Bijlage 3 bij toelichting rob Burgemeester van Erpstraat 70 Berghem.PDF
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 Bijlage 3 bij toelichting
Burgemeester van Erpstraat 70, Berghem
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Ruimtelijke onderbouwing Burgemeester van Erpstraat 70 Berghem
Gemeente Oss,
29 januari 2021
Pagina 1 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
Inleiding ............................................................................................................................. 5 1.1
Aanleiding ..................................................................................................................... 5
1.2
Begrenzing plangebied ..................................................................................................... 6
1.3
Geldende bestemmingsplannen ......................................................................................... 8
Bestaande situatie................................................................................................................. 9 2.1
Ontstaansgeschiedenis .................................................................................................... 9
2.2
Bestaande situatie ......................................................................................................... 10
2.3
Beoogde situatie ........................................................................................................... 10
2.4
Stedenbouwkundige karakteristiek .................................................................................... 15
2.5
Functionele karakteristiek ............................................................................................... 16
2.6
Groen en water ............................................................................................................. 18
2.7
Beeldkwaliteit ............................................................................................................... 18
Beleidskader ..................................................................................................................... 19 3.1
Wettelijk kader .............................................................................................................. 19
3.2
Rijksbeleid ................................................................................................................... 22
3.3
Provinciaal beleid .......................................................................................................... 26
3.4
Gemeentelijk beleid ........................................................................................................ 44
Verantwoording .................................................................................................................. 72 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten ......................................................................................... 72
Geitenhouderijen .................................................................................................................. 104 Afvoer hemelwater ................................................................................................................ 117 Gebruik glyfosaat in landbouw .................................................................................................. 125 Gebruik glyfosaat in huis ........................................................................................................ 125 4.2 5
Waarden .................................................................................................................... 126
Haalbaarheid ................................................................................................................... 144 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 144
BIJLAGEN ............................................................................................................................ 145 Bijlage 1: Landschappelijke inpassing ......................................................................................... 146 Bijlage 2: Geuronderzoek........................................................................................................ 147 Bijlage 3: Kwaliteitsberekening ................................................................................................. 148
Pagina 2 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Bijlage 4: Flora- en fauna onderzoek .......................................................................................... 149 Bijlage 5: Akoestisch onderzoek ............................................................................................... 150 Bijlage 6: Bodemonderzoek ..................................................................................................... 151 Bijlage 7: Aanvullend bodemonderzoek……………………………………………………………………………………148 Bijlage 8: Advies Veiligheidsregio………………………………………………………………………………………… 149
Pagina 3 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Ruimtelijke onderbouwing Bestemmingsplan Buitengebied, locatie Burgemeester van Erpstraat 70 Berghem.
Pagina 4 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Aan de Burgemeester van Erpstraat 70 te Berghem staat een agrarisch bedrijf met 10 zoogkoeien, 40 stuks vrouwelijk jongvee en 60 stuks rosekalveren.
Het bedrijf bestaat uit een drietal bouwwerken: een rundveestal van 840 m2; een gebouw voor de opslag voor machinepark en gereedschap van 256 m2; een bijbehorend bouwwerk bij de woning van 96 m2. Daarnaast zijn er twee sleufsilo’s die tezamen een oppervlakte van 750 m2 hebben en een erfverharding met een oppervlakte van 615 m2.
Dit bedrijf viel destijds onder het Besluit landbouw milieu en is op 1 juli 2008 gemeld. Inmiddels valt het bedrijf onder het Activiteitenbesluit.
De locatie is gelegen aan de rand van het dorp Berghem, nagenoeg in de kern van het dorp. Deze ligging van het bedrijf is de reden dat ontwikkelingen in de bedrijfsvoering van initiatiefnemer ter plaatse niet tot de mogelijkheden behoren. Een verdere uitbreiding in de bedrijfsexploitatie is niet mogelijk.
Initiatiefnemer van het project wil het agrarisch bedrijf saneren in ruil voor het omzetten van de huidige agrarische bedrijfswoning (gelegen aan de Burgemeester van Erpstraat 70) naar een burgerwoning met een bijbehorend bouwwerk van 256 m2 en de bouw van een extra woning aan de Hoessenboslaan. De bedrijfssanering aan de Burgemeester van Erpstraat gaat gepaard met het slopen van de rundveestal en het bijbehorend bouwwerk bij de woning van 96 m2 alsmede de sleufsilo’s en erfverharding.
Pagina 5 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
1.2
Begrenzing plangebied
Luchtfoto
Onderhavige locatie is gelegen in het buitengebied van Berghem, Burgemeester van Erpstraat 70, doch echter op de rand van het stedelijk gebied. Op onderstaande luchtfoto is te zien waar de locatie is gelegen ten opzichte van het stedelijk gebied.
Luchtfoto locatie ten opzichte van stedelijk gebied Pijl is locatie Oranje lijn: grens stedelijk gebied; links stedelijk; rechts landelijk Bron: googlemaps
Pagina 6 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Kadastrale gegevens
De locatie is kadastraal bekend gemeente Oss, sectie B, nummers 4577, 5775 en 5774.
Een uitsnede van de kadastrale kaart is hieronder weergegeven.
Uittreksel kadastrale kaart
Bron: Kadaster
Pagina 7 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Onderhavige locatie is gelegen in het bestemmingsplan “Buitengebied Oss – 2020”, hetwelk op 25 september 2020 in werking is getreden. Dit bestemmingsplan is nog niet onherroepelijk. Het plangebied ligt in een Agrarisch gebied en heeft de: •
bestemming Agrarisch met waarden – Landschap
•
dubbelbestemming Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog
•
een bouwblok
•
functieaanduiding; specifieke vorm van agrarisch – veehouderij
•
gebiedsaanduiding: overige zone - bebouwingsconcentratie
•
gebiedsaanduiding: overige zone - beperking veehouderij
•
gebiedsaanduiding: overige zone – dekzandrug
•
gebiedsaanduiding: wetgevingzone - wijzigingsgebied 3
Op grond van dit bestemmingsplan behoort de huidige agrarische bedrijfsvoering tot de mogelijkheden.
