Bijlage 2D Bijlagen bij toelichting BP Bossepad 1 Haren - 2023.PDF
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Bossepad 1 Haren - 2023 Bijlagen bij toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Indexpagina bijlagen bij de toelichting Bestemmingsplan Bossepad 1 Haren - 2023 Bijlage 1
- Landschappelijk inrichtingsplan
Bijlage 2
- AERIUS berekeningen
Bijlage 3
- Quickscan flora en fauna
Bijlage 4
- Verslag omgevingsdialoog
Bijlage 5
- Bodemonderzoek
Bijlage 1
- Landschappelijk inrichtingsplan
Bossepad 1 Haren DOEL
Verantwoording landschap Bossepad 1 Haren, gemeente Oss
DATUM
14 december 2022
AFSCHRIFT
DLV Advies – mevr. F. Klomp
Toelichting landschapsplan Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. Bij de landschappelijke inpassing wordt het beleid en de omgeving bestudeerd en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren. Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Onderstaand voorstel illustreert de toekomstige situatie, gevolgd door een argumentatie van de inpassingsmaatregelen. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Knotwilgen laan naast inrit (i) Omzomen van het bijgebouw met groen (i) Behoud bestaande bomenrij met hoogstamfruit (i) Behoud van groene afscherming groepsaccommodatie (i) Afscherming van schuur met bomenrij (i) Behouden bestaande afscherming schuren met knotwilgenrij (i) Kleinschalig weiland met bomenrij (i) Kleine weide met solitaire boom (i)
(I): inpassingsmaatregel (kv): aanvullende kwaliteitsmaatregel
Derpt 15, 5476 VW Vorstenbosch – T: (06) 26949922 – info@vandoorenlandschap.nl NL26 KNAB 0257 6373 54 – KvK-nr 72334843 – www.vandoorenlandschap.nl -1-
Figuur 1. Landschapsplan. Zie bijlage I voor maatvaste ondergrond.
1. Knotwilgen laan naast inrit Midden in het open polderlandschap ligt het erf. Deze is door een lange inrit gekoppeld aan de straat Bossepad. De koppeling tussen deze elementen wordt versterkt door een rij van knotwilgen. Naast de oprit ligt een extensieve berm. Deze wordt enkele keren per jaar gemaaid om het overhangende gras op de oprit te voorkomen. 2. Omzomen van het bijgebouw met groen Aan het eind van de oprit ligt de woning met bijgebouw en tuin. Deze plek wordt geaccentueerd met een bestaande landschapsboom. De oostzijde van het erf is aangezet met een houtsingel, wat een wenselijke groene afscherming vormt voor het bestaande bijgebouw.
-2-
3. Behoud bestaande bomenrij met hoogstamfruit Midden op het erf staat een dubbele rij hoogstamfruit. Deze rij vormt een vergroening van het middenerf en sturing tussen de speelvelden en parkeerplaats. 4. Behoud van groene afscherming groepsaccommodatie Aan de westzijde van het erf staat een bestaande struweelhaag en in het verlengde een bomenrij. Deze blijven gehandhaafd als omzoming van het erf. Aan de noordzijde wordt een lage haag geplant als groene scheiding tussen het erf en de weide. 5. Afscherming van schuur met bomenrij De bestaande grote schuur midden op het erf wordt afgeschermd met een groene bomenrij. Vanaf de oprit en vanuit het landschap wordt hierdoor de schuur minder nadrukkelijk. De bomen bieden ruimte voor vogels om te schuilen en nestelen. 6. Behouden bestaande afscherming schuren met knotwilgenrij Aan de zuidzijde van het perceel staat een rij knotwilgen langs de greppel. Vanuit het landschap is dit een groene afscherming van de stallen. De knotwilgenrij blijft behouden. Ook bieden deze plek voor vogels en een rustplek voor de steenuil. 7. Kleinschalig weiland met bomenrij Aan de westzijde van de schuur blijven de bestaande bomen behouden. In het bestaande weiland wordt een groep bomen geplant om zicht op het dakvlak van de achterliggende schuur vanuit het landschap af te vlakken. 8.
Kleine weide met solitaire boom De entree van het erf wordt aan de westzijde benadruk met een markante landschapsboom. Deze boom biedt een meerwaarde voor bijen en kleine knaagdieren.
