CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2A Toelichting - bijlage 24 Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’17.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN Buitengebied Oss - 2020 Bijlagen bij toelichting

Bijlage 24 - plan MER bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitite Reikwijdte en Detailniveau

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau

projectnummer 409606 definitief 11 april 2016

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau

projectnummer 409606 definitief 11 april 2016

Auteurs B. van Dijck

Opdrachtgever Gemeente Oss - Ruimtelijke Ontwikkeling Postbus 5 5340 BA Oss

datum vrijgave 11 april 2016

beschrijving revisie definitief

goedkeuring B. van Dijck

vrijgave T. Artz

Inhoudsopgave 1.1 1.2 1.3

2.1 2.2 2.3 2.4

3.1 3.2

3.3

4.1 4.2

5.1 5.2

Blz.

Inleiding

1

Aanleiding en context Deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau Leeswijzer

1 5 5

De plan-m.e.r.-procedure

7

Waarom een plan-m.e.r.? Procedure en inhoudelijke eisen aan een plan-m.e.r. De plan-m.e.r.-procedure Vervolg plan-m.e.r. procedure

7 8 9 10

De referentiesituatie

11

Inleiding De huidige situatie Algemeen Gevoelige gebieden Functionele structuur Autonome ontwikkelingen

11 11 11 12 20 23

De voorgenomen activiteit

25

Ontwikkelingsmogelijkheden in Bestemmingsplan Buitengebied Oss-2017 Alternatieven

25 29

Welke effecten worden in het MER beschouwd?

31

Beoordelingskader Methodiek van de effectbepaling en detailniveau Natuur Landschap, cultuurhistorie en archeologie Leefbaarheid Overige aspecten

31 32 32 32 33 33

Beleidskader

35

Bijlagen Bijlage 1 Ontwikkelingsvisie Structuurvisie Oss-2015 Bijlage 2 Beleidskader

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Blad 1

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Inleiding 1.1

Aanleiding en context Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 De gemeente Oss is voornemens om voor het gehele buitengebied een nieuw bestemmingsplan op te stellen: “Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017”. Dit nieuwe bestemmingsplan vervangt de drie vigerende bestemmingsplannen buitengebied:  Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2010 (vastgesteld 1 juli 2010);  Bestemmingsplan Buitengebied Maasdonk – 2012 (vastgesteld 29 januari 2013);  Bestemmingsplan Buitengebied Lith – 2013 (vastgesteld 20 juni 2013). Uitgangspunt voor het nieuwe bestemmingsplan buitengebied is een regeling die zoveel mogelijk aansluit op die van het meest actuele vigerende bestemmingsplan buitengebied, dat van Lith. De regeling kan echter niet zonder meer één op één worden overgenomen, vanwege:  Gewijzigd beleidskader: - Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015; - Verordening Ruimte 2014 provincie Noord-Brabant; - intrekken Reconstructiewet en Reconstructieplannen; - Nieuw gemeentelijk beleid ten aanzien van o.a.

vrijkomende agrarische gebouwen (VAB), gezondheid in het buitengebied, recreatie en toerisme (deels nog in ontwikkeling)  Voortschrijdend inzicht: - Ervaring met vigerende regeling  Juridische redenen: - Veranderingen in bestemmingssplanstandaarden - Jurisprudentie: uitspraken van de Raad van State, bijvoorbeeld ten aanzien van uitleg van de Natuurbeschermingswet In het nieuwe bestemmingsplan wordt ook een aantal al concrete initiatieven (“meelifters”) opgenomen, mits voorzien van een complete en door de gemeente goedgekeurde ruimtelijke onderbouwing. Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 Ter voorbereiding op het nieuwe bestemmingsplan buitengebied is in 2015 allereerst de Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015 opgesteld en vastgesteld. In deze Structuurvisie is de gemeentelijke visie op het buitengebied geactualiseerd en geharmoniseerd voor het gehele buitengebied (vanuit de liggende structuurvisies buitengebied Oss, Maasdonk en Lith). In het kader van de Structuurvisie is een milieueffectrapport ((MER) opgesteld om de effecten van de visie- en het beleidsvoornemens in beeld te brengen en te kunnen betrekken bij de besluitvorming.

Nota van Uitgangspunten Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Daarna is op basis van een Plan van Aanpak Bestemmingsplan Buitengebied (januari 2015) een Nota van Uitgangspunten Bestemmingsplan Buitengebied Oss -2017 opgesteld en op 6 oktober 2015 vastgesteld. De Nota van Uitgangspunten vormt het startpunt en de basis voor het nieuwe bestemmingsplan. In de Nota van Uitgangspunten is de visie en het beleid, zoals verwoord in de Structuurvisie geconcretiseerd naar bestemmingsplanniveau.

Blad 2

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Algemene uitgangpunten Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017 Het buitengebied verandert door allerlei sociaal-economische ontwikkelingen. De gemeente wil daarop zo goed mogelijk inspelen. Dat houdt onder meer in ruimte bieden voor een duurzame ontwikkeling van de agrarische sector, ook in bedrijfseconomische zin, voor de ambities op het gebied van recreatie en toerisme en voor natuurbehoud en –ontwikkeling. Ook de belangen van bewoning, economische activiteiten en van cultuurhistorisch erfgoed moeten tot hun recht kunnen komen. Gestreefd is naar een eigentijdse, evenwichtige afweging. Waarin het maatschappelijke veranderingsproces uit zal monden, is nog niet te zeggen. Vandaar dat getracht is om waar mogelijk de flexibiliteit in te bouwen om die dynamiek te kunnen volgen. Daarbij is rekening gehouden met de geest van de Omgevingswet die in de maak is:  procedures zo eenvoudig mogelijk houden  niet meer regelen dan nodig is vanuit het algemeen belang bij de kwaliteit van de leefomgeving - flexibiliteit inbouwen om verantwoord te kunnen meeveren op de dynamiek van de ruimtelijke behoefte (flexibiliteitsbepalingen)  passende ruimtelijke initiatieven en innovatie mogelijk maken en stimuleren.

Het doel van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2017’ is het bieden van een actueel, helder, leesbaar, uitvoerbaar, eenduidig en handhaafbaar planologisch juridisch beleidskader voor het totale buitengebied van de gemeente Oss. Het nieuwe bestemmingsplan is gericht op het beheer van bestaande kwaliteiten en functies en het faciliteren van nieuwe kwaliteiten en functies. Het nieuwe bestemmingsplan krijgt een juridische regeling voor min of meer gestandaardiseerde situaties. Maar dit betekent niet dat plannen die hieraan niet voldoen, per definitie niet voorstelbaar zijn. Voor die verzoeken kan een zelfstandige planologische procedure uitkomst bieden. Verordening ruimte 2014 provincie Noord-Brabant Belangrijk beleidsmatig uitgangspunt voor het nieuwe bestemmingsplan is de Verordening ruimte 2014 provincie Noord-Brabant, met name de gewijzigde beleidslijn ten aanzien van veehouderijen (zie onderstaand kader). Kader Verordening ruimte 2014 Op 7 februari 2014 heeft de provincie Noord-Brabant een partiële herziening van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en de bijbehorende Verordening ruimte vastgesteld. De Verordening ruimte 2014 geeft invulling aan de beleidsmatig ingezette koerswijzigingen van de provincie. Met name voor de regels in het buitengebied is de Verordening ruimte 2014 aanzienlijk gewijzigd ten opzichte van de Verordening ruimte 2011 en 2012.

