Bijlage 2D Bijlagen bij toelichting BP Bossepad 1 Haren - 2023.PDF
Tekst van het document
5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens het NDFF zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Boomvalk
Afstand plangebied 1 km
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Bescherming categorie* en habitat 4, boom bewonend
17
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310 Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
1 km 1 km 5 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 1 km 5 km 1 km
4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend 4, boom bewonend 4, boom bewonend
* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Op de planlocatie zou de bedrijfswoning de enige plaats kunnen zijn waar een gierzwaluw zich zou kunnen nestelen als deze in een meer bebouwde omgeving zou staan. De woning blijft zoals deze is dus blijft ook deze eventuele biotoop bestaan. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Binnen het plangebied ontbreekt het volledig aan geschikte ingangen voor uilen om nestplaatsen te vinden. Tevens is er uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied.
Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien. Het pannendak van het woonhuis zou eventueel geschikt kunnen zijn voor nestelende huismussen. Hiervan zijn echter geen aanwijzingen gezien. De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de varkensstal, het woonhuis met tuin en hagen zullen immers geschikt blijven voor de huismussen. Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. In het plangebied is geen bos of open vlakte aanwezig. Daarnaast zijn er geen nesten van roofvogelsoorten aangetroffen in de bomen. Het is dus uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
18
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310 de habitat van een boom bewonende roofvogelsoort. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen (>4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden.
Met de beoogde herontwikkeling en de bijbehorende robuuste landschappelijke inpassing met streekeigen groen zullen nest- en foerageergelegenheid voor overige tuin, - en struweelvogels toenemen. Conclusie In het plangebied zijn verschillende gebouwen aanwezig, maar geen van deze gebouwen is geschikt als nestlocatie voor beschermde vogelsoorten. Er zijn tijdens het veldbezoek geen nesten in bomen waargenomen waarvan beschermde soorten gebruik kunnen maken. De gecultiveerde tuin biedt wel schuil- en foerageer mogelijkheden voor kleine vogelsoorten, zoals de huismus. Indien deze vegetatie wordt verwijderd, zijn er nog voldoende schuil en foerageermogelijkheden aanwezig in de omgeving van het plangebied. Als het verwijderen van deze bomen en struiken buiten het broedseizoen plaatsvindt, wordt voorkomen dat er negatieve effecten optreden ten aanzien van algemeen voorkomende vogelsoorten. Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, uilen of roofvogels verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als duif en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden.
Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.
5.2.4 Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën, reptielen en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid reptielen en amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën en reptielen om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. De soorten die volgens het NDFF zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Bastaardkikker Kamsalamander Poelkikker
Afstand plangebied 1 km 5 km 1 km
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Soortgroep en bescherming Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd
19
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310 Rugstreeppad Ringslang Beekprik Grote modderkruiper Kwabaal
5 km 5 km 5 km 5 km 5 km
Amfibieën, beschermd Reptielen, beschermd Vissen, beschermd Vissen, beschermd Vissen, beschermd
De aanwezigheid van deze beschermde soorten is uit te sluiten. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied, de ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied enkele algemene amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan ze vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Dit is hier van toepassing. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vlinders en libellen Volgens de NDFF is er een nachtvlindersoort waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Deze soort is te vinden in de onderstaande tabel. Soort Teunisbloempijlstaart
Afstand plangebied 5 km
Soortgroep en habitat Nachtvlinder, vochtige bossen en bosranden, waardplant: teunisbloem, wilgenroosje, basterdwederik en kattenstaart
In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders. Er zouden wel algemene vlindersoorten in het plangebied voor kunnen komen zoals klein koolwitje, boomblauwtje en citroenvlinder. Overige soorten Er zijn in een straal van vijf kilometer om het plangebied geen waarnemingen van beschermde soorten. Overige beschermde soorten insecten zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken aan oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
20
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.
6.1 Resultaten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er geen beschermde flora en fauna in het plangebied voorkomen. Met de sloop van de varkensstal zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De te slopen stal is volledig afgesloten waardoor deze volledig ongeschikt is voor verblijf- schuil- en nestplaatsen van beschermde diersoorten. Er zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming met de sloop van de voormalige varkensstal. Door de geplande sloop zullen de schuil- en foerageermogelijkheden voor verschillende diersoorten toenemen. Door de locatie na de bouw geheel planologische in te passen en natuurinclusief te verbeteren zal het leefgebied van genoemde soorten worden verbeterd.
6.2 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. Wet natuurbescherming o De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot verlies van leefgebied van beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. o Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. o In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Het is met de voorgenomen werkzaamheden echter niet uit te sluiten dat deze leiden tot een verhoging van stikstofdepositie op een Natura 2.000 gebied.
