Bijlage 2B Regels met bijlagen Partiele Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020
Tekst van het document
HERZIENING 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 Regels
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 2 van 81 vastgesteld 15-12-2022
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1
Begrippen
4
Artikel 2
Wijze van meten
12
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
13
Artikel 3
Agrarisch met waarden - Landschap
13
Artikel 4
Bedrijf
17
Artikel 5
Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog
21
Artikel 6
Waarde - Archeologie verwachtingswaarde middelhoog
23
Hoofdstuk 3
Algemene regels
25
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
25
Artikel 8
Landschappelijke tegenprestatie
26
Artikel 9
Algemene bouwregels
27
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
29
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
30
Artikel 12
Afwijken van de bouw- en gebruiksregels algemeen
32
Artikel 13
Wijzigingsregels
33
Artikel 14
Overige regels
35
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
36
Artikel 15
Overgangsrecht
36
Artikel 16
Slotregel
37
Bijlagen bij de regels
39
Bijlage 1
Aard bedrijvigheid en oppervlakte bedrijfsgebouwen
40
Bijlage 2
Bedrijvenlijst
42
Bijlage 3
Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten
53
Bijlage 4
Inrichtingsplan
55
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 3 van 81 vastgesteld 15-12-2022
Regels
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 4 van 81 vastgesteld 15-12-2022
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
aan-huis-gebonden activiteit:
een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit die in of bij een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.2
aanbouw:
een aan een hoofdgebouw toegevoegde, afzonderlijke ruimte die qua afmetingen en/of visueel opzicht (onder meer voor wat betreft goothoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld over het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
achtergevel:
de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het gebouw - zonder aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen - alsmede het verlengde daarvan. In hoeksituaties is sprake van slechts één achtergevel, waarbij de oriëntering van de woning bepalend is. 1.6
afhankelijke woonruimte:
een vrijstaand bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de bijbehorende woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 1.7
agrarisch bedrijf:
inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een paardenhouderij, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf. 1.8
agrarisch medegebruik:
agarisch medegebruik in de vorm van extensief beheerd grasland en/of het extensief begrazen van het gebied, waarbij de instandhouding en versterking van omliggende en ter plaatse aanwezige natuur- en landschapswaarden voorop staat. 1.9
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken die geen gebouw zijn.
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 5 van 81 vastgesteld 15-12-2022
1.10
bed and breakfast:
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, gevestigd in een woonhuis en/of bijbehorende aan- of uitbouw en/of aangebouwd bijgebouw, en volledig gedreven door de bewoner van het betreffende woonhuis. 1.11
bedrijfsgebouw:
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf of bedrijfsactiviteit met uitzondering van bedrijfswoningen en aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de woning. 1.12
bedrijfsvloeroppervlakte (bvo):
de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden activiteit, kantoor of dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.13
bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. 1.14
bedrijvenlijst:
de lijst van handels- en bedrijfsactiviteiten die als bijlage 2 onderdeel uitmaakt van de regels, waarin deze activiteiten naar milieucategorie zijn onderscheiden. 1.15 bestaand: a. voor bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan legaal bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften; b. voor gebruik: gebruik van gronden en opstallen zoals dat legaal aanwezig is op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.16
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.17
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0828.HZ3buitengboss2020-VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.18
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming, met dien verstande dat geometrisch bepaalde bestemmingsvlakken die aan elkaar zijn gekoppeld met de figuur 'relatie' als één bestemmingsvlak gelden. 1.19
bijgebouw:
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 6 van 81 vastgesteld 15-12-2022
1.20
bouwen:
het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.21
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak. 1.22
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van zolders. 1.23
bouwmassa:
een verzameling gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen. 1.24
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.25
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel. 1.26
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken die geen gebouw zijn, zijn toegelaten. Geometrisch bepaalde bouwvlakken die aan elkaar zijn gekoppeld met de figuur 'relatie' gelden als één bouwvlak. 1.27
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct, hetzij indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.28
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.29
dienstverlening:
een bedrijfsmatige activiteit met een uitsluitend of in hoofdzaak dienstverlenende of verzorgende taak al dan niet met een baliefunctie, zoals: uitzendbureaus, reisbureaus, wasserettes, kapsalons, bijkantoren van banken en van sociaal-culturele instellingen, postagentschappen, telefoon-, internet-, telegraaf- en telexdiensten, snelfoto-ontwikkel- en copy-shops, videotheken en autorijscholen. 1.30
eerste bouwlaag:
de bouwlaag op de begane grond.