Belangrijkste wijziging is de implementatie en uitwerking van de beleidslijn "Transitie naar zorgvuldige veehouderij". Centraal in deze beleidslijn staat het motto "Ontwikkelruimte moet je verdienen en is niet onbegrensd". Er wordt alleen nog ontwikkelruimte aan veehouderijen geboden als daarmee een ontwikkeling naar een zorgvuldige veehouderij in gang wordt gezet. Hieraan is een aantal voorwaardelijke bepalingen gekoppeld: o.a. voeren van dialoog met omgeving, landschappelijke kwaliteitsverbetering minimaal 10% van het bouwvlak, voldoen aan (bovenwettelijke) eisen ten aanzien van fijn stof, geur. Ontwikkelruimte blijft in principe beperkt tot 1,5 ha. Onder uitzondering is uitbreiding buiten de 1,5 ha mogelijk. In het Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017 worden de bepalingen van de Verordening ruimte doorvertaald in de regels. Deze vormen daarmee ook de basis voor de effectbepaling in het milieueffectrapport.

Blad 3

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Bestemmingsplan Buitengebied en Natuurbeschermingswet Belangrijk ander aandachtspunt is een bestemmingsplanregeling die én ruimte geeft voor agrarische ontwikkeling én past binnen het wettelijk kader van de Natuurbeschermingswet (zie onderstaand kader). Kader Veehouderij - stikstofdepositie - Natura2000 Conform de Natuurbeschermingswet mogen activiteiten geen significante effecten hebben op Natura2000gebieden. Bestemmingsplannen die deze activiteiten vastleggen mogen niet worden vastgesteld. In en direct nabij het plangebied ligt Natura2000-gebied. Ook in de verdere omgeving van het plangebied zijn Natura2000gebieden gelegen. Een deel van deze gebieden is gevoelig voor stikstofdepositie, al in de huidige situatie liggen de achtergrondwaarden hoger dan de kritische depositiewaarden. Uitbreiding van veehouderijen en glastuinbouw leidt, zonder beperkende maatregelen, tot toename van stikstofemissie en daarmee tot toename van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden in de omgeving. Dit is, ook bij geringe toename, een significant negatief effect, gezien de "overspannen" situatie van de Natura2000-gebieden ten opzichte van stikstof. Met maatregelen kan de stikstofdepositie worden verminderd, dan wel worden voorkomen. Maatregelen kunnen echter niet in het bestemmingsplan worden vastgelegd. Deze problematiek speelt in een groot deel van Nederland.

Het Rijk heeft een landelijk dekkende oplossing voorbereid in de vorm van PAS, Programmatische Aanpak Stikstofdepositie (per 1 juli 2015 in werking getreden). PAS moet er toe leiden dat EN tegemoet wordt gekomen aan de eisen van Natura2000 EN er ontwikkelingsruimte blijft bestaan. Dit o.a. door een stelsel van generieke maatregelen om de stikstofemissie terug te dringen (o.a. door afspraken met de agrarische sector) en het treffen van maatregelen in de Natura2000-gebieden zelf. Echter de PAS gaat over concrete activiteiten en handelingen, het regelt niets voor bestemmingsplannen. Gemeenten zijn al enige tijd op zoek naar een juridisch houdbare oplossing. De momenteel meest plausibele methode is het opnemen van een voorwaardelijke bepaling aan bouwen en/of gebruik dat uitbreiding niet mag leiden tot een toename van stikstofemissie dan wel dat er geen sprake mag zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura2000gebied. De gemeente Oss neemt een dergelijke regeling op in haar nieuwe bestemmingsplan Buitengebied

Plangebied Het plangebied voor het Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017 omvat het gehele buitengebied van Oss, met uitzondering van (figuur 1.1):  de kernen;  bedrijventerrein De Bulk;  Vakantiepark Herperduin;  Circuit Nieuw Zevenbergen. Deze kennen een eigen dynamiek en vragen om eigen afwegingen. Hier zijn recent bestemmingsplannen voor gemaakt, dan wel in ontwikkeling. Het plangebied wordt in het westen, noorden en oosten begrensd door de Maas (tevens provinciegrens). Aan de “overzijde” liggen de Gelderse gemeenten Maasdriel, West Maas en Waal, Druten, Wijchen en Heumen. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de gemeenten ’s Hertogenbosch, Bernheze, Landerd en Grave. Een deel van de zuidgrens wordt gevormd door de A50/A59. Oss kent een groot oppervlak buitengebied, dat voor een groot deel agrarisch in gebruik is. Oss kent ca. 400 agrarische bedrijven, grotendeels veehouderij, met een relatief groot aandeel intensieve veehouderij en melkveehouderij. Naast de agrarische functie is recreatie een belangrijke functie in het buitengebied, met name langs de Maas aan de noordzijde en in de bosgebieden aan de zuidzijde. In het plangebied zijn diverse NNN (Natuurnetwerk Nederland, de nieuwe naam voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) gebieden gelegen: met name de uiterwaarden langs de Maas en de bosgebieden in het zuiden.

Landschappelijk kent Oss een indeling in vijf gebieden ieder met een eigen karakteristiek en gebruik, van noord naar zuid: Uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug.

Blad 4

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Figuur 1.1: Plangebied en plangrens Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017 (bron: Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015)

Blad 5

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

1.2

Deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau In het kader van het Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017 is het opstellen van een milieueffectrapport (plan-MER) en het doorlopen van de bijbehorende plan-m.e.r.-procedure verplicht. Hier wordt in hoofdstuk 2 nader op ingegaan 1. In de m.e.r.-procedure is raadpleging van de betrokken bestuursorganen en adviseurs (de vooroverleg partners in het kader van de r.o.-procedure) over de inhoud (reikwijdte en detailniveau) van het MER een verplicht onderdeel. Dit is vormvrij, de gemeente heeft gekozen voor een schriftelijke raadpleging op basis van voorliggende Notitie Reikwijdte en Detailniveau. In deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau worden de kaders van, en de onderzoeksmethodiek voor, het plan-MER beschreven. De Notitie wordt, gekoppeld aan het voorontwerp Bestemmingsplan Buitengebied, voorgelegd aan de te raadplegen instanties en vormt de start van de plan-m.e.r-procedure. Deze Notitie wordt tevens ter inzage gelegd zodat eenieder kan reageren.

1.3

Leeswijzer Hoofdstuk twee van deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau gaat in op de m.e.r.-procedure. De procedurestappen worden beschreven en de inhoudelijke, alsmede procedurele eisen worden toegelicht. De referentiesituatie komt vervolgens in hoofdstuk drie aan bod, gevolgd door een beschrijving van de voorgenomen activiteit in hoofdstuk vier. Naast de voorgenomen activiteit wordt in dit hoofdstuk ingegaan hoe met alternatieven wordt omgegaan in het plan-MER. Vervolgens wordt in hoofdstuk vijf beschreven welke effecten in het plan-MER onderzocht gaan worden en sluit de notitie in hoofdstuk zes af met het beleidskader.

1 M.e.r. (milieueffectrapportage) staat voor de procedure, MER staat voor het milieueffectrapport.

Blad 6

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Blad 7

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

De plan-m.e.r.-procedure 2.1

Waarom een plan-m.e.r.? In Nederland is het verplicht voor ontwikkelingen met mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen een zogenaamde m.e.r.-procedure te doorlopen en een MER op te stellen. De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, een bestemmingsplan of een vergunning. Of en zo ja welke verplichtingen gelden ten aanzien van een m.e.r. is vastgelegd in de Wet Milieubeheer en het Besluit m.e.r. Vanuit twee sporen kan sprake zijn van verplichtingen ten aanzien van een m.e.r.:  De voorgenomen activiteit komt voor in het Besluit m.e.r.;  Voor de voorgenomen activiteit moet een passende beoordeling worden opgesteld, omdat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat er significant negatieve effecten zijn op Natura2000-gebieden. M.e.r.-verplichting vanuit Besluit m.e.r. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C- activiteiten) en activiteiten die m.e.r.beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). De m.e.r.-procedure is van toepassing bij (C-) activiteiten waarvan reeds vast staat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden.

Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook (D-) activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven, waarvoor door bevoegd gezag moet worden beoordeeld of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Voor deze activiteiten dient een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Tevens wordt onderscheid gemaakt tussen project-m.e.r. en plan-m.e.r. Een project-m.e.r. is een milieubeoordeling gekoppeld aan concrete besluiten. Een plan-m.e.r. is een milieubeoordeling gekoppeld aan plannen die concretere vervolgtrajecten mogelijk maken die m.e.r.(beoordelings)plichtig zijn en daarmee dus kaderstellend zijn. M.e.r.-verplichting vanuit Natura2000 Wanneer niet op voorhand kan worden uitgesloten dat een voorgenomen activiteit significant negatieve effecten heeft op Natura2000-gebied, volgt uit de Natuurbeschermingswet dat een passende beoordeling moet worden opgesteld. Uit de Natuurbeschermingswet en de Wet Milieubeheer volgt dat dan (ook) een plan-m.e.r. procedure doorlopen worden. Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017 en Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan Buitengebied Oss -2017 is grotendeels conserverend van aard maar maakt (onder voorwaarden) uitbreiding mogelijk van agrarische bedrijven. Het betreft voornamelijk het opnieuw bestemmen van (nog niet benutte) uitbreidingsmogelijkheden uit de vigerende bestemmingsplannen.

Dit is planologisch als conserverend te zien, maar m.e.r.-technisch wordt dit gezien als opnieuw te beschouwen ontwikkeling. Hieruit volgen verplichtingen ten aanzien van een m.e.r. Voor deze uitbreidingsmogelijkheden moet in het kader van de (individuele) vergunningsaanvraag mogelijk een m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen, onder andere afhankelijk van de aard en omvang van de uitbreiding. In de m.e.r.- of m.e.r.-beoordelings-

Blad 8

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

procedure worden de effecten van de individuele uitbreiding onderzocht en in het kader van de vergunningaanvraag afgewogen. Omdat het bestemmingsplan kaderstellend is voor deze (mogelijk) m.e.r.-plichtige activiteiten, moet voor het bestemmingsplan als geheel een plan-m.e.r.-procedure worden doorlopen. In de plan-m.e.r.-procedure worden op het niveau van het plan-gebied als geheel de effecten van de ontwikkelingsmogelijkheden binnen het bestemmingsplan onderzocht en afgewogen. Hierbij maakt het niet uit of de ontwikkelingsmogelijkheden rechtstreeks of middels een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid mogelijk worden gemaakt. Belangrijk uitgangspunt in een plan-m.e.r.-procedure voor een bestemmingsplan buitengebied is dat de maximale effecten van de maximale ontwikkelingsmogelijkheden, die het bestemmingsplan biedt, worden onderzocht. Dit om onderschatting van effecten te voorkomen. Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017 en Natura 2000 In de omgeving van het plangebied bevinden zich Natura 2000-gebieden. Hoewel sommige van deze gebieden op enige afstand van het plangebied zelf liggen, kunnen significant negatieve effecten niet op voorhand worden uitgesloten. Dit vanwege het aanwezig zijn van stikstofgevoelige habitats in de Natura2000-gebieden en het feit dat uitbreiding van agrarische bedrijven in het plangebied leidt tot een toename van stikstofuitstoot.

Er wordt daarom een passende beoordeling opgesteld. Deze leidt ook tot de verplichting een plan-m.e.r.-procedure te doorlopen. Samenvattende conclusie ten aanzien van m.e.r. Samengevat kan gesteld worden dat het Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 voorziet in (agrarische) ontwikkelingen, waarvoor verplichtingen ten aanzien van een m.e.r. bestaan. Aangezien het bestemmingsplan hiervoor kaderstellend is en ook omdat in het kader van het bestemmingsplan een passende beoordeling moet worden opgesteld, betekent dit dat een planm.e.r. procedure moet worden doorlopen. Scopeplan-m.e.r.: onderzoek op gebiedsniveau, niet op inrichtingsniveau In de plan-m.e.r.-procedure wordt het gehele plangebied en de effecten van ontwikkelingen binnen het bestemmingsplan beschouwd. De focus ligt echter op die gebieden, waar ontwikkelingen mogelijk zijn en die ontwikkelingen waarvan verwacht wordt dat ze een (wezenlijk) effect hebben op de omgeving. Het effectenonderzoek wordt gedaan op het niveau van het buitengebied als geheel. Er wordt daarom een zeker abstractieniveau gekozen. De effecten-beschouwing geeft daarmee geen gedetailleerde analyse op inrichtings-/perceelsniveau. Dit gebeurt in vervolgprocedures voor individuele ontwikkelingen.

2.2

Procedure en inhoudelijke eisen aan een plan-m.e.r. Een m.e.r. bestaat uit een aantal procedurele stappen en producten. Het startdocument van de procedure is deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau, in het vervolg aangeduid met 'notitie' of “NRD”. Het eindproduct van de m.e.r.-procedure is een milieueffectrapport (MER). De m.e.r. procedure kent de volgende procedurele eisen:  Openbare kennisgeving van het voornemen;  Raadpleging van de betrokken bestuurlijke organen en adviseurs over de reikwijdte en het detailniveau van de m.e.r.;  Bieden van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen;

Blad 9

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

     

Advies commissie m.e.r. over reikwijdte en detailniveau (optioneel); Opstellen milieueffectrapport; Openbaar maken MER en opsturen aan de wettelijke adviseurs & commissie m.e.r; Bieden van de mogelijkheid om zienswijzen op het MER in te dienen; Toetsingsadvies Commissie m.e.r; Besluit nemen inclusief motivatie hoe de m.e.r. in de planvorming is betrokken en bekendmaking besluit;  Evaluatie van effecten tijdens en na realisatie. Formeel is het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Oss, verantwoordelijk voor de acties in het kader van de m.e.r. Conform artikel 7.23 van de Wet Milieubeheer bevat een MER tenminste een beschrijving van:  Probleem en doelstelling;  De voorgenomen activiteit, alternatieven en varianten;  Genomen en te nemen besluiten;  De huidige situatie en autonome ontwikkeling van het studiegebied;  De effecten van de voorgenomen activiteit op het studiegebied;  Leemten in kennis en aanzet tot evaluatieprogramma;  Samenvatting.

2.3

De plan-m.e.r.-procedure Kennisgeving De kennisgeving is het bekend maken van het voornemen voor het ruimtelijk plan met de daarbij horende m.e.r. procedure aan een ieder die met de plannen te maken gaat krijgen of die hierin geïnteresseerd is. Voor het Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017 wordt kennisgegeven van het project en de start van de m.e.r.-procedure. Conform wettelijke eisen is in de kennisgeving aangegeven:  Aankondiging besluit en m.e.r.-procedure;  Welke stukken, waar en wanneer ter inzage;  Wie mag wanneer en op welke manier zienswijzen inbrengen;  Dat geen advies van de commissie m.e.r. is gevraagd. Raadpleging Na de kennisgeving vindt een raadpleging plaats. Raadpleging is het inwinnen van advies over de effecten die moeten worden beschouwd in het plan-MER en op welke wijze het detailniveau moet worden beschreven. Raadpleging is gekoppeld aan het vooroverleg in het kader van het voorontwerp bestemmingsplan. Hiervoor worden door de gemeente Oss de volgende bestuurlijke en maatschappelijke organisaties geraadpleegd:  Provincie Noord-Brabant;  Omliggende gemeenten;  Ministeries van Economische zaken, Landbouw en Innovatie;  Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE);  Ministerie van Defensie;

Blad 10

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

  

Rijkswaterstaat; Waterschap Brandweer (regionaal).

