Bijlage 6A Toelichting BP Langestraat 14 Dieden - 2022.PDF
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Langestraat 14 Dieden - 2022 Toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 1 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Bestemmingsplan
Langestraat 14 Dieden – 2022 Vastgesteld Toelichting
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 2 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Gemeente Oss, juni 2023
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 3 van 57 Vastgesteld, juni 2023
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding .................................................................................................................................. 7 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................ 7 1.2 Plangebied ....................................................................................................................................... 7 1.3 Geldende bestemmingsplannen....................................................................................................... 8 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie .................................................................................................................. 9 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ........................................................................................................ 15 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................... 15 4.2 Rijksbeleid ......................................................................................................................................
17 4.3 Provinciaal beleid ........................................................................................................................... 18 4.4 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 23 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten............................................................................................................. 27 5.1 Landschap ..................................................................................................................................... 27 5.2 Natuur ............................................................................................................................................ 30 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ....................................................................................................... 31 5.4 Mobiliteit en parkeren ..................................................................................................................... 34 5.5 Water ............................................................................................................................................. 35 5.6 Defensie .........................................................................................................................................
38 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................... 40 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels ....................................................................................................... 50 6.1 Algemeen ....................................................................................................................................... 50 6.2 Regels ............................................................................................................................................ 50 Hoofdstuk 7 Handhaving .......................................................................................................................... 52 7.1 Beleidskader .................................................................................................................................. 52 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ................................................................. 52 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht .............................................................. 53 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ..............................................................................................
54 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 55 9.1 Omgevingsdialoog ......................................................................................................................... 55 9.2 Vooroverleg .................................................................................................................................... 55 9.3 Inspraak ......................................................................................................................................... 56 9.4 Zienswijzen .................................................................................................................................... 57 9.5 Ambtelijke wijzigingen .................................................................................................................... 57
TOELICHTING REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 4 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 5 van 57 Vastgesteld, juni 2023
TOELICHTING Bestemmingsplan Langestraat 14 Dieden – 2022
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 6 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 7 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding In 2007 is het recreatiebedrijf In alle St(r)aten gestart. Dit was in eerste instantie een Solex verhuurbedrijf. In 2012 was het door succes gegroeid en tijd voor uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten. Op dat moment is het bedrijf verhuisd naar de huidige locatie, de voormalige melkveehouderij aan de Langestraat 14 in Dieden. Het agrarisch bedrijf is omgevormd naar een recreatiebedrijf met verblijfsrecreatie (groepsaccommodatie “Bedstee boerderij”) en dagrecreatie. Er worden binnen en buiten dagrecreatieve activiteiten georganiseerd voor groepen, zoals bijvoorbeeld voor personeelsuitjes, vrijgezellenfeesten, kinderfeestjes en familiedagen. Ook zijn er vergaderruimten met ondersteunende horeca aanwezig en kan er overnacht worden in een groepsaccommodatie. De eigenaren willen nu meer outdoor groen (bos, beplanting, flora, fauna) aan het huidige perceel toevoegen om de gasten meer een natuurbeleving te bieden. Hiertoe is op de aangrenzende landbouw percelen is een nieuw dagrecreatief veld met matierialenopslag en natuurontwikkeling voorzien, waar extensieve dagrecreatieve activiteiten plaats kunnen vinden. Deze nieuwe velden worden met extra landsschapselementen ingepast. Daarnaast wordt zelfstandige zaalverhuur tot 270 m² toegestaan binnen de bestaande bebouwing, wordt de parkeerplaats uitgebreid en wordt een bestaand bakhuisje gelegaliseerd.
Deze uitbreiding van het bedrijf past niet in het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro). 1.2 Plangebied Het plangebied ligt aan de Langestraat 14 in het buitengebied tussen Dieden en Haren, gemeente Oss. Navolgende afbeelding toont de ligging van het plangebied in de omgeving. Het plangebied is aangegeven met de oranje stip.
Het plangebied en de omgeving (bron: Openstreetmaps.nl)
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 8 van 57 Vastgesteld, juni 2023
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan ‘Langestraat 14, Dieden’ gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst. Naam bestemmingsplan
Datum vaststelling
Buitengebied Oss - 2020
2020-04-16
Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied haar rechtskracht. In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ geldt er ter plaatse van het bestaande recreatiebedrijf de bestemming ‘Recreatie – Dagrecreatie’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – langestraat 14’. Daarmee is locatie primair bestemd voor extensieve dagrecreatie. Via de functieaanduiding is specifiek voor het recreatiebedrijf aan de Langestraat toegestaan dat verblijfsrecreatie binnen gebouwen is toegestaan alsmede horeca die ondergeschikt en ondersteunend is aan de recreatieve functie. Tevens is via de gebiedsaanduiding ‘overige zone – inrichtingsplan 85’ specifiek voor het recreatiebedrijf bepaald dat er alleen op de locatie gebouwd mag worden als de locatie is ingericht conform de inrichtingstekening zoals die in bijlage 96 van de regels bij het vigerende bestemmingsplan is gevoegd. De gronden grenzend aan het recreatiebedrijf hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. Naast de toegestane agrarische activiteiten zijn die gronden daardoor ook bestemd voor de ontwikkeling, het behoud en herstel van landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden. Verder geldt aan de oostkant van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog’.