-3-
Beplantingsplan: De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. In onderstaand voorstel zijn de verschillende vakken, maatvoering, voorgesteld, sortiment, plantverband en het aantal aan te schaffen stuks opgenomen. Er is onderscheid gemaakt tussen nieuw aan te leggen beplanting en bestaande beplanting:
Figuur 1. Beplantingsplan. Zie bijlage II voor maatvaste ondergrond.
Bomenrij en solitaire boom
10 st (i)
Aanplant • Boom planten in ruim plantvak en goed verankeren. • Keuze uit onderstaand assortiment. Afkorting verwijst naar code op beplantingsplan: o Cs –Castanea sativa (Tamme kastanje), Tilia vulgaris (Hollandse linde) of Juglans regia (Okkernoot) 14-16 -1 st o Tc – Tilia cordata (Kleinbladige linde), Tilia vulgaris (Hollandse linde) of Carpinus betulus (Haagbeuk) 14-16 – 3 st o Bp – Betula pubescens (Ruwe berk) 12-14 - 6st
-4-
Beheer • Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren; • Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart; • De boom mag niet beschadigd worden door vee en zijn voorzien van een boomkorf; • Bij versnipperen van het takhout worden de snippers niet in het element verwerkt. Scheerhaag (i)
101x1m 505st
Aanleg: De haag is te realiseren middels de aanplant van 1 rij met Fagus sylvatica (Groene beuk, minimaal 60/80) met onderlinge afstand van 0,20m. Beheer • Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart. • De beheereenheid wordt in een cyclus van minimaal eenmaal per 2 jaar en maximaal tweemaal per jaar gesnoeid (geknipt/geschoren) Na het knippen of scheren heeft de heg een minimale hoogte van 0,8 meter en maximale hoogte van 1,8m. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Het element mag niet worden beschadigd door vee. • Niet branden in of in de directe omgeving van het element.
-5-
Beheerplan: Ten aanzien van de landschappelijke inpassing worden de volgende nieuwe elementen voorgeschreven:
Figuur 2. Beheerplan. Zie bijlage III voor maatvaste ondergrond.
Bomenrij en solitaire boom (i)
10 st
Beheer • Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren; • Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart; • De boom mag niet beschadigd worden door vee en zijn voorzien van een boomkorf; • Bij versnipperen van het takhout worden de snippers niet in het element verwerkt.
-6-
Knotwilg (i)
60 st diameter <20cm 12 st diameter 20-60cm Beheer • • •
• •
Knotwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart; De stam van een knotboom wordt minimaal op een hoogte van 1,5 meter boven maaiveld afgezet (geknot). Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van akkerdistel, brandnetel, ridderzuring, jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop. Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het element bevestigd worden.
Struweelhaag (i)
29x2m
Beheer • Terugsnoeiwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 oktober en 15 maart. Overhangende takken aan de zijkanten mogen maximaal 1 maal per 3 jaar worden teruggesnoeid. • Na het snoeien heeft de haag een hoogte van tenminste 1,00 meter en een breedte van tenminste 0,8 meter. • Het gebruik van een klepelmaaier is niet toegestaan. • Het snoeien kan gecombineerd worden met het vlechten van de haag. • Het snoeihout moet afgevoerd worden. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. • Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen) worden bestreden • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in de beheereenheid. • Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het element bevestigd worden. Houtsingel (i) 200m²
Beheer: • • •
Het element kan vrij uitgroeien en wordt 1x per 7 jaar, voor 40% teruggezet (hakhoutbeheer). Overhangende takken aan de zijkanten mogen teruggesnoeid worden. Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.
-7-
• • • •
Bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden. Bij versnipperen van het takhout worden de snippers niet in het element verwerkt. Chemische bestrijdingsmiddelen worden niet gebruikt. Bij schade aan het landschapselement wordt de schade hersteld.
Fruitbomen (i)
12 st
Beheervoorschriften • Indien het appel of peer betreft wordt de boom tenminste eenmaal in de contractperiode gesnoeid in de periode 1 juli tot 15 maart. Voor andere soorten is enkel vorm- of onderhoudsnoei nodig. • De stam van de hoogstamfruitboom mag niet beschadigd worden door vee. Het raster mag niet aan de boom bevestigd worden. Jonge bomen in een weiland met vee zijn voorzien van een boomkorf. • De oeverbegroeiing wordt jaarlijks beweid, of de boomgaard wordt jaarlijks gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd. • Bemesting met ruige mest van rundvee en bekalking is toegestaan. • Bij bemesten van de boomgaard, grondbewerking en maaiwerkzaamheden worden de fruitbomen en wortels niet beschadigd • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van akkerdistel, brandnetel, ridderzuring, jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop.