De gemeente Oss heeft er voor gekozen de betrokken bestuurlijke instanties te raadplegen door middel van deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau. De reacties van de bestuurlijke organisaties worden meegenomen in de verdere plan-m.e.r. procedure. Maatschappelijke partijen (o.a. Dorps- en kernraden, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Brabantse Milieufederatie, ZLTO, GGD) worden tijdens de terinzagelegging (zie hieronder) middels informatiebijeenkomsten in geïnformeerd. Ter inzage legging De Notitie Reikwijdte en Detailniveau wordt separaat gepubliceerd en zes weken ter inzagegelegd. Een ieder kan gedurende deze periode reageren op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau: wat moet in het plan-MER onderzocht worden en op welke manier? Advies Commissie m.e.r De gemeente heeft besloten de commissie m.e.r. niet in het voortraject te raadplegen over reikwijdte en detailniveau. De ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan zijn relatief beperkt. Daarnaast is de gemeente van mening voldoende inzicht te hebben in de te onderzoeken aspecten en aandachtspunten ten behoeve van de afweging en besluitvorming.

2.4

Vervolg plan-m.e.r. procedure Na ter inzage legging van de Notitie Reikwijdte & Detailniveau wordt het plan-MER opgesteld. In het rapport worden de resultaten van de verschillende onderzoeken opgenomen en worden de effecten op de verschillende milieuthema's beschreven. Het plan-MER wordt na afronding gekoppeld aan de procedure van het ontwerp bestemmingsplan. Het plan-MER richt zich met name op die milieueffecten die relevant zijn voor de ontwikkelingen zoals die worden vastgelegd in het gekoppelde bestemmingsplan. Het plan-MER worden na vrijgave door het bevoegd gezag samen met het ontwerp bestemmingsplan gepubliceerd en 6 weken ter inzage gelegd. Eenieder kan in deze periode een reactie geven op het plan-MER en het ontwerp bestemmingsplan. De in het kader van deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau benaderde betrokken bestuurlijke partijen worden apart aangeschreven voor een reactie op het plan-MER. Ook wordt de Commissie m.e.r., een onafhankelijk toetsende commissie, gevraagd om een toetsingsadvies uit te brengen op het plan-MER. De reacties en adviezen worden door bevoegd gezag in de verdere bestemmingsplanprocedure meegenomen.

Blad 11

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

De referentiesituatie 3.1

Inleiding In het plan-MER worden de effecten van de ontwikkelingsmogelijkheden in het Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017 onderzocht en beoordeeld. Dit wordt gedaan ten opzichte van de referentiesituatie 2027, de planperiode van het bestemmingsplan. De referentiesituatie is de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van het buitengebied, de ontwikkeling die sowieso plaatsvindt ook zonder het nieuwe bestemmingsplan. In het plan-MER wordt de referentiesituatie uitgebreid beschreven. Hieronder is een korte eerste indruk gegeven.

3.2

De huidige situatie Algemeen Zoals al in hoofdstuk 1 is beschreven omvat het plangebied voor het Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017 het gehele buitengebied van Oss, met uitzondering van de kernen, bedrijventerrein De Bulk, Vakantiepark Herperduin en Circuit Nieuw Zevenbergen (figuur 1.1). Het plangebied wordt in het westen, noorden en oosten begrensd door de Maas (tevens provinciegrens). Aan de “overzijde” liggen de Gelderse gemeenten Maasdriel, West Maas en Waal, Druten, Wijchen en Heumen. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de gemeenten ’s Hertogenbosch, Bernheze, Landerd en Grave. Een deel van de zuidgrens wordt gevormd door de A50/A59. Oss kent een groot oppervlak buitengebied, dat voor een groot deel agrarisch in gebruik is. Oss kent ca. 400 agrarische bedrijven, grotendeels veehouderij, met een relatief groot aandeel intensieve veehouderij en melkveehouderij. Naast de agrarische functie is recreatie een belangrijke functie in het buitengebied, met name langs de Maas aan de noordzijde en in de bosgebieden aan de zuidzijde. Landschappelijk kent Oss een indeling in vijf gebieden ieder met een eigen karakteristiek en gebruik.

Van noord naar zuid worden onderscheiden:  Uiterwaarden: voornamelijk water, natuur en recreatie;  Oeverwal: bewoning in kernen, gemengd gebruik: agrarisch, recreatief, overig;  Komgebied: grootschalig agrarisch;  Dekzandrand: de stad Oss, gemengd gebruik: bewoning in kernen, agrarisch, recreatief, overig;  Dekzandrug: voornamelijk bos, natuur en recreatie. Onderstaand is op hoofdlijnen ingegaan op de gevoelige gebieden in en rond het plangebied. Ook is kort ingegaan op de functionele structuur. In het plan-MER wordt per milieuthema de huidige situatie uitgebreider toegelicht.

Blad 12

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Gevoelige gebieden Natura 2000-gebied en beschermde Natuurmonumenten In het plangebied ligt geen Natura 2000-gebied. In de omgeving van het plangebied liggen een groot aantal Natura 2000-gebieden. Het meest nabije Natura 2000-gebied is de Rijntakken (deelgebied Uiterwaarden Waal) (kleinste afstand 700 m). Het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek ligt op 8 km. De andere gebieden liggen op meer dan 10 km  Oeffelter Meent en Sint Jansberg op 13 km;  Loonse & Drunense Duinen en Leemkuilen op 14 km;  Kampina & Oisterwijkse vennen: 20 km;  De Bruuk: 17 km;  Maasduinen: 26 km.

Rijntakken

Sint Jansberg

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

Oeffelter Meent

Figuur 3.1 Natura 2000-gebieden in omgeving van het plangebied Buitengebied Oss

Blad 13

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Natuurnetwerk Nederland (NNN) In het plangebied zijn diverse NNN (Natuurnetwerk Nederland, de nieuwe naam voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) gebieden gelegen figuur 3.2 en 3.2. Het betreft met name gebieden aan de noordzijde van het buitengebied (Maasuiterwaarden), bosgebieden in het zuiden van het buitengebied (Herperduin), en waterlopen centraal in het buitengebied (o.a. de Hertogswetering). Maasuiterwaarden

Hertogswetering

Herperduin Figuur 3.2 Ligging Ecologische Hoofdstructuur en Groenblauwe mantel in het buitengebied van Oss.

Figuur 3.3 Aanduiding Ecologische hoofdstructuur inclusief weidevogelgebieden (Structuurvisie Buitengebied Oss -2015).

Blad 14

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Figuur 3.4 geeft een overzicht van natuurbeheertypen (Natuurbeheerplan van Noord-Brabant, 2015).

Figuur 3.4 Aanwijzing natuurbeheertypen Buitengebied Oss (Natuurbeheerplan, 2015)

Blad 15

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Wav-gebieden Delen van de ecologische hoofdstructuur zijn zeer kwetsbaar voor de gevolgen van stikstofbelasting via de lucht. Dit zijn de zeer kwetsbare gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Wet ammoniak en veehouderij (de gebieden worden daarom vaak aangeduid met de term 'Wav-gebieden', figuur 3.5). Tot de Wav-gebieden horen delen van Natura 2000gebieden, maar ook andere delen van de Ecologische hoofdstructuur. In en 250 m rondom deze gebieden gelden beperkingen aan de ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderij. In het plangebied zijn de bosgebieden ten zuiden van Oss aangewezen als Wav-gebied.

