CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 bij toelichting rob Hamelspoelweg 4 Herpen .PDF

Adviescommissie Ruimte 20 mei 2021, gemeente OssBij agendapunt: BII Tervisielegging ontwerpbestemmingsplan Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 202126.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Verwijzing 2 is in dit dossier van toepassing en heeft betrekking op artikel 3.43 e.v. van de Interimverordening Artikel 3.43 afwijkende regels verstedelijking afweegbaar In afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. In casu is geen sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Zoals reeds in paragraaf 4.2.3 is weergegeven betreft het slechts een individuele woning. Deze individuele woning wordt gerealiseerd ter compensatie van het saneren van een agrarisch bouwblok ter plaatse alsmede voor het realiseren van Natuur in de vorm van een Erfdijk met openbaar wandelpad. De Erfdijk is een oude dwarsdijk en heeft landschappelijke, cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarde.

Op een aantal plaatsen is de Erfdijk in het verleden verdwenen. Het gebied rondom is landschappelijk en stedenbouwkundig zeer waardevol. Dit gebied biedt ook mogelijkheden voor kleinschalige recreatie zoals wandelen, fietsen en verblijfsrecreatie. De wandelmogelijkheden zijn te verbeteren door het aanleggen van paden en deze te verbinden. De locatie van de nieuwe woning ligt tussen twee gebieden die zijn aangewezen als NNB. Met het toekennen van een woning als compensatie wordt nieuwe Natuur ontwikkeld in de vorm van het realiseren van nieuwe Erfdijk met een openbare kleinschalige recreatievoorziening en wordt een agrarische bestemmingen met daarop twee bouwmogelijkheden gesaneerd. De betreffende twee vergunningen worden binnen twee maanden na het onherroepelijk worden van het “veegbestemmingsplan” voor het buitengebied van de gemeente Oss ingetrokken, hetgeen reeds is geborgd in een anterieure overeenkomst.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 30 van 77 voorontwerp maart 2020

Door de realisering van Natuur, een Erfdijk, op deze locatie wordt de bestaande Erfdijk welke thans is onderbroken gedeeltelijk weer aaneen gesloten en wordt de kwantiteit en kwaliteit van Natuur vergroot.

4.3.3.3 Nieuwe woning Het toevoegen van een individuele woning is geregeld in artikel 3.78 van deze Interimverordening Artikel 3.78 kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Verstedelijking afweegbaar kan voorzien in de nieuwvestiging van één of meer woningen als uit een ontwikkelingsvisie blijkt dat: a. de woningen worden opgericht binnen een bebouwingsconcentratie; b. er geen sprake is van een aanzet voor een stedelijke ontwikkeling; c. de nieuwvestiging: 1. bijdraagt aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit van de bebouwingsconcentratie; 2. gepaard gaat met een fysieke tegenprestatie die in evenredige verhouding staat tot de ontwikkeling van de woningen; 3. is bezien of een ruimte voor ruimte ontwikkeling deel kan uitmaken van de kwaliteitsverbetering. Lid 2. Er is sprake van een evenredige verhouding als de fysieke tegenprestatie vergelijkbaar is met de regeling ruimte voor ruimte, bedoeld in artikel 3.80. In het voorgaande is reeds weergegeven dat sprake is van een Verstedelijking afweegbaar. Vervolgens wordt hieronder ingegaan op de voorwaarden waaronder een bestemmingsplan kan voorzien in een woning in een gebied genaamd Verstedelijking afweegbaar. Ad 1a De nieuwe woning wordt gerealiseerd binnen de bebouwingsconcentratie Herpen Ad 1b Er is geen aanzet tot verstedelijking.

Er is slechts sprake van de toevoeging van 1 woning. Eerst bij 12 woningen is sprake van verstedelijking.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 31 van 77 voorontwerp maart 2020

Ad 1c1 De bijdrage aan het behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit van de bebouwingsconcentratie wordt gerealiseerd door de woning stedenbouwkundig karakteristiek in te passen in de omgeving. Door de realisering van de woning wordt de mogelijkheid voor een agrarisch bedrijf definitief onmogelijk gemaakt hetgeen een positieve bijdrage levert aan het woon- en leefklimaat ter plaatse. Daarnaast wordt een wandelgelegenheid gerealiseerd, een openbare wandelgelegenheid, waardoor de omgevingskwaliteit wordt verbeterd met een kleinschalige recreatieve voorzieningen. Ad 1c2 De fysieke tegenprestatie wordt geleverd door het saneren van het agrarisch bouwblok alsmede de aanleg van de Erfdijk met een openbaar wandelpad. Deze tegenprestatie is ingevoegd in bijlage 1 Ad 1c3 Een ruimte voor ruimte ontwikkeling is niet meegenomen. Lid 2 van artikel 3.78 geeft aan dat sprake is van een evenredige verhouding als de fysieke tegenprestatie vergelijkbaar is met de regeling ruimte voor ruimte als bedoeld in artikel 3.80 van de Interimverordening Wanneer een initiatief vergelijkbaar is met de regeling ruimte voor ruimte, zoals hierboven aangegeven, is geregeld in artikel 3.80 van de Interimverordening. Artikel 3.80 ruimte-voor-ruimte Lid 1.

Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimtevoor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Ad 1a Aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit wordt gerealiseerd doordat een agrarisch bouwblok definitief wordt gesaneerd. Uitstoot van emissies zoals fijn stof, ammoniak wordt permanent onmogelijk gemaakt. De omgevingsvergunningen voor een dressuurbak en een berging voor de paardenhouderij worden ingetrokken. Dit is in een anterieure overeenkomst reeds vastgelegd. Daarnaast wordt natuur aangelegd met een kleinschalige recreatieve voorziening, een openbaar wandelpad hetwelk ter beschikking komt te staan van de omgeving. De ruimtelijke kwaliteitswinst bedraagt ruim € 125.000,--.

