Bijlage 2A Toelichting - bijlage 21 Heistraat 10 Berghem
Tekst van het document
Richtlijn inbreng kosten kwaliteitsverbetering landschap Inrichting- en beheerkosten voor aanleg of herstel van natuur- en landschapselementen baseren/ relateren aan gegevens (prijzen, minimale oppervlakten, soorten) die beschikbaar zijn vanuit STIKA dan wel andere gestandaardiseerde normbedragen voor maatregelen. Ruimtelijk kwaliteitsbeleid Bij de gemeenten in de regio Noordoost is voldoende beleidskader voor de beoordeling en sturing van ruimtelijke ontwikkelingen en de daarmee verbonden kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit betekent dat gemeenten in de regio beschikken over: - een structuurvisie of voornemens zijn deze op te stellen/ te actualiseren; - een actueel beleidskader en/ of parate gebiedskennis om de inrichtingsvoorstellen voor kwaliteitsverbetering te beoordelen en aan te sturen. - een ambitiekaart met regionale landschapsopgaven voor investering in (sub)regionale landschapsversterkende projecten. Afspraak ruimtelijk kwaliteitsbeleid 1. Gemeenten dragen zelf zorg voor het benodigde ruimtelijk kwaliteitskader. 2. Gemeenten hebben regierol voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Verantwoording en monitoring
Terug naar Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing Heistraat 10, Berghem Pagina 69 / 85
In de Verordening Ruimte is opgenomen dat van de kwaliteitsverbetering die is verzekerd via een financiële bijdrage in een landschapsfonds regelmatig verslag moet worden gedaan in het regionaal ruimtelijk overleg. Voor de kwaliteitsverbetering via een bestemmingsplan zijn geen nadere vereiste voor de verantwoording opgenomen. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en handhaving van de kwaliteitsverbetering. Afspraken verantwoording en monitoring 1. Regelmatig wordt in het kader van de Monitor Verordening ruimte verslag gedaan van de financiële bijdrage aan en besteding van het landschapsfonds voor kwaliteitsverbetering van het landschap. 2. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en de handhaving van de kwaliteitsverbetering. 3. Initiatieven om kennis en kunde over kwaliteitsverbetering te delen, worden in principe door regio /provincie ondersteund. Onderhavig initiatief Voorgenomen initiatief valt binnen categorie 2, waarbij landschappelijke inpassing vereist is. Het betreft namelijk “paardenbakken aansluitend aan het bouwvlak”. Zoals weergegeven in het landschappelijk inpassingsplan dat als bijlage A is toegevoegd, zal initiatiefneemster de betreffende faciliteiten landschappelijk inpassen op een door de gemeente geaccordeerde wijze. Het betreft aanplanting met inheemse soorten als meidoorn en hazelaar.
Op zie manier wordt het zicht op de rijbaan vanaf het fietspad aan de westzijde van het perceel wordt beperkt. Vanaf de noordzijde van het perceel wordt juist landschappelijke inpassing bewerkstelligd door het verwijderen van ‘vreemde’ beplanting en het creëren van een meer open landschapskarakter, dat refereert aan de cultuurhistorische waarden van het gebied. Verder zal de tientallen jaren geleden aangelegde inrit aan de oostzijde van het perceel worden verlegd en versmald teneinde de hoeveelheid erfverharding te reduceren. 4.3 Defensie Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: - Radarverstoringsgebieden; - Obstakelbeheergebieden; - Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; - Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte.
Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling.
Terug naar Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing Heistraat 10, Berghem Pagina 70 / 85
Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen. Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden.
4.4 Milieueffectrapportage (m.e.r.) Op grond van het besluit milieueffectrapportage, mede in relatie tot bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, moet voor bepaalde projecten een m.e.r. worden gemaakt of een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Met een m.e.r. worden vooraf de milieugevolgen van een besluit in beeld gebracht. Voor dit bestemmingsplan hoeft op grond van de Wet milieubeheer geen milieueffectrapport te worden gemaakt. Op grond van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling is niet gebleken dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn die leiden tot een m.e.r.-beoordelingsplicht. Hierbij wijzen wij op wat wij elders in deze toelichting over de afzonderlijke milieuaspecten hebben opgemerkt. Er bestaat dan ook geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling.
