Bijlage 2A Toelichting - bijlage 24 Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Tekst van het document
Ook de resultaten van de het landelijk RIVMonderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) worden gevolgd.
Overige aspecten Bodem en water Ten aanzien van bodem wordt in het plan-MER ingegaan op de effecten op de bodemopbouw, bodemkwaliteit en aardkundige waarden. Daarnaast worden in het plan-MER de mogelijke effecten op het oppervlakte en grondwater beschreven. Verkeer en geluid In het plan-MER wordt semi-kwantitatief ingegaan op de toename van verkeer en geluidhinder als gevolg van de uitbreidingsmogelijkheden zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Onderzocht wordt waar de verkeersaantrekkende ontwikkelingen gelegen zijn, of het omliggend wegennet de toename aan verkeer kan verwerken en/of toename van verkeers- en geluidhinder verwacht wordt op omliggende gevoelige bestemmingen. Externe veiligheid Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die (nieuwe) externe veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. In het plan-MER wordt wel nagegaan of de ontwikkelingen in het bestemmingsplan leiden tot aandachtspunten vanuit externe veiligheidsrisico’s van al in het plangebied aanwezige risicobronnen (vervoer gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen, in buisleidingen, opslag gevaarlijke stoffen in inrichtingen).
Blad 34
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Blad 35
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Beleidskader Er zijn diverse beleidskaders relevant voor het MER. In onderstaande tabel zijn deze gepresenteerd. In het MER zullen deze beleidskaders verder worden toegelicht (onderverdeeld in ruimtelijke beleidskader en thematisch beleidskader) en in relatie worden gebracht met het Buitengebied Oss. In de bijlage is samengevat ingegaan op de belangrijkste: de Europese en nationale natuurwetgeving en de provinciale Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en Verordening Ruimte 2014. Tabel 6.1: Beleidskader
Beleidsniveau
Beleidskader
Europees Nationaal
Europese Kaderrichtlijn Water, Hoogwaterrichtlijn, Habitat- en Vogelrichtlijn Wetten: Wet ruimtelijke ordening, Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht, Wet milieubeheer, Wet bodembescherming, Wet geluidhinder, Monumentenwet, Modernisering Monumentenzorg, Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet, Wet luchtkwaliteit, Waterwet, Wet vervoer gevaarlijke stoffen, Wet geurhinder en veehouderij, Wet ammoniak en veehouderij Besluiten: Besluit externe veiligheid inrichtingen, Besluit externe veiligheid buisleidingen, Besluit externe veiligheid transportroutes, Nationaal Bestuursakkoord Water, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Nota's: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Structuurvisie Buisleidingen, Nationaal Milieubeleidsplan, Nota waterbeleid 21e eeuw, Nationaal Waterplan, Basisnet Water Programma’s NSL, PAS (in voorbereiding) Partiele Herziening Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (2014) Verordening ruimte (2014) Provinciale Verordening Milieu Provinciaal Waterplan 2010-2015 (2010) Natuurbeheerplan provincie Noord Brabant (2011) Provinciaal Milieuplan 2012-2015 (2011) Provinciale Verordening Stikstof en Natura 2000 (2011) Provinciale Verordening Water (2009) Cultuurhistorische Waardenkaart (2010) Handreiking Kwaliteitsverbetering Landschap Structuurvisie Buitengebied Osss - 2015 Toekomstvisie Oss op weg naar 2020 Structuurvisie Oss 2020 Nota Landschapsbeleid
2015 Erfgoednota Geurgebiedsvisie 2013 Toerisme en recreatie “Verbonden aan de Maas” Mobiliteitsplan
Provinciaal
Lokaal
Blad 36
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Blad 37
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Referenties Gemeente Oss (2015) Structuurvisie en plan-MER Buitengebied Oss 2015 Gemeente Oss (2015). Nota van Uitgangspunten Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017. Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2012). Besluit milieueffectrapportage. Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2012). Wet milieubeheer. Provincie Noord-Brabant (2014). Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. Provincie Noord-Brabant (2014). Verordening ruimte. Provincie Noord-Brabant (2016) Kaartbank (http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank) Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2012). Besluit milieueffectrapportage. Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2012). Wet milieubeheer. Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2011). Handreiking m.e.r. www.atlas.brabant.nl (kaartmateriaal). www.brabant.nl (beleids- en thematische kaarten). www.kaartbank.brabant.nl (kaartmateriaal). www.wateratlasbrabant.nl (thematische kaarten water).
Blad 38
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Blad 39
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Bijlage 1 Ontwikkelingsvisie Structuurvisie Uitgangspunten Structuurvisie Door het college van B&W van Oss zijn op 3 maart jl. uitgangspunten vastgesteld voor de Structuurvisie Buitengebied Oss 2015 en het (later op de stellen) Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2016. Dit o.a. op basis van een eerste concept Structuurvisie en de concept Nota van Uitgangspunten Bestemmingsplan Buitengebied Oss 2016. De Nota van uitgangspunten en de Ontwerp Structuurvisie zijn op 16 april opinierend in de gemeenteraad van Oss besproken. De belangrijkste uitgangspunten voor de Structuurvisie zijn: Het beleid uit de vigerende Structuurvisie Buitengebied Lith 2010 wordt als uitgangspunt gehanteerd; Dit is, samen met het Bestemmingsplan Buitengebied Lith - 2013, het meest recente buitengebiedbeleid binnen de gemeente Oss. Het past bij de moderne manier van denken over en kaders stellen in het Buitengebied. Er wordt onderscheid gemaakt de agrarische ontwikkelingsmogelijkheden in de verschillende komgebieden; De kommen, het grootschalig open gebied tussen Maas/kernen en de stad Oss biedt de meeste (doorgroei)mogelijkheden voor agrarische bedrijven. De goede agrarische locaties in dit gebied dienen behouden te blijven. Hiertoe wordt het primair agrarisch gebied (PAG) opgenomen.
Binnen dat primair agrarisch gebied geldt een omschakelingsverbod.In het PAG mogen bedrijven in principe doorgroeien tot maximaal 2,5 ha. Binnen het huidige provinciale beleid is dat in de regel echter niet of slechts bij uitzondering mogelijk. Andere delen van het kom- en buitengebied zijn kwetsbaarder en/of minder geschikt. De bouwvlakken zijn kleiner en er meer mogelijkheden voor omschakeling en nevenactiviteiten geboden. Er wordt terughoudend omgegaan met woningbouw in bebouwingsconcentraties; Er ligt een flink aantal verzoeken voor woningbouw in het buitengebied. De mogelijkheden voor woningen zijn echter beperkt. Het buitengebied heeft geen woningbouwopgave. Woningbouw kan alleen als samen met kwaliteitsverbetering.
De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) wordt ook toegepast binnen bestaand ruimtebeslag, maar alleen bij her- en nieuwbouw van dierenverblijven; Daarnaast hanteert de gemeente de volgende algemene uitgangspunten: De gemeente wil: niet meer regelen dan nodig is vanuit het algemene belang bij de kwaliteit van de leefomgeving; flexibiliteit bieden daar waar dat mogelijk is; geen aanduidingen in het bestemmingsplan opnemen die geen juridische status maar enkel informatieve waarde hebben; sectorale belangen alleen opnemen als er ook een duidelijk ruimtelijk belang is; de bestaande maatvoering van bouw- en bestemmingsvlakken van de geldende bestemmingsvlakken overnemen (met uitzondering van concreet genoemde situaties); nieuwe gewenste ontwikkelingen meenemen als deze voorzien zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing.