Ter plaatse van de overige gronden van het plangebied gelden geen archeologische dubbelbestemmingen. Tot slot ligt aan de uiterste westkant de gebiedsaanduiding ‘overige zone – dijkzone woningen’ en liggen over het hele plangebied de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – gemengd landelijk gebied’ en ‘overige zone – oeverwal’. Binnen het gemengd landelijk gebied is sprake van een gemengde plattelandseconomie waar naast agrarische functies ook functies als wonen, niet agrarische bedrijvigheid en recreatie zijn toegestaan. De oeverwal is een hoger gelegen rug in het landschap en ligt binnendijks op enige afstand van de rivier de Maas. De oeverwal heeft een kleinschalig en halfopen tot besloten karakter. Het gebied is door bewoners intensief in cultuur gebracht. In het vigerende bestemmingsplan is via de ‘overige zone – oeverwal’ geregeld dat voor het uitvoeren van bepaalde werken binnen dit gebied een omgevingsvergunning nodig is.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 9 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie Aan de Langestraat 14 in Dieden ligt het recreatiebedrijf ‘In alle St(r)aten’. Het bedrijf is gevestigd op een voormalige agrarische bedrijfslocatie in een landelijke omgeving tussen de woonkernen Dieden en Haren. De Langestraat is de verbindingsweg tussen deze twee kernen. De locatie is gelegen op een oeverwal ten zuiden van de rivier de Maas, die op ca 1,5 km ten noorden van het plangebied stroomt. In de omgeving zijn voornamelijk landbouwgronden gelegen, afgewisseld met agrarische bedrijfslocaties, enkele kleinschalige woonkernen en uiterwaardengebieden die vanwege de natuurwaarden niet in agrarisch gebruik zijn. Het uiterwaardengebied direct ten westen, met onder andere de meanderede vlier, is daar een voorbeeld van. Het plangebied is gelegen in de oksel van de Langestraat (ten oosten) en de Galgenstraat (ten noorden). De Galgenstraat komt in westelijke richting uit bij de voor het gebied kenmerkende zendmast. Vanwege de hoogte vormt de mast een herkenningspunt voor de weide omgeving. In de directe omgeving van het recreatiebedrijf liggen verder voornamelijk landbouwgronden. Aan de oostkant, schuin tegenover het plangebied, is aan de Langestraat 7 een melkveebedrijf actief.
Luchtfoto van het bestaande recreatiebedrijf. Linksonder in het kader het gehele plangebied (bron: googlemaps.nl)
Het gehele plangebied is circa 6 hectare groot en bestaat uit het recreatiebedrijf aan de noordoostkant omgeven door landbouwgrond. Ter plaatse van het plangebied liggen de kadastrale percelen C 1024, 1023 en 947 (kad. gemeente Ravenstein) en G 477 (kad. gemeente Megen). Recreatiebedrijf ‘In alle St(r)aten Het recreatiebedrijf ‘In alle St(r)aten’ is gevestigd binnen de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing van een melkveehouderij. Het bedrijf faciliteert zowel verblijfsrecreatie (groepsaccomodatie ‘Bedstee boerderij’) als dagrecreatie. Er worden binnen- en buiten dagrecreatieve activiteiten georganiseerd voor groepen, zoals bijvoorbeeld personeelsuitjes, vrijgezellenfeesten, kinderfeestjes en familiedagen. De binnenactiviteiten bestaan onder andere uit escaperooms, een virtual realitiy room en zalen voor feesten
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 10 van 57 Vastgesteld, juni 2023
en partijen. Buiten worden er activiteiten zoals workshops dronevliegen, bubblevoetbal en solex rijden georganiseerd. Ook zijn er vergaderruimen met ondersteunende horeca en kan er overnacht worden in de groepsaccommodatie. Inrichting bedrijfslocatie Op het erf is een bedrijfswoning aanwezig met een afgesloten voortuin en een eigen inrit. Daarachter staat de groepsaccommodatie en het gebouw voor binnenactiviteiten. De groepsaccommodatie is te bereiken via de inrit aan de Galgenstraat en heeft aan die zijde een eigen tuin en parkeergelegenheid. Via de inrit aan de Langestraat is het dagrecreatieve (binnen- en buiten)gedeelte te bereiken. Achterop het erf bevindt zich een parkeerterrein ten behoeve van de dagrecreatie. Nabij de inrit aan de Langestraat staat een klein bakhuisje. Achter het erf liggen landbouwgronden, opgevolgd door een uiterwaardengebied met natuurwaarden onderdeel uitmakend van Natuurnetwerk Brabant.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 11 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Hoofdstuk 3
Beoogde situatie