Hoofdstuk 5. Haalbaarheid
Terug naar Inhoudsopgave
Hoofdstuk 5.
Haalbaarheid
Ruimtelijke onderbouwing Heistraat 10, Berghem Pagina 72 / 85
5.1 Economische uitvoerbaarheid Voor onderhavig initiatief zal met de initiatiefnemer een exploitatie/anterieure overeenkomst worden gesloten. Hierin worden afspraken gemaakt over plankosten en planschade. Middels deze overeenkomst is de economische uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan verzekerd.
5.2
Inspraak
5.3
Vooroverleg
Terug naar Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing Heistraat 10, Berghem Pagina 73 / 85
Bijlage A
Landscha%elijk inpassing'lan
Terug naar Inhoudsopgave
Inpassingsplan Heistraat 10, Berghem mei 2017
Inpassingsplan Heistraat 10, Berghem | mei 2017
opsteller
datum
opdrachtgever
project
John Jansen (John Jansen Landschapsarchitectuur)
mei 2017
Mw. Voets
Inpassingsplan Heistraat 10, Berghem
|2
INLEIDING Sanne Voets is regerend wereld- en Paralympisch dressuurkampioen. Haar huisadres aan de Heistraat 10 in Berghem is in 2006 aangekocht met de bedoeling hier haar trainingslocatie te realiseren, zodat zij kon bouwen aan het waarmaken van haar sportieve ambities. Het is de plek waar ze dagelijks traint met haar twee paarden. Er is dan ook sprake van een kleinschalige, hobbymatige paardenhouderij, die niet gericht is op het genereren van omzet en waar het rijden gericht is op de amazone. Op deze plek heeft zij op dit moment de beschikking over alle noodzakelijke voorzieningen. Bij de inrichting van het perceel is rekening gehouden met Sanne’s fysieke beperking, die het voor haar noodzakelijk maakt dat de voorzieningen geconcentreerd zijn op het perceel. Daarnaast is gekozen voor positionering en materiaalgebruik dat passend is bij het landschap. Langs de locatie loopt een fietspad dat de verbinding vormt tussen de Heistraat en het direct ten zuiden van de locatie gelegen bosgebied, Herperduin. Het fietspad wordt met name toeristisch gebruikt: mensen laten er de hond uit, wandelen er, lopen hard en fietsen. Sanne’s trainingen te paard doen veel voorbijgangers even stoppen om te kijken.
Aanleiding De genoemde gerealiseerde voorzieningen passen niet binnen het vigerend bestemmingsplan. Het huidige bouwblok wonen voldoet niet om de noodzakelijke voorzieningen in te passen. Het voorliggende landschappelijk inpassingsplan maakt deel uit van de procedure om het bestemmingsplan te herzien zodat Sanne op deze plek kan blijven wonen en trainen voor de Paralympische Spelen van 2020 in Tokyo en daarna. Tegelijkertijd moet het plan leiden tot goede inpassing van de voorzieningen, waarbij sprake is van een meerwaarde voor het landschap
Inpassingsplan Heistraat 10, Berghem | mei 2017
Luchtfoto van de locatie
|3
Rijbak met haag en verlichting
Bestaande opslagschuur
Bestaande beplanting aan de oostzijde op het perceel, gezien vanaf de Heistraat
FOTO’S LOCATIE
De woning aan de Heistraat
Stapmolen
|4
Schuurtje met de paardenwagen
Inpassingsplan Heistraat 10, Berghem | mei 2017
Voor het behoud van de bodem wordt een gecombineerde paddock en buitenrijbaan afgeraden. Voor buitenrijbaanverlichting is een minimale masthoogte van 8 meter vereist. Dit is noodzakelijk om een goede lichtspreiding in de rijbaan te waarborgen1.
