Bijlage 2D Bijlagenboek 1 bij de regels
Tekst van het document
Figuur 4: Doorsnede B-B’ (bijlage 4), sleufsilowand met nieuwe grondwal.
Aan de sloot/wadi aan de westzijde zullen knotwilgen worden toegepast. Door hun lage kroon en grote afstand tot de sleufsilo wordt geacht dat ze niet de GMP-eisen (eisen met betrekking tot de opslag van grond) zullen overschrijden. Mede door het regelmatig kandelaberen (knotten) van de wilgen zal de hoogte van de kroon beperkt blijven. Daarnaast zullen in het veld lage elzen worden toegepast. Voor deze soort is gekozen omdat ze goed tegen natte omstandigheden kunnen, geen pluizige katjes bezitten en omdat ze rigoureuze snoei goed verdragen. Het voorstel is om deze in dezelfde onderhoudscyclus mee te nemen als de knotwilgen. Tijdens deze onderhoudsbeurten kunnen ze kort bij de grond afgezet worden. Hierdoor zullen ze in hoogte beperkt blijven en geven ze tijdens het bladseizoen plek aan mogelijke fauna. Het natuurontwikkelingterrein zal grotendeels onderhouden worden volgens de pakketten die vastgesteld zijn voor het Groen Blauw Stimuleringskader. Daarbij dient rekening gehouden te worden dat de delen van het terrein waar geen ingrepen plaats vinden nog gezien kan worden als hooiland, dezelfde functie die het nu vervuld. Daar dient na realisatie van de ingrepen rekening gehouden te worden met flora- en faunabestendig beheer. Dat wil zeggen dat er gemaaid mag worden na het broed- en bloeiseizoen.
13023115 OSS.ZLT.LIP
Pagina 10 van 12
Zuidzijde De zuidzijde zal de in het verleden aanwezige sloot weer zo veel mogelijk teruggebracht worden. Dit wordt gedaan door het verkleinen van de aanwezige opritten tot hun noodzakelijke formaat. Daarnaast wordt de extra verharding die is aangebracht aan de zijkant van de weg verwijderd. Op deze manier wordt de Tiendweg weer meer ingericht als een landelijke weg. Daarnaast wordt de sleufsilo teruggebracht en wordt de oprit naar het braakliggende terrein verplaatst naar de oprit van de sleufsilo’s. Omdat nu de sleufsilo’s aan de kant van de weg een zeer harde grens vormen tussen landschap en erf is er gekozen om de wand te bekleden met gaas en klimop (Figuur 5), hierdoor krijgt het een groene uitstraling, is het makkelijk te onderhouden en bied het beschutting aan fauna. De weg tussen de sloot en de wand dient als onderhoudsweg voor het achterliggende terrein waar natuurontwikkeling zal plaatsvinden.
Figuur 5: Doorsnede A-A’ (bijlage 4), sleufsilowand met klimopbeplanting.
6.
BEPLANTINGSLIJST
Voor het gemaakte ontwerp is een beplantingslijst samengesteld. Deze lijst is opgesteld aan de hand van de pakketten die beschikbaar zijn vanuit het Groen Blauw Stimuleringskader van de provincie Noord-Brabant (zie bijlage 5). Daarnaast is het hooiland toegevoegd, dit dient beheerd te worden maar valt buiten het Stimuleringskader omdat het gezien wordt als productief land. Daarbij is rekening gehouden met productieve maaibanen (5 meter breed). Hierdoor zal verspreid over het natuurontwikkelingterrein 16,75 are gemaaid kunnen worden. Tabel I.
Soortenlijst en toepassing
Toepassing
Pakket
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Aantal benodigd
Specificatie
Locatie
Knotboom
L94
Schietwilg
Salix alba
9 stuks
Diameter stam <30cm
Westzijde natuurterrein
Klein bosje
L5
Zwart els
Alnus glutinosa
15 stuks
Bosplantsoen
In kleine bosjes op het nieuw te realiseren natuurterrein
Landschapsboom
L8B
Gewone es
Fraxinus excelsior
10 stuks
Diameter stam <20cm
Op gazon ten oosten van woning
Natuuroever nat grasland
L14
n.v.t.
n.v.t.
11 are
Amfibieën poel
L11B
n.v.t.
n.v.t.
3 stuks
Kruidrijke zoom
R2
n.v.t.
n.v.t.