Figuur 3.5 Zeer kwetsbare gebieden in EHS (bron: www.kaartbank.brabant.nl)

Water In het buitengebied van Oss is een aantal belangrijke waterlopen (Maas, Hertogswetering, Burgemeester Delenkanaal, De Vliet, Kleine Wetering) en grote oppervlaktewateren aanwezig (o.a. Ossermeer, Putwielen, Hamelspoel, Groot Ganzenven, Geffense Plas) (figuur 3.6). De Hertogswetering en een aantal watergangen in de Lithse polder is aangewezen als KRW (Kaderrichtlijn-water)-oppervlaktewaterlichaam aangeduid. Lokaal zijn delen van het plangebied aangewezen als reserveringsgebied waterberging (figuur 3.7). Met name langs de Hertogswetering. Twee gebieden zijn aangewezen als grondwaterbeschermingsgebied ten behoeve van drinkwaterwinning. Het gaat om een gebied ten zuiden van Maren-Kessel en het gebied tussen Macharen en Oss (figuur 3.7). De grondwaterwinning bij Macharen zal binnen enkele jaren worden beëindigd.

Blad 16

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Figuur 3.6 Belangrijke waterstructuren in gemeente Oss. (Bron: wateratlas Noord-Brabant)

Figuur 3.7 Water Verordening Ruimte 2014 (provincie Noord-Brabant, 2014)

Blad 17

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Landschap De gemeente Oss kent een duidelijke ruimtelijke opbouw in verschillende landschappelijke eenheden. In het plangebied worden vijf hoofdgebieden onderscheiden, die grofweg van noord naar zuid elkaar opvolgen (figuur 3.8):  uiterwaarden;  oeverwal;  komgebied;  dekzandrand;  dekzandrug Uiterwaard Oeverwal

Kom

Dekzandrand

Dekzandrug

Figuur 3.8 Landschapstypen gemeente Oss.

De karakteristieken van de vijf gebieden zijn onderstaand opgesomd. Uiterwaarden  Reliëfrijk (microreliëf) en overwegend open;  Afwisseling van landbouw en grootschalige natte natuurgebieden;  Weinig tot geen bebouwing;  Restgeulen, al dan niet watervoerend;  Resten van geulen en rillen van kronkelwaarden. Oeverwal  Oeverwal als hoger gelegen rug in het landschap;  Kleinschalig en halfopen landschap ;  Oude verkaveling nog herkenbaar, blokvormig;  Afwisseling van grasland, bouwland, boomgaarden, lintbebouwing en kleine kernen;  Dijk als continu element, soms voorzien van beplanting met wielen en dijkhuizen;  Kernen liggen als kralen aan het snoer van de dijk op de oeverwal.

Blad 18

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Komgebied  Laaggelegen, kleiige gebieden tussen oeverwal en dekzandrand in;  Grootschalig open tot zeer open landschap;  Rationeel (regelmatig en rechtlijnig) verkavelingspatroon, m.n. noord-zuid gericht;  Eendenkooien;  Resten van het systeem van de Beerse Overlaat met (dwars)dijken en kades;  Hertogswetering;  Donken (of rivierduinen), waarop kernen ontstaan zijn (grotendeels buiten het plangebied). Dekzandrand  Overgangszone van het lagergelegen kleigebied naar de hogergelegen dekzandrug;  Hoge verstedelijkingsdruk, grote delen worden ingenomen door de kernen;  Oude (onregelmatige) verkavelingspatronen, kleinschalig landschap direct rond de kernen;  Half open, half besloten landschap met houtwalstructuren en oude boerderijen;  Agrarische zone verder van de kernen: grootschalige land- en tuinbouwpercelen;  Grote mate van kwel met bijbehorende structuur van lange, smalle percelen. Dekzandrug  Voedselarme zandgronden uiteenlopend van vochtig tot droog;  Voormalige woeste grond;  Boscomplex en stuifduinen (Herperduin en Geffense Bosjes);  Agrarisch gebruik in kamp- en heideontginningen (kleinschalige ontginningen in het bos);  Vennen waar een ondoordringbare laag in de ondergrond aanwezig is (bijv. Groot Ganzenven en Rijsvennen).

Aardkundige waarden In het plangebied heeft de provincie Noord-Brabant drie aardkundig waardevolle gebieden aangewezen (zie figuur 3.9), de Diedensche Uiterdijk, de Keentsche Uiterwaard en de Grote Koolwijk.

Figuur 3.9 Uitsnede kaart Aardkundige Waarden Noord-Brabant

Blad 19

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Cultuurhistorie en archeologie Het plangebied kent diverse cultuurhistorische en archeologische waarden. In Figuur 3.10 en 3.11 geven respectievelijk de cultuurhistorische waardenkaarten van de gemeente en provincie. De provincie Noord-Brabant heeft twee cultuurhistorische waardevolle vlakken aangeduid in het buitengebied: archeologisch waardevol landschap Maaskant (geel gekleurd) en cultuurhistorisch waardevol gebied Beerse Overlaat (gearceerd).

Figuur 3.10 Cultuurhistorische kaart gemeente Oss.

Figuur 3.11 Uitsnede Cultuurhistorische belangen Provincie Noord-Brabant (www.brabant.nl)

Blad 20

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

De Maaskant is archeologisch bijzonder waardevol. In dit gebied zijn veel archeologische vondsten aangetroffen, met name uit de periode van de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen (figuur 3.12).

Figuur 3.12 Archeologische waarden in gemeente Oss

Functionele structuur Landbouw De landbouw vormt de grootste grondgebruiker van het buitengebied. Oss is dan ook met recht nog een agrarische gemeente te noemen. De gemeente Oss telt momenteel ca. 390 veehouderijen (figuur 3.13 en tabel 3.1) Er zijn slechts enkele fruit- en groenteteeltbedrijven, net als paardenfokkerijen. Onderstaande tabel geeft een globaal overzicht van de agrarische sector in Oss: Tabel 3.1 Overzicht agrarische sector Oss (mededeling gemeente Oss, 2015) Tak Aantal bedrijven Melkveehouderij 119 Vleesveehouderijen 53 Varkenshouderijen 46 Geitenhouderijen 18 Schapenhouderijen 35 Pluimveehouderijen 13 Paardenhouderijen 5 Overige fokkerijen 14 Akkerbouw/tuinbouw 44 Gemengd: Akkerbouw/tuinbouw/veeteelt 36 Overige (binnenvisserij, bosbouw, agrarische 43 dienstverlening) Totaal 388

Blad 21

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

In de drie vigerende bestemmingsplannen zijn meer agrarische bestemmingsplanvlakken opgenomen dan de hierboven genoemde bedrijven. Een deel van de agrarische bestemmingsplanvlakken wordt momenteel niet actief gebruikt. In het kader van het Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017 wordt afgewogen hoe hiermee om te gaan. Het plangebied is in de provinciale Verordening ruimte grotendeels aangeduid als gemengd landelijk gebied (figuur 3.14). Het centrale en oostelijke deel van het plangebied, alsmede de Maasuiterwaarden en de oeverwal en zones rond de stad hebben de aanduiding beperkingen veehouderij. Binnen dit gebied mogen alleen grondgebonden veehouderijen uitbreiden. In het plangebied is geen doorgroei- en/of vestigingsgebied glastuinbouw aangewezen.