De afmetingen van de officiële wedstrijdrijbaan op het niveau waarop Sanne haar sport beoefent zijn 20x60m 2. In Nederland wordt deze afmeting gebruikt bij KNHS dressuurwedstrijden vanaf de klasse Z1. Om zich hiervoor optimaal te kunnen voorbereiden is het noodzakelijk dat ook Sanne’s trainingsrijbaan dezelfde afmetingen heeft.
natie paard en ruiter in diverse disciplines kan plaatsvinden.
BENODIGDE VOORZIENINGEN EN HUIDIGE SITUATIE De benodigde voorzieningen zijn, voor het uitoefenen van de paardensport op hoog niveau, de volgende. Stalling In de eerste plaats is het noodzakelijk te zorgen voor een veilige en voldoende grote stal. Hier vinden de paarden hun rust en kunnen zij gemakkelijk liggen en draaien. Ze worden er gevoerd en kunnen onbeperkt vers water drinken. Per paard wordt uitgegaan van een minimale stalgrootte van 10m2 1. Voor de verzorging van de paarden is een wasplaats een aangeraden faciliteit, eventueel uitgevoerd met een solarium ter bevordering van de bloedsomloop voor en na de training in koudere periodes.
Een dressuurspiegel biedt directe visuele feedback tijdens de training. Door plaatsing van dressuurspiegels kan de ruiter of amazone tijdens de training zien hoe het paard op dat moment beweegt. Deze feedback maakt de trainingen effectiever en de ruiter of amazone bewuster van zijn of haar handelen en de invloed daarvan op het paard. De dressuurspiegel is derhalve een belangrijk instrument bij de training.
Paddocks Een paddock is een ruimte waar een of meerdere paarden ter ontspanning en naar eigen inzicht vrij kunnen bewegen. Paddocks worden met name in de nattere maanden van het jaar gebruikt, wanneer de weide te glad wordt en het gras niet of nauwelijks meer groeit. Door een zandbodem kunnen de paarden in een paddock toch veilig en droog vrij bewegen wanneer dat in de weide niet (meer) mogelijk is. De Sectorraad Paarden en de Vereniging Nederlandse Gemeenten adviseren een oppervlak van circa 360m2 per paard aan te houden.
Weide De weide biedt, net als de paddock, voldoende ruimte aan het paard om te voldoen in zijn natuurlijk behoefte aan vrije beweging. Het grootste verschil met een paddock zit in de bodem: in een weide is die uiteraard van gras, waar het paard van kan eten. Regelmatige weidegang is zeer belangrijk voor paarden en komt tegemoet aan de oorspronkelijke leefwijze van het paard3.
Afrastering Zowel een paddock als een weide moeten worden afgerasterd om te voorkomen dat het paard op eigen initiatief het terrein kan verlaten. De afrastering van weidepercelen dient, gelet op het vluchtgedrag van paarden, veilig, hoog, sterk en goed zichtbaar te zijn. Hoeken van de percelen kunnen beter worden afgerond, zodat een paard nooit door een ander kan worden klemgezet. Een afrastering van prikkeldraad, gladdraad of gaas is voor paarden ongeschikt, omdat deze materialen weinig opvallend zijn en vooral onveilig. Prikkeldraad is scherp en kan ernstige verwondingen veroorzaken tot de dood toe. Gaas is gevaarlijk
omdat een paardenhoef erin verstrikt kan raken, waardoor de kans op verwondingen groot is. Betere materialen zijn bijvoorbeeld rubberband, schriklint of hout3.