Blad 40
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Doelstelling Structuurvisie Met de Structuurvisie wil de gemeente Oss een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied realiseren, resulterend in: een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid; behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen; een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug; het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit; een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies: landbouw, recreatie, natuur, water, wonen, etc.; gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied; voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij; de instandhouding van de leefbaarheid door middel van het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers; nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de
Maasdijk. Ontwikkelingsvisie Figuur 4.1 geeft schematisch de ontwikkelingsvisie voor het buitengebied weer. Hoofdelementen van de ontwikkelingsvisie zijn: Versterken landschapstypen; Versterken multifunctioneel karakter; Ruimte voor natuur en water; Ruimte voor ontwikkeling landbouw; Ruimte voor ontwikkeling recreatie; Ruimte voor wonen en werken (niet-agrarisch).
Blad 41
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Figuur B1.1 Ontwikkelingsvisie buitengebied van Oss (bron: Concept Ontwerp Structuurvisie Buitengebied Oss, gemeente Oss, 2015)
Blad 42
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Versterken landschaptypen De bestaande landschappen zijn het uitgangpunt. Belangrijke landschappelijke waarden moeten worden behouden. De identiteit van en het contrast tussen de 5 landschapstypen binnen Oss (uiterwaard, overwal, komgebied, dekzandgebied, dekzandrug) moeten worden versterkt. Ontwikkelingen moeten passen in het landschap. Meer specifiek per landschapstype: Uiterwaarden: behoud en versterking natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden: een open tot halfopen landschap met (ruimtelijk-visuele) binding met de Maas, herstel van de oude Maasarmen, behoud van (baken)bomen. Er is ruimte voor recreatie mits niet strijdig met natuur- en waterdoelstellingen. Het perspectief voor de landbouw is beperkt. Wonen en werken in de uiterwaarden is ongewenst. Oeverwallen: behoud en versterking landschappelijke en cultuurhistorische waarden: o.a. dijkenstructuur, waardevolle doorzichten vanaf de dijk, openheid tussen kernen, kleinschaligheid. Ruimte voor ontwikkeling van natuur, landschap(selementen) en nieuwe landgoederen. Ruimte voor (verdere) verweving waterveiligheid, wonen, agrarische bedrijvigheid, natuur en recreatie. Beperkt ontwikkelingsperspectief voor landbouw, verwachte omschakeling naar met name vrijetijdseconomie. Ruimte voor recreatieve ontwikkelingen, mits goed ingepast.
Komgebieden: behoud en versterking agrarische functie binnen landschappelijke waarden (openheid, verkavelingspatroon, contrasten met omgeving, weteringen, kades) en natuurwaarden (weidevogelgebied). Ruimte voor recreatief medegebruik; Dekzandgebied: herstel, behoud en versterking landschappelijke waarden: kleinschaligheid, slagenverkaveling, bomensingels; Dekzandrug: herstel, behoud en versterking landschappelijke waarden: beslotenheid, bebossing, kampenlandschap. Ontwikkelingen moeten passen in het landschap en bijdragen aan het behoud of herstel en versterking van landschappelijke kwaliteiten, o.a. middels de Regeling Kwaliteitsverbetering Landschap (Noord-Brabant) en het Stimuleringskader beeldkwaliteit (Oss). Landschappelijke waarden krijgen in (het later op te stellen) bestemmingsplan een beschermende regeling: Bescherming van aardkundig en bodemkundig waardevolle gebieden met een aanlegvergunningstelsel; Bescherming microreliëf in de uiterwaarden met een aanlegvergunning; Sloopverbod voor panden met cultuurhistorische waarden (onder andere MIP-panden); Bescherming van cultuurhistorisch waardevolle elementen (opgenomen in het gemeentelijke Erfgoedplan en de provinciale cultuurhistorische waardenkaart) met een aanlegvergunningstelsel; Bescherming van de provinciale ’cultuurhistorische vlakken’ (onder andere Beerse Overlaat).
Omdat de waarde hiervan vooral de openheid is, wordt voor de bescherming van deze waarde aangesloten bij het normale aanlegvergunningstelsel dat bedoeld is ter bescherming van de waarde ‘openheid’ van het komgebied; Bescherming van de provinciale complexen van cultuurhistorisch belang (kasteel van Oijen en klooster Soeterbeeck in Ravenstein) door het overnemen van de geldende bestemming of door andere ontwikkelingen toe te staan die een bijdrage leveren aan het behoud van het complex; Bescherming van landschappelijke waarden zoals open gebieden, akkercomplexen, terpen, houtwallen, bosjes, zandpaden, solitaire (monumentale) bomen, verkavelingspatronen, oude watergangen (rivierarmen) met een aanlegvergunningstelsel; Bij een ontwikkeling waarbij landschappelijke inpassing is vereist, moet de toe te passen beplanting inheems zijn en passen binnen het betreffende landschapstype;
Blad 43
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Bescherming van gebieden met (hoge) archeologische waarden door middel van het opnemen van de (verwachtings)waarden op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan in combinatie met een aanlegvergunningenstelsel.
Versterken multifunctioneel karakter Het buitengebied is allang niet meer alleen voor de boeren, maar ook recreanten, (nieuwe) bewoners en ondernemers. Dit multifunctionele karakter moet versterkt worden rekening houdend met de diversiteit aan gebruikers en op een zorgvuldige wijze landschappelijk ingepast. Ruimte voor natuur en water Met name in de uiterwaarden, langs de Hertogswetering, in de Maashorst en op overige delen van de dekzandrug wordt ingezet op de ontwikkeling van natuur. Dit in de vorm van EHS bos en natuurgebied (in natuurontwikkelingsgebieden als Herperduin en de Rijsvennen) en ecologische verbindingszones (langs de weteringen en tussen Herperduin en overige delen Maashorst). Natuurwaarden en waterdoelen krijgen een beschermende regeling in het (later op te stellen) bestemmingsplan: planologische bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur; de geldende nietnatuurbestemming wordt opgenomen voor gebieden binnen de EHS als natuurontwikkeling nog niet heeft plaatsgevonden. Ook krijgt het bestemmingsplan een wijzigingsregeling voor een wijziging naar natuur; planologische regeling op basis van de geldende bestemming en bescherming van de ecologische verbindingszones.
Ook krijgt het bestemmingsplan een wijzigingsregeling ten behoeve van de ecologische verbindingszones; overige bos- en natuurgebieden en ecologische verbindingszones krijgen een planologische bescherming, rekening houdend met de natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden; Bescherming van het weidevogelgebied met een aanlegvergunningstelsel; Aparte bestemmingsregeling voor de eendenkooien; Bebouwing in natuurgebieden is alleen toegestaan in de vorm van beheergebouwen voor zeer grote natuurgebieden en verder in de vorm van bouwwerken geen gebouw zijnde als bankjes en informatiepanelen. Verder is onder strikte voorwaarden een vogelkijkhut of iets dergelijks in de (nabijheid van de) uiterwaarden acceptabel; Behoud, bescherming en versterking van houtwallen, singels, hagen, (gerief)bosjes, boomgroepen, solitaire monumentale bomen en erfbeplanting met een aanlegvergunningstelsel (Behalve als de bomen landschappelijk ongewenst zijn); Binnen het weidevogelgebied bij landschappelijke inpassing weinig of geen hoge beplanting toepassen; Aanlegvergunningstelsel binnen de ‘groenblauwe mantel.
