Bijlage 5 bij toelichting rob Hamelspoelweg 4 Herpen .PDF
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2020 Ruimtelijke onderbouwing Hamelspoelweg 4, Herpen
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 1 van 77 voorontwerp maart 2020
Onderbouwing Erfdijk Hamelspoel – 2020 voorontwerp
Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Oss, Datum juni 2020
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 2 van 77 voorontwerp maart 2020
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................4 1.1 Aanleiding en korte planbeschrijving .............................................................................................4 1.2 Begrenzing plangebied ..................................................................................................................5 1.3 Geldende bestemmingsplannen ....................................................................................................6 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie en programma........................................................................................7 2.1 Ontstaansgeschiedenis .................................................................................................................7 2.2 Bestaande situatie .........................................................................................................................7 2.3 Beoogde situatie ............................................................................................................................7 2.4 Stedenbouwkundige karakteristiek ................................................................................................8 2.5 Functionele karakteristiek
..............................................................................................................9 2.6 Groen en water ..............................................................................................................................9 2.7 Beeldkwaliteit .................................................................................................................................9 Hoofdstuk 3 Toelichting op de regels .................................................................................................... 10 3.1 Algemeen.................................................................................................................................... 10 3.2 Regels. Hoofdstuk 4 Beleidskader ...................................................................................................................... 11 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................ 11 4.2 Rijksbeleid .................................................................................................................................. 13 4.3 Provinciaal beleid........................................................................................................................
16 4.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 28 Hoofdstuk 5 Verantwoording.................................................................................................................. 45 5.1 Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................................... 45 5.3 Waarden ..................................................................................................................................... 63 5.4 Defensie...................................................................................................................................... 71 5.5 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................... 72 Hoofdstuk 6 Handhaving........................................................................................................................ 74 6.1 Beleidskader ............................................................................................................................... 74 6.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ............................................................. 74 6.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht ..........................................................
75 Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................... 76 Hoofdstuk 8 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................. 77 8.1 Inspraak ...................................................................................................................................... 77 8.2 Vooroverleg ................................................................................................................................ 77
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Kwaliteitswinst berekening Landschappelijke inpassing Geuronderzoek – V-stacks Bodemonderzoek Uitwerking hoge druk aardgasleidingen Milieutekening en kadastrale kaart varkensstallen
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 3 van 77 voorontwerp maart 2020
Ruimtelijke onderbouwing Erfdijk Hamelspoel – 2020
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 4 van 77 voorontwerp maart 2020
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en korte planbeschrijving
Aan de Hamelspoelweg 4 te Herpen ligt een locatie met een agrarische bestemming en een bouwblok. Binnen dit bouwblok staat een bedrijfswoning en bestaat de mogelijkheid om een dressuurbak en berging voor de paardenfokkerij te realiseren. Dit agrarisch bouwblok ligt nabij Het Artjeswiel en op een locatie waar in het verleden een Erfdijk was gelegen.
Uitsnede Verbeelding Bestemmingsplan Buitengebied Oss 2010 Aan de onderzijde van de uitsnede op bovenstaande verbeelding is zichtbaar waar de Erfdijk thans stopt (donkergroene kleur), waar deze wordt onderbroken en vervolgens (nabij Het Artjeswiel) weer aanwezig is. In het verleden liep deze Erfdijk door over de locatie van initiatiefnemer, zoals hieronder weergegeven. Duidelijk zichtbaar is dat de Erfdijk in 1875 aan de noordzijde van Het Artjeswiel was gelegen
In de jaren 2005 en volgende jaren zijn op verzoek van de gemeente Oss gesprekken gevoerd met initiatiefnemer om de Erfdijk te herstellen. De vervolgstappen zijn gestaakt door de economische crisis die in Nederland uitbrak. In 2018 zijn deze gesprekken wederom opgepakt. De conclusie van deze gesprekken is dat initiatiefnemer bereidt is de agrarische locatie met een bouwblok onder voorwaarden op te geven zodat de Erfdijk in originele vorm kan worden hersteld richting De Hamelspoel.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 5 van 77 voorontwerp maart 2020
Dit project past niet binnen het vigerend bestemmingsplan Oss 2010 waardoor een herziening van het bestemmingsplan Buitengebied moet worden vastgesteld.. Deze herziening heeft betrekking op het realiseren van een woning, het opheffen van een agrarisch bouwvlak , de herziening van de bestemming van een bestaande bedrijfswoning naar burgerwoning waarbij een landschappelijke compensatie en - kwaliteitsverbetering plaatsvindt. Deze herziening wordt meegenomen in het “veegbestemmingsplan” voor het buitengebied van de gemeente Oss.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 6 van 77 voorontwerp maart 2020
1.2
Begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Hamelspoelweg 4 te Herpen.