In alle st(r)aten heeft de wens om het recreatiebedrijf door te ontwikkelen waarbij nadrukkelijker uiting zal worden gegeven aan de bedrijfsslogan ‘Het Betere Buitenleven’. Het voornemen is om op het buitenterrein nieuwe intensieve- en extensieve dagrecreatieve activiteiten binnen een natuurlijke setting mogelijk te maken. Een aanzienlijk deel van het nieuwe buitenterrein, ca 4,5 ha, wordt ontwikkeld tot nieuwe natuur. Voorliggend bestemmingsplan vormt het juridisch- planologisch kader waarbinnen de nieuwe activiteiten en natuurontwikkeling mogelijk worden gemaakt. Tevens zal voorliggend bestemmingsplan worden aangegrepen om enkele bestaande activiteiten planologisch te borgen. Gewenste ontwikkeling Om de nieuwe dagrecreatieve activiteiten mogelijk te maken, wordt de bestaande bedrijfslocatie uitgebreid door het ontwikkelen van nieuw buitenterrein. Uitgangspunt is dat het nieuwe buitenterrein binnen een natuurlijke setting, passend in het landschap, wordt aangelegd. Aan de hand van navolgende twee inrichtingstekeningen zal het plan verder worden toegelicht. Beide zijn als bijlagen opgenomen.
Schetsontwerp van het erf van het recreatiebedrijf (bron: Buro SRO)
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 12 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Schetsontwerp van het nieuwe buitenterrein (bron: Orbis natuur, landschap en klimaat).
•
Nieuw recreatief veld: Direct ten zuiden van het bestaande recreatiebedrijf komt, langs de Langestraat, een nieuw recreatief veld waarop intensieve dagrecreatieve activiteiten worden toegestaan, zoals de spellen Bubblebal en Knotshockey. Het veld wordt ca 6.300 m2 groot. Ook wordt het realiseren van een klimpark hier mogelijk gemaakt. De bouwwerken van het klimpark krijgen een hoogte van maximaal 12 meter en krijgen door het gebruik van hout een natuurlijke uitstraling.
Voorlopige uitwerking klimpark
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 13 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Referentiebeeld klimpark
•
•
•
•
•
Bouw materialenopslag: Ten behoeve van de nieuwe dagrecreatieve en de extensieve activiteiten wordt een nieuwe ruimte voor materialenopslag gerealiseerd, zodat niet bij iedere activiteit materiaal vanaf de bestaande bebouwing naar het nieuwe veld gedragen hoeft te worden. De materialenopslag krijgt de landelijke uitstraling van een veldschuur en een oppervlakte van maximaal 60 m², zodat het qua maat en schaal passend is in het landelijke gebied. Realisatie nieuwe natuur met daarin ondergeschikte dagrecreatieve activiteiten: De bestaande landbouwgronden ten westen van het nieuwe intensieve recreatieve veld worden ontwikkeld tot nieuwe natuur. In totaal gaat het om ca 4,5 ha nieuwe natuur. Deze extensief ingerichte natuurvelden bieden ruimte voor georganiseerde extensieve dagrecreatieve activiteiten. Met het realiseren van de nieuwe natuur wordt er een verbinding gemaakt tussen de bestaande natuurgronden rondom de locatie. De natuurwaarden in het gebied en de aangrenzende natuurwaarden kunnen hiermee worden versterkt. Realisatie extra landschapselementen, waterberging, natuurvriendelijke oevers en behoud hakhoutbosje: Om het nieuwe recreatieve veld en de natuur met ondergeschikte dagrecreatieve activiteiten in te passen, worden er extra landschapselementen (houtsingels, struweelranden, hagen, takkenrillen, bomen), waterberging en natuurvriendelijke oevers gerealiseerd.
Het bestaande hakhoutbosje en andere bestaande landschapselementen worden behouden. Deze elementen zijn op het schetsontwerp ingetekend. Een volledige toelichting op de landschappelijke inpassing van het plangebied is opgenomen in bijlage 2. Uitbreiding parkeerplaats: Het oorspronkelijk bedachte parkeerterrein bleek niet voldoende te zijn voor de parkeerbehoefte van het bedrijf. Daarom is het parkeerterrein uitgebreid. Uit de praktijk blijkt dat de uitbreiding voldoende was om aan de parkeerbehoefte te voldoen. Deze uitbreiding ligt echter buiten de geldende recreatiebestemming en zal dus herbestemd moeten worden. Deze uitbreiding biedt ook voldoende ruimte om te voldoen aan de parkeerbehoefte die het extra dagrecreatieve veld en de zalenverhuur met zich mee brengt. Alle activiteiten worden alleen op afspraak aangeboden, waardoor er geen situaties ontstaan waarbij er te weinig parkeerplaatsen zijn. Bovendien zullen dagrecreatieve activiteiten en zalenverhuur altijd volgtijdelijk plaatsvinden en dus niet gelijktijdig voor een parkeerbehoefte zorgen. Bakhuisje. Het bestaande bakhuisje wordt gelegaliseerd. Deze is nu strijdig met het geldend bestemmingsplan, omdat het voor de achtergevellijn (maar wel achter de voorgevellijn) van de bedrijfswoning staat.