(bijna € 250.000) Deze berekening is toegevoegd in bijlage 1 Ad 1b De kavel is gelegen in de bebouwingsconcentratie Kernrand Herpen, zodat ook aan deze voorwaarde wordt voldaan Ad 1c Een landschappelijke inpassing is op voorstel van de gemeente Oss ontwikkeld. Deze landschappelijke inpassing is ingevoegd in bijlage 2. Ad 1d Er is geen aanzet tot een stedelijke ontwikkeling. Er is sprake van het toevoegen van 1 woning. Stedelijke ontwikkeling is echter in dit gebied wel mogelijk. Conclusie Een nieuwe woning is niet strijdig met het provinciaal beleid.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 32 van 77 voorontwerp maart 2020

4.3.3.4 Omzetten bedrijfswoning naar Wonen. De bestaande bedrijfswoning wordt in dit project een burgerwoning. Deze functiewijziging is geregeld in de Interimverordening in artikel 3.69 Artikel 3.69 afwijkende regels (burger)woningen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. b. de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. c. in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt In casu dient te worden voldaan aan artikel 3.68, lid c. Het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning. Overtollige bebouwing is gesloopt en van splitsing is geen sprake. Conclusie De omzetting van bedrijfswoning naar burgerwoning past binnen de Interimverordening

4.3.3.5 Kwaliteitsverbetering van het landschap Ieder project moet voldoen aan een kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit is geregeld inde instructieregels voor de gemeente in artikel 3.77 e.v. van de Interimverordening; de ontwikkeling met rood voor groen. Artikel 3.77 toepassing van kwaliteitsverbetering landschap Als toepassing wordt gegeven aan de bepalingen van deze paragraaf, paragraaf 3.7 van de Interimverordening, is voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap. Hierboven is deze paragraaf 3.7, met de uiteenzetting dat voldaan wordt aan artikel 3.78 en 3.80 van de Interimverordening, weergegeven. Doordat voldaan wordt aan artikel 3.78 en 3.80 van de Interimverordening is een verdere verplichting tot verbetering van de kwaliteit van het landschap niet vereist. Conclusie kwaliteitsverbetering Voldaan wordt aan de vergelijkingsregeling ruimte voor ruimte hetgeen betekent dat geen verdere kwaliteitsverbetering op grond van artikel 3.9 van de Interimverordening noodzakelijk is. Dit wordt hierna verder uitgewerkt bij de algemene instructieregels voor de gemeente Conclusie Onderhavig initiatief past binnen de voorwaarden van het gemengd landelijk gebied en Stedelijk gebied met erfgoed van de Interimverordening

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 33 van 77 voorontwerp maart 2020

4.3.3.6 Overige aanduidingen De Interimverordening kent verder meerdere gebiedsaanduidingen en/of aandachtsvelden die doorwerking dienen te krijgen in bestemmingsplannen. Hieronder wordt aangegeven hoe aan de voorwaarden van de aanduidingen wordt voldaan.

Stalderingsgebied Voor locaties met de aanduiding stalderingsgebied geldt voor een hokdierhouderij dat een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren binnen een bouwperceel door de bouw van een dierenverblijf voor hokdieren of het in gebruik nemen van een aanwezig gebouw als dierenverblijf voor hokdieren verboden is. In dit project wordt het houden van hokdieren juist onmogelijk gemaakt door het saneren van het agrarisch bouwblok. Deze aanduiding is niet van toepassing. Beperking veehouderijen Voor locaties met een dergelijke aanduiding betekent het dat er een verbod geldt voor de uitbreiding van de veehouderij Door het wijzigen van de bestemming van Agrarisch naar Wonen wordt de mogelijkheid tot het houden van dieren onmogelijk gemaakt, hetgeen volledig past in de aanduiding Beperkingen veehouderij. Van een veehouderij is geen sprake meer Natuur Netwerk Brabant Met betrekking tot het Natuur Netwerk Brabant (NNB) zijn door de provincie Noord-Brabant Brabantse natuurgebied aangewezen. Onderhavige locatie is niet aangewezen als NNB waardoor deze aanduiding niet van toepassing is.

Kaart Natuur en stiltegebieden De projectlocatie is zoals aangegeven niet gelegen in een gebied wat is aangeduid als Natuur. Doch de aanleg van Natuur in de vorm van een Erfdijk past binnen deze aanduiding. De Erfdijk wordt verder gesloten zodat deze verder in zijn oorspronkelijke staat wordt hersteld. Het is voorstelbaar dat de nieuwe Erfdijk ook NNB wordt.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 34 van 77 voorontwerp maart 2020

Water Ten aanzien van water zijn in de Interimverordening wateraanduidingen opgenomen.

Themakaart Water

Uit bovenstaande kaart blijkt dat de projectlocatie niet gelegen is in een gebied wat is aangeduid met een aanduiding Water. Er geldt een norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied. Dit zijn instructieregels voor het waterschap. Voor deze locatie geldt het volgende: Lid 1. Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt buiten Stedelijk gebied, als norm een overstromingskans van: a. b. c. d.

1/100 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming hoofdinfrastructuur en spoorwegen; 1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw; 1/25 per jaar voor akkerbouw; 1/10 per jaar voor grasland.

Lid 2. Voor bebouwing die is gelegen buiten Stedelijk gebied geldt de norm van het omringende landgebruik. Lid 3. De norm, bedoeld in het eerste lid, betreft een inspanningsverplichting.

Deze verwijzingen naar artikelen in de Interimverordening leveren geen beperking op voor dit initiatief.

4.3.3.7

Algemene Instructieregels gemeente uit de Interimverordening.