De grens van het project is hieronder weergegeven. Het projectgebied beslaat de gronden zoals weergegeven in onderstaand figuur. Het perceel is groter dan het thans aanwezige bouwblok, doch de nieuwe Erfdijk loopt buiten het bouwblok verder naar rechts (vogelvlucht) door. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Ravenstein, sectie G, nummer 675.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 7 van 77 voorontwerp maart 2020
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst. Naam bestemmingsplan
Datum vaststelling
Parapluplan Geitenhouderij 2019
5 maart 2020
Bestemmingsplan Buitengebied Oss
16 april 2020
Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen deze plannen, binnen het plangebied, hun rechtskracht.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 8 van 77 voorontwerp maart 2020
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie en programma
Ontstaansgeschiedenis
De Hamelspoel is van oorsprong een oude bedding van de Maas en vormt nu een langgerekte waterpartij ten noordoosten van het dorp, met belangrijke natuurwaarden voor watervogels en oevervegetaties Tot 1967 liep er een historische route van de Hamelspoelweg naar de Molenstraat. Daarna zijn er geen tekeningen meer waarop de Erfdijk doorliep naar de Hamelspoel In de jaren 60 is aan de Hamelspoelweg 4 te Herpen een agrarisch bedrijf gerealiseerd, destijds maagdelijk gebied. Een varkenshouderij met zeugen en vleesvarkens. Dit bedrijf heeft meegedaan aan een Beëindigingsregeling, de Beëindigingsregeling intensieve veehouderij van de provincie Noord-Brabant, waardoor de in de jaren 60 van de vorige eeuw gebouwde stallen weer zijn gesloopt. Het agrarisch bouwblok is in tact waardoor in de ruimtelijke sfeer de mogelijkheid bestaat om een agrarisch bedrijf te realiseren. Ingevolge het vigerende bestemmingsplan is op deze locatie een agrarisch bedrijf mogelijk, zoals een bedrijf gericht op het voortbrengen van gewassen of door het houden van dieren, zeen (vollegronds) teeltbedrijf, een paardenhouderij, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf. Een omgevingsvergunning, activiteit bouw, voor het realiseren van een dressuurbak alsmede eenzelfde vergunning voor het realiseren van een berging bij een paardenfokkerij zijn rechtsgeldig aanwezig op deze locatie. 2.2
Bestaande situatie
In de bestaande situatie is sprake van een agrarisch bouwblok, een locatie met een agrarische bestemming en een bouwblok. Op deze locatie bestaat, zoals hierboven is weergegeven, in de ruimtelijke sfeer de mogelijkheid om een agrarisch bedrijf op te richten. Aan de overzijde van de weg ligt de Erfdijk. Deze Erfdijk is in de jaren 60 doorbroken en is thans geen aaneengesloten dijk meer naar de Hamelspoel. Naast de projectlocatie ligt het Artjeswiel. Nabij dit wiel heeft initiatiefnemer ook gronden.
2.3
Beoogde situatie
In de beoogde situatie wordt het bouwblok verwijderd van de locatie. Op deze wijze wordt een agrarisch bedrijf op de locatie onmogelijk gemaakt. Daarbij zal initiatiefnemer de Oude Erfdijk herstellen en een openbaar pad, geënt op de verdwenen (historische) route als doorsteek (voor voetgangers en fietsers) van de Hamelspoelweg naar Molenstraat aanleggen. Op de projectlocatie wordt een Erfdijk gereconstrueerd. Deze Erfdijk zal worden gerefereerd aan de bestaande Erfdijk en is van teen tot teen 12 meter breed met een hoogte van 2,5 meter. Dit levert een talud op van 1 : 2. Omdat de projectlocatie is gelegen in een gebied genoemd Dekzandrug zal de Erfdijk worden beplant met onder andere: lijsterbes, esdoorn, hazelaar, vuilboom en sleedoorn. Voor het saneren van het agrarisch bouwblok en om de reconstructie/aanleg van de Erfdijk met het openbaar pad te kunnen bekostigen wordt binnen dit agrarisch bouwblok aan de zijde van de Molenstraat een bouwkavel gecreëerd.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 9 van 77 voorontwerp maart 2020
Voor het agrarisch bouwblok, de agrarische bestemming, wordt een passende nieuwe bestemming, vastgelegd, te weten Wonen en Natuur Nabij de nieuwe woning zullen de individuele bomen berken, haagbeuk, kastanje of zomereiken zijn, de houtwal zal bestaan uit esdoorn, lijsterbes. Een en ander conform het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 2. De kavel voor de nieuwe woning zoals hierboven weergegeven wordt op het voormalig agrarisch bouwblok gerealiseerd en krijgt een omvang van 1.450 m2. Deze woning krijgt een grootte van maximaal 750 m3, overeenkomstig het beleid van de gemeente Oss voor het maximale volume van woningen in het buitengebied, met een vrijstaande bijgebouw van 100 m2 en zal aan de voorzijde worden voorzien van een beukenhaag (inheems), en aan de zuid- en westzijde worden voorzien van een houtwal/singel ter accentuering van de perceelsgrens en de landschappelijke inpassing van de nieuwe woning. De gronden tussen de te reconstrueren Erfdijk en de nieuwe woning worden bloemrijk grasland. De bestaande bedrijfswoning wordt een woning met een burgerbestemming met een perceeloppervlakte van maximaal 2.000m2 . Door het saneren van het agrarisch bouwblok is een bedrijfswoning voor een agrarisch bedrijf niet meer noodzakelijk.