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 7 van 81 vastgesteld 15-12-2022
1.31
escortbedrijf:
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. 1.32
extensieve dagrecreatie:
recreatief medegebruik waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en naar de aard, omvang en schaal daarmee gelijk te stellen voorzieningen. 1.33
functie:
activiteiten waarvoor gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.34
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.35
gebruiksoppervlakte:
de bruikbare vloeroppervlakte, geschikt voor het beoogde gebruik, bepaald volgens NEN2580. 1.36
groepsmatige activiteit:
een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit die in of bij een woning door de bewoner wordt uitgeoefend in de vorm van het verlenen van diensten en het geven van onderricht en informatie aan drie of meer personen tegelijk, kinderopvang daaronder mede begrepen. 1.37
hobbymatig agrarisch grondgebruik:
het gebruik van grond voor agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd, met uitzondering van volkstuinen. 1.38
hoofdgebouw:
een gebouw dat door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw op een bouwperceel kan worden aangemerkt. 1.39
horeca:
een bedrijf gericht op één of meer van de navolgende bedrijfsmatige activiteiten: a. het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren en/of dranken met de mogelijkheid deze ter plaatse of elders te nuttigen; b. het verstrekken van nachtverblijf; c. het exploiteren van zaalaccommodatie; d. het bieden van gelegenheid tot dansen. 1.40
huishouden:
de leefvorm of samenlevingsvorm van een alleenstaande of een gezin, waaronder mede wordt begrepen: a. het inwonen of het bewonen van kamers door ten hoogste twee verwanten of andere personen in het hoofdgebouw en/of aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen, al dan niet bij wijze van mantelzorg en al dan niet met eigen voorzieningen; b. een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, waaronder mede wordt begrepen: 1. een woongroep van mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking of aandoening met inbegrip van begeleiding en toezicht gericht op zelfstandige bewoning;
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 8 van 81 vastgesteld 15-12-2022
2. de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 4 niet verwante personen, die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning. 1.41
kampeermiddel:
tent, tentwagen, kampeerauto of toercaravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.42
kampeerterrein:
een terrein, speciaal ingericht om in een kampeermiddel te overnachten. 1.43
kantoor:
een ruimte of bij elkaar horende ruimten die bestemd is/zijn om voornamelijk te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden of administratieve dienstverlening. 1.44
kas:
een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter. 1.45
kelder:
een geheel of nagenoeg geheel, dat wil zeggen maximaal 0,5 m boven peil, ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorend bovengronds bouwwerk. 1.46
kwetsbaar object:
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald die in acht genomen moet worden. 1.47
landschappelijke waarde/landschapswaarde:
de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch opzicht. 1.48
lawaaisport:
voorziening voor sportactiviteiten waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, de motorsport, waterskiën en de modelvliegsport. 1.49
lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten:
de lijst, behorend bij deze regels (bijlage 3), waarin is aangegeven welke beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten rechtstreeks toelaatbaar zijn in woningen. 1.50
mantelzorg:
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband.
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 9 van 81 vastgesteld 15-12-2022
1.51
mestbewerking:
de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest. 1.52
ondergeschikte detailhandel:
beperkte, op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen die functioneel rechtstreeks verband houden met bedrijfsactiviteiten die als hoofdfunctie worden uitgeoefend. 1.53
paardenbak:
een al dan niet door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere aangebrachte ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het laten loslopen van paarden en/of pony's dan wel het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen. 1.54 peil: a. voor bouwwerken op een perceel waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld. 1.55
permanente bewoning:
bewoning van een verblijf als hoofdverblijf. 1.56
plan:
het bestemmingsplan 'Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020' van de gemeente Oss. 1.57
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.58
ruimtelijke kwaliteit:
de kwaliteit van de ruimte zoals bepaald door de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte. 1.59
schuilgelegenheid:
een niet voor bewoning bestemd agrarisch bedrijfsgebouw dat dient voor beschutting van vee tegen weersinvloeden. 1.60
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub of prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 10 van 81 vastgesteld 15-12-2022
1.61
slaapplaats:
een ruimte of plek waarop een ledikant, een slaapplek of iets dergelijks staat, dan wel waarop een matras, slaapmatje, luchtbed of iets dergeljks ligt, en waarop men slapen kan of pleegt te slapen, alsmede een plek of ruimte waarop een voorwerp staat dat geschikt is om op betrekkelijk eenvoudige en snelle wijze te worden omgebouwd tot een plaats waarop men slapen kan. 1.62
stacaravan:
een caravan of soortgelijk onderkomen al dan niet op wielen dat mede gelet op de afmetingen niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen over grote afstanden als aanhangsel van een auto te worden voortbewogen, bestemd om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat/die het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar bewoond te worden, uitsluitend voor recreatieve doeleinden. 1.63
statische opslag:
opslag van goederen die naar hun aard weinig verplaatsing nodig hebben, zoals caravans, campers, boten en (klassieke) auto's. 1.64
teeltondersteunende voorziening:
voorziening in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten wordt gebruikt om één of meer van de volgende doelen na te streven: a. verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade; b. verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; c. bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringen onkruidbestrijding, effectief omgaan met water). Voorbeelden van teeltondersteunende voorzieningen zijn: aardbeiteelttafels, afdekfolies, antiworteldoeken, boomteelthekken, hagelnetten, insectengazen, plastic tunnels, ondersteunende kassen, schaduwhallen en vraatnetten. Knalapparatuur wordt niet aangemerkt als teeltondersteunende voorziening. 1.65
tijdelijke teeltondersteunende voorziening:
teeltondersteunende voorziening die zo lang de teelt het vereist aanwezig is, met een maximum van acht maanden per jaar. 1.66
uitbouw:
de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.67
vee:
runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. 1.68
verdieping:
elke bouwlaag boven de eerste bouwlaag op de begane grond. 1.69
voorgevellijn:
de lijn (in hoeksituaties: de lijnen) waarin de naar de weg of ander openbaar gebied gekeerde gevel(s) van het dichtst bij die weg of ander openbaar gebied gelegen gebouw is (zijn) gelegen alsmede het verlengde daarvan.
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 11 van 81 vastgesteld 15-12-2022
1.70
werk:
een constructie die geen bouwwerk is. 1.71
wonen:
het bewonen van een woning. 1.72
woning:
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.73
woonhuis:
een gebouw dat één grondgebonden woning omvat.