Voor de ingreep dient daarom een Aerius berekening te worden uitgevoerd. o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. o Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
21
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310 Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: • Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). • Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. • Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. • Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen). Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief verbeteren Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid.
Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. Voor de ontwikkeling van het plangebied raden wij de volgende natuurinclusieve maatregelen aan: o
o
o
o
Op plaatsen waar wegen niet intensief gebruikt worden, zoals parkeerplaatsen kan er halfbestrating worden gebruikt. De openingen tussen de stenen biedt ruimte aan planten die tolerant zijn voor betreding. De vegetatie ontwikkelt zich vanzelf, maar kan met inzaaien worden bevorderd. De planten zorgen voor zaden en insecten die weer dienen als voedsel voor vogels. De westelijke kopgevel van gebouw 3 of 5 is door de plaatsing en de ligging van het plangebied in een kleinschalig weidelandschap uitstekend als plaats om een steenuilen- of kerkuilenkast op of in aan te brengen. Om dit gecoördineerd te laten verlopen is het aan te bevelen om hiervoor contact op te nemen met de uilenwerkgroep Oss. Op deze manier zal het aanwezige uilenbestand in de omgeving worden ondersteund. Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en stuifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten, die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar.
Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters. Om de biodiversiteit van het begin van de kringloop te verhogen is het plaatsen van een insectenhotel aan te bevelen. Daarnaast is het wenselijk om een (kleine) bloementuin aan te leggen met speciale bijen/vlindermengsels of met planten die van nature in een berm kunnen voorkomen, zoals margriet, rode klaver, kleine pimpernel, wilde peen, duizendblad en gewoon knoopkruid.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
22
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
Voorbeeld insectenhotel
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
23
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
7. BRONNEN
Websites kaartbank.brabant.nl www.atlasleefomgeving.nl www.brabant.nl www.floron.nl www.ivn.nl www.natuurmonumenten.nl www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.vogelbescherming.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.wikipedia.nl
Andere bronnen Checklist vleermuisprotocol Limpens et al., 2014, 2017 Baijens et al., 2005 Netwerk groene bureaus
Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
24
Project
: Bossepad
Referentie : BE-0310 Datum
: 19 april 2022
Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 19 april 2022' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333
Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 19 april 2022'
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Bastaardkikker
Amfibieën
Bever
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Boomvalk
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Buizerd
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Das
Zoogdieren
0 - 1 km
Egel
Zoogdieren
0 - 1 km
Gierzwaluw
Vogels
Grote modderkruiper
Vissen
0 - 1 km
Haas
Zoogdieren
0 - 1 km
Havik
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Huismus
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
0 - 1 km
wnb-vrl
0 - 1 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Kerkuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Konijn
Zoogdieren
Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Ooievaar
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Poelkikker
Amfibieën
wnb-hrl
0 - 1 km
Ransuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Roek
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Slechtvalk
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Sperwer
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Steenmarter
Zoogdieren
Steenuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Wolf
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Zwarte wouw