Op de oorspronkelijk ingediende plannen stond deze ook altijd op die plek vermeld, echter bij het opstellen van de regels is hiervoor geen uitzondering gemaakt.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 14 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Zaalverhuur binnen bestaande bebouwing Naast voorgaande beoogde ingrepen op het buitenterrein is ook de wens om de bestaande ‘Club Binnen Beach’ in gebruik te nemen als verhuurruimte voor borrels, vergaderingen, familiedagen en bijeenkomsten. De zaalverhuur zal niet meer bedragen dan het bestaande oppervlak van Club Binnen Beach: 270 m². De netto verblijfsruimte voor gasten (exclusief bar, toiletten, etc.) is circa 200 m². Een gebruikelijke bezetting is een groep van 30 – 150 personen. Voor dergelijke bijeenkomsten wordt vaak een gemiddelde norm van 1,5 m² per bezoeker aangehouden. Het is namelijk geen evenementenlocatie maar de zaalverhuur richt zich voornamelijk op de zakelijke kant. De zaal moet van tevoren geboekt worden, er is geen vrije inloop en er is altijd begeleiding van het bedrijf aanwezig. Bij boekingen wordt er altijd rekening mee gehouden dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig moet zijn: er worden niet meer activiteiten ingepland dan het parkeerterrein aan kan. Tot slot Het bedrijf werkt alleen met geplande boekingen en heeft dus geen openingstijden en vrije inloop. Hierdoor zijn groepsgroottes goed te reguleren. Uitgangspunt voor de recreatieve activiteiten is dat er wordt gewerkt met groepen van maximaal 24 personen per spel, welke altijd begeleid worden door een medewerker.
Het gebruik zal seizoensmatig zijn waarbij de algemene periode van april t/m oktober loopt. De piekmomenten hierin liggen in de maanden mei, juni en september waarbij de meeste activiteiten overdag en in de weekenden plaatsvinden.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 15 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: -
Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt;
-
Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit;
-
Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing;
-
Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer;
-
De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen;
-
Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden;
-
Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan;
-
Er is een drempel voor planschade van 2%;
-
De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd;
-
Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt.
Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen. Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2.
De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. Planspecifiek Voorliggend plan is tot stand gekomen op basis van de wet ruimtelijke ordening.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 16 van 57 Vastgesteld, juni 2023
4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen.
Planspecifiek Het plan ‘Langestraat 14, Dieden’ maakt geen nieuw recreatiebedrijf mogelijk maar voorziet enkel in enkele uitbreidingsmogelijkheden van een bestaand recreatiebedrijf. Ook voorziet voorliggend plan niet in de oprichting van nieuwe gebouwen en bouwwerken met een ruimtebeslag groter dan 500 m². Voorliggend plan is daarmee niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is niet nodig. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug.
De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 17 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. Planspecifiek Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het Barro is aangewezen als een gebied met een nationaal ruimtelijk belang. 4.2
Rijksbeleid
4.2.1
De Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Planspecifiek Eén van de speerpunten in de NOVI is het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied met een goed evenwicht tussen natuur en landschap. Voorliggend plan heeft tot gevolg dat de gewenste doorontwikkeling van een bestaand recreatieverblijf in het buitengebied van de gemeente Oss mogelijk wordt gemaakt. Naast een toekomstbestendige bedrijfsvoering heeft het plan mede tot gevolg dat bestaande landbouwgrond wordt ontwikkeld tot nieuwe natuur waarbij gebiedseigen
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 18 van 57 Vastgesteld, juni 2023
landschapselementen worden aangelegd. De vitaliteit en de landschapswaarden van het lokale landelijk gebied worden, in lijn met één van de speerpunten uit de NOVI, daardoor versterkt. Het plangebied ligt niet in een gebied met nationaal ruimtelijke belangen. Een nadere ruimtelijke afweging vindt plaats op provinciaal- en gemeentelijk niveau. Het initiatief past binnen de NOVI. 4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: -
Werken aan de Brabantse energietransitie
-
Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant
-
Werken aan de slimme netwerkstad
-
Werken aan een concurrerende, duurzame economie
Planspecifiek In 2012 heeft het recreatieverblijf intrek genomen in een voormalige agrarische bedrijfslocatie. Het leegstaande bebouwingscluster heeft destijds een nieuwe invulling gekregen, waarmee leegstand en verloedering is voorkomen. Door de gewenste ontwikkelingsmogelijkheden te faciliteren wordt nu gezorgd dat het recreatieverblijf verder kan doorgroeien tot een vitaal en toekomstbestendig recreatiebedrijf. Dit komt mede ten goede aan de recreatieve aantrekkingskracht van het buitengebied van Oss. In de bestaande situatie voert het recreatieverblijf al een duurzame bedrijfsvoering. In 2012, bij de start van het bedrijf binnen het plangebied, zijn zonneboilersystemen en warmtepompsystemen aangelegd. Nu is het voornemen om, in relatie tot de nieuwe recreatieve ontwikkelingsmogelijkheden, 760 zonnepanelen
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 19 van 57 Vastgesteld, juni 2023
te plaatsen op de daken van bestaande gebouwen waarmee in ieder geval de volledig elektrische grootkeuken van het bedrijf energie neutraal kan gaan draaien. Deze verdere verduurzaming van de bedrijfsvoering sluit aan op opgaven uit de Brabantse Omgevingsvisie met betrekking tot de energietransitie en duurzame economie. Het initiatief past binnen de Brabantse Omgevingsvisie. 4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In april 2022 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorlopen op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen.