Ruimtelijke kwaliteit. De gemeente moeten ingevolge deze verordening de ruimtelijke kwaliteit borgen. Deze ruimtelijke kwaliteit betreft het zorgvuldig ruimtegebruik alsmede de kwaliteitsverbetering van het landschap. Artikel 3 Bevordering van de ruimtelijke kwaliteit De provincie Noord-Brabant wil de ruimtelijke kwaliteit van Brabant bevorderen. In het algemeen houdt ruimtelijke kwaliteit in dat gebruikers van een gebied rekening houden met het karakter, de grootte en de functie ervan. Iedere ontwikkeling moet passen in de omgeving. De omgeving bestaat uit zowel aanwezige waarden als uit omliggende functies.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 35 van 77 voorontwerp maart 2020

In artikel 3.6 en 3.9 van de Interimverordening is de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit verder uitgewerkt. Artikel 3.6 van de Interimverordening bepaalt het zorgvuldig ruimtegebruik. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. In onderhavig project wordt gebruikt gemaakt van een bestaand bouwperceel hetgeen in overeenstemming is met het provinciaal zorgvuldig ruimtegebruik.

Kwaliteitsverbetering van het landschap Artikel 3.9 van de Interimverordening ruimte bepaalt dat een ruimtelijke ontwikkeling dient te leiden tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 36 van 77 voorontwerp maart 2020

In paragraaf 4.3.3.4 is gemotiveerd dat door de sanering van een agrarisch bouwblok met daarbij de aanleg van de Erfdijk alsmede het openbaar wandelpad , de kleinschalige recreatie, voldaan wordt aan dit artikel 3.9. Een verdere verbetering van de landschappelijke kwaliteit is niet vereist.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 37 van 77 voorontwerp maart 2020

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’.. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Dit moet resulteren in: De bovenstaande doelstellingen worden door vertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug - Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties.

We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking. Onderhavige locatie is gelegen in een gebied genoemd Dekzandrug.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 38 van 77 voorontwerp maart 2020

De dekzandrug is een hoger gelegen zandgebied. Van oorsprong zijn deze gebieden begroeid met bos. Het gebied heeft een besloten tot half-open karakter. De dekzandrug bestaat voor een groot deel uit natuurgebied (het stuifduin- en boscomplex), en voor een deel uit agrarisch gebied (de kamp- en heideontginningen).

“ Ruimtelijke visie Hoge ligging in het landschap Voor de dekzandrug wordt gestreefd naar het verduidelijken van de hoge ligging in het landschap. Dit kan door toepassing van opgaand groen, passend bij dit landschapstype (bijvoorbeeld eik en beuk). Verder is het behoud van reliëfverschillen van belang.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 39 van 77 voorontwerp maart 2020

Herstel kampenlandschap Het gebied ten oosten en zuiden van Geffen, de Stelt en het gebied ten zuiden van Herpen, wordt gekarakteriseerd door een kleinschalige mozaïeklandschap. Insteek is herstel van het oude kampenlandschap met bosjes, houtwallen en –singels, graanvelden en andere landschappelijke elementen. Om de oorspronkelijke beslotenheid terug te brengen, wordt hier met name ruimte geschapen voor de aanleg van bosjes en bosstroken. In aansluiting op de karakteristieke opbouw van het landschap en ter versterking van de karakteristieke ontginningspatronen worden kavelgrens- en laanbeplantingen aangelegd. In het gebied zijn kansen voor de ontwikkeling van een nieuw landgoed, wellicht als omschakeling van grootschalige (agrarische) bedrijvigheid.

Functionele visie dekzandrug Het natuurlijke karakter van de dekzandrug kan verder ontwikkeld worden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Ten zuiden van Herpen, Oss en Geffen heeft de dekzandrug een meer gemengd karakter. De toeristisch-recreatieve waarde van het gebied is groot, maar kan verder versterkt en verbeterd worden. Ontwikkelingen moeten daar duidelijk bijdragen aan de landschappelijke kwaliteit van de dekzandrug. Het perspectief van de veehouderij is in dit gebied beperkt. Landbouw Op de dekzandrug zijn weinig agrarische bedrijven aanwezig. Het gehele gebied is in de Verordening ruimte 2014 aangeduid als gebied beperkingen veehouderij. Voor de veehouderij geldt hier het slot op de muur. Daardoor is het toekomstperspectief voor de veehouderij in dit gebied beperkt. Alleen voor echt grondgebonden veehouderijen bestaan uitbreidingsmogelijkheden. Ook het grote aantal burgerwoningen op de dekzandrug belemmert de ontwikkeling van bestaande bedrijven, met name vanuit milieuoogpunt. We verwachten dat veel agrarische bedrijven zullen omschakelen naar een andere functie. Met name op het gebied van de vrijetijdseconomie en natuurlijk ondernemen bestaan ontwikkelingsmogelijkheden. In het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing worden de mogelijkheden voor omschakeling van agrarisch bedrijven naar niet-agrarische functies gegeven.

Natuur en water De natuur op de dekzandrug kan zowel kwantitatief als kwalitatief verbeterd worden. MaashorstHerperduin en grote delen van het gebied ten zuiden van de kern van Oss, de zuidelijke geledingszone, en de Geffense Bosjes behoren tot de ecologische hoofdstructuur. Deze is nog niet volledig gerealiseerd. We staan open voor initiatieven die bijdragen aan de realisering van de ecologische hoofdstructuur (EHS). Verder is het voorstelbaar om eventuele herbegrenzingen van de EHS hier te compenseren. Verdere verbetering van de kwaliteit van de natuur op de dekzandrug is mogelijk. De bosomvorming van Maashorst Herperduin is hier een voorbeeld van. De Landerij VanTosse kan zich verder ontwikkelen tot een landschappelijk en ecologisch sterk gebied. Hierin kunnen bijzondere functies als de Tuinderij en het zorgklooster een plek hebben. Op de dekzandrug zien we verder mogelijkheden voor de ontwikkeling van landgoederen, zeker als buffer naar de grote natuurgebieden. Hoewel de dekzandrug tot de hogere en drogere delen van de gemeente behoort, is vernatting van het gebied wenselijk. Door verdroging kan de kwaliteit van het gebied onder druk komen te staan.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 40 van 77 voorontwerp maart 2020

Recreatie We streven naar versterking van de vrijetijdseconomie op de dekzandrug. Maar, niet overal kan alles. Zo staat in de kern van Maashorst-Herperduin de ecologische functie voorop en is alleen echte extensieve recreatie passend. De meer intensieve vormen van recreatie zoals het natuurspeelbos hebben een plek aan de randen. Zo zou Maashorst-Herperduin, maar ook andere natuurgebieden, verder omzoomd kunnen worden met natuurlijk recreatieve functies. Functies die recreatie in een natuurlijke setting bieden.