Grotere oppervlaktewateren en hoofdwatergangen met zijtakken zoals deze zijn opgenomen in de Keur van het Waterschap, krijgen een waterhuishoudkundige bestemmingsregeling, inclusief onderhouds- en beschermingszone gelet op het waterschapsbelang; Aanlegvergunningstelsel voor ingrepen die de waterhuishouding in de directe omgeving van de natuurterreinen beïnvloeden; Bescherming van gebied ‘reservering waterberging’ Bescherming van het grondwaterbeschermingsgebied, o.a. middels een aanlegvergunningenstelsel; Bescherming van het rivierbed en de primaire keringen; Aanlegvergunningstelsel voor het dempen van sloten.
Blad 44
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Ruimte voor ontwikkeling landbouw De agrarische sector is volop in beweging. Hoe deze zich zal ontwikkelen is niet bekend, wel dat de toekomst van boeren zal veranderen. De landbouw zal van groot belang blijven in het buitengebied, als voedselproducent, proeftuin voor innovaties en als beheerder en beeldbepalende drager van het landschap. De gemeente Oss wil agrarische bedrijven in het buitengebied reële ontwikkelingsmogelijkheden (blijven) bieden, binnen de randvoorwaarden die het (met name provinciale) beleid biedt. Er wordt in het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden onderscheid gemaakt in gebieden en type agrarische bedrijvigheid. In bepaalde gebieden en voor bepaalde agrarische bedrijfstakken wordt meer ruimte geboden voor ontwikkeling dan in/voor andere. De gemeente Oss, blijft, anders dan de provincie in de Verordening Ruimte 2014, onderscheid maken tussen (grondgebonden) melkveehouderij en (niet grondgebonden) intensieve veehouderij. Dit vanwege de verschillen in (milieu)effect op de omgeving. Dit betekent wel impliciet dat omschakeling van melkveehouderij naar varkenshouderij niet binnenplans mogelijk is. Ontwikkelingsmogelijkheden Uitbreiding van een agrarisch bedrijf mag alleen op een “goede” locatie, een zogenaamde “uitbreidingslocatie” (voorheen “duurzame locatie” genoemd, maar deze term is inmiddels provinciaal geschrapt).
Een uitbreidingslocatie is “een bestaand agrarisch bouwvlak met een zodanige ligging dat het zowel vanuit milieuoogpunt (ammoniak, stank en dergelijke) als vanuit ruimtelijk oogpunt (natuur, landschap en dergelijke) verantwoord is om ter plaatse uit te breiden”. Uit de concrete onderbouwing van een locatie moet blijken dat: 1. zuinig ruimtegebruik wordt toegepast door aan te sluiten bij bestaande bebouwing of, al dan niet door herschikking, optimaal gebruik te maken van de beschikbare ruimte; 2. de beoogde ontwikkeling zowel vanuit milieuoogpunt, in het bijzonder wat betreft ammoniak, geur, fijnstof en gezondheid voor mensen, als vanuit ruimtelijk oogpunt, in bijzonder wat betreft natuur, landschap en cultuurhistorie, aanvaardbaar is. 3. toepassing is gegeven aan de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap. Vanuit de optiek van zuinig ruimtegebruik worden alleen ontwikkelingsmogelijkheden geboden aan “reële” agrarische bedrijven of bedrijven die zich daar naar toe ontwikkelen. Reëel is hierbij gedefinieerd als een minimaal omvang van 10 NGE en jaarrond de arbeidsbehoefte of -omvang van ten minste een halve volledige arbeidsskracht met daarbij passend jaarinkomen. De gemeente overweegt in het (later op te stellen) Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2016 een zogenaamde “verbale”regeling te hanteren.
In de “verbale”regeling wordt vastgelegd dat slechts bestaande bebouwing die in gebruik is voor veehouderij, voor veehouderij mag worden gebruikt. Dit zonder op de verbeelding concreet aan te duiden waar de bebouwing gelegen is. Wel concreet de bebouwing op de verbeelding vastleggen, vereist een zeer goede inventarisatie van de ca. 400 agrarische bedrijven. De gemeente hecht aan verduurzaming van de agrarische sector, volgt hierin de provinciale Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) en past deze niet alleen toe op uitbreidingen buiten het bouwvlak, maar ook op nieuw dierverblijven binnen het bouwvlak. Verder gelden de volgende uitgangspunten voor uitbreiding van agrarische bedrijven:
Blad 45
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Alle voorzieningen van een agrarisch bedrijf (dus ook sleuf- en mestsilo’s, erfverharding e.d.) moeten binnen het agrarische bouwvlak worden gerealiseerd. Alleen binnen het bouwvlak mag, worden gebouwd; Nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf is in principe niet toegestaan; De uitbreidingsmogelijkheden van het bouwvlak van een agrarisch bedrijf zijn afhankelijk van de zonering waarbinnen het bedrijf is gelegen (zie hieronder); Omschakeling van een (grondgebonden) melkveehouderij naar een (niet grondgebonden) intensieve veehouderij is niet mogelijk; Binnen de provinciale zonering ‘beperkingen veehouderij’ hebben alleen echt grondgebonden agrarische bedrijven nog groeimogelijkheden hebben. De nietgrondgebonden veehouderij heeft te maken met een ‘slot op de muur’. Ook omschakeling van een grondgebonden agrarisch bedrijf naar een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf is niet toegestaan; Een (vollegronds)teeltbedrijf en een grondgebonden veehouderij zijn op ieder agrarisch bouwvlak toegestaan; Een (vollegronds)teeltbedrijf mag onder de voorwaarden van de BZV omschakelen naar een grondgebonden veehouderij; Glastuinbouw is alleen toegestaan op een bouwvlak dat als zodanig is aangeduid.
Uitbreiding is mogelijk tot 3,5 ha, waarvan 3 ha glas; Omschakeling naar een glastuinbouwbedrijf is niet toegestaan; (In het buitengebied van Oss is dit minder relevant: er komen maar twee glastuinbouwbedrijven voor en die doorlopen momenteel separaat een procedure voor uitbreiding). Nevenactiviteiten zijn ondersteunend aan de agrarische bedrijfsvoering, er moet een substantiële agrarische tak zijn op een agrarisch bedrijf; Buiten het primair agrarisch gebied krijgt de verbrede landbouw meer ontwikkelingskansen, mits en er een goed evenwicht is tussen economische, milieutechnische en landschappelijke aspecten.