3 are
Groene wand
n.v.t.
Klimop
Hedera helix
27 stuks
Hooiland
n.v.t.
Divers
Divers
16,75 are
13023115 OSS.ZLT.LIP
De randen van de nieuw te realiseren natuurlijke sloten Oppervlakte >300m2
Natuurterrein
Opgeworpen tegen de wanden van de sleufsilo’s Potgrote 9
Om de 50 cm plaatsen tegen stalen hek constructie Productief terrein dat overblijft na de ingrepen.
Pagina 11 van 12
7.
BRONNEN EN LITERATUUR
-
Berendsen, H.J.A., 2004. De vorming van het land. GeoMedia, Faculteit Geowetenschappen, Universiteit Utrecht Geohydrologische kaart (1:100.000), 1983, TNO Meijden, R., 2005. Heukels’ Flora van Nederland. Wolters-Noordhoff bv Stimuleringskader beeldkwaliteit buitengebied Lith, april 2011, gemeente Oss Vermeulen, N., 2010. Bomen en struiken encyclopedie. Rebo productions bv Lisse Wateratlas Provincie Noord-Brabant Watwaswaar.nl Groen Blauw Stimuleringskader, september 2008, Provincie Noord-Brabant
-
Econsultancy Boxmeer, 12 maart 2012
13023115 OSS.ZLT.LIP
Pagina 12 van 12
7LWHOWRSRJUDIL FK OLJJLQJORFDWL
352-(&7266=/7/,3
1800(5˘ˇˆ
6&+$$/˙ˇˆ˘˘˘
'$780ˇ˝ DDUWˇ˘
%,-/$*(
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Woning en de weegbrug
Bestaande loodsen 13023115 OSS.ZLT.LIP
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Woning met siertuin, gazon en beklinkerd greppeltalud
Foto 4.
Woning met siertuin gezien vanaf de Tiendweg
13023115 OSS.ZLT.LIP
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Westelijk gelegen loods
Foto 6.
Sleufsilo’s gezien vanuit westelijke richting
13023115 OSS.ZLT.LIP
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 7.
Talud tegen noordzijde sleufsilo’s
Foto 8.
Erfgedeelte tussen loodsen en sleufsilo’s
13023115 OSS.ZLT.LIP
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 9.
Sleufsilo’s
Foto 10.
Noordelijk gelegen loods met naastgelegen agrarisch bouwland:geplande nieuwbouw
13023115 OSS.ZLT.LIP
versie okt. 2007
mais
puingra nulaat opslagte rrein
foto 6
gras/braakligge
nd terrein
foto
7
Tiendweg
sleufsilo
sleufsilo
sleufsilo
locatiegrens
foto 8
silo’s
loods to
fo
9
foto
10
to fo 5
foto 4
loods
loods
mais
mais
loods
pruim
woonhuis (nr.53) spar
weegbrug
to fo
fot
pruim
o1
meidoorn
P
3
Htg. Janstraat
LEGENDA:
oude knotwilgen
fo to
2
gazon
Combinatie: spaanse aak, iep, meidoorn
betonverharding
parkeerplaats
wilg
wilg
wilg
es
heesters boom talud Sloot bebouwing
standplaats + richting fotoname
es
Tiendweg
P
ratel populier
ratel populier
0m TITEL:
50 m
locatieschets huidige situatie
A4 PROJECT: OSS.ZLT.LIP
NUMMER: 13023115
SCHAAL: 1:1000
DATUM: 11-03-2011
GETEKEND: Rpi
BIJLAGE: 3
versie okt. 2007
Locatiegrens
akker
overstortdrem pe
l
akker natuurontwikkeling & hooiland
klimop wand
B .
.
.
.
.
.
..
.
.
.
.
.
.
...
...... .
......
.
...
.
.
.
.
.
.
..
.
.
B’
sleufsilo
akker
...
..
..
sleufsilo
sleufsilo
....
Tiendweg
A’
. . . . . . . . . . .
A
silo’s
loods
wadi
akker
loods
loods Nieuwe loods C
akker
C’
loods
LEGENDA: doorsnede
A’
woonhuis (nr.53)
gazon
betonverharding
......
.
.
.
...
.
P
.
.
.
.
.
..
.
.