Ook buiten de grote natuurgebieden heeft de dekzandrug een belangrijke functie voor toerisme en recreatie. Maar het gebied kan nog aantrekkelijker worden gemaakt voor recreanten.

“

Wonen Het toevoegen van nieuwe woningen is onder strenge voorwaarden enkel mogelijk in bebouwingsconcentraties. Bij stoppende agrarische bedrijven is omschakeling van de voormalige bedrijfswoning naar een burgerwoning voorstelbaar. Onder voorwaarden kunnen ook plattelandswoningen toegestaan worden in agrarische bedrijfswoningen. Deze voorwaarden worden in het bestemmingsplan buitengebied uitgewerkt.

Onderhavig initiatief valt binnen de structuurvisie van Oss. Door het realiseren van de Erfdijk wordt nieuwe Natuur gecreëerd. Zowel de bestaande Erfdijk als de Artjeswiel liggen in het Natuur Netwerk Brabant. De Erfdijk welke wordt aangelegd tussen beide NNB gebieden wordt in ere hersteld. Hier wordt derhalve nieuwe natuur gecreëerd. Tevens wordt een wandelpad aangelegd aan de voet van de Erfdijk. Hierdoor herstelt de historische wandelroute tussen de Hamelspoelweg en de Molenstraat en een extensieve recreatieve functie. Daarnaast is in de visie aangegeven dat gebieden in de dekzandrug vallen binnen de aanduiding Beperkingen veehouderijen. Het weg-bestemmen van de agrarische bestemming met bouwblok past binnen de visie van het beperken van het aantal veehouderijen. De nieuwe woning past ook binnen de structuurvisie omdat een dergelijke woning ingevolge deze visie binnen een bebouwingsconcentratie moet zijn gelegen. De onderhavige locatie ligt binnen de bebouwingsconcentratie gebied Kernrand Herpen. Derhalve levert de Structuurvisie Buitengebied Oss 2015 geen belemmeringen op voor dit project

4.4.2 Toekomstvisie Oss op weg naar 2020 De toekomstvisie ‘Oss op weg naar 2020’ (2004) is richtinggevend voor de beleidsontwikkeling op de langere termijn. Eén van de potenties van Oss ligt volgens deze visie in het gevarieerde landelijk gebied waarin zich tal van kleine kernen bevinden. Uitgangspunt is het werken aan het behoud van het platteland met zijn rust en ruimte, aantrekkelijke kleinschalige toeristische voorzieningen en aan de ontplooiing van levenskrachtige dorpen. Een andere potentie ligt in het werken aan een duurzame gemeente. Duurzame ontwikkeling van natuur, landschap en ecologie draagt bij aan de leefkwaliteit. De toekomstvisie stelt dat Oss vele ‘kostbare’ plekjes kent en een groots landschap, met ruimte voor landbouw en natuur. ‘Het bewaren van dat kostbare voor de toekomst is een opdracht die we onszelf stellen’. Een van de kerndoelstellen van deze visie is aandacht voor het landelijke gebied. Een impuls voor recreatie in het landelijk gebied naast het behouden, versterken en waar mogelijk benutten van de andere kwaliteiten van het landelijk gebied van Oss op het gebied van natuur en landschap.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 41 van 77 voorontwerp maart 2020

Door het aanleggen van de Erfdijk wordt de kwaliteit van het landelijk gebied op het gebied van natuur en landschap versterkt, een duurzame ontwikkeling van natuur hetgeen bijdraagt aan de leefkwaliteit. De recreatieve wandelroute is een aantrekkelijke kleinschalige toeristische voorziening, hetgeen een van de uitgangspunten van de toekomstvisie. 4.4.3 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van nietinheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar.

In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Onderhavige locatie ligt in een gebied genoemd dekzandrug, kamp- en heideontginningen. Er worden hier bosjes en brede houtsingels toegevoegd om het gebied een meer besloten karakter te geven. In aansluiting op de karakteristieke opbouw van het landschap en ter versterking van de karakteristieke ontginningspatronen worden kavelgrens- en laanbeplantingen aangelegd.

Hierdoor ontstaat een kleinschalig mozaïeklandschap. De opgaande beplantingslijnen dienen als droge ecologische verbindingszones en verhogen de natuurwaarden van het gebied. De bestaande Erfdijk wordt verder ontwikkeld tot een stevige ecologische verbindingszone met recreatieve mogelijkheden, als wandelen en fietsen, hetgeen in overeenstemming is met de Nota landschapsbeleid. Daarnaast wordt in deze nota aangegeven welke de toe te passen beplantingssoorten zijn in een gebied genoemd dekzandrug. De binnen dit project aan te leggen beplantingssoorten voldoen aan deze nota en zijn weergegeven in de beplantingslijst in bijlage 2.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 42 van 77 voorontwerp maart 2020

In paragraaf 2.3 is reeds aangegeven dat lijsterbes, sleedoorn, esdoorn, vuilboom, jeneverbes zullen worden gebruikt voor de aanplant van de Erfdijk. Nabij de nieuwe woning zullen de individuele bomen berken, zomereiken, haagbeuk of kastanje zijn, de houtwal/singel zal bestaan uit jeneverbes, vuilboom, lijsterbes, sleedoorn en hulst.. Daarbij zal de tussenliggende agrarische gronden worden voorzien van bloemrijk grasland.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 43 van 77 voorontwerp maart 2020

4.4.4 Welstandsnota Gemeente Oss In 2013 is de Oplegnotitie Nieuw Welstandsbeleid Oss behorend bij de Welstandsnota Oss vastgesteld. In dit nieuwe welstandsbeleid behoeven een grote hoeveelheid bouwwerken niet langer naar de Welstandskamer voor advies. Verder wordt de mogelijkheid geboden om bestaande en nieuwe locaties volledig welstandsvrij te maken. In de nota wordt onderscheid gemaakt tussen 2 welstandsniveaus. Voor de beeldbepalende gebieden en zones (rood op bijgaande overzichtskaart) blijft het welstandstoezicht behouden. Voor de overige gebieden wordt het welstandstoezicht versoepeld of is geen welstandstoets meer nodig. In de nota zijn de criteria opgenomen waaraan de Welstandskamer een bouwplan toetst.