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Baardvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Baardvleermuis / Brandts vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Bunzing
Zoogdieren
1 - 5 km
Eekhoorn
Zoogdieren
1 - 5 km
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Grote gele kwikstaart
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Kamsalamander
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Kartuizer anjer
Vaatplanten
1 - 5 km
Ringslang
Reptielen
1 - 5 km
Rosse vleermuis
Zoogdieren
Rosse woelmuis
Zoogdieren
Rugstreeppad
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Teunisbloempijlstaart
Nachtvlinders
wnb-hrl
1 - 5 km
Watervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Wespendief
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Wezel
Zoogdieren
1 - 5 km
Wezel/Hermelijn
Zoogdieren
1 - 5 km
0 - 1 km
0 - 1 km
wnb-hrl
1 - 5 km 1 - 5 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Alpenwatersalamander
Amfibieën
5 - 10 km
Beekrombout
Libellen
5 - 10 km
Dennenorchis
Vaatplanten
5 - 10 km
Dreps
Vaatplanten
5 - 10 km
Franjestaart
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Gevlekte witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
5 - 10 km
Groot spiegelklokje
Vaatplanten
5 - 10 km
Grote vos
Dagvlinders
5 - 10 km
Hazelworm
Reptielen
5 - 10 km
Heikikker
Amfibieën
Hermelijn
Zoogdieren
5 - 10 km
Kluwenklokje
Vaatplanten
5 - 10 km
Kruiptijm
Vaatplanten
5 - 10 km
Levendbarende hagedis
Reptielen
5 - 10 km
Meervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Muurhagedis
Reptielen
wnb-hrl
5 - 10 km
Noordzeehouting
Vissen
wnb-hrl
5 - 10 km
Oehoe
Vogels
wnb-vrl
5 - 10 km
Platte schijfhoren
Weekdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Rivierrombout
Libellen
wnb-hrl
5 - 10 km
Tonghaarmuts
Mossen
wnb-hrl
5 - 10 km
Veldparelmoervlinder
Dagvlinders
Vermiljoenkever
Geleedpotigen
Vinpootsalamander
Amfibieën
5 - 10 km
Wild zwijn
Zoogdieren
5 - 10 km
Adder
Reptielen
10 - 25 km
Akkerboterbloem
Vaatplanten
10 - 25 km
Akkerdoornzaad
Vaatplanten
10 - 25 km
Akkerogentroost
Vaatplanten
10 - 25 km
Bergnachtorchis
Vaatplanten
10 - 25 km
Boommarter
Zoogdieren
10 - 25 km
Bosbeekjuffer
Libellen
10 - 25 km
Bosvleermuis
Zoogdieren
Bruine eikenpage
Dagvlinders
wnb-hrl
Afstand
5 - 10 km
5 - 10 km wnb-hrl
wnb-hrl
5 - 10 km
10 - 25 km 10 - 25 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Damhert
Zoogdieren
Drijvende waterweegbree
Vaatplanten
Edelhert
Zoogdieren
Gaffellibel
Libellen
wnb-hrl
10 - 25 km
Geel schorpioenmos
Mossen
wnb-hrl
10 - 25 km
Gestippelde alver
Vissen
10 - 25 km
Getande veldsla
Vaatplanten
10 - 25 km
Gewone/Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
Glad biggenkruid
Vaatplanten
Gladde slang
Reptielen
Grote bosaardbei
Vaatplanten
10 - 25 km
Grote leeuwenklauw
Vaatplanten
10 - 25 km
Grote weerschijnvlinder
Dagvlinders
10 - 25 km
Iepenpage
Dagvlinders
10 - 25 km
Kempense heidelibel
Libellen
10 - 25 km
Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
Kleine ijsvogelvlinder
Dagvlinders
10 - 25 km
Kleine wolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Knoflookpad
Amfibieën
Knollathyrus
Vaatplanten
10 - 25 km
Knolspirea
Vaatplanten
10 - 25 km
Korensla
Vaatplanten
10 - 25 km
Kruipend moerasscherm
Vaatplanten
Liggende ereprijs
Vaatplanten
10 - 25 km
Muurbloem
Vaatplanten
10 - 25 km
Myoot (soort onbekend)
Zoogdieren
Naakte lathyrus
Vaatplanten
10 - 25 km
Naaldenkervel
Vaatplanten
10 - 25 km
Ondergrondse woelmuis
Zoogdieren
10 - 25 km
Otter
Zoogdieren
Pijlscheefkelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Roggelelie
Vaatplanten
10 - 25 km
Ruw parelzaad
Vaatplanten
10 - 25 km
Schubvaren
Vaatplanten
10 - 25 km
Schubzegge
Vaatplanten
10 - 25 km
10 - 25 km wnb-hrl
10 - 25 km 10 - 25 km
wnb-hrl
10 - 25 km 10 - 25 km
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
10 - 25 km
10 - 25 km
10 - 25 km
10 - 25 km
10 - 25 km
10 - 25 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Sierlijke witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
10 - 25 km
Sleedoornpage
Dagvlinders
10 - 25 km
Stijve wolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Tweekleurige bosspitsmuis
Zoogdieren
10 - 25 km
Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
Vliegend hert
Kevers
Vroedmeesterpad
Amfibieën
Vuursalamander
Amfibieën
10 - 25 km
Waterspitsmuis
Zoogdieren
10 - 25 km
Wilde averuit
Vaatplanten
10 - 25 km
Wilde ridderspoor
Vaatplanten
10 - 25 km
Wilde weit
Vaatplanten
10 - 25 km
Wolfskers
Vaatplanten
10 - 25 km