In de beoogde situatie wordt een agrarisch bouwblok met een bedrijfswoning herzien in een bestemming Wonen voor zowel de bedrijfswoning als de nieuwe woning en in de bestemming Natuur voor de nieuwe Erfdijk. Een passende herbestemming.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 10 van 77 voorontwerp maart 2020
2.4
Stedenbouwkundige karakteristiek
Bij herontwikkeling van het plangebied blijft de bedrijfswoning aan de Hamelspoelweg 4 in de huidige vorm behouden, deze blijft in ruimtelijk opzicht ongewijzigd. Door de geplande realisering van de nieuwe Erfdijk, krijgt deze woning een bouwperceel van maximaal 2.000 m2. De nieuwe woning wordt ontsloten aan de Molenstraat en wordt met de voorgevel naar de Molenstraat opgericht. De woning worden gesitueerd op een afstand van tenminste 15 meter van de weg. De kavel heeft een regelmatige blokvorm. De woningbouwkavel zal een oppervlakte van circa 1.450 m² hebben. In 2012 is aan de Hamelspoelweg 12 te Herpen, een naastgelegen bedrijf, eveneens een agrarisch bedrijf, een intensieve veehouderij, gewijzigd in een paardenfokkerij en zijn om deze beoogde herontwikkeling financieel verantwoord te kunnen laten plaats vinden twee woningen gerealiseerd op de noordzijde van het perceel, aan de Molenstraat. Deze kavels hebben een omvang van 1.725 m2. De woning die thans wordt gepland ligt op eenzelfde wijze, aan de noordzijde van het onderhavige perceel, aan de Molenstaat en komt in de plaats van een bouwblok voor een agrarisch bedrijf In de omgeving van de Hamelspoelweg 4 staan al verschillende woningen. De nieuwe woning is passend binnen de stedenbouwkundige structuur en het ritme aan de Molenstraat. De woonfunctie wordt ter plaatse versterkt.
Het is ruimtelijk voorstelbaar om hier een woning toe te voegen In de typering van het gebied ter plaatse is het niet passend om de woningen op te richten als in een boerderijcomplex. De bebouwing aan de Molenstraat in de omgeving van het plangebied bestaat niet uit boerderijen/ boerderijcomplexen, maar uit solitair gelegen burgerwoningen. Het is dan ook niet passend binnen de ruimtelijke structuur aan de Molenstraat om boerderijcomplexen te ontwikkelen. De nieuwe woning dient aan te sluiten bij de bestaande ruimtelijke bebouwingskarakteristiek.
Verbeelding buitengebied ; bebouwingsconcentratie Herpen. De gele blok met blauwe rand is de nieuwe woning in een gebied met overwegend woningen (geel)
Direct ten westen en ten oosten van het perceel blijft een open landschap behouden, waardoor het lint niet dichtgroeit. Ook zijn onbebouwde (tussen)ruimtes voorzien. De beoogde woning past binnen het ritme van openheid en verdichting zoals aanwezig in de directe omgeving.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 11 van 77 voorontwerp maart 2020
2.5
Functionele karakteristiek
Het initiatief bestaat uit het realiseren, herstellen van een Erfdijk, het saneren van een agrarische bestemming/ omzetting bedrijfswoning naar burgerwoning en het realiseren van een nieuwe woning. De huidige agrarische bedrijfsbestemming wordt opgeheven en de rechtsgeldig aanwezige omgevingsvergunningen, activiteit bouw, ten behoeve van een paardenfokkerij op deze locatie worden ingeleverd. De intrekking van deze twee vergunningen is geborgd in de anterieure overeenkomst die inmiddels in juni 2020 is getekend. Het saneren van een agrarische bouwblok aan de Hamelspoelweg past in het vigerend beleid van de gemeente Oss, de locatie is gelegen in een gebied met de aanduiding : Beperkingen veehouderij. De functie van het gebied is niet bedoeld voor agrarische bedrijven. De locatie is wel aangewezen als bebouwingsconcentratie. Deze bebouwingsconcentraties zijn aangewezen in de “Structuurvisie Buitengebied 2015”. De locatie Hamelspoelweg en directe omgeving ligt in de bebouwingsconcentratie Kernrand Herpen. Het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning en het toevoegen van een burgerwoning past zeker in een bebouwingsconcentratie.
Enkel in een gebied welke is aangeduid als bebouwingsconcentratie behoort woningbouw tot de mogelijkheden De nieuwe woningbouwlocatie in deze bebouwingsconcentratie wordt ontwikkeld ter compensatie van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Een plan dat zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap en de stedenbouwkundige structuur op een plek. De bebouwingsconcentratie kernrand Herpen ligt in het kampenlandschap. Dit landschap heeft een halfopen karakter. Ten zuiden van de bebouwingsconcentratie loopt de ecologische verbindingszone Erfdijk. De Erfdijk is een oude dwarsdijk en heeft landschappelijke, cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarde. Op een aantal plaatsen is de Erfdijk in het verleden verdwenen. Het gebied rondom is landschappelijk en stedenbouwkundig zeer waardevol. Dit gebied biedt ook mogelijkheden voor kleinschalige recreatie zoals wandelen, fietsen en verblijfsrecreatie. De wandelmogelijkheden zijn te verbeteren door het aanleggen van paden en deze te verbinden. Het realiseren van de nieuwe Erfdijk past binnen de omgeving. De omgeving is het buitengebied nabij de Hamelspoel. Het herstel van de Erfdijk binnen dit initiatief betekent dat de historische route van de Hamelspoelweg naar de Molenstraat zoals deze tot 1967 aanwezig was zal worden hersteld.