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 12 van 81 vastgesteld 15-12-2022
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:
de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het betreffende bouwwerk op een bouwperceel. 2.2
de bebouwde oppervlakte van een bouwperceel:
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken samen. 2.3
het bebouwingspercentage:
de oppervlakte die met gebouwen (carports en overkappingen inbegrepen) is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; de oppervlakte wordt altijd in gehele getallen bepaald. 2.4
de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.5
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6
de breedte van een bouwperceel:
tussen de zijdelingse perceelsgrenzen, gemeten over ten minste 3/4 van de lengte van het bouwperceel, in welke lengte in ieder geval het bouwvlak aanwezig is of de toegestane situering van het hoofdgebouw indien geen bouwvlak is aangegeven. 2.7
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.8
de inhoud van een bouwwerk:
het gedeelte van een bouwwerk dat gelegen is boven peil, tussen de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk dat geen gebouw is met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, luchtkokers, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.10
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.11
de hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 13 van 81 vastgesteld 15-12-2022
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden - Landschap
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Algemeen
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. uitoefening van het agrarisch bedrijf, daaronder begrepen hobbymatig agrarisch grondgebruik; b. het wonen, uitsluitend in de bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen voor de woonfunctie; c. extensieve dagrecreatie; d. ontwikkeling, behoud en herstel van landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden; e. verkeer, uitsluitend in de vorm van 1. bestaande uitwegen en kunstwerken 2. onverharde wegen en onverharde paden 3. bestaande halfverharde wegen en bestaande halfverharde paden f. bestaande nutsvoorzieningen, waaronder antennemasten; g. (voorzieningen voor) waterkering en waterhuishouding alsmede herstel, ontwikkeling en instandhouding van watergangen, sloten en greppels, alsmede voor andere wateren met een kleinere oppervlakte dan 200 m²; h. erf- en randbeplantingen; i. tuinen bij woningen die geen agrarische bedrijfswoning zijn, onder de volgende voorwaarden: 1. de oppervlakte van de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' die als tuin worden gebruikt, is niet groter dan 1.500 m² 2.
indien sprake is van een niet-agrarische bedrijfswoning: de oppervlakte van de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' die als tuin worden gebruikt en de oppervlakte van de betreffende woning met tuin, voor zover gelegen binnen het betreffende bestemmingsvlak, zijn samen niet groter dan 3.000 m² 3. de maximale afstand tot het bijbehorende bestemmingsvlak is 20 m j. ondergeschikte waterhuishoudkundige voorzieningen; met bijbehorende voorzieningen. 3.1.2
Detaillering
In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf': a. is binnen elk bouwvlak niet meer dan één bedrijf toegestaan, met dien verstande dat bouwvlakken die zijn gekoppeld met de figuur 'relatie' tezamen worden aangemerkt als één bouwvlak; b. zijn niet-natuurlijke waterretentie, opslag (onder andere van mest en voer), sleufsilo's, kuilvoerplaten, tuinen, paardenbakken, vis(kweek)vijvers en andere permanente voorzieningen uitsluitend binnen het bouwvlak mede begrepen; c. is een voorziening voor het bewerken van mest mede begrepen, maar alleen als deze afkomstig is van de eigen locatie; d. e verkoop aan huis van op het agrarisch bedrijf geproduceerde goederen mede begrepen, tot een maximum bedrijfsvloeroppervlakte van 35 m²; e. zijn buiten het bouwvlak per buiten dat bouwvlak gelegen legale schuilgelegenheid voor vee een verharding en opslag hierop toegestaan mits de oppervlakte niet groter is dan 30 m², de verharding aansluitend aan het gebouw ligt en de grootte van de opslag van voer maximaal 1 m3 is; f. is recreatief nachtverblijf in de vorm van kortdurend, incidenteel overnachten (maximaal 1 nacht) in een camper zonder extra voorzieningen toegestaan, uitsluitend binnen bouwvlakken en uitsluitend indien één of meer bedrijfswoningen zijn toegestaan;
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 14 van 81 vastgesteld 15-12-2022
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Bebouwing mag alleen worden opgericht voor de doelen, genoemd in artikel 3.1. 3.2.2 Algemene bouwregels voor het agrarisch bedrijf a. Bouwwerken mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde onder a 1. zijn ook buiten bouwvlakken erf- en terreinafscheidingen en leipalen toegestaan. c. Het bouwvlak mag, met inachtneming van de overige regels van dit plan, volledig worden bebouwd, met dien verstande dat: 1. windturbines niet zijn toegestaan. 3.2.3 Specifieke bouwregels voor bouwwerken die geen gebouw zijn voor het agrarisch bedrijf a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag 1. buiten bouwvlakken niet meer bedragen dan 1,2 m. b. De bouwhoogte van overige bouwwerken die geen gebouw zijn, mag niet meer bedragen dan 3 m. c. Bouwwerken die geen gebouw zijn, moeten, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen met een maximale hoogte van 1,2 m, achter de voorgevellijn worden gebouwd. 3.2.4 Algemene bouwregels voor overige doeleinden a. Voor de bebouwing ten dienste van nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen gelden de volgende regels: 1. uitsluitend voor nutsvoorzieningen mogen gebouwen worden opgericht, tot een maximale hoogte van 3 m en een maximale oppervlakte per gebouw van 15 m²; 2.
voor het overige mogen uitsluitend bouwwerken die geen gebouw zijn, worden opgericht mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van antennemasten niet meer mag bedragen dan 40 m; 3. in afwijking van het bepaalde onder 2 mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 m. b. Voor het overige mag niet worden gebouwd. 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met het oog op: a. b. c. d. e. f.
de ruimtelijke kwaliteit; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de landschappelijke en natuurwaarden; de verkeersveiligheid; de woonsituatie;
nadere eisen stellen aan: a. de situering van de bebouwing; b. de nokrichting van daken; c. de oriëntatierichting van de bebouwing. 3.4
Afwijken van de bouwregels
Indien wordt aangetoond dat een dialoog is gevoerd met de direct aanwonenden kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2 voor de activiteiten als genoemd in onderstaande tabel onder de voorwaarde dat de ruimtelijke en/of stedenbouwkundige inpasbaarheid en de milieuhygiënische aanvaardbaarheid zijn aangetoond en mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de ruimtelijke kwaliteit;
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 15 van 81 vastgesteld 15-12-2022
b. c. d. e. f.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de landschappelijke en natuurwaarden; de verkeersveiligheid; de woonsituatie;
en met inachtneming van de per afzonderlijke activiteit omschreven voorwaarden in onderstaande tabel: Activiteit
Basisregel
Voorw aarden
Het bouw en van gebouw en, zoals schuilgelegenheden voor vee, buiten het bouw vlak
artikel 3.2.2 onder a
- de bouw hoogte mag niet meer mag bedragen dan 3,5 m - de goothoogte mag niet meer mag bedragen dan 2,5 m - de oppervlakte van het bijbehorende kadastrale terrein moet ten minste 0,5 ha bedragen - de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 20 m² bij een bijbehorend kadastraal terrein tot 1 ha, niet meer dan 25 m² bij een bijbehorend kadastraal terrein tussen 1 en 2 ha, en niet meer dan 30 m² bij een bijbehorend kadastraal terrein dat groter is dan 2 ha - het aantal gebouw en mag niet meer bedragen dan één per bijbehorend kadastraal terrein - het gebouw ligt op een afstand van minimaal 20 m ten opzichte van w oningen van derden - er moet voorzien zijn in een goede landschappelijke inpassing - deze afw ijkingsmogelijkheid geldt alleen binnen de zone 'overige zone - oeverw al'
Het bouw en van artikel 3.2.2 onder a zonnepanelen buiten het bouw vlak of buiten het bestemmingsvlak 'Bedrijf'
- de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 250 m² per bijbehorend agrarisch bouw vlak respectievelijk bestemmingsvlak 'Bedrijf' - de hoogte mag niet meer bedragen dan 2 m - de zonnepanelen zijn gesitueerd aansluitend op het bijbehorende agrarisch bouw vlak dan w el het bijbehorende bestemmingsvlak 'Bedrijf' - er is binnen het bouw vlak respectievelijk bestemmingsvlak 'Bedrijf' geen mogelijkheid om de zonnepanelen te situeren - de met de zonnepanelen opgew ekte electriciteit is voor eigen gebruik
Het bouw en van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouw vlak
artikel 3.2.2 onder a
- afw ijking is uitsluitend toegestaan tot een hoogte van 4,5 m
Het bouw en van permanente teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouw vlak
artikel 3.2.2 onder a
- het mogen geen gebouw en betreffen - de invloed op de omgeving is beperkt - de hoogte mag niet meer bedragen van 6 m
Het bouw en van een w indmolen voor regulering van de w aterstand buiten het bouw vlak
artikel 3.2.2 onder a en c4
- de hoogte mag niet meer bedragen dan 5 m
Het bouw en van artikel 3.2.2 onder a bouw w erken die geen gebouw zijn voor paardenbakken buiten het bouw vlak
- de hoogte mag niet meer bedragen dan 1,6 m
Het bouw en van artikel 3.2.2 onder a ooievaarsnesten buiten het bouw vlak
- de hoogte mag niet meer bedragen dan 8 m
Het bouw en van bijenstallen buiten het bouw vlak
- de hoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m - de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 15 m²
artikel 3.2.2 onder a
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 16 van 81 vastgesteld 15-12-2022
3.5
Afwijken van de gebruiksregels
Indien wordt aangetoond dat een dialoog is gevoerd met de direct aanwonenden kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 voor de activiteiten als genoemd in onderstaande tabel onder de voorwaarde dat de ruimtelijke en/of stedenbouwkundige inpasbaarheid en de milieuhygiënische aanvaardbaarheid zijn aangetoond en mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f.
de ruimtelijke kwaliteit; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de landschappelijke en natuurwaarden; de verkeersveiligheid; de woonsituatie;
en met inachtneming van de per afzonderlijke activiteit omschreven voorwaarden in onderstaande tabel: Activiteit
Voorw aarden
Het gebruik als tuin van agrarische - de oppervlakte van de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch met gronden buiten het bestemmingsvlak op w aarden - Landschap' die als tuin w orden gebruikt, is niet groter dan 1.500 een grotere afstand tot het m² bijbehorende bestemmingsvlak dan 20 - indien sprake is van een niet-agrarische bedrijfsw oning: de oppervlakte van m de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch met w aarden - Landschap' die als tuin w orden gebruikt en de oppervlakte van de betreffende w oning met tuin, voor zover gelegen binnen het betreffende bestemmingsvlak, zijn samen niet groter dan 3.000 m² Toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar) op Natura 2000 gebied
3.6
De natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden mogen niet w orden aangetast. Deze kenmerken w orden niet aangetast als op grond van de Wet natuurbescherming vergunning is verleend.
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar 'Inleidende regels' Direct naar 'Bestemmingsregels' Direct naar 'Algemene regels' Direct naar 'Overgangs- en slotregels' Direct naar 'Bijlagen bij de regels'
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 17 van 81 vastgesteld 15-12-2022
Artikel 4
Bedrijf
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Algemeen
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven, met dien verstande dat uitsluitend is toegestaan de bedrijvigheid als omschreven in Bijlage 1 Aard bedrijvigheid en oppervlakte bedrijfsgebouwen onverminderd het bepaalde onder b; b. buitenopslag, uitsluitend voor de toegestane bedrijfsvoering; c. het wonen, uitsluitend in de bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen voor de woonfunctie; d. een bed and breakfast met een overnachtingscapaciteit van niet meer dan 2 slaapkamers en voor niet meer dan 4 personen tegelijk; e. ondergeschikte waterhuishoudkundige voorzieningen; met bijbehorende voorzieningen. 4.1.2 Detaillering a. Binnen elk bestemmingsvlak is niet meer dan één bedrijf toegestaan; b. Recreatief nachtverblijf in de vorm van kortdurend, incidenteel overnachten (maximaal 1 nacht) in een camper zonder extra voorzieningen is toegestaan, uitsluitend indien één of meer bedrijfswoningen zijn toegestaan. 4.2 Bouwregels a. Bebouwing mag alleen worden opgericht voor de doelen, genoemd in artikel 4.1. b. Het aantal bedrijfswoningen bedraagt per bestemmingsvlak maximaal één; c.
Voor de voorgevel van de bedrijfswoning mogen geen aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen worden gebouwd, met uitzondering van erkers, balkons en luifels, mits de voorgevel met ten hoogste 1,5 m wordt overschreden en de breedte van de erker, het balkon of de luifel niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de voorgevel. d. Vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoningen moeten op minimaal 1 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning worden gebouwd. e. Bedrijfsgebouwen moeten achter de achtergevel van de bedrijfswoning, als deze aanwezig is, worden gebouwd. f. De bebouwing binnen de zone 'overige zone - oeverwal' moet verder voldoen aan de regels in de onderstaande tabel: Bouw w erken
Maximale goothoogte Maximale bouw hoogte in m in m
Maximale oppervlakte in m2
Maximale inhoud in m3
Bedrijfsw oning inclusief aan- en uitbouw en en aangebouw de bijgebouw en voor de w oonfunctie
3
8
-
750
Vrijstaande bijgebouw en bij de bedrijfsw oning
3
5
100
-
Bedrijfsgebouw en
3,5
10
de oppervlakte die staat in Bijlage 1 Aard bedrijvigheid en oppervlakte bedrijfsgebouw en
-
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 18 van 81 vastgesteld 15-12-2022 Gebouw en voor 2,5 recreatief nachtverblijf
4
50 m2 per gebouw , met dien verstande dat de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 360 m2
Windw okkels
-
12
-
-
Erf- en terreinafscheidingen
-
-voor de voorgevellijn of als er geen voorgevellijn is: 1,2; -voor het overige: 2
-
-
Keerw anden voor geluidsw allen
-
3
-
-
Bouw w erken met een dakconstructie die geen gebouw zijn
3
-voor de voorgevel van de bedrijfsw oning: 0 -achter de voorgevel van de bedrijfsw oning: 30
Overige bouw w erken die geen gebouw zijn
-lichtmasten: 6 -silo's ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf biomassavergistingsins tallatie': 10 -overige: 3
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Afwijking
-
Indien wordt aangetoond dat een dialoog is gevoerd met de direct aanwonenden kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van a. het bepaalde in artikel 4.2 onder e voor het situeren van een bedrijfsgebouw voor de achtergevel van de bedrijfwoning, mits: 1. de noodzaak voor deze afwijking is aangetoond; 2. het bedrijfsgebouw op ten minste 1 m achter de voorgevel van de woning is gesitueerd. b. het bepaalde in artikel 4.2 onder f voor een grotere goot- respectievelijk bouwhoogte van bedrijfswoningen tot 5 respectievelijk 10 m; c. het bepaalde in artikel 4.2 onder f voor een grotere inhoud van een bedrijfswoning, onder de volgende voorwaarden: 1. de inhoud bedraagt maximaal 1.000 m3; 2. de woning moet naar aard, schaal en uitstraling passen in de omgeving; 3. artikel 8 is van toepassing. d. het bepaalde in artikel 4.2 onder f voor een windturbine met een maximale hoogte van 25 m onder de voorwaarde dat de windturbine de grootschalige opwekking van wind- en zonne-energie niet mag schaden. 4.3.2
Toelaatbaarheid
Afwijking ingevolge artikel 4.3.1 is uitsluitend toegestaan mits de noodzaak hiervan is aangetoond en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e.
de ruimtelijke kwaliteit; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de landschappelijke en natuurwaarden; de verkeersveiligheid;
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 19 van 81 vastgesteld 15-12-2022
f.
de woonsituatie.
4.4
Afwijken van de gebruiksregels
Indien wordt aangetoond dat een dialoog is gevoerd met de direct aanwonenden kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1 voor de activiteiten als genoemd in onderstaande tabel onder de voorwaarde dat de ruimtelijke en/of stedenbouwkundige inpasbaarheid en de milieuhygiënische aanvaardbaarheid zijn aangetoond en mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f.
de ruimtelijke kwaliteit; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de landschappelijke en natuurwaarden; de verkeersveiligheid; de woonsituatie;
en met inachtneming van de per afzonderlijke activiteit omschreven voorwaarden in onderstaande tabel: Activiteit
Voorw aarden
Het gebruik van bijgebouw en of bedrijfsgebouw en voor bew oning
- het gebruik dient noodzakelijk te zijn vanuit een oogpunt van mantelzorg - op het perceel dient al een w oning aanw ezig te zijn; - de afw ijking w ordt niet meer dan één keer tegelijkertijd per w oning verleend - er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van belangen van belanghebbenden - de voor mantelzorg te gebruiken ruimte w ordt ingepast binnen de bouw mogelijkheden voor bijgebouw en of bedrijfsgebouw en en is in ieder geval niet groter dan 100 m² - het bijgebouw of bedrijfsgebouw is gelegen op een afstand van niet meer dan 40 m van de w oning, tenzij op ruimere afstand van de w oning een bijgebouw of bedrijfsgebouw is gelegen dat op relatief eenvoudige w ijze geschikt is te maken voor bew oning en er sprake blijft van een relatie tussen w oning en bijgebouw of bedrijfsgebouw
Het toestaan van activiteiten die genoemd w orden in bijlage 3 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten met een bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 35 m² of die niet in die lijst genoemd w orden, maar naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de in die lijst w él genoemde activiteiten
- de w oonfunctie blijft als hoofdfunctie, dat w il zeggen voor ten minste 50%, gehandhaafd - de bedrijfsvloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 75 m² - er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de kw aliteit van de w oonomgeving - een goede verkeersafw ikkeling is gew aarborgd en er w ordt voorzien in de parkeerbehoefte - het betreft een activiteit uit of vergelijkbaar met categorie 1 van bijlage 2 Bedrijvenlijst - de activiteit mag geen sterk publieksaantrekkende w erking hebben - de activiteit is niet uitgesloten in de 'lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten'
Het toestaan van groepsmatige activiteiten
- de w oonfunctie blijft als hoofdfunctie, dat w il zeggen voor ten minste 50%, gehandhaafd - de bedrijfsvloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 75 m² - de aard, de groepsgrootte en de frequentie leiden niet tot een onevenredige aantasting van de kw aliteit van de w oonomgeving - een goede verkeersafw ikkeling is gew aarborgd en er w ordt voorzien in de parkeerbehoefte
Detailhandel als onderdeel van de uitoefening van een aan-huis-gebonden activiteit
- de detailhandel is onderdeel van de klantgerichte activiteiten ter plaatse - de detailhandel is van ondergeschikte aard en een niet-zelfstandig onderdeel van de totale bedrijfsvoering
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 20 van 81 vastgesteld 15-12-2022 Kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten
4.5
- het betreft uitsluitend kleinschalige activiteiten, zoals het bieden van overnachtingsaccommodatie voor kortdurend toeristisch verblijf voor maximaal 10 personen in maximaal 5 slaapkamers, een theeterras, een minicamping tot maximaal 5 plaatsen, overnachten in een mobiele vakantiew agen ('Pipow agen') en een recreatiew oning voor maximaal 10 personen - buitenopslag is niet toegestaan - er is geen sprake van onevenredige verkeersaantrekkende w erking - het parkeren dient op eigen terrein binnen het bestemmingsvlak 'Bedrijf' plaats te vinden - er is geen sprake van milieuhygiënische bezw aren - de nevenactiviteit w ordt landschappelijk ingepast - het betreft geen activiteiten die vergunningsplichtig zijn op grond van de Drank- en Horecaw et
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar 'Inleidende regels' Direct naar 'Bestemmingsregels' Direct naar 'Algemene regels' Direct naar 'Overgangs- en slotregels' Direct naar 'Bijlagen bij de regels'
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 21 van 81 vastgesteld 15-12-2022
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van op of in die gronden aanwezige archeologische waarden. 5.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken die geen bouwwerk zijn of van werkzaamheden 5.2.1
Vergunningsplicht
Het is, zo nodig in afwijking van wat elders in deze regels is bepaald, verboden op en/of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken die geen bouwwerk zijn en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen of te laten uitvoeren over een oppervlakte van 100 m² of meer en dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld: a. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, ploegen, roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het ophogen, verlagen of egaliseren van de bodem; c. heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; e. het verlagen van het waterpeil; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verbandhoudende constructies; h. het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; i. het plaatsen en/of verwijderen van funderingen; j. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen voor de bouw van gebouwen en andere bouwwerken. 5.2.2
Uitzonderingen
Het verbod in artikel 5.2.1 geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. die op het moment van inwerkingtreding van het plan legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; c. die bestaan uit het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen dan wel andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, voor zover deze worden aangebracht binnen een bestaand leidingentracé binnen de daarvoor oorspronkelijk gegraven sleuf; d. die het normale gebruik, onderhoud en/of beheer betreffen van de gronden. Binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' worden in ieder geval grondbewerkingen ten dienste van het agrarische gebruik beschouwd als normaal gebruik, mits de bodem tot niet meer dan 0,5 m onder maaiveld wordt geroerd. 5.2.3 Toelaatbaarheid, nadere eisen en voorwaarden a. De in artikel 5.2.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend als: 1.