Paardenbakken Paardenbakken zijn toelaatbaar in het buitengebied, binnen het bouwvlak en, onder voorwaarden ook buiten het bouwvlak. Verlichting van paardenbakken is toegestaan binnen het bouwvlak. Teeltondersteunende voorzieningen Ten aanzien van teeltondersteunende voorzieningen gelden de volgende uitgangspunten: Permanente teeltondersteunende voorzieningen mogen alleen op het bouwvlak worden opgericht (in principe onbeperkt); Het bouwen van een teeltondersteunende kas kan alleen via een binnenplanse afwijkingsregeling Tijdelijke teeltondersteundende voorzieningen (gedefinieerd als maximaal 8 maanden) die als bouwwerk kunnen/moeten worden beschouwd (zoals tijdelijke tunnels) zijn toelaatbaar tot een hoogte van maximaal 0,5 meter in het komgebied en tot een hoogte van maximaal 4,5 meter in het overige gebied. Deze tov zijn niet rechtstreeks toegestaan maar met een binnenplanse afwijking. Tijdelijke teeltondersteundende voorzieningen die geen bouwwerk zijn is in de uiterwaarden, de oeverwal en de zandgronden vanwege de mogelijke gevolgen voor het landschap een aanlegvergunning nodig. Lage tijdelijke voorzieningen kan men zonder aanlegvergunning in het komgebied realiseren. Er geldt geen maximum oppervlak voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen.
Blad 46
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Biovergisting/covergisting/mestbewerking Biovergisting/covergisting/mestbewerking bij en ten behoeve het eigen bedrijf wordt toegestaan. Overwogen wordt kleinschalige mogelijkheden toe te staan bij bv. loonwerkers, mits dit (in totaliteit) beperkt blijft tot de mestcapaciteit van het plangebied. Specifiek per landschapstype Uiterwaarden Het perspectief voor de landbouw is beperkt. Er liggen geen bouwvlakken en veel van de landbouwgronden liggen in de EHS. Bestaande rechten worden gerespecteerd. Oeverwallen Buiten de kernen en bebouwingsconcentraties heeft de oeverwal tegenwoordig nog steeds een overwegend agrarische functie. Door de nabijheid van de kernen en de op de oeverwal toegenomen burgerwoningen is het ontwikkelingsperspectief van de bestaande bedrijven vanuit milieuoogpunt beperkt. Verwacht wordt dat veel agrarische bedrijven zullen omschakelen naar een andere functie. Met name op het gebied van de vrijetijdseconomie worden ontwikkelingsmogelijkheden gezien. Een groot deel van de oeverwal is gelegen binnen de provinciale zonering ‘beperkingen veehouderij’. Dit betekent dat alleen echt grondgebonden agrarische bedrijven daar nog groeimogelijkheden hebben. De niet-grondgebonden veehouderij heeft te maken met een ‘slot op de muur’. Ook omschakeling van een grondgebonden agrarisch bedrijf naar een nietgrondgebonden agrarisch bedrijf is niet toegestaan.
Komgronden De komgebieden hebben in hoofdzaak een agrarische functie. Grote delen vormen het primair agrarisch gebied. De landbouw heeft nog volop kansen in het komgebied. In het komgebied dat deel uitmaakt van het primair agrarisch gebied wordt gestreefd naar het behoud van duurzame bedrijfslocaties. Dit is nodig om agrarische bedrijven op te vangen die zich wensen te verplaatsen vanwege restricties op de huidige locatie. Er wordt weinig ruimte geboden aan nieuwe nietagrarische functies. Hiermee wordt voorkomen dat nieuwe functies de ontwikkelingsmogelijkheden van duurzame agrarische locaties beperken en wordt geborgd dat agrarisch geschikte locaties duurzaam beschikbaar blijven. In de meest grootschalige komgebieden, vindt de gemeente uitbreiding van bouwvlakken tot maximaal 2,5 ha toelaatbaar. Deze maatvoering is op grond van het provinciaal beleid alleen in uitzonderlijke situaties voor sommige bedrijven haalbaar. In de meer kleinschaliger gebieden in het komgebied is een maximale bouwvlakoppervlakte van 2 ha toelaatbaar. Enkele delen van de Oijense, Osse/ Harense en Ravensteinse polder zijn in de provinciale Verordening ruimte 2014 aangeduid als gebieden waar beperkingen gelden voor veehouderij. Deze maken geen deel uit van het primair agrarisch gebied. Deze gebieden liggen vooral rond de kernen en bebouwingsconcentraties.
De ontwikkelmogelijkheden van agrarische bedrijven zijn hier beperkt. Dit betekent ook dat er meer mogelijkheden zijn voor niet-agrarische activiteiten. Gedacht wordt aan bedrijvigheid die aan het buitengebied is gebonden, recreatieve voorzieningen en kleinschalige bedrijvigheid die qua karakter en uitstraling past bij het gebied. Dekzandgebied Grote delen van de dekzandrand zijn in de Verordening ruimte 2014 aangeduid als gebied beperkingen veehouderij. Voor de veehouderij geldt hier dus het zogenaamde slot op de muur. Het toekomstperspectief voor de veehouderij is daardoor beperkt in dit gebied. Enkel de echt grondgebonden veehouderij heeft nog uitbreidingsmogelijkheden.
Blad 47
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Naast de beperkingen van het provinciale beleid zorgen ook de toegenomen burgerwoningen ervoor dat het ontwikkelingsperspectief van de bestaande bedrijven vanuit milieuoogpunt beperkt is.
Figuur B1.2 Primair agrarisch gebied in het buitengebied van Oss (bron: Concept Ontwerp Structuurvisie Buitengebied Oss, gemeente Oss, 2015)
Er wordt verwacht dat veel agrarische bedrijven zullen omschakelen naar een andere functie. Met name op het gebied van de vrijetijdseconomie worden ontwikkelingsmogelijkheden gezien. In het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing worden de mogelijkheden voor en randvoorwaarden bij omschakeling van agrarisch bedrijven gegeven. Omschakeling van een grondgebonden agrarisch bedrijf naar een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf is binnen het gebied beperkingen veehouderij niet toegestaan. Uitzondering hierop vormen de delen van de dekzandrand die tot het primair agrarisch gebied horen. De op de dekzandrand aanwezige akker- en tuinbouwbedrijven kennen de beperkingen van het provinciale beleid niet. Het toekomstperspectief van deze agrarische bedrijven is dan ook beter. Op de dekzandrand worden mogelijkheden gezien voor de ontwikkeling van een enkel landgoed, vooral als deze gekoppeld kan worden aan een groot natuurgebied als Herperduin. Dekzandrug Op de dekzandrug zijn nog maar weinig agrarische bedrijven aanwezig. Het gehele gebied is in de Verordening ruimte 2014 aangeduid als gebied beperkingen veehouderij. Voor de veehouderij geldt hier het slot op de muur. Het toekomstperspectief voor de veehouderij is daardoor beperkt in dit gebied. Enkel de echt grondgebonden veehouderij heeft nog uitbreidingsmogelijkheden.
Ook het toegenomen aantal burgerwoningen op de dekzandrug zorgt ervoor dat het ontwikkelingsperspectief van de bestaande bedrijven vanuit milieuoogpunt beperkt is. Verwacht wordt dat veel agrarische bedrijven zullen omschakelen naar een andere functie. Met name op het gebied van de vrijetijdseconomie en natuurlijk ondernemen worden ontwikkelingsmogelijkheden gezien. In het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing worden de mogelijkheden voor en randvoorwaarden bij omschakeling van agrarisch bedrijven gegeven.
