Bijlage 5A Toelichting BP Kortestraat 3 Dieden - 2023
Tekst van het document
Bestemmingsplan Kortestraat 3 Dieden - 2023
Toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 1 van 62 september 2023
Bestemmingsplan Kortestraat 3 Dieden - 2023 vastgesteld Toelichting
Gemeente Oss, september 2023
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 2 van 62 september 2023
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................... 5 1.2 Plangebied ..................................................................................................................... 5 1.3 Geldende bestemmingsplannen .................................................................................... 7 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ................................................................................................................... 9 2.1 Ontstaansgeschiedenis ................................................................................................. 9 2.2 Ruimtelijke karakteristiek ............................................................................................. 10 2.3 Functionele karakteristiek ............................................................................................ 11 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie .................................................................................................................... 12 3.1 Beoogde situatie ..........................................................................................................
12 3.3 Landschappelijke inpassing ......................................................................................... 14 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader .......................................................................................................... 16 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................. 16 4.2 Rijksbeleid ................................................................................................................... 18 4.3 Provinciaal beleid ......................................................................................................... 19 4.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................... 22 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten .............................................................................................................. 27 5.1 Landschap ................................................................................................................... 27 5.2 Natuur .......................................................................................................................... 28 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ....................................................................................
32 5.4 Mobiliteit en parkeren .................................................................................................. 35 5.5 Water ........................................................................................................................... 36 5.6 Defensie ....................................................................................................................... 39 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................. 40 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) .................................................................................... 55 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels ........................................................................................................ 56 6.1 Algemeen ..................................................................................................................... 56 6.2 Regels .......................................................................................................................... 56 Hoofdstuk 7 Handhaving ........................................................................................................................... 58 7.1 Beleidskader ................................................................................................................
58 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma .............................................. 58 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht ........................................... 59 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid............................................................................................... 60 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid...................................................................... 61 9.1 Omgevingsdialoog ....................................................................................................... 61 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................. 61 9.3 Inspraak ....................................................................................................................... 62 9.4 Zienswijzen .................................................................................................................. 62
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 3 van 62 september 2023
REGELS VERBEELDING BIJLAGEN Bijlage 1:Landschapsplan Bijlage 2:AERIUS berekening gebruiksfase Bijlage 3:AERIUS berekening bouwfase Bijlage 4:Quickscan flora en fauna Bijlage 5:Archeologisch onderzoek Bijlage 6:Selectiebesluit Bijlage 7:Watertoets Bijlage 8: Bodemonderzoek Bijlage 9:Geurberekening voorgrondbelasting Bijlage 10: Akoestisch onderzoek
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 4 van 62 september 2023
TOELICHTING Bestemmingsplan Kortestraat 3 Dieden - 2023
Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 5 van 62 september 2023
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Bij de gemeente Oss is door initiatiefnemer een verzoek ingediend voor het oprichten van een nieuwe levensloopbestendige woning op het perceel kadastraal bekend als gemeente Ravenstein, sectie C, nummer 43. De beoogde plek voor de nieuwe woning ligt aan de Kortestraat, naast de woning met huisnummer 3 waar initiatiefnemer thans woonachtig is. Op de beoogde plek van de nieuwe woning staan nu nog twee grote bijgebouwen, welke behoren bij de bestaande woning. In het kader van het oprichten van de nieuwe woning zullen deze bijgebouwen worden verwijderd.