Zandhagedis
Reptielen
Zandwolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Aardbeivlinder
Dagvlinders
25 - 50 km
Bechsteins vleermuis
Zoogdieren
Beekprik
Vissen
25 - 50 km
Blaasvaren
Vaatplanten
25 - 50 km
Blauw guichelheil
Vaatplanten
25 - 50 km
Boomkikker
Amfibieën
Bosparelmoervlinder
Dagvlinders
Brandts vleermuis
Zoogdieren
Brave hendrik
Vaatplanten
25 - 50 km
Brede wolfsmelk
Vaatplanten
25 - 50 km
Eikelmuis
Zoogdieren
25 - 50 km
Europese rivierkreeft
Geleedpotigen
25 - 50 km
Gentiaanblauwtje
Dagvlinders
25 - 50 km
Gestreepte waterroofkever
Kevers
Gevlekte glanslibel
Libellen
25 - 50 km
Gewone bronlibel
Libellen
25 - 50 km
Gewone zeehond
Zoogdieren
25 - 50 km
Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Groene glazenmaker
Libellen
wnb-hrl
25 - 50 km
Grote bosmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km 10 - 25 km
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
10 - 25 km
10 - 25 km
25 - 50 km
25 - 50 km 25 - 50 km
wnb-hrl
wnb-hrl
25 - 50 km
25 - 50 km
25 - 50 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Grote parelmoervlinder
Dagvlinders
Grote vuurvlinder
Dagvlinders
Kleine heivlinder
Dagvlinders
25 - 50 km
Kleine schorseneer
Vaatplanten
25 - 50 km
Kommavlinder
Dagvlinders
25 - 50 km
Kranskarwij
Vaatplanten
25 - 50 km
Kwabaal
Vissen
25 - 50 km
Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Oostelijke witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
25 - 50 km
Pimpernelblauwtje
Dagvlinders
wnb-hrl
25 - 50 km
Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Rosse / Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
25 - 50 km
Smalle raai
Vaatplanten
25 - 50 km
Speerwaterjuffer
Libellen
25 - 50 km
Spiegeldikkopje
Dagvlinders
25 - 50 km
Stofzaad
Vaatplanten
25 - 50 km
Tengere distel
Vaatplanten
25 - 50 km
Vale vleermuis
Zoogdieren
Zilveren maan
Dagvlinders
25 - 50 km
Beekdonderpad
Vissen
50 - 100 km
Bokkenorchis
Vaatplanten
50 - 100 km
Bosdravik
Vaatplanten
50 - 100 km
Bruinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Bultrug
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Donker pimpernelblauwtje
Dagvlinders
wnb-hrl
50 - 100 km
Duinparelmoervlinder
Dagvlinders
Dwergvinvis
Zoogdieren
Elrits
Vissen
Geelbuikvuurpad
Amfibieën
Gevlekt zonneroosje
Vaatplanten
Gewone spitssnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Gewone vinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Gladde zegge
Vaatplanten
50 - 100 km
Grijze zeehond
Zoogdieren
50 - 100 km
25 - 50 km wnb-hrl
wnb-hrl
25 - 50 km
25 - 50 km
50 - 100 km wnb-hrl
50 - 100 km 50 - 100 km
wnb-hrl
50 - 100 km 50 - 100 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Groenknolorchis
Vaatplanten
wnb-hrl
50 - 100 km
Groensteel
Vaatplanten
Hamster
Zoogdieren
Honingorchis
Vaatplanten
50 - 100 km
Hoogveenglanslibel
Libellen
50 - 100 km
Ingekorven vleermuis
Zoogdieren
Karwijselie
Vaatplanten
50 - 100 km
Kleine ereprijs
Vaatplanten
50 - 100 km
Lederschildpad
Reptielen
wnb-hrl
50 - 100 km
Noordse winterjuffer
Libellen
wnb-hrl
50 - 100 km
Noordse woelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Rood peperboompje
Vaatplanten
50 - 100 km
Rozenkransje
Vaatplanten
50 - 100 km
Spits havikskruid
Vaatplanten
50 - 100 km
Tengere veldmuur
Vaatplanten
50 - 100 km
Tuimelaar
Zoogdieren
Veenbloembies
Vaatplanten
50 - 100 km
Vroege ereprijs
Vaatplanten
50 - 100 km
Water-/Meervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Witsnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Berggamander
Vaatplanten
100 - 250 km
Bosboterbloem
Vaatplanten
100 - 250 km
Brede geelgerande waterroofkever
Geleedpotigen
Breed wollegras
Vaatplanten
100 - 250 km
Bruin dikkopje
Dagvlinders
100 - 250 km
Bruinrode wespenorchis
Vaatplanten
100 - 250 km
Butskop
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Dikkopschildpad
Reptielen
wnb-hrl
100 - 250 km
Donkere waterjuffer
Libellen
50 - 100 km wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
50 - 100 km
50 - 100 km
50 - 100 km
100 - 250 km
100 - 250 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Echte gamander (subsp. germanicum)
Vaatplanten
100 - 250 km
Franjegentiaan
Vaatplanten
100 - 250 km
Geelgroene wespenorchis
Vaatplanten
100 - 250 km
Geplooide vrouwenmantel
Vaatplanten
100 - 250 km
Gestreepte dolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Gewone dolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Griend
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Groene nachtorchis