Beweging Beweging is essentieel voor de gezondheid van een paard. Beweging bevordert de circulatie in het bloedstelsel en het lymfestelsel, waardoor beide effectief werken. De circulatie van lichaamsvloeistoffen bevordert ook de spijsvertering en het afvoeren van afvalstoffen, onder andere via zweet. Het ademhalingsstelsel wordt beter ontwikkeld, waardoor ook de aanvoer van zuurstof naar spieren verbetert. De spieren worden gestimuleerd, waardoor ze soepel worden en in goede conditie blijven1. Om paarden op hoog niveau te kunnen uitbrengen in de sport, is het dan ook essentieel ze dagelijks voldoende beweging te geven. Dat gebeurt in de vorm van training, onder het zadel dan wel in de molen, en daarnaast vrije beweging. De ruimtes die hiervoor worden ingericht en gebruikt zijn de buitenrijbaan (ten behoeve van training), de stap-/trainingsmolen (ten behoeve van training) en de paddocks en weide (ten behoeve van vrije beweging).
Aanbeveling doorsnede stap-/trainingsmolen: circa 12-20m (afhankelijk van het aantal paarden)1.
3
Stap-/trainingsmolen Het gebruik van een stap- /trainingsmolen maakt onderdeel uit van de training van een paard. Het is een ruimte (eventueel overdekt) in de vorm van een cirkel, waar meerdere paarden tegelijk kunnen stappen door middel van aansturing via een computergestuurde bedieningskast. Met een trainingsmolen is het mogelijk een deel van de basistraining uit te voeren. Dit betekent niet alleen een besparing op menselijke arbeid maar ook bijvoorbeeld dat meer aandacht kan worden besteed aan individuele wedstrijdgerichte training. Een trainingsmolen kan eveneens nuttig zijn voor geblesseerde paarden.
Buitenrijbaan De buitenrijbaan is een niet-overdekte piste voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem waar naast training en africhting van het paard eveneens toetsing van prestaties van de combi-
2 Federation Equestre International, Olympic and Paralympic Games Equestrian Venue and Operational Requirements. First edition. 2015. 2.7 Dressage Arena
|5
Kennisbank Vereniging Eigen Paard, Huisvestingvormen voor Paarden.
1 Sectorraad Paarden en Vereniging Nederlandse Gemeenten, De Paardenhouderij in het omgevingsrecht, handreiking voor de praktijk. 2014.
Inpassingsplan Heistraat 10, Berghem | mei 2017
Hout is goed zichtbaar en daardoor een veel gebruikt materiaal als hoofdafrastering voor paardenweiden en paddocks. Gewolmaniseerd hout is ongeschikt aangezien paarden nog wel eens willen bijten in een houten afrastering. Om dit te voorkomen kan een schrikdraad op het hout aangebracht worden. Blijkt dit niet voldoende te werken, dan kan het schrikdraad gemonteerd worden op afstandshouders. Dit voorkomt ook het schuren tegen de afrastering. Het aantal houten liggers kan variëren van twee tot drie en van halfrond tot rond. Dat laatste heeft de voorkeur4. Voor de hoogte van de omheining van een weide wordt 1,5m aanbevolen5. Volgens het Handboek Veilig Paardrijden dient de omheining van de buitenrijbaan ten minste 1 meter hoog te zijn. Wanneer een buitenrijbaan uitsluitend als dressuurbaan wordt gebruikt, is een lage afscheiding van 30cm tot 40cm hoog voldoende, omdat deze slechts de grens van de baan aangeeft. In dit geval is een voldoende hoge afrastering om het terrein vereist om te voorkomen dat een paard op eigen initiatief het terrein kan verlaten5. Opslag Hooi en strooisel De opslag van ruwvoer en strooisel moet zodanig zijn dat de kwaliteit tijdens de opslag niet vermindert door regeninslag, lekkage en dergelijke. Elke goed overdekte en goed bereikbare ruimte kan voor de opslag van ruwvoer en stro worden gebruikt.