Afbeelding 1. Beoogde locatie nieuwe woning (rood omcirkeld) in de kern Dieden
Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Negen Kernen – 2012” is de beoogde oprichting van een woning niet toegestaan. Alhoewel de locatie bestemd is als ‘Tuin’ en ‘Wonen – Vrijstaand’, is de locatie niet voorzien van een bouwvlak. Het is uitsluitend toegestaan een woning te realiseren ter plaatse van een bouwvlak. De gemeente Oss wil toch meewerken aan het mogelijk maken hier een nieuwe woning op te richten. Het perceel ligt in het bestaand stedelijk gebied van Dieden en de ruimtelijke kwaliteit verbetert door de sloop van de bijgebouwen. Om de voorgenomen ontwikkeling in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. Deze toelichting dient als motivering bij de te doorlopen procedure van het bestemmingsplan. De bijbehorende regels en verbeelding vormen het juridisch-planologisch bindende deel.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 6 van 62 september 2023
1.2
Plangebied
De nieuwe woning is beoogd aan de zuidelijke zijde van de Kortestraat, welke is gelegen in het westelijke deel van de kern Dieden. In de bebouwde kom van Dieden is aan de Kortestraat sprake van een transparant bebouwingslint, bestaande uit enkele woningen. Karakteristiek is de opgaande wegbeplanting aan de Kortestraat. Het perceel waarop de nieuwe woning beoogd is (zijnde het plangebied) grenst in noordoostelijke richting aan de bestaande woning Kortestraat 3. In zuidwestelijke richting grenst het plangebied aan het buitengebied, welke juist wordt gekenmerkt door het ontbreken van bebouwing. Hier bevinden zich louter agrarische percelen. Ruimtelijk is de scheiding tussen de bebouwde kom van Dieden en het buitengebied duidelijk aanwezig in de vorm van een opgaande houtwal. Aan de achterzijde, in zuidoostelijke richting, grenst het plangebied aan een agrarisch perceel, in eigendom van initiatiefnemer. Dit agrarisch perceel grenst weer aan de achtertuinen van de woningen welke zijn gelegen aan de Langestraat.
Afbeelding 2. Luchtfoto plangebied en omgeving met kadastrale ondergrond
Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als tuin c.q. hobbyweide behorende bij de woning Kortestraat 3. Het plangebied is bebouwd met twee gebouwen, zijnde voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, thans in gebruik als bijgebouwen bij de woning Kortestraat 3. De oppervlakte van deze gebouwen bedraagt tezamen circa 440 m2.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 7 van 62 september 2023
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan “Kortestraat 3 Dieden - 2023” gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst. Naam bestemmingsplan
Datum vaststelling
Negen Kernen – 2012
13 september 2012
Parapluplan Geitenhouderijen – 2019
5 maart 2020
Voorbereidingsbesluit huisvesting arbeidsmigranten Oss
15 februari 2022
Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest het bestemmingsplan “Negen Kernen – 2012” haar rechtskracht. De andere bestemmingsplannen blijven overeenkomstig van toepassing. In het vigerende bestemmingsplan “Negen Kernen – 2012” is het plangebied bestemd als ‘Tuin’ en ‘Wonen – Vrijstaand’. Ter plaatse van de woning Kortestraat 3 is een bouwvlak opgenomen met de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum bouwhoogte: 9 m’ en ‘maximum goothoogte: 4,5 m’. Daarnaast is het gehele plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie historische kern’.
Afbeelding 3. Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan met begrenzing plangebied in rood aangegeven
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 8 van 62 september 2023
De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven bij woningen en andere ondergeschikte voorzieningen zoals terrassen, paden en parkeervoorzieningen. De voor ‘Wonen – Vrijstaand’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in de vorm van vrijstaande woonhuizen, aan-huis-gebonden beroepen met een bedrijfsvloeroppervlakte van niet meer dan 25 m2 en parkeervoorzieningen, paden, erven en tuinen. Per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan met in dit geval een goothoogte van 4,5 meter en een bouwhoogte van 9 meter. Per woning is maximaal 100 m2 aan bijgebouwen toegestaan. Binnen het plangebied ontbreekt een bouwvlak waardoor het oprichten van een nieuwe woning hier, op basis van het vigerende bestemmingsplan, niet is toegestaan. Zowel in de bestemming ‘Tuin’ als in de bestemming ‘Wonen – Vrijstaand’ is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen (onder artikel 23.6.2) om onder voorwaarden toch een nieuwe woning mogelijk te maken. In dit geval kan echter geen gebruik worden gemaakt van deze wijzigingsbevoegdheid.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 9 van 62 september 2023
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ontstaansgeschiedenis
De ontwikkeling van het gebied waarbinnen Dieden ligt is in sterke mate bepaald door de rivier de Maas en rivieren die hier voorheen stroomden. De rivier is de vormende kracht in dit gebied. Deze rivieren hebben de laatste 10.000 jaar veel materiaal afgezet. Doordat bij overstromingen de stroomsnelheid dicht bij de rivier hoger was dan verder bij de rivier vandaan bezonken de grote deeltjes (zand en lichte klei) dicht bij de rivier en de kleinere deeltjes (zware klei) op grotere afstand van de rivier. Hierdoor ontstonden parallel aan de rivier hoger gelegen rivierklei-/zandgronden, ook bekend als stroomruggen of oeverwallen. Verder van de rivier af ontstonden lager gelegen, zwaardere komgronden. Door de ligging aan de rivier en het ontbreken van bedijking was er in het gebied jaarlijks terugkerende wateroverlast. De hoge gronden van de oeverwallen en de rivierduinen overstroomden zelden en boden een relatief veilige woonplaats. Bewoning heeft zich in deze gebieden dan ook lange tijd beperkt tot deze hoger gelegen gebieden. De waterstanden waren destijds overigens niet zo hoog als tegenwoordig, door het ontbreken van dijken. De oeverwallen hadden als voordeel dat ze zeer geschikt waren als akkerbouwgrond, vanwege de natuurlijke vruchtbaarheid en de goede bewerkbaarheid. Op een dergelijke oeverwal is Dieden uiteindelijk ontstaan.