-8-
Bijlage I Landschapsplan op maatvaste ondergrond.
-9-
Bijlage II Beplantingsplan op maatvaste ondergrond.
- 10 -
Bijlage III Beheersplan op maatvaste ondergrond.
- 11 -
Bijlage 2
- AERIUS berekeningen
Slopen Slopen Rupskraan groot In depot zetten Trekker Egaliseren Shovel groot Aanvullen Shovel groot Grondwerk bouwplaats incl inrichten Ontgraven bouwput Rupskraan groot In depot zetten Trekker Egaliseren Shovel groot Aanvullen Shovel groot Kelder, fundering en vloeren Keldervloer Betonpomp Kelderwanden Betonpomp BG vloer Betonpomp Lossen betonmortel Betonmixer Staalconstructie Skelet plaatsen (Mobiele) kraan Gordingen leggen (Mobiele) kraan Lossen staalcontructie&gordingen Vrachtwagen Gevels Zijgevels plaatsen (Mobiele) kraan Topgevels plaatsen (Mobiele) kraan Dak Sandwichtdakplaten monteren (Mobiele) kraan Verhardingen Aanbrengen verharding Shovel klein Totaal
Activiteit
Materieel
Gebruik verbrandingsmotoren tijdens aanlegfase
2006 2008 2003 2003 2006 2008 2003 2003 2010 2010 2010 2010
AdBlue
AdBlue AdBlue
2010 2010 2012 2010 2010 2010 2010
AdBlue
AdBlue AdBlue
AdBlue
AdBlue
AdBlue
AdBlue
AdBlue
AdBlue
AdBlue
AdBlue
AdBlue
AdBlue
AdBlue
AdBlue
AdBlue
Bouwjaar
100
100 100 100 100
Vermogen (kW)
11,56
5,93 3,60 1,60 5,20
(Gebruiks)duur voertuigen & bouwfase (uur)
10,58
10,99 10,78 11,31 11,31
Verbruik (liter per uur)
122,26 303,10
65,13 38,81 18,10 58,81
Verbruik totaal (liter)
0,00
Verbruik Ad Blue (bij SCR)
4 28
6 6 6 6
Transportbewegigen naar bouw
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
VMO Theo Ceelen Bossepad 1, 5368 LB Haren VMO Theo Ceelen aanlegfase aanlegfase ivm sloop en aanleg verhardingen
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rgs66PPtfMEJ 06 april 2023, 13:20 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Rgs66PPtfMEJ (06 april 2023)
2023 -
6,7 g/j
5,3 kg/j
2/7
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Sloopfase 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Verhardingen Verkeersnetwerk
Rgs66PPtfMEJ (06 april 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,4 g/j 0,0 kg/j 4,4 g/j
3,3 kg/j 1,9 kg/j 0,1 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rgs66PPtfMEJ (06 april 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Rgs66PPtfMEJ (06 april 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar 2023 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Sloopfase X:167999,58 Y:424578,11 0,14 ha
Rupskraan groot (slopen)
Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
Trekker (in depot zetten)
Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
Shovel groot (egaliseren)
Stage-II, 2002-2005, 75-560 kW, diesel, 18 l/j SCR: nee
2 u/j
Shovel groot (aanvullen)
Stage-II, 2002-2005, 75-560 kW, diesel, 59 l/j SCR: nee
11 u/j
Naam
2
NOₓ NH₃
Stageklasse
Brandstofverbruik
65 l/j
Naam
6 u/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
39 l/j
11 u/j
NOₓ NH₃
Verhardingen X:167999,58 Y:424578,11 0,14 ha
NOₓ NH₃ NOₓ NH₃
NOₓ NH₃
Stageklasse
shovel klein (aanbrengen Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, verharding) diesel, SCR: nee
Brandstofverbruik
122 l/j
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
aan en afvoer X:167784,95 Y:424905,37 1.440,83 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Rgs66PPtfMEJ (06 april 2023)
Draaiuren AdBlue verbruik
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
3
3,3 kg/j 1,4 g/j
Max. snelheid
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
1,0 kg/j 0,0 kg/j 0,6 kg/j 0,0 kg/j 0,4 kg/j 0,0 kg/j 1,2 kg/j 0,0 kg/j 1,9 kg/j 0,0 kg/j
Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik
12 u/j
NOₓ NH₃
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Voertuigbewegingen
28,0 p/jaar 0,0 p/jaar 28,0 p/jaar 0,0 p/jaar
1,9 kg/j 0,0 kg/j
0,1 kg/j 41,2 g/j 4,4 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
6/7
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rgs66PPtfMEJ (06 april 2023)
7/7
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
VMO Theo Ceelen Bossepad 1, 5368 LB Haren Beoogde situatie t.b.v. planologische procedure: Worst-case situatie met 75 verkeersbewegingen per etmaal, CV woonhuis op grond van https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannencategorie%C3%ABn/05-07-2018, CV bijgebouw en bedrijfsgebouw gebaseerd op milieucategorie 1 (98 kg NOx/ha/jaar).