Vanwege brandgevaar is een goede afscheiding gewenst tussen de hooi- en/of stro-opslag en ruimten voor andere bestemmingen5. Materieel Ook voor opslag en/of stalling van machines, werktuigen en transportmiddelen ten behoeve van het paardenbedrijf is een gemakkelijk bereikbare en overdekte bergruimte nodig5. Mest Mestopslag dient zo gesitueerd te zijn dat deze goed bereikbaar is en op voldoende afstand van gevoelige bestemmingen ligt5. 4 Kennisbank Vereniging Eigen Paard, Huisvestingvormen voor Paarden. 5 Sectorraad Paarden en Vereniging Nederlandse Gemeenten, De Paardenhouderij in het omgevingsrecht, handreiking voor de praktijk. 2014.
Inpassingsplan Heistraat 10, Berghem | mei 2017
Huidige situatie Op dit moment zijn op het perceel de genoemde benodigde voorzieningen aanwezig. Met deze faciliteiten op haar thuisbasis heeft Sanne dag in, dag uit kunnen werken aan haar sportieve aspiraties. Het leidde in 2011 tot haar eerste nationale titel (er zouden er nog drie volgen), in 2013 tot goud op de Europese Kampioenschappen en in 2014 werd ze zelfs tot Wereldkampioene gekroond. In 2016 bereikte Sanne het hoogst mogelijke in de sport: ze wist de Paralympische titel binnen te slepen. Aanwezig zijn: • Een binnenstal met wasplaats. De reeds aanwezige paardenstallen op de locatie voldoen aan die vereiste: zij zijn 12m2. Het bijgebouw dat in 2007 gerealiseerd is, biedt behalve twee stallen ook ruimte aan een wasplaats, waar de paarden worden verzorgd en op- en afgezadeld voor en na de trainingen. Een solarium is aanwezig. • Een buitenrijbaan met de afmetingen van de Paralympische wedstrijdring. Deze wordt enkel als dressuurrijbaan gebruikt en is daarom slechts voorzien van een lage, natuurlijke afrastering in de vorm van een ligusterhaag. • Twee paddocks, waar de paarden in het najaar en de winter toch voldoende vrij kunnen bewegen wanneer de weide niet toegankelijk is. • Weide, om de paarden in de zomerdag de kans te geven in hun natuurlijke behoefte tot grazen en vrij bewegen te voldoen.
• Zowel paddocks als weide zijn omheind met een houten afrastering die nergens hoger is dan 1,50m. Vanwege de ongelijkheid van het terrein (en de waterpas aangelegde omheining) is de hoogte van de omheining niet overal op het perceel even hoog. Uitgegaan is van een hoogte van 1,25m boven straatniveau. De houten afrastering is voorzien van nauwelijks zichtbaar stroomdraad ten behoeve van de veiligheid van de paarden. Er is gebruik gemaakt van twee liggers, die bovendien rond zijn. De inrit aan de westzijde van het perceel is afgesloten met een poort om te voorkomen dat de paarden, indien zij onverhoopt uitbreken, op eigen initiatief het terrein kunnen verlaten en op de openbare weg
terechtkomen. Deze poort heeft een hoogte van 1,5m. • Opslag voor hooi en strooisel vindt plaats in een schuurtje aan de westzijde van het terrein. Het is zonder vergunning geplaatst en betreft een verplaatsbare bouwkeet. Aan deze schuur is een overkapping gerealiseerd waaronder de (rode) paardenwagen grotendeels uit het zicht geparkeerd staat. Het is zo gesitueerd dat de aanvoer van hooi en strooisel per vrachtwagen mogelijk is over een verharding. • Opslag voor materieel (tractor en weidesleep, kruiwagens et cetera) is momenteel gesitueerd in een schuurtje dat aan de westgrens van het bouwvlak wonen staat. Ook dit tweede schuurtje is zonder vergunning geplaatst. • Opslag voor mest is zodanig gesitueerd dat eventuele overlast voor zowel voorbijgangers over het fietspad als de buren op nummer 12 wordt geminimaliseerd. De afstand tot de buren is ten minste 25 m. De mestopslag is over een verharding bereikbaar voor de knijperwagen die de opslag met regelmaat komt leeghalen.
