CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2A Toelichting - bijlage 27 Zienswijze verslag

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’28.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BESTEMMINGSPLAN Buitengebied Oss - 2020 Bijlagen bij toelichting Bijlage 27 - zienswijze verslag

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Oss 2019’ I. INLEIDING Deze nota gaat over de volgende stukken:  het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2019’  het MER bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2019’  de ontwerpbesluiten hogere waarde ‘Dorpenweg ong. (nabij nummer 21), DeursenDennenburg’ en ‘Mergental 1, Herpen’ Deze nota bevat de volgende onderdelen:  een weergave van de gevolgde procedure  een samenvatting van de reacties (‘zienswijzen’) over het ontwerpbestemmingsplan  ons besluit over de zienswijzen  een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het bestemmingsplan  een toelichting op ons besluit  een overzicht van de wijzigingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp die wij ambtshalve aanbrengen (dat wil zeggen: die niet het gevolg zijn van zienswijzen) Deze nota behoort bij het voorstel van burgemeester en wethouders aan ons, en bij ons besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen wij naw-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet digitaal aanbieden.

Een uitzondering geldt voor gegevens van  ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een bv of een vof)  personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden Als het voor de uitoefening van een publieke taak moet, mogen wij persoonsgegevens wel digitaal aanbieden. Wij bieden deze nota digitaal aan. Daarom noemen wij geen naw-gegevens, behalve waar de wet dat toelaat. II. PROCEDURE Iedereen kon het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken van 8 november tot en met 19 december 2018 in het gemeentehuis bekijken. Ook stond het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken in deze periode op het internet. Dit hebben burgemeester en wethouders bekendgemaakt in Oss Actueel en de Staatscourant van 7 november 2018 en op www.oss.nl. Van 8 november tot en met 19 december 2018 kon iedereen schriftelijk en mondeling op het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken reageren. De gemeente heeft 165 reacties (‘zienswijzen’) ontvangen. Alle indieners konden hun ingediende zienswijze mondeling toelichten bij de Hoorcommissie Bestemmingsplannen. Dit heeft een aantal indieners gedaan. Het was niet toegestaan om tijdens de hoorzitting nieuwe zaken naar voren te brengen. Op 28 november 2018, 3 december 2018 en 11 december 2018 heeft de gemeente inloopbijeenkomsten gehouden over het ontwerpbestemmingsplan.

Iedereen kon daar informatie over de stukken krijgen. Het was niet mogelijk om op de bijeenkomsten een zienswijze in te dienen. III. ZIENSWIJZEN Wij vinden de zienswijzen ontvankelijk, behalve wanneer wij daar hierna bij de afzonderlijke zienswijzen iets anders over zeggen. ‘Ontvankelijk’ betekent dat de indieners aan alle eisen hebben voldaan om een zienswijze in te dienen. Op zienswijzen die niet ontvankelijk zijn, hoeven wij niet inhoudelijk in te gaan.

Pagina 1 van 299

Hieronder vatten wij alle ontvankelijke zienswijzen samen. Daarna volgen per zienswijze ons besluit, een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het bestemmingsplan en een toelichting daarop. Het kan zijn dat wij een deel van een zienswijze niet of niet helemaal beschrijven. Dan hebben wij bij de beoordeling toch rekening gehouden met dat deel. Als wij vinden dat de indiener van een (ontvankelijke) zienswijze gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze gegrond. Als wij vinden dat de indiener geen gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze ongegrond. Wij kunnen een zienswijze ook gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaren. Een aantal reclamanten verwijst naar de Verordening ruimte Noord-Brabant. Deze verordening is inmiddels vervangen door de Interim omgevingsverordening. Daaraan toetsen wij waar nodig dan ook. Wij noemen in dit verslag beide verordeningen ‘de Verordening’, behalve wanneer het nodig is om de exacte naam te noemen. De gemeenteraad van Oss

Pagina 2 van 299

IV. BEOORDELING ZIENSWIJZEN Zienswijze 1 Samenvatting zienswijze Reclamant vraagt om een woonbestemming voor zijn perceel Weisestraat 21 in Lithoijen. Hij voert hiertoe onder meer aan dat hij 15 jaar geleden heeft meegedaan aan een opkoopregeling, en dat hij het perceel sindsdien niet meer agrarisch gebruikt. Zonder woonbestemming is het perceel onverkoopbaar. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Wij behandelen dit verzoek als een principe-verzoek tot wijziging van de bestemming van het perceel. Wij kunnen aan dit verzoek alleen meewerken als het plan past in het gemeentelijke beleid. Dat is niet het geval, zoals wij hieronder uitleggen. Overigens ontbreekt, als we wel medewerking hadden willen verlenen, de benodigde ruimtelijke onderbouwing bij dit verzoek. Het perceel ligt in de Lithse polder. Door zijn specifieke kenmerken, bodemgesteldheid, ligging, omvang et cetera, is deze polder uitermate geschikt voor landbouw. De maat en schaal van de open polder maken dat grotere agrarische bedrijven nog goed in te passen zijn. Door het geringe aantal woningen of andere kwetsbare functies zijn er relatief weinig milieuhygiënische belemmeringen voor agrarische bedrijven. Wij hebben in de structuurvisie ‘Buitengebied Oss – 2015’ dit gebied dan ook aangemerkt als ‘primair agrarisch gebied’.

De agrarische economie wordt in dit gebied gestimuleerd door zeer terughoudend te zijn in het toestaan van andere ontwikkelingen en (neven)functies. Door geen substantiële nevenfuncties toe te staan kunnen agrarische bouwvlakken duurzaam behouden blijven voor de agrarische sector. Ook kunnen mogelijke belemmerende gevolgen van andere functies worden voorkomen. Het wegbestemmen van het agrarisch bouwvlak en het bestemmen van de bedrijfswoning tot burgerwoning past niet in dit gebied. Overigens hebben wij in de afgelopen 15 jaar nooit eerder een verzoek van reclamant ontvangen tot bestemmingswijziging. Een dergelijk verzoek is altijd nodig omdat wij niet uit onszelf een dergelijke wijziging doorvoeren, al was het alleen maar omdat dan de benodigde ruimtelijke onderbouwing met onderzoeken ontbreekt. De opkoopregeling verplicht ons ook niet tot de gevraagde wijziging. Wel moet een passende herbestemming plaatsvinden van een bedrijf dat met de opkoopregeling heeft meegedaan. Wij vinden in dit primair agrarisch gebied een agrarische bestemming (nog steeds) de meest passende bestemming. Wij vinden het dan ook niet aannemelijk dat het perceel zonder woonbestemming onverkoopbaar is.

Pagina 3 van 299

Zienswijze 2 Samenvatting zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan laat aan reclamants perceel aan de Hertog Janstraat 53 in Lith mestbewerking toe tot een oppervlakte van 1.711 m². Reclamant komt op basis van een eigen berekening tot 3.321 m², die volgens hem feitelijk vergund is. Hij vraagt om deze 3.321 m² toe te staan. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad De Verordening regelt de maximale gebruiksoppervlakte voor mestbewerking, en niet de maximale bebouwingsoppervlakte. Op basis van de eerder voor het bedrijf verleende vergunningen klopt reclamants standpunt dat er sprake is van een legale gebruiksoppervlakte voor mestbewerking op dit bedrijf van 3.321 m2. Maar dat betekent niet dat wij in bijlage 5 deze oppervlakte moeten opnemen. De bouwregeling van artikel 5.2 onder m (in combinatie met bijlage 5) van het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2019’ regelt namelijk niet de gebruiksoppervlakte maar de bebouwingsoppervlakte die een functie mag hebben. Dat is dus een heel andere maatvoering. Wij willen in dit bestemmingsplan geen gebruiksoppervlakte regelen. Dit zou namelijk tot allerlei complicaties leiden, omdat dan de oppervlaktes van kelders en verdiepingen moeten worden meegenomen.