Dit past binnen de omgeving omdat de dijk nagenoeg wordt aangesloten op de bestaande Erfdijk en wordt een “oude” Erfdijk in ere hersteld. Door de aanleg van een wandelpad naast dit deel van de Erfdijk past het project binnen de doelstelling van de Structuurvisie Buitengebied 2015. De locatie ligt in een gebied voor mogelijkheden van kleinschalige recreatie waaronder het wandelen langs de nieuwe Erfdijk behoort. Ook de bestaande bedrijfswoning ligt in deze bebouwingsconcentratie. Deze woning krijgt een woonbestemming hetgeen past in deze bebouwingsconcentratie Op provinciaal niveau is vastgelegd dat in dit gebied verstedelijking afweegbaar is. Hieromtrent wordt in paragraaf 4.3 verder ingegaan.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 12 van 77 voorontwerp maart 2020
2.6
Groen en water
Binnen dit plan wordt een woning gerealiseerd en een Erfdijk hersteld. De dijk zal conform de bestaande Erfdijk een breedte krijgen van circa 12 meter en een hoogte van 2,5 meter. Dit levert een talud op van 1 : 2. Naast deze Erfdijk zal aan de zijde van de nieuwe woning een wandelpad worden gerealiseerd. De dijk zal worden voorzien van gebiedseigen beplanting zoals lijsterbes, jeneverbes, sleedoorn, hulst. Nabij de nieuwe woning zullen de individuele bomen berken, haagbeuk, kastanje of zomereiken zijn, de houtwal zal bestaan uit esdoorn, lijsterbes. Een en ander conform het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 2. Om een en ander visueel te maken is een passage uit de landschappelijk inpassing hieronder ingevoegd.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 13 van 77 voorontwerp maart 2020
2.7
Beeldkwaliteit
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 14 van 77 voorontwerp maart 2020
Hoofdstuk 3 3.1
Toelichting op de regels
Algemeen
Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. De ruimtelijke onderbouwing met betrekking tot Erfdijk – Hamelspoel wordt onderdeel van het “veegbestemmingsplan” voor het buitengebied van de gemeente Oss.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 15 van 77 voorontwerp maart 2020
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. De hoofdlijnen van deze wet zijn samengevat: Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; De gemeente moet meer werk maken van de herziening van bestemmingsplannen: o Er komt een sanctie op verouderde bestemmingsplannen: geen legesheffing meer mogelijk; o Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; Er is een drempel voor planschade van 2%; De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt.
4.1.2 Grondexploitatiewet Tegelijk met de Wet ruimtelijke Ordening is de nieuwe Grondexploitatiewet (Grex-wet) in werking getreden. De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen. De Grex-wet is noodzakelijk omdat eerdere wettelijke instrumenten voor kostenverhaal, te weten de exploitatieverordening en de baatbelasting, niet toereikend bleken. Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Eén van de belangrijkste vernieuwingen die de wet brengt, is het verplichtende karakter van kostenverhaal. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1.
In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 16 van 77 voorontwerp maart 2020
2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. Dit initiatief voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). De verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft.
4.1.3 Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. De Wet natuurbescherming vervangt 3 wetten die tot 1 januari 2017 golden: • De Natuurbeschermingswet 1998. Deze wet regelde de natuurbescherming van gebieden. • De Flora- en faunawet. Deze wet beschermde in het wild voorkomende diersoorten en plantensoorten. • De Boswet. Deze wet beschermde de Nederlandse bossen. Met één wet en minder regels wordt de regelgeving voor natuurbescherming overzichtelijker. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000).
Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming, Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. Meer informatie over vergunningen en ontheffingen Wet natuurbescherming staat op de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 17 van 77 voorontwerp maart 2020
4.1.4 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. De wet is op 1 juli 2016 in werking getreden en vervangt zes wetten en regelingen. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. De Erfgoedwet vervangt de volgende zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed: • Monumentenwet 1988 (deels); • Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten; • Wet tot behoud van cultuurbezit; • Wet tot teruggave cultuurgoederen uit bezet gebied; • Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 over onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen; • Regeling materieel beheer museale voorwerpen. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten)net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten.
• verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen zoals de Wabo en het Bro. 4.2
Rijksbeleid
4.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Ruimte de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De visie stelt het (integrale) kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau in Nederland. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. In de SVIR zijn tot 2028 drie Rijksdoelen geformuleerd: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland. (concurrerend) Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. (bereikbaar) Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke cultuurhistorische waarden behouden zijn. (leefbaar en veilig) De SVIR vervangt onder meer de volgende nota’s:
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 18 van 77 voorontwerp maart 2020
de Nota Ruimte; de Structuurvisie Randstad 2040; de Nota Mobiliteit; de MobiliteitsAanpak; de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Verder vervallen met de SVIR de ruimtelijke doelen en uitspraken uit de Agenda Landschap, Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Oplossingsrichtingen Verstedelijkings- en landschapsbeleid wordt overgelaten aan gemeenten en provincies. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei geënt op het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Bij gebiedsontwikkelingen moet de daadwerkelijke vraag van bewoners, bedrijven en organisaties leidend worden. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen wordt een ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd: eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en, mocht nieuwbouw echt nodig zijn, altijd zorgen voor een optimale (multimodale) bereikbaarheid. Bij het verbeteren van de bereikbaarheid wordt sterk gelet op het samenspel tussen alle modaliteiten (weg, spoor, water) in samenhang met ruimtelijke ontwikkeling. Er moet innovatief worden omgegaan met de benutting van de infrastructuur.
Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op dertien nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaat boeken. Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De 13 nationale belangen zijn: Vergroten van de concurrentiekracht van Nederland 1. Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren. 2. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie. 3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen. 4. Efficiënt gebruik van de ondergrond. Verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid. 5. Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen. 6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem. 7. Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen. Waarborgen kwaliteit leefomgeving 8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s. 9.
Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling. 10. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. 11. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten. 12. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. Overkoepelend
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 19 van 77 voorontwerp maart 2020
13. Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. 4.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en hoofdspoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Ecologische hoofdstructuur Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor.
Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. 4.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen (Bro, artikel 3.1.d). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van ruimte in stedelijke gebieden.
Tot 1 juli 2017 dienden overheden nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren met drie voorgeschreven, opeenvolgende trappen (de treden van de ladder). Omdat de ladder als te ingewikkeld werd ervaren en voor veel onderzoekslasten zorgde, is de regeling per 1 juli 2017 gewijzigd. In de nieuwe regeling is de tekst teruggebracht tot de essentie: de drie treden worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening): “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 20 van 77 voorontwerp maart 2020
Als er sprake is van een wijzigings- of uitwerkingsplan, geldt het volgende (artikel 3.1.6 lid 3 Besluit ruimtelijke ordening): “Indien in een bestemmingsplan een wijzigings- of uitwerkingsbevoegdheid is opgenomen, dan kan in dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en de motivering daarvan (als bedoeld in artikel 3.1.6. lid 2 Bro) wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel”. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De nieuwe woningbouwlocatie in deze bebouwingsconcentratie wordt ontwikkeld ter compensatie van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Een plan dat zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap en de stedenbouwkundige structuur op een plek.
Door de woning op deze locatie, het bouwblok voor een agrarisch bedrijf van initiatiefnemer, te realiseren welk bouwblok is gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied, kan initiatiefnemer de financiële middelen beschikbaar krijgen om zorg te dragen voor de realisering van de nieuwe Erfdijk. De Erfdijk is een oude dwarsdijk en heeft landschappelijke, cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarde. Op een aantal plaatsen is de Erfdijk in het verleden verdwenen. Het gebied rondom is landschappelijk en stedenbouwkundig zeer waardevol De locatie is op grond van de provinciale Structuurvisie 2010, herziening 2014 aangewezen als zoekgebied voor verstedelijking. Door de aanwezigheid van het zoekgebied voor verstedelijking is de locatie geschikt voor verstedelijking. In de juridisch bindende Interim Omgevingsverordening is de locatie voor de woning ook aangewezen als gebied waar verstedelijking afweegbaar is. Het project “Erfdijk - Hamelspoel” voorziet in 1 woning en is derhalve geen stedenbouwkundige ontwikkeling en behoeft niet te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking doch past in een gebied voor stedelijke ontwikkeling.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1
Brabantse Omgevingsvisie 2018
De provincie wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Daarom is in december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 21 van 77 voorontwerp maart 2020
4.3.2
Structuurvisie 2010
De Structuurvisie 2010, partiële herziening 2014 van de provincie Noord-Brabant is op 2 juli 2014 vastgesteld. Op grond van deze visie is onderhavige locatie aangewezen als gemengd landelijk gebied alsmede als zoekgebied voor verstedelijking. Ingevolge artikel 2.4.1 van de Structuurvisie geldt dat zolang binnen deze gebieden nog geen verstedelijking heeft plaatsgevonden, daar feitelijk het perspectief van gemengd landelijk gebied aanwezig. Binnen de zoekgebieden verstedelijking geldt het beleid zoals opgenomen in deel B paragraaf 2.2.1. Voor wonen betekent dit: “ Wonen, werken, cultuurhistorie, recreatie, natuur en water. Het gemengd landelijk gebied is een veelzijdige gebruiksruimte. Ontwikkelingen, zoals wonen, werken, (historische) landgoederen, recreatie en toerisme, passen qua aard, schaal en functie bij de omgeving en houden rekening met de omgevingskwaliteiten. De ontwikkeling van functies is in beginsel alleen mogelijk op vrijkomende locaties. Er wordt rekening gehouden met (ontwikkelingsmogelijkheden van) omliggende bestaande functies, zoals volwaardige agrarische bedrijven, recreatiebedrijven of woonfuncties.” In artikel 2.4.1 wordt extra aandacht wordt gevraagd voor (het beperken van) de ontwikkelingsmogelijkheden van functies die een toekomstige stedelijke ontwikkeling kunnen bemoeilijken.
In casu is sprake van een woning binnen zoekgebied stedelijk gebied welke is gelegen op een vrijkomende agrarische locatie. Dit initiatief past binnen de Structuurvisie. Het beperken van agrarische mogelijkheden past eveneens binnen artikel 2.4.1 van deze visie, waarin is aangegeven dat ontwikkelingsmogelijkheden van functies die toekomstige stedelijke ontwikkelingen kunnen bemoeilijken beperkt kunnen worden.