Vaatplanten
Hazelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Juchtleerkever
Kevers
wnb-hrl
100 - 250 km
Kalkboterbloem
Vaatplanten
100 - 250 km
Kalketrip
Vaatplanten
100 - 250 km
Kemps zeeschildpad
Reptielen
wnb-hrl
100 - 250 km
Kleine vlotvaren
Vaatplanten
wnb-hrl
100 - 250 km
Lange zonnedauw
Vaatplanten
100 - 250 km
Moerasgamander
Vaatplanten
100 - 250 km
Mopsvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Potvis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Scherpkruid
Vaatplanten
100 - 250 km
Steenbraam
Vaatplanten
100 - 250 km
Trosgamander
Vaatplanten
100 - 250 km
Veenbesblauwtje
Dagvlinders
100 - 250 km
100 - 250 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Veenbesparelmoervlinder
Dagvlinders
100 - 250 km
Veenhooibeestje
Dagvlinders
100 - 250 km
Veldspitsmuis
Zoogdieren
100 - 250 km
Vliegenorchis
Vaatplanten
100 - 250 km
Walrus
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Wilde kat
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Witflankdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Zinkviooltje
Vaatplanten
100 - 250 km
Zweedse kornoelje
Vaatplanten
100 - 250 km
Bijlage 4
- Verslag omgevingsdialoog
Bijlage 5
- Bodemonderzoek
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Conform NEN 5740 / NEN 5707
Bossepad 1, Haren
Datum
: 23 november 2022
Rapportnummer
: 222-HBo1-vo-voa-v1
Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL37 INGB 0007735391 KvK: 67445322
Type onderzoek
: Verkennend bodemonderzoek
Project
: Bossepad 1, Haren
Projectnummer
: 222-HBo1-vo-voa-v1
Opdrachtgever
: DLV Advies
Datum rapport
: 23 november 2022
Van toepassing zijnde certificaat : BRL SIKB 2000 Van toepassing zijnde protocollen : 2001, 2002, 2018 Nummer certificaat : EC-SIKB-02236 Veldwerk uitgevoerd door erkende: W.A. van Aerle en ervaren veldwerkers A.H.M. Janssen Projectleider
: W.A. van Aerle
Veldwerker verklaart hierbij dat bij de uitvoering van het veldwerk geen invloed is uitgevoerd door de opdrachtgever of directie van M&A Bodem & Asbest BV. Voor akkoord:
Collegiale toets:
W.A. van Aerle
A. van der Vleuten
Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL37 INGB 0007735391 KvK: 67445322
Samenvatting In verband met een ruimtelijke procedure voor een locatie aan het Bossepad 1 in Haren is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een vooronderzoek volgens de NEN 5725 uitgevoerd. Na uitvoering van het vooronderzoek kon de hypothese "onverdachte, niet lijnvormige locatie" volgens NEN 5740 worden gesteld. Voor een voormalige bovengrondse dieseltank diende de hypothese ‘verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting (VEP)’ te worden gesteld. Voor het onderzoek asbest in de bodem (voor de drupzones bij de stallen) wordt de hypothese ‘diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming’ gesteld. Met de onderzoeksstrategie voor “onverdachte locaties” werden 18 boringen tot 0,5 m-mv geplaatst. Drie boringen zijn bij de voormalige locatie van de tank geplaatst tot 0,5 m-mv. Vier boringen zijn doorgezet tot 2 m-mv. Van de grond zijn monsters van de boven- en ondergrond genomen. Zintuiglijk werden in de grondmonsters geen bodemvreemde materialen aangetroffen. Er werden ook geen afwijkingen in geur en / of kleur geconstateerd. Een gedeelte van de locatie was verhard met een betonverharding, waar geen monstername mogelijk was. In totaal zijn zes mengmonsters van het perceel samengesteld, welke geanalyseerd zijn volgens het NEN 5740 pakket grond en voor minerale olie en BETXN voor de tank.
Op de locatie zijn eerder drie peilbuizen geplaatst, waaruit grondwatermonsters zijn genomen. De grondwaterstand werd op ongeveer 2,1 m-mv aangetroffen. Na analyse van de grond(meng)monsters en grondwatermonsters bleek dat : # in een gedeelte van de bovengrond de achtergrondwaarden (AW) voor koper, zink en PCB’s worden overschreden; # in de bovengrond van de voormalige bovengrondse dieseltank wordt de AW voor minerale olie overschreden; # in de ondergrond de AW voor de onderzoeksparameters niet worden overschreden; # in het grondwater lichte verontreinigingen met barium zijn aangetroffen. De verontreinigingen met zware metalen in een gedeelte van de bovengrond en het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek m.b.t. zware metalen in de bodem. De lichte verhoging met PCB’s komt vaker voor zonder direct aanwijsbare oorzaak. Gezien de gehalten is geen nader onderzoek noodzakelijk.