Een mogelijkheid tot enkel Wonen is niet aanwezig. Een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid voor het college is opgenomen bij de gebiedsaanduiding: wetgevingzone – wijzigingsgebied 3. Aan de hier gestelde planregels voldoet het onderhavige project. Doch omdat het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss – 2021’ meerdere projecten omvat, wordt een procedure tot herziening van het bestemmingsplan “Buitengebied Oss – 2020 doorlopen.
Pagina 8 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
2
Bestaande situatie
2.1
Ontstaansgeschiedenis
Aan de Burgemeester van Erpstraat 70 te Berghem staat sinds jaar en dag een agrarisch bedrijf.
In het jaar 2011 is de laatste melding Besluit Landbouw milieubeheer in het kader van de Wet milieubeheer ingediend en geaccepteerd hetgeen ook blijkt uit de Web-bvb van de provincie Noord-Brabant zoals hieronder weergegeven.
Milieuvergunning/melding voor de locatie provincie Noord-Brabant.
Bron: Web-bvb
Pagina 9 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
2.2
Bestaande situatie
Op de locatie Burgemeester van Erpstraat 70 te Berghem bevindt zich thans een agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning.
Het bedrijf bestaat uit een drietal bouwwerken: een rundveestal van 840 m2; een gebouw voor de opslag voor machinepark en gereedschap van 256 m2; een bijbehorend bouwwerk bij de woning van 96 m2. Daarnaast zij er twee sleufsilo’s die tezamen een oppervlakte van 750 m2 hebben en een erfverharding met een oppervlakte van 615 m2.
Daarnaast staan een gierton en andere landbouwmachines op het terrein.
s c h u u r t j e
gierton
Sleufsilo met wit plastic
s l o o
2.3
d
sleufsi
s
lo
Beoogde situatie
De locatie Burgemeester van Erpstraat zal in de beoogde situatie in gebruik zijn als woonbestemming. De karakteristieke woning zal in ere worden bewaard en in plaats van als bedrijfswoning als burgerwoning gaan fungeren.
Pagina 10 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
De hierboven aangegeven bijgebouw bij de woning van 96 m2, de rundveestal van 840 m2, de sleufsilo’s van elk 375 m2, de erfverharding van 615 m2 zullen worden gesloopt en de ontsierende landbouwmachines zullen worden verwijderd van de locatie.
1 bestaand bedrijfsgebouw wordt het nieuwe bijgebouw bij de woning. Dit bedrijfsgebouw krijgt een nieuwe functie als bijgebouw bij Wonen, de overige werken worden alleen gesaneerd. Dit bijgebouw is 256 m2. Normaliter behoort bij een functiewijziging van Agrarisch naar Wonen een bijgebouw van maximaal 200 m2. Echter omdat dit bedrijfsgebouw slechts zes jaar is, wordt dit niet gesloopt. Bij gedeeltelijke sloop moet aan de kap en constructie worden gesleuteld hetgeen niet verantwoord is. In dit bijgebouw wordt het machinepark alsmede de gereedschappen uit het te slopen bijgebouw opgeslagen en de caravan van het gezin. In dit gebouw bevindt zich ook het aan huis gebonden beroep in de vorm van een grafisch ontwerp (laser snijden) en een klusbedrijf in de vorm van hout versnipperen op locatie. Voor het beroep aan huis worden de planregels van het bestemmingsplan “Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss – 2021’ in acht genomen.
Stedenbouwkundig loopt de achtergevelrooilijn van de reeds aanwezige aanpandige woning alsmede van de naastgelegen rundveehouderij ook evenredig aan dit bijgebouw.
Ter illustratie is hieronder een uitsnede van de verbeelding weergegeven waarop inzichtelijk is gemaakt dat het bedrijfsgebouw wat in functie wijzigt naar bijgebouw bij de woning ruim binnen de achtergevelrooilijn blijft van bestaande gebouwen in de omgeving!
Achtergevelrooilijn Burgemeester van Erpstraat.
Het betreffende gebouw staat tevens achter het stroomhuis van het nutsbedrijf. Pagina 11 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Dit bijgebouw wordt hieronder nogmaals via een bovenaanzicht weergegeven.
Luchtfoto bijgebouw bij woonbestemming googlemaps
Bron:
Dit bijgebouw is derhalve niet storend voor de openheid van het gebied. Het ligt achter het bijgebouw van de aanpandige buren.
Ook aan de rechterzijde, vanaf boven gezien, ligt de stal van het naastgelegen agrarisch bedrijf dieper het open gebied in dan dit betreffende, te behouden voormalig bedrijfsgebouw. Het weer daarnaast gelegen agrarisch bedrijf heeft diverse bedrijfsgebouwen die nog dieper het gebied in zijn gelegen waardoor deze bedrijfsgebouwen in eerste instantie de openheid van het gebied belemmeren. Absoluut helder is dat door de sanering van de rundveestal van 840 m2 en de sleufsilo’s de openheid van het gebied zal worden versterkt.
Pagina 12 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Een en ander wordt op onderstaande foto nogmaals verduidelijkt.. s
b
S
t
i
t
r
j
a
o
g
l
o
e
m
b
b
h
o
u
u
u
r
i
w
e
s
w
n
Foto bijgebouw en omliggende bebouwing ; openheid
Bron: goolgemaps.
Aan het einde van het bouwperceel, aansluitend aan de bestaande bebouwing aan de Hoessenboslaan komt de nieuwe woning van maximaal 750 m3 met een mogelijkheid van 100 m2 voor een bijgebouw op een locatie met 1.523 m2 woonbestemming.
De voorgestelde situatie is reeds ingetekend in het landschappelijk inpassingsplan, opgesteld door de landschapsarchitect van Van Dun Advies. Deze situatie is hieronder ingevoegd.
Pagina 13 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Beoogde situatie Planologie
Bron: van Dun Ontwerp &
Het vooraanzicht van de locatie wordt beheerst door de bestaande woning.