Blad 48
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Ruimte voor ontwikkeling recreatie De grote recreatieve potentie van het buitengebied moet beter benut worden. De gemeente biedt ruime mogelijkheden voor recreatieve ontwikkelingen, in het bijzonder langs de Maas. Maar ook in de overige gebieden wil de gemeente het toerisme en de recreatie (verder) ontwikkelen en stimuleren, zoals dagrecreatie, (kleine) verblijfsaccommodaties, natuurbeleving, agrotoerisme en nieuwe verbindingen (bijvoorbeeld om de stad Oss beter met de Maas te verbinden). Uiterwaarden Er is ruimte voor recreatie als extensieve nevenfunctie en voor recreatief medegebruik. De Lithse Ham en de jachthaven in de oude Maas bij Lithoijen zijn hotspots waar de meer intensieve watergebonden recreatie en verblijfsrecreatie plaats vinden. De Lithse Ham krijgt naast de bestaande (intensieve) recreatiefunctie ook een functie voor natuur. Uitbreiding van de recreatieve functie moet passen binnen schaal, karakter en draagvlak van de omgeving. De gemeente ziet kansen voor de doorontwikkeling van de pleziervaart in de kleinere jachthavens en aanlegsteigers en staat open voor initiatieven voor watergebonden recreatie. Initiatieven moeten afgestemd zijn op aanwezige waarden en passen binnen alle waterregelgeving. Tenslotte kunnen ook evenementen een plek hebben in de uiterwaarden. Er worden hiervoor op voorhand geen nieuwe locaties voor aangewezen.
Maar in afweging tussen de aard en omvang van het evenement en de ruimtelijk-functionele draagkracht van de plek, kan ruimte worden geboden aan nieuwe initiatieven. Oeverwallen De gemeente streeft naar versterking van de vrijetijdseconomie, het gebied is en blijft één van de gemeentelijke speerpunten voor toerisme en recreatie. Er worden ruime mogelijkheden geboden voor recreatieve nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven, maar ook kleinschalig bij (burger)woningen en voor nieuwe toeristisch-recreatieve functies (wel bij voorkeur met een duidelijke meerwaarde ten opzichte van de bestaande toeristisch-recreatieve structuur). Komgronden Binnen de komgebieden zijn wel mogelijkheden voor recreatie, maar de ambitie is lager dan bijvoorbeeld op de oeverwal. Het struinen langs de weteringen en voormalige kades zou verder ontwikkeld kunnen worden. Door de ecologische waarden moet dit echt een extensief karakter houden. Bij agrarische bedrijven in het primair agrarisch worden slechts kleinschalige routegebonden recreatieve nevenactiviteiten mogelijk gemaakt. Omschakeling naar een recreatiebedrijf is daar ongewenst. In de gebieden die door de provincie zijn aangeduid als ‘gebied beperkingen veehouderij’ worden daarentegen wel meer mogelijkheden voor recreatieve activiteiten geboden.
Het is een uitdaging om de kernen op afstand van de Maas, waaronder Oss, beter te verbinden met de Maas. Hiervoor moeten aantrekkelijke routes door het komgebied worden gerealiseerd. Naast de Maasband bij Oss, bieden ook de voormalige dwarsdijken hiervoor mogelijkheden. Dekzandrand De gemeente streeft naar versterking van de vrijetijdseconomie op de dekzandrand. Het heeft een belangrijke functie als (stedelijk) uitloopgebied, maar kan ook aantrekkelijker gemaakt worden voor andere recreanten. De verschillende karakteristieke bebouwingsconcentraties, het afwisselende landschap en de nabijheid van de grote natuurgebieden bieden goede kansen voor verdere ontwikkeling van toerisme en recreatie. De Structuurvisie biedt mogelijkheden voor recreatieve nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven, maar ook kleinschalig bij (burger)woningen. Nieuwe toeristisch-recreatieve functies
Blad 49
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
hebben bij voorkeur een duidelijke meerwaarde ten opzichte van de bestaande toeristischrecreatieve structuur in de regio. Initiatieven moeten altijd goed ingepast worden. De regeling kwaliteitsverbetering van het landschap kan ondersteunend werken, bijvoorbeeld door de aanleg van recreatieve routes of herstel van oude paden. Dekzandrug De gemeente streeft naar versterking van de vrijetijdseconomie op de dekzandrug, maar niet overal kan alles. Zo staat in de kern van Herperduin de ecologische functie voorop en is daar alleen echte extensieve recreatie passend. De meer intensieve vormen van recreatie hebben een plek aan de randen, bijvoorbeeld het natuurspeelbos. Zo zou Herperduin, maar ook andere natuurgebieden, verder omzoomd kunnen worden met natuurlijk-recreatieve functies. Functies die recreatie in een natuurlijke setting bieden. De recreatieve waarde van de Geffense Plas is in de huidige situatie onvoldoende benut. Het vormt tevens een belemmering in de verbinding Geffense Bosjes – zuidelijke geledingszone. De gemeente staat open voor initiatieven die de kwaliteiten van de plek versterken en beter benutten. Een ontwikkeling aan en van deze plas moet bijdragen aan zowel de recreatieve als de natuurlijke waarde van het gebied. De Landerij VanTosse krijgt door de verrijking met nieuwe en bijzondere functies een nog belangrijkere rol als stedelijk uitloopgebied.
Het afwisselende landschap, de routestructuren, het agrarisch landschapsbeheer, de exclusieve woonmilieus en het klooster maken het gebied aantrekkelijk om te recreëren. De verbinding met de Geffense Bosjes kan nog verbeterd worden. Tezamen vormen deze gebieden het Osse deel van de Maashorst. Samen met betrokken partijen uit onze en omliggende gemeenten wordt gewerkt aan de ontwikkeling van dit Landschap van Allure. Ook buiten de grote natuurgebieden heeft de dekzandrug een belangrijke functie voor recreatie. Maar het kan nog aantrekkelijker worden gemaakt voor recreanten. De gemeente biedt mogelijkheden voor recreatieve nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven, maar ook kleinschalig bij (burger)woningen. Afhankelijk van de ligging ten opzichte van de natuur kan er meer of minder ruimte worden geboden voor de meer intensieve recreatieve functies. Initiatieven moeten altijd goed ingepast worden. De regeling kwaliteitsverbetering van het landschap kan ondersteunend werken, bijvoorbeeld door de aanleg van recreatieve routes of herstel van oude paden.
Blad 50
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Ruimte voor wonen en werken (niet-agrarisch) Wonen Het buitengebied heeft geen volkshuisvestelijke doelstelling. Uitgangspunt is dat nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. Aan de andere kant bestaat er wel degelijk een behoefte aan écht landelijk wonen: vrijstaande woningen in het landelijk gebied. Een deel van die behoefte kan opgelost worden door voormalige agrarische bedrijfswoningen waarbij het bedrijf al volledig is gesaneerd, of door al bestaande burgerwoningen. Aanvullend kan slechts in zeer specifieke gevallen afgeweken worden van het principe dat geen medewerking wordt verleend aan nieuwvestiging van burgerwoningen. Naast nieuwbouw, kunnen ook burgerwoningen ontstaan door omschakeling. Bijvoorbeeld van een voormalige agrarische bedrijfswoning. In beginsel is deze omschakeling voorstelbaar, op voorwaarde dat omliggende bedrijven niet in hun mogelijkheden worden beperkt. Oss – West Ondanks de crisis is en blijft er een woningbouwopgave voor het stedelijk concentratiegebied van Oss, een opgave die niet alleen binnen de bestaande stad worden opgelost. Een deel van die opgave zou nog steeds in het gebied Oss-West geraliseerd kunnen worden. Dat betekent dat in dat gebied terughoudend moet worden omgegaan met nieuwe functies en andere ruimtelijke ontwikkelingen.