Welstandsniveau 2 (normaal niveau)

Onder dit niveau vallen de gebieden die om een zorgvuldige afstemming vragen van nieuwe bouwkundige ingrepen. Daarom zijn de volgende gebouwen of gebieden opgenomen in welstandsniveau 2: - alle W-woongebieden en H4 (historische bebouwing); - alle groengebieden (G); - alle T-gebieden, (bijzondere bebouwingstypen) uitgezonderd Winkelcentra (T2); - bebouwing aan de rand van bedrijventerreinen in een zone van 100 meter, uitgezonderd de bebouwing aan representatieve wegen (niveau 1); - bebouwing op bedrijventerrein van meer dan 15 meter hoog, uitgezonderd de zones zoals aangegeven bij welstandsniveaus 1; - Woonwagenlocaties (T5).

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 44 van 77 voorontwerp maart 2020

Wanneer een omgevingsvergunning, activiteit bouw, voor de nieuwe woning aan de Molenstraat wordt aangevraagd zal de tekening worden voorgelegd aan de Welstandskamer 4.4.5 Verkeer Mobiliteitsvisie, Balans in beweging In de mobiliteitsvisie (2009) staan drie begrippen centraal; bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Het centrale doel van de mobiliteitsvisie is het in balans brengen van de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid in de gemeente, nu en in de toekomst. Om deze balans te bereiken streeft de gemeente naar een verschuiving in het gebruik van vervoerswijzen. Een groter deel van de verplaatsingen moet plaats gaan vinden met de fiets of met het openbaar vervoer. Dit is nodig om Oss bereikbaar en leefbaar te houden. Oss wil de verschuiving bereiken door het gebruik van fiets en openbaar vervoer te stimuleren. Deze vervoerswijzen moeten veilig en comfortabel zijn en men moet snel op de plaats van bestemming kunnen komen. De goede bereikbaarheid is met name gericht op de economisch belangrijke gebieden van Oss. De bedrijventerreinen vallen hieronder. De doorstroming op de wegen naar de bedrijventerreinen (i.c. N329) moet optimaal zijn. Hoewel de bereikbaarheid van de economisch belangrijke gebieden voor alle vervoerswijzen goed moet zijn, streeft de gemeente wel naar een verschuiving van vervoerswijze.

Korte verplaatsingen moeten bij voorkeur per fiets of te voet afgelegd worden en niet per auto. Voor het vervoer van goederen zal het gebruik van water en spoor verder gestimuleerd worden. In de uitwerkingsfase zullen de doelstellingen uit de visie langs drie lijnen worden uitgewerkt: infrastructuur, gedrag en organisatie. Er heeft inmiddels een uitwerking plaatsgevonden in de deelplannen Wegen, Fiets, Openbaar Vervoer en Gedrag. Infrastructuur Bij de ontwikkeling van een Erfdijk is geen sprake van extra verkeersbewegingen. Naast de dijk zal enkel een wandelroute worden aangelegd. De omzetting van de agrarische bestemming naar een burgerbestemming levert een aanzienlijke verlaging van de ter plaatse aanwezige verkeersbewegingen op. Vrachtverkeer en tractoren zullen uit het verkeersbeeld verdwijnen voor deze locatie. Voor de nieuwe woning aan de Molenstraat te Herpen zal sprake zijn van een enkele verkeersbeweging. De Molenstraat, de locatie voor de nieuwe woning, staat niet opgenomen in het Mobiliteitsplan van de gemeente Oss als knelpunt. Enkele extra verkeersbewegingen op deze weg zijn niet significant. De Molenstraat en de Hamelspoelweg zijn geschikt voor alle verkeersbewegingen van de bestaande agrarische locatie . Verkeersbewegingen van vrachtwagens en tractoren behoren bij een dergelijke agrarische bestemming.

De nieuwe activiteit, Wonen, heeft geen verkeersaantrekkende werking. In vergelijking met een agrarisch bedrijf is sprake van een afname van verkeersbewegingen. In totaliteit verlaagt het initiatief de verkeersbewegingen omdat de vrachtwagen- en tractoren bewegingen verlagen door het saneren van de bestemming voor de agrarische onderneming. De nieuwe verkeersbewegingen leiden niet tot significante nadelige gevolgen voor het verkeer op de Molenstraat en Hamelspoelweg alsmede voor de geluidsbelasting op omliggende geluidgevoelige objecten. Aanpassingen aan de infrastructuur zijn niet aan de orde.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 45 van 77 voorontwerp maart 2020

Parkeren Op 13 december 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de nota ‘Parkeernormen 2017’ vastgesteld. In deze notitie staat beschreven welke parkeernormen gehanteerd moeten worden bij nieuwe projecten (zowel uitbreiding als herstructurering). Uitgangspunt voor herontwikkeling is dat het parkeren op eigen terrein dient te worden opgelost. Parkeren ten behoeve van de nieuwe woning vindt plaats op eigen terrein. Bij de nieuwe woning dient rekening te worden gehouden met de nieuwe parkeernormen.