Figuur 3.13 Verspreiding agrarische bedrijven groen: niet grond-gebonden (intensieve) veehouderij blauw: overige agrarische bedrijven, (bron: Structuurvisie Buitengebied Oss 2015)

Figuur 3.14 Landbouw Verordening Ruimte 2014 (provincie Noord-Brabant, 2014)

Blad 22

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Recreatie De Maasrand herbergt de belangrijkste toeristisch-recreatieve kwaliteit van de gemeente Oss. De Lithse Ham (figuur 3.15) is een concentratiepunt van intensieve dag- en verblijfsrecreatie in en aan het water en fungeert als toeristisch-recreatieve poort naar het gebied. Daarnaast bevinden zich in de Maasrand drie ‘Juwelen aan de Maas’: dorpen met veel cultuurhistorische waarden: Lith, Ravenstein en Megen. In het komgebied tussen de stad Oss en de Maasrand wordt minder intensief gerecreëerd. Wel wordt er gefietst en gewandeld. Ten zuiden van Oss ligt Herperduin. Dit maakt deel uit van het natuurgebied de Maashorst. Hier is ruimte voor natuurgerichte recreatie: wandelen, fietsen en paardrijden. Bungalowpark / camping Herperduin en Bungalowpark de Bosrand en Paviljoen de Kriekeput zijn de voornaamste voorzieningen. Ten zuiden van Oss verbindt de Landerij VanTosse de Geffense Bosjes met Herperduin. Daarnaast zijn er verspreid in het plangebied nog diverse recreatieve voorzieningen, zoals minicampings, ‘beleefboerderijen’, bed-and-breakfasts en groepsaccommodaties. Wonen en werken Het buitengebied wordt van oudsher ook gebruikt voor bewoning. Enerzijds in de vorm van agrarische bedrijfswoningen, anderzijds in de vorm van burgerwoningen. Burgerwoningen zijn geconcentreerd in de kernen en in bebouwingsconcentraties.

In het buitengebied van Oss is ook een aantal burgerwoningen langs de dijk gesitueerd. Deze dijkhuizen, die zich zowel binnen- als buitendijks bevinden, hebben over het algemeen een niet-agrarische oorsprong. Door de afname van het aantal agrarische bedrijven worden (voormalige) agrarische bedrijfswoningen in toenemende mate bewoond door mensen die geen directe economische binding hebben met het landelijk gebied. In het plangebied komen ongeveer 130 niet-agrarische bedrijven voor. Het betreft allerlei bedrijfsvormen. Niet-agrarische bedrijven zijn bedrijven die op grond van hun aard en/of productie niet tot de agrarische of recreatieve bedrijven behoren. De verspreiding van de bedrijven over het buitengebied is niet gelijkmatig verdeeld. Er zijn veel niet-agrarische bedrijven aanwezig in de bebouwingsconcentraties en kernrandzones, met name rond Geffen, Berghem en Herpen (figuur 3.16).

Figuur 3.15 Locatie recreatieve concentraties in het buitengebied van Oss (bron: Structuurvisie Buitengebied Oss 2015, gemeente Oss. 2015)

Blad 23

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Figuur 3.15 Niet-agrarische bedrijven in het buitengebied van Oss (bron: Structuurvisie Buitengebied Oss 2015, gemeente Oss. 2015)

3.3

Autonome ontwikkelingen In en rond het plangebied speelt een aantal autonome ontwikkelingen, ontwikkelingen die ook zonder het Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 effect (kunnen) hebben op het plangebied. Voor het plan-MER is van belang welke ontwikkelingen zich zonder het vaststellen van het bestemmingsplan voordoen in het gebied. Daarbij zijn er ontwikkelingen te verwachten die zeker zijn en ontwikkelingen die nog onzeker zijn. Met de zekere ontwikkelingen wordt in het plan-MER rekening gehouden, met de onzekere ontwikkelingen kan geen rekening gehouden worden.

Blad 24

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Blad 25

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

De voorgenomen activiteit 4.1

Ontwikkelingsmogelijkheden in Bestemmingsplan Buitengebied Oss-2017 Algemene uitgangspunten Zoals in de inleiding (hoofdstuk 1) al is gesteld wil de gemeente in het bestemmingsplan inspelen op de sociaal-economische ontwikkelingen in het buitengebied. De gemeente wil ruimte bieden voor een duurzame ontwikkeling van de agrarische sector, ook in bedrijfseconomische zin, voor de ambities op het gebied van recreatie en toerisme en voor natuurbehoud en –ontwikkeling. Rekening houdend met de aanstaande Omgevingswet wil de gemeente:  niet meer regelen dan nodig is vanuit het algemeen belang bij de kwaliteit van de leefomgeving;  Flexibiliteit bieden daar waar dat mogelijk is;  Geen aanduidingen op de verbeelding opnemen die geen juridische status maar enkel informatieve waarde hebben;  Sectorale belangen alleen opnemen als er ook een duidelijk ruimtelijk belang is;  De bestaande maatvoering van bouw- en bestemmingsvlakken van de geldende bestemmingsvlakken overnemen ;  Nieuwe gewenste ontwikkelingen meenemen als deze voorzien zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing. Verordening Ruimte Transitie zorgvuldige veehouderij Belangrijk aspect van het nieuwe bestemmingsplan buitengebied is vertaling van de regels van de provinciale Verordening ruimte 2014 (zie kader in hoofdstuk 1).

Met name de nieuwe beleidslijn voor veehouderij “Transitie naar zorgvuldige veehouderij” met het motto “Ontwikkelruimte moet je verdienen en is niet onbegrensd" heeft consequenties voor de bestemmingsplanregeling. Onderstaand de gemeentelijke vertaling van de Verordening ruimte (Nota van Uitgangspunten):  De definities en indeling van agrarische bedrijven zijn gewijzigd: het onderscheid tussen intensieve veehouderij en niet intensieve / grondgebonden veehouderij is komen te vervallen;  De bouwstop voor de geitenhouderij is opgeheven;  Er wordt onderscheid gemaakt in écht grondgebonden bedrijven (aan te tonen met mestkringloop en grond voor veevoeder) en niet-grondgebonden bedrijven;  Onder de definitie veehouderij vallen alle bedrijven met vee (behalve paardenhouderijen);  Er geldt een ‘slot op de muur’ in ‘gebied beperkingen veehouderij’ voor alle nietgrondgebonden bedrijven;  Er is een bouwverbod voor alle veehouderijbedrijven met de mogelijkheid om hiervan af te wijken als er een ontwikkeling is richting duurzame veehouderij (de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij, de zogenaamde BZV);  De maximale maatvoering van een bouwvlak is 1,5 ha;  Onder zeer strikte voorwaarden is uitbreiding boven 1,5 ha mogelijk;  Sleufsilo’s en andere voorzieningen (in de vorm van bouwwerken geen gebouw zijnde) mogen buiten het bouwvlak (tot maximaal 0,5 ha).

Blad 26

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Zorgvuldig ruimtegebruik en kwaliteitsverbetering landschap Conform de Verordening Ruimte moeten ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied zorgvuldig worden afgewogen en gepaard gaan met een investering in de kwaliteit van het landschap. Deze eisen worden in het bestemmingsplan overgenomen en verder uitgewerkt. Ook beeldkwaliteit maakt hier onderdeel van uit.

Figuur 4.1 Ontwikkelingsvisie buitengebied van Oss (bron: Concept Ontwerp Structuurvisie Buitengebied Oss, gemeente Oss, 2015)

Blad 27

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Structuurvisie In de Structuurvisie Buitengebied Oss -2015 is gebiedsgericht beleid geformuleerd over waar in het buitengebied welke ontwikkelingen beoogd worden (figuur 4.1 en bijlage 1 ). Dit beleid is verder uitgewerkt in de Nota van Uitgangspunten Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017 (oktober 2016) en wordt verder uitgewerkt in het bestemmingsplan. Ontwikkelingsmogelijkheden veehouderijen Het bestemmingsplan buitengebied laat geen nieuwvestiging van veehouderijen in het buitengebied toe. Het bestemmingsplan gaat daarmee alleen over ontwikkelingsmogelijkheden voor bestaande veehouderijen. Bestaande veehouderijen mogen uitbreiden tot maximaal 1,5 ha bouwvlak (inclusief bestaand), mits wordt voldaan aan de eisen van de Verordening ruimte 2014: • Er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij (Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)). • De ontwikkeling is gelet op de zorg voor een goede leefomgeving en gelet op de volksgezondheid, inpasbaar in de omgeving. • Er moet voldaan worden aan extra eisen ten aanzien van geur en fijn stof (gekwantificeerd in de regels van de verordening). • Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.

Op gemengde bedrijven, bijvoorbeeld een veehouderij in combinatie met vollegrondsteelt, mag wel worden gebouwd ten behoeve van de niet-veehouderijtak, zonder de voorwaarden uit de Verordening Ruimte 2014 te voldoen. Deze bebouwing mag echter niet in gebruik worden genomen ten behoeve van de veehouderij, voordat voldaan wordt aan de voorwaarden. Het wijzigen van agrarische bouwvlakken voor veehouderij (vormverandering) om omschakelen naar een andere diersoort is alleen toegestaan indien aan de voorwaarden uit de Verordening Ruimte 2014 wordt voldaan. Binnen de grondgebonden agrarische bedrijven blijft de mogelijkheid bestaan voor omschakeling van akkerbouw naar veeteelt (mits voldaan wordt aan de voorwaarden van de Verordening Ruimte 2014). Naast vanuit de Verordening Ruimte 2014, gelden in delen van het buitengebied beperkingen en voorwaarden aan uitbreiding van veehouderijen. Het betreft gebiedsbeschermingsregelingen die overgenomen worden uit het vigerende bestemmingplan en/of volgen uit gebiedsbescherming in de Verordening Ruimte. Een deel van het buitengebied van Oss is in de Verordening Ruimte 2014 aangeduid als “Beperkingen Veehouderij”. Het betreft natuurgebieden en gebieden om de kernen. Binnen deze aanduiding gelden extra beperkingen en voorwaarden aan uitbreiding. Alleen niet-intensieve (grondgebonden) veehouderijen mogen uitbreiden, intensieve veehouderijen niet.

Om tegemoet te komen aan de eisen van de Natuurbeschermingswet ten aanzien van bescherming van Natura2000-gebieden, wordt in het bestemmingsplan een voorwaarde opgenomen dat veehouderijen alleen mogen uitbreiden als dit niet leidt tot toename van stikstofemissie vanuit het bedrijf.

Blad 28

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Ontwikkelingsmogelijkheden glastuinbouw De ontwikkelingsmogelijkheden voor glastuinbouw volgen de Verordening ruimte: Het provinciaal beleid ten aanzien van glastuinbouw is erop gericht glastuinbouw zoveel mogelijk te concentreren in (nieuw)vestigingsgebied glastuinbouw en (bestaande)doorgroeigebieden glastuinbouw. Glastuinbouwbedrijven buiten vestigingsgebied en doorgroeigebied worden beperkt in groeimogelijkheden. Dit om de hinder van glastuinbouw zoveel mogelijk te concentreren en glastuinbouw maximaal te laten profiteren van schaal- en synergievoordelen. In het buitengebied van Oss is geen vestigings-/doorgroeigebied glastuinbouw gelegen. Solitaire glastuinbouwbedrijven buiten het vestigings- en doorgroeigebied mogen uitbreiden tot maximaal 3 ha glas (inclusief bestaand). Ontwikkelingsmogelijkheden teeltondersteunende voorzieningen Ten aanzien van teeltondersteunende voorzieningen (TOV) wordt onderscheid gemaakt in permanente TOV, teeltondersteunende kassen (TOK) en tijdelijke TOV. Permanente TOV mogen alleen op het bouwvlak worden opgericht (in principe onbeperkt). Het bouwen van een teeltondersteunende kas is aan een binnenplanse afwijkingsregeling gebonden, vanwege de uitstraling en het feit dat echte nieuwe glastuinbouwbedrijven niet zijn toegestaan. Tijdelijke TOV (maximaal 8 maanden) mogen onder voorwaarden ook buiten het bouwvlak liggen.

Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen TOV die wel of niet als bouwwerk worden beschouwd. TOV die als bouwwerk worden beschouwd (bv tijdelijke tunnels) zijn toelaatbaar tot een hoogte van maximaal 0,5 meter in het komgebied en tot een hoogte van maximaal 4,5 meter in het overige gebied. Voor de aanleg van TOV, geen bouwwerk zijnde (bv folies) is in de uiterwaarden, de oeverwal en de zandgronden vanwege de mogelijke gevolgen voor het landschap een aanlegvergunning nodig. In het komgebied kan men lage tijdelijke voorzieningen zonder aanlegvergunning realiseren. Op individueel niveau vindt een afweging plaats of de aanwezige waarden niet in het gedrang komen bij een tijdelijke voorziening Er wordt geen maximum aantal hectares opgenomen voor tijdelijke TOV. Ontwikkelingsmogelijkheden recreatie In het bestemmingsplan worden diverse vormen van dag- en verblijfsrecreatie mogelijk gemaakt, al dan niet met een wijzigings- of afwijkingsregeling. Bestaande dag- en verblijfsrecreatieve kunnen, onder voorwaarden en mits goed gemotiveerd, maximaal 15% uitbreiden. Binnen bepaalde gebieden (oeverwal, zandgronden en Oijense Polder) is omschakeling vanuit een agrarische functie naar dagrecreatie en verblijfsrecreatie mogelijk via wijzigingsbevoegdheden en afwijkingen.

Bij burgerwoningen biedt het bestemmingsplan, met uitzondering van woningen in primair agrarisch gebied, de mogelijkheid om met een binnenplanse afwijking kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten te ontplooien zoals een Bed & Breakfast. Bij agrarische bedrijven is, behalve in bepaalde gebieden (primair agrarisch gebied, Lithse Polder) recreatief mede-/nevengebruik mogelijk: verblijfsrecreatie, kamperen bij de boer / minicamping. Nieuwe solitaire recreatiewoningen en uitbreiding van bestaande solitaire recreatiewoningen zijn niet toegestaan Het bestemmingsplan biedt geen rechtstreekse ruimte aan nieuwe grootschalige recreatieve voorzieningen. Aan ontwikkelingen die passen in de structuurvisie kan de gemeente medewerking verlenen met een zelfstandige planologische procedure.

Blad 29

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Gebiedsbescherming In het bestemmingsplan worden diverse beperkingen en voorwaarden opgenomen ter bescherming van bijvoorbeeld landschappelijke, cultuurhistorische, archeologische, ecologische en hydrologische waarden. Dit conform de eisen uit de Verordening ruimte 2014 en conform de vigerende bestemmingsplanregelingen. Binnen bepaalde bestemmingen (bijvoorbeeld Natuur) zijn ontwikkelingen niet zondermeer mogelijk, binnen andere bestemmingen en aanduidingen gelden voorwaarden ter voorkoming van ongewenste negatieve effecten. Uitgangspunt voor effectbepaling: maximale ontwikkeling Er wordt in de effectenbepaling in het MER uitgegaan van de planologisch maximale ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Dit is inclusief nog niet benutte planologische ruimte, afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden en mogelijkheden voor omschakeling en nevengebruik.

4.2

Alternatieven Conform de Wet milieubeheer dient in het plan- MER een motivatie te worden gegeven hoe met alternatieven is omgegaan. In het plan MER worden twee situaties beschreven en onderzocht:  Feitelijke situatie = huidige situatie=> de referentiesituatie zoals beschreven in H3;  Maximale plansituatie = de (theoretisch) maximale ontwikkelingen die het Besstemmingsplan Buitengebied Oss -2017 mogelijk worden gemaakt => beschreven in dit hoofdstuk 4. Wet-, regelgeving, uitspraken van de Commissie m.e.r. en Raad van State vereisen de beschouwing van de effecten van de maximale plansituatie ten opzichte van de feitelijke situatie. Ook al is dit naar verwachting geen realistisch scenario: de gemeente verwacht niet dat de maximale uitbreidingsmogelijkheden benut zullen worden. Er worden geen alternatieven en/of scenario’s onderzocht. In de optiek van de gemeente zet het Bestemmingsplan Buitengebied Oss 2017 het beleid voort zoals ingezet in de vigerende structuurvisie en bestemmingsplannen buitengebied en vraagt dit niet om een (nieuwe) afweging van beleidsmatige scenarios. Er worden in dit plan- MER ook geen locatie- en/of inrichtingsalternatieven onderzocht. Voor de uitbreiding van agrarische / recreatieve bedrijven bedrijven bestaat over het algemeen geen locatiealternatief: het betreft "reguliere" uitbreidings-mogelijkheden van bestaande bedrijven.

Blad 30

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Blad 31

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Welke effecten worden in het MER beschouwd? Beoordelingskader Het plan-MER beschrijft en beoordeelt de milieueffecten van de planologisch maximaal mogelijke ontwikkelingen binnen het Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2017. Dit ten opzichte van de referentiesituatie in 2027. Voor effecten op Natura 2000 wordt, conform regelgeving, getoetst aan de huidige situatie. In de beoordeling in het plan-MER zal worden gefocust op die locaties en aspecten, waarvan verwacht wordt dat de voorgenomen ontwikkeling effecten heeft op de omgeving en die van belang zijn voor de besluitvorming in het kader van het bestemmingsplan. Het detailniveau en de onderzoeksmethodiek wordt afgestemd op de verwachte aard en omvang van de effecten van de ontwikkeling. Daarnaast wordt nagegaan of er sprake is van mogelijke cumulatieve effecten. Ook wordt nagegaan in hoeverre mitigerende maatregelen mogelijk zijn om negatieve effecten te verminderen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de aspecten die onderzocht gaan worden in het MER.

Hoofdaspect

Natura 2000-gebieden Overige zeer kwetsbare gebieden (Wav-gebieden) Overige EHS Overige natuurwaarden Landschappelijke structuur Ruimtelijk-visuele kwaliteit Cultuurhistorische waarden Archeologische waarden Geur Luchtkwaliteit Lichthinder Gezondheid

Verkeer Externe veiligheid Geluid Water

Criterium

Natuur Effecten op instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebieden (in de praktijk: effecten stikstofdepositie) Effecten stikstopdepositie op Wav-gebieden Effecten op EHS (ruimtebeslag, verdroging/vernatting, verstoring) Effecten op beschermde plant en diersoorten Landschap en cultuurhistorie Effecten op landschappelijke structuren en elementen Effecten op ruimtelijk-visuele kwaliteit van het landschap (openheid, zichtlijnen) Effecten op beschermde en overige cultuurhistorische waarden Effecten op beschermde en verwachte archeologische waarden Leefbaarheid Verandering in geurbelasting op geurgevoelige objecten Verandering in concentratie fijn stof en stikstofoxiden Verandering in lichthinder Risico op verspreiding van (dier-)ziekten Risico op gezondheidseffecten van stofhinder Overige effecten Effecten op verkeersintensiteiten, -afwikkeling en veiligheid Externe veiligheidsrisico's Verandering in geluidhinder Effecten oppervlaktewater, grondwater, waterbeschermingsgebieden en waterkwaliteit (inclusief KRW)

Blad 32

Kwalitatief

Tabel 5.1 Beoordelingskader

Kwantitatief

5.1

X

x

X

x x x x x x x

x x

x x x x

x x x x

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

De meeste thema's worden kwalitatief beschouwd en beoordeeld. Voor de aspecten Natura2000 (stikstof), Wav (stikstof), geur (veehouderijen) en luchtkwaliteit (pluimvee) wordt nog nader afgewogen of dit kwalitatief of kwantitatief beschouwd gaat worden. Onderstaand wordt per thema beschreven op welke wijze in het MER welke milieueffecten worden beschouwd.

5.2

Methodiek van de effectbepaling en detailniveau Natuur In het plan-MER wordt middels een passende beoordeling (welke wordt toegevoegd als bijlage) stilgestaan bij de effecten op de Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. In de passende beoordeling wordt nagegaan of significante negatieve effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden optreden. Gezien de aard van de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan en de afstand tot de Natura2000-gebieden wordt alleen de toename van stikstof relevant geacht. Daarnaast wordt in het plan-MER aandacht besteed aan Wav-gebieden, NNN en soortenbescherming. Bepaald wordt of wezenlijke kenmerken van de NN worden aangetast. Hierbij worden ook de zeer kwetsbare gebieden betrokken die zijn aangewezen op grond van de Wet ammoniak en veehouderij. Ten aanzien van de soortenbescherming wordt in het plan-MER toegelicht of er sprake is van verstoring van beschermde soorten en of verbodsbepalingen worden overtreden. Tevens worden mitigerende maatregelen die eventuele aantasting kunnen beperken of voorkomen, beschreven.

Landschap, cultuurhistorie en archeologie In het plan-MER wordt aandacht besteed aan de effecten op cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Hierbij wordt bij landschap onderscheid gemaakt in effecten op de landschappelijke structuur, landschappelijke waarden en ruimtelijke visuele kwaliteit. Ook zal in het plan-MER worden ingegaan op effecten op de samenhang van landschappelijke waarden. Bij cultuurhistorie wordt onderscheid gemaakt in effecten op beschermde en niet beschermde cultuurhistorische waarden, alsmede archeologische waarden (zowel beschermde monumenten als verwachtingswaarden). De effecten worden allen kwalitatief beschreven.

Blad 33

Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 Notitie reikwijdte en detailniveau projectnummer 409606 11 april 2016

Leefbaarheid Luchtkwaliteit In het plan-MER wordt ingegaan op een eventuele toename van luchtverontreinigende stoffen als gevolg van een toename van verkeersbewegingen en bedrijfsbronnen. Geur Ook wordt in het plan-MER ingegaan op geurhinder. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het gemeentelijke geurbeleid (geurvisie en geurverordening). Er wordt een analyse gegeven van het aanwezig zijn van geurveroorzakende bronnen (agrarische bedrijven) en hun ontwikkelingsmogelijkheden in relatie tot het aanwezig zijn van geurgevoelige bestemmingen in de omgeving. Lichthinder In het plan-MER wordt kwalitatief inzichtelijk gemaakt in hoeverre het plan kan leiden tot een toename van lichthinder door uitstraling door open stallen en/of glastuinbouw. Gezondheid Het plan-MER gaat in op de gezondheidseffecten van met name agrarische ontwikkelingen (kans op verspreiding van dierziektes, risico op gezondheidseffecten van hinderaspecten als geluid, fijn stof en geur). Dit gebeurt kwalitatief op basis van algemeen beschikbare kennis over gezondheid en het buitengebied. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de meest actuele informatie: het GGD rapport “Te hanteren gezondheidkundige criteria voor aanwijzing overbelaste gebieden veehouderij in gemeente d.d. september 2015) en het HAS-rapport “Een gezonde veehouderij in een gezonde leefomgeving” d.d. februari 2016.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=1221f330-742b-483c-b41f-1f499992898e