Ook nu is de oeverwal nog duidelijk herkenbaar in de langgerekte structuur van Dieden. In contrast hiermee staat het grootschalige, open komgebied dat vooral werd gebruikt als weiland en hooiland.
Afbeelding 4. Situatie Dieden omstreeks 1900
Afbeelding 5. Situatie Dieden omstreeks 1970
In de loop van de twintigste eeuw is de omgeving van de kernen sterk veranderd. Door het rechttrekken van de Maas en het sluiten van de Beerse Overlaat is het overstromingsprobleem opgelost. Daaropvolgend hebben grootschalige cultuurtechnische werken plaats gevonden in verband met de ruilverkaveling. Toch heeft Dieden haar oorspronkelijke ruimtelijke opbouw grotendeels behouden. Op de locatie Kortestraat 3 is op historische kaarten van omstreeks 1900 al bebouwing te zien in de vorm van een boerderij met losstaande schuur. Toendertijd eindigde de straat ter hoogte van de boerderij. Pas
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 10 van 62 september 2023
eind jaren ’60 van de vorige eeuw is met de ruilverkaveling de Kortestraat doorgetrokken naar de Maasdijk, evenwijdig aan de in oostelijke richting gelegen Langestraat. De opa van initiatiefnemer is eind jaren ’20 van de vorige eeuw naar deze boerderij verhuisd om hier een gemengd agrarisch bedrijf te exploiteren. Van oudsher was op de locatie een gemengd agrarisch bedrijf gevestigd, welke door de opa en vader van initiatiefnemer werd geëxploiteerd. In 1999 zijn de agrarische bedrijfsactiviteiten echter volledig beëindigd. De voormalige agrarische bedrijfsgebouwen zijn grotendeels behouden gebleven en staan als bijgebouwen rond de huidige woning (de voormalige boerderij).
Afbeelding 6. Vogelvluchtimpressie van het plangebied
2.2
Ruimtelijke karakteristiek
Dieden is een typisch dijkdorp, gelegen aan de Maas. Het dorp wordt gestructureerd door drie wegen; de Maasdijk, de Voorstraat en de Achterstraat, die parallel aan elkaar liggen en parallel aan de Maas. De Voorstraat wordt gekarakteriseerd door een fraaie laan van platanen. De Achterstraat diende vroeger als ontsluiting van de aan de Voorstraat gelegen agrarische bedrijven en percelen. De noordzijde van de straat was nagenoeg onbebouwd. Alleen ter hoogte van enkele paden die de Voorstraat en Achterstraat met elkaar verbonden stonden hier boerderijen. Een enkele ‘verstoring’ uitgezonderd, is deze structuur nog intact. Dit is een waardevolle karakteristiek van het dorp. Kenmerkend zijn verder de kerk met open groene voorruimte en kastanjebomen aan de ene kant van het dorp en de molen Stella Polaris aan de andere kant (beide aan de door bomen begeleide Maasdijk), de griend ten noorden van de Poelstraat en het natuurgebiedje bij de kruising Achterstraat – Voorstraat.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 11 van 62 september 2023
Haaks op de Voorstraat liggen de parallel aan elkaar gelegen Langestraat en Kortestraat. Vanuit het dorp gaan beide wegen in zuidelijke richting, dwars door de open komgronden. Binnen de grenzen van de bebouwde kom bevindt zich aan de Langestraat en Kortestraat bebouwing. Daartegenover staat juist het ontbreken van bebouwing in het buitengebied. Alleen aan de Langestraat bevindt zich middenin de komgronden de bebouwing van een veehouderij.