Pagina 14 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Beoogde/ bestaande situatie googlemaps
Bron:
De beoogde situatie komt derhalve overeen met de bestaande situatie voor wat betreft de woning.
De winst wordt behaald door de sloop van de rundveestal, het bestaande bijgebouw bij de bedrijfswoning van 96 m2, de twee sleufsilo’s (beide 375 m2), de erfverharding alsmede het verwijderen van de landbouwmachines op de locatie Burgemeester van Erpstraat 70 te Berghem. Aan de Hoessenboslaan komt, nabij reeds gerealiseerde nieuwbouw, een nieuwe woning van maximaal 750 m3 met een bijgebouw van maximaal 100 m2 op een perceel van 1.523 m2 woonbestemming.
Deze sanering nabij de dorpskern levert naast ruimtelijke kwaliteitswinst aanzienlijke milieuwinst op. De uitstoot van ammoniak, geur, fijn stof wordt definitief onmogelijk gemaakt.
2.4
Stedenbouwkundige karakteristiek
In paragraaf 2.3 is reeds het landschapsplan ingevoegd. Het plan wordt landschappelijk ingepast maar dit betekent in dit project dat twee bestaande (bedrijfs) gebouwen ter grootte van 840 m2 en 96 m2 worden gesloopt tezamen met twee sleufsilo’s (beide 375 m2) en erfverharding ter grootte van 615 m2. Het bouwblok voor een agrarisch wordt verwijderd zodat een agrarisch bedrijf in de toekomst te allen tijde onmogelijk gemaakt wordt.
Pagina 15 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Ter compensatie wordt een woning gebouwd aan de Hoessenboslaan, direct aansluitend aan de bestaande woningen.
Dit betekent reeds zonder landschappelijke inpassing een kwaliteitsverbetering omdat in verhouding veel meer oude stenen worden gesaneerd dan nieuwe stenen worden teruggebracht (rood voor rood-principe).
De voormalige bedrijfswoning krijgt een woonbestemming in een lintbebouwing, bebouwingsconcentratie en de nieuwe woning ligt in een zoekgebied stedelijk gebied.
De gevraagde voorzieningen worden omringd met gebiedseigen landschapselementen. Een bedrijfsgebouw ter grootte van 840 m2, een gebouw van 96 m2 wordt tezamen met twee sleufsilo’s en erfverharding gesloopt, waardoor de openheid naar het achtergelegen gebied wordt verbeterd. Deze voorwaarde tot sloop en aanleg landschappelijke inpassing zijn middels een anterieure overeenkomst met de gemeente Oss geborgd.
2.5
Functionele karakteristiek
In dit plan wordt een agrarisch bedrijf gesaneerd en wordt de bijbehorende bedrijfswoning in bestemming gewijzigd naar Wonen. Tevens wordt ter compensatie van deze sanering van 840 m2 en 96 m2 (bedrijfs)gebouwen met twee sleufsilo’s en erfverharding een nieuwe woning opgericht aan de Hoessenboslaan van maximaal 750 m3 met 100 m2 bijgebouw op een bouwvlak van 1.523 m2.
Het bestaande bedrijfsgebouw bij deze voormalige bedrijfswoning blijft in totaliteit als bijgebouw bij deze woonbestemming. Het gedeeltelijk saneren van deze loods betekent dat de kap en constructie moet worden aangepast. Zie paragraaf 2.3 De vigerende bestemming “Agrarisch” saneren past binnen het bestaande beleid. De locatie is gelegen in een gebied met de gebiedsaanduiding “overige zone - beperking veehouderij” . Door het saneren van een veehouderij wordt aan deze doelstelling voldaan. Een bestemming Wonen past in de omgeving. De gehele locatie, voor zowel de bestaande woning als de nieuwe
woning
is
gelegen
in
een
gebied
met
de
gebiedsaanduiding
:
overige
zone
–
bebouwingsconcentratie. De omgeving is ook in provinciaal beleid aangeduid als zoekgebied voor verstedelijking. Deze aanduiding is het gevolg van het feit dat de onderhavige locatie is gelegen in de dorpskern van Berghem, direct aansluitend aan de bestaande bebouwing. Voorbij de onderhavige boerderij, verderaf van de bebouwde kom zijn reeds diverse woonbestemmingen gerealiseerd.
Pagina 16 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Aan de zuidzijde, nabij het spoor, zijn ook reeds diverse woningen gerealiseerd.
Een passage van de verbeelding van de omgeving van dit project is hieronder weergegeven.
Verbeelding Bestemming Wonen nabij projectlocatie
Bron: ruimtelijkeplannen.nl
Een bestemming Wonen is functioneel geschikt op onderhavige locatie.
Pagina 17 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Bouwblok Het bestemmingsvlak zal worden her-bestemd tot Wonen en verkleind tot 2.151,5 m2, zodat de bestaande woning met het (nieuwe) bijgebouw bij de woning binnen het bestemmingsvlak Wonen vallen. Het agrarisch bouwblok vervalt volledig. Ter compensatie zal achter het vigerende bestemmingsvlak op/tegen het bestaande perceel van initiatiefnemer een woning van maximaal 750 m3 met een bijgebouw van maximaal 100 m2 worden gerealiseerd met een woonbestemming voor 1.523 m2.
2.6
Groen en water
Op de locatie staan bestaande gebouwen. (Bedrijfs)gebouwen ter grootte van circa 840 en 96 m2 zullen worden gesloopt alsmede de sleufsilo’s en verharding.
Verder betekent de aanwezigheid van een nieuwe woning geen vergroting van het verhard oppervlak ter plaatse, maar een verkleining. Het verhard oppervlak op de locatie daalt en het water kan derhalve worden geïnfiltreerd in de bodem.
De van functie gewijzigde woning met bijgebouw alsmede de nieuwe woning worden landschappelijk ingepast. Verder Groen en water wordt ter plaatse niet gerealiseerd dan wel aangetast.