P
P
meidoorn
spar
weegbrug
pruim
onverhard
parkeerplaats
Htg. Janstraat
bestaande heesters
oude knotwilgen Combinatie: spaanse aak, iep, meidoorn
bestaande boom nieuwe es L8B
wilg
wilg
wilg
es
nieuwe heestergroep L5
nieuwe knotwilg L94 kruidrijk talud R2
akker
es
Tiendweg
A
pruim
ratel populier
ratelpopulier akker
0m
oever talud L14 TITEL:
50 m
locatieschets toekomstige situatie
A4
Poel L11B water bebouwing
PROJECT: OSS.ZLT.LIP
NUMMER: 13023115
SCHAAL: 1:1000
DATUM: 11-03-2013
GETEKEND: Rpi
BIJLAGE: 4
Bijlage 5
Groen Blauw Stimuleringskader
Bijlage C Pakketten maatregel fijne dooradering behorende bij Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
Deze bijlage behoort bij de Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant, vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van 16 december 2008, nr. 1475112
Provincie Noord-Brabant Versie 1 december 2008
Landschapspakketten L1A
Hakhoutsingel
L1B
Bossingel
L2
Elzensingel
L3
Hakhoutbosje
L4
Griendje
L5
Klein bosje
L6A
Struweelhaag 6 jaar
L6B
Struweelhaag 12 jaar
L7
Knip- en scheerheg
L8A
Landschapsboom als solitair
L8B
Landschapsboom in bomenrij of boomgroep (geen agrarisch medegebruik)
L8C
Landschapsboom in bomenrij of boomgroep in grasland
L9
Knotboom
L10
Hoogstamfruitboomgaard
L11
Amfibieënpoel
L12
Weidevogelpoel
L13
Natuuroever riet
L14
Natuuroever nat grasland
Randenpakketten R1
Bloemrijke rand
R2
Kruidenrijke zoom
R3
Graslandflora- en faunarand
R4
Akkerflora- en faunarand
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
2
Landschapspakket L1A: Hakhoutsingel Wat is een hakhoutsingel?
Het is een vrijliggend lijnvormig aaneengesloten landschapselement, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en/of struiken met een bedekking van minimaal 90%, dat als hakhout wordt beheerd.
Hakhoutsingel zonder overstaanders
Hakhoutsingel met enkele overstaander
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
-
-
Het element is tenminste 25 meter lang en is tenminste 2 meter en ten hoogste 20 meter breed; Tenminste 90% van de stobbes van het element wordt als hakhout beheerd en de diameter van het hakhout (uitgezonderd de overstaanders) is maximaal 20 cm op 1,30 meter boven de hakhoutstoof; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en hakhoutstoven en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
3
Landschapspakket L1B: Bossingel Wat is een bossingel?
Het is een vrijliggend aaneengesloten lijnvormig landschapselement, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken met een bedekking van minimaal 90%.
Bossingel
Bossingel
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
-
Het element is tenminste 25 meter lang en is tenminste 2 meter en ten hoogste 20 meter breed; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en hakhoutstoven en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
4
Landschapspakket L2: Elzensingel Wat is een elzensingel?
Het is een vrijliggend, lijnvormig en enkelrijig landschapselement,met een minimale bedekking van 80% van aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken, waarvan tenminste 50% bestaat uit Zwarte els, dat als hakhout wordt beheerd.
Elzensingel
Elzensingel
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
-
-
Het element is tenminste 25 meter lang en is ten minste 1 meter en ten hoogste 3 meter breed; De diameter van de stammen (uitgezonderd de overstaanders) is maximaal 20 cm op 1,30 meter boven de hakhoutstoven. Per 100 meter element mogen gemiddeld maximaal 10 overstaanders gehandhaafd worden; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
5
Landschapspakket L3: Hakhoutbosje Wat is een hakhoutbosje ?
Het is een vrijliggend vlakvormig landschapselement, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken met een bedekking van minimaal 80%, dat als hakhout wordt beheerd.
Eikenhakhoutbosje
Hakhoutbosje
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
-
-
Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; Minimaal 80% van de oppervlakte van het element wordt als hakhout beheerd en periodiekéénmaal in de 10-20 jaar- vlaksgewijs en bij voorkeur gefaseerd afgezet; De diameter van het hakhout (uitgezonderd de overstaanders) is maximaal 20 cm op 1,30 meter boven de hakhoutstoof. Per are mogen maximaal 2 overstaanders gehandhaafd worden; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen.
Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
6
Landschapspakket L4: Griendje Wat is een griendje?
Het is een vrijliggend vlakvormig landschapselement met een bedekking van minimaal 80%, dat voor tenminste 80% bestaat uit inheemse wilgensoorten en als hakhout wordt beheerd.
Wilgenstoof
Griendje
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
-
Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; Minimaal 80% van de oppervlakte van het element wordt als hakhout beheerd en periodiekgemiddeld éénmaal per 4 jaar- vlaksgewijs en bij voorkeur gefaseerdafgezet; De diameter van het hakhout is maximaal 10 cm op 0,50 meter boven de hakhoutstoof; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in element verwerkt worden; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse Duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
7
Landschapspakket L5: Klein bosje Wat is een klein bosje?
Het is een vrijliggend vlakvorming landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken met een bedekking van minimaal 80%.
Klein vrijliggend bosje
Gekraagde roodstaart
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
-
Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
8
Landschapspakket L6A: Struweelhaag 6 jaar Wat is een struweelhaag ?
Het is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige struiken met een bedekking van minimaal 80%.
Struweelhagen met meidoorn
Struweelhaag met sleedoorn
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
-
-
Het element is tenminste 25 meter lang en is ten minste 2 meter en ten hoogste 5 meter breed; Het element kan vrij uitgroeien en wordt maximaal 1 maal per 6 jaar op tenminste 1 meter hoogte gesnoeid; overhangende takken aan de zijkanten mogen maximaal 1 maal per 3 jaar worden teruggesnoeid; Bij versnipperen van het takhout (met versnipperaar) mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
9
Landschapspakket L6B: Struweelhaag 12 jaar Wat is een struweelhaag ?
Het is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige struiken met een bedekking van minimaal 80%.
Struweelhagen met meidoorn
Struweelhaag met sleedoorn
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
-
-
Het element is tenminste 25 meter lang en is ten minste 2 meter en ten hoogste 5 meter breed; Het element kan vrij uitgroeien en wordt maximaal 1 maal per 12 jaar op tenminste 1 meter hoogte gesnoeid; overhangende takken aan de zijkanten mogen maximaal 1 maal per 3 jaar worden teruggesnoeid; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse Duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
10
Landschapspakket L7: Knip- en scheerheg Wat is een knip- en scheerheg?
Het is een vrijliggend lijnvormig landschapselement, met aaneengesloten begroeiing van inheemse bomen- en struiken, dat regelmatig wordt geknipt of geschoren.
Heg van meidoorn
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
-
Het element is tenminste 25 meter lang en is ten minste 1 meter en ten hoogste 3 meter breed; Het element wordt minimaal eenmaal per 2 jaar en maximaal eenmaal per jaar geknipt of geschoren en de haag heeft in geschoren toestand een hoogte van minimaal 1 meter; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 juni en 15 maart.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
11
Landschapspakket L8A:Landschapsboom als solitair Wat is een solitair?
Een solitaire landschapsboom is een alleenstaande inheemse loofboom, niet zijnde een knotboom, die doorgaans in een vrij grote, open ruimte staat. In geval er langs een perceelsgrens of in een groep minder dan 10 bomen staan worden alle bomen als solitaire boom beschouwd. De boom staat niet in een ander landschapspakket waarbij de beheersvergoeding gerelateerd is aan de oppervlakte (zoals houtsingel en hakhoutbosje).
Soilitaire boom in weiland
Enkele solitaire bomen langs perceelsgrens
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
De bomen kunnen periodiek worden gesnoeid, waarbij de kroon (onderste dikke tak tot de top) na het snoeien altijd meer dan 50% van de lengte van het takvrij stamstuk bedraagt. Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken onder de kronen van de bomen. Bij beweiding van de aanliggende gronden is bij soilitaire bomen langs een perceelsgrens een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf. Indien de boom in een beweid perceel staat is rond de boom een raster aanwezig op 1,5 meter uit de voet van de stam. Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen. Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart.
Indeling pakket:
L8A1: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld < 20 cm L8A2: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >20-60 cm L8A3: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >60 cm Diameter bomen: Alle bomen worden individueel gemeten. Op basis van de diameter wordt de boom in een klasse ingedeeld. De gemeten diameter bij aanvang, bepaalt de klasse waarin de boom valt.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
12
Landschapspakket L8B: Landschapsboom in bomenrij of boomgroep (geen agrarisch medegebruik) Wat is een bomenrij?