Werken (niet-agrarisch) Nieuwvestiging van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied is niet gewenst en daarom uitgesloten. Ontwikkelingsruimte in het buitengebied blijft beperkt. Er zijn wel mogelijkheden voor omschakeling van agrarische bedrijven naar niet-agrarische bedrijvigheid of van al bestaande niet-agrarische bedrijven naar andere niet-agrarische bedrijvigheid. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kwaliteit van het landschap (landschapsinvesteringsregeling). De uitbreidingsmogelijkheden van niet-agrarische bedrijven zijn zeer beperkt of niet aanwezig indien het bedrijf reeds een bepaalde grootte heeft bereikt. Uitbreiding van bestemmingsvlakken is in principe niet mogelijk.
Blad 51
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Bijlage 2 Beleidskader Natura 2000 / Natuurbeschermingswet Om bijzondere natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000: een netwerk van Europese natuurgebieden. Nederland kent een internationale verantwoordelijkheid voor de Nederlandse Natura 2000-gebieden. Een Natura-2000-gebied is gebaseerd op de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn. Dit zijn twee richtlijnen van de Europese Unie die in Nederland zijn verwerkt in de Natuurbeschermingswet 1998. De Vogelrichtlijn heeft als doel de bescherming van alle in het wild levende vogelsoorten en hun leefgebied binnen het gebied van de EU. Het doel van de Habitatrichtlijn is het behoud van de totale biologische diversiteit van natuurlijke en halfnatuurlijke habitats en wilde flora en fauna in de EU. Nederland kent 162 Natura 2000-gebieden. In het plangebied liggen geen Natura2000-gebieden. In de omgeving van het plangebied zijn de dichtstbijzijnde Natura2000-gebieden “Rijntakken” (deelgebied Uiterwaarden Waal) (kleinste afstand 700 m), “Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek” (8 km ten zuidwesten van het plangebied), Loonse en Drunense Duinen (14 km ten zuidwesten van het plangebied), Kampina Heide en Oisterwijkse Vennen (20 km ten zuidwesten van het plangebied) en Oeffelter Meent, St.
Jansberg en Zeldersche Driessen (13 km ten oosten van het plangebied , De Bruuk (17 km ten oosten van het plangebied) en Maasduinen (26 km ten oosten van het plangebied) (zie ook paragraaf 3.5). Activiteiten gelegen in of in de omgeving van Natura 2000-gebieden kunnen een negatief effect hebben op de natuurwaarden. Ook activiteiten die zich (ver) buiten een Natura 2000-gebied afspelen, kunnen mogelijk schade aanbrengen. De Nb-wet bepaald dat activiteiten geen significante negatieve effecten mogen hebben op Natura2000-gebieden. Vergunningen voor dergelijke activiteiten mogen niet zondermeer worden gegeven, plannen die kaderstellend zijn voor dergelijke activiteiten mogen niet zondermeer worden vastgesteld. Indien (significant) negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, moet een zogenaamde passende beoordeling worden opgesteld. Programmatische aanpak stikstof (PAS) Het Rijk heeft samen met de provincies, de landbouwsector en de natuurbeherende organisaties aan een landelijke aanpak voor de stikstofproblematiek op de Natura2000-gebieden voorbereid. Dit onder de naam PAS, Programmatische Aanpak Stikstofdepositie (staat in een ander hoofdstuk). De PAS heeft als doel enerzijds invulling te geven aan de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000-gebieden en anderzijds ontwikkelingen met toename van stikstofdepositie mogelijk te maken.
Dit door een stelsel van generieke maatregelen: Beheermaatregelen in de Natura2000-gebieden zelf; Generieke maatregelen om de uitstoot van stikstof te verkleinen (o.a. door afspraken met de landbouwsector over inzet van modernere staltechnieken). Daarnaast wordt ingespeeld op de trendmatige daling van de achtergrondconcentratie door schonere technieken. Per Natura2000 gebied is bepaald wat generieke maatregelen aan "stikstof-winst"opleveren en wat er, met andere woorden, aan "ontwikkelruimte" beschikbaar is. Voor bestemmingsplannen heeft het PAS geen directe invloed. PAS gaat over activiteiten en handelingen (vergunningen). Of de PAS wel gebruikt kan worden in de motivatie voor bestemmingsplannen is (nog) onduidelijk.
Blad 52
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Structuurvisie Ruimte provincie Noord Brabant Inleiding Op 7 februari 2014 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie 2010 - Partiële herziening 2014 vastgesteld. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De structuurvisie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant en is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. In de Agenda van Brabant zijn de opgaven voor de provincie voor de komende jaren en de rol die de provincie daarin neemt beschreven. Door allerlei ontwikkelingen en wensen gaat de provincie meer dan voorheen duurzaam en zorgvuldig om met de ruimte. De autonome ontwikkelingen in het landelijk gebied (agrarische bedrijven die stoppen versus schaalvergroting en intensivering) vragen om ontwikkelingsruimte in het landelijk gebied. De provincie wil daar meer dan voorheen ruimte aan bieden, maar wel met aandacht voor een versterking van de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van Brabant. In het licht van deze opgaven is het vigerende ruimtelijke beleid bekeken. De conclusie is dat een groot deel van het provinciale ruimtelijke beleid nog steeds actueel is en daarom ongewijzigd blijft.
Voorbeelden zijn het principe van concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik, het verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden en het concentratiebeleid voor intensieve veehouderijen. In de structuurvisie benoemt de provincie haar (dertien) provinciale ruimtelijke belangen en de wijze waarop zij deze behartigt. De wijze waarop de provincie deze ruimtelijke belangen behartigt, is uitgewerkt in vier manieren van sturen: regionaal samenwerken, ontwikkelen, beschermen en stimuleren. Er zijn vier ruimtelijke structuren, die de provinciale ruimtelijke structuur vormen. 1. de groenblauwe structuur, 2. het landelijk gebied, 3. de stedelijke structuur, 4. de infrastructuur. Landelijk gebied Voor wat betreft het landelijk gebied wil de provincie de volgende vier doelen bereiken: 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie De provincie biedt ruimte aan een breed georiënteerde plattelandseconomie met een menging van functies met ontwikkelingsmogelijkheden voor land- en tuinbouw, toerisme en recreatie en verbreding van agrarische activiteiten met streekproducten, zorgverblijven en recreatief verblijf. De landbouw, toerisme en recreatie zijn belangrijke dragers van de plattelandseconomie.