door de betreffende werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de archeologische waarden van het betreffende terrein niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en/of 2. uit door de aanvrager overgelegd archeologisch onderzoek conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat de archeologische waarden van het betreffende terrein in voldoende mate zijn vastgesteld en zo nodig zijn
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 22 van 81 vastgesteld 15-12-2022
zekergesteld, dan wel dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel dat de archeologische waarden door de werken of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad. b. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan het archeologische onderzoek en het archeologische onderzoeksrapport als bedoeld onder a. c. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door de gemeentelijke archeoloog dan wel een andere deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 5.3
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar 'Inleidende regels' Direct naar 'Bestemmingsregels' Direct naar 'Algemene regels' Direct naar 'Overgangs- en slotregels' Direct naar 'Bijlagen bij de regels'
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 23 van 81 vastgesteld 15-12-2022
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie verwachtingswaarde middelhoog
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie verwachtingswaarde middelhoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van op of in die gronden aanwezige archeologische waarden. 6.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken die geen bouwwerk zijn of van werkzaamheden 6.2.1
Vergunningsplicht
Het is, zo nodig in afwijking van wat elders in deze regels is bepaald, verboden op en/of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken die geen bouwwerk zijn en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen of te laten uitvoeren over een oppervlakte van 1.000 m² of meer en dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld: a. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, ploegen, roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het ophogen, verlagen of egaliseren van de bodem; c. heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; e. het verlagen van het waterpeil; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verbandhoudende constructies; h. het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; i. het plaatsen en/of verwijderen van funderingen; j. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen voor de bouw van gebouwen en andere bouwwerken. 6.2.2
Uitzonderingen
Het verbod in artikel 6.2.1 geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. die op het moment van inwerkingtreding van het plan legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; c. die bestaan uit het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen dan wel andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, voor zover deze worden aangebracht binnen een bestaand leidingentracé binnen de daarvoor oorspronkelijk gegraven sleuf; d. die het normale gebruik, onderhoud en/of beheer betreffen van de gronden. Binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' worden in ieder geval grondbewerkingen ten dienste van het agrarische gebruik beschouwd als normaal gebruik, mits de bodem tot niet meer dan 0,5 m onder maaiveld wordt geroerd. 6.2.3 Toelaatbaarheid, nadere eisen en voorwaarden a. De in artikel 6.2.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend als: 1.
door de betreffende werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de archeologische waarden van het betreffende terrein niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en/of 2. uit door de aanvrager overgelegd archeologisch onderzoek conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat de archeologische waarden van het betreffende terrein in voldoende mate zijn vastgesteld en zo nodig zijn
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 24 van 81 vastgesteld 15-12-2022
zekergesteld, dan wel dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel dat de archeologische waarden door de werken of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad. b. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan het archeologische onderzoek en het archeologische onderzoeksrapport als bedoeld onder a. c. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door de gemeentelijke archeoloog dan wel een andere deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 6.3
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar 'Inleidende regels' Direct naar 'Bestemmingsregels' Direct naar 'Algemene regels' Direct naar 'Overgangs- en slotregels' Direct naar 'Bijlagen bij de regels'
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 25 van 81 vastgesteld 15-12-2022
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 26 van 81 vastgesteld 15-12-2022
Artikel 8
Landschappelijke tegenprestatie
8.1 Tegenprestatieplicht a. De ontwikkelingen als bedoeld in artikel 8.2 die worden gerealiseerd op basis van dit bestemmingsplan met toepassing van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan dan wel met toepassing van een wijzigingsregeling moeten gepaard gaan met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van bodem, water, natuur, landschap en/of cultuur. b. Deze fysieke verbetering dient duurzaam in stand te worden gehouden. c. Als de vereiste fysieke verbetering niet kan worden gerealiseerd, dient deze te worden uitgevoerd als een financiële storting in een gemeentelijk fonds voor financiering van landschappelijke projecten. d. De omvang van de tegenprestatie is afhankelijk van de omvang van de ruimtelijke ontwikkeling en moet in een redelijke verhouding hiertoe staan. 8.2
Tegenprestatieplichtige ontwikkelingen
De ontwikkelingen als bedoeld in artikel 8.1 onder a zijn: a. het vergroten van een agrarisch bouwvlak tot een omvang van meer dan 1,5 ha; b. het vergroten van de inhoud van woningen tot een inhoud tussen 750 en 1.000 m3 met toepassing van artikel 3.4, artikel 4.3.1 onder c, tenzij elders in deze regels expliciet anders is bepaald; c. realiseren van telecommunicatiemasten met toepassing van artikel 13.6.
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 27 van 81 vastgesteld 15-12-2022
Artikel 9 9.1
Algemene bouwregels
Afwijkende bebouwing
Als de bestaande bebouwing afwijkt van hetgeen elders in deze regels is toegestaan, dienen in afwijking van die regels, de bestaande afwijkingen voor wat betreft: a. b. c. d. e. f. g.
goothoogte bouwhoogte oppervlakte inhoud afstand tot de as van de weg afstand tot de zijdelingse perceelsgrens situering ten opzichte van andere bebouwing
ter plaatse van de afwijking als maximaal toelaatbaar worden aangehouden, mits deze afwijkende maatvoering op legale wijze tot stand is gekomen. 9.2
Parkeervoorzieningen
9.2.1
Bouwregels voor parkeervoorzieningen
In aanvulling op wat er geregeld is voor de voorkomende bestemmingen gelden de volgende regels: a. Als de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet het gebouw en moet de andere bebouwing op het betreffende bouwperceel zodanig worden geplaatst of ingericht dat voor het parkeren of stallen van auto's voldoende ruimte aanwezig is in, op of onder het gebouw dan wel op of onder het onbebouwde gedeelte van het bouwperceel. b. De onder a bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's en op de situatie ter plaatse. De afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een auto van een gehandicapte - voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst - moet minstens 3,50 bij 5,00 m bedragen. c. Als de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen moet het gebouw zodanig worden geplaatst of ingericht dat in deze behoefte in voldoende mate kan worden voorzien aan, in of onder het gebouw dan wel op of onder het onbebouwde gedeelte van het betreffende bouwperceel. d. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a en c, mits op andere wijze in de nodige parkeerruimte respectievelijk ruimte voor het laden en lossen van goederen wordt voorzien. 9.2.2
Beleidsregels voor toepassing normen voldoende parkeervoorzieningen
Van voldoende ruimte voor parkeren of stallen van auto's als bedoeld in artikel 9.2.1 onder a is sprake als wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders op 13 december 2016 vastgestelde 'Parkeernormen 2017 gemeente Oss'. Hierbij geldt dat als deze beleidsregels worden gewijzigd of vervangen, rekening wordt gehouden met deze wijziging of vervanging. 9.3
Ondergronds bouwen
9.3.1 Ondergrondse bouwwerken a. Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken die geen gebouw zijn, gelden geen beperkingen behalve voor zover in deze regels anders is bepaald. Ondergrondse bouwwerken mogen uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig het bij de bestemming toegestane gebruik. b. Voor het bouwen en gebruiken van ondergrondse gebouwen gelden, behalve voor zover in deze regels anders is bepaald, de volgende regels: 1. ondergrondse gebouwen die deels zichtbaar zijn boven het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, die ook buiten het bouwvlak zijn toegestaan;
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 28 van 81 vastgesteld 15-12-2022
2. ondergrondse gebouwen die onzichtbaar zijn boven het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld, zijn ook buiten het bouwvlak toegestaan; 3. in afwijking van het bepaalde onder b1 en b2 zijn ondergrondse gebouwen onder en bij woonhuizen uitsluitend toegestaan als kelder onder het woonhuis en onder aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen; 4. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse gebouwen bedraagt maximaal 4 meter onder peil; 5. de oppervlakte van ondergrondse gebouwen wordt meegerekend bij het berekenen van de toegestane bedrijfsvloeroppervlakte en de toegestane verkoopoppervlakte; 6. de oppervlakte van ondergrondse gebouwen wordt uitsluitend meegerekend bij het toegestane bebouwingspercentage voor zover die gebouwen zichtbaar zijn boven het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld; 7. de inhoud van ondergrondse gebouwen voor zover gelegen onder het maaiveld wordt niet meegerekend bij de toegestane inhoud van een woning; 8. ondergrondse gebouwen mogen uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig het bij de bestemming toegestane gebruik. 9.3.2
Afwijken van ondergronds bouwen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 9.3.1 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties of met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden; c. dit niet strijdig is met de belangen verbonden aan de bestemming van de betreffende gronden, en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast. 9.4
Afstand van bouwwerken tot de weg
De afstand van bouwwerken tot de as van de weg dient ten minste 20 m te bedragen. In aanvulling hierop geldt voor rijksweg A50 een afstand van 30 m uit de rand van de weg voor (beperkt) kwetsbare objecten.
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 29 van 81 vastgesteld 15-12-2022
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
10.1 Verboden gebruik a. Onder het gebruiken van gronden, bouwwerken of onderkomens in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik, daaronder begrepen het doen en/of laten gebruiken: 1. als stort- en/of opslagplaats; 2. voor buitenopslag; 3. voor (detail)handel; 4. voor bedrijfsdoeleinden; 5. voor een kleinschalig kampeerterrein, groepskampeerterrein en/of natuurkampeerterrein; 6. voor motor-, water- en modelvliegtuigsport en andere vormen van lawaaisport; 7. voor een seksinrichting en/of escortbedrijf; 8. voor bewoning; 9. als ligplaats voor woonschepen of woonarken; 10. als vis- of viskweekvijver binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap'. Het bepaalde onder a is niet van toepassing als de bestemmingsomschrijving (inclusief detaillering) in de overige planregels het betreffende gebruik expliciet toestaat. 10.2 Verboden gebruik geitenhouderij a. Het is niet toegestaan het gebruik van gronden en bouwwerken te wijzigen ten behoeve van het houden van geiten in die zin dat er niet meer geiten mogen worden gehouden dan is toegestaan op grond van een vóór 5 september 2018: 1. ingediende melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer of de Wet milieubeheer; 2. verleende vergunning op basis van de Hinderwet; 3. verleende omgevingsvergunning beperkte milieutoets; 4.
verleende omgevingsvergunning milieu op basis van artikel 2.1 onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); of 5. verleende vergunning op basis van de Wet milieubeheer. b. Het verbod onder a geldt niet voor: 1. het hobbymatig houden van minder dan 10 geiten op een bedrijf of locatie waar geen geiten worden gehouden; of 2. geitenlammeren met een leeftijd tot 30 dagen die gehouden worden op de geitenhouderij waar ze geboren zijn. c. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a nadat het moratorium voor geitenhouderij in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is opgeheven, waardoor het op provinciaal niveau niet meer verboden is om de oppervlakte stalruimte voor geiten uit te breiden.
Partiële Herziening 3 Buitengebied Oss - 2020 pag 30 van 81 vastgesteld 15-12-2022
Artikel 11 11.1
Algemene aanduidingsregels
overige zone - oeverwal
11.1.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken die geen bouwwerk zijn of van werkzaamheden a
Vergunningsplicht oeverwal
Het is, zo nodig in afwijking van wat elders in deze regels is bepaald, verboden op en/of in gronden met de aanduiding 'overige zone - oeverwal' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken die geen bouwwerk zijn en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen of te laten uitvoeren: 1. het vergraven, egaliseren en ophogen van gronden; 2. het bebossen of anderszins beplanten met hoog opgaande bomen, struiken, heesters en daarmee vergelijkbare houtopstanden (met een hoogte van 1,5 m en meer); 3. het rooien en kappen van bomen, struiken, heesters en daarmee vergelijkbare houtopstanden, behoudens het oogsten van teelten; 4. het aanleggen, verbreden en (half)verharden van gronden; 5. het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verleggen, verruimen en dempen van bestaande waterlopen, sloten, greppels, kolken, oppervlaktewater, oevers, poelen en wielen; 6. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; 7. werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten; 8. het plaatsen van teeltondersteunende voorzieningen.