2.3
Functionele karakteristiek
Van oorsprong kende Dieden vooral een agrarische functie. Door mechanisatie, schaalvergroting en milieuregelgeving zijn nagenoeg alle agrarische bedrijven uit het dorp verdwenen. Door het verdwijnen van de agrarische functie heeft het dorp overwegend een woonkarakter gekregen. Verspreid door de kern bevinden zich nog maar een paar andere functies. Deze zijn echter niet in de directe nabijheid gelegen van het plangebied. In de nabijheid van het plangebied bevinden zich uitsluitend woningen. Het buitengebied rondom Dieden heeft het agrarisch karakter behouden.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 12 van 62 september 2023
Hoofdstuk 3
Beoogde situatie
3.1 Beoogde situatie Initiatiefnemer wil graag bij zijn huidige woning, gelegen aan de Kortestraat 3 in Dieden, een nieuwe woning realiseren om zo in zijn concrete woonwensen voor de langere termijn te kunnen voldoen. De opa van initiatiefnemer is eind jaren ’20 van de vorige eeuw met zijn gezin naar deze woning in Dieden verhuisd om hier een gemengd agrarisch bedrijf te exploiteren. Zowel de vader van initiatiefnemer, als initiatiefnemer zelf en de jongste dochter zijn allemaal geboren in desbetreffende woning. De woning heeft daardoor een hoge emotionele waarde voor initiatiefnemer. Er is sprake van een landelijke setting met tussen de gebouwen veel groen in de vorm van weides, hagen en opgaande bomen. Naast de woning staan twee grotere schuren. Wat verder achter de woning staan nog twee kleinere schuren. De schuren worden thans gebruikt voor huisvesting van hobbydieren en voor opslag. De jongste dochter woont nog thuis. Zij en haar vriend (eveneens afkomstig uit Dieden) hebben nadrukkelijk uitgesproken graag in Dieden te willen blijven wonen. De rust en ruimte van Dieden, maar vooral van de ouderlijke woning spreken hun erg aan. Mede om ook (hobbymatig) wat dieren te kunnen houden. De ouders willen de komende jaren ook nog niet weg uit Dieden om dezelfde redenen waarom hun jongste dochter graag in Dieden zou willen blijven.
De ouders realiseren zich echter wel dat de ouderlijke woning niet ideaal is voor de toekomst. Het betreft een grote gezinswoning die ze met hun tweeën steeds moeilijker kunnen bijhouden. Ook is de woning niet gelijkvloers wat de woning niet ideaal maakt voor bewoning door ouderen. Dit heeft tot het volgende initiatief geleidt. De ouders willen graag de grote woning verlaten zodat hun jongste dochter hier kan gaan wonen. Om toch verbonden te blijven aan Dieden en aan de ouderlijke woning willen zij naast de ouderlijke woning een nieuwe kleinere, levensloopbestendige woning realiseren. Deze nieuwe woning is beoogd op de plek van de twee grotere schuren welke in dat kader volledig zullen worden gesloopt. Het vervangen van deze verouderde schuren door een nieuwe woning alleen al betekent een kwaliteitsverbetering voor de omgeving. Tevens heeft het initiatief geen effecten op de zuidelijke dorpsrand van Dieden daar bestaande bebouwing wordt vervangen door nieuwe bebouwing.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 13 van 62 september 2023
Afbeelding 7. Beoogde situering nieuw bouwvlak (15*10 meter) ten opzichte van bestaande woning
De doelstelling van dit bestemmingsplan is dan ook gericht op het formeel mogelijk maken om bij de woning Kortestraat 3 een nieuwe levensloopbestendige woning te bouwen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: Het plangebied heeft betrekking op alle grondeigendommen van initiatiefnemer, de ontwikkeling van de nieuwe woning vindt echter specifiek plaats ten zuidwesten van de bestaande woning. De nieuwe woning wordt gerealiseerd binnen een bouwvlak van 15 meter breed (evenwijdig aan de weg) en 10 meter diep. Het bouwvlak wordt 14 meter van de bestaande woning af gesitueerd om zo voldoende afstand tussen beide woning te borgen. Tussenbeide woningen wordt een gezamenlijke in- en uitrit gerealiseerd. De voorgevel c.q. de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak ligt 8 meter achter de voorgevel van de nieuwe woning. Alle gronden direct voor en naast de nieuwe woning blijven c.q. worden bestemd als ‘Tuin’. Het bouwvlak en de gronden achter de nieuwe woning blijven bestemd als ‘Wonen – Vrijstaand’. De maximale bouw- en goothoogte van de woning bedraagt respectievelijk 4,5 meter en 10 meter. De inhoud van de woning zal maximaal 750 m3 beslaan.