2.7
Beeldkwaliteit
Pagina 18 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
3
Beleidskader
3.1
Wettelijk kader
3.1.1
WET RUIMTELIJKE ORDENING
Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. De hoofdlijnen van de nieuwe wet zijn samengevat: •
Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt;
•
Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en project afwijkingsbesluit;
•
Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing;
•
Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer;
•
De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen;
•
De gemeente moet meer werk maken van de herziening van bestemmingsplannen:
•
Er komt een sanctie op verouderde bestemmingsplannen: geen legesheffing meer mogelijk;
•
Voor de realisering van projecten kan een project afwijkingsbesluit genomen worden;
•
Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan;
•
Er is een drempel voor planschade van 2%;
•
De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd;
•
Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt.
Pagina 19 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
3.1.2
GRONDEXPLOITATIEWET
Tegelijk met de Wet ruimtelijke Ordening is de nieuwe Grondexploitatiewet (Grex-wet) in werking getreden. De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen. De Grex-wet is noodzakelijk omdat eerdere wettelijke instrumenten voor kostenverhaal, te weten de exploitatieverordening en de baatbelasting, niet toereikend bleken. Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Eén van de belangrijkste vernieuwingen die de wet brengt, is het verplichtende karakter van kostenverhaal. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden:
In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een project afwijkingsbesluit. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen.
Dit plan voorziet niet in bouwmogelijkheden zoals bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. De Grondexploitatie-wetgeving is in dit geval dan ook niet van toepassing. Dat betekent dat de gemeente de kosten voor de planologische procedure, als gevolg van een particuliere ontwikkeling, via een overeenkomst op de initiatiefnemer(s) verhaalt.
Pagina 20 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
3.1.3
WET OP DE ARCHEOLOGISCHE MONUMENTENZORG
In de Wet op de archeologische monumentenzorg, aangenomen in 2006, is het doel van het in 1992 gesloten Verdrag van Valletta (Malta) verwerkt: bescherming van het archeologische erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie. Om dat doel te bereiken moet de wetgever het archeologisch erfgoed betrekken bij de ruimtelijke ordening. Met de wet wordt het Verdrag van Valletta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De kern van de wet is dat gemeenten verantwoordelijk worden voor de archeologische monumentenzorg binnen de gemeentegrenzen. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient de gemeente rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden.
3.1.4
WET NATUURBESCHERMING; FLORA EN FAUNA
Met het inwerking treden van de Wet natuurbescherming (Wn) op 1 januari 2017 wordt de Flora- en faunawet vervangen door deze wet. In deze wet (Wn) is nu het soortenbeleid uit de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992 van de Europese Unie in de nationale wetgeving verwerkt. Achter de bescherming van de Flora- en fauna staat het idee van de zorgplicht voor in het wild levende dieren en planten (zowel beschermde als onbeschermde) en hun leefomgeving. Die zorgplicht houdt in ieder geval in dat iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen nadelige gevolgen heeft voor flora of fauna, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten. Diegene moet alle maatregelen nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verwacht om die nadelige gevolgen te voorkomen, zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Volgens de Wn is het verboden om beschermde planten te verwijderen of te beschadigen, beschermde dieren te doden, te verwonden, te vangen of opzettelijk te verontrusten
en voortplantings- of vaste rusten verblijfplaatsen te beschadigen. Ook het rapen of
beschadigen van eieren van beschermde dieren is verboden. Voor een goede instandhouding van een diersoort is echter ook behoud van foerageergebied en migratieroutes nodig. Aan soorten van de Rode lijst dient ook aandacht te worden geschonken. Hierop staan Nederlandse soorten die bijzondere aandacht nodig hebben. Deze soorten worden bedreigd, zijn zeldzaam of erg kwetsbaar of nemen sterk in aantal af. De Rode lijsten zijn officieel door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vastgesteld (Besluit Rode lijsten flora en fauna, november 2004).
Pagina 21 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
STRUCTUURVISIE INFRASTRUCTUUR EN RUIMTE
Op 13 maart 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Ruimte de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De visie stelt het (integrale) kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau in Nederland. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig.
Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd: •
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland. (concurrerend)
•
Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. (bereikbaar)
•
Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke cultuurhistorische waarden behouden zijn. (leefbaar en veilig)
De SVIR vervangt onder meer de volgende nota’s: •
de Nota Ruimte;
•
de Structuurvisie Randstad 2040;
•
de Nota Mobiliteit;
•
de Mobiliteits-Aanpak;
•
de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving.
Verder vervallen met de SVIR de ruimtelijke doelen en uitspraken uit de Agenda Landschap, Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta.
Oplossingsrichtingen Verstedelijkings- en landschapsbeleid wordt overgelaten aan gemeenten en provincies. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei geënt op het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol.
Bij gebiedsontwikkelingen moet de daadwerkelijke vraag van bewoners, bedrijven en organisaties leidend worden. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen wordt een ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd: eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en, mocht nieuwbouw echt nodig zijn, altijd zorgen voor een optimale (multimodale) bereikbaarheid.
Pagina 22 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Bij het verbeteren van de bereikbaarheid wordt sterk gelet op het samenspel tussen alle modaliteiten (weg, spoor, water) in samenhang met ruimtelijke ontwikkeling. Er moet innovatief worden omgegaan met de benutting van de infrastructuur.
Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op dertien nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaat boeken. Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De 13 nationale belangen zijn:
Vergroten van de concurrentiekracht van Nederland 1. Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren. 2. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie. 3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen. 4. Efficiënt gebruik van de ondergrond. Verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid. 5. Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen. 6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem. 7. Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen. Waarborgen kwaliteit leefomgeving 8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s. 9. Ruimte
voor
waterveiligheid,
een
duurzame
zoetwatervoorziening
en
kaders
voor
klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling. 10. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. 11. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten. 12. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. Overkoepelend 13. Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Pagina 23 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
3.2.2
BESLUIT ALGEMENE REGELS RUIMTELIJKE ORDENING (BARRO)
Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden.
Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: •
Rijksvaarwegen
•
Grote rivieren
•
Defensie
•
Hoofdwegen en hoofdspoorwegen
•
Elektriciteitsvoorziening
•
Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen
•
Ecologische hoofdstructuur
•
Primaire waterkeringen buiten het kustfundament
De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd.
Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.
Pagina 24 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
3.2.3
LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING
Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen (Bro, artikel 3.1.d). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van ruimte in stedelijke gebieden. Tot 1 juli 2017 dienden overheden nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren met drie voorgeschreven, opeenvolgende trappen (de treden van de ladder). Omdat de ladder als te ingewikkeld werd ervaren en voor veel onderzoekslasten zorgde, is de regeling per 1 juli 2017 gewijzigd. In de nieuwe regeling is de tekst teruggebracht tot de essentie: de drie treden worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening): “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”.
Als er sprake is van een wijzigings- of uitwerkingsplan, geldt het volgende (artikel 3.1.6 lid 3 Besluit ruimtelijke ordening): “Indien in een bestemmingsplan een wijzigings- of uitwerkingsbevoegdheid is opgenomen, dan kan in dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en de motivering daarvan (als bedoeld in artikel 3.1.6. lid 2 Bro) wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel”.
In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
De nieuwe woningbouwlocatie in deze bebouwingsconcentratie wordt ontwikkeld in combinatie met de sanering van een agrarisch bedrijf. Saneren van een agrarisch bedrijf aan de rand van het dorp is onderdeel van dit initiatief. Een plan dat zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap en de stedenbouwkundige structuur op deze plek.
Pagina 25 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Door de woning op deze locatie, het bouwblok voor een agrarisch bedrijf van initiatiefnemer, te realiseren welk bouwblok is gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied, kan initiatiefnemer de financiële middelen beschikbaar krijgen om zorg te dragen voor de sanering van het agrarisch bedrijf, de bedrijfsgebouwen, de sleufsilo’s en de verharding. De locatie is op grond van de provinciale Structuurvisie 2010, herziening 2014 aangewezen als concentratiegebied verstedelijking. Door de aanwezigheid van het concentratiegebied verstedelijking is de locatie geschikt voor verstedelijking. In de juridisch bindende Interim Omgevingsverordening is de locatie voor de woning ook aangewezen als gebied waar verstedelijking afweegbaar is. Het project “Burgemeester van Erpstraat 70l” voorziet in 1 woning en is derhalve geen stedenbouwkundige ontwikkeling en behoeft niet te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking doch past in een gebied voor stedelijke ontwikkeling.
Conclusie In Oss is ruimte voor ontwikkelingen in het buitengebied, in combinatie met de sanering van een agrarisch bedrijf. Behoefte aan een extra woning in het buitengebied in Berghem is zeker aanwezig. In het Portefeuillemanagement Wonen Oss – Actualisatie 2019 is onder andere voor het landelijk gebied aangegeven dat: “Voor de juiste plannen, die aansluiten op en voorzien in de behoefte, is ruimte voor toevoeging: - aanvullend op de bestaande woningvoorraad in het landelijk gebied;”
Reeds diverse aanmeldingen zijn er voor de nieuwe woning.
3.3 Provinciaal beleid
3.3.1 Brabantse Omgevingsvisie 2018
De provincie wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Daarom is in december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
Pagina 26 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
3.3.2
STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ORDENING 2010 – PARTIËLE HERZIENING 2014
De Structuurvisie 2010, partiële herziening 2014 van de provincie Noord-Brabant is op 2 juli 2014 vastgesteld. Op grond van deze visie is onderhavige locatie aangewezen als landelijk gebied alsmede als zoekgebied voor verstedelijking
Ingevolge artikel 2.4.1 van de Structuurvisie geldt dat zolang binnen deze gebieden nog geen verstedelijking heeft plaatsgevonden, daar feitelijk het perspectief van gemengd landelijk gebied aanwezig.
Binnen de zoekgebieden verstedelijking geldt het beleid zoals opgenomen in deel B paragraaf 2.2.1. Voor wonen betekent dit: Wonen, werken, cultuurhistorie, recreatie, natuur en water.
Het gemengd landelijk gebied is een veelzijdige gebruiksruimte. Ontwikkelingen, zoals wonen, werken, (historische) landgoederen, recreatie en toerisme, passen qua aard, schaal en functie bij de omgeving en houden rekening met de omgevingskwaliteiten. De ontwikkeling van functies is in beginsel alleen mogelijk op vrijkomende locaties. Er wordt rekening gehouden met (ontwikkelingsmogelijkheden van) omliggende bestaande functies, zoals volwaardige agrarische bedrijven, recreatiebedrijven of woonfuncties.”
In artikel 2.4.1 wordt extra aandacht wordt gevraagd voor (het beperken van) de ontwikkelingsmogelijkheden van functies die een toekomstige stedelijke ontwikkeling kunnen bemoeilijken.
In casu is sprake van een woning binnen zoekgebied stedelijk gebied welke is gelegen op een vrijkomende agrarische locatie. Dit initiatief past binnen de Structuurvisie.
Het beperken van agrarische mogelijkheden past eveneens binnen artikel 2.4.1 van deze visie, waarin is aangegeven dat ontwikkelingsmogelijkheden van functies die toekomstige stedelijke ontwikkelingen kunnen bemoeilijken beperkt kunnen worden.
De visies zijn bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten die de Wet ruimtelijke ordening biedt inzet.
Naast deze Omgevingsvisie/Structuurvisie stelt de provincie een verordening op (hierop wordt hierna ingegaan). In deze verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen.
Pagina 27 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Aanvullend zijn ook gebiedspaspoorten opgesteld. Deze vormen een uitwerking van de visie en bevatten de landschapskenmerken die bepalend zijn voor de kwaliteit van een gebied of een landschapstype en hoe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het behoud en versterking daarvan.
De provincie kiest met de visie voor een duurzame ontwikkeling waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes die de komende jaren op de provincie af komen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant. Provinciale belangen en ruimtelijke keuzes De provincie wil sturen op ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke keuzes geven inhoud aan het streven naar ruimtelijke kwaliteit en zijn van provinciaal belang. De belangrijkste keuzes voor de gemeente Oss zijn: •
Regionale contrasten De provincie wil de contrasten tussen klei, zand en veenontginningen versterken.