Het (ook) opnemen van de gebruiksoppervlakte voor dit bedrijf zou leiden tot een aparte regeling alleen voor dit bedrijf. Dat vinden wij niet wenselijk. In dit geval is het opnemen van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking bij dit bedrijf ook niet nodig. Op basis van de Verordening mag de (op de genoemde peildatum in de Verordening) bestaande legale gebruiksoppervlakte niet worden overschreden. Basis hiervoor is de geldende vergunning. Deze regel geldt altijd, los van de regeling in het bestemmingsplan.

Pagina 4 van 299

Zienswijze 3 Samenvatting zienswijze a. Reclamanten wonen aan de Kapelstraat 53 in Megen. In het ontwerpbestemmingsplan heeft dit perceel een bedrijfsbestemming met voor de woning een aanduiding voor persoonsgebonden overgangsrecht. Reclamanten wensen voor de woning een woonbestemming dan wel een andere regeling die hun meer bescherming biedt. De rechtbank Oost-Brabant heeft geoordeeld dat het gebruik als burgerwoning onder het overgangsrecht valt. Het is vaste jurisprudentie dat bestaand gebruik dat onder het overgangsrecht valt, in beginsel niet opnieuw onder het overgangsrecht gebracht mag worden. Alleen al om die reden hadden burgemeester en wethouders in het ontwerpbestemmingsplan geen persoonsgebonden overgangsrecht mogen opnemen. Bovendien hebben burgemeester en wethouders niet onderzocht of een woonbestemming mogelijk is. De woning ligt binnen een bedrijfsbestemming waarbinnen bedrijven aanwezig mogen zijn tot maximaal milieucategorie 2 (zie ook punt d). De afstand tussen woning en bedrijf bedraagt circa 20 meter. Daarom is ter plaatse sprake van een aanvaardbaar woonklimaat. De omliggende functies en de woning beïnvloeden elkaar bovendien niet negatief. De Verordening verzet zich niet tegen een woonbestemming.

Hetzelfde geldt voor het gemeentelijke beleid, aangezien het hier gaat om een woning in een bebouwingslint op de oeverwal (althans een daarmee te vergelijken situatie). Onlangs nog hebben burgemeester en wethouders de bouw van een woning aan de Kapelstraat 40 vergund. Dat bewijst dat de omgeving geschikt is voor burgerwoonbebouwing. In 2007 is een bouwvergunning verleend voor de verbouw van de woning tot burgerwoning; in ieder geval is niet voorgeschreven dat het moet gaan om bewoning als bedrijfswoning. Volgens de jurisprudentie kan dan ook niet tegen het gebruik als burgerwoning worden opgetreden. Het feit dat het huidige bestemmingsplan in 2010 geen burgerwoning toelaat, maakt niet dat het huidige gebruik onrechtmatig is en dat daartegen handhavend kan worden opgetreden. b. Als een woonbestemming niet mogelijk is, bepleiten reclamanten een uitsterfregeling, onder verwijzing naar jurisprudentie. Als dat niet mogelijk is, bepleiten reclamanten objectgebonden overgangsrecht. c. Als wij vasthouden aan een regeling voor persoonsgebonden overgangsrecht, vragen reclamanten om dat overgangsrecht niet alleen van toepassing te laten zijn op reclamant de heer Van Dorst maar ook op zijn partner, reclamante Laaroussi. Beide reclamanten wonen sinds 2012 in de woning. d.

Reclamanten vragen om de bedrijvenlijst aan te vullen met ‘handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven’ in milieucategorie 2. Dit komt overeen met de regeling in het huidige bestemmingsplan. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij laten het persoonsgebonden overgangsrecht op het perceel Kapelstraat 53 in Megen ook van toepassing zijn op mevrouw R. Laaroussi. Wij maken binnen de bestemming ‘Bedrijf’ omschakeling naar niet in bijlage 4 genoemde soorten bedrijvigheid onder voorwaarden mogelijk via een binnenplanse afwijking. Toelichting van de gemeenteraad Punt a In het huidige bestemmingsplan uit 2010 heeft het perceel een bedrijfsbestemming. Toegestaan is een bedrijf in de vorm van autohandel/-reparatie met maximaal 450 m² bedrijfsgebouwen. Ook is een bedrijfswoning aanwezig en toegestaan. In een handhavingsprocedure is in 2017 komen vast te staan dat het feitelijke gebruik van de bedrijfswoning door reclamant Van Dorst overgangsrechtelijk is beschermd. Het is op grond van vaste jurisprudentie niet toegestaan om overgangsrechtelijk beschermd gebruik in een nieuw bestemmingsplan opnieuw onder het (objectgebonden) overgangsrecht recht te brengen, tenzij aannemelijk is dat dat gebruik zal stoppen. Dat laatste is in dit geval niet gebleken.

Daarom hebben burgemeester en wethouders in het ontwerpbestemmingsplan het gebruik niet opnieuw onder het (objectgebonden) overgangsrecht gebracht, maar hiervoor persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen.

Pagina 5 van 299

Volgens reclamanten is het gelet op de jurisprudentie niet toegestaan om gebruik dat onder het overgangsrecht valt opnieuw onder het overgangsrecht te brengen. Volgens de jurisprudentie is het echter in beginsel niet toegestaan om overgangsrechtelijk beschermd gebruik opnieuw onder het objectgebonden overgangsrecht brengen. Het gaat dus niet om het onder het persoonsgebonden overgangsrecht brengen. Integendeel, persoonsgebonden overgangsrecht wordt in de jurisprudentie juist genoemd als alternatief voor het opnieuw onder het objectgebonden overgangsrecht brengen in situaties waarin dat niet is toegestaan. Uitgangspunt van onze beleid voor nieuwe burgerwoningen is dat nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. Het buitengebied heeft geen volkshuisvestelijke opgave. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voorruimtewoning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling ‘kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties’ binnen zoekgebied verstedelijking. Bij beëindiging van een (agrarisch) bedrijf kan na omschakeling de bedrijfswoning ook een burgerwoning worden. Aan deze eisen voldoet deze locatie niet.

Wij zien geen reden om ons beleid aan te passen of hierop in dit specifieke geval een uitzondering te maken. Dat provinciale regels zich niet tegen een woning verzetten, maakt dit, voor zover dat al juist is, niet anders. Wij zijn bevoegd ons eigen beleid te volgen, zolang wij daarbij maar binnen de provinciale kaders blijven. Overigens is er naar ons oordeel in deze situatie, anders dan reclamanten stellen, geen sprake van een bebouwingslint. Reclamanten verwijzen naar een vergunning voor de bouw van een woning aan de Kapelstraat 40. Dit is echter geen vergelijkbare situatie. Voor de woning aan de Kapelstraat 40 geldt een woonbestemming, die tot stand gekomen is naar aanleiding van de sanering van een agrarisch bedrijf. Uit de bouwvergunning uit 2007 blijkt dat deze is vergund voor (alleen) het vervangen van gevels en dak van een bestaand woonhuis. Uit de vergunning blijkt niet dat dit woonhuis een burgerwoning is. Reclamanten hebben dan ook niet vanwege deze vergunning recht op een burgerwoonbestemming. Het enkele feit dat uit de vergunning niet expliciet blijkt dat deze ziet op een bedrijfswoning maakt dit niet anders. Dit feit brengt dus ook niet met zich mee dat wij, in afwijking van de geldende bestemming (uit 2010) en in afwijking van ons beleid, een nieuwe burgerwoning zouden moeten toestaan.

Overigens zullen burgemeester en wethouders niet handhavend optreden tegen een gebruik dat onder het overgangsrecht valt. Punt b Als er sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijk gebruik dat in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is ons beleid om dit gebruik onder het persoonsgebonden overgangsrecht te brengen. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik. Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk. Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft vanuit het belang om onwenselijke functies uit het buitengebied te weren als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren. Daarmee wordt meer recht gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht, namelijk het beëindigen van onwenselijke situaties. Volgens ons verzet de jurisprudentie zich niet tegen ons beleid. Wij zien verder geen reden om ons beleid aan te passen of hierop in dit specifieke geval een uitzondering op te maken.