Het bestemmingsplan dient een voorwaardelijke bepaling te bevatten dat de realisatie van de nieuwe woning pas is toegestaan wanneer de landschappelijke inpassing van de locatie wordt aangelegd en in stand wordt gehouden. De geldende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit het vigerende bestemmingsplan dienen opnieuw te gelden. Uit het archeologisch onderzoek volgt dat ter plaatse van de nieuwe woning geen archeologische waarden in de bodem zijn te verwachten. Hier is dan ook de archeologische dubbelbestemming verwijderd. Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Oss dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het vigerende bestemmingsplan “Negen Kernen – 2012”, zoals dat thans voor het plangebied geldt.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 14 van 62 september 2023
3.3
Landschappelijke inpassing
In het kader van de realisatie van de nieuwe woning is een landschappelijk inpassingsplan 1 opgesteld (zie bijlage 1), waarmee is gegarandeerd dat de nieuwe woning op een passende wijze onderdeel uitmaakt van het omringende landschap. Uitvoering van het gestelde in het landschappelijk inpassingsplan is als verplichting opgenomen in de planregels als voorwaardelijke bepaling en tevens als zodanig vastgelegd in een overeenkomst met de gemeente. Het huidig landschappelijk kader wordt gevormd door: a. de bebouwing en beplanting op de buurerven van de kern Dieden; b. bomenrijen langs de Kortestraat; c. de bebouwing en beplanting op de ten zuidoosten en noordwesten gelegen erven in het buitengebied. Komend uit het noorden wordt het plangebied afgeschermd door de ten noorden gelegen erven. Na de passage hiervan toont zich een deel van het plangebied. De bestaande woning Kortestraat 3 is beeldbepalend en toont zich in een kader van hagen en bomen. Komend uit het zuiden is gedurende langere tijd een zicht op de zuidwestkant mogelijk. De aanwezige groensingel schermt de bebouwing af. Na de passage hiervan toont zich de noordwestkant van het plangebied. De bestaande woning, hagen en bomen bepalen het beeld.
Bij de bestaande woning (en dus ook binnen het plangebied) bevindt zich thans de volgende beplanting: geschoren hagen bestaande uit liguster, beuk aan de noordwestkant en taxus rond de zuidkant van de tuin; een groensingel bestaande uit een soortenrijke struiklaag (veldesdoorn, kornoelje, hazelaar, sleedoorn, vuilboom en vlier) en een goed ontwikkelde boomlaag (voornamelijk eiken, enkele essen en berken); solitaire bomen rond de gebouwen: een treurwilg, een wilg, een berk, een notenboom, een perenboom en een groepje essen. De beplanting sluit uitstekend aan bij de kernmerken van de landschappelijke context en verkeert in redelijke tot goede conditie. De grondslag voor de inpassing is conform de beleidskaders en op grond van de uitgangssituatie in essentie gericht op het in stand houden en versterken van de kleinschaligheid die kenmerkend is voor de oeverwal en dorpsranden op de oeverwal. Het landschappelijk inpassingsplan omvat op grond hiervan het volgende: 1. De instandhouding van de aanwezige hagen, bomen en groensingel. 2. Herstel van de ligsterhaag aan de noordwestkant en aanplant van enkele solitaire landschapsbomen ten zuidoosten van de nieuwe woning.
