroverlegreactie leidt tot inhoudelijke aanpassingen van het ontwerpbestemmingsplan. De opmerkingen van het Waterschap Aa en Maas zijn verwerkt in de waterparagraaf van de toelichting. 9.2.3 Veiligheidsregio Brabant-Noord De Veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op 23 februari 2022 aangegeven de conclusies uit het concept ontwerpbestemmingsplan te onderschrijven en ziet geen reden voor het geven van een verder advies. De vooroverlegreactie leidt niet tot inhoudelijke aanpassingen van het ontwerpbestemmingsplan. 9.2.4 Dorpsraad Ravenstein Dorpsraad Ravenstein is op 7 april 2022 via de wijkcoördinator geïnformeerd. 9.3
Inspraak
De gemeente is wettelijk niet verplicht om een voorontwerpbestemmingsplan te maken en daar een inspraakprocedure voor te volgen. Het gemeentelijke beleid voor de toepassing van inspraak bij ruimtelijke plannen biedt de mogelijkheid om bij kleine plannen af te zien van inspraak. Dit is aan de orde bij plannen die een beperkte impact hebben. In dit geval gaat het om het toestaan van extra activiteiten bij een bestaand recreatiebedrijf in het landelijk gebied. De gemeente heeft in dit geval geen voorontwerpbestemmingsplangemaakt en dus ook geen inspraakprocedure gevolgd.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 57 van 57 Vastgesteld, juni 2023
9.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tegelijkertijd is het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in het plaatselijke blad Oss Actueel, in de Staatscourant en op de gemeentelijke website. Iedereen kon zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren brengen tijdens de terinzagelegging. Er zijn geen zienswijze naar voren gebracht tegen dit plan. 9.5
Ambtelijke wijzigingen
Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn er enkele ambtelijke wijzigingen doorgevoerd. Op de verbeelding heeft een correctie plaatsgevonden. De ligging van het recreatieve veld wijzigt. Dit betekent een kleine aanpassing van de bestemmingen ‘Natuur’ en ‘Recreatie – Dagrecreatie’. Het aantal vierkante meters blijft wel gelijk. De landschappelijke inpassing is hier ook op aangepast. Het aangepaste inrichtingsplan is opgenomen in de planregels. Verder is de kwaliteitsberekening voor de kwaliteitsverbetering van het landschap aangepast. De rekenmethode is aangepast. Dit is gebeurd naar aanleiding van een gesprek met de provincie Noord-Brabant.