Zoals reclamanten zelf aangeven, is hernieuwd objectgebonden overgangsrecht in dit geval niet mogelijk, omdat er geen concreet zicht bestaat op beëindiging van de bewoning van het pand. Punt c Wij vinden een persoonsgebonden overgangsrecht in deze situatie passend. Volgens de Basisregistratie wonen beide reclamanten sinds december 2012 aan de Kapelstraat 53. Daarom passen wij het bestemmingsplan zó aan dat het persoongsgebonden overgangsrecht op beide reclamanten van toepassing is.

Pagina 6 van 299

Punt d Het ontwerpbestemmingsplan laat op dit perceel dezelfde bedrijvigheid toe als het nu geldende bestemmingsplan, namelijk autohandel/-reparatie. Dit is geregeld in artikel 5.1.1 onder a van de planregels en bijlage 5 bij die regels. Dat deze bedrijvigheid niet als zodanig in de bedrijvenlijst (bijlage 4 bij de planregels) staat, maakt dit niet anders. Het ontwerpbestemmingsplan laat, net als het huidige bestemmingsplan, omschakeling naar detailhandel in het algemeen niet toe, zelfs niet als specifieke vormen van detailhandel in de bedrijvenlijst voorkomen. Dit past namelijk niet binnen de beleidskaders van het gemeentelijke detailhandelsbeleid. Ambtshalve bieden wij ruimere mogelijkheden voor omschakeling binnen de bestemming ‘Bedrijf’, maar niet voor omschakeling naar onder andere detailhandel. Gelet hierop zien wij geen reden om de regeling op dit punt aan te passen.

Pagina 7 van 299

Zienswijze 4 Samenvatting zienswijze Reclamante woont aan de Weisestraat 6 in Lithoijen. Zij wil in een vrijstaand bijgebouw bij de (bedrijfs)woning op dit perceel een bed and breakfast beginnen in twee kamers voor maximaal vier personen. In het bijgebouw zat vroeger met ontheffing een antiekwinkel, maar het staat nu leeg. Reclamante vraagt om voor bedrijfsbestemmingen in het algemeen of voor haar perceel in het bijzonder een dergelijke bed and breakfast in vrijstaande bijgebouwen toe te staan. Dit kan hetzij rechtstreeks hetzij via een binnenplanse afwijking. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij schrappen in bijlage 5 bij de planregels de antiekwinkel met bijbehorende oppervlakte aan de Weisestraat 6 in Lithoijen. In ruil daarvoor regelen wij via een aanduiding dat in het vrijstaande bijgebouw op dit adres een bed and breakfast is toegestaan. Toelichting van de gemeenteraad Het huidige bestemmingsplan en het ontwerpbestemmingsplan laten op dit perceel in het vrijstaande bijgebouw een antiekwinkel toe van 87 m². Wij vinden het ruimtelijk aanvaardbaar dat er in plaats van een antiekwinkel een bed and breakfast komt. Dit regelen wij door de antiekwinkel uit bijlage 5 te schrappen, en via een aanduiding te regelen dat in het vrijstaande bijgebouw een bed and breakfast is toegestaan.

Pagina 8 van 299

Zienswijze 5 Samenvatting zienswijze Reclamant heeft aan agrarisch bedrijf aan de Marenseweg 10 in Maren-Kessel. Hij verzoekt om in bijlage 7 bij de bestemmingsplanregels voor zijn bedrijf geiten op te nemen als toegestane diersoort (naast de al genoemde soorten rundvee en varkens). Dit is in overeenstemming met de feitelijke en vergunde situatie. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan In bijlage 7 bij de bestemmingsplanregels nemen wij op dat het bedrijf aan de Marenseweg 10 in Maren-Kessel ook geiten mag houden. Toelichting van de gemeenteraad Uit de gemeentelijke vergunningenregistratie blijkt dat op dit perceel inderdaad geiten zijn toegestaan.

Pagina 9 van 299

Zienswijze 6 Samenvatting zienswijze Reclamant heeft een paardenbedrijf aan de Meester van Coothstraat 54 in Maren-Kessel. Dit bedrijf staat wel vermeld in bijlage 7 bij de planregels (‘Diersoorten veehouderijen’), maar zonder aanduiding van welke diersoort is toegestaan. Reclamant vraagt om dit te corrigeren, zodat hij circa 25 paarden mag houden. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij vermelden in bijlage 7 bij de planregels dat bij het bedrijf aan de Meester van Coothstraat 54 in Maren-Kessel het houden van paarden is toegestaan. Toelichting van de gemeenteraad Ten tijde van het indienen van de zienswijze had reclamant geen melding op grond van het Activiteitenbesluit gedaan voor het houden van paarden aan de Meester van Coothstraat 54 in Maren-Kessel. Nadat wij hem hier ambtelijk op gewezen hadden, heeft hij alsnog een melding gedaan. Daarom nemen wij in bijlage 7 bij de planregels op dat op genoemd adres paarden mogen worden gehouden.

Pagina 10 van 299

Zienswijze 7 Samenvatting zienswijze Het bedrijf van reclamanten aan de Molengraaf 11 in Geffen heeft in het ontwerpbestemmingsplan een agrarische bestemming. Het is echter ook een zorgboerderij. Reclamanten vragen om een toevoeging ‘maatschappelijk’, zodat dit duidelijk is. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Wij vinden het tot de normale agrarische bedrijfsvoering horen als zorgbehoevenden meewerken in het agrarisch bedrijf, zoals in dit geval. Hiervoor is dus geen aparte regeling nodig. Wij regelen zorgboerderijen alleen als de verleende zorg uit meer bestaat dan meewerken, en de standaardregeling voor agrarische bedrijven dus niet voldoende is.

Pagina 11 van 299

Zienswijze 8 Samenvatting zienswijze Reclamant heeft een aantal vragen en zorgen over paragraaf 2.26 (‘Doelstelling duurzaamheid’) uit de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. a. Deze paragraaf is later toegevoegd. b. De gemeenteraad heeft de volle omvang van de energietransitie onvoldoende besproken. c. Waar zijn de resultaten gepresenteerd van een gehouden extern onderzoek? d. Wat wordt bedoeld met ‘elders duurzaam importeren’ van energie? e. Er wordt vooruitgelopen op lopende onderzoeken. f. Naar welke onderzoeken wordt verwezen? g. Welke berekeningen liggen ten grondslag aan de constatering dat ongeveer 80 grote windmolens nodig zijn? Zijn er al calculaties gemaakt? h. Welke ‘meerdere verschillende verzoeken’ worden bedoeld? Voldoen deze aan de eisen, en kan de provincie in het kader van de Crisis- en herstelwet een inpassingsplan maken? Zo ja, dan zou de gemeente hiertegen protest moeten aantekenen. i. De gemeente zou protest moeten aantekenen tegen aanwijzingen en boetes van het Rijk aan gemeenten voor het geval het Rijk de Europese energiedoelen niet haalt. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan In de paragraaf ‘doelstelling duurzaamheid’ in de toelichting bij het bestemmingsplan spreken wij over ‘initiatieven’ in plaats van over ‘verzoeken’.