1 Ir. Guido W.F.M. Paumen Tuin- & Landschapsarchitect Bnt, Landschappelijke inpassing Kortestraat 3, 28 november
2022
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 15 van 62 september 2023
Afbeelding 8. Landschappelijke inpassing van het plangebied (blauw: bestaande beplanting, geel: nieuwe beplanting)
De bestaande en de nieuwe woning worden ontsloten middels een gedeelte inrit gelegen tussen beide woningen in. Daarnaast is ten oosten van de bestaande woning reeds een inrit aanwezig deze inrit blijft behouden en zal dienst gaan doen als ontsluiting van de garage. Op eigen terrein zullen daarnaast parkeerplaatsen worden gerealiseerd voor de bestaande en nieuwe woning.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 16 van 62 september 2023
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.
Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.
De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 17 van 62 september 2023
De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De ladder is uitsluitend van toepassing als een ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt gerealiseerd. Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 december 2013, zaak nr. 201302867/1/R4), is het begrip woningbouwlocatie in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro niet nader gedefinieerd in het Bro. Voorts ontbreekt in de nota van toelichting bij deze bepaling (Stb. 2012, 388) een toelichting op de definitiebepaling van het begrip stedelijke ontwikkeling.
De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen in de bebouwde kom, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat het oprichten van één extra woning in de bebouwde kom van Dieden evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Er hoeft in dit geval dan ook niet aan de ladder getoetst te worden. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug.
De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 18 van 62 september 2023
Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. Met het initiatief worden geen van de andere belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, een nieuwe woning op deze plek is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1 De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 19 van 62 september 2023
Alhoewel de NOVI zich niet specifiek uit laat over dergelijke kleinschalige initiatieven betreft het een initiatief waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en waarbij er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat met de nieuwe woning wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. 4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De uitbreidingsopgave wordt steeds vaker binnen het bebouwd gebied gezocht (inbreiding in plaats van uitbreiding). Daarnaast is herbestemmen het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw.
Onderhavig initiatief voorziet in het oprichten van een nieuwe woning in de bebouwde kom van Dieden. Het oprichten van één nieuwe woning past binnen de visie van Noord-Brabant omdat het plangebied is gelegen in het bestaand stedelijk gebied en het initiatief, al is het maar op kleine schaal, bijdraagt aan de forse provinciale woningbouwopgave voor de komende jaren.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 20 van 62 september 2023
4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten.
Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Het plangebied ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de aanduiding ‘stedelijk gebied – landelijke kern’ heeft.
Afbeelding 9. Uitsnede kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant met locatie nieuwe woning rood omcirkeld
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 21 van 62 september 2023
Daarom zijn de regels uit Afdeling 3.5 stedelijke ontwikkeling en mobiliteit relevant. Voor stedelijke ontwikkelingen zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in: • Stedelijk concentratiegebied • Kernen in landelijk gebied 2. Verstedelijking afweegbaar. Er is een basisregeling geformuleerd voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in ‘Stedelijk gebied’ worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in ‘Verstedelijking afweegbaar’. In artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling is het volgende opgenomen: Lid 1: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c.
geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. In artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik is het volgende opgenomen: Lid 1: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functies, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6. tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2: Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt.
Deze afspraken gaan over onder andere over duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 22 van 62 september 2023
Afdeling 5.4 Regionaal samenwerken gaat nader in op de wijze van regionale samenwerking, de onderwerpen van de samenwerking en het maken van regionale afspraken in het regionaal omgevingsoverleg. Van belang zijn de prognoses en analyses die periodiek door Gedeputeerde Staten worden opgesteld. In artikel 5.18 prognoses is hierover het volgende opgenomen: Lid 1: Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio’s ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Lid 2: De prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie en verstedelijking. Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. Het bestaand stedelijk gebied is een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Binnen het stedelijk gebied zijn nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals ook woningen, mogelijk. Met onderhavig initiatief wordt een nieuwe woning gerealiseerd binnen de kern Dieden.
Met het oprichten van de woning op deze locatie is dan ook sprake van inbreiding. Er wordt namelijk een nieuwe woning gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied.