De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Planspecifiek Het plangebied ligt conform de kaart van de omgevingsverordening Brabant binnen het gemengd landelijk gebied. In artikel 3.71 ‘Bestaande niet-agrarische functies in Landelijk gebied’ is bepaald dat bestaande niet-agrarische functies kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding. Daaraan zijn wel voorwaarden verbonden. Het gehele artikel is hieronder opgenomen. Aan de hand van de gestelde voorwaarden zal nader worden onderbouwd dat voorliggend plan aan deze voorwaarden voldoet.
Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied (Artikel 3.71) Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaande nietagrarische functie die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; b. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; c. kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk Gebied.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 20 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Ad.
a. Voorliggend plan voorziet in een planologische borging van alle huidige gebruiksactiviteiten van het recreatiebedrijf. Het merendeel van deze activiteiten is reeds passend binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2020’. Enkele gebruiksactiviteiten zijn voortgekomen uit de groei die het bedrijf de laatste jaren heeft doorgemaakt. Deze activiteiten zullen in voorliggend bestemmingsplan worden geborgd. b. In de bestaande situatie vindt er geen mestbewerking plaats binnen het plangebied. Voorliggend bestemmingsplan voorziet ook niet in mogelijkheden voor mestbewerking in de toekomstige situatie. c. De ontwikkeling past binnen de gewenste ontwikkelrichting van het gebied: 1. Het bestaande recreatiebedrijf is al sinds 2012 gevestigd binnen het plangebied. Het bedrijf is actief binnen het ‘gemengde landelijke gebied’. In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ is aangegeven dat binnen een ‘gemengd landelijk gebied’ de gronden een gemengd gebruik hebben en blijven houden. Toeristisch- recreatieve functies en horeca worden daarbij genoemd als zeer geschikte functies. De activiteiten en functies binnen het plangebied sluiten daarmee goed aan bij de gewenste functies in het gemengd landelijk gebied. 2. Het bestaande recreatiebedrijf is gevestigd binnen een voormalige agrarische bedrijfslocatie.
Het bebouwingscluster heeft in 2012 een nieuwe toekomstbestendige functie toegewezen gekregen waarmee leegstand is voorkomen. Voorliggend plan voorziet in een beperkte toename aan bedrijfsbebouwing ter plaatse van het bestaande bebouwingscluster (opslaggebouw van 60 m2 en het planologisch borgen van een bestaand bakhuisje van ca 25 m2). Door voorliggend bestemmingsplan wordt het bestaande bedrijf de mogelijkheid geboden om op de huidige locatie de gewenste groei te kunnen maken. Een toekomstbestendige bedrijfsvoering met een variatie aan dagrecreatieve- en verblijfsrecreatieve mogelijkheden komt de aantrekkingskracht en de recreatieve mogelijkheden in het buitengebied van Oss ten goede. Door medewerking te verlenen wordt tevens voorkomen dat het bedrijf niet naar een nieuwe locatie hoeft te verhuizen om de gewenste ontwikkeling door te kunnen maken, met hoge financiële investeringen en leegstand van het huidige bebouwingscluster tot gevolg. In hoofdstuk 5 van voorliggend bestemmingsplan is nader aangetoond dat voorliggend plan geen negatief effect heeft op de omgevingsaspecten. Zo heeft het plan geen belemmering van agrarische bedrijven uit de omgeving tot gevolg. 3. De uitbreiding van het bedrijf dient bij te dragen aan het versterken van de omgevingskwaliteit.
In artikel 3.5 ‘Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit’ uit de verordening worden aan de hand van een viertal deelaspecten (zorgvuldig ruimtegebruik, lagenbenadering, meerwaardecreatie en kwaliteitsverbetering landschap) voorwaarden gesteld hoe aan deze versterking van de omgevingskwaliteit kan worden voldaan.