Deze ontwikkeling sluit aan de op toenemende vragen vanuit de Brabantse samenleving (de stad) om het buitengebied meer te kunnen gebruiken voor andere functies. Maar sluit ook aan bij de behoefte aan het behoud van de voorzieningen die belangrijk zijn voor de leefbaarheid van het platteland en haar bewoners. Het platteland vervult bovendien een belangrijke rol als uitloopgebied voor de bewoners van de dorpen en steden en voor een kleinschalige zorgeconomie. De provincie vindt het belangrijk dat de ruimtevraag voor verdere versterking en ontwikkeling van de (verbrede) landbouw en de vraag naar waterberging, recreatie en toerisme, natuur, landschap en voorzieningen in het landelijk gebied in evenwicht met elkaar worden ontwikkeld.
Blad 53
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
2. Ruimte voor agrarische ontwikkeling De provincie wil ruimte bieden voor verdere ontwikkeling en schaalvergroting van de land- en tuinbouw. De landbouw in Noord-Brabant is een innovatieve sector die in staat is om goed in te spelen op de veranderende economische en maatschappelijke context. Er zijn in Noord-Brabant vormen van landbouw die worden gekenmerkt door innovatie en specialisatie met schaalvergroting. Dat doet zich in Noord-Brabant vooral voor bij glastuinbouw, intensieve veehouderij, rundveehouderij, akkerbouw,vollegronds tuinbouw en boomteelt. Het bieden van ontwikkelingsruimte aan deze sectoren is belangrijk voor de economische positie van NoordBrabant en de economische kennisclusters. 3. Een duurzame land- en tuinbouw Bij het bieden van ontwikkelingsruimte stelt de provincie als voorwaarde dat de agrarische sector zich op duurzame wijze ontwikkelt. Belangrijke aspecten daarbij zijn zorgvuldig ruimtegebruik, volksgezondheid, dierenwelzijn, milieubelasting, duurzame energieopwekking en efficiënt energiegebruik. Duurzame landbouw produceert met respect voor natuurlijke processen, mede door een duurzaam beheer van bodem, water en lucht. Verduurzaming van de landbouwproductie (zoals minder meststoffen, antibiotica en een positieve energiebalans) biedt op termijn economische voordelen voor zowel de ondernemers als de samenleving.
De landbouwsector is aan zet om innovatief op deze nieuwe benaderingswijze in te spelen. De voorwaarden voor duurzaamheid zullen zich in de komende jaren verder ontwikkelen en gestalte krijgen. 4. Versterking van het landschap Ontwikkelingen in het landelijk gebied leveren een bijdrage aan de versterking en beleving van het landschap, bijvoorbeeld door investeringen in de fijnmazige groenblauwe dooradering van het platteland, in het cultuurhistorisch erfgoed en in de versterking van de recreatieve structuur. Belangrijkste aandachtspunten uit de Structuurvisie Ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. In de verordening is als hoofdregel opgenomen dat ontwikkelruimte bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Dit vergt een actieve instelling van iedereen die bij een ontwikkeling betrokken is. Essentieel daarbij is dat de basis van Noord-Brabant op orde blijft: er wordt verantwoord omgegaan met bodem, water, natuur en cultuurhistorische waarden. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan vasthouden aan wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. Voortdurend past de gebruiker het landschap aan zijn wensen aan. Deze continue ontwikkeling is inherent aan een levend landschap.
Dat geldt zowel voor het stedelijke landschap als voor het agrarische cultuurlandschap. De zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit omvat dat: Er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik; Er rekening wordt houden met de omgeving; De ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Dit principe is van toepassing op zowel het stedelijk als het landelijk gebied en wordt uitgewerkt in de Verordening ruimte. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik toepassen. Dit heeft als doel de mogelijkheden in bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten en nieuw ruimtebeslag zoveel mogelijk te voorkomen. Dit betekent dat eerst gekeken wordt naar mogelijkheden voor intensivering of hergebruik op of binnen bestaand bebouwd gebied. Pas als hier geen mogelijkheden zijn of de kwaliteiten van de
Blad 54
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
geplande ontwikkeling hier niet bij passen, wordt er in de omgeving gezocht naar de best mogelijke plek om nieuwe ruimte aan te snijden. Voor het stedelijk gebied is dit principe uitgewerkt in de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voor het landelijk gebied wordt een vergelijkbare werkwijze uitgewerkt. Daarbij geldt dat het bieden van nieuwe planologische ruimte aan ontwikkelingen (al dan niet met bouwmogelijkheden) in beginsel niet mogelijk is. De verwachting is dat veel agrarische bedrijven in de nabije toekomst de bedrijfsvoering beëindigen. Daardoor ontstaat veel ruimte voor hergebruik op de vrijkomende locaties. De provincie ondersteunt het zorgvuldig ruimtegebruik ook door herstructurering en hergebruik van verouderde locaties in het stedelijk gebied te stimuleren en door sanering van ongewenste functies in het buitengebied, bijvoorbeeld glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden of veehouderijen rondom de natuur en stedelijke gebieden. Hiervoor zet de provincie ook andere instrumenten in zoals financiële middelen door het Brabantse Herstructurerings Bedrijf (BHB), Ruimte voor Ruimte en uit de investeringsagenda zoals bijvoorbeeld voor erfgoedcomplexen en de Landschappen van Allure.
Rekening houden met de omgeving Zorgvuldig ruimtegebruik houdt ook in dat ruimtevragers rekening houden met de kwaliteiten van de omgeving en omliggende functies. Gebiedskenmerken en omliggende waarden, gebaseerd op de lagenbenadering, zijn leidend bij de vraag 'waar' en 'hoe' de nieuwe ruimte wordt aangesneden. De ruimtelijke onderbouwing van een ontwikkeling geeft aan hoe is omgegaan met de ambities zoals verwoord in de structuren en in de gebiedspaspoorten. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de gebiedskenmerken van de plek. Een ontwikkeling past ook bij de aanwezige functies in de omgeving of het gewenste toekomstbeeld van een gebied. Bijvoorbeeld de aanwezigheid van omliggende woonfunctie's levert vanuit milieu of volksgezondheid beperkingen op. Een ontwikkeling past bij de maat, schaal en functie van zijn omgeving. Mobiliteitsaspecten en een goede ontsluiting maken deel uit van deze afweging. Kwaliteitsverbetering van het landschap Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wil de provincie dat de initiatiefnemer zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te beperken. Dit uitgangspunt geldt voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied én buiten de ecologische hoofdstructuur en maakt de principes van ontwikkelingsplanologie toepasbaar.
Voor (planmatige) stedelijke ontwikkelingen bestaat deze zogenaamde rood-met-groen regeling al langer. De provincie heeft dit beleid verbreed naar overige ontwikkelingen in het landelijk gebied. Concreet betekent dit dat passende functies zich kunnen ontwikkelen als er ook een prestatie voor het landschap tegenover staat. Daardoor wordt aantasting van de basiskwaliteit (bodem, water) en verlies aan ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden voorkomen. Ontwikkelingen die passen bij de aard, schaal en functie van het landelijk gebied, zoals agrarische en recreatieve ontwikkelingen en kleinschalige dienstverlening zijn mogelijk. Ook de ontwikkeling van andere (rode) functies is onder voorwaarden mogelijk. De ruimtelijke onderbouwing van een besluit geeft aan welke bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteitsverbetering van het landschap en hoe dit is geborgd. In principe gaat de provincie uit van de realisering van een fysieke prestatie op de projectlocatie en/of de directe projectomgeving. Indien dat niet mogelijk is, is de vorming van een gemeentelijk of regionaal landschapsfonds een optie. De provincie werkt in de Verordening ruimte een regeling uit. Hierbij wordt uitgegaan van een compacte regeling die ruimte biedt aan gemeenten voor maatwerk. Daarnaast ondersteunt de provincie gemeenten in het op gemeentelijk niveau toepassen van dit principe.
Daarvoor worden aan het regionaal ruimtelijk overleg werkgroepen landschap verbonden. Deze hebben als doel
Blad 55
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
ervaringen uit te wisselen, de kwaliteitsverhogende maatregelen in het landschap op elkaar af te stemmen en om desgewenst te komen tot gezamenlijke investeringsprogramma's in het landschap. Het Brabants expertisecentrum ruimtelijke kwaliteit BERK) biedt ondersteuning door samen met in- en externe partijen te werken aan ruimtelijke kwaliteit en landschap bij actuele ruimtelijke vraagstukken. De provincie zal de effecten van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik en de kwaliteitsverbetering van het landschap op de daadwerkelijke ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant monitoren. Dit gebeurt onder andere door jaarlijks aan gemeenten te vragen hoe is omgegaan met de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap in ruimtelijke besluiten. De transitie naar zorgvuldige veehouderij De transitie naar een zorgvuldige veehouderij 2020 verdient in de visie van de provincie specifieke aandacht. De Brabantse veehouderij vervult een koploperpositie in de wereld en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de economische positie van Brabant. Anderzijds zijn de grenzen voor groei van de sector bereikt. De gevolgen van de hoge mens-dierdichtheid voor de fysieke leefomgeving en het landschap zijn groot. Het is de wens om de veehouderij in evenwicht te brengen met zijn omgeving zodat een verantwoord woon-, werk- en leefklimaat wordt verkregen.
Maar ook economisch is de stap naar een duurzame en innovatieve veehouderij nodig omdat het huidige verdienmodel, dat nog vaak gericht is op schaalvergroting en kostenminimalisatie, niet langer houdbaar is. De overlast van het productieproces op milieu- en leefomgeving moeten definitief opgelost worden. Daarom kiest Brabant voor een nieuwe weg waarbij de groei van de sector wordt beperkt en ontwikkeling naar een duurzame en innovatieve veehouderij wordt gestimuleerd. Om de steeds verdergaande schaalvergroting te keren, is het vanuit economisch perspectief nodig om alternatieven te ontwikkelen voor groei, bijvoorbeeld door economische meerwaarde/toegevoegde waarde van producten en kennis te generen. Belangrijke randvoorwaarde bij ontwikkeling van de veehouderij is dat deze zorgvuldig is, dus zorgt voor een goed niveau van volksgezondheid, een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving en een goede diergezondheid en -welzijn. Een snelle signalering van risico's en het beheersbaar maken van de risico's zijn daarbij van belang Daarnaast wil de provincie gemeenten ondersteunen bij het aanpakken van overbelaste situaties; dit zijn locaties of gebieden waarin vanwege de (cumulatie van) uitstoot van milieuhinderlijke stoffen geen sprake meer is van een goed woon- en leefklimaat.
Een duurzame veehouderij heeft verder nadrukkelijk aandacht voor het dier; het dierenwelzijn en de diergezondheid wordt verder bevorderd. Tot slot worden de grondstoffenkringlopen (op West-Europees niveau) gesloten; grondstoffen voor eiwitrijk voedsel komen meer dan voorheen uit Europa en door het terugwinnen van fosfaat uit mest wordt de fosfaatkringloop gesloten. Om de transitie naar een duurzame of zorgvuldige veehouderij te bevorderen, zijn in ieder geval maatregelen op bedrijfsniveau nodig. Daarnaast wordt bezien of ook de inrichting van het landelijk gebied hieraan bijdraagt.
Blad 56
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Verordening Ruimte provincie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 7 februari 2014 de Verordening Ruimte 2014 vastgesteld, op 19 maart is deze in werking getreden. Ten opzichte van de Verordening ruimte 2012 omvat de Verordening Ruimte 2014 diverse wijzigingen. Deze hebben in hoofdzaak betrekking op: Wijzigingen vanwege het rijksbeleid: met de vaststelling van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is het rijksbeleid gewijzigd. Wijzigingen vanwege het landbouwbeleid: deze hebben in hoofdzaak betrekking op het beleid voor veehouderijen en de transitie naar zorgvuldige veehouderij en het beleid rond mestverwerking. Wijzigingen vanwege het natuurbeleid: deze wijziging heeft met name betrekking op het compensatiebeleid. De Structuurvisie Buitengebied Oss 2015 is binnen de kaders van de Verordening Ruimte 2014 opgesteld. Vanuit de Verordening Ruimte 2014 zijn de navolgende aspecten van belang voor het bestemmingsplan: Bevordering van ruimtelijke kwaliteit (zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap); Stedelijke ontwikkeling; Ecologische hoofdstructuur; Water; Groenblauwe mantel; Aardkunde en cultuurhistorie; Gemengd landelijk gebied; Zorgvuldige veehouderij; Glastuinbouw; Niet-agrarische ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied.
Het plangebied is grotendeels aangewezen als gemengd landelijk gebied , met als primaire functie landbouw (figuur B2.1). De Maasuiterwaarden, het bosgebied Herperduin en enkele lokale natuurgebieden zijn aangewezen als Ecologische Hoofdstructuur (EHS, tegenwoordig ook Natuur Netwerk Nederland (NNN) geheten). De centraal door het plangebied lopende Hertogswetering en de gebieden om de EHS zijn aangewezen als Groenblauwe Mantel. De kernen zijn aangeduid als stedelijk concentratiegebied (Oss, Berghem, Geffen) of kernen in het landelijk gebied (overige kernen). Deze maken echter geen onderdeel uit van het plangebied. Bevordering van ruimtelijke kwaliteit De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Brabant bevorderen. Dat betekent dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een bijdrage dienen te leveren aan de kernkwaliteiten van Brabant en dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik toepassen. Ook wil de provincie dat de initiatiefnemer zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te beperken.
Blad 57
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016
Figuur B2.1 Structurenkaart Verordening Ruimte 2014 (provincie Noord-Brabant, 2014)
Stedelijke ontwikkeling Het provinciale beleid is al jaren gericht op het bundelen van de verstedelijking. Dit betekent dat het leeuwendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in de stedelijke concentratiegebieden (bestaand stedelijk gebied van de grotere kernen). Nieuw ruimtebeslag buiten deze gebieden kan slechts als inbreiding of herstructurering niet tot de mogelijkheden behoren, en dan in de zogenaamde zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling. Verder regelt de Verordening ruimte dat woningbouw (artikel 4.3) en aanleg van bedrijventerreinen en kantorenlocaties (artikel 4.4 en met 4.6) onderdeel worden van bindende afspraken in de vier regionale ruimtelijke overleggen. Daaraan nemen de gemeenten, waterschappen en de provincie deel. Delen van het plangebied zijn aangewezen als zoekgebied voor stedelijke ontwikkelingen (figuur B2.2). De kernen zelf zijn aangeduid als stedelijk concentratiegebied of kernen in het landelijk gebied en vallen het buitengebied. Rond de kernen zijn zones aangewezen als zoekgebied stedelijke ontwikkeling.