Voor een vrijstaande woning in het buitengebied geldt een parkeernorm van 2,4. Er zullen drie parkeerplaatsen worden aangelegd bij de nieuwe woning aan de Molenstraat. Het perceel biedt hiervoor voldoende ruimte. 4.4.6 Natuur- en Landschapsvisie De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020. De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: - Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. - Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. - Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. - Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. - Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'.

De Erfdijk is een ecologische verbindingszone. Het is een oude dwarsdijk en heeft landschappelijke, cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarde. Op een aantal plaatsen is de Erfdijk in het verleden verdwenen. Het gebied rondom de Erfdijk is landschappelijk en stedenbouwkundig zeer waardevol is. Dit gebied biedt ook mogelijkheden voor kleinschalige recreatie zoals wandelen, fietsen en verblijfsrecreatie. De Erfdijk herstelt het groene lint door de polder rond de Hertogswetering.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 46 van 77 voorontwerp maart 2020

4.4.7

Beleid aan huis gebonden activiteiten

Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage opgenomen in deze toelichting of bij voorschriften.

Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publiek aantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 47 van 77 voorontwerp maart 2020

Hoofdstuk 5

Verantwoording

5.1 Milieu- en omgevingsaspecten In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: Bedrijven en milieuzonering (§ 5.1.1) Bodem (§ 5.1.2) Externe veiligheid (§ 5.1.3) Geurhinder: agrarisch (§ 5.1.4) Geur: industrieel (§ 6.1.5) Luchtkwaliteit (§ 5.1.6) Mobiliteit en parkeren (§ 5.1.7) Straling (§ 5.1.8) Water (§ 5.1.9) Weg-, spoor-, en industrielawaai (§ 5.1.10) Gezondheid (5.1.11)

5.1.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uit te voeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen. Geur stof geluid gevaar

Nieuwe woning Aan de achterzijde van de geplande woning aan de Molenstraat ligt een rundveebedrijf aan de Hamelspoelweg 6 te Herpen. Volgens de Handreiking dient de afstand tot een rundveehouderij 100 meter te bedragen, een en ander door de afstand ten behoeve van geur. De afstand van bouwblok tot bouwblok bedraagt 76 meter. Aan de richtafstanden voor stof, geluid en gevaar wordt derhalve voldaan. De afstanden in de handreiking zijn richtlijnen. Deze richtlijnen voor een gewenste afstand kunnen worden gecorrigeerd door dwingende normen in landelijke regelgeving Voor rundveehouderijen geldt de landelijke regeling: Wet geurhinder en veehouderij. Op grond van artikel 4 van deze wet dient de afstand van een veehouderij tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom 50 meter te bedragen. Aan deze afstand wordt voldaan.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 48 van 77 voorontwerp maart 2020

De nieuwe woning voldoet aan de afstandseisen ten opzichte van de rundveehouderij aan de Hamelspoelweg 6 te Herpen. De afstand tot de geitenhouderij aan de Wooijstraat dient op grond van deze Handreiking 50 meter te bedragen. Ook aan deze afstand wordt voldaan. Bestaande woning De bestaande bedrijfswoning aan de Hamelspoelweg 4 te Herpen wordt een burgerwoning. Deze woning ligt op 64 meter van de rundveehouderij aan de Hamelspoelweg 6. Voor stof, geluid en gevaar wordt aan de richtafstanden van de brochure Bedrijven en Milieuzonering voldaan. Voor geur bedraagt de afstand tussen het bouwblok van de woning aan de Hamelspoelweg 4 en het agrarisch bouwblok aan de Hamelspoelweg 6 te Herpen geen 100 meter, welke afstand volgens de brochure Bedrijven en Milieuzonering gewenst zou zijn. Deze richtlijn voor een gewenste afstand kan worden gecorrigeerd door dwingende normen in landelijke regelgeving. Voor een voormalige bedrijfswoning geldt, evenals voor de nieuwe woning, de Wet geurhinder en veehouderij. Volgens artikel 3 lid 2 van de Wet geurhinder en veehouderij, bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij buiten de bebouwde kom 50 meter .

De bedrijfswoning die omgezet wordt naar een burgerwoning is tot op heden een bedrijfswoning op een locatie met de bestemming Agrarisch welke na 19 maart 2000 ophoudt deel uit te maken van een agrarisch bedrijf. Een dergelijke woning moet op 50 meter van een veehouderij zijn gelegen . Aan deze afstand wordt voldaan. 5.1.2 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Bij een wijziging van het bestemmingsplan voor het gebruik in afwijking van de bestemming dient de haalbaarheid van het plan te worden onderzocht. Als onderdeel hiervan is een toets voor wat betreft de bodemkwaliteit.

Nieuwe woning Op grond van artikel 8 van de Woningwet bevat de bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigende bodem. Deze voorschriften hebben uitsluitend betrekking op bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen aanwezig zullen zijn. De gronden waarop de nieuwbouw gepland is, is in gebruik als agrarische grond. Deze gronden zijn bij de sloop van de stallen ingebracht in het project. Deze gronden zijn met een schone grondverklaring vervoerd en geleverd op de locatie Hamelspoelweg 4 te Herpen.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 49 van 77 voorontwerp maart 2020

In bijlage 4 is een verkennend bodemonderzoek van 2008 ingevoegd. Dit onderzoek is gedaan op de locatie Molenstraat ongenummerd. In dit onderzoek wordt eerst verwezen naar een bodemonderzoek uit 1999. Op grond van het bodemonderzoek uit 1999 was de locatie geschikt voor het realiseren van de woning Hamelspoelweg 4. In 2008 is de grond ter plaatse onderzocht voor het realiseren van de paardenhouderij. Op grond van dit bodemonderzoek was de bodemkwaliteit geschikt voor deze bestemming. Er was geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Het licht verhoogd PAK-gehalte was, zoals gesteld in het bodemonderzoek, mogelijk het gevolg van de aangetroffen puinresten. Verder werd in dit onderzoek aangenomen dat het licht verhoogd arseen- en cadmiumgehalte in het grondwater de lokale achtergrondwaarden in de regio benaderen. Dergelijke gehalten worden vaker verhoogd aangetroffen in het grondwater in de omgeving. Kortom: het grondwater heeft gehalten die in de omgeving aangetroffen worden. Het licht verhoogd PAKgehalte van de bodemkwaliteit komt mogelijk door de puinresten. Een agrarisch bedrijf is ter plaatse gesloopt. Bij de bouw van de nieuwe woning zullen de puinresten worden verwijderd zodat op schone grond wordt gebouwd. Verdere verontreinigingen zijn namelijk niet aangetroffen.