Toelichting van de gemeenteraad Algemeen Wij hebben in 2017 besloten om drie externe onderzoeken te gebruiken als leidraad voor het toetsen van grootschalige initiatieven voor het duurzaam opwekken van energie in Oss. De toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan gaat in op deze leidraad als algemene achtergrondinformatie over het geldende beleid. Het ontwerpbestemmingsplan bevat geen grootschalige initiatieven voor het duurzaam opwekken van energie. Voor dit soort initiatieven maakt de gemeente aparte ruimtelijke plannen, die hun eigen procedure volgen, los van dit bestemmingsplan voor het hele buitengebied. De zienswijze van reclamant bevat vooral vragen over en bezwaren tegen de in 2017 vastgestelde leidraad, en niet zozeer bezwaren tegen het bestemmingsplan. Ter informatie gaan wij hieronder toch in op de afzonderlijke vragen en opmerkingen van reclamant. Punt a Deze constatering is juist. Punt b Wij vinden dat wij de energietransitie, de leidraad en de onderzoeken die daaraan ten grondslag liggen voldoende hebben besproken. Reclamant bestrijdt dit, maar onderbouwt zijn stelling niet. Daarom zien wij geen reden om hier verder op in te gaan. Punt c De onderzoeken staan op de gemeentelijke website. Punt d Het gaat hier om het inkopen van energie die buiten de gemeente Oss duurzaam is opgewekt, bijvoorbeeld op zee.

Voor meer informatie verwijzen wij reclamant naar de onderzoeken. Punt e De constatering dat het landschap zal veranderen volgt uit de onderzoeken. Zij loopt dus niet vooruit op nog te verrichten onderzoeken. Punt f

Pagina 12 van 299

Er wordt verwezen naar de onderzoeken die ten grondslag liggen aan de leidraad van 2017. Punt g Wij verwijzen reclamant naar de onderzoeken. Punt h De toelichting bedoelt dat de totale doelstelling voor duurzame energie niet met één initiatief gehaald zal worden maar dat hiervoor een aantal verschillende initiatieven nodig zal zijn, die ook betrekking hebben op diverse vormen van energie (zon, wind, geothermie, water, biomassa). De toelichting gebruikt het woord ‘verzoeken’ in plaats van ‘initiatieven’. Omdat het woord ‘verzoeken’ niet helemaal duidelijk is, passen wij de toelichting aan, en gebruiken wij het woord ‘initiatieven’. Het gaat hier alleen om de constatering dat er meerdere verzoeken/initiatieven nodig zullen zijn om de beleidsdoelstelling te halen. Het gaat dus niet om concrete, al ingediende verzoeken. Van het ‘voldoen aan eisen’ is op dit moment dus nog geen sprake. De provincie kan inderdaad inpassingsplannen vaststellen. Reclamants standpunt dat de gemeente in voorkomend geval hiertegen protest moet aantekenen, nemen wij voor kennisgeving aan. Punt i Wij nemen het standpunt van reclamant voor kennisgeving aan.

Pagina 13 van 299

Zienswijze 9 Samenvatting zienswijze Reclamanten zijn eigenaar van het perceel op de hoek van de Grotestraat en de Hoekstraat in Huisseling. Zij vragen om een woonbestemming voor dit perceel. Dit past in de gemeentelijke behoefte aan nieuwe woningbouwlocaties binnen Ravenstein. Het perceel ligt in een bebouwingsconcentratie. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Burgemeester en wethouders hebben eenzelfde eerder verzoek van reclamanten bij brief van 30 oktober 2015 afgewezen. Wij gaan in het buitengebied heel terughoudend om met nieuwe woningen. Doel hiervan is het tegengaan van verstening van het buitengebied. Verder hoort woningbouw in principe in het stedelijk gebied plaats te vinden. Het beleid van de gemeente laat nieuwe woningen in het buitengebied daarom alleen toe op bepaalde plaatsen, de zogenoemde ‘bebouwingsconcentraties’. De ontwikkeling moet dan wel in een bepaalde mate bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit ter plekke en een knelpunt oplossen. Dit kan bijvoorbeeld doordat er een agrarisch bedrijf wordt gesaneerd of een schuur wordt gesloopt. De gemeentelijke structuurvisie wijst de bebouwingsconcentraties aan. De locatie waar reclamanten een woning willen bouwen, ligt in de bebouwingsconcentratie ‘Zuidelijke rand Ravenstein-Huisseling’.

De bouw van een woning op deze locatie lost echter geen knelpunt op en levert geen ruimtelijke kwaliteitswinst op. Het gebied heeft als onbebouwde plek ruimtelijke kwaliteit. Wij vinden het ruimtelijk ongewenst het terrein te bebouwen. Door het bebouwen van de huidige open weide met een woning gaat de openheid ter plaatse verloren. Er zou enkel bebouwing bij komen terwijl er landschappelijke kwaliteit verloren gaat. Wij onderschrijven dit standpunt. Reclamanten hebben hetzelfde verzoek ingediend in de vorm van een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2010’. Wij hebben destijds aangegeven dat, gelet op de ruimtelijke karakteristiek van het gebied, het in principe voorstelbaar is om een woning toe te voegen op deze locatie, maar dat het gebied nu als onbebouwde plek ook zijn ruimtelijke kwaliteiten heeft. Dit betekent dat reclamanten moesten aantonen wat de winst is van de bouw van een woning ter plaatse. Ons huidige standpunt wijkt af van ons standpunt uit 2010. Maar de afgelopen jaren hebben reclamanten geen plan bij ons ingediend dat de ruimtelijke winst van de bouw van een woning op deze locatie aantoont. Daarom zien wij het verzoek nu als een nieuw principeverzoek, dat wij toetsen aan ons huidige beleid. Dit beleid is veranderd ten opzichte van het beleid in 2010. Reclamanten stellen dat er in Ravenstein behoefte is aan grootschalige woningbouw.

Wij verkennen nog in hoeverre en op welke locaties eventueel grootschalige woningbouw in Ravenstein nodig is. Dit doen we in het kader van de ‘Locatiestudie Ravenstein 2019’. Wij hebben inmiddels verschillende potentiële woningbouwlocaties gevonden waar we structureel woningbouw kunnen toevoegen. De locatie van reclamanten maakt hier geen deel van uit en voegt bovendien onvoldoende toe aan de structurele woningbouwopgave. Bij reclamanten gaat het namelijk om één vrijstaande woning.

Pagina 14 van 299

Zienswijze 10 Samenvatting zienswijze Reclamant wijst erop dat het ontwerpbestemmingsplan geen rekening houdt met een wijzigingsplan dat nog in procedure is voor de Maasdijk 61 in Neerlangel. Hij verzoekt om dit wijzigingsplan na vaststelling in het nieuwe bestemmingsplan te verwerken. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen het bestemmingsplan ‘Maasdijk 61, Neerlangel’ op. Toelichting van de gemeenteraad Ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan was er inderdaad een herziening van het geldende bestemmingsplan in procedure voor de Maasdijk 61. Wij hebben deze herziening op 11 april 2019 vastgesteld. Deze is inmiddels onherroepelijk. Daarom verwerken wij deze herziening in dit nieuwe bestemmingsplan.

Pagina 15 van 299

Zienswijze 11 Samenvatting zienswijze Reclamant vraagt om een woonbestemming voor het perceel aan de Doorneindstraat 5 in Oss. De agrarische bestemming in het ontwerpbestemmingsplan is onjuist. In 2011 is op deze locatie een varkensbedrijf gesaneerd. Er kwam een klein akkerbouwbedrijf voor in de plaats. In 2012 zijn alle agrarische activiteiten beëindigd. Feitelijk is er vanaf toen sprake van een woonbestemming in een woning met een schuur van ongeveer 190 m². De omliggende woningen hebben ook een bestemming als burgerwoning. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen een woonbestemming op voor het perceel aan de Doorneindstraat 5 in Oss. Toelichting van de gemeenteraad Wij hebben geen bezwaar tegen de gevraagde bestemming, nu deze een zeer beperkte ruimtelijke impact heeft. Het voormalige agrarische bedrijf is feitelijk beëindigd, en de bedrijfsbebouwing is gesloopt. Een woning heeft geen nadelige gevolgen voor agrarische bedrijven in de omgeving, omdat er andere woningen dichter bij die bedrijven liggen. Wel vinden wij een passende landschappelijke inpassing nodig. Wij hebben hierover afspraken gemaakt met reclamant.