Indicatief kan worden gesteld dat, in verband met het hergebruik van grond, de grond van de onderzoekslocatie, behalve het gedeelte van de bovengrond met de verhoging met PCB’s, multifunctioneel toepasbaar is. Hergebruik dient te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het bodembeleid van de gemeente Oss. Aan 5 dakzijden van de voormalige stallen waren asbestverdachte drupzones aanwezig. In verband met het onderzoek asbest in de bodem zijn bij de drupzones een aantal gaten van 30x30 cm gemaakt tot 0,15 m-mv. Van de gaten is per dakhelft één mengmonster samengesteld en deze zijn geanalyseerd op asbest. Uit de resultaten van de analyse blijkt dat de concentratie asbest maximaal 7 mg/kg ds bedraagt. Bij alle monsters zijn indicatief geen losse vezels aangetroffen in de fijne fractie. Geconcludeerd wordt dat er geen directe belemmeringen zijn geconstateerd in verband met de ruimtelijke procedure op de locatie. Ook voor asbest in de bodem zijn verder geen maatregelen noodzakelijk.
Bossepad 1, Haren
M & A Bodem & Asbest BV
Inhoudsopgave Hfdst.
Titel
Blz.
Samenvatting 1
Doelstelling verkennend onderzoek
1
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
Vooronderzoek Historisch gebruik Huidig gebruik Toekomstig gebruik Asbest in de bodem Bodemsamenstelling en geohydrologie Beantwoording vragen volgens NEN 5725 Hypothese
2 3 4 4 5 5 6 7
3 3.1 3.2
Onderzoeksstrategie en uitvoering van het onderzoek Onderzoek volgens NEN5740 Onderzoek volgens NEN 5707
8 11
4. 4.1 4.2 4.3
Resultaten Boorbeschrijving Zintuiglijke waarnemingen Chemische en fysische analyses
13 13 14
5. 5.1 5.2 5.3
Interpretatie en toetsing van de resultaten Algemeen Grond Grondwater
17 19 19
6.
Conclusies en aanbevelingen
20
7.
Referenties
21
Bijlagen Bijlage 1a : Situatie- en boorpunttekening Bijlage 1b : Omgevingsrapportage provincie Noord-Brabant Bijlage 2 : Isohypsen Bijlage 3a : Analyserapport grond Bijlage 3b : Analyserapporten asbest in de bodem Bijlage 3c : Analyserapport grondwater Bijlage 3d : Toetsingsnormering grond + grondwater Bijlage 4 : Boorbeschrijving
1
Bossepad 1, Haren
M & A Bodem & Asbest BV
1. Doelstelling verkennend onderzoek Op 5 oktober 2022 is door DLV Advies aan M & A Bodem & Asbest BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en NEN 5707, op een perceel aan het Bossepad 1 te Haren. Het onderzoek is noodzakelijk vanwege de ruimtelijke procedure voor een bestemmingswijziging op de locatie, waarvoor een verklaring benodigd is omtrent de aanwezigheid van eventuele bodemvervuiling. In dit onderzoek zal de chemische en fysische toestand van de bodem worden beschreven. Door middel van het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de bovengrond (0 tot 0.5 meter) en de ondergrond (0.5 tot 2.0 meter) zal een uitspraak worden gedaan omtrent bovenstaande. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740, NEN 5725, NEN 5707 en de BRL 2000. Voorafgaand aan het onderzoek verklaart M&A dat er geen relatie bestaat tussen opdrachtgever en M&A, zodat onafhankelijkheid wordt gegarandeerd. Het procescertificaat van M&A Bodem & Asbest en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistraties, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. In deze rapportages zijn de protocollen 2001, 2002 en 2018 van toepassing. Het veldwerk is uitgevoerd door erkende en ervaren veldwerkers (W.A.
van Aerle en A.H.M. Janssen). Dit bodemonderzoek is met de grootste zorg uitgevoerd. Door de statistische keuzes volgens de NEN 5740 kan het echter voorkomen dat er toch bodemverontreiniging op het perceel aanwezig is dat niet is geconstateerd tijdens het onderzoek. Hiervoor kan M&A niet aansprakelijk worden gesteld. Verder zijn alle in deze rapportage gedane aanbevelingen en adviezen vrijblijvend van aard. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.
