CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 bij toelichting - ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 in DD.PDF

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststellen bestemmingsplan "Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021"24.770 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

De bovenstaande doelstellingen worden door vertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: • • • • • •

Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Primair agrarisch gebied

Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwingsconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. Beschreven wordt in welke bebouwingsconcentratie de realisatie van nieuwe woningen voorstelbaar is en welke andere functies eventueel voorstelbaar zijn. De planlocatie is in de structuurvisie gelegen in het landschapstype ‘Oeverwal’. Onderstaande figuur geeft een uitsnede van kaart behorende bij de Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015 met daarop de planlocatie aangemerkt.

Figuur 3.3: Uitsnede kaart ‘Landschapstypen ’Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015.

Gebiedsbeschrijving De oeverwal is een hooggelegen rug, parallel aan de Maas. Van oorsprong worden de oeverwallen gekenmerkt door een relatief kleinschalig cultuurlandschap met een grote diversiteit. Door de aanwezigheid van veel landschapselementen heeft de oeverwal over het algemeen een groen en halfopen karakter. Naast de acht kleine kernen liggen op de oeverwal ook een zevental bebouwingsconcentraties. Voor deze bebouwingsconcentraties zijn aparte visies opgesteld. De planlocatie is gelegen in de bebouwingsconcentratie ‘Zuidelijke rand DeursenDennenburg’.

- 30 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Ruimtelijke visie De oeverwal is een gemengd gebied met als hoofdfuncties wonen, toerisme, recreatie en landbouw. Het gewenste ruimtelijke beeld voor de oeverwal is een kleinschalig gebied met halfopen karakter en een veelheid aan functies. De kleinschaligheid van de oeverwal wordt behouden en versterkt door het terugbrengen van kleinschalige landschapselementen. De aanleg van nieuwe landschapselementen wordt gestimuleerd. De (agrarische) bedrijven op de oeverwal dienen in het kleinschalige landschap van de oeverwal ingepast te worden. Het gaat hierbij om maatwerk. Voor voorliggend initiatief is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie bijlage) waarbij onder meer kleinschalige landschapselementen op de planlocatie worden toegevoegd. Hiermee wordt aangesloten bij de kaders uit de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2105. Functionele visie Het functioneel gemengde karakter van de oeverwal kan verder ontwikkeld worden. Waterveiligheid, wonen, agrarische bedrijven, natuur, toerisme en overige bedrijvigheid zullen meer verweven raken. Buiten de kernen en bebouwingsconcentraties heeft de oeverwal nog steeds een overwegend agrarische functie. Door de nabijheid van kernen en toegenomen aantal burgerwoningen op de oeverwal is het ontwikkelingsperspectief van de bestaande bedrijven vanuit milieuoogpunt beperkt.

Verwacht wordt dat een aantal agrarische bedrijven omschakelt naar een andere functie. Alleen in bebouwingsconcentraties kunnen nieuwe woningen worden toegevoegd. Bij stoppende agrarische bedrijven is omschakeling van de voormalige bedrijfswoning naar een burgerwoning voorstelbaar. Bij voorliggend initiatief wordt een agrarische functie beëindigd. De voormalige agrarische bedrijfswoning wordt hierbij omgeschakeld naar een burgerwoning. De bedrijfsmatige functie die naast de woonfunctie wordt toegestaan is kleinschalig van aard en sluit bij op het gemengde karakter van het gebied. Voorwaarde is wel dat sprake is van een kantoor met buitendienst. Een zelfstandig kantoor, met alleen een binnendienst, is een functie die niet thuishoort in het buitengebied. Het initiatief sluit hiermee aan bij de functionele visie voor het ‘oeverwal’ gebied zoals opgenomen in de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015. Bebouwingsconcentratie ‘Zuidelijke rand Deursen-Dennenburg’ De bebouwingsconcentratie, bestaande uit de zuidelijke rand van de dubbelkern Deursen-Dennenburg, bestaat uit verspreide bebouwing waaronder landbouwbedrijven, woningen, een niet-agrarisch bedrijf en een maatschappelijke voorziening (klooster Soeterbeeck). In figuur 3.4. is de analysekaart DeursenDennenburg uit de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 weergegeven.

Het klooster en andere bijzondere bouwkundige elementen zijn een aantrekkelijk stedenbouwkundig ensemble te midden van een fraai landschap. Het gebied kent echter weinig voorzieningen en recreatieve aanjagers. De agrarische sector heeft geen ruimte voor groei. Gestreefd moet worden naar behoud van het kleinschalig landschap en het respecteren van bestaande waarden. Versterken - 31 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

van boomstructuren langs de doorsneden historische wegen biedt kansen om de barrière van de Dorpenweg visueel te verkleinen. Nu er ten zuiden van de Dorpenweg gebouwd is, is het ruimtelijk verbinden van het noordelijk en zuidelijk bebouwd gebied belangrijk. Het stationspaadje biedt een snelle verbinding naar het station. Enige ondersteuning van de landschapsstructuur door woningbouw is ruimtelijke voorstelbaar. De voorgenomen bestemmingswijziging van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ past, gelet op de beperkte ruimte voor groei van de agrarische sector in dit gebied, binnen de gemeentelijke visie voor de bebouwingsconcentratie Deursen-Dennenburg. Bij de landschappelijke inpassing wordt tevens aandacht besteed aan de versterking van de boomstructuur langs het stationspaadje, daar initiatiefnemer te eigenaar is van de aan het stationspaadje grenzende gronden.

Figuur 3.3: Analysekaart Deursen-Dennenburg ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015.