•
Een multifunctioneel landelijk gebied De provincie kiest voor een integrale aanpak. Waar de landbouw de drager van het landschap is wordt
ruimte
gegeven
aan
optimale
en
duurzame
ontwikkeling
van
de
aanwezige
landbouwsector. In de jonge rivierkleigebieden moet de agrarische functie (rundveehouderij) behouden blijven. Op de oeverwallen langs de rivieren wordt ruimte geboden voor menging van landbouw, natuur, landschap, recreatie, wonen, werken en zorg. Dit is van belang voor de plattelandseconomie. •
Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem Het patroon van beken en kreken moet beter beleefbaar worden. De ecologische hoofdstructuur wordt versterkt door het natuursysteem nog beter aan het watersysteem te koppelen.
•
Een betere waterveiligheid door preventie Gestreefd wordt naar vergroting van de watervoerende capaciteit van het rivierbed in combinatie met het concept van de doorbraakvrije dijk.
•
Concentratie van verstedelijking Brabant heeft de ambitie zich te ontwikkelen tot een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau. De provincie vindt het daarom belangrijk dat er verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied, de zogenaamde mozaïekstructuur.
•
Sterk stedelijk netwerk De provincie wil een sterk stedelijk netwerk van Brabantse steden. Goede bereikbaarheid tussen de steden onderling en andere omliggende stedelijke netwerken is belangrijk.
•
Groene geledingszones tussen steden De provincie zet in op behoud en ontwikkeling van groene geledingszones tussen de stedelijke kernen.
Pagina 28 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
•
Gedifferentieerd aanbod goed bereikbare vrijetijdsvoorzieningen Een kwalitatief goede vrijetijdsbesteding is een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van een goed leef-, werk- en vestigingsklimaat. Belangrijk aandachtspunt daarbij is dat er een breed aanbod aan vrijetijdsvoorzieningen is met een goede toegankelijkheid en bereikbaarheid.
Zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. De hoofdregel is dat ontwikkelruimte dient bij te dragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan vasthouden aan wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. De zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit bepaalt dat: •
er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik;
•
er rekening wordt houden met de omgeving;
•
de ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
Dit principe is van toepassing op zowel het stedelijk als het landelijk gebied en wordt uitgewerkt in de Verordening ruimte 2014 (gewijzigd 2017) ) welke verordening inmiddels vervangen is door de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik toepassen. Nieuw ruimtebeslag moet zoveel mogelijk voorkomen worden. In eerste instantie krijgen initiatieven een plek binnen bestaand bebouwd gebied. Pas als hier geen mogelijkheden zijn of de kwaliteiten van de geplande ontwikkeling hier niet bij passen, wordt er in de omgeving gezocht naar de best mogelijke plek. Naast zuinig ruimtegebruik richt de provincie zich ook op herstructurering en hergebruik van verouderde locaties in het stedelijk gebied en op sanering van ongewenste functies in het buitengebied.
Rekening houden met de omgeving Gebiedskenmerken en omliggende waarden, gebaseerd op de lagenbenadering, zijn leidend bij de vraag “waar” en “hoe” de nieuwe ruimte wordt aangesneden. De ruimtelijke onderbouwing van een ontwikkeling geeft aan hoe is omgegaan met de ambities zoals verwoord in de structuren en in de gebiedspaspoorten.
Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de gebiedskenmerken van de plek.
Pagina 29 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Kwaliteitsverbetering van het landschap Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wil de provincie dat de initiatiefnemer zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te beperken. Dit uitgangspunt geldt voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied én buiten de ecologische hoofdstructuur en maakt de principes van ontwikkelingsplanologie toepasbaar. Concreet betekent dit dat passende functies zich kunnen ontwikkelen als er ook een prestatie voor het landschap tegenover staat. Daardoor wordt aantasting van de basiskwaliteit (bodem, water) en verlies aan ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden voorkomen. Ontwikkelingen die passen bij de aard, schaal en functie van het landelijk gebied, zoals agrarische en recreatieve ontwikkelingen en kleinschalige dienstverlening zijn mogelijk. Ook de ontwikkeling van andere (rode) functies is onder voorwaarden mogelijk. De ruimtelijke onderbouwing van een besluit geeft aan welke bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteitsverbetering van het landschap en hoe dit is geborgd. In principe gaat de provincie uit van de realisering van een fysieke prestatie op de projectlocatie en/of de directe projectomgeving. Indien dat niet mogelijk is, is de vorming van gemeentelijk of regionaal landschapsfonds een optie.
Structuren: ambitie, beleid en uitvoering De structuren geven een hoofdkoers aan, een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De volgende vier structuren worden onderscheiden. •
De groenblauwe structuur
•
Het landelijk gebied
•
De stedelijke structuur
•
De infrastructuur
Structuurkaart
Bron: Provincie Noord-Brabant
Pagina 30 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
De groenblauwe structuur Deze omvat de samenhangende gebieden in Noord-Brabant waar natuur- en waterfuncties behouden en ontwikkeld worden. Niet alleen in, maar ook buiten de natuurgebieden. Er is ruimte voor de ontwikkeling van een natuurlijk en robuust watersysteem. Het vormt de groenblauwe ruggengraat van het landschap en is van belang voor een goede, aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving in Noord-Brabant. Binnen deze groenblauwe structuur wil de provincie het volgende bereiken: 1. Positieve ontwikkeling van de biodiversiteit, natuur- en watersystemen zijn beschermd en worden verbeterd door een goede onderlinge verbinding; 2. Een robuuste en veerkrachtige structuur; 3. De natuurlijke basis en landschappelijke contrasten versterken. Versterken van de identiteit van de landschappen; 4. Gebruikswaarde van natuur en water verbeteren. De gebieden in de groenblauwe structuur zijn belangrijk voor recreatie en toerisme.