De visies zijn bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten die de Wet ruimtelijke ordening biedt inzet. Naast deze Omgevingsvisie/Structuurvisie stelt de provincie een verordening op. In deze verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Aanvullend zijn ook gebiedspaspoorten opgesteld. Deze vormen een uitwerking van de visie en bevatten de landschapskenmerken die bepalend zijn voor de kwaliteit van een gebied of een landschapstype en hoe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het behoud en versterking daarvan. De provincie kiest met de visie voor een duurzame ontwikkeling waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes die de komende jaren op de provincie af komen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant. Provinciale belangen en ruimtelijke keuzes De provincie wil sturen op ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke keuzes geven inhoud aan het streven naar ruimtelijke kwaliteit en zijn van provinciaal belang. De belangrijkste keuzes voor de gemeente Oss zijn: Regionale contrasten De provincie wil de contrasten tussen klei, zand en veenontginningen versterken. Een multifunctioneel landelijk gebied
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 22 van 77 voorontwerp maart 2020
-
-
-
-
-
-
De provincie kiest voor een integrale aanpak. Waar de landbouw de drager van het landschap is wordt ruimte gegeven aan optimale en duurzame ontwikkeling van de aanwezige landbouwsector. In de jonge rivierkleigebieden moet de agrarische functie (rundveehouderij) behouden blijven. Op de oeverwallen langs de rivieren wordt ruimte geboden voor menging van landbouw, natuur, landschap, recreatie, wonen, werken en zorg. Dit is van belang voor de plattelandseconomie. Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem Het patroon van beken en kreken moet beter beleefbaar worden. De ecologische hoofdstructuur wordt versterkt door het natuursysteem nog beter aan het watersysteem te koppelen. Een betere waterveiligheid door preventie Gestreefd wordt naar vergroting van de watervoerende capaciteit van het rivierbed in combinatie met het concept van de doorbraakvrije dijk. Concentratie van verstedelijking Brabant heeft de ambitie zich te ontwikkelen tot een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau. De provincie vindt het daarom belangrijk dat er verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied, de zogenaamde mozaïekstructuur. Sterk stedelijk netwerk De provincie wil een sterk stedelijk netwerk van Brabantse steden. Goede bereikbaarheid tussen de steden onderling en andere omliggende stedelijke netwerken is belangrijk.
Groene geledingszones tussen steden De provincie zet in op behoud en ontwikkeling van groene geledingszones tussen de stedelijke kernen. Gedifferentieerd aanbod goed bereikbare vrijetijdsvoorzieningen Een kwalitatief goede vrijetijdsbesteding is een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van een goed leef-, werk- en vestigingsklimaat. Belangrijk aandachtspunt daarbij is dat er een breed aanbod aan vrijetijdsvoorzieningen is met een goede toegankelijkheid en bereikbaarheid.
Zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. De hoofdregel is dat ontwikkelruimte dient bij te dragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan vasthouden aan wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. De zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit bepaalt dat: er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik; er rekening wordt houden met de omgeving; de ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Dit principe is van toepassing op zowel het stedelijk als het landelijk gebied en wordt uitgewerkt in de Verordening ruimte 2014 ( gewijzigd 2017) welke verordening inmiddels vervangen is door de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik toepassen. Nieuw ruimtebeslag moet zoveel mogelijk voorkomen worden. In eerste instantie krijgen initiatieven een plek binnen bestaand bebouwd gebied. Pas als hier geen mogelijkheden zijn of de kwaliteiten van de geplande ontwikkeling hier niet bij passen, wordt er in de omgeving gezocht naar de best mogelijke plek.
Naast zuinig ruimtegebruik richt de provincie zich ook op herstructurering en hergebruik van verouderde locaties in het stedelijk gebied en op sanering van ongewenste functies in het buitengebied.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 23 van 77 voorontwerp maart 2020
Rekening houden met de omgeving Gebiedskenmerken en omliggende waarden, gebaseerd op de lagenbenadering, zijn leidend bij de vraag “waar” en “hoe” de nieuwe ruimte wordt aangesneden. De ruimtelijke onderbouwing van een ontwikkeling geeft aan hoe is omgegaan met de ambities zoals verwoord in de structuren en in de gebiedspaspoorten. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de gebiedskenmerken van de plek. Kwaliteitsverbetering van het landschap Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wil de provincie dat de initiatiefnemer zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te beperken. Dit uitgangspunt geldt voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied én buiten de ecologische hoofdstructuur en maakt de principes van ontwikkelingsplanologie toepasbaar. Concreet betekent dit dat passende functies zich kunnen ontwikkelen als er ook een prestatie voor het landschap tegenover staat. Daardoor wordt aantasting van de basiskwaliteit (bodem, water) en verlies aan ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden voorkomen. Ontwikkelingen die passen bij de aard, schaal en functie van het landelijk gebied, zoals agrarische en recreatieve ontwikkelingen en kleinschalige dienstverlening zijn mogelijk. Ook de ontwikkeling van andere (rode) functies is onder voorwaarden mogelijk.
De ruimtelijke onderbouwing van een besluit geeft aan welke bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteitsverbetering van het landschap en hoe dit is geborgd. In principe gaat de provincie uit van de realisering van een fysieke prestatie op de projectlocatie en/of de directe projectomgeving. Indien dat niet mogelijk is, is de vorming van gemeentelijk of regionaal landschapsfonds een optie. Structuren: ambitie, beleid en uitvoering De structuren geven een hoofdkoers aan, een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De volgende vier structuren worden onderscheiden. -
De groenblauwe structuur Het landelijk gebied De stedelijke structuur De infrastructuur
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 24 van 77 voorontwerp maart 2020
Structurenkaart
De groenblauwe structuur Deze omvat de samenhangende gebieden in Noord-Brabant waar natuur- en waterfuncties behouden en ontwikkeld worden. Niet alleen in, maar ook buiten de natuurgebieden. Er is ruimte voor de ontwikkeling van een natuurlijk en robuust watersysteem. Het vormt de groenblauwe ruggengraat van het landschap en is van belang voor een goede, aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving in Noord-Brabant. Binnen deze groenblauwe structuur wil de provincie het volgende bereiken: 1. Positieve ontwikkeling van de biodiversiteit, natuur- en watersystemen zijn beschermd en worden verbeterd door een goede onderlinge verbinding; 2. Een robuuste en veerkrachtige structuur. 3. De natuurlijke basis en landschappelijke contrasten versterken. Versterken van de identiteit van de landschappen; 4. Gebruikswaarde van natuur en water verbeteren. De gebieden in de groenblauwe structuur zijn belangrijk voor recreatie en toerisme. In de groenblauwe structuur worden drie perspectieven onderscheiden: Het kerngebied groenblauw Natuurgebieden in de ecologische hoofdstructuur, robuuste ecologische verbindingszones en belangrijke waterstructuren horen in dit perspectief. De hoofdfunctie is behoud en ontwikkeling van het natuur- en watersysteem. De groenblauwe mantel Overwegend gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfunctie voor natuur en water.