1
Bossepad 1, Haren
M & A Bodem & Asbest BV
2. Vooronderzoek conform NEN 5725 In de NEN 5725 staat beschreven welke gegevens minimaal geïnventariseerd dienen te worden om een uitspraak te kunnen doen over het vervolgtraject. Om tot een hypothese voor het vervolgonderzoek te komen dienen te worden onderzocht : 1. Historisch gebruik 2. Huidig gebruik 3. Toekomstig gebruik 4. Bodemopbouw / geohydrologie (wenselijk, niet verplicht) Bij de inventarisatie is gebruik gemaakt van de volgende bronnen : S inventarisatielijst provinciaal programma bodemsanering; S verkennende onderzoeken gesloten stortplaatsen (VOS); S gemeentelijke bestand van huidige en vervallen milieuvergunningen; S provinciale lijst van autosloopterreinen; S bestand ondergrondse en bovengrondse opslagtanks van de gemeente; S bestand bodemonderzoeken in de gemeente. S omgevingsrapportage provincie Noord-Brabant; In de volgende paragrafen wordt een samenvatting gegeven van het vooronderzoek. Via de omgevingsrapportage van de provincie en de dossiers van de gemeente Oss zijn een aantal gegevens ontleend en tevens zijn door de opdrachtgever een aantal documenten overlegd. De aanleiding van het vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek (aanleiding A van de NEN 5725.
Na beschrijving van het vooronderzoek zullen de beantwoordingen van de onderzoeksvragen, behorende bij de aanleiding van het vooronderzoek, in paragraaf 2.6 worden beschreven.
2
Bossepad 1, Haren
M & A Bodem & Asbest BV
2.1. Historisch gebruik De onderzoekslocatie is gelegen op een perceel aan het Bossepad 1 in Haren, in het buitengebied ten noorden van de bebouwde kom van Oss. De locatie is kadastraal bekend onder gemeente Oss, sectie R, perceelnummers 8 en 31. De situatie is aangegeven op de tekening in bijlage 1a. De huidige bestemming is agrarisch. De bestemming van de directe omgeving is eveneens agrarisch. Bodemonderzoeken: Van het perceel zijn de volgende bodemonderzoeken bekend: # Verkennend onderzoek Inpijn-Blokpoel ( d.d. 25-4-1996). In de bovengrond zijn verhogingen t.o.v. de AW voor zink, PAK en EOX aangetroffen en in de ondergrond is nikkel verhoogd t.o.v. de AW. Het grondwater is niet geanalyseerd. # Verkennend onderzoek Inpijn-Blokpoel (d.d. 6-6-2011). In de bovengrond is PAK verhoogd t.o.v. de AW. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verhogingen aangetroffen. Van de omgeving zijn de volgende onderzoeken bekend: # Luistenstraat 6, verkennend onderzoek SGS ÖkoCare (d.d. 30-6-1997). In de grond zijn geen verhogingen aangetroffen. Het grondwater bleek sterk verontreinigd met lood; # Luistenstraat 6, verkennend onderzoek SGS ÖkoCare (d.d. 30-6-1997). In de bovengrond zijn verhogingen t.o.v. de AW voor nikkel, cadmium, zink en minerale olie aangetroffen en in de ondergrond is nikkel verhoogd t.o.v. de AW. Het grondwater is sterk verontreinigd met lood.
Omgevingsrapportage provincie: Volgens de omgevingsrapportage van de provincie zijn van de locatie de onderzoeken bekend , zoals hiervoor samengevat. Tanks: Van de locatie is uit de milieuvergunningstekening van 2001 een bovengrondse dieseltank van 1.000 liter ontleend. Deze stond buiten opgesteld in een betonnen lekbak. De tank was bij de vergunning van 2015 niet meer aanwezig.
3
Bossepad 1, Haren
M & A Bodem & Asbest BV
Milieuvergunningen: Van het perceel zijn milieuvergunningen bekend voor een varkenshouderij van 2001 en 2015. In de werkplaats is in 2015 een opslag van 4 vaten smeerolie (4x 60 liter) en afgewerkte olie (1x 60 liter). De vaten staan op een lekbak, op een betonvloer binnen het gebouw. Overigen: Van de onderzoekslocatie zijn geen verdere gegevens bekend over sintels, zinkassen of oude watergangen. De locatie is niet vermeld op de lijst van bodemsaneringsgevallen van de provincie en staat evenmin bekend als voormalige stortlocatie. Conclusie: vooronderzoek Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat het perceel verontreinigd is. Bij de stallen was wel sprake van asbestverdachte drupzones. Ook de voormalige dieselolietank is een bodembedreigende activiteit. Voor de opslag van olie in de werkplaats zijn de nodige bodembeschermende voorzieningen (inpandig, betonvloer, lekbak) aanwezig, dat dit niet als bodembedreigend ervaren hoeft te worden.
2.2. Huidig gebruik Op de onderzoekslocatie is een woning, stallen en een groepsaccommodatie aanwezig. De oppervlakte van het te onderzoeken perceel bedraagt ongeveer 9.895 m2. Verhardingen zijn aanwezig in de vorm van klinkers, beton en asfalt. Obstakels of zichtbare verontreinigingen zijn niet geconstateerd. Kabels en leidingen zijn niet zichtbaar aanwezig op het terrein.
