Bijlage 2B Raad Bijlagen bestemmingsplan t Veld Geffen - 2022
Tekst van het document
Tijdens de boringen is geconstateerd dat een eventuele oorspronkelijke podzol is verdwenen. Het dekzand is aangetroffen vanaf 30 à 55 cm -Mv maar hierin zijn nagenoeg geen sporen van bodemvorming meer waargenomen. Er kwamen lokaal wel een soort oerbanken voor. Deze duiden op de ligging op de flank van een welving naar een vlakte. Op het dekzand lag een oud-bouwlanddek. Er zijn geen archeologische indicatoren gevonden. Op grond van de resultaten van het onderzoek is geadviseerd het onderzochte gebied vrij te geven (Kerkhoven en Beckers, 2012). Tot slot is circa 50 m ten noorden van het plangebied nog een booronderzoek gedaan (onderzoekmeldingsnummer 4923831100). Tijdens het booronderzoek is het dekzand aangetroffen op 40 tot 110 cm -Mv / 5,3-4,5 m +NAP. In de top van het dekzand is in zes van de acht boringen sprake van sporen van bodemvorming of een intacte podzol. In één boring ontbreken sporen van bodemvorming vermoedelijk als het gevolg van een ingegraven spoor. Het is ook niet uitgesloten dat het een restant van een beekdal betreft. Bovenop het dekzand ligt een esdek met daarboven een bouwvoor. Het esdek komt overal intact voor. Op basis van de intacte bodemopbouw is in het onderzochte gebied een vervolgonderzoek geadviseerd (Melman, 2020).
Het vervolgonderzoek is eind mei 2021 uitgevoerd in de vorm van een archeologische begeleiding van het aanleggen van een poel en het aanleggen van een natuurvriendelijke oever (onderzoekmeldingsnummer 5070910100). Tijdens het onderzoek zijn diverse grondsporen gevonden, waaronder paalkuilen, kuilsporen, een greppel en twee waterkuilen. Er is een zeer kleine hoeveelheid vondsten aangetroffen (N=2). Eén van de vondsten kwam uit een spoor. Deze vondst betrof roodbakkend geglazuurd aardewerk. Op basis hiervan dateert in elk geval de opvulling van één van de sporen in de Nieuwe tijd. Op basis van de vergelijkbare spoorcontouren van een deel van de overige sporen dateert vermoedelijk ook een deel van de overige sporen uit de Nieuwe tijd. De definitieve interpretaties van de sporen moeten nog middels een uitwerking worden vastgesteld (pers. comm. projectleider M. Sonneveld, Transect). Vondstmeldingen In de omgeving van het plangebied zijn binnen een straal van 500 m geen vondstmeldingen gedaan. Synthese Op basis van onderzoeken in de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 m) zijn vooralsnog geen archeologische resten aangetroffen die ouder zijn dan de Late-Middeleeuwen. Een groot deel van de onderzoeken is dan ook uitgevoerd binnen de historische kern van Geffen.
17
8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Historisch gebruik
Weg, sloten, bouwlanden met houtwallen
Huidig gebruik
Weilanden, paardenwei, akkers, bebouwd erf, sloten
Bekende verstoringen
Agrarische werkzaamheden, bebouwing
Historische situatie Het plangebied grenst in het westen direct aan de bebouwde kom van Geffen. In het onderzoek van Hagens en Van der Feest (2020) is met betrekking tot de historische ontwikkeling van het dorp de volgende informatie opgenomen: • •
• •
•
•
•
De regio rondom Oss – inclusief Geffen – is ontgonnen vanaf de Vroege-Middeleeuwen. In eerste instantie had men daarbij de voorkeur voor hooggelegen gebieden nabij beken. Door het kappen van bomen ten behoeve van de realisatie van landbouwgronden trad plaatselijk verschraling op en vonden zandverstuivingen plaats. Door de verschraling is men zich in de loop van de Late-Middeleeuwen gaan verplaatsen naar de lagere delen van het landschap. Vanaf de Late-Middeleeuwen werd op het land potstalmest toegepast. Dit zorgde ervoor dat men langer op één plek kon blijven. Geleidelijk aan ontstond een agglomeratie van gehuchten die na verloop van tijd aan elkaar groeiden en het dorp Geffen gingen vormen. In het midden van deze ‘krans van gehuchten’ werd een kerk gebouwd. De eerste vermelding van het dorp stamt uit de 13 e eeuw. De naam verwijst naar een ‘splitsing’. Welke splitsing is niet precies duidelijk. De Veldstraat, waaraan het plangebied ligt, is een secundaire uitvalsweg vanuit het dorp richting het zuidoosten. Deze straat gaat over in de Bosschebaan – een middeleeuwse verbinding tussen Den Bosch en Grave (ook wel ‘Ruitersweg’). Mogelijkerwijs dateert de Bosschebaan reeds uit de 13e eeuw. Van wanneer de Veldstraat precies dateert, is niet bekend. In de 15e eeuw was Geffen een heerlijkheid.
De Buitenpolder, ten noorden van het dorp, werd bedijkt om overstromingen vanuit de Maas tegen te houden. Deze polder gaat vermoedelijk terug tot het begin van de 14e eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleven Engelse troepen in Geffen. De Duitsers hebben meermaals geprobeerd binnen te dringen en verwoestten daarbij ook de laatmiddeleeuwse kerk. In 1942 is tevens een vliegtuig neergestort achter café Den Hanenberg ten zuiden van het dorp. In de buurt van het plangebied zelf zijn echter geen aanwijzingen voor militaire objecten.
Historische kaarten Van de omgeving van Geffen zijn kaarten bekend uit de periode vanaf het midden van de 17 e eeuw. In de periode tot aan het begin van de 19e eeuw (de ‘Franse tijd’) komen echter geen gedetailleerde kaartbeelden van het dorp voor. Aan de oudere kaarten is af te leiden dat Geffen van oudsher op een kruising van wegen ligt, namelijk: een afsplitsing van de weg van ’s-Hertogenbosch naar Grave, naar de stad Batenburg. Deze wegen staan afgebeeld vanaf het einde van de 17 e eeuw – een periode waaruit ook de 17e-eeuwse stadsverdedigingswerken van Grave dateren. In het midden van de 17e eeuw was van deze afsplitsing van wegen rond Geffen volgens de kaart van Nicolaes Visscher nog geen sprak. Geffen lag toen echter op een splitsing van andere wegen (zoals veel andere dorpen in de omgeving dat ook lagen, bijvoorbeeld: Vinkel, Nuland, Kapelle en Rosmalen). Volgens de kaart van Frederik de Wit uit het einde van de 17e eeuw lagen ten zuiden van Geffen grotendeels onontgonnen, woeste gronden. Hierin staan heuveltjes met bomen afgebeeld. Deze heuveltjes wijzen er vermoedelijk op dat tot dan nog geen grootschalige ontbossing in dat gebied had opgetreden. Ten noorden van dit gebied strekte zich tussen Hintham en Geffen de ‘Wolfdyck’ uit (de
18
huidige Wolfdijk). Richting het noordoosten ging deze dijk over in de ‘Kerckendonck’ (de huidige Dorpstraat). Aan de zuidoostkant van Geffen zijn op deze kaart verschillende gebouwen weergegeven. Deze bebouwing stond aan de ‘Heere Wech na de Graef’ (letterlijk: ‘de Heereweg richting Grave’, vermoedelijk ongeveer de huidige Bosschebaan). De aard van deze bebouwing is niet bekend (bronnen: Archis3, www.rijksmonumenten.nl). Volgens www.rijksmonumenten.nl bevindt zich circa 270 m ten zuidoosten van het plangebied sinds het einde van de 17 e eeuw een Joodse begraafplaats. Het betreft waarschijnlijk de oudste Joodse begraafplaats van de provincie Noord-Brabant. De laatste begrafenis heeft hier plaatsgevonden in 1908. De begraafplaats is een cultuurhistorisch rijksmonument (rijksmonumentnummer 385761). Tussen de Heerweg en de Wolfdijk bevond zich volgens de kaart van Frederik de Wit (circa 1680-1700) een weg. Deze weg moet, op grond van het huidige stratenpatroon in het verlengde van de huidige Heesterseweg hebben gelegen. Deze weg bevond zich dus ín het plangebied. Op deze plaats ligt in een deel van het plangebied momenteel een zuidwest-noordoost georiënteerde sloot. De gronden rond deze sloot liggen relatief hoger dan de akkers en weilanden die er omheen liggen (5,8 m +NAP ten opzichte van 5,7 of 5,6 m +NAP).