Een bomenrij is een één-, twee of meerrijigge beplanting van bomen, niet zijnde knotbomen, die meestal van ongeveer gelijke leeftijd zijn. Een laan is een specifieke vorm van een bomenrij. Er is sprake van een laan als aan beide zijden van een weg één of meer rijen bomen in een regelmatig plantverband geplant zijn. Een bomenrij rij bestaat uit minimaal 10 inheemse loofbomen en de bomen staan in een langgerekte en relatief smalle zone zonder agrarisch gebruik. Wat is een boomgroep?
Een boomgroep is een groep bomen die als het ware als een solitair opgroeit; hun kronen lijken een geheel te vormen. De afstand tussen de bomen is minimaal 5 meter. De grond onder de bomen kent geen agrarisch gebruik.
Bomenrij langs perceelsgrens
Bomenrij langs perceelsgrens
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
-
De bomen kunnen periodiek worden gesnoeid, waarbij de kroon (onderste dikke tak tot de top) na het snoeien altijd meer dan 50% van de lengte van het takvrij stamstuk bedraagt; Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in de strook zonder agrarisch gebruik worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken onder de kronen van de bomen; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
13
Landschapspakket L8C: Landschapsboom in bomenrij of boomgroep in grasland Wat is een bomenrij?
Een bomenrij is een één-, twee of meerrijigge beplanting van bomen, niet zijnde knotbomen, die meestal van ongeveer gelijke leeftijd zijn. Een laan is een specifieke vorm van een bomenrij. Er is sprake van een laan als aan beide zijden van een weg één of meer rijen bomen in een regelmatig plantverband geplant zijn. Een bomenrij rij bestaat uit minimaal 10 inheemse loofbomen en de bomen staan in een grasland. Wat is een boomgroep?
Een boomgroep is een groep bomen die als het ware als een solitair opgroeit; hun kronen lijken een geheel te vormen. De afstand tussen de bomen is minimaal 5 meter. De onderbegroeiing van de boomgroep bestaat uit grasland.
Twee rijen bomen op beweide dijk
Eén rij jonge bomen met boomkorf op beweide dijk
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
De onderbegroeiing bestaat uit grasland en het grasland mag in landbouwkundig gebruik zijn; De bomen kunnen periodiek worden gesnoeid, waarbij de kroon (onderste dikke tak tot de top) na het snoeien altijd meer dan 50% van de lengte van het takvrij stamstuk bedraagt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken onder de kronen van de bomen; De stammen van de bomen mogen niet of in zeer beperkte mate beschadigd worden door vraat door vee. Jonge bomen moet beschermt zijn door een boomkorf. De boomkorf mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
14
Indeling pakket:
L8C1: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld < 20 cm L8C2: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >20-60 cm L8C3: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >60 cm Diameter bomen: Alle stammen in het element worden gemeten. Op basis van de gemiddelde diameter wordt het gehele element in één klasse ingedeeld. De gemeten diameter bij aanvang, bepaalt de klasse waarin het gehele element valt. Aantal te subsidiëren bomen: Bij een bestaande bomenrij wordt voor maximaal 20 bomen per 100 meter een vergoeding verstrekt. De dikste 20 bomen zijn uitgangspunt voor de indeling in diameterklasse.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
15
Landschapspakket L9: Knotboom Wat is een knotboom?
Inheemse loofboom, waarvan de stam periodiek op een hoogte van minimaal 1,5 meter boven maaiveld wordt afgezet (geknot) en als solitair, in een groep of rij voorkomt op of langs landbouwgronden.
Rij knotwilgen
Steenuil
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
-
De boom wordt periodiek geknot; knotwilgen en knotpopulieren minimaal 1 maal per 5 jaar en andere knotbomen minimaal 1 maal per 8 jaar. Bij versnipperen van het takhout mogen de snippers niet in het element worden verwerkt; Bij verbranden van het takhout (indien dit mogelijk is in kader van APV) geen vuur maken in of binnen 5 meter vanaf het element; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.