Conclusie: Voorliggend initiatief voldoet aan de voorwaarden uit artikel 3.71 van de omgevingsverordening. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan;
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 21 van 57 Vastgesteld, juni 2023
b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Ad.
a. Het merendeel van de beoogde nieuwe bedrijfsactiviteiten, waaronder het toestaan van de bestaande zaalverhuur zonder dat dit gekoppeld is aan de dagrecreatieve activiteiten (max 270 m2) en het planologisch borgen van extra parkeergelegenheid) worden mogelijk gemaakt binnen het bestaande ruimtebeslag. Voor het nieuwe veld met intensieve dagrecreatieve activiteiten zal de bestaande recreatiebestemming worden uitgebreid. Binnen de bestaande bestemming is er feitelijk geen ruimte beschikbaar om dit veld aan te kunnen leggen. Het nieuwe veld vormt wel een belangrijk onderdeel van de toekomstige bedrijfsvoering. In het vervolg van de behandeling van dit artikel en bijbehorende artikelen van het ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ is aangetoond dat op grond van de bepalingen van die artikelen het nieuwe veld is toegestaan. b. Onder het rijksbeleid, in paragraaf 4.1.2 van voorliggend document is gemotiveerd dat voorliggend plan niet is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. c. Voorliggend plan heeft een beperkte toename aan bebouwing tot gevolg. Het betreft een nieuwe materialenopslag van maximaal 60 m² en de legalisatie van een bestaand bakhuisje (ca 25 m²). Het bakhuisje is reeds aanwezig binnen het bestaande bouwperceel (bestemming recreatie – dagrecreatie) en ook de materialenopslag wordt binnen de bestaande bestemmingsgrenzen opgericht.
Daarmee wordt voldaan aan het bepaalde onder c.
Conclusie: Voorliggend initiatief voldoet aan voorwaarden a t/m c uit artikel 3.6 van de omgevingsverordening. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Ad. Bij de lagenbenadering gaat het om het in beeld brengen van de effecten dat voorliggend plan tot gevolg heeft op de landschappelijke-, ecologische-, sociale- en economische functies uit de omgeving in het hier en nu.
Ook is het van belang om te kijken naar het effect van het plan op de (gewenste) ontwikkelingsrichting van een gebied. De uitgangspunten van de lagenbenadering zijn geïntegreerd bij het ontwikkelingsplan van het bedrijf en het schetsontwerp dat daaruit volgend is opgesteld. Daarbij is rekening gehouden met alle denkbare milieuaspecten. Uit de beoordeling van de milieu- en omgevingsaspecten uit hoofdstuk 5 van voorliggend document blijkt dat geen sprake is van waarden die vanwege het initiatief onevenredig worden aangetast. Sterker nog, door bestaande agrarische landbouwgrond te vervangen voor nieuwe natuur wordt gestopt met het gebruik van (kunst)mest en
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 22 van 57 Vastgesteld, juni 2023
bestrijdingsmiddelen en in plaats daarvan een kwaliteitsbijdrage geleverd aan de verdere ontwikkeling van het ter plaatse voorkomende oeverwallandschap. Door de nieuwe natuur en de investeringen in de recreatieve mogelijkheden ontstaat een fraaie locatie waar recreanten kennismaken met de natuur- en landschapswaarden binnen de gemeente Oss en een sterke toeristische sector ervaren. Dit komt het imago en de economische vitaliteit van het buitengebied van de gemeente Oss ten goede. Tot slot is het plan ook besproken met relevante instanties en partijen, waaronder de provincie Brabant, het waterschap Aa en Maas en bewoners en bedrijfslocaties uit de omgeving. Daardoor bestaat er voor het plan vanuit verschillende niveaus draagvlak. Conclusie Het plan heeft geen onevenredige negatieve milieueffecten tot gevolg. De aspecten uit de lagenbenadering zijn doorvertaald in een plan met oog voor het behoud en de versterking van landschappelijk-, ecologische-, sociale- en economische waarden uit de omgeving. Meerwaardecreatie (artikel 3.8) & kwaliteitsverbetering landschap (artikel 3.9) Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b.
de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; b. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; c. het wegnemen van verharding; d. het slopen van bebouwing; e.