Bij de afvoer van de gronden (met puinresten) zal in het kader van Bouwstoffenbesluit onderzoek moeten worden gedaan naar de grond voordat deze kan worden afgevoerd en hergebruikt. Hierbij kan rekening worden gehouden met mogelijke gebruiksbeperkingen. Het bodemonderzoek is echter verouderd. Derhalve zal in het kader van de omgevingsvergunningen ter plaatse van de bouwlocatie (bouwblok, oprit, tuin, etc) een bodemonderzoek conform de NEN-5740 worden gedaan. Afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen kan ook een verkennend asbestonderzoek in grond conform de NEN-5707 noodzakelijk zijn Explosieven Niet Gesprongen Explosieven Hamelspoelweg 4 te Herpen De locatie is niet verdacht m.b.t. Niet Gesprongen Explosieven Op onderstaande kaart is de locatie weergegeven in groen.

Erfdijk Aanleg Nota Bodembeheer Door de gemeente Oss heeft het gemeentelijk bodembeleid vastgelegd in de Nota Bodembeheer Oss. Deze nota beschrijft op welke wijze de gemeente invulling geeft aan het Besluit bodemkwaliteit voor de droge landbodem. Deze nota geeft via gebiedsspecifiek beleid invulling aan de lokale normering.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 50 van 77 voorontwerp maart 2020

In hoofdstuk 3 van deze nota worden de Beleidskeuzes (gebiedsspecifiek) en de onderbouwing daarvan weergegeven In paragraaf 3.1 is op basis van de in paragraaf 2.2 van deze nota gemaakte beleidskeuzes, invulling gegeven aan bodembeleid. Daarbij is het gebiedsspeciekebeleid in algemene zin beschreven, met een specifieke uitwerking voor DDT/ DDD/ DDE als aandachtsstof binnen de gemeente Oss. Het doel van het gebiedsspecifieke beleid is het faciliteren van maatschappelijk ontwikkelingen, zonder dat er sprake is van risico’s bij het gebruik van de bodem De aanvullende eisen met betrekking tot de fysieke kwaliteit van de toe te passen grond zijn: •

•

Bij hergebruik van grond is naast de chemische kwaliteit ook het lutumgehalte van belang. Zo wordt voorkomen dat zand- en kleigrond worden vermengd. Het maximale lutumgehalte van de toe te passen grond in het zandgebied is 5 %. Dit betekent kleigrond op en rond de projectlocatie niet (zonder meer) mag worden toegepast. Hergebruiksgrond mag maximaal 5 % bodemvreemd materiaal (maximaal lichte bijmengingen voor grond die voldoet aan de AW2000/Wonen norm) en 10% bodemvreemd materiaal (voor Industriegrond) bevatten. Het gaat hier om volumeprocenten. Indien een partij aanvankelijk niet voldoet aan deze eis, kan het percentage bodemvreemd materiaal eventueel met behulp van zeving omlaag worden gebracht zodat wordt voldaan aan de voornoemde eis.

Deze eisen zijn voorgelegd aan het grondverzetbedrijf die de Erfdijk zal realiseren. Deze geeft aan dat de te gebruiken gronden voldoen aan deze eisen.

5.1.3

Externe veiligheid

Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (cRNVGS) het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven.

In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 51 van 77 voorontwerp maart 2020

Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Risicokaart In Nederland zijn deze risicovolle inrichtingen in kaart gebracht. Ook de provincie Noord-Brabant heeft een dergelijke kaart. Een passage van deze kaart is hieronder weergegeven.

Passage risicokaart Brabant bron: provincie Noord-Brabant

In de omgeving van het onderhavige perceel ligt geen risicovolle inrichting.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 52 van 77 voorontwerp maart 2020

Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Externe veiligheid Oss 2011 De gemeente Oss heeft in maart 2011 de Beleidsvisie externe veiligheid Oss; Ruimtelijke planning van opslag en transport gevaarlijke stoffen, ambities en aanpak vastgesteld.

Signaleringskaart Externe Veiligheid Oss Bron: gemeente Oss

Uit de signaleringskaart blijkt dat onderhavige locatie niet is gelegen in een invloedsgebied van zowel een buisleiding, spoorweg, vaarweg of weg.

Ten aanzien van spoorwegen (spoortracé Den Bosch – Nijmegen) is de afstand tot de planlocatie circa drie kilometer en valt de planlocatie dus in zone IV. Bij zone IV wordt alleen rekening gehouden met de effecten van een toxische gaswolk. In dit gebied zijn geen functies uitgesloten, bescherming wordt geboden door ‘ramen en deuren te sluiten’. In Bijlage 2 bij de ‘Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Oss’ wordt aangegeven dat zone IV per definitie buiten de 10-6 contour voor het plaatsgebonden risico valt. Dit aspect is voor de herontwikkeling van de planlocatie niet limiterend.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 53 van 77 voorontwerp maart 2020