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RhKmSgALyK6X 06 april 2023, 13:20 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RhKmSgALyK6X (06 april 2023)
2023 -
1,4 kg/j
13,9 kg/j
2/7
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 2 3 4
Energie | Energie | CV woonhuis Energie | Energie | CV bijgebouw Energie | Energie | CV bedrijfsgebouw Verkeersnetwerk
RhKmSgALyK6X (06 april 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,5 kg/j 0,9 kg/j
3,6 kg/j 0,8 kg/j 1,7 kg/j 7,8 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RhKmSgALyK6X (06 april 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RhKmSgALyK6X (06 april 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2023 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Bron 1 X:167784,96 Y:424905,37 1.440,85 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Energie | Energie
Naam CV woonhuis Uittreedhoogte Locatie X:168052,35 Warmteinhoud Y:424562,42 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 3
Energie | Energie
Naam CV bijgebouw Uittreedhoogte Locatie X:168071,67 Warmteinhoud Y:424562,42 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 4
Energie | Energie
Naam CV bedrijfsgebouw Uittreedhoogte Locatie X:168057,29 Warmteinhoud Y:424580,48 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
-
-
Voertuigbewegingen
7,8 kg/j 1,7 kg/j 0,9 kg/j
In file
75,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
8,0 m 0,220 MW
NOₓ NH₃
3,6 kg/j 0,5 kg/j
8,0 m 0,220 MW
NOₓ
0,8 kg/j
8,0 m 0,220 MW
NOₓ
1,7 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
RhKmSgALyK6X (06 april 2023)
6/7
Projectberekening
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RhKmSgALyK6X (06 april 2023)
7/7
Bijlage 3
- Quickscan flora en fauna
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Bossepad 1, Haren Rapportnummer: 2022-BE-0310 In opdracht van: DLV Advies Oostwijk 5 5406 XT Uden
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2022-BE-0310 Opdrachtgever DLV Advies Contactpersoon Mevrouw F. Klomp-Pullens Locatie Bossepad 1 5368 LB Haren Auteur Freek Rovers Verantwoordelijke controle Frenk van de Wal
Opleverdatum 10 mei 2022
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
Inhoudsopgave SAMENVATTING ............................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................ 4 1.1 Aanleiding......................................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ...................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling ...................................................................................................... 4 1.4 Criteria.............................................................................................................................. 4
2.
BELEIDSKADER .......................................................................................................... 5 2.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ........................................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden .................................................................................... 7 2.4 Zorgplicht ......................................................................................................................... 7
3.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ..................................................................................... 8 3.1 Huidige situatie ................................................................................................................ 8 3.2 Voorgenomen ontwikkeling ............................................................................................. 9
4.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN ....................................................................... 10 4.1 Bureauonderzoek ........................................................................................................... 10 4.2 Veldonderzoek................................................................................................................ 11 4.3 Beschrijving plangebied ................................................................................................. 11
5.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN ........................................................................... 13 5.1 Gebiedsbescherming ...................................................................................................... 13 5.2 Soortenbescherming ...................................................................................................... 15
6.
RESULTATEN EN ADVIES .......................................................................................... 21 6.1 Resultaten ...................................................................................................................... 21 6.2 Advies en aanbevelingen ................................................................................................ 21
7.
BRONNEN ............................................................................................................... 22
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
SAMENVATTING
Opdrachtgever heeft concrete plannen voor de sloop van een voormalige varkensstal aan het Bossepad 1 te Haren. Het voornemen is om de varkensstal met bijbehorende mestopslag te slopen om vervolgens het erf landschappelijk beter in te passen. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig.
De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief verbeteren wordt aanbevolen. Freek Rovers en Frenk van de Wal Brabant Eco Mei 2022
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever DLV Advies zal de varkensstal met bijbehorende vaste mestopslag aan het Bossepad 1 te Haren worden gesloopt om vervolgens het erf landschappelijk te versterken. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
2. BELEIDSKADER
De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
o
o
Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310 beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.
2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING
3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen op het Bossepad 1 ten noorden van de kern van Haren in de gemeente Oss. Oss is een gemeente in de provincie Noord-Brabant en heeft een totale oppervlakte van 170,93 km2. De gemeente telt 93.401 inwoners (31 januari 2022) en bestaat onder andere uit de plaatsen Oss, Berghem, Geffen, Lith, Ravenstein en Haren. Haren ligt ten noorden van Oss en Berghem, ten westen van Ravenstein en ten oosten van Macharen en Megen en wordt omringd door agrarisch gebied. Het plangebied ligt buiten de bebouwingsconcentratie van Haren. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen en bedrijfsbestemmingen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Oss
Berghem
Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.
Het plangebied is grotendeels bebouwd of bestraat met betonklinkers en betonplaten. Voor de twee wooneenheden ligt een gazon en de bedrijfswoning grenst aan een gecultiveerde tuin. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
Globaal omlijnde planlocatie in rood. Globaal te slopen deel omlijnd in blauw Bron: DLV Advies.
3.2 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever heeft het plan de voormalige varkensstal met bijbehorende vaste mestopslag (gebouw 4) op het Bossepad 1 te Haren te slopen. Daarnaast zal ook de erfverharding rondom het gebouw verwijderd worden. Vervolgens zal de vrijgekomen grond worden gebruikt voor landschappelijke inpassing door het toevoegen van landschapselementen. De belangrijkste elementen die toegevoegd worden zijn een scheerhaag aan de noordzijde ter accentuering van de overgang van het erf naar de weide. Het aanplanten van een bomenrij ten noorden van de voormalige varkensstal. Het aanleggen van een houtsingel aan de zuidwestzijde en het aanleggen van een botanische weide met een groep landschapsbomen op de plaats van de te slopen varkensstal en de te verwijderen erfverharding. De rest van het plangebied blijft zoals deze is in de huidige situatie. De bestemming blijft dus een bedrijfsbestemming. De te slopen varkensstal, inclusief de vaste mestopslag en de te verwijderen erfverharding, heeft een oppervlakte van zo’n 830 m2
Inrichtingsschets
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
9
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN
Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1), aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.
gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
4.2 Veldonderzoek Op vrijdag 29 april 2022 in de ochtend hebben Freek Rovers en ecoloog Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt met een zuidwestenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 12 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.
De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.
4.3 Beschrijving plangebied Het plangebied kan worden opgedeeld in vijf delen, de verharde oprit, de twee wooneenheden die dienstdoen als bed & breakfast, de bedrijfswoning met gecultiveerde tuin, de loods die gebruikt wordt als garage en de voormalige varkensstal. De verharde oprit is lang, zo’n 280 meter, en wordt begrensd aan de oostzijde door een rij knotwilgen. Verder ligt er rondom zowel de oprit als de rest van het plangebied een weiland dat wordt begrensd met de dijk aan de noordzijde en sloten aan de andere grenzen. De sloot ten zuiden van het plangebied is de breedste en is ongeveer 3 meter breed. De twee wooneenheden van de bed & breakfast bestaan uit stenen muren met spouw en een dak met sedum dakbedekking. De wooneenheden grenzen aan een gazon en een boomgaard met enkele fruitbomen. De bedrijfswoning is gemaakt van bakstenen muren met een schilddak dat bedekt is met dakpannen. In de aangrenzende gecultiveerde tuin staan o.a. een rij perenbomen en aan de slootkant staan knotwilgen. De loods die gebruikt wordt als garage heeft wanden van baksteen en een golfplaten dak. Ook deze loods grenst aan de gecultiveerde tuin. Direct aan de straatzijde staat een laurierhaag. De te slopen varkensstal bestaat uit een bakstenen muur met twee paar grote schuifdeuren aan de oostzijde (voorkant).
Aan de noord en zuidzijde is de muur van baksteen tot ongeveer 2,5 meter hoogte, daarboven zijn de wanden van damwand. Aan de westzijde van het gebouw bestaat de muur volledig uit baksteen, en loopt daar direct over in het dak. Het dak zelf is gemaakt van golfplaten. Aan zowel de oost als westzijde van het gebouw zijn de openingen tussen de muren en het dak afgesloten met bouwschuim. Er was een ventilatieschacht aan de oostzijde, deze is afgesloten met een kunststof plaat.