de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; f. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 23 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Ad. Voorliggend initiatief heeft vanuit verschillende aspecten een meerwaardecreatie tot gevolg. De twee belangrijkste zijn een economische- en een landschappelijke meerwaardecreatie. De economische meerwaardecreatie wordt bereikt doordat de verdere ontwikkeling van het recreatiebedrijf ook een positief effect heeft op de algehele toeristische- en recreatieve sector van de gemeente Oss. De aantrekkingskracht van het buitengebied wordt door de aanwezigheid van aantrekkelijke recreatiebedrijven vergroot. Recreanten die voor meerdere nachten verblijven op de locatie zullen ook elders binnen de gemeente activiteiten ondernemen en gebruik maken van lokale voorzieningen. Daar profiteert ook andere ondernemers binnen de gemeente van. Daarnaast heeft het initiatief ook een duidelijke meerwaardecreatie voor het landschap tot gevolg. In totaal 4,5 ha bestaande landbouwgrond wordt ontwikkeld tot nieuwe natuur. De nieuwe natuur grenst straks aan het bestaande uiterwaarden ten westen van het plangebied. Binnen de nieuwe natuur worden extensieve recreatieve activiteiten mogelijk gemaakt, waardoor de natuur toegankelijk wordt voor recreanten. Daarnaast worden nieuwe landschapselementen aangelegd zodat tevens het bestaande oeverwallandschap waarbinnen het plangebied is gelegen, verder wordt versterkt.
Op de kwaliteitsverbetering die behaald wordt met de landschapselementen zoals aangegeven in het inrichtingsplan (zie bijlage) is nader ingegaan in paragraaf 5.1.2. Conclusie Het initiatief voorziet in een meerwaardecreatie en een kwaliteitsverbetering van het landschap. Eindconclusie Het plangebied ligt binnen een gemengd landelijk gebied. In artikel 3.71 is bepaald dat een redelijke uitbreiding van bestaande niet-agrarische functies mogelijk is, onder voorwaarde als de uitbreiding past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied. Aan de hand van het bepaalde in de artikelen 3.6 tot en met 3.9 uit de omgevingsverordening is onder andere aangetoond dat de omgevingskwaliteit wordt versterkt als gevolg van dit plan. De aspecten van de lagenbenadering zijn verwerkt bij de totstandkoming van het plan. De ontwikkelingen binnen het plangebied zorgen ook voor een meerwaardecreatie en een landschapsversterking. Het initiatief past daarmee binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied, waardoor een redelijke uitbreiding van het bestaande recreatiebedrijf mogelijk is. Het initiatief past binnen het provinciale beleid. 4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 24 van 57 Vastgesteld, juni 2023
-
-
Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit
De bovenstaande doelstellingen worden doorvertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug - Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking. Horeca in het buitengebied Het landelijk gebied is in principe horecaluw. De nadruk ligt in het landelijk gebied op landbouw.
Het buitengebied heeft ook een toeristisch-recreatieve functie. Binnen het landelijk gebied is er een verschil tussen gebieden met hoofdzakelijk een agrarische functie en gebieden waar meer de nadruk ligt op (routegebonden) recreatie en toerisme. Een voorbeeld is het gebied langs de Maas. Horeca vormt een belangrijk onderdeel van de toeristisch-recreatieve sector. Het sluit aan bij het gastvrije karakter dat we willen uitstralen. In sommige gevallen kan horeca zelfs een belangrijke trekker zijn voor een gebied. De verschillende vormen van horeca moeten echter wel passen bij de locatie en de omgeving. Ook zelfstandige horeca kan een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van toerisme en recreatie in een gebied. In deze vorm is horeca de hoofdbestemming. Op basis van de structuurvisie zijn horecabestemmingen in het buitengebied dan ook voorstelbaar, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Een dergelijke voorziening moet naar aard en schaal passen in het gebied, aansluiten bij toeristisch-recreatieve routestructuren en passen in het beleid voor toerisme en recreatie. Bij het
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 25 van 57 Vastgesteld, juni 2023
beoordelen van mogelijkheden voor zelfstandige horeca in het landelijk gebied is altijd sprake van maatwerk. Maatwerk is ook van toepassing op gevallen waar ondersteunende horeca feitelijk is uitgegroeid naar een zelfstandige horecafunctie. Uiteraard spelen aspecten zoals geluid, een goede bereikbaarheid en parkeervoorzieningen hierbij een rol. Planspecifiek In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Het plangebied ligt in het oeverwalgebied. De gemeente geeft in de structuurvisie aan dat het gebied rond de oeverwal zeer geschikt is voor recreatie en toerisme. Door de uitbreiding van het bestaande recreatiebedrijf wordt de vrijetijdseconomie op de oeverwal versterkt. Omdat het recreatiebedrijf ook verblijfsrecreatie mogelijk maakt en groepsuitjes faciliteert, wordt er door voorliggend initiatief ook een koppeling gemaakt met het project ‘Meanderende Maas’. Vanaf het recreatiebedrijf gaan recreanten de omgeving ontdekken en leren zo ook kennis te maken met de Maas (Maasbeleving) en natuurgebied de Maashorst. Het plangebied wordt ook landschappelijk ingepast. De gemeente heeft in de structuurvisie het gewenste ruimtelijke beeld voor het oeverwallandschap geformuleerd: een kleinschalig gebied met een halfopen karakter en een veelheid aan functies.