2.3. Toekomstig gebruik Op de locatie zal een bestemmingswijziging plaatsvinden middels een ruimtelijke procedure. Over bouwplannen in de toekomst is nog niets bekend. Bodembedreigende activiteiten op de locatie zijn niet waarschijnlijk.
4
Bossepad 1, Haren
M & A Bodem & Asbest BV
2.4 Asbest in de bodem Op de onderzoekslocatie is een vooronderzoek uitgevoerd volgens NEN 5707 ‘Asbest in de bodem’. Er is een maaiveldinspectie uitgevoerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Het onderzoeksgedeelte is hierbij rastermatig onderzocht op de aanwezigheid van asbestmateriaal. Uit het onderzoek is gebleken dat er op de onderzoekslocatie geen asbestmaterialen op of in de bodem zijn aangetroffen, zodat geen vervolgonderzoek noodzakelijk is. Voor vijf dakgedeelten zal een veldwerkonderzoek volgens NEN 5707 worden uitgevoerd. Dit is noodzakelijk, omdat aan de (asbestverdachte) daken geen goot is/was bevestigd aan de dakconstructie en tevens geen verharding aanwezig is op de bodem onder de druplijnen. Daardoor is er mogelijk sprake van verontreiniging met asbestvezels in de bovenlaag van de onverharde bodem.
2.5. Bodemsamenstelling en geohydrologie De locatie is gelegen in het gebied van de Centrale Slenk. Deze Centrale Slenk wordt in het westen begrensd door de Peelrandbreuk. De deklaag van de bodem ter plaatse, behorende tot de Formatie van Boxtel, bevindt zich op ongeveer 6 meter boven NAP en loopt door tot 3 meter beneden NAP. Deze deklaag bestaat uit middel fijn tot uiterst fijn zand, gemengd met of onderbroken door lagen (1 meter dikte) met klei of zandige klei. Deze laag is slecht waterdoorlatend. Na de deklaag begint het eerste watervoerende pakket, behorende tot de formaties van Sterksel, Veghel en Kedichem, doorlopend tot 94 meter beneden NAP waarna de eerste scheidende laag, behorende tot de Brunssum klei, begint. De grondwaterspiegel van het freatische grondwater bevindt zich op ca. 3 meter boven NAP. De grondwaterstromingsrichting is noordelijk. Deze gegevens zijn ontleend aan de door TNO samengestelde grondwaterkaart van Nederland (kaart 57 oost, kaartblad 50A). Op de tekening in bijlage 2 zijn de isohypsen van de omgeving van de onderzoekslocatie weergegeven.
5
Bossepad 1, Haren
M & A Bodem & Asbest BV
2.6. Beantwoording onderzoeksvragen volgens NEN 5725 Voor de aanleiding A dienen de onderzoeksvragen te worden beantwoorden. In paragraaf 2.1 t/m 2.5 is de motivatie gegeven van alle bevindingen op de locatie. Onderstaand worden de onderzoeksvragen beantwoord. 1. Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende ? De afbakening is op de tekening in bijlage 1a opgenomen en dit is de onderzoekslocatie waarvoor het onderzoek heeft plaatsgevonden. 2. Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging ? Op de locatie is sprake van een voormalige bovengrondse dieseltank, wat als een potentiële bron van verontreiniging beschouwd dient te worden. Er zijn verder 5 dakhelften zonder goot en zonder verharding, welke als asbestverdachte drupzone kunnen worden beschouwd. 3. Is de bodem asbestverdacht ? Ja, de bodem is asbestverdacht ter plaats van de drupzones van de stallen. 4. Wat is de bodemopbouw en geohydrologie ? Zie paragraaf 2.5. 5. Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit ? Nee. 6. Wordt op (een deel van) de locatie bodemverontreiniging vermoed ? In principe is er geen verdacht op een bodemverontreiniging. De asbestverdachte drupzones zijn het meest verdacht hierop. Ook voor de vml. dieseltank is een verontreiniging mogelijk. 7.
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend ? Nee, de kwaliteit van de bodem is niet afdoende bekend. Er is een onderzoek volgens NEN 5740 nodig en een veldwerkonderzoek volgens de NEN 5707.
6
Bossepad 1, Haren
M & A Bodem & Asbest BV
2.7. Hypothese Gezien de informatie die uit het historische onderzoek naar voren is gekomen kan gesteld worden dat geen verontreinigingen worden verwacht in de bodem. Derhalve wordt de hypothese "onverdachte locatie" gesteld, welke aan de hand van de analyseresultaten zal worden getoetst. Voor een voormalige bovengrondse dieseltank diende de hypothese ‘verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting (VEP)’ te worden gesteld. Voor het onderzoek asbest in de bodem (voor de drupzone bij 5 dakhelften van de stallen) wordt de hypothese ‘diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming’ gesteld.
7