Inrit met een rij knotwilgen
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Twee wooneenheden van de bed & breakfast
11
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
Noordzijde bedrijfswoning
Loods in gebruik als garage
Buitenzijde te slopen varkensstal
Binnenzijde te slopen varkensstal
Gesloten ruimte tussen dak en muur
Afgesloten ventilatie
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
12
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 11,6 kilometer afstand van gronden die tot Natura 2000 gebied Maas en Waal behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in groen en geel aangegeven.
Minimaal 11,6 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000
Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Atlasleefomgeving.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
13
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310 Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius berekening kan dit staven.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 300 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN gebieden in de kleuren groen en bruin.
Minimaal 300 meter tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland
Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Kaartbank Brabant.
In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.
5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310
5.2 Soortenbescherming 5.2.1 Flora Volgens de NDFF project Bossepad met nummer BE-0310, d.d. 19-04-2022 is er een beschermde plantensoort waargenomen binnen een straal 5 kilometer van het plangebied. Deze planten staan op de rode lijst en zijn sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd. Deze beschermde plantensoorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Kartuizer anjer
Afstand plangebied 5 km
Habitat Grasland, in bermen en op rotsachtige plaatsen
Het plangebied bestaat naast de bebouwing en verharding uit een gecultiveerde tuin en biedt vanwege de inrichting, het beheer en gebruik geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten. Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte habitats is het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied uit te sluiten. Een nadere toetsing voor houtopstanden is daarom niet nodig.
5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er 22 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 10 vleermuissoorten, 5 marterachtigen en 7 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer zijn te vinden in de onderstaande tabel.
Vleermuis soort Baardvleermuis Brandts vleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Kleine dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis
Afstand plangebied 5 km 5 km 5 km
Habitat en bescherming
5 km
Soms bebouwing, soms bomen, strikt beschermd
5 km
Vooral bebouwing, strikt beschermd
5 km 1 km 5 km 5 km 5 km
Vooral bebouwing, soms bomen, strikt beschermd Vaak bebouwing, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd
Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd Vooral bebouwing, strikt beschermd
Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
15
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310 In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De te slopen varkensstal in het plangebied beschikt over een holle spouw, maar er zijn geen potentiële invliegopeningen, zoals stootvoegen, in de buitengevels van de stal waargenomen. De eventuele ruimtes tussen het dak en de wanden of de ventilatieschacht zijn afgesloten. Daarnaast zijn de overstekbetimmeringen strak tegen de buitengevels geplaatst, waardoor geen gaten en kieren ontstaan die vleermuizen de kans bieden de spouw te betreden. Ook zijn er geen andere potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen, zoals een holle ruimte achter een vensterluik, dakpan, loodslab, windveer of boeiboord, in het plangebied waargenomen. Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen.
Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het projectgebied zouden voor kunnen komen. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. De marterachtigen die volgens het NDFF aanwezig kunnen zijn binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort Bunzing Das Hermelijn Steenmarter Wezel
Afstand plangebied 5 km 1 km 5 km 1 km 5 km
Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd
Landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor marterachtigen ontbreken geheel. Het plangebied is te opgeruimd en de stallen worden bezemschoon gehouden. Daardoor zijn er voor marterachtigen geen ruigtehoekjes aanwezig om te schuilen. De aanwezigheid van marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van deze. Er zijn geen geschikte ingangen voor marterachtigen om de stallen te betreden, waardoor er geen schuilplaatsen voor marterachtigen aanwezig kunnen zijn in de stallen. Zodoende is het uitgesloten dat het plangebied een belangrijk onderdeel vormt van het leefgebied van marterachtigen. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat.
Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
16
Ecologische quickscan Bossepad 1, Haren, BE-0310 Overige soort Bever Eekhoorn Egel Haas Konijn Rosse Woelmuis Wolf
Afstand plangebied 1 km 5 km 1 km 1 km 1 km 5 km 1 km
Bescherming Beschermd Beschermd Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld Beschermd
Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever of de wolf. Er zijn geen eekhoornnesten waargenomen in het plangebied. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een eekhoorn. Het is zeer aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten.
Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De bomen blijven behouden waardoor vleermuizen in het plangebied kunnen blijven foerageren. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. In het plangebied komen geen marterachtigen voor. Daarnaast is het uit te sluiten het plangebied onderdeel is van de essentiële leefomgeving van bevers, wolven en eekhoorns. Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.