- 32 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Conclusie De voorgenomen bestemmingswijziging van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ sluit aan op de kaders zoals opgesteld door de gemeente Oss in de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015. In de ruimtelijke en functionele visie voor het gehele ‘oeverwal’ gebied en specifiek voor de bebouwingsconcentratie ‘Deursen-Dennenburg’ wordt ruimte geboden voor wonen en de omschakeling van een (voormalige) agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. De groeimogelijkheden voor agrarische functies zijn beperkt en hier wordt door de gemeente Oss dan ook niet op ingezet voor dit gebied. Als voorwaarde aan de medewerking geldt dat er sprake moet zijn en blijven van een kantoor met buitendienst. Een zelfstandig kantoor, met alleen een binnendienst, is een functie die niet thuishoort in het buitengebied. Landschappelijke inpassing is een belangrijke randvoorwaarde bij medewerking aan nieuwe ruimtelijke initiatieven. Hieraan wordt bij voorliggend initiatief middels een landschappelijk inpassingsplan tegemoet gekomen. 3.4.2 Toekomstvisie Oss op weg naar 2020 De toekomstvisie ‘Oss op weg naar 2020’ is richtinggevend voor de beleidontwikkeling op langere termijn. Eén van de potenties van Oss ligt volgens deze visie in het gevarieerde landelijk gebied waarin zich tal van kleine kernen bevinden.

Uitgangspunt is het werken aan het behoud van het platteland met zijn rust en ruimte, aantrekkelijke kleinschalige toeristische voorzieningen en aan de ontplooiing van levenskrachtige dorpen. Een andere potentie ligt in werken aan een duurzame gemeente. Duurzame ontwikkeling van natuur, landschap en ecologie draagt bij aan de leefkwaliteit. De toekomstvisie stelt dat Oss vele ‘kostbare’ plekjes kent en een groots landschap, met ruimte voor landbouw en natuur. De gemeente Oss stelt in de toekomstvisie: ‘het bewaren van dat kostbare voor de toekomst is een opdracht die we onszelf stellen’. Bij voorliggend initiatief wordt het landschap ter plaatse niet aangetast. Bestaande gebouwen worden benut en er wordt geen bebouwing toegevoegd. Daarnaast wordt bij het initiatief voorzien in een goede landschappelijke inpassing waarbij diverse kleinschalige landschapselementen worden toegevoegd. Het initiatief past hiermee binnen de toekomstvisie van Oss. 3.4.3 Nota Landschapsbeleid 2015 Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving.

Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door - 33 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van nietinheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingselementen zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: • • • • •

Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug

Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst.

Figuur 3.4: Schetsbeeld oeverwal ‘Nota Landschapsbeleid Oss’.

Zoals aangeven is de planlocatie gelegen binnen het landschapstype ‘oeverwal’. Ruimtelijk gezien is het wenselijk om de hoogteligging van de oeverwal in het landschap duidelijker te laten zien. Daarnaast is het wenselijk om de kleinschaligheid en het groene karakter van de oeverwal te versterken. Met name in en rond de kernen wordt gestreefd naar een verdichting met beplanting. In de kernen worden de kleinschalige elementen als hagen, boomgaarden en grote tuinen gehandhaafd en versterkt. Op grotere afstand van de kernen verschuift het beeld geleidelijk van besloten naar halfopen. Verder van de kernen af zal het zicht op het open komgebied gehandhaafd blijven Bomenrijen staan vooral loodrecht op de dijk. De planlocatie is wat verder van de kernen Deursen-Dennenburg en Ravenstein gelegen en kenmerkt zich dan ook meer door een halfopen beeld.

- 34 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Overeenkomstig de Nota Landschapsbeleid is onderhavig initiatief landschappelijk ingepast. Door TBH is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld conform de richtlijnen uit deze nota. Dit landschappelijk inpassingsplan is toegevoegd aan de bijlage van voorliggende toelichting bij het bestemmingsplan. Een impressie van het plan is opgenomen in figuur 2.2. van voorliggende toelichting. 3.4.4 Woonvisie gemeente Oss 2020 In 2013 is de Woonvisie van de gemeente Oss vastgesteld. Onder andere de evaluatie daarvan uit 2017, de actuele ontwikkelingen en trends op de woningmarkt, de actualisatie van de uitgangspunten van het Portefeuillemanagement Wonen naar de huidige context op de woningmarkt (PFM) en de uitkomsten van het Woonwensenonderzoek zijn aanleiding om onze woonvisie te actualiseren in de Woonvisie gemeente Oss 2020. De ambities van de gemeente Oss blijven: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen.

Toegevoegd is de ambitie: • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. Dit betekent het ontwikkelen van goede woonmilieus voor de inwoners van Oss, maar ook de behoefte vanuit de regio. Onze ambitie is daarbij om de woningbouw te versnellen. In de Woonvisie gemeente Oss 2020 is ook voor het Landelijk Gebied een woningbouwopgave opgenomen. De opgave bestaat vooral uit aanvullende plannen voor sociale- en vrije sector huur én appartementen. Er is een overcapaciteit aan plannen voor dure koopwoningen. De omzetting van een bestaande agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning wordt niet aangemerkt als een ‘nieuwe’ woning. Zoals tevens opgenomen in de Structuurvisie wordt hiervoor wel ruimte geboden. Hiermee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de Woonvisie gemeente Oss 2020. 3.4.5 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor huis aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis - 35 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

uitgeoefend kan worden. Met het beleid wordt ingespeeld op veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen uitgeoefend worden in/bij de woning. Echter niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. Bij voorliggend initiatief wordt binnen de woonbestemming een ingenieursbureau met buitendienst met een gezamenlijke oppervlakte van 400 m2 mogelijk gemaakt. Deze activiteiten zijn in de huidige situatie reeds gevestigd op het perceel.

Een ingenieursbureau is opgenomen in de lijst behorende bij het ‘Beleid aan huis gebonden activiteiten’, echter gelet op de omvang van de activiteiten is in onderhavige situatie het ingenieursbureau niet aan te merken als een ‘aanhuis-gebonden activiteit’. Het initiatief past hiermee binnen het beleid voor aan huis gebonden activiteiten van de gemeente Oss.

- 36 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

4.

Gemeente Oss

Ruimtelijke en milieuhygiënische effecten

Bij het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten van het project. Aangetoond dient te worden dat de realisatie van het project er niet toe leidt dat andere functies in de omgeving worden beperkt in hun mogelijkheden en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

4.1

Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende fysieke afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen), geen overlast, hinder of schade ontstaat. Afhankelijk van het bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. Wettelijk kader De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen. Omgevingstype In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. De VNG-handreiking hanteert voor de omgevingstypen de volgende omschrijving: Rustige woonwijk en rustig buitengebied “Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor.

Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.” Gemengd gebied “Een gemengd gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.”

- 37 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Het plangebied is gelegen in een rustig buitengebied. Op basis van het voor het perceel vigerende bestemmingsplan wordt in onderhavig hoofdstuk de aanwezigheid van milieubelastende functies in de nabijheid van het plangebied onderzocht. Aangegeven wordt welke afstanden uit de VNG brochure van toepassing zijn en getoetst wordt of hieraan kan worden voldaan. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt of met de beoogde ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Milieuzonering Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt de agrarische bestemming gewijzigd in een woonbestemming. In de huidige situatie is op de planlocatie binnen de agrarische bestemming een ingenieursbureau met buitendienst gevestigd. Mede gelet op het feit dat deze activiteiten niet passen binnen de agrarische bestemming wordt de bestemming omgezet naar Wonen. Het in de huidige situatie aanwezige ingenieursbureau met buitendienst blijft in de toekomstige situatie gehandhaafd op de planlocatie. De activiteiten van een ingenieursbureau met buitendienst kunnen op basis van de VNG Handreiking worden aangemerkt als activiteiten in milieucategorie 2. De maatgevende (grootste) richtafstand voor bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 2 binnen het omgevingstype ‘rustig buitengebied’ bedraagt 30 meter.

Deze richtafstand dient te worden aangehouden tussen de planlocatie en de in de omgeving gelegen gevoelige objecten. De afstanden worden gemeten vanaf de grens van de planlocatie waarop de bestemming ‘Wonen’ rust tot aan de meest dichtbij gelegen gevel van de woningen (gevoelige functies). Milieuzonering als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling In de directe omgeving van de planlocatie zijn drie burgerwoningen gelegen aan De Rijt 1, Elleboogstraat 1 en Elleboogstraat 1A. Op de locatie Elleboogstraat 11A is middels het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingen Buitengebied Oss – 2018’ de agrarische bestemming gewijzigd in een woonbestemming en is de bouw van een extra (Ruimte-voor-Ruimte) woning mogelijk gemaakt. De gevel van de burgerwoning aan De Rijt 1 is het meest dichtbij de planlocatie gelegen, op een afstand van 57 meter. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de grootste richtafstand van 30 meter, waarmee kan worden aangenomen dat ter plaatse van deze burgerwoningen het woon- en leefklimaat als gevolg van de voorgenomen bestemmingswijziging aanvaardbaar is.

Milieuzonering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling Naast de milieuhinder die het ingenieursbureau met buitendienst op gevoelige objecten in de omgeving kan veroorzaken, is het ook van belang om na te gaan wat de mogelijke milieuhinder afkomstig van de omliggende (agrarische) bedrijven op de burgerwoning aan Elleboogstraat 3 bedraagt. Hiermee wordt zeker gesteld dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbaar woonen leeflimaat als gevolg van deze omliggende bedrijven. Hiertoe zijn in onderstaande figuren de hindercontouren van de omliggende bedrijven (binnen een

- 38 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

straal van 250 meter van het plangebied) aangegeven. De hindercontouren komen voort uit de voor de functie van toepassing zijnde richtafstanden uit de VNG handreiking. Betreffende richtafstanden zijn gemeten vanaf de grens van het perceel waarop de bestemming ‘Bedrijf’ (of andere milieubelastende functie) rust tot de aan de meest dichtbij gelegen gevel van de woning aan de Elleboogstraat 3 (gevoelige functie). De afstanden gelden voor het zogenaamde rustig buitengebied. Bedrijf

richtafstand in meters

afstand feitelijk

id

adres

bestemming - functie

geur

stof

geluid

gevaar

1

Dorpenweg 23-25

Bedrijf - studiecentrum

10

0

30

10

18 m.

2

De Rijt 2

Agrarisch - melkvee

100

30

30

0

130 m.

3

Laagstraat 2

Agrarisch – vleesvarkens

200

30

50

0

240 m.

Figuur 4.1: Overzicht en toetsing richtafstanden.

Uit figuur 4.1 volgt dat voor wat betreft het aspect geluid niet wordt voldaan aan de genoemde richtafstanden voor het studiecentrum aan de Dorpenweg 23-25 tot de woning aan Elleboogstraat 3. Dit aspect dient nader te worden onderzocht.

4.2

Geur Per 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door veehouderijbedrijven. Voor een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of: ➢ Bestaande bedrijven door het plan niet worden belemmerd in huidige of toekomstige bedrijfsvoering; ➢ Er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het eerste punt wordt de zogenaamde toets op de ‘omgekeerde werking’ toegepast. Daarbij wordt uitgegaan van de geurnormen en de richtafstanden uit de Wet geurhinder (Wgv) of de gemeentelijke verordening. Voor het tweede punt moet worden getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Verordening Ruimte of gemeentelijke beleidsregel. Voorgrondbelasting Volgens de Wgv moet aan de in onderstaande tabel vermelde normen of afstanden worden voldaan. De planlocatie is gelegen binnen een concentratiegebied. Aanvullend dient, volgens lid 2 van artikel 3 van de Wgv, de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken

- 39 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

van een andere veehouderij, buiten de bebouwde kom ten minste 50 meter te bedragen.

Categorie geurgevoelig object

Wettelijke geurnorm (OUe/m3)

Wettelijke geurnorm (OUe/m3)

buiten concentratiegebied

binnen concentratiegebied

bebouwde kom

2

3

buiten de bebouwde kom

8

14

Categorie geurgevoelig object

Wettelijke vaste afstand (m)

Wettelijke vaste afstand (m)

bebouwde kom

100

100

buiten de bebouwde kom

50

50

Figuur 4.2: Normen/afstanden volgens de Wgv.

De Wgv biedt aan gemeenten de mogelijkheid om middels een gebiedsvisie, binnen bepaalde marges, af te wijken van de in de wet genoemde geurnormen. Wanneer er geen geurverordening wordt opgesteld, blijven de vaste wettelijke normen en afstanden uit de Wgv van kracht. De gemeenteraad van Oss heeft in haar vergadering van 28 april 2017 de ‘Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Oss 2017’ vastgesteld. Met de verordening wordt invulling gegeven aan de beleidsruimte die de geurwetgeving biedt. De gemeente Oss heeft in haar Verordening kleinere vaste afstanden opgenomen, te weten ten minster 50 meter binnen de bebouwde kom en ten minste 25 meter buiten de bebouwde kom. Daarnaast heeft zij voor het gebied waarin de planlocatie gelegen is een afwijkende geurnorm van 8,0 (in plaats van 14,0) opgesteld voor wat de betreft individuele geurbelasting van veehouderijen op gevoelige objecten. Doordat, zoals blijkt uit figuur 4.1, ruimschoots aan de vaste afstand tot de melkveehouderij aan De Rijt 2 wordt voldaan (dieren zonder geuremissie), kan worden aangenomen dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat v.w.b. geur afkomstig van deze melkveehouderij. Daarnaast is tussen de melkveehouderij aan De Rijt 2 en de planlocatie de burgerwoning aan De Rijt 1 gelegen.

Deze burgerwoning is het maatgevende object voor de uitbreidingsruimte van het bedrijf. Hierdoor wordt het de melkveehouderij aan De Rijt 2 niet belemmerd in haar ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van de voorgenomen bestemmingswijziging naar Wonen. Ondanks dat ook voor de varkenshouderij aan de Laagstraat 2 voldaan wordt aan de richtafstand, is om vast te stellen of het woon- een leefklimaat ter plaatse van de burgerwoning aanvaardbaar is ook de (individuele) voorgrondbelasting afkomstig van de veehouderij aan Laagstraat 2 op het dichtstbijzijnde hoekpunt van de woning aan Elleboogstraat 3 in beeld gebracht. Deze berekening is uitgevoerd met ‘V-Stacks Vergunningen’. Hierbij is (worst case) het emissiepunt gelegd op de rand van het bouwvlak. De invoergegevens en uitkomst van de berekening zijn opgenomen in figuur 4.3. Uit de berekening blijkt dat de maximale individuele geurbelasting van het bedrijf aan Laagstraat 2 op de burgerwoning 2,275 ouₑ/m³ bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de geurnorm - 40 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

van 8,0 ouₑ/m³ en is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Onderstaand zijn de brongegevens en de uitkomst van de berekening weergegeven. Laagstraat 2 Deursen-Dennenburg Brongegevens BronID X-coor Rand bouwvlak 172091

Y-coor

ST-hoogte

423434

6.0

STGemGebH bindiam 5.0

0.5

STuittree

Evergund

E-Max Vergund

4.0

16100

16100

Geurgevoelige Locatie GGLID

X-coor

Y-coor

Geurnorm

Geurbelasting [OU/m3]

Hoekpunt woning Elleboogstraat 3

172191

423226

8.0

2.275

Figuur 4.3: Berekening voorgrondbelasting Laagstraat 2 op woning Elleboogstraat 3.

Naast de varkenshouderij aan Laagstraat 2 is de burgerwoning aan Laagstraat 4 gelegen. Deze burgerwoning is het maatgevende object voor de uitbreidingsruimte van het bedrijf. Hierdoor wordt het de varkenshouderij aan Laagstraat 2 eveneens niet belemmerd in haar ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van de voorgenomen bestemmingswijziging naar Wonen. De Rijt 1A Deursen-Dennenburg Brongegevens BronID X-coor Rand bouwvlak 171596

Y-coor

ST-hoogte

423205

6.0

STGemGebH bindiam 5.0

0.5

STuittree

Evergund

E-Max Vergund

4.0

51086

51086

Geurgevoelige Locatie GGLID

X-coor

Y-coor

Geurnorm

Geurbelasting [OU/m3]

Hoekpunt woning Elleboogstraat 3

172191

423226

8.0

2.342

Figuur 4.4: Berekening voorgrondbelasting De Rijt 1A op woning Elleboogstraat 3.

Tot slot is aan De Rijt 1A nog een vleeskalverenbedrijf gelegen op een afstand van 600 meter van de planlocatie. Voor de volledigheid is ook voor dit bedrijf de (individuele) voorgrondbelasting afkomstig van het bedrijf op het dichtstbijzijnde hoekpunt van de woning aan Elleboogstraat 3 in beeld gebracht. Deze berekening is uitgevoerd met ‘V-Stacks Vergunningen’. Hierbij is (worst case) het emissiepunt gelegd op de rand van het bouwvlak. De invoergegevens en uitkomst van de berekening zijn opgenomen in figuur 4.4. Uit de berekening blijkt dat de maximale individuele geurbelasting van het bedrijf aan De Rijt 1A op de burgerwoning 2,342 ouₑ/m³ bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de geurnorm van 8,0 ouₑ/m³ en is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In figuur 4.4 zijn de brongegevens en de uitkomst van de berekening weergegeven.

- 41 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Tussen het vleeskalverenbedrijf aan De Rijt 1A en de woning aan Elleboogstraat 3 zijn de burgerwoningen aan De Rijt 4, De Rijt 6 en De Rijt 1 gelegen. Deze drie burgerwoningen zijn allen eerder belemmerend voor de uitbreidingsruimte van het bedrijf. Hierdoor wordt het vleeskalverenbedrijf aan De Rijt 1A niet belemmerd in haar ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van de voorgenomen bestemmingswijziging naar Wonen. Achtergrondbelasting Om aan te tonen dat er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening of gemeentelijke beleidsregel. Voor de achtergrondbelasting zijn in de Interim omgevingsverordening de volgende toetswaarden worden aangehouden: 10 ouₑ/m³ voor objecten in de bebouwde kom; 20 ouₑ/m³ voor objecten in het buitengebied.

Figuur 4.5: Normen woon-/leefklimaat ‘Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder’

De gemeente Oss heeft in haar ‘Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder’ aansluiting gezocht bij deze normen en opgenomen wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zoals opgenomen in figuur 4.5. De planlocatie is gelegen in het buitengebied. Indien de achtergrondbelasting is geclassificeerd als ‘onvoldoende’ dan is er in beginsel geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De achtergrondbelasting geur bedraagt ter plaatse van de planlocatie minder dan 5 ouₑ/m³. De wettelijke norm van 20 ouₑ/m³ wordt hiermee niet overschreden. Het woon- en leefklimaat ter plekke van de planlocatie als gevolg van de gecumuleerde geurbelasting (achtergrondbelasting) kan dan ook worden aangemerkt als goed tot zeer goed. Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect geur geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.3

Gezondheid in relatie tot veehouderijen Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. De provincie heeft op 7 juli 2017 een verbod op de uitbreiding van geiten- 42 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

houderijen ingevoerd. In het kader van de omgekeerde werking (gevoelige functies rond geitenhouderijen) wordt bekeken of er zich binnen 2 kilometer van het plan bedrijven met geiten bevinden. De bedrijven aan Beemdenweg 4 te Huisseling (5 geiten), Dorpenweg 10 (10 geiten) en De Rijt (5 geiten) houden allen minder dan 50 geiten en vallen hiermee onder de grens waar de volksgezondheidsonderzoeken mee rekenen. Er wordt daarnaast geen nieuwe gevoelige bebouwing opgericht. De feitelijke situatie wijzigt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling niet. Er zijn dan ook geen belemmeringen als gevolg van geitenhouderijen voor voorliggend initiatief. Daarnaast dient op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de blootstelling aan endotoxine heeft de Gezondheidsraad een advieswaarde van 30 EU/m3 vastgesteld. De advieswaarde van de Gezondheidsraad voor endotoxine is een instrument ter bescherming van de gezondheid van omwonenden van veehouderijen. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen pluimvee- en varkenshouderijen.

Op basis van de Handreiking Endotoxine kan de afstand worden berekend waarbinnen naar verwachting deze advieswaarde wordt overschreden. Rondom de planlocatie is, zoals weegegeven in figuur 4.1, één varkenshouderij gelegen aan de Laagstraat 2. Deze varkenshouderij heeft een PM10 (endotoxine) emissie van 107 kg per jaar. In de 'Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: endotoxine toetsingskader 1.0' wordt een toetsingskader geboden voor ontwikkelingen van of rondom veehouderijen. Bij dit toetsingkader wordt gebruik gemaakt van een formule en een grafiek, waar de fijnstofemissie (kg/jr) wordt afgezet tegen een afstand in meters die moet worden gehouden ten opzicht van gevoelige functies (zoals woningen). Voor vleesvarkens luidt deze formule als volgt:

Op basis van de vergunde fijnstofemissie kan door middel van bovenstaande formules worden berekend binnen welke afstand naar verwachting de advieswaarde voor endotoxine wordt overschreden. Voor wat betreft de varkenshouderij aan de Laagstraat 2 geldt een richtafstand van 49 meter.

- 43 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

id

adres

Type bedrijf

1.

Laagstraat 2

Varkens: 107 kg. PM10/jaar

Gemeente Oss

Richtafstand

Werkelijke

Endotoxine

afstand

49 m.

270 m.

Figuur 4.6: Richtafstand Endotoxine.

Bovenstaande richtafstanden worden conform het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0' aangehouden vanaf het emissiepunt van het bedrijf, zoals opgenomen in Web-BVB, tot aan de gevel van een gevoelig object. Hierbij wordt geen rekening gehouden met meteo-omstandigheden, daar de mogelijkheden om dit te doen vooralsnog ontbreken. Zoals weergegeven in figuur 4.6 wordt voldaan aan de geldende richtafstand voor endotoxine. Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect endotoxine geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.4

Luchtkwaliteit De ‘Wet luchtkwaliteit’ vormt per 15 november 2007 het toetsingskader voor nieuwe plannen en projecten in relatie tot de kwaliteit van de lucht. Als onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is de AMvB ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) opgenomen. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Deze regeling is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of vertragen. Het voorgenomen plan betreft een bestemmingwijziging van Agrarisch naar Wonen. Dit betreft een plan dat niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het plangebied zelf. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. De bestaande agrarische bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. In de nieuwe situatie is daarmee sprake van één bestaand gevoelig object. De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het plangebied zijn dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM zoals opgenomen in figuur 4.7 en figuur 4.8.

De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied ligt onder de 18 μg/m3, de norm bedraagt 40 μg/m3 en op basis van de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant 31,2 μg/m3. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 10 en 15 μg/m3, de norm bedraagt 40 μg/m3. De conclusie is dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit.

- 44 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

Figuur 4.7: GCN-kaart RIVM fijnstof (bron: geodata.rivm.nl)

Figuur 4.8: GCN-kaart RIVM stikfstofdioxide (bron: geodata.rivm.nl)

4.5

Geluid Ten aanzien van het aspect geluid zijn het wegverkeer en de bedrijven van belang. Voor het wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder het toetsingskader en voor de bedrijven de Wet milieubeheer (waaronder het Activiteiten- 45 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

besluit). Daarnaast moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wegverkeerslawaai De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Door de bestemmingswijziging naar Wonen wordt het woonhuis een geluidgevoelige bestemming. De Elleboogstraat heeft echter een lage verkeersintensiteit en betreft (agrarisch) bestemmingsverkeer. Het plangebied ligt wel in de geluidzone van de Dorpenweg, maar de gevelbelasting van het pand Elleboogstraat 3 is lager belast dan de voorkeursgrenswaarde.

Industrielawaai Voor wat betreft het industrielawaai als gevolg van de bedrijfsmatige activiteiten op de planlocatie wordt, zoals aangegeven in paragraaf 4.1, voldaan aan zowel richtafstand van 30 meter voor geluid voor bedrijven in milieucategorie 2 tot de geluidgevoelige objecten in de omgeving. Voor wat betreft het industrielawaai dat door omliggende bedrijven veroorzaakt wordt op de gevel van de woning op de planlocatie blijkt uit figuur 4.1 dat niet wordt voldaan aan de richtafstand van 30 meter voor het ‘studiecentrum’ aan de Dorpenweg 23-25. Deze afstand is gemeten van de gevel van de woning tot aan de grens van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’. Het bouwvlak binnen de bedrijfsbestemming aan Dorpenweg 23-25 is echter op ruim 95 meter van de gevel van de woning gelegen. De tussenliggende gronden buiten het bouwvlak zijn in gebruik als landschapstuin bij het studiecentrum. Dit waarborgt dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen de bedrijfsmatige activiteiten aan de Dorpenweg 23-25 en de voorgevel van de woning aan de Elleboogstraat 3. Daarnaast heeft het studiecentrum ca. 50 parkeerplaatsen. De parkeerplaats is op ca . 40 meter van de woning Elleboogstraat 3 gelegen. Er is nu sprake van een bedrijfswoning en deze wordt burgerwoning. Kortom de geluidgevoelige bestemming blijft gehandhaafd. Het studiecentrum moet (blijven) voldoen aan het Activiteitenbesluit.

Voor wat betreft het aspect geluid zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

- 46 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

4.6

Gemeente Oss

Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht moet in planvorming rekening gehouden worden met bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij ieder nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Ook bij nieuw gebruik voor gevoelige functies, zoals voorliggende bestemmingswijziging, kan bodemonderzoek nodig zijn. Bij de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. De grond wordt dan ook niet geroerd. Gelet echter op het in het verleden aanwezige agrarisch gebruik, dient de bodem ter plaatse als niet onverdacht van bodemverontreiniging te worden beschouwd. Dit betekent dat uitvoering van verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is om uitsluitsel te geven over de bodemkwaliteit. Door initiatiefnemer is aan Archimill opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende onderbouwing.

De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen en luidt als volgt: Conclusies en aanbevelingen Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: 1. In de bovengrond is een zwakke tot sterke bijmenging met baksteen of puin aangetroffen. 2. De puinhoudende grond uit de bovenlaag (0-0,9 m-mv) is licht verontreinigd met lood, minerale olie, PAK’s en/of PCB’s. 3. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. 4. De hypothese niet-verdachte locatie kan voor het grondwater worden aangenomen en dient voor de bovengrond te worden verworpen op basis van de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij het volgende op: 1. De aangetroffen bijmengingen met puin in de bovengrond geven, conform NEN 5707, aanleiding tot een verkennend onderzoek naar asbest. 2. Ons inziens behoeven er voor het overige, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden aan de gewenste functiewijziging en uitbreiding van één van de bijgebouwen.

- 47 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

3. De lichte verontreinigingen in de bovengrond vormen geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek conform de Circulaire Bodemsanering [8]. De aanwezigheid van boven-genoemde componenten vormt, gezien de concentraties, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaar. 4. Gelet op de aangetroffen concentratie aan barium in het grondwater is het uitvoeren van een nader onderzoek naar de herkomst volgens de Circulaire Interventiewaarden Bodemsanering niet noodzakelijk. Aangezien direct contact met het grondwater niet te verwachten is blijft het risico uit oogpunt van volksgezondheid en milieuhygiëne beperkt. 5. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit. Op basis van bovenstaande conclusies is een verkennend onderzoek naar asbest uitgevoerd vanwege de aangetroffen bijmengingen met puin. De conclusie van dit onderzoeken luidt als volgt: Conclusie Op basis van de fijne fractie (<20 mm) van de noordelijke inspectiegaten wordt de toetsingswaarde voor nader onderzoek naar asbest (van 50 mg/kgds) hier overschreden. Ter plaatse van het zuidelijke terrein wordt de toetsings-waarde voor nader onderzoek niet overschreden.

Aangezien slechts één asbesthoudend fragment is aangetroffen willen wij adviseren om de inspectiegaten van waaruit het mengmonster M.M.2 is samengesteld opnieuw te bemonsteren en twee mengmonsters van de fijne fractie (<20 mm) te laten analyseren op het gehalte aan asbest. Ter plaatse van de planlocatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Vervolgens is additioneel tevens een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Op basis van de gemeten concentratie >100 mg/kgds asbest is aanvullend nader asbestonderzoek nodig. Omdat er asbest in de contactzone is aangetroffen (onverhard terrein) kan er mogelijk sprake zijn van humane risico’s. Het feitelijk gebruik ‘wonen met tuin’ wijzigt echter middels voorliggend plan niet. Een aanvullend nader onderzoek is op dit moment dan ook niet benodigd. Voor de planlocatie kunnen er echter risico’s zijn in verband met de aanwezigheid van asbest in de bovenlaag. Er gelden dan ook gebruiksbeperkingen bij het ontgraven in onverhard gebied.

4.7

Water Waterbeheer is een essentieel onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Aa en Maas. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het Waterschap een aantal beleidsmatige

- 48 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer Beleidskader Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn de Waterwet, het Provinciaal Water-huishoudingsplan van de provincie Noord-Brabant, het Waterbeheerplan 2016-20121 van het Waterschap Aa en Maas, de Vierde Nota Waterhuishouding, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Kern van deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater.

Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen. Waterbeheerplan 2016-2021 Aa en Maas Het beleid van het waterschap is uitgewerkt in het waterbeheerplan 2016-2021. Dit is een nadere invulling van de doelstellingen zoals geformuleerd in het nationaal waterplan en het provinciaal waterplan. Het waterschap streeft naar het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dieren en plant in het gebied, waarbij veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten. De belangrijkste doelen voor de periode tot en met 2021 zijn: 1. Implementatie van het hoogwaterbeschermingsprogramma. Concreet betekent dit dat in de planperiode de voorbereidingen worden getroffen om de dijken te laten voldoen aan de nieuwe landelijk vastgestelde normen. 2. Oplossen van nog resterende wateroverlastknelpunten in bebouwd gebied en aanpakken van de wateroverlastlocaties in landelijk gebied (reserveringsgebieden).

- 49 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

3. Voortgaan met de aanleg van ecologische verbindingszones en (hydrologisch) herstel van natuurgebieden (NNB). 4. Aanpak van verdroging op de hogere zandgronden via bijvoorbeeld aangepast peilbeheer (GGOR), watertoevoer en lokale maatregelen om water vast te houden aan de bron. 5. Verbetering van de waterkwaliteit en een meer ecologisch beheer van de watersystemen. 6. Het – samen met gemeenten – treffen van maatregelen in bebouwd gebied waarbij water en groen een bijdrage leveren aan een gezonder woon- en werkomgeving. 7. Het verder optimaliseren van het zuiveringsproces op de rioolwaterzuiveringen waarbij energie en grondstoffen worden terug gewonnen. Keur Waterschap Aa en Maas De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben nieuwe waterregels vastgesteld. De regels (Keur) zijn eenvoudiger en er is minder vaak een vergunning nodig dan voorheen. Activiteiten rondom kleine watergangen zijn in veel gevallen zelfs vrijgesteld van regels. De Keur is een verordening waarin staat wat wel en niet mag rond watergangen, dijken en grondwater. Voor veel zaken hoeven burgers en bedrijven geen vergunning meer aan te vragen. Een melding aan het waterschap volstaat. Alle ingrepen welke een grote impact hebben op belangrijke watergangen en keringen blijven vergunningplichtig. Vanaf 1 maart 2015 geldt de Keur in de drie waterschappen.

Sinds 1 april 2021 is de herziene Keur in werking getreden. Het doel van de regels is om de wateraanvoer en waterafvoer te waarborgen, NoordBrabant te beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van droogte te beperken. De waterschappen maken, bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak, onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Dit heeft er toe geleid dat voor kleine plannen (toename van verhard oppervlak tussen de 500 m² en de 10.000 m²) kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatieopgave. Voor grote plannen (toename van verhard oppervlak groter dan 10.000 m²) volstaat deze rekenregel niet en is altijd een waterhuishoudkundig onderzoek door de initiatiefnemer noodzakelijk waarbij het waterschap vroegtijdig dient te worden betrokken. Voor plannen waarbij de toename van verhard oppervlak kleiner is dan 500 m² hebben de drie waterschappen besloten dat, gezien de dermate kleine afvoer van hemelwater, het verantwoord is geen compensatie te eisen. Bij voorliggend initiatief vindt een bestemmingswijziging van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ plaats. De bebouwingsmogelijkheden worden hierbij niet vergroot. De

- 50 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

bestaande bebouwing en erfverharding blijft in haar huidige vorm gehandhaafd. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van voorliggend plan dan ook niet toe. Gemeentelijk waterbeleid In het gemeentelijk Waterplan uit 2005 is een lange termijn visie op water in Oss opgenomen. Deze visie, een gezamenlijk product van gemeente en waterschap, is nog steeds de gewenste ontwikkeling en is daarom opnieuw in dit plan opgenomen als vertrekpunt voor beleid in de komende planperiode. Uitgangspunt van het beleid is dat er in Oss naar een duurzaam watersysteem wordt gestreefd, waarbij voorkomen wordt dat de problemen worden afgewenteld naar elders of naar later. Aan de hand van vier thema’s wordt het waterbeleid verder uitgewerkt. Beleving van water Oss streeft naar een functioneel, veerkrachtig en mooi watersysteem met zichtbaar en veilig water waardoor een prettige leefomgeving ontstaat. Water als ordenend principe De gemeente wil rekening houden met water tijdens het ontwerp van nieuwe wijken. Water is steeds meer ordenend. Er wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld. Herinrichting of nieuwbouw mag dus niet leiden tot een grotere afvoer uit het plangebied. Het beleid is erop gericht om veel meer en langer water vast te houden, te bergen en pas daarna af te voeren. Waterkwaliteit Oss streeft naar water dat helder en schoon is.

De kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater moet op alle punten aan de vereiste ecologische en milieukwaliteitsmaatstaven voldoen. De vuiluitworp van overstorten en andere lozingen mogen het oppervlaktewater niet nadelig beïnvloeden. Voor de waterkwaliteit wordt de strategie gevolgd van schoon houden, schoon en vuil scheiden, zuiveren. Waterketen De gemeentelijke riolering moet op termijn volledig voldoen aan het waterkwaliteitsspoor. Om dit te bereiken wordt zoveel mogelijk regenwater afgekoppeld van het riool en worden de schoon- en vuilwaterstromen zoveel mogelijk gescheiden. Al het afvalwater moet worden gezuiverd. De gemeente Oss heeft vervolgens in 2013 een integraal plan Watertaken vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan” (vGRP) regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater. Ook regelt het vGPR een doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater. Daarnaast biedt het plan Watertaken een kader voor de andere watertaken van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Het gaat vooral om de zorg voor oppervlaktewater in

- 51 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

bebouwd gebied. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. Volgens het Waterplan wordt voor de komende tijd ingezet op onderstaande ruimtelijk relevante zaken: • Duurzame instandhouding van het systeem waarbij beperking van overlast en schade voorop staan • Doorzetten van anders omgaan met afstromend regenwater. Dit betekend voor nieuwe gebieden dat hemelwater niet wordt gemengd met afvalwater. In bestaand gebied wordt bij rioolvervanging waar mogelijk ook regenwater niet meer afgevoerd via de riolering maar lokaal verwerkt oftewel afgekoppeld. Op lange termijn is dit goed voor mens, milieu en portemonnee. Lokaal vasthouden van hemelwater draagt bij aan een gezonde leefomgeving, duurzaam omgaan met water en opvang van klimaatverandering. • Via het watertoetsproces wordt in ruimtelijke plannen noodzakelijke ruimte voor water en waterveiligheid verzekerd. Waterveiligheid en hydrologisch neutraal ontwikkelen zijn daarbij leidend. • In het landelijke gebied werkt de gemeente samen met het waterschap aan de invulling van de Ecologische verbindingszones (EVZ) langs waterlichamen als uitwerking van reconstructieafspraken en afspraken in het kader van de KaderRichtlijn Water (KRW).

Initiatief Bij voorliggend initiatief neemt het bebouwd oppervlak dan wel het verhard oppervlak ter plaatse van de planlocatie niet toe. Er is tevens geen sprake van nieuwe aansluitingen op het riool of lozing op het oppervlaktewater. In de bestaande situatie wordt zowel het vuilwater als het hemelwater afgevoerd op het aanwezige drukriool. Voor het initiatief is de Watertoets ingevuld. Hieruit blijkt dat sprake is van ‘geen waterschapsbelang’. Het planvoornemen betreft een functiewijziging zonder toename van verhard oppervlak. De verhardingstoename en/of -afkoppeling blijft hiermee onder de ondergrens van maximaal 500 m2. Het plangebied valt buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen. De digitale watertoets is als bijlage toegevoegd aan voorliggende onderbouwing. In het kader van het wettelijk vooroverleg is voorliggend plan gezonden aan Waterschap Aa en Maas. Behalve enkele kleine opmerkingen, die verwerkt zijn in het plan, heeft het waterschap geen verdere inhoudelijke opmerkingen op het plan geplaatst. Er wordt voldaan aan zowel het gemeentelijk waterbeleid als het beleid van waterschap Aa en Maas. Het aspect water vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

- 52 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

4.8

Gemeente Oss

Flora en fauna In Nederland zijn flora en fauna beschermd via gebiedsbescherming en via soortenbescherming. Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt drie wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. Er treden verschuivingen op in de tabellen voor soortenbescherming. Sommige soorten worden beter beschermd, sommige soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft daarbij bestaan voor alle inheemse flora en fauna. Beschermde natuurgebieden Er zijn geen natuurgebieden in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 in de directe omgeving van het plangebied aanwezig (Natura 2000-gebieden). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Herperduin’. Dit gebied ligt op een afstand van circa 3,5 kilometer van het plangebied. Daarnaast maakt het plangebied ook geen onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De effecten die voortvloeien uit het plan (zoals onder andere verstoring door licht, geluid en optische verstoring) zorgen, gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, niet voor significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de gemeenteraad in de zogenaamde ‘voortoets’ te bezien of een passende beoordeling van het plan moet worden gemaakt.

Dit is het geval indien het risico bestaat dat het plan – al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten – significante gevolgen heeft voor één of andere meerdere Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van significante effecten op Natura 2000-gebieden als de stikstofdepositie niet meer bedraagt dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit kan worden aangetoond middels een AERIUS-berekening. De voorgenomen ontwikkeling betreft het omzetten van een agrarische bestemming naar een woonbestemming zonder uitbreiding van bebouwing. Voor wat betreft de gebruiksfase treedt er geen verandering op ten opzichte van het reeds bestaande gebruik. Het aantal verkeersbewegingen neemt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling niet toe. Voor wat betreft de aanlegfase is als onderdeel van het plan geen sprake van de oprichting of sloop van bebouwing. Er is voor zowel de gebruiksfase als de aanlegfase geen sprake van een mogelijke toename van stikstofdepositie. Geconcludeerd kan dan ook worden dat door zowel de gebruiksfase als de aanlegfase van het plan de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Er is geen sprake van een significante verslechtering van Natura 2000-gebieden als gevolg van voorliggend plan.

- 53 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

Beschermde soorten Onderhavig plan voorziet in een bestemmingswijziging van Agrarisch naar Wonen. Ten behoeve van het initiatief wordt geen bebouwing afgebroken. De voorgenomen ontwikkeling heeft dan ook geen nadelige invloed op leefgebieden van beschermde of kwetsbare soorten in de omgeving. Mochten er toch diersoorten in het plangebied voorkomen dan zullen dit algemene soorten zijn waarvoor de algemene zorgplicht geldt (bosmuis, spitsmuis, veldmuis, etc.). Te allen tijde geldt dat de algemene zorgplicht ex artikel 2 van de Flora- en Faunawet van toepassing is. Handelingen die niet noodzakelijk zijn met betrekking tot de voorgenomen ingreep en die nadelig zijn voor de in en om het plangebied voorkomende flora en fauna, blijven achterwege. Voor de activiteit hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Tot slot wordt het initiatief landschappelijke ingepast conform het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in de bijlage bij voorliggende toelichting. Door toepassing te geven aan dit inpassingsplan worden de op de planlocatie aanwezige natuurwaarden behouden en versterkt. Er zijn hiermee geen belemmeringen in het kader van flora en fauna ten aanzien van het initiatief te verwachten.

4.9

Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim Omgevingsverordening en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Overigens is het gemeentelijk beleid getoetst door de provincie en akkoord bevonden. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘Archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid (opnieuw) vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld.

- 54 -

Ruimtelijke onderbouwing Elleboogstraat 3 Deursen-Dennenburg

Gemeente Oss

De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Vanuit het archeologiebeleid geldt voor een gedeelte van het bestemmingsplangebied een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm beneden het maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 m² (Waarde – Archeologische verwachtingswaarde hoog). Het noordelijk deel van het plangebied is verstoord. Dit deel hoeft geen dubbelbestemming Waarde Archeologie meer te krijgen. Bij voorliggend initiatief wordt geen nieuwe bebouwing opgericht, waardoor geen gronden verstoord worden. De archeologische (verwachtings)waarde ‘hoog’ blijft voor het zuidelijk deel van het plangebied ongewijzigd van kracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=8069e2e7-230c-48e3-9a92-dac1ae0e58e1