Gebieden grenzend aan het kerngebied die bijdragen aan de bescherming van de waarden. Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water(-beheer) en landschap is in de groenblauwe mantel een belangrijke opgave. Vormen van grondgebonden agrarisch gebruik zijn van blijvend belang voor de ontwikkeling van groene en blauwe waarden. Verder liggen er kansen voor recreatie en toerisme. De gebieden voor waterberging Deze gebieden zijn van belang voor hoogwaterbescherming (ruimte voor de rivier) en waterberging (regionale waterberging).
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 25 van 77 voorontwerp maart 2020
Het landelijk gebied Het landelijk gebied omvat het gebied buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur zoals steden, dorpen en bedrijventerreinen. Het gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte. Naast landen tuinbouw is er ruimte voor niet-agrarische functies. Binnen het landelijk gebied wil de provincie het volgende bereiken: 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie; 2. Ruimte voor duurzame agrarische ontwikkeling; 3. Versterking van het landschap. Er worden binnen het landelijk gebied twee perspectieven onderscheiden: Gemengd landelijk gebied De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is: het gemengd landelijk gebied. Binnen dit gebied wordt de agrarische functie vaak in samenhang met andere functies (in de omgeving) uitgeoefend. Hier kan worden voldaan aan de vraag naar kleinschalige stedelijke voorzieningen, recreatie en ondernemingen in een groene setting. Daarnaast wil de provincie ook dat er ruimte beschikbaar blijft om de agrarische productiestructuur te behouden en te versterken. Dat betekent dat (stedelijke) functies die ten koste gaan van de ruimte voor agrarisch gebruik of die strijdig zijn met de landbouw in die gebieden geweerd worden. Hierdoor blijft er ruimte gereserveerd voor agrarische ontwikkelingen.
De provincie vraagt aan gemeenten om deze gebieden vast te leggen en te beschermen. De landbouwontwikkelingsgebieden en de vestigingsgebieden glastuinbouw beschouwt de provincie in ieder geval als primair agrarisch gebied. Ook delen van het verwevingsgebied richten zich vaak primair op agrarische ontwikkeling. Accentgebied agrarische ontwikkeling Binnen deze gebieden ziet de provincie ruimte en kansen om de agrarische productiestructuur te verduurzamen en te versterken. Op de structurenkaart zijn vanuit een regionaal schaalniveau vier accentgebieden agrarische ontwikkeling aangeduid. De komgebieden van de gemeente Lith maken hiervan deel uit. Hier liggen mogelijkheden voor schaalvergroting en intensivering van de landbouw. Transitie naar een zorgvuldige veehouderij De wens tot verduurzaming van de agrarische sector heeft geleid tot de denklijn ‘Ontwikkelruimte moet je verdienen en is niet onbegrensd’. De denklijn bestaat uit drie uitgangspunten: ontwikkelruimte is alleen mogelijk als dit op bedrijfsniveau bijdraagt aan een verdere verduurzaming door het treffen van extra maatregelen; de som van het effect van alle bedrijven in een gebied kan de draagkracht van een gebied te boven gaan; door het bieden van een economisch perspectief aan de landbouw en agrofood door meer toegevoegde waarde van het product, transparantie en nieuwe verdienmodellen.
De ontwikkeling van de agrarische sector is gericht op inpassing in het landschap en een transitie naar duurzame en zorgvuldige veehouderij. De stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. Binnen de stedelijke structuur heeft de provincie de volgende doelen: 1. Concentratie van verstedelijking 2. Inspelen op demografische ontwikkelingen 3. Zorgvuldig ruimtegebruik 4. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 26 van 77 voorontwerp maart 2020
5. Betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur 6. Versterking van de economische clusters Er worden binnen de stedelijke structuur twee perspectieven onderscheiden: - Stedelijk concentratiegebied In het stedelijk concentratiegebied met de bijhorende zoekgebieden voor verstedelijking wordt het merendeel van de verstedelijkingsopgave opgevangen. De groene ruimten tussen de steden worden open gehouden. - Kernen in landelijk gebied De kernen in het landelijk gebied worden zo veel mogelijk ontzien van verdere verstedelijking doordat daar alleen de opvang van de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt opgevangen (migratiesaldo-nul). De locatie is gelegen in gemengd landelijk gebied. Binnen dit gebied wordt de agrarische functie vaak in samenhang met andere functies (in de omgeving) uitgeoefend. Hier kan worden voldaan aan de vraag naar kleinschalige stedelijke voorzieningen, recreatie en ondernemingen in een groene setting. Omdat de locatie tevens is gelegen in een zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling alsmede in een gebied wat is aangeduid als beperkingen veehouderij past de sanering van een agrarische bestemming (met de aanleg van een dijk) met ter compensatie een woning binnen de provinciale structuur.