Vervoer over de weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. In de huidige situatie is het plangebied gelegen aan een erfontsluitingsweg en niet aan doorgaande wegen van regionale betekenis. De grotere doorgaande wegen in de gemeente Oss waarover transporten van gevaarlijke stoffen zullen plaatsvinden, zijn de Rijkswegen A50 en A59. Het plan ligt op een zodanige afstand van deze routes (op minimaal 1.000 meter afstand) dat beïnvloeding normaliter niet plaats zal vinden. Derhalve is het aspect externe veiligheid niet limiterend. Vervoer over het water In de omgeving van het plangebied zijn geen waterwegen aanwezig waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Dit aspect is voor de beoogde herontwikkeling derhalve niet limiterend. Hoogspanningslijnen en buisleidingen In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen hoogspanningsleidingen of buisleidingen gesitueerd, noch gepland. De locatie ligt wel binnen het invloedsgebied van diverse aardgastransportleidingen en enkele gemeentelijke wegen. Uit de door de gemeente Oss aangeleverde informatie blijkt dat de beoogde locatie niet binnen de 1% lethaliteitscontour van een aardgastransportleiding ligt. Zie bijlage 5. De conclusie hieruit luidt dat nader onderzoek en verantwoording niet noodzakelijk is. 5.1.4

Geurhinder: agrarisch

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. In onderhavig project wordt een geurgevoelige object gerealiseerd en een bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: de burger beschermen tegen geurhinder de veehouderijen niet onnodig beperken ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woonen leefklimaat is. In de gemeentelijke geurverordening zijn van de wet afwijkende geurnormen vastgelegd. Onderhavige locatie ligt buiten de bebouwde kom van Herpen en heeft een norm van 8 Ou

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 54 van 77 voorontwerp maart 2020

Kaart geurnormen verordening 2017

Tevens is in de geurverordening opgenomen dat (voor bedrijven die vergunningplichtig zijn in het kader van de Wet milieubeheer) de vaste afstand tussen een “veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld” en een geurgevoelig object in bebouwde kommen 50 meter bedraagt en buiten de bebouwde kom tenminste 25 meter bedraagt. Voorgrondbelasting Wettelijke afstanden geurhinder Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij moet de afstand vanuit het dierenverblijf tot aan een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom minimaal 100 meter zijn. Als het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom ligt, dan geldt een afstand van minimaal 50 meter. Deze afstand wordt gemeten vanuit het emissiepunt van het dierenverblijf. Een buitenbak of uitloop voor paarden is niet het dierenverblijf. Een geurgevoelig object is – kort gezegd – een gebouw bestemd voor menselijk wonen of menselijk verblijf en dat daarvoor permanent wordt gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn woningen, ziekenhuizen, recreatiewoningen etc. De afstand van de buitenzijde van het dierenverblijf tot de buitenkant van het geurgevoelig object is ten minste 50 meter als het geurgevoelig object binnen de bebouwde kom ligt. Als het buiten de bebouwde kom ligt, is de afstand minimaal 25 meter.

Volgens artikel 3 lid 2 van de wet geurhinder en veehouderij, bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij buiten de bebouwde kom 50 meter. De geurbelasting van de vigerende omgevingsvergunningen, activiteit milieu, van de omliggende bedrijven gelegen rondom de Molenstraat/Hamelspoelweg moet in beeld worden gebracht. De voorgrondbelasting betreft de geurbelasting die wordt veroorzaakt door de individuele veehouderijbedrijven rondom het bedrijf gelegen aan de Hamelspoelweg en Wooijstraat. Vaste afstanden De beoogde woningen zijn gelegen op een afstand van meer dan 50 meter tot de veehouderijbedrijven aan de Hamelspoelweg 3, 6, 12 en 16. Er wordt voldaan aan de te hanteren afstanden in het kader van het Besluit landbouw milieubeheer. Alleen bedrijven direct naast het bedrijf worden hierin meegenomen omdat verder weg gelegen bedrijven nagenoeg altijd minder geuroverlast veroorzaken dan dichterbij gelegen bedrijven.

Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 55 van 77 voorontwerp maart 2020

Voorgrondbelasting (geurcontouren) Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele intensieve veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dicht bij het geurgevoelige object is gelegen: de dominante veehouderij. Wooijstraat 9 te Herpen is een geitenhouderij die gelegen is in de nabijheid van het plangebied. Door De Omgevingsadviseurs Zwolle is een V-stacks berekening gemaakt van de voorgrondbelasting van dit bedrijf op de woningen Molenstraat ong. en Hamelspoelweg 4 te Herpen. Voor beide woningen geldt dat voldaan wordt aan de geurnormen. Deze berekening is bijgevoegd in bijlage 3 van deze toelichting. Achtergrondbelasting De achtergrond belasting wordt veroorzaakt door alle omliggende veehouderijen in een straal van 2 kilometer om de locatie aan Molenstraat/Hamelspoelweg Om te bezien of er iemand onevenredig in zijn belangen wordt geschaad (belangen veehouderij en derden) en of dat er ter plaatse van het initiatief een goed woon- en leefklimaat geldt (belangen geurgevoelig object) is de gebiedsvisie van de gemeente Oss geraadpleegd. De gemeenteraad van Oss heeft op 13 december 2012 het agrarisch geurbeleid vastgesteld. Het gaat hierbij om geur door het houden van dieren in een veehouderij.

Het nieuwe geurbeleid is afgestemd op de aard en het gebruik van onze gebieden. Ook de mogelijke groei van veehouderijen is meegewogen in het beleid. Het geurbeleid biedt bescherming tegen de overlast van geur op de plaatsen waar de meeste burgers zijn. Het geeft ook groeimogelijkheden voor veehouderijen waar er ruimte is. Met het nieuwe geurbeleid probeert de gemeente Oss (kleine) bedrijven met weinig geuruitstoot zo min mogelijk te beperken. Ook ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, worden mogelijk gemaakt. In deze visie/regels zijn berekeningen uitgevoerd om beleid te kunnen bepalen in het kader van de ruimtelijke ordening, wanneer sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Deze berekeningen zijn verwerkt in kaarten. Een passage van de kaart voor de omgeving Hamelspoelweg is hieronder weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=7325a376-068b-44a7-8db7-bf9a8f4f9cdc