In de groenblauwe structuur worden drie perspectieven onderscheiden: •
Het kerngebied groenblauw Natuurgebieden in de ecologische hoofdstructuur, robuuste ecologische verbindingszones en belangrijke waterstructuren horen in dit perspectief. De hoofdfunctie is behoud en ontwikkeling van het natuur- en watersysteem.
•
De groenblauwe mantel Overwegend gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfunctie voor natuur en water. Gebieden grenzend aan het kerngebied die bijdragen aan de bescherming van de waarden. Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water(-beheer) en landschap is in de groenblauwe mantel een belangrijke opgave. Vormen van grondgebonden agrarisch gebruik zijn van blijvend belang voor de ontwikkeling van groene en blauwe waarden. Verder liggen er kansen voor recreatie en toerisme.
•
De gebieden voor waterberging Deze gebieden zijn van belang voor hoogwaterbescherming (ruimte voor de rivier) en waterberging (regionale waterberging).
Het landelijk gebied Het landelijk gebied omvat het gebied buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur zoals steden, dorpen en bedrijventerreinen. Het gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte. Naast land- en tuinbouw is er ruimte voor niet-agrarische functies. Binnen het landelijk gebied wil de provincie het volgende bereiken: 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie; 2. Ruimte voor duurzame agrarische ontwikkeling; 3. Versterking van het landschap.
Pagina 31 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Er worden binnen het landelijk gebied twee perspectieven onderscheiden: •
Gemengd landelijk gebied De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is: het gemengd landelijk gebied. Binnen dit gebied wordt de agrarische functie vaak in samenhang met andere functies (in de omgeving) uitgeoefend. Hier kan worden voldaan aan de vraag naar kleinschalige stedelijke voorzieningen, recreatie en ondernemingen in een groene setting. Daarnaast wil de provincie ook dat er ruimte beschikbaar blijft om de agrarische productiestructuur te behouden en te versterken. Dat betekent dat (stedelijke) functies die ten koste gaan van de ruimte voor agrarisch gebruik of die strijdig zijn met de landbouw in die gebieden geweerd worden. Hierdoor blijft er ruimte gereserveerd voor agrarische ontwikkelingen. De provincie vraagt aan gemeenten
om
deze
gebieden
vast
te
leggen
en
te
beschermen.
De
landbouwontwikkelingsgebieden en de vestigingsgebieden glastuinbouw beschouwt de provincie in ieder geval als primair agrarisch gebied. Ook delen van het verwevingsgebied richten zich vaak primair op agrarische ontwikkeling. •
Accentgebied agrarische ontwikkeling Binnen deze gebieden ziet de provincie ruimte en kansen om de agrarische productiestructuur te verduurzamen en te versterken. Op de structurenkaart zijn vanuit een regionaal schaalniveau vier accentgebieden agrarische ontwikkeling aangeduid. De komgebieden van de gemeente Lith maken hiervan deel uit. Hier liggen mogelijkheden voor schaalvergroting en intensivering van de landbouw.
Transitie naar een zorgvuldige veehouderij De wens tot verduurzaming van de agrarische sector heeft geleid tot de denklijn ‘Ontwikkelruimte moet je verdienen en is niet onbegrensd’. De denklijn bestaat uit drie uitgangspunten: •
ontwikkelruimte is alleen mogelijk als dit op bedrijfsniveau bijdraagt aan een verdere verduurzaming door het treffen van extra maatregelen;
•
de som van het effect van alle bedrijven in een gebied kan de draagkracht van een gebied te boven gaan;
•
door het bieden van een economisch perspectief aan de landbouw en agrofood door meer toegevoegde waarde van het product, transparantie en nieuwe verdienmodellen.
De ontwikkeling van de agrarische sector is gericht op inpassing in het landschap en een transitie naar duurzame en zorgvuldige veehouderij.
Pagina 32 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
De stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. Binnen de stedelijke structuur heeft de provincie de volgende doelen: 1. Concentratie van verstedelijking 2. Inspelen op demografische ontwikkelingen 3. Zorgvuldig ruimtegebruik 4. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit 5. Betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur 6. Versterking van de economische clusters
Er worden binnen de stedelijke structuur twee perspectieven onderscheiden: •
Stedelijk concentratiegebied In het stedelijk concentratiegebied met de bijhorende zoekgebieden voor verstedelijking wordt het merendeel van de verstedelijkingsopgave opgevangen. De groene ruimten tussen de steden worden open gehouden.
•
Kernen in landelijk gebied De kernen in het landelijk gebied worden zo veel mogelijk ontzien van verdere verstedelijking doordat daar alleen de opvang van de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt opgevangen (migratiesaldo-nul).
Onderhavig initiatief ligt in het landelijk gebied, in een accentgebied voor agrarische ontwikkeling. Echter, in de Interim Omgevingsverordening Brabant alsmede het bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020 is onderhavige locatie gelegen in een gebied van de aanduiding ; Beperkingen veehouderij. Agrarische ontwikkelingen zijn nabij dergelijke gebieden niet gewenst. Het saneren van een agrarisch bedrijf past binnen deze aanduiding “Beperkingen veehouderij”
De locatie is ook gelegen in een zoekgebied verstedelijking. De locatie van de bestaande alsmede de nieuwe woning met de bestemming Wonen past binnen de gebiedsaanduiding. Daar zijn momenteel reeds woningen gerealiseerd.
Pagina 33 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Visiekaart
Op onderstaande kaart is het stedelijk concentratiegebied uit de Visiekaart weergegeven.