Pagina 16 van 299

Zienswijze 12 Samenvatting zienswijze Reclamanten maken bezwaar tegen de agrarische bestemming op hun gronden ten zuiden van hun bedrijfswoning aan de Molengraaf 13 in Geffen. Door deze bestemming is een voortgezet gebruik als siertuin niet mogelijk. Zij vragen om een gebruik als siertuin wél mogelijk te maken. De siertuin maakt onderdeel uit van een in 2013 verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning en bijgebouw, wat burgemeester en wethouders in een handhavingsprocedure bestrijden. Reclamanten zijn evenwel bereid te investeren in een versterking van het landschap ter plaatse, in samenhang met landschapsontwikkeling op een ander perceelsgedeelte, conform hun plan voor landschappelijke versterking. Reclamanten vinden verder de agrarische bestemming voor de desbetreffende gronden niet reëel, gelet op de omvang en de ligging tussen twee niet-agrarische bestemmingen. Bij beëindiging van het huidige gebruik zou dit perceelsgedeelte verwilderen. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij laten onder voorwaarden tuinen toe op agrarische gronden. Toelichting van de gemeenteraad Het perceel Molengraaf 13 heeft een bestemming ‘Bedrijf’. Het is bestaand ruimtelijk beleid om, ter bescherming van de waarden van het buitengebied, de omvang van een bedrijfsbestemming in het buitengebied beperkt te houden.

De bij het bedrijf en de bedrijfswoning behorende functies, zoals parkeren en tuin, moeten binnen de bestemming ‘Bedrijf’ liggen. Dat geldt ook voor andere bestemmingen, zoals bij burgerwoningen en bij agrarische bouwvlakken. Daarnaast vinden wij het uit ruimtelijk oogpunt gewenst om de waarden van het buitengebied te beschermen en om het intensief ruimtebeslag, waaronder het gebruik als tuin hoort, zo beperkt mogelijk te houden. Vanwege onder andere de maatschappelijke behoefte aan grotere tuinen in het buitengebied, verruimen wij ambtshalve de mogelijkheden voor het gebruik als tuin van gronden met een agrarische bestemming. Wij doen dit evenwel niet onbeperkt, omdat wij concentratie van (intensieve) functies van belang vinden. Ook willen wij tegengaan dat intensieve functies in het buitengebied te groot worden. Wij regelen dat binnen 20 meter van onder andere een bestemmingsvlak ‘Wonen’ of ‘Bedrijf’ een tuin mogelijk is. Voorwaarde hierbij is dat de buiten het bestemmingsvlak gelegen tuin niet groter is dan 1.500 m² en dat het totaal van de woonfunctie (tuin en woning) niet groter is dan 3.000 m². In dit specifieke geval is de oppervlakte van de bedrijfswoning en (voor)tuin ongeveer 1.150 m². Er is dus ruimte voor vergroting. Een strook van 20 meter breed en een lengte van 60 m is hierbinnen passend.

De overige ongeveer 5 m brede strook kunnen reclamanten gebruiken voor binnen de agrarische bestemming passende randbeplanting. Reclamanten stellen dat de siertuin onderdeel uitmaakt van een in 2013 verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning en bijgebouw. En dat er vrijstelling voor de tuin is verleend. Met dit standpunt zijn wij het niet eens. In een brief van 15 november 2018 met nummer VTH/TH 34121 aan reclamanten weerleggen burgemeester en wethouders dit standpunt zeer uitgebreid. Wij onderschrijven dit standpunt en verwijzen naar deze brief. Wij staan inhoudelijk overigens achter het betreffende beplantingsplan. Als het hele perceel wordt ingericht overeenkomstig dit plan, is er naar onze mening geen sprake van vertuining, maar van een gewenste landschappelijke inpassing. Naar onze mening wordt op dit moment echter niet voldaan aan het betreffende beplantingsplan. Delen zijn niet uitgevoerd en er zijn zaken gerealiseerd die niet in het beplantingsplan staan. Reclamanten vinden dat het niet realistisch is om te veronderstellen dat het betreffende gedeelte van het perceel agrarisch gebruikt kan worden. Wij delen deze mening niet. Het is heel goed mogelijk om het perceelgedeelte hobbymatig agrarisch te gebruiken.

Een agrarische bestemming hoeft niet per se door een agrarisch bedrijf gebruikt te worden, maar mag conform de bestemmingsomschrijving ook hobbymatig agrarisch worden

Pagina 17 van 299

gebruikt. Onder een dergelijk gebruik valt bijvoorbeeld een schapen- of ponyweide. Een dergelijk gebruik is zeer goed mogelijk.

Pagina 18 van 299

Zienswijze 13 Samenvatting zienswijze Het agrarisch bedrijf van reclamante aan de Vreestraat 4 in Geffen ligt in het ontwerpbestemmingsplan in primair agrarisch gebied. Reclamante vraagt om het perceel binnen de nabijgelegen bebouwingsconcentratie te brengen, zodat er ruimtelijk meer mogelijk is, bijvoorbeeld statische opslag. Het bedrijf is zo klein dat het anders geen reële agrarische toekomst heeft. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen het agrarisch bedrijf aan de Vreestraat 4 in Geffen op binnen een bebouwingsconcentratie. Toelichting van de gemeenteraad Wij hebben geen bezwaren tegen wat reclamante vraagt.

Pagina 19 van 299

Zienswijze 14 Samenvatting zienswijze Reclamant maakt bezwaar tegen de agrarische bestemming op zijn perceel ten zuiden van zijn woning aan de Broekstraat 2a in Geffen. Door deze bestemming is een voortgezet gebruik als siertuin niet mogelijk. De siertuin is sinds 1993 aanwezig. Toen hebben burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Maasdonk een bouwvergunning verleend voor een prieel. Dit impliceert volgens reclamant dat hij de omliggende grond mag gebruiken als siertuin. Verder kan reclamant zich niet verenigen met de natuurbestemming op een strook grond langs de westelijke en zuidelijke grens van het perceel, althans voor zover daarbij niet met een maatvoeringsaanduiding de instandhouding van een bestaande paardenstal mogelijk is. De betreffende paardenstal is omstreeks 1993 met toestemming van de toenmalige wethouder-portefeuillehouder verplaatst. Deze toestemming is ambtelijk bevestigd. Burgemeester en wethouders hebben op 4 december 2018 meegedeeld dat zij de handhavingsprocedure voor zowel de siertuin als de paardenstal stopzetten. De siertuin en de paardenstal mogen dus blijven. Reclamant vraagt om het bestemmingsplan daarop aan te passen. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij laten het gebruik als siertuin van een agrarisch perceel aan de Broekstaat 2a in Geffen toe.

Ook laten wij een paardenstal toe op een natuurperceel op dit adres. Toelichting van de gemeenteraad Burgemeester en wethouders hebben inderdaad, zoals reclamant stelt, per brief van 4 december 2018 aan inspreker medegedeeld dat zij een voorgenomen handhavingsprocedure over een paardenstal en het gebruik als tuin van een agrarisch perceel bij de Broekstraat 2a in Geffen beëindigen om de volgende redenen:  Burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Maasdonk hebben op 17 maart 1993 vergunning verleend voor een prieel op het perceelsgedeelte met de agrarische bestemming. Dit prieel impliceert een gebruik als tuin van dit perceelsgedeelte.  Er is een bestuurlijke toezegging gedaan dat de paardenstal mocht worden gebouwd. Deze toezegging is ook met een ambtelijke verklaring ondersteund. Het beëindigen van de handhavingsprocedure en de daaraan ten grondslag liggende redenen zijn nu voor ons aanleiding om de paardenstal en de tuin positief te bestemmen. Wij laten de natuurbestemming achter de woning in stand, maar nemen een aanduiding op die aangeeft dat een paardenstal is toegestaan ter plaatse van de huidige locatie. Wij nemen verder een aanduiding op die het gebruik als tuin toestaat van dit perceelsgedeelte.