De kleinschaligheid van het gebied kan worden versterkt door het terugbrengen of toevoegen van kleinschalige landschapselementen. Rondom de bestaande bebouwing en de uitbreiding van het buitenterrein worden verschillende landschapselementen toegevoegd. Zo worden er houtsingels aangelegd en worden de verschillende functies op het terrein van elkaar gescheiden door nieuwe hagen. Langs de Langestraat is op het erf een nieuwe dierenweide met boomgaard. Het bebouwingserf wordt daarmee vergroend. De landschapselementen zijn passend voor het oeverwallandschap. In paragraaf 4.4.2 ‘Horeca’ van voorliggend document wordt nader ingegaan op de relatie tussen het gemeentelijke horecabeleid en het nieuwe zaalverhuur en de daaraan verbonden horeca activiteiten. Door de ontwikkeling van het bestaande recreatiebedrijf, het toevoegen van erfbeplanting en de ontwikkeling van nieuwe natuur levert voorliggend initiatief een belangrijke bijdrage aan een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Het initiatief past binnen de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. 4.4.2 Horeca In het Integraal Horecabeleidsplan zijn de sociaal-maatschappelijke, economische en ook ruimtelijke aspecten van de horecabranche betrokken.
Ruimtelijk gezien zijn de volgende uitgangspunten uit het horecabeleidsplan van belang: gestreefd wordt naar een clustering van horeca met andere publieksgerichte voorzieningen; gebieden met een overheersende woonfunctie zijn horecaluwe gebieden; het beleid is niet gericht op uitbreiding van de horecafuncties; in de gemengde gebieden met voorzieningen (wijk- en buurtcentra) en langs hoofdstraten waar al meerdere publieksgerichte voorzieningen aanwezig zijn, is horeca met een gebiedsgerichte functie toelaatbaar. voor de wijk- en buurtcentra gaat het vooral om daghoreca die zich richt op het winkelende publiek, zoals een lunchroom of cafetaria. In specifieke situaties kan bij voorzieningenclusters de vestiging van een café als gerichte buurtontmoetingsplek voorstelbaar zijn. De bestaande horecavoorzieningen in de buurten en wijken liggen veelal aan de hoofdstraten waar al meerdere publieksgerichte voorzieningen aanwezig zijn. Het ruimtelijk beleid is hier consoliderend, dat wil zeggen dat deze voorzieningen overwegend gehandhaafd kunnen blijven. In het beleidsplan wordt verder aangegeven dat het streven erop is gericht om bij de actualisering van bestemmingsplannen de regels te standaardiseren aan de hand van standaardregels.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 26 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Voor de horeca zijn hiertoe vijf horecabestemmingen geformuleerd. De horecabestemming categorie 1 t/m 3 omvat zogenaamde lichte, winkelondersteunende horeca, zoals een snackbar en een restaurant. De categorieën 4 en 5 betreffen de zogenaamde zware uitgaanshoreca, zoals een café, discotheek en casino (n.b. de definities in dit bestemmingsplan kennen een andere categorie-indeling). Planspecifiek Onderdeel van voorliggend initiatief is het gebruik van ca 270 m² van bestaande bebouwing voor zaalverhuur. De zaalverhuur zal als nevenactiviteit van het recreatiebedrijf plaatsvinden in de ‘Club Binnen Beach’, moet altijd worden gereserveerd en richt zich op de zakelijke klant. De netto verblijfsruimte voor gasten (exclusief bar, toiletten etc.) is ca 200 m². Een gebruikelijke bezetting is een groep van 30 – 150 personen. Voor zakelijke bijeenkomsten wordt vaak een gemiddelde norm van 1,5 m2 per bezoeker aangehouden. Er is hiermee geen sprake van gebruikelijke horeca met vrije inloop. Voor de mogelijkheden van horeca in het buitengebied is altijd maatwerk geboden, zo geeft de gemeente aan. Rust en stilte zijn een kwaliteit van het buitengebied van Oss. Om te borgen dat dit zo blijft zal er een sluitingstijd van 22:30 worden gehanteerd, zodat met een half uur vetrektijd voor de gasten het om 23:00 stil is op de locatie.
Tot 23:00 vallen de activiteiten namelijk nog binnen de avondperiode uit de Wet geluidhinder / Activiteitenbesluit. De opzichzelfstaande zaalverhuur vormt een welkome aanvulling op de bestaande bedrijfsvoering. Door het verplicht reserveren, de maximale bezetting en sluitingstijden kan hinder op de rust en stilte voor de omgeving worden voorkomen. Het initiatief past binnen het horecabeleid van de gemeente.
Langestraat 14 Dieden – 2022, pag. 27 van 57 Vastgesteld, juni 2023
Hoofdstuk 5
5.1
Omgevingsaspecten
Landschap
5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Planspecifiek Het plangebied ligt in een oeverwalgebied.