Plankaart structuren en aanduidingen; visiekaart
De provincie vindt het daarom belangrijk dat er verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied, de zogenaamde mozaïekstructuur. De provincie wil dat er verschillende kwaliteiten worden ontwikkeld voor wonen en werken rond de steden en in het landelijk gebied. Om zo bij te dragen aan een onderscheidend leef- en vestigingsklimaat ter versterking van de kenniseconomie in Brabant. Het op peil houden van het voorzieningenniveau is daarbij een belangrijk aandachtspunt. De fysieke leefomgeving levert een bijdrage aan de gezondheid, bijvoorbeeld door goed toegankelijke voorzieningen, een groene leefomgeving, water, een veilige infrastructuur en biedt ruimte voor vrijetijdsbesteding. Bij de opgave voor wonen en werken wordt het accent sterker verlegd naar de te ontwikkelen kwaliteiten, de inzet op herstructurering en het beheer van het bestaand stedelijk gebied. Rond de steden is de schaal van de verstedelijkingsopgave van een andere orde, dan in de gebieden aan de randen van Brabant. Door de verstedelijking te concentreren zijn er meer mogelijkheden om een hoog voorzieningenniveau in stand te houden en verder te ontwikkelen. Dat gebeurt rond goed ontsloten gebieden, zoals in dynamische stadscentra en op knooppunten van infrastructuur.
De concentratie van verstedelijking vindt plaats in het zogenaamde 'kralensnoer' van steden (met omliggende kleinere kernen) op de overgang van zand naar klei (van Bergen op Zoom tot aan Oss) en rond de steden op het zand (Eindhoven – Helmond, Tilburg en Uden – Veghel). Hier wordt de bovenlokale groei van de verstedelijking opgevangen.
Onderhavig initiatief ligt in het concentratiegebied verstedelijking. Ontwikkelingen zijn op onderhavige locatie niet uitgesloten . Strijdigheid met ontwikkelingen in het gebied levert onderhavig initiatief niet op.
Pagina 34 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
Daarbij is zeker sprake van zuinig ruimtegebruik omdat het initiatief wordt gerealiseerd, waarbij een bestaande bedrijfswoning wordt gewijzigd naar de Woonbestemming, een
bestemmingsvlak wordt
verkleind, twee (bedrijfs)gebouwen en bouwwerken worden gesaneerd en openheid wordt gecreëerd. Enkel ter compensatie van deze handelingen wordt aansluitend in het stedelijk gebied een nieuwe woning toegevoegd.
Zo wordt de locatie compacter hetgeen ten goede komt aan de voorwaarde van zuinig ruimtegebruik. De te saneren locatie zal worden voorzien van nieuwe landschapselementen.
De passage over kwaliteitsverbetering wordt weergegeven in paragraaf 4.2.1.
3.3.3
Interim Omgevingsverordening Noord Brabant. (hierna: Interimverordening)
In de Interimverordening vertaalt de provincie Noord-Brabant de kaderstellende elementen uit haar beleid en rijksbeleid, waaronder het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De Interimverordening ruimte geldt als vervanging van de Verordening ruimte 2014 (gewijzigd 2017)
Toetsingskader
In de Wet ruimtelijke ordening is vastgelegd hoe de bevoegdheden op het gebied van ruimtelijke ordening zijn verdeeld tussen rijk, provincies en gemeenten. Provincies kunnen door middel van een planologische verordening regels formuleren waarmee gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening moeten houden. De provincie Noord-Brabant heeft hiertoe in 2010 de Verordening ruimte opgesteld. De Verordening ruimte is in 2010/2011 gefaseerd in werking getreden en is vervolgens periodiek herzien. Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is in werking getreden op 5 november 2019 en bevat regels voor de fysieke leefomgeving. Deze is inmiddels geconsolideerd op 8 december 2020. De regels hebben betrekking op ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening heeft een aantal provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte, vervangen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels uit de voorheen geldende verordeningen zijn gehandhaafd met het daarbij horende beschermingsniveau, en dat er in beginsel geen beleidswijzigingen zijn doorgevoerd.
Er zijn alleen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid, bijvoorbeeld uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
Pagina 35 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
De regels van de voorheen geldende Verordening ruimte zijn deels opgenomen in hoofdstuk 2 van de Interim omgevingsverordening (rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven) en deels in hoofdstuk 3 (instructieregels voor gemeenten).
De regels die in de Interim omgevingsverordening zijn opgenomen voor de ruimtelijke ordening (de regels die voorheen in de Verordening ruimte waren opgenomen) zijn een doorvertaling van het provinciaal beleid zoals dat is opgenomen in de Structuurvisie ruimtelijke ordening (Svro) en de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De regels zijn erop gericht om het leeuwendeel van de stedelijke ontwikkelingen te laten plaatsvinden in de stedelijke regio's en in het bestaand stedelijk gebied.
Werkingsgebieden in het plangebied
Alle regels van de Interim omgevingsverordening zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven. Voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 3 van de verordening is Brabant onderverdeeld in drie werkingsgebieden: het Natuur Netwerk Brabant (NNB), het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Binnen het landelijk gebied wordt nader onderscheid gemaakt in de werkingsgebieden gemengd landelijk gebied en groenblauwe mantel. Daarnaast gelden voor een groot aantal regels specifieke werkingsgebieden, bijvoorbeeld voor de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, voor de ecologische verbindingszones en voor de gebieden waar extra beperkingen gelden voor veehouderijen.
3.3.3.1 Aanduiding plangebied
Landelijk gebied
De initiatieflocatie is gelegen in het landelijk gebied.
Tevens gelden de Algemene regels voor bevordering ruimtelijke kwaliteit. De locatie is tevens gelegen in een zogenaamd ‘Stalderingsgebied’ en heeft de aanduiding ‘verbod uitbreiding veehouderij’ en “Bescherming Natura 2000”.
Pagina 36 van 153
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 29 januari 2020
rechtstreeks werkende regels landbouw:
landelijk gebied.
Het landelijk gebied is vervolgens verdeeld in gemengd landelijk gebied en groenblauwe mantel. Hieronder wordt daarop ingegaan.
Rechtstreeks werkende regels: Landbouw
Uit bovenstaande uitsnede van de kaart Landbouw blijkt dat voor deze locatie een tweetal verwijzingen zijn opgenomen. Deze worden hieronder uitgewerkt.
Verwijzing 1 betreft het tijdelijk verbod geitenhouderij Verwijzing 2 betreft een zorgvuldige veehouderij