Op het perceel, dat grenst aan het natuurgebied, komen diverse diersoorten rijkelijk voor. Het gaat dan in de eerste plaats om vogels, die worden aangetrokken door onder meer de mestopslag waar zij onverteerde granen zoeken. Het levert een schouwspel op van vele mussen, diverse vinken en mezen, sijzen, putters, roodborstjes, kwikstaarten, spreeuwen en spechten. In de stal broeden ieder jaar meerdere koppels zwaluwen, terwijl we op het meest zuidelijke deel van het perceel uilen, buizerds en andere roofvogels zien. Behalve vogels blijkt het perceel ook aantrekkelijk voor andere dieren: zo worden de vos, das, haas en soms, met wat geluk, zelfs reeën op het terrein gezien.
|6
400
600
800
LANDSCHAP Het landschap waar de locatie deel van uitmaakt ligt op de rand van Herperduin. Ook in landschappelijke zin is dit een rand. Namelijk de rand van de hoger gelegen dekzandrug die in de laatste ijstijd in de vorm van landduinen is ontstaan en de terrassen, afgezet door de Maas.
0
100
200
0
100
400
200
600
Dit gebied was oorspronkelijk nat als gevolg van kwel, die uittrad aan de rand van de hoger gelegen dekzandrug. Om het gebied bruikbaar te maken voor de landbouw werden dicht op elkaar slootjes gegraven, min of meer loodrecht op de dekzandrug. Op deze manier kon het overtollige water snel worden afgevoerd richting de Maas. Op de kaart van rond 1900 is dit patroon van smalle opstrekkende kavels duidelijk zichtbaar. Tevens is op deze kaart zichtbaar dat op de perceelsranden
Topografische kaart huidige situatie
Meters 1.200
Inpassingsplan Heistraat 10, Berghem | mei 2017 1.000
sprake was van beplanting (stippeltjes op de kaart). De beplanting had mogelijk de vorm van struweelhagen of smalle houtwallen. Ten westen van de locatie ligt een gebiedje met een dergelijk patroon van smalle beplantingsranden.
800
Meters 1.200
1.000
Legenda
Meters 1.200
0
100
200
Geomorfologische kaart
Meters 400 600 800 1.000 1.200 Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TMK 50D (t/m 1:48.000), Bonnebladen (t/m 1:6.000)
Op dit moment is de Heistraat een laan aan de rand van Berghem, waaraan een lint van bebouwing staat. Het zicht op de bossen aan de zuidzijde is hier en daar mogelijk, maar wordt op veel plaatsen geblokkeerd door grote stallen, schuren of beplanting in tuinen. De bebouwing concentreert zich daarbij logischerwijze aan de weg, waarbij de woningen het dichtst aan de weg staan en schuren en stallen verder naar achteren. Veel van de kavelrandbeplanting is in de loop der tijd verdwenen.
600
1.000
Topografische kaart rond 1900
400
800
(Land)duinen +/- bijbehorende vlakten/laagten)
Legenda
Rug (dekzandrug of terrasrug)
Vlakte (dek)zand
Terrasvlakte
Antropogeen
|7
Rug (dekzand
(Land)duinen
Legenda
Vlakte (dek)za
Terrasvlakte
Antropogeen
BELEID Ten aanzien van het buitengebied kent de gemeente Oss twee belangrijke beleidsstukken, de Nota Landschapsbeleid1 en de Natuur- en Landschapsvisie Oss2. Beide beleidsstukken zoomen in op het gebied waar de planlocatie deel van uit maakt. In de Natuurvisie wordt het gebied aangeduid als ‘Het land van dassen en struweel’. Belangrijk in dit gebied is het versterken van de ecologische kwaliteit en de recreatieve waarde door het realiseren en stimuleren van de aanleg van kleine landschapselementen als houtsingels, hagen en solitairen. Ook de aanleg van erfbeplanting en boomgaarden versterkt het oorspronkelijk kleinschalige karakter van het landschap. In de Nota Landschapsbeleid wordt het gebied aangeduid als dekzandrand. Ook hier wordt aangegeven dat het gebied zich 1 Gemeente Oss, Nota Landschapsbeleid 2015, september 2015 2 Gemeente Oss, Natuur en landschapsvisie Oss Uitvoeringsprogramma “over bossen, beesten en boerenland”, januari 2005