Het prieel is legaal aanwezig en is daarmee positief bestemd op basis van de algemene bouwregel voor afwijkende bebouwing (in het ontwerpbestemmingsplan artikel 36 van de planregels).

Pagina 20 van 299

Zienswijze 15 Samenvatting zienswijze Reclamante exploiteert aan de Poelstraat 3 in Dieden een samengesteld recreatiebedrijf. De regeling in het ontwerpbestemmingsplan doet geen recht aan de reeds lang bestaande bedrijfsactiviteiten en bevat te veel beperkende bepalingen. Daardoor wordt het meest doelmatige gebruik van de gronden beperkt. Reclamante vraagt om ruimere mogelijkheden, wat ook zou passen in het gemeentelijke beleid. Zij wenst onder andere de mogelijkheid van zelfstandige horeca. Hiermee hebben burgemeester en wethouders in 2017 in principe al ingestemd. De betreffende brief is echter nooit bij reclamante aangekomen. Ook wenst reclamante de mogelijkheid van meer kampeermiddelen. Verder regelt het ontwerpbestemmingsplan niet het bestaande hoteldeel van het bedrijf. De toegestane bebouwingsmogelijkheden (750 m²) zijn onvoldoende. Bovendien mag er alleen voor de groepsaccommodatie worden gebouwd, wat onnodig beperkend is. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Zie hoofdstuk VI.

Pagina 21 van 299

Zienswijze 16 Samenvatting zienswijze Reclamant heeft een agrarisch bedrijf aan de Waterstraat 8 in Berghem. In bijlage 9 bij de planregels staat voor zijn bedrijf een verkeerde datum en geen zaaknummer. Op 19 september 2018 is een definitief besluit genomen met zaaknummer Z/069776. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen in bijlage 9 bij de bestemmingsplanregels voor het bedrijf aan de Waterstraat 8 in Berghem een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming op van 19 september 2018. Toelichting van de gemeenteraad De constatering van reclamant over de datum is juist. Overigens vermeldt de betreffende bijlage bij geen enkel adres een zaaknummer.

Pagina 22 van 299

Zienswijze 17 Samenvatting zienswijze Reclamant heeft een woning aan het Kraaijeven 3 in Geffen. De tuin bij de woning heeft in het ontwerpbestemmingsplan een agrarische bestemming. Reclamant wenst voor het gedeelte ten oosten van het bouwvlak een bestemming ‘Natuur’ of ‘Groen’. Dat deel is al sinds jaren vóór 1995 in gebruik als tuin. Noch de gemeente Geffen noch de gemeente Maasdonk noch de gemeente Oss heeft hier ooit opmerkingen over gemaakt. Bovendien heeft reclamant geen agrarisch bedrijf. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij laten onder voorwaarden tuinen toe op agrarische gronden. Toelichting van de gemeenteraad Reclamant wenst een passende regeling voor gronden die volgens hem al lang in gebruik zijn als tuin. Hij vraagt hiervoor om een natuur- of groenbestemming. Tuinen geven wij geen natuur- of groenbestemming, maar nemen wij op binnen de bestemming ‘Wonen’. Daarom vatten wij het verzoek van reclamant op als een verzoek tot uitbreiding van de woonbestemming. Het is bestaand ruimtelijk beleid om, ter bescherming van de waarden van het buitengebied, de omvang van een woonbestemming in het buitengebied beperkt te houden. De bij een woning behorende functies, zoals parkeren en tuin, moeten binnen de bestemming ‘Wonen’ liggen.

Dat geldt ook voor andere bestemmingen, zoals bij bedrijven en bij agrarische bouwvlakken. Daarnaast vinden wij het uit ruimtelijk oogpunt gewenst om de waarden van het buitengebied te beschermen en om het intensief ruimtebeslag, waaronder het gebruik als tuin hoort, zo beperkt mogelijk te houden. Vanwege onder andere de maatschappelijke behoefte aan grotere tuinen in het buitengebied, verruimen wij ambtshalve de mogelijkheden voor het gebruik als tuin van gronden met een agrarische bestemming. Wij doen dit evenwel niet onbeperkt, omdat wij concentratie van (intensieve) functies van belang vinden. Ook willen wij tegengaan dat intensieve functies in het buitengebied te groot worden. Wij regelen dat binnen 20 meter van onder andere een bestemmingsvlak ‘Wonen’ of ‘Bedrijf’ een tuin mogelijk is. Voorwaarde hierbij is dat de buiten het bestemmingsvlak gelegen tuin niet groter is dan 1.500 m² en dat het totaal van de woonfunctie (tuin en woning) niet groter is dan 3.000 m². Voor zover reclamant aan deze voorwaarden voldoet, vinden wij de zienswijze gegrond. Voor het overige vinden wij de zienswijze ongegrond. Overigens is het heel goed mogelijk om het perceelgedeelte hobbymatig agrarisch te gebruiken. Een agrarische bestemming hoeft niet per se door een agrarisch bedrijf gebruikt te worden, maar mag conform de bestemmingsomschrijving ook hobbymatig agrarisch worden gebruikt.

Onder een dergelijk gebruik valt bijvoorbeeld een schapen- of ponyweide. Een dergelijk gebruik is zeer goed mogelijk.

Pagina 23 van 299

Zienswijze 18 Samenvatting zienswijze Reclamanten zijn eigenaar van een perceel aan de Hoessenboslaan, tussen de huisnummers 21 en 25. a. Een paardenstal die ongeveer 10 jaar geleden is vergund, staat niet op de bestemmingsplankaart getekend en is verder niet geregeld. b. Verder willen reclamanten op het perceel graag een woning bouwen. Zij voeren het volgende aan. 1. Burgemeester en wethouders constateren dat bebouwing op grond van de ruimtevoor-ruimteregeling niet mogelijk is omdat het perceel niet in een bebouwingsconcentratie ligt. 2. Volgens reclamanten doet een woning geen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit. Er kunnen doorzichten en open ruimtes blijven bestaan aan beide kanten van de woning, zodat de woonpercelen niet aan elkaar groeien en de bebouwing afzonderlijk goed herkenbaar is. 3. In het verleden stond er op dit perceel een woonboerderij. Die is begin jaren ’60 afgebroken. 4. Ten noorden van de spoorweg heeft de gemeente meegewerkt aan drie nieuwe woningen, waarvan er inmiddels twee zijn gebouwd. Reclamanten vragen zich af waarom toen het argument over de doorzichten niet gold. Er was weliswaar sprake van de sanering van een agrarisch bedrijf, maar ter plaatse van de nieuwe woningen stond geen bebouwing. Die locatie was toen ook geen bebouwingsconcentratie. De medewerking van de gemeente was in strijd met het toen geldende bestemmingsplan. 5.

Bij de buren op nummer 21 mag een extra woning worden gebouwd. Dit terwijl er nu al feitelijk twee wooneenheden aanwezig zijn. 6. Gelet op dit alles vinden reclamanten dat er sprake is van rechtsongelijkheid, nu zij geen woning mogen bouwen. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Reclamanten hebben een soortgelijke inspraakreactie ingediend over het voorontwerpbestemmingsplan. Burgemeester en wethouders hebben hierop het volgende geantwoord: “Wij gaan in het buitengebied heel terughoudend om met nieuwe woningen. Doel hiervan is het tegengaan van verstening van het buitengebied. Verder hoort woningbouw in principe in het stedelijk gebied plaats te vinden. Het beleid van zowel de gemeente als de provincie laat nieuwe woningen in het buitengebied daarom alleen toe op bepaalde plaatsen, de zogenoemde ‘bebouwingsconcentraties’. De locatie waar inspreker op doelt maakt geen deel uit van een bebouwingsconcentratie. Woningbouw is hier beleidsmatig dus niet toegestaan. Wij hebben het gebied (De Hoessenboslaan) niet aangewezen als bebouwingsconcentratie omdat dit gebied geen duidelijke ruimtelijke eenheid vormt. Bovendien is het gedeelte dat in het buitengebied ligt beperkt van omvang.