Het initiatief bevordert een gezonde leefomgeving door de woning te realiseren binnen de kern van Dieden. Deze kern kenmerkt zich door de overheersende woonomgeving. Met het oprichten van de nieuwe woning wordt aangesloten bij deze woonomgeving. Met het oprichten van één nieuwe woning wordt een bijdrage geleverd aan zorgvuldig ruimtegebruik zoals in artikel 3.6 en aan een duurzame stedelijke ontwikkeling zoals in artikel 3.42. Het initiatief is passend binnen de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 23 van 62 september 2023
In de Structuurvisie is opgenomen dat een belangrijke opgave is om het woningaanbod op peil te houden. Er zullen voldoende nieuwe woningen moeten worden toegevoegd om te kunnen voldoen aan de behoefte vanuit de huidige en toekomstige inwoners. Hierbij gaat het niet alleen over de aantallen te bouwen woningen (kwantiteit) maar ook steeds meer over de kwaliteit. Met onderhavig initiatief wordt een nieuwe levensloopbestendige woning gerealiseerd. Aan woningen blijkt de komende jaren een flinke behoefte. Het oprichten van de nieuwe woning past binnen de Structuurvisie Oss 2020 omdat het, al is het maar op kleine schaal, bijdraagt aan de forse woningbouwopgave. 4.4.2 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig.
• Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. Wonen is in beginsel een stedelijke functie en hoort in de stad Oss en de andere kernen van de gemeente thuis. Door sterk te sturen op inbreiding en herstructurering wordt de stedelijke structuur versterkt en (onnodige) verstening van het buitengebied tegen gegaan. Met het initiatief wordt één nieuwe levensloopbestendige woning gerealiseerd in de kern Dieden. De nieuwe woning sluit aan bij het vergroten van de differentiatie van de woningvoorraad. Daarnaast voorziet de nieuwe woning in de eigen wensen en behoefte van de initiatiefnemer. Het initiatief is daarmee passend binnen de woonvisie van de gemeente Oss. 4.4.4 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, 2020. Er vindt periodiek een strategische afwegingen prioritering van woningbouwprojecten plaats.
De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen. In 2021 is de ambitie voor de omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 24 van 62 september 2023
Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant ( september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen van ca. 15% tot 2035. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken.
De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van enige extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. • De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken 2. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen.
In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente. • Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht.
Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. 2 1 Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale
Woningmarktonderzoek (2019).
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 25 van 62 september 2023
Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Dieden. Dieden valt in de PFM Wonen Oss onder het landelijk gebied. Voor het landelijk gebied is opgenomen dat in alle kernen ruimte is voor kleinschalige toevoegingen, die een aanvulling vormen op de aanwezige woningvoorraad en aansluiten op de behoefte of herontwikkeling van bestaande bebouwing. Met onderhavig initiatief wordt een nieuwe levensloopbestendige woning gerealiseerd. Hiermee is sprake van de toevoeging van één woning. Aangezien in alle kernen ruimte is voor kleinschalige toevoegingen is het oprichten van één woning binnen Dieden passend in de PFM Wonen Oss. Daarnaast is met onderhavig initiatief sprake van een kwaliteitsverbetering. Oude agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Zowel de nieuwe als de bestaande woning worden daarnaast landschappelijk ingepast waardoor de locatie mooi zal worden omgeven door groen. De toevoeging van een enkele woning is vanuit het beleid voor wonen toelaatbaar mits de ontwikkeling passend is bij de organische ruimtelijke structuur van de kernen (ruimtelijk en stedenbouwkundig voorstelbaar). Uit jurisprudentie blijkt dat de toevoeging van een zeer beperkt aantal woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van Bro art. 3.1.6 lid 2. Een verantwoording volgens de ladder voor Duurzame verstedelijking is niet nodig.
Met onderhavig initiatief wordt een nieuwe levensloopbestendige woning gerealiseerd. Met het initiatief is sprake van bouwen naar reële (eigen) behoefte, de woning voorziet namelijk in de behoefte van de initiatiefnemer. De woning is beoogd op de plek van twee bijgebouwen, die in het kader van de nieuwe woning zullen worden geamoveerd. Tevens is de woning beoogd nabij andere woningen, waardoor het initiatief functioneel aansluit bij de huidige functie en dus passend is in de omgeving. Het initiatief is passend binnen de ruimtelijke- en functionele structuur van de Kortestraat. De woning is passend binnen het PFM Wonen Oss. 4.4.5 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt.
In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 26 van 62 september 2023
4.4.6 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage 1 opgenomen in deze toelichting of bij de regels.
Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35 m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.
Kortestraat 3 Dieden - 2023, pag. 27 van 62 september 2023
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsaspecten
Landschap
5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid 2015 zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst.