Bijlage_3_Ongelijk_getroffen_ongelijk_gesteund.PDF
Tekst van het document
(Middel)kleine poppodia bezuinigen het meest op hun totale lasten en grote poppodia het minst (respectievelijk 41% versus 24%). • Vergeleken met de meerjarig gesubsidieerde organisaties voor podiumkunst ontvangen de poppodia vanwege hun forse omzetverlies relatief veel generieke coronasteun. De omvang van de generieke coronasteun is zelfs nog iets groter dan de omvang van de specifieke coronasteun van de verschillende overheden. • De coronasteun zorgt ervoor dat de (middel)kleine en middelgrote poppodia uiteindelijk een positief financieel resultaat boeken. De grote poppodia leiden gezamenlijk een groot verlies.
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Poppodia
85
11 Vrije producenten 11.1 Inleiding In dit hoofdstuk bespreken we de gevolgen van de coronacrisis voor de vrije muziek- en theaterproducenten die lid zijn van de Vereniging Vrije Theater Producenten (VVTP). Deze organisaties duiden we in het vervolg aan als vrije producenten. De analyse blijft beperkt tot de dertien van de dertig VVTP-leden die bruikbare respons op de coronamonitor hebben gegeven. De bedrijfsvoering van de vrije producenten is volledig gebaseerd op de verwerving van eigen inkomsten. Voor de vrije producenten hanteren we de volgende indeling in grootteklassen op basis van de omvang van de jaaromzet in 2019:23 1 (middel)klein: tot € 1 mln. omzet; 2 (middel)groot: € 1 mln. of meer omzet. Kleine en middelkleine vrije producenten zijn in de analyse samengevoegd vanwege het aantal organisaties. Hetzelfde geldt voor middelgrote en grote vrije producenten. Het hoofdstuk richt zich op een bespreking van de belangrijkste resultaten. Voor de gekozen onderzoeksaanpak wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Voor de vrije producenten beschikken we niet over verantwoordingsinformatie of andere aanvullende informatiebronnen. Daarom blijft de ophoging van de resultaten naar nationale totalen in dit hoofdstuk noodgedwongen achterwege.
In paragraaf 11.2 berust de beschrijving van de situatie in het kalenderjaar 2019 uitsluitend op de informatie van de dertien VVTP-leden met bruikbare respons; dit in tegenstelling tot de aanpak in de overeenkomstige paragrafen van de voorgaande hoofdstukken. De resultaten worden zo goed mogelijk vergelijkbaar in beeld gebracht. Alleen de uitsplitsing van het financiële resultaat naar eigeninkomstenklassen blijft achterwege, omdat de vrije producenten vrijwel volledig draaien op de publieksinkomsten.
11.2 De situatie in het kalenderjaar 2019 De totale omzet van de dertien vrije producenten samen bedraagt in het kalenderjaar 2019 € 56 mln. De omzet bestaat bijna volledig uit publieksinkomsten. Dat geldt zowel voor (middel)kleine als voor (middel)grote vrije producenten. De personele lasten vormen 52% van de totale lasten. De dertien vrije producenten samen boeken in 2019 een positief exploitatieresultaat van € 2,0 mln. De totale personeelssterkte komt uit op 420 fte’s. Tabel 11.1 brengt per grootteklasse een aantal kengetallen in beeld voor de ‘gemiddelde vrije producent.’ Van de geanalyseerde vrije producenten bestaat ruim 60% uit (middel)grote organisaties. De (middel)grote vrije producenten zijn in termen van omzet gemiddeld bijna vijftien keer zo groot als de
Voor het jaar 2019 beschikken we over financiële cijfers van de laatste drie kwartalen van dat jaar. Voor de bepaling van de jaarcijfers in paragraaf 11.2 vermenigvuldigen we de cijfers over drie kwartalen met de factor 4/3. 23
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Vrije producenten
86
(middel)kleine vrije producenten en qua personeelssterkte gemiddeld ruim zes keer zo groot. De (middel)kleine organisaties bestaan voor een groot deel uit impresariaten. De (middel)grote organisaties zijn overwegend uitvoerende producenten. Tabel 11.1 Vrije producenten: gemiddelden per grootteklasse, 2019 a Aantal organisaties
Omzet (x € 1 mln.)
Eigen inkomsten (x € 1 mln.)
Personele lasten (x € 1 mln.)
(Middel)klein
5
0,5
0,5
0,5
7,6
(Middel)groot
8
6,7
6,7
3,2
47,7
Gewogen gemiddelde/ totaal
13
4,3
4,3
2,2
32,3
a
Personeelssterkte (fte's)
Uitsluitend de dertien van de dertig VVTP-leden met bruikbare respons aan de coronamonitor.
Bij de vrije producenten zijn flexibele arbeidsrelaties – zzp-inhuur en tijdelijke dienst (inclusief uitzendkrachten, payrollers en nulurencontracten) – de norm. Gemiddeld bestaat 80% van de werkenden uit mensen met een flexibele arbeidsrelatie (Figuur 11.1). Het betreft vooral optredende artiesten en een deel van het ondersteunend personeel. (Middel)grote organisaties zijn vooral uitvoerende producenten en draaien daardoor meer op ingehuurde zzp’ers dan (middel)kleine organisaties, die voor een belangrijk deel impresariaten zijn (61% tegen 48%). Figuur 11.1 Vrije producenten: personeelssamenstelling per grootteklasse naar type werkende, 2019a b Vrije producenten: personeelssamenstelling (%) (Middel)klein
37
15
48
(Middel)groot
19
20
61
Totaal
21
20
60
0
20
40 Vast
Tijdelijk
60
80
100
Zzp
a
Uitsluitend de dertien van de dertig VVTP-leden met bruikbare respons aan de coronamonitor.
b
Tijdelijk personeel: personeel in tijdelijke dienst, personeel met nulurencontracten, payrollers en uitzendkrachten.
11.3 Ontwikkeling van de eigen inkomsten per grootteklasse De eigen inkomsten van de dertien vrije producenten kelderen in de laatste drie kwartalen van 2020 gemiddeld met maar liefst 94% ten opzichte van dezelfde periode in 2019 (Figuur 11.2). Dat is vergelijkbaar met de poppodia. De eigeninkomstendaling is het gevolg van de grotendeels weggevallen publieksinkomsten. De krimp van de eigen inkomsten is groter bij de (middel)grote producenten dan bij de (middel)kleine producenten (95% versus 82%).
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Vrije producenten
87
Figuur 11.2 Vrije producenten: ontwikkeling van de eigen inkomsten per grootteklasse a Vrije productenten: gemiddelde verandering van de eigen inkomsten per grootteklasse (%)
(middel)klein
a
-82%
(middel)groot
-95%
Totaal
-94%
Uitsluitend de dertien van de dertig VVTP-leden met bruikbare respons aan de coronamonitor.
11.4 Ontwikkeling van de omzet na coronasteun per grootteklasse Gedurende de laatste drie kwartalen van 2020 valt de totale omzet inclusief coronasteun met 80% (= € 33,7 mln.) terug vergeleken met dezelfde periode in 2019. De omzetdaling van de ongesubsidieerde vrije producenten is aanzienlijk groter dan in de andere onderzochte deelsectoren. De omzet bestaat in 2020 voor twee derde uit generieke coronasteun. Door de sterkere krimp van de eigen inkomsten is de procentuele omzetdaling groter voor de (middel)grote producenten dan voor de (middel)kleine producenten. In totaal daalt de omzet van de acht (middel)grote producenten met € 32,8 mln. tegen een omzetdaling van € 0,9 mln. voor de vijf (middel)kleine producenten. Figuur 11.3 Vrije producenten ontwikkeling van de omzet per grootteklasse a Vrije productenten: gemiddelde verandering van de totale omzet per grootteklasse (%)
(middel)klein
a
-50%
(middel)groot
-81%
Totaal
-80%
Uitsluitend de dertien van de dertig VVTP-leden met bruikbare respons aan de coronamonitor.
11.5 Ontwikkeling van de totale lasten per grootteklasse In de laatste drie kwartalen van 2020 brengen de dertien vrije producenten hun totale lasten (personeel en materieel) terug ten opzichte van dezelfde periode in 2019, maar minder sterk dan de afname van de omzet: een daling van 72% voor de totale lasten tegen een daling van 80% voor de totale omzet. De lasten nemen in verhouding sterker af bij de (middel)grote producenten dan bij de (middel)kleine producenten (Figuur 11.4). De acht (middel)grote producenten en de vijf
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Vrije producenten
88
(middel)kleine producenten bezuinigen in totaal respectievelijk € 27,5 mln. en € 1,8 mln. op hun totale lasten. De personele en de materiële lasten dalen ongeveer even sterk. Figuur 11.4 Vrije producenten: ontwikkeling van de totale lasten per grootteklasse a Vrije producenten: gemiddelde verandering van de totale lasten per grootteklasse (%)
(middel)klein
a
-59%
(middel)groot
-73%
Totaal
-72%
Uitsluitend de dertien van de dertig VVTP-leden met bruikbare respons aan de coronamonitor.
11.6 Ontwikkeling van de personele lasten per grootteklasse De dertien vrije producenten verminderen hun personele lasten in 2020 ongeveer even sterk als de totale lasten. Qua bezuiniging op de personele lasten bestaat nauwelijks verschil tussen (middel)kleine en (middel)grote producenten. De lasten van de zzp’ers dalen echter sterker dan de totale personele lasten (Figuur 11.5). Dat komt doordat vrije producenten de lasten van het personeel in loondienst minder terugbrengen dan die van de zzp’ers (43% versus 97%). Figuur 11.5 Vrije producenten: ontwikkeling van de personele lasten per grootteklasse a Vrije producenten: gemiddelde verandering van de personele lasten per grootteklasse (%) -78%
(middel)klein
(middel)groot
Totaal
-85% -75% -98% -74% -97%
Totale lasten personeel
a
Lasten zzp'ers
Uitsluitend de dertien van de dertig VVTP-leden met bruikbare respons aan de coronamonitor.
Naar verwachting komt dat doordat de vrije producenten in 2020 voor generieke coronasteun vooral zijn aangewezen op de NOW-regeling. Deze regeling heeft betrekking op werknemers in loondienst. Bij de (middel)kleine producenten is de daling van de personele lasten iets groter dan bij de (middel)grote producenten. De (middel)grote producenten bezuinigen echter beduidend meer op de inzet van zzp’ers dan de (middel)kleine producenten (98% tegen 85%).
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Vrije producenten
89
11.7 Effecten van de coronasteun per grootteklasse Vrije producenten kunnen een beroep doen op de Regeling ter compensatie van de schade bij aanbieders van vrije podiumkunstproducties door de COVID-19-maatregelen. De regeling heeft betrekking op de vergoeding van investeringen van niet-gesubsidieerde producenten in uitvoeringen die tussen 14 oktober 2020 en 1 juli 2021 gepland stonden en vanwege Covid-19 geen doorgang kunnen vinden. De toekenning van de subsidies door het Fonds Podiumkunsten heeft uiteindelijk pas begin april 2021 plaatsgevonden. De vrije producenten zijn daardoor in 2020 uitsluitend aangewezen op generieke coronasteun, zoals de NOW-regeling en de TVL-regeling. Subsidies in het kader van de regeling voor de producties zijn niet opgenomen in de cijfers over het vierde kwartaal van 2020 die de vrije producenten eerder dit jaar hebben opgegeven aan onze coronamonitor. Daarnaast hebben niet alle vrije producenten de subsidie aangevraagd en/of toegekend gekregen. Van de dertien vrije producenten hebben er acht een subsidie in het kader van de regeling voor vrije producties toegekend gekregen. Zij ontvangen dit jaar samen een bedrag van € 2,6 mln. Figuur 11.6 maakt in een oogopslag duidelijk dat de generieke coronasteun cruciaal is voor de vrije producenten.
De vijf (middel)kleine en de acht (middel)grote producenten hebben in de laatste drie kwartalen van 2020 samen respectievelijk € 0,5 mln. en € 5,1 mln. aan generieke coronasteun ontvangen. Bijna 70% van de generieke coronasteun bestaat uit toekenningen in het kader van de NOW-regeling. Een kanttekening daarbij is dat steunbedragen berusten op een voorlopige opgave van de producenten. De definitieve steunbedragen van bijvoorbeeld de NOW-regeling moeten nog worden vastgesteld. Figuur 11.6 Vrije producenten: generieke coronasteun per grootteklassea Vrije producenten: generieke coronasteun (x 1 mln.)
(middel)klein
0,5
5,1
(middel)groot
5,6
Totaal
Coronasteun - generiek
a
Uitsluitend de dertien van de dertig VVTP-leden met bruikbare respons aan de coronamonitor.
Zonder de coronasteun en -lasten zouden de dertien vrije producenten samen een verlies van € 8,4 mln. lijden, waarvan € 7,6 mln. (= 90%) betrekking heeft op de (middel)grote producenten (Figuur 11.7). In absolute bedragen is het verlies – ook per producent – beduidend hoger voor de (middel)grote producenten dan voor de (middel)kleine producenten. Door de generieke coronasteun verbetert het exploitatieresultaat van de vrije producenten weliswaar, maar het blijft over de hele linie negatief (Figuur 11.8). Per saldo sluiten de dertien vrije producenten samen de laatste drie kwartalen van 2020 na generieke coronasteun af met een verlies van € 2,9 mln.
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Vrije producenten
90
Figuur 11.7 Vrije producenten: opbouw voorlopig resultaat in de laatste drie kwartalen van 2020 per grootteklasse vóór coronasteun en -lasten Vrije producenten: opbouw voorlopig resultaat laatste drie kwartalen van 2020 zonder coronasteun en -lasten (x € 1 mln.) 0,4 (middel)klein
1,3 -0,9
2,4 (middel)groot
10,0 -7,6
2,8 Totaal
11,2 -8,4
Totale omzet zonder coronasteun
a
Totale lasten zonder coronalasten
Resultaat zonder coronasteun en -lasten
Uitsluitend de dertien van de dertig VVTP-leden met bruikbare respons aan de coronamonitor.
Figuur 11.8 Vrije producenten: voorlopig resultaat in de laatste drie kwartalen van 2020 per grootteklasse vóór en na coronasteun en -lastena Vrije producenten: voorlopig resultaat laatste drie kwartalen van 2020 (x 1 mln.) -0,9
(middel)klein
-0,4 -7,6
(middel)groot
Totaal
-2,5 -8,4 -2,9 Resultaat zonder coronasteun en -lasten
a
Resultaat met coronasteun en -lasten
Uitsluitend de dertien van de dertig VVTP-leden met bruikbare respons aan de coronamonitor.
De dertien vrije producenten draaien nagenoeg volledig op eigen inkomsten. Daarom blijft de paragraaf over het resultaat per eigeninkomstenklasse in dit hoofdstuk achterwege.
11.8 Conclusies Het hoofdstuk behandelt de gevolgen van de coronacrisis voor dertien vrije theater- en muziekproducenten. We vergelijken daartoe steeds de laatste drie kwartalen van 2020 met dezelfde periode in 2019. De belangrijkste conclusies van het hoofdstuk luiden als volgt:
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Vrije producenten
91
• De eigen inkomsten van de vrije producenten kelderen in de laatste drie kwartalen van 2020 – door de grotendeels weggevallen publieksinkomsten – gemiddeld met maar liefst 94%. (Middel)grote producenten kampen met een grotere daling van de eigen inkomsten dan (middel)kleine producenten (95% versus 82%). • In de laatste drie kwartalen van 2020 valt de totale omzet (inclusief coronasteun) terug met 80%. De omzetdaling van de vrije producenten is aanzienlijk groter dan in de andere onderzochte deelsectoren. Dat komt enerzijds doordat zij in 2020 geen specifieke coronasteun van de verschillende overheden ontvangen en anderzijds doordat de stabiliserende werking van de meerjarige overheidssubsidies bij hen ontbreekt. • De dertien vrije producenten brengen hun personele lasten in de laatste drie kwartalen van 2020 met 74% terug. (Middel)grote en (middel)kleine producenten bezuinigen ongeveer even sterk op hun personele lasten. • Binnen de personele lasten brengen de vrije producenten de lasten van zzp’ers het meest terug: een bezuiniging van 97% op de zzp’ers versus een bezuiniging van 43% op het personeel in loondienst. • In 2020 beperken de vrije producenten hun totale lasten met 72%. Dat is minder dan de omzetdaling van 80%. De personele en de materiële lasten dalen ongeveer even sterk.
De totale lasten nemen in verhouding sterker af bij de (middel)grote producenten dan bij de (middel)kleine producenten. • Generieke coronasteun en daarbinnen vooral de NOW-regeling is cruciaal voor het voortbestaan van de vrije producenten. Hun omzet bestaat in de laatste drie kwartalen van 2020 voor twee derde uit generieke coronasteun. In totaal ontvangen de dertien vrije producenten € 5,6 mln. aan generieke steun. • Ondanks de ontvangen generieke coronasteun sluiten de dertien vrije producenten de laatste drie kwartalen van 2020 af met een gezamenlijk verlies van € 2,9 mln.
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Vrije producenten
92
12 Reflecties vanaf de werkvloer 12.1 Inleiding De vorige hoofdstukken hebben duidelijk aangetoond wat de effecten van de coronacrisis en bijbehorende -steunmaatregelen zijn. We zien hierin ook hoe de effecten verschillen per grootte van de organisatie en per deelsector. In hoeverre sluiten deze bevindingen ook aan bij de geluiden en verhalen uit de sector? Om dat te onderzoeken hebben we verscheidene interviews uitgevoerd, en reflecteren we op de bevindingen. Wat hebben de steunmaatregelen en beperkingen voor effect gehad op de praktijk? Welke verhalen zitten achter de cijfers en welke verhalen laten onze eerdere cijfers niet zien? De interviews zijn onder andere afgenomen bij organisaties uit deelsectoren die niet deelgenomen hebben aan onze enquête, om op deze wijze toch enige duiding en context voor die deelsectoren te bieden. In dit hoofdstuk bespreken we dit aan de hand van drie thema’s: 1 effecten op de gesubsidieerde en ongesubsidieerde instellingen; 2 effecten op de personele lasten; 3 effecten op de keten.
12.2 Effecten van steunmaatregelen Uit de resultaten van de voorgaande analyses blijkt dat de generieke steunmaatregelen vooral geschikt zijn voor de poppodia en de vrije producenten. Het is aannemelijk dat dit ook voor andere ongesubsidieerde organisaties geldt, gezien de grote afhankelijkheid van eigen (publieks)inkomsten. Zo blijkt uit de interviews dat er veel positieve geluiden te horen zijn over de steunmaatregelen. Organisaties ervaren de regelingen als helder, gemakkelijk aan te vragen en met snelle beschikbaarheid van de financiële middelen.
Vue Cinema’s, onderdeel van Vue International met 209 bioscopen in 10 landen in Europa, stelt dat we in Nederland trots mogen zijn op de NOW-regeling. Deze regeling stelt de bioscoopketen namelijk in staat om medewerkers aan te houden en vanuit het bedrijf zelf loon uit te keren. Dit terwijl internationale collega’s van Vue door gebrek aan inkomsten gedwongen zijn om hun medewerkers te ontslaan, waarop de medewerkers iets soortgelijks als een tijdelijke WW-uitkering aan moeten vragen bij hun (lokale) overheid. De NOW geeft de mogelijkheid om medewerkers binnen het bedrijf aan te houden, waardoor er betrokkenheid blijft bestaan tussen medewerker en werkgever. Dit wil echter niet zeggen dat er geen ontslagen zijn gevallen. Vue heeft in het afgelopen coronajaar vooral ingezet op publieksmedewerkers in de bioscopen; op andere afdelingen die sinds de lockdown minder actief zijn (zoals marketing) zijn enkele ontslagen gevallen. Door het aanhouden van de
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Reflecties vanaf de werkvloer
93
publieksmedewerkers is het voor Vue Cinema’s bovendien makkelijker om weer op te starten zodra de maatregelen versoepelen.
Voor een aantal organisaties wringt echter de schoen. Daar passen de regelingen niet bij het soort organisatie en de bijbehorende praktijk, zoals bijvoorbeeld bij nachtclubs of festivals.
Nachtclub Basis is sinds maart 2020 gesloten. Met de NOW-regeling konden zij in de eerste tranche personeelsleden met een nul-urencontract nog wat werk verschaffen. Maar meelopen in de volgende tranches van de regeling bleek te kostbaar voor de organisatie. De tegemoetkoming uit de TVL is voor de organisatie te gering. De SBI-code die nachtclubs hebben is die van cafés, er bestaat geen aparte code voor nachtclubs. De TVL is pas verhoogd voor Basis toen heel de horeca voor de tweede keer dicht moest. Voor Basis is het een moeilijke en soms uitzichtloze situatie door de geringe tegemoetkoming TVL, die gekoppeld is aan het open of gesloten zijn van cafés, doorlopende vaste lasten, de eigenaren die van de Tozo-regeling afhankelijk zijn (zie paragraaf 2.4) en tegelijkertijd volledige sluiting door de aard van het bedrijf. Ook voor Blijdorp Festival leverde de TVL onvoldoende op vanwege de inrichting van de regeling. Het festival draaide in 2019 een omzet van circa € 700.000, waarvan de piek plaatsvond rond het festival in kwartaal 2 en 3. Hiervoor ontving de organisatie de destijds maximale aanvraag van € 50.000. In kwartaal 4 werd de limiet van de TVL opgehoogd naar € 200.000 (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 2021), maar dit was voor het festival een ongunstige timing omdat het vierde kwartaal juist de periode met de minste omzet is.24
Ondanks het gebruik van de generieke steunmaatregelen bij poppodia en vrije producenten, bleek uit ons onderzoek dat zij het jaar 2020 toch met rode cijfers moesten afsluiten. En terwijl de meerjarig gesubsidieerde organisaties nauwelijks gebruik maken van de generieke steunmaatregelen, sloten juist zij 2020 af met een positief resultaat. De specifieke steun van het ministerie van OCW en andere overheden heeft de meerjarig gesubsidieerde culturele organisaties dan ook overeind weten te houden. Hierbij gaat het om zowel de steun vanuit het Rijk, als de aanvullende steun vanuit lagere overheden. Het Frans Hals museum in Haarlem ontving bijvoorbeeld middels een matchingsregeling financiële steun van zowel het ministerie van OCW als de gemeente Haarlem om de door corona ontstane tekorten te compenseren. Het museum zegt daarover:
De ophoging van het limiet werd bewerkstelligd via de Vaste Lasten Evenementenbranche (VLE) Q4 2020. ‘De VLE is er voor ondernemers uit de evenementenbranche die eerder de TVL juni - september 2020 toegekend kregen maar niet voor TVL Q4 2020 en/of TVL Q1 2021 in aanmerking komen vanwege een te lage referentieomzet in deze kwartalen in het voorafgaande jaar’ (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 2021). 24
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Reflecties vanaf de werkvloer
94
‘Sinds dit jaar [2021] zijn we onderdeel van de regionale Basisinfrastructuur voor musea samen met het Amsterdam Museum. Mede daardoor konden we echt substantiële steun krijgen. Matching vanuit de gemeente was een vereiste en Haarlem heeft daar op inzet voor alle grote cultuurinstellingen in de stad.’ Het ging in totaal om een bedrag van ruim € 1,5 mln., wat ervoor heeft gezorgd dat het museum werkzaamheden voort kon zetten.
Bij organisaties met een meer gemengde praktijk, waarbij eigen inkomsten een grote rol spelen of waar sprake is van een grotere afhankelijkheid van de gemeente of projectsubsidies, zien we echter een beeld dat de complexiteit achter de steun blootlegt:
Cultuurhuis De Klinker in Winschoten herbergt een theater en een bioscoop, en verzorgt cultuureducatieactiviteiten. Voor de organisatie was het niet duidelijk of en hoe zij in aanmerking konden komen voor het extra geld dat door het ministerie van OCW beschikbaar is gesteld aan gemeenten. Ook voor de gemeente Oldambt (waar Winschoten onderdeel van is) was dat niet duidelijk. Daarover zegt De Klinker: ‘niet elke gemeente heeft een cultuurambtenaar en de capaciteit om dit allemaal uit te zoeken.’ De organisatie ontving van de provincie Groningen en het Kickstart circa € 35.000 om bestaande activiteiten en het gebouw coronaproof te maken. Maar, al met al is het voor De Klinker moeilijk om met de huidige financiële middelen nieuwe activiteiten te ontwikkelen en te bepalen waar de organisatie het komende jaar op in zou moeten en kunnen zetten. Door de duidelijke NOW-regeling kon ontslag van personeel wel voorkomen worden. Breakdance crew The Ruggeds in Eindhoven bestaat volledig uit zzp’ers, in totaal veertien. In 2020 ontving de organisatie enkele projectsubsidies (bijvoorbeeld via Cultuur Eindhoven) voor activiteiten, maar was vooral afhankelijk van inkomsten uit de markt. The Ruggeds kreeg in 2020 extra financiële steun van de gemeente Eindhoven (ca. 23.000 euro).
Vanaf 2021 wordt de organisatie meerjarig gesubsidieerd door de gemeente Eindhoven (via Cultuur Eindhoven) en het Fonds Podiumkunsten. Bewegingstheatergezelschap MAN || CO is een vergelijkbare organisatie als The Ruggeds: in 2020 werkten er uitsluitend vijftien zzp’ers en er wordt gewerkt met projectsubsidies. Voor MAN || CO was er echter geen extra financiële steun beschikbaar bij de gemeente Amsterdam of elders.
Al met al zien we ook hier verschillen tussen gesubsidieerd en niet-gesubsidieerd. Voor hen die afhankelijk zijn van eigen inkomsten, is gebruik gemaakt van de broodnodige generieke steunmaatregelen. Toch hebben deze er lang niet bij iedereen toe geleid dat het jaar ook positief werd afgesloten. Voor de gesubsidieerde instellingen was de hulp gelukkig toereikender: door de
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Reflecties vanaf de werkvloer
95
specifieke coronasteun wisten zij tijdens deze crisis het hoofd boven water te houden, onder andere door de personeelslasten terug te brengen. Hierna bespreken we de effecten hiervan.
12.3 Effecten op personele lasten Bij het bezuinigen op de lasten speelt het terugbrengen van personele lasten een grote rol. Over de gehele linie blijkt dat culturele organisaties ruim zestien keer zo sterk bezuinigden op de lasten van zzp’ers als op de lasten van het personeel in loondienst (zie paragraaf 4.6). Vooral het verschil tussen de verschillende grootteklassen is opvallend: waar de grote organisaties het sterkst op zzp’ers bezuinigden, hebben de kleine organisaties hierin juist geïnvesteerd. Bij (middel)kleine muziekensembles en de kleine presentatie-instellingen en medialabs gingen namelijk de lasten voor zzp’ers omhoog. Een gedeeltelijke verklaring hiervoor, zoals blijkt uit de interviews, is de ontwikkeling van nieuwe activiteiten.
Tetem, presentatieruimte en platform voor digitale cultuur en makers, zette in zeer korte tijd een nieuw programma van activiteiten neer. Een hybride programma met kleinschalige, fysieke, en digitale activiteiten. De organisatie werd ook aangepast aan de nieuwe programmering: medewerkers kregen nieuwe taken en educatoren (zzp’ers) werden opgeleid voor nieuwe activiteiten. Tetem ontving in 2020 meerjarige subsidie van de gemeente Enschede en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en is sinds 2021 onderdeel van de Basisinfrastructuur. Van de gemeente Enschede ontving Tetem eenmalig extra financiële steun om de liquiditeit van de organisatie op peil te houden. Naast de capaciteit heeft Tetem de competentie in huis om digitaal/online aanbod te ontwikkelen en aan te bieden. En het past ook bij de missie en identiteit van de organisatie.
De inzet van nieuwe activiteiten of ontwikkeltrajecten blijkt echter een oplossing met beperkingen:
TacT Muziek biedt muziekverenigingen en scholen muziekopleidingen en andere muziekprojecten. Bij TacT Muziek werken muziekdocenten, waarvan een deel in loondienst is voor circa vier uur per week (twaalf mensen) en een deel zzp’er (twaalf mensen). Aan vier zzp’ers met wie TacT Muziek structureel samenwerkt heeft de organisatie zogenaamde ontwikkelopdrachten gegeven, om hen zo toch van opdrachten te kunnen voorzien. Maar voor de overige muziekdocenten die als zzp’er aan TacT Muziek verbonden zijn, geldt op dit moment dat er geen tot heel weinig werk en inkomen is. Tot nu toe hebben drie zzp’ers met wie TacT Muziek regelmatig samenwerkt buiten de sector ander werk gevonden. Acht van de muziekdocenten in loondienst kunnen via de NOW-regeling worden doorbetaald.
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Reflecties vanaf de werkvloer
96
Het grootste effect zit uiteraard bij de activiteiten die überhaupt niet doorgaan en waarvoor geen alternatief wordt geboden. Zo organiseert PAN Amsterdam jaar in november een beurs voor antiek, kunst en design in RAI Amsterdam.
In aanloop naar de beurs betrekt PAN Amsterdam circa 25 zzp’ers die of op de beursvloer werken of op het kantoor. Dit, naast de vaste medewerkers en leveranciers/bedrijven waar mee wordt samengewerkt. In 2020 ging de beurs niet door en werden de vacatures voor zzp’ers voor deze editie niet uitgezet.
Een vergelijkbaar beeld zien we bij de Schrijverscentrale.
De Schrijverscentrale is een bemiddelende partij voor auteursoptredens op scholen, bibliotheken en andere locaties. In 2020 deden zij 40% minder bemiddelingen en haalden daardoor € 1 mln. minder aan inkomsten op voor/met auteurs. In 2019 haalde de Schrijverscentrale nog € 2 mln. aan inkomsten op met de bemiddelingen. De Schrijverscentrale kan momenteel minder auteurs voorzien van inkomsten uit optredens. De organisatie signaleert daarnaast ook dat in 2020 minder titels werden gepubliceerd, minder literaire festivals werden georganiseerd en boekhandels minder verkochten. Ook dat zorgt voor minder inkomsten voor auteurs.
Deze voorbeelden tonen de doorwerking van coronamaatregelen op de hoeveelheid beschikbaar werk voor zzp’ers in de culturele sector. Het is ook een voorbeeld van de doorwerking die gestaakte activiteiten hebben op de keten van in het bijzonder organisaties die grootschalige evenementen en producties neerzetten.
12.4 Doorwerking in de keten Naast de bevindingen die hiervoor omschreven zijn, is een van de opbrengsten van ons onderzoek het inzicht dat de inzet van de steunmaatregelingen de daling van de omzet heeft afgezwakt bij de organisaties die we in kaart hebben gebracht. De vraag is echter wat dit betekent voor de rest van de keten. In paragraaf 4.4.2 hebben we geconstateerd dat de relatief sterke omzetdaling bij de middelkleine organisaties onder meer komt doordat incidentele subsidies in 2020 zijn teruggelopen. Dat projecten en andere activiteiten minder vaak georganiseerd kunnen worden, heeft ook gevolgen voor de inhuur van personeel:
Festivalorganisator, artiestenmanager en boekingskantoor Friendly Fire (organisator van onder andere muziekfestival Best Kept Secret) zet gedurende het jaar een verscheidenheid aan grote evenementen neer. Daarvoor werken ze samen met horecabedrijven, opbouwbedrijven, logistieke bedrijven et cetera. Maar in 2020 gebeurde dat niet of nauwelijks. Friendly
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Reflecties vanaf de werkvloer
97
Fire geeft aan dat het per jaar circa € 25 mln. aan kosten maakt met alle evenementen en projecten, naast kosten voor personeel en kantoor. In 2020 is een deel van deze projectkosten gemaakt, zoals bijvoorbeeld voor marketing en andere voorbereidende activiteiten. Maar, al met al blijft er nog zo’n € 20 mln. over aan kosten die in 2020 niet zijn gemaakt. Dat is € 20 mln. die niet is verdiend door zzp’ers en bedrijven met wie Friendly Fire normaliter samenwerkt.
De werkgelegenheid en investeringen rondom de activiteiten die wegvallen zijn niet de enige gevolgen voor de keten. Ook de dynamiek binnen deze ketens wordt sterk beïnvloed. Filmproducent Keplerfilm duidt in het interview gevolgen voor de langere termijn:
Filmproducties kennen een lange en complexe keten van betrokken partijen. Van financiers van producties tot verhuurbedrijven voor apparatuur. Filmproducent Keplerfilm had in 2020 zowel internationale als binnenlandse producties op stapel staan. In het voorjaar gingen de geplande producties niet door, wat betekende dat er geen werk was voor cast en crew en er geen apparatuur en techniek hoefde te worden gehuurd. Keplerfilm geeft aan zich zorgen te maken over het weinige vet op de botten bij de cast en crew, velen kwamen vrij snel in de problemen en hebben geen buffer. Zij werken vrijwel allemaal als zzp’er. Toen vanaf de zomer wel weer begonnen kon worden met draaien ontstond er in de hele filmsector een ander effect: cast en crew waren opeens veelgevraagd waardoor de lowbudget producties in het gedrang kwamen. Immers, betaalde klussen kregen voorrang. In 2020 was het hollen of stil staan voor de gehele filmketen. Over de effecten op de langere termijn voor de filmsector maakt Keplerfilm zich ook zorgen. Heeft iemand afgelopen jaar kunnen werken aan de ontwikkeling van nieuwe producties? Zullen financiers nog instappen? Kunnen cast en crew nog een keer een hapering in producties overleven?
Ongelijk getroffen, ongelijk gesteund – Reflecties vanaf de werkvloer
98