Wanneer het perceel van inspreker wél binnen een bebouwingsconcentratie zou liggen, dan zou dit nog niet betekenen dat het bebouwd mag worden. Indien een locatie binnen een bebouwingsconcentratie ligt, dan moet de bouw van een woning namelijk in een bepaalde mate bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit ter plekke. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij sanering van een bedrijf. De tegenprestatie die moet worden geleverd, moet in geldelijke zin vergelijkbaar zijn met de kosten van een ruimte-voor-ruimterecht. Het provinciaal beleid schrijft dit voor. In de structuurvisie voor het buitengebied, vastgesteld in september 2015, is dit beleid opgenomen. In dit geval draagt de bouw van een woning niet bij aan de ruimtelijke kwaliteit ter plekke. Er is geen sprake van sanering van een bedrijf of knelpunt of van een andere bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit. Verder moet een nieuwe woning stedenbouwkundig toelaatbaar zijn. De Hoessenboslaan vormt een duidelijke grens tussen de bebouwde kern van Berghem en het buitengebied.

Pagina 24 van 299

Aan de westzijde van de weg vormt het bebouwingslint met daarachter een woonbuurt een relatief gesloten wand. Het contrast met de oostzijde is groot. Hier is het oude (voormalige agrarische) bebouwingslint nog herkenbaar, met tussen de bebouwing doorzichten naar het open landschap. Deze afwisseling tussen bebouwde en onbebouwde plekken is een grote ruimtelijke kwaliteit. De bouw van een extra woning doet afbreuk aan deze kwaliteit. Daarom vinden wij die bouw ruimtelijk niet gewenst. In dit specifieke geval groeien, door de bouw van de voorgestelde woning, ook nog eens twee bestaande woonpercelen min of meer aan elkaar, wat het nog extra bezwaarlijk maakt om een woning toe te voegen. Inspreker verwijst naar drie bouwkavels aan de Hoessenboslaan ten noorden van de spoorlijn. Inspreker vind deze situatie vergelijkbaar. De kavels waar inspreker naar verwijst zijn tot stand gekomen door sanering van een bedrijf. Er stond derhalve een grote ruimtelijke tegenprestatie tegenover, waardoor de ruimtelijke situatie ter plaatse is verbeterd. Wij vinden beide situaties dus niet vergelijkbaar. Inspreker merkt op dat ook het perceel op nummer 21 een woonbestemming heeft. Dat is juist, maar dit is een bestaande situatie. Dit betekent niet dat wij alle omliggende percelen dan ook een woonbestemming moeten geven.

Bovendien brengt de woonbestemming van nummer 21 niet met zich mee dat het perceel van inspreker in een bebouwingsconcentratie ligt. Inspreker vraagt om bij afwijzing van zijn verzoek te bezien of wij de grens van de bebouwde kom kunnen verleggen, of dat bebouwing in het kader van de regeling ‘Ruimte voor ruimte’ mogelijk is. Volgens de Verordening is de locatie gelegen binnen de aanduiding ‘zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling’. De Hoessenboslaan vormt de grens van het stedelijk gebied. In principe moeten wij uitgaan van de grens zoals deze in de Verordening is opgenomen. Wij vinden verder dat de grens tussen het stedelijk gebied en het landelijk gebied op de juiste plaats ligt. De oostelijke kant van de Hoessenboslaan is volgens ons buitengebied. Wij doen dan ook geen verzoek bij de provincie tot aanpassing van de kaart bij de Verordening. Het verleggen van de grens van de bebouwde kom doet verder niet af aan onze bovenvermelde stedenbouwkundige bezwaren. Bovendien moet ook in de bebouwde kom sprake zijn van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Volgens de Verordening kunnen ruimte-voor-ruimtewoningen alleen gerealiseerd worden binnen bebouwingsconcentraties. Aangezien de locatie in dit geval niet binnen een bebouwingsconcentratie ligt, is er ook geen ruimte-voor-ruimtewoning mogelijk. Verder gelden ook hier onze eerdere opmerkingen over kwaliteitswinst.

Wij staan geen woningen toe waarbij de benodigde kwaliteitswinst wordt geleverd met (alleen) de aankoop van een ruimte-voor-ruimterecht.” Wij onderschrijven het standpunt van burgemeester en wethouders. In aanvulling daarop merken wij het volgende op. Punt a De paardenstal is in de digitale versie van het ontwerpbestemmingsplan inderdaad niet ingetekend. De paardenstal staat wel ingetekend op de papieren verbeelding. Deze papieren verbeelding is ingetekend op een vaststaande kadastrale ondergrond. Deze heeft het Kadaster beschikbaar gesteld. Wij kunnen die niet aanpassen. De ondergrond (digitaal of op papier) heeft alleen een informatief karakter. Er zijn dan ook geen juridische gevolgen aan verbonden. Als een stal niet is ingetekend, wil dat dat niet zeggen dat deze niet vergund of niet positief bestemd is. Omgekeerd geldt dat als een gebouw wél is ingetekend, dit niet wil zeggen dat dit gebouw positief bestemd is. De juridische status van bebouwing volgt niet uit de kadastrale ondergrond van de kaarten, maar uit de planregels die gelden voor de opgenomen bestemming. Bestaande legale situaties die niet specifiek op de verbeelding zijn aangeduid, zijn toegestaan. Dit is geregeld in artikel 36.1 van de planregels. Als de paardenstal met vergunning is opgericht, is hij dus positief bestemd, en mag hij blijven staan. Punt b 1. De constatering van reclamanten is juist. 2.

Binnen een woonbestemming mogen reclamanten niet alleen een woning bouwen, maar ook bijgebouwen oprichten en een tuin inrichten. Wij zijn het met burgemeester

Pagina 25 van 299

3. 4.

5.

6.

en wethouders eens dat dit hoe dan ook afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Als er vrije ruimte overblijft, zal deze minimaal zijn. Als er in het verre verleden bebouwing op het perceel heeft gestaan, kunnen reclamanten hieraan geen rechten meer ontlenen. Deze bebouwing is immers verdwenen, en was in het nu geldende bestemmingsplan niet positief bestemd. De woningen waar reclamanten naar verwijzen zijn mogelijk gemaakt in ruil voor de sanering van een bedrijf dat overlast veroorzaakte in de bebouwde kom van Berghem. Hiervoor hebben wij in 2011 een inmiddels onherroepelijk bestemmingsplan vastgesteld op basis van een zelfstandige belangenafweging. Wij hebben de ruimtelijke kwaliteit daarbij meegewogen. Omdat er ook andere belangen speelden, zoals de sanering van het bedrijf en het voorkomen van overlast, kan die afweging anders hebben uitgepakt dan in het geval van reclamanten, waarin geen sprake is van een tegenprestatie. Omdat de nieuwe woningen in strijd waren met het toen geldende bestemmingsplan hebben wij hiervoor een nieuw bestemmingsplan gemaakt. Ons is geen vergunning bekend voor het bouwen van een extra woning. Het nu geldende bestemmingsplan laat een extra woning ook niet toe.

Een eventuele woning bij de buren vinden wij onder voorwaarden aanvaardbaar, omdat daar geen sprake is van een aantasting van ruimtelijke kwaliteiten zoals dat op het perceel van reclamanten wel het geval is. Gelet op het voorgaande zijn wij van mening dat er geen sprake is van rechtsongelijkheid. Overigens hebben burgemeester en wethouders tal van andere vergelijkbare verzoeken voor nieuwe woningen zonder tegenprestatie ook afgewezen.

Gelet op dit alles zien wij geen reden om een woonbestemming toe te kennen aan het perceel van reclamanten.