In het noordelijk verlengde van de sloot is de plaats van de oorspronkelijke weg nog herkenbaar in de vorm van een rechtlijnige laagte op de perceelgrens. Langs deze laagte staan bomen en haaks op deze laagte liggen (al dan niet gedempte) sloten. De huidige (gedempte) sloten hebben mogelijk aangesloten op afwateringsgreppels rond de voormalige weg. Volgens de Kadastrale Minuut uit 1811-1832 lag het plangebied aan het begin van de 19e eeuw ingeklemd tussen de Heesterseweg en de Veldstraat in het zuiden en de Middelvelsche Waterloop in het noorden. De weg die mogelijk in het verlengde van de Heesterseweg in noordoostelijke richting door het plangebied heeft gelopen, is op deze kaart niet (meer) zichtbaar. Ook blijkt uit deze kaart binnen het plangebied niet het verloop van deze weg. Het verloop van de weg is wel herkenbaar verder ten noordoosten van het plangebied. In het plangebied was reeds ongeveer dezelfde perceelverdeling herkenbaar als tegenwoordig. Deze perceelverdeling is vrij onregelmatig en lijkt in elk geval voor een deel gebaseerd op de loop van de Middelvelsche Waterloop. De perceelrichting en vorm van andere percelen is echter vanuit datzelfde oogpunt niet te verklaren. Volgens de bij de Kadastrale Minuut (1811-1832) behorende Oorspronkelijk Aanwijzende Tafelen was aan de zuidkant van het plangebied sprake van groenstroken met hakhout (perceel 279).
Het Brempad is tevens als ‘hakhout’ aangeduid (perceel 296). Het Brempad was in eigendom van Adriaan Baars (beroep onbekend). De andere groenstroken waren van bouwman Jan van Erp. Tussen de groenstroken lagen bouwlanden, in eigendom van particulieren en ‘den Armen van Geffen’. Aan de inrichting en het gebruik van het plangebied hebben tot aan heden geringe wijzigingen plaatsgevonden. De eerste belangrijke wijziging vond plaats aan het begin van de 20 e eeuw, toen volgens historische kaarten het Brempad is aangelegd. Daarna is tot aan circa 1970 niets gewijzigd. Omstreeks 1970 is voor het eerst bebouwing in het westelijk deel van het plangebied gerealiseerd. Van dezelfde periode dateert de herverdeling van de percelen in het plangebied, welke heeft geleid tot het ontstaan van de huidige perceelverdeling. Daarna zijn omstreeks 2010 de huidige weilanden gerealiseerd, waarmee de functie als bouwland voor een groot deel van het plangebied is komen te vervallen. Omstreeks dezelfde periode is rond de bebouwing in het westen een verhard erf aangelegd. Huidig gebruik en bodemverstoringen Ten tijde van onderhavig onderzoek is het plangebied in gebruik als weilanden, een paardenwei, akkers, een bebouwd erf en een deel van een halfverhard of verhard pad. In het verleden heeft, in elk geval vanaf het begin van de 19e eeuw, geen bebouwing in het plangebied gestaan.
Op basis van ouder kaartmateriaal is het niet mogelijk om gedegen uitspraken te doen over eerdere perioden. De oudere kaarten zijn namelijk hiervoor te weinig gedetailleerd. Wel is het op basis van oudere kaarten mogelijk dat in het verleden door het plangebied een weg heeft gelopen. 19
Als het gevolg van de huidige en voormalige inrichting van het plangebied zullen vermoedelijk bodemverstoringen hebben opgetreden als het gevolg van agrarische werkzaamheden. Verstoringen als het gevolg van ploegwerkzaamheden reiken doorgaans niet dieper dan de bouwvoor, maar periodieke grondbewerkingen kunnen een diepte hebben van tot soms wel 1 m -Mv. In de omgeving zijn verder geen aanwijzingen voor diepploegen. Verder kunnen verstoringen aanwezig zijn in de vorm van gedempte oude sloten. Op basis van historische kaarten hebben in de loop van de 19e en 20e eeuw op verschillende plaatsen sloten door het plangebied gelopen. De diepte van deze sloten is onbekend. Mogelijk reik(t)en de sloten echter tot in de top van het dekzand. Verder is volgens de Ontgrondingenkaart van de Provincie Noord-Brabant (2005) in de periode 1950 tot 1998 geen ontgrondingsvergunning afgegeven voor het plangebied. Dit betekent dat waarschijnlijk geen ontgrondingen hebben plaatsgevonden. Dit is niet duidelijk af te leiden aan de hand van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Op basis van archeologische onderzoeken in de omgeving zijn echter in gebieden met een vergelijkbare maaiveldhoogte nog complete of vrijwel complete podzols aangetroffen. Daar is de ondergrond dus niet afgetopt.
Volgens BodemloketTM hebben geen milieukundige onderzoeken in het plangebied plaatsgevonden (bron: www.bodemloket.nl). De Omgevingsrapportage Noord-Brabant toont rond het plangebied locaties die milieukundig zijn onderzocht. Geen van deze onderzoeken valt samen met delen van het plangebied. Uit deze onderzoeken blijkt onder meer dat in de omgeving sprake is/is geweest van een autohandel en -reparatiebedrijf met bovengrondse hbo-tank (Veldstraat 41), een autoplaatwerkerij annes -spuiterij en pluimveeslachterij (Elshof III), een benzinepompinstallatie (Elshof fase III), een brandweerkazerne met chemicaliënopslagplaats, een wegensteunpunt, een opslag van aromatische koolwaterstoffen en een dieselpompinstallatie (Veldstraat 33), en verder ‘onverdachte activiteit’ (Veldstraat 28, 34, 38-38a, Heesterseweg 35a, Heesterseweg ong., Leiweg 3a-5; bron: www.noordbrabant.omgevingsrapportage.nl). De opdrachtgever heeft verder in het kader van de beoogde ontwikkelingen diverse bodemonderzoeken uitgevoerd (Verhoeven Milieutechniek b.v. projecten B19.7671A-B). Deze onderzoeken bestonden uit verkennende en aanvullende bodemonderzoeken, inclusief indicatief onderzoek naar asbest in de grond en een indicatief asfalt- en funderingsonderzoek, inclusief historisch onderzoek voor de Veldstraat 30 en ‘de Veldstraat en omgeving’. •
Op basis van het historisch bodemonderzoek is geadviseerd en onderzoek naar de aanwezigheid van asbest uit te voeren van de bestaande bebouwing aan de Veldstraat 30 en de omliggende verhardingen en dempingen waaronder mogelijk puin aanwezig is. Verder is geadviseerd het asfalt te analyseren op teer.
•
Tijdens en met het veldonderzoek zijn in het grondwater nauwelijks verontreinigingen aangetroffen. Ook ter plaatse van het Brempad zijn geen (noemenswaardige) verontreinigingen aanwezig. Verder is ook geen asbest aangetroffen. Er is sprake van licht verhoogde concentraties van PFAS, maar ook die vormen geen belemmering voor veldwerkzaamheden.
•
Het asfalt is teerhoudend en kan niet worden hergebruikt. In de funderingslaag onder het asfalt komen geen verontreinigingen voor.
•
In het westen van het plangebied zijn tijdens een bodemkundig onderzoek 26 boringen gezet. In deze boringen is tot een diepte van circa 3,5 m -Mv zand met verschillende kleuren aangetroffen. Het zand is zwak siltig. In de bovengrond (tot circa 50 cm -Mv) bevinden zich plaatselijk sporen van baksteen, namelijk: op het verharde erf in het uiterste noordwesten en rond en onder het Brempad. Ter hoogte van het Brempad is vanwege vast puin gebruikgemaakt van een ramguts.
20
•
In het oosten van het plangebied (weilanden en akkers) zijn geen bodemverontreinigingen aangetroffen. Er moet wel aandacht besteed worden aan eventuele gedempte sloten. Uitgegaan wordt vooralsnog van verspreidbare baggerspecie.
•
In het oostelijk deel van het plangebied zijn verder nog 30 boringen gezet. Deze boringen reikten doorgaans tot circa 50 cm -Mv. Er is binnen die diepte zand aangetroffen.
21
Figuur 2. Indicatieve ligging van het plangebied (rood omcirkeld) op de kaart van Nicolaes Visscher uit 16481679 (bron: www.mapy.mzk.cz).
Figuur 3. Indicatieve ligging van het plangebied (rood omcirkeld) op de kaart van Frederik de Wit uit 1680-1700 (bron: www.mapy.mzk.cz).
22