Indeling pakket
L9A: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld < 30 cm L9B: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >30-60 cm L9C: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld > 60 cm Diameter bomen: Alle stammen in het element worden gemeten. Op basis van de gemiddelde diameter wordt het gehele element in een klasse ingedeeld. De gemeten diameter bij aanvang, bepaalt de klasse waarin het gehele element valt. Aantal te subsidiëren bomen: Bij een bestaande knotbomenrij wordt voor maximaal 33 bomen per 100 meter een vergoeding verstrekt. De dikste 33 bomen zijn uitgangspunt voor de indeling in diameterklasse. Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
16
Landschapspakket L10: Hoogstamfruitboomgaard Wat is een hoogstamfruitboomgaard.
Een boomgaard met hoogstamfruitbomen ( appel, peer, pruim,kers), waarvan de kroon op een hoogte van minimaal 150 centimeter boven de stamvoet begint en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grazige vegetatie.
Hoogstamfruitboomgaard
Hoogstamfruitboomgaard
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; De onderbegroeiing wordt als grasland beheerd; Indien het appel of peer betreft wordt de boom tenminste éénmaal per 2 jaar gesnoeid. Andere soorten enkel vormsnoei indien nodig; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbebehandeling; Schade aan stammen van bomen door vraat wordt voorkomen; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart.
Indeling pakket:
L10A: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld < 20 cm L10B: gemiddelde diameter bomen op 130 cm boven maaiveld >20 cm Diameter bomen: Alle stammen in het element worden gemeten. Op basis van de gemiddelde diameter wordt het gehele element in één klasse ingedeeld. De gemeten diameter bij aanvang, bepaalt de klasse waarin het gehele element valt.
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
17
Landschapspakket L11: Amfibieënpoel Wat is een amfibieënpoel?
Een amfibieënpoel is een natuurelement dat niet aansluit op een waterloop/sloot en gevoed wordt door grond- en/of regenwater en waarvan in de winterperiode het natte oppervlakte voor tenminste 80% bestaat uit open water.
Poel
Groene kikkers
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot, waarbij het waterbiotoop (water + taluds) minimaal 70% van de oppervlakte inneemt. Maximaal 30% van de oppervlakte van de poel mag bestaan uit landbiotoop zonder regulier landbouwkundig gebruik (bloemrijk grasland/ ruigte). De waterdiepte is in de diepste delen in de periode van 1 oktober tot 1 april tenminste 0,5 meter; incidenteel mag de poel in de zomerperiode droogvallen; Maximaal 25% van de oppervlakte van de oever is begroeid met houtige gewassen; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan; Geen water onttrekken aan het element anders dan voor het drenken van vee; In het element mag geen vis uitgezet worden en er mogen geen eenden/ganzen in gehouden of gelokt worden; De oever van de poel is begroeid met inheemse plantensoorten met een bedekking van minimaal 75%. Schoningswerkzaamheden verrichten in de periode tussen 1 september en 15 oktober.
Indeling pakket:
L11A: oppervlakte poel 100- 300 m2 L11B: oppervlakte poel >300 m2
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
18
Landschapspakket L12: Weidevogelpoel Wat is een weidevogelpoel?
Een weidevogelpoel is een natuurelement met een slikkige rand dat gevoed wordt door gronden/of regenwater en waarbij in de winterperiode het natte oppervlakte voor tenminste 80% bestaat uit open water.
Weidevogelpoel
Weidevogelpoel
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer
-
-
Het element is tenminste 5 are en ten hoogste 50 are groot, waarbij het waterbiotoop (water + taluds) minimaal 70% van de oppervlakte inneemt. Maximaal 30% van de oppervlakte van de poel mag bestaan uit landbiotoop zonder regulier landbouwkundig gebruik (bloemrijk grasland/ ruigte) Afstand tot bebouwing of opgaande bomen bedraagt minimaal 100 meter; Het element heeft zeer flauwe oevers met een talud van minimaal 1:10; De waterdiepte is in de diepste delen in de periode van 1 oktober tot 1 april tenminste 0,5 meter; incidenteel mag de poel in de zomerperiode droogvallen; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan; Op de oever komt geen begroeiing van inheemse bomen en/of struiken voor; Geen water onttrekken aan het element anders dan voor het drenken van vee; De oever van de poel is begroeid met inheemse plantensoorten, mniet zijnde bomen of struiken, met een bedekking van minimaal 75%. Schoningswerkzaamheden verrichten in de periode tussen 1 september en 15 oktober.
Indeling pakket:
L12A: oppervlakte poel > 500 m2-< 1000 m2 L12B: oppervlakte poel >1000 m2
Bijlage C bij Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant
19