Pagina 26 van 299

Zienswijze 19 Samenvatting zienswijze Reclamanten zijn sinds 2004 eigenaar van het kadastrale perceel M 390 aan de Sint Wilpertslaan in Oss. In het nu geldende bestemmingsplan is het perceel bestemd voor de opslag van bouwmaterialen. Reclamanten vinden dit onnodig beperkend. Zij wensen een woonbestemming. Als dat niet mogelijk is, wensen reclamanten een ruimere bestemming dan de huidige, die het huidige gebruik in recreatieve en bedrijfsmatige zin toestaat. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Wij gaan in het buitengebied heel terughoudend om met nieuwe woningen. Doel hiervan is het tegengaan van verstening van het buitengebied. Verder hoort woningbouw in principe in het stedelijk gebied plaats te vinden. Het beleid van zowel de gemeente als de provincie laat nieuwe woningen in het buitengebied daarom alleen toe op bepaalde plaatsen, de zogenoemde ‘bebouwingsconcentraties’. De locatie waar inspreker op doelt maakt geen deel uit van een bebouwingsconcentratie. Woningbouw is hier beleidsmatig dus niet toegestaan. Wanneer het perceel van reclamanten wél binnen een bebouwingsconcentratie zou liggen, dan zou dit nog niet betekenen dat het bebouwd mag worden.

Als een locatie binnen een bebouwingsconcentratie ligt, dan moet de bouw van een woning namelijk fors bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit ter plekke. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij sanering van een bedrijf met veel bebouwing. De tegenprestatie die moet worden geleverd, moet in geldelijke zin vergelijkbaar zijn met de kosten van een ruimte-voorruimterecht. Het provinciaal beleid schrijft dit voor. In de structuurvisie voor het buitengebied, vastgesteld in september 2015, is dit beleid opgenomen. In dit geval draagt de bouw van een woning niet of nauwelijks bij aan de ruimtelijke kwaliteit ter plekke. Dat komt omdat het bestemmingsplan hier slechts 400 m² aan bedrijfsbebouwing toestaat. Een woning met bijgebouwen zal niet of nauwelijks minder ruimtebeslag betekenen. Verder is er sprake van een bedrijfsmatige activiteit die beperkt is qua milieubelasting. Overigens hebben reclamanten de ruimtelijke aanvaardbaarheid ook niet onderbouwd met een ruimtelijke onderbouwing en de eventueel vereiste onderzoeken. Wij hebben twijfels of de ruimtelijke aanvaardbaarheid te onderbouwen is. Zo ligt het perceel tegen een manege. In dit geval ontbreekt bijvoorbeeld geuronderzoek en onderzoek over de vraag in hoeverre dit bedrijf in zijn mogelijkheden beperkt wordt. Daarnaast ontbreekt een (provinciaal) ruimte-voor-ruimterecht.

De aankoop daarvan is een voorwaarde voor een woning in dit gebied. Het bestemmingsplan biedt, met toepassing van een binnenplanse afwijking, mogelijkheden voor uitbreiding van bedrijfsmatige bebouwing en voor wijziging van bedrijfsmatig gebruik.

Pagina 27 van 299

Zienswijze 20 Samenvatting zienswijze Reclamant heeft een melkveebedrijf aan de Kruizenbeemdweg 8 in Geffen. In 2012 heeft dit bedrijf een nieuw bouwvlak gekregen. In het ontwerpbestemmingsplan is dit bouwvlak niet goed overgenomen. Het is vanaf de weg gezien aan de rechterzijde smaller gemaakt. Aan de voorzijde is het bouwvlak vergroot. Dit terwijl reclamant in 2012 er bewust voor gekozen heeft om aan de rechterzijde ruimte te creëren voor toekomstige bedrijfsontwikkelingen. In 2012 heeft de toenmalige gemeente Maasdonk de erfverharding die er toen al lag buiten het bouwvlak gelaten. In het ontwerpbestemmingsplan ligt de erfverharding gedeeltelijk binnen het bouwvlak, maar deze extra oppervlakte is dus gecompenseerd door het bouwvlak aan een andere kant te verkleinen. Reclamant vindt dit niet terecht. Hij vindt het goed als de erfverharding geheel in het bouwvlak wordt gelegd, maar vindt het niet goed dat deze extra oppervlakte wordt gecompenseerd door het bouwvlak elders kleiner te maken. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij geven het bouwvlak aan de Kruizenbeemdweg 8 in Geffen de vorm uit 2012, en breiden dit uit met (alleen) de erfverharding aan de straatkant. Toelichting van de gemeenteraad Volgens provinciaal en gemeentelijk beleid moeten alle voorzieningen binnen het bouwvlak liggen. Ook de erfverharding valt hieronder.

Dit is dan ook de reden waarom burgemeester en wethouders het bouwvlak van vorm hebben veranderd in het ontwerpbestemmingsplan. Wij willen echter bestaande rechten respecteren. Daarom geven wij het bouwvlak de vorm uit 2012. Dit bouwvlak breiden wij, in afwijking van het ontwerpbestemmingsplan, uit met (alleen) de erfverharding aan de straatkant. Daarmee doen wij wat de voormalige gemeente Maasdonk al in 2012 had moeten doen, namelijk de erfverharding binnen het bouwvlak brengen.

Pagina 28 van 299

Zienswijze 21 Samenvatting zienswijze a. Reclamant is eigenaar van het perceel Hamelspoelweg 12 in Herpen. Hierop liggen twee bouwpercelen. Het ontwerpbestemmingsplan beperkt de bebouwingsmogelijkheden, onder andere voor wat betreft inhoud en grootte van de woningen. Dit vermindert de economische waarde van de percelen. b. Reclamant vraagt uitleg over de consequenties van het nieuwe bestemmingsplan voor wat betreft de toegestane veetypes en het aantal te houden dieren. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij laten toe dat de nog te bouwen woningen aan de Hamelspoelweg 12 in Herpen een inhoud hebben van maximaal 750 m3. Wij passen de regeling aan voor het aantal dieren bij een agrarisch bedrijf dat varkens en pluimvee houdt. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Wij hebben het buitengebied onderverdeeld in vijf landschapstypen. Elk landschapstype heeft specifieke kwaliteiten. Enkele voorbeelden hiervan zijn de verschillen tussen dorpen op de oeverwal bij de rivier of dorpen op zandgrond dicht bij Herperduin. Daarbij horen ook specifieke beplantingssoorten. Wanneer er ontwikkelingen zijn in een specifiek gebied moet de bebouwing passen binnen de kwaliteiten van dat landschap. Daarom maken wij onderscheid in bouwhoogtes binnen de verschillende landschapstypen.

In de uiterwaarden, op de oeverwal, op de dekzandrand en op de dekzandrug zijn de mogelijkheden voor wat betreft goot- en bouwhoogte beperkter dan in het komgebied. Het komgebied is immers grootschaliger dan bijvoorbeeld de oeverwal. Een lage goothoogte draagt er aan bij dat het gebouw geleidelijk op kan gaan in het landschap. Vaak hoort hier een verhouding bij van ongeveer 2:1, waarbij het dakvlak dus groter is dan de gevel. Een lage goothoogte met een relatief groot dakvlak draagt bij aan de karakteristiek van het landelijk gebied. Ook in meer besloten landschappen is een lage goothoogte al van oudsher beeldbepalend. Een lage goot zorgt overwegend voor een zachte overgang naar de omgeving. In historische kernen en dijkdorpen zijn er uitzonderingen, waarbij bijzondere bebouwing wel een hoge goothoogte heeft. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan een kerk, pastorie of klooster. Juist deze uitzonderingen in combinatie met de lagere bebouwing dragen bij aan de identiteit van het gebied. Om dit incidenteel mogelijk te maken op een stedenbouwkundig passende locatie nemen wij afwijkingsmogelijkheden op. Wij stellen per gebied de hoogtes vast die wij in dat gebied aanvaardbaar vinden. Uitgangspunt hierbij is geweest de regeling in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’. Gelet op het voorgaande handhaven wij de rechtstreekse bouwmogelijkheden uit het ontwerpbestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=00c9bcd7-8cbe-46c2-846b-a1c267e4598b