4.3.3
Interim Omgevingsverordening Noord Brabant. (hierna: Interimverordening)
In de Interimverordening vertaalt de provincie Noord-Brabant de kaderstellende elementen uit haar beleid en rijksbeleid, waaronder het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De Interimverordening ruimte geldt als vervanging van de Verordening ruimte 2014 (gewijzigd 2017) Toetsingskader In de Wet ruimtelijke ordening is vastgelegd hoe de bevoegdheden op het gebied van ruimtelijke ordening zijn verdeeld tussen rijk, provincies en gemeenten. Provincies kunnen door middel van een planologische verordening regels formuleren waarmee gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening moeten houden. De provincie Noord-Brabant heeft hiertoe in 2010 de Verordening ruimte opgesteld. De Verordening ruimte is in 2010/2011 gefaseerd in werking getreden en is vervolgens periodiek herzien. Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is in werking getreden op 5 november 2019 en bevat regels voor de fysieke leefomgeving. De regels hebben betrekking op ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening heeft een aantal provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte, vervangen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter.
Dat betekent dat de regels uit de voorheen geldende verordeningen zijn gehandhaafd met het daarbij horende beschermingsniveau, en dat er in beginsel geen beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid, bijvoorbeeld uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De regels van de voorheen geldende Verordening ruimte zijn deels opgenomen in hoofdstuk 2 van de Interim omgevingsverordening (rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven) en deels in hoofdstuk 3 (instructieregels voor gemeenten).
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 27 van 77 voorontwerp maart 2020
De regels die in de Interim omgevingsverordening zijn opgenomen voor de ruimtelijke ordening (de regels die voorheen in de Verordening ruimte waren opgenomen) zijn een doorvertaling van het provinciaal beleid zoals dat is opgenomen in de Structuurvisie ruimtelijke ordening (Svro) en de Omgevingsvisie NoordBrabant. De regels zijn erop gericht om het leeuwendeel van de stedelijke ontwikkelingen te laten plaatsvinden in de stedelijke regio's en in het bestaand stedelijk gebied.
Werkingsgebieden in het plangebied Alle regels van de Interim omgevingsverordening zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven. Voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 3 van de verordening is Brabant onderverdeeld in drie werkingsgebieden: het Natuur Netwerk Brabant (NNB), het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Binnen het landelijk gebied wordt nader onderscheid gemaakt in de werkingsgebieden gemengd landelijk gebied en groenblauwe mantel. Daarnaast gelden voor een groot aantal regels specifieke werkingsgebieden, bijvoorbeeld voor de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, voor de ecologische verbindingszones en voor de gebieden waar extra beperkingen gelden voor veehouderijen.
4.3.3.1 Aanduiding plangebied Gemengd landelijk gebied De initiatieflocatie is gelegen in het gemengd landelijk gebied binnen het landelijk gebied. In het gemengd landelijk gebied stimuleert de provincie het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van de landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen Tevens gelden de Algemene regels voor bevordering ruimtelijke kwaliteit. De locatie is tevens gelegen in een zogenaamd ‘Stalderingsgebied’ en heeft de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’
rechtstreeks werkende regels landbouw: gemengd landelijk gebied.
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 28 van 77 voorontwerp maart 2020
Een bestemmingsplan gelegen in gemengd landelijk gebied onderscheidt, ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, gebieden waar een gemengde plattelandseconomie wordt nagestreefd met daarbij passende bestemmingen. Bestemmingen dienen aan te sluiten bij de plattelandseconomie en moeten bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Een nieuwe bestemming, of wijziging daarvan, mag geen afbreuk doen aan de ontwikkeling van de agrarische economie. Het plangebied is de laatste decennia getransformeerd naar een intensieve veehouderij naar een bedrijfswoning met een agrarisch bouwvlak.
Uit bovenstaande uitsnede van de kaart Landbouw blijkt dat voor deze locatie een zestal verwijzingen zijn opgenomen. Deze worden hieronder uitgewerkt. Verwijzing 1 betreft glastuinbouwbedrijven in gemengd landelijk gebied Verwijzing 2 betreft afwijkende regels omvang vrije tijds voorzieningen Verwijzing 3 betreft vestiging agrarisch technisch hulpbedrijf/agrarisch verwant bedrijf in gemengd landelijk gebied Verwijzing 4 betreft afwijking bestaande lawaaisport Verwijzing 5 betreft grondgebonden teeltbedrijf in gemengd landelijk gebied Verwijzing 6 betreft afwijkende regels niet agrarisch bedrijf mestbewerking In dit project zijn deze verwijzingen niet van toepassing. Het gaat niet om een bedrijf, een vrije tijdsvoorziening of lawaaisport.
Naast gemengd landelijk gebied ligt de locatie in een gebied met een stedelijke ontwikkeling en erfgoed 4.3.3.2 Stedelijke ontwikkeling
Erfdijk Hamelspoel – 2020, pag. 29 van 77 voorontwerp maart 2020
Uit het bovenstaande blijkt dat hiervoor een viertal verwijzingen zijn aangegeven. Deze verwijzingen worden hieronder uitgewerkt.
Verwijzing 1 betreft landgoed Verwijzing 2 betreft afwijkende regels verstedelijking afweegbaar Verwijzing 3 betreft afwijkende regels windturbines in verstedelijking afweegbaar Verwijzing 4 betreft samenloop van verstedelijking afweegbaar met andere werkingsgebieden