Integrale Natuurvisie Oss
Inpassingsplan Heistraat 10, Berghem | mei 2017
van oorsprong kenmerkte door kleinschaligheid met een halfopen tot besloten karakter. Tevens wordt geconstateerd dat dit gebied onder druk staat van de verstedelijking en er verrommeling plaats vindt door stadsrandactiviteiten. Meer specifiek wordt over het gebied gezegd dat het zich kenmerkt door de smalle verkaveling loodrecht op Herperduin met lijnvormige houtwallen op de kavelgrenzen, die grotendeels verdwenen zijn als gevolg van ruilverkavelingen. Ontwikkelingsmogelijkheden voor dit gebied zijn toegespitst op het ontwikkelen en behouden van de genoemde kavelrandbeplanting door deze als voorwaarde op te nemen in bestemmingsplan-aanpassingen of door subsidiëren van bijvoorbeeld landschapspakketten. Naast het vigerende beleid heeft de gemeente in een aanvullende notitie randvoorwaarden meegegeven om tot een goede
landschappelijke inpassing te komen. De belangrijkste hiervan zijn: • zicht op de bossen van Herperduin tussen nummer 10 en 12 door, • beplanting tussen de rijbak en het fietspad, zodat het zicht op het zand aan het oog wordt onttrokken, • lichtmasten aan de westzijde van de rijbak, • de stap-/trainingsmolen handhaven op de bestaande locatie, • verplaatsen van de paddocks naar het noordoosten, • verkleinen van het oppervlak verharding tot een breedte van 3m en • verwijderen van de twee schuurtjes.
Landschapstypenkaart uit de Nota Landschapsbeleid
|8
INPASSINGSPLAN Uitgangspunten Ruimtelijk betekenen bovenstaande uitgangspunten dat bij het opstellen van het landschappelijk inpassingsplan er met name beplanting in de lengterichting van het perceel zou moeten komen te staan om op deze manier het opstrekkende karakter van de verkaveling te versterken. Een lange zichtlijn over het perceel van noord naar zuid versterkt dit eveneens. Daarnaast dient door middel van beplanting een aantal zaken aan het oog onttrokken te worden en moet op zoek gegaan worden naar een compacte positionering van de benodigde voorzieningen. Variantenstudie Bovenstaande uitgangspunten hebben geleid tot een tweetal varianten waarin telkens in meer of mindere mate aan deze uitgangspunten tegemoet is gekomen. Deze twee varianten verschillen met name in de ligging van de paddocks. In de ene variant, Breedte, is de nadruk gelegd op de breedte van het perceel door het verplaatsen van de paddocks in noordoostelijke richting. In de andere variant, Lengte, is de nadruk juist meer gelegd op het eerder al benoemde opstrekkende karakter van de verkaveling. Deze variant creëert een onderscheid tussen een oostelijk en een westelijk deel van het perceel. In het westelijk deel zijn met name de verschillende voorzieningen geconcentreerd, terwijl het oostelijk deel vooral gras blijft.
Het model Breedte is op advies van de gemeente Oss nader uitgewerkt tot landschappelijk inpassingsplan.
Inpassingsplan Heistraat 10, Berghem | mei 2017
Variant Breedte
Variant Lengte
|9
Plan In het plan wordt een blok gemaakt van de woning, de stal, de verharding en de tuinen (voortuin, achtertuin, moestuin) aan de westzijde van het perceel. Het bestaande bouwvlak zal in het bestemmingsplan zo worden aangepast dat de voorzieningen in dit blok binnen het nieuwe vlak passen. De twee schuurtjes waarin hooi, strooisel en materieel worden opgeslagen, worden afgebroken. Aan het bestaande stalgebouw wordt een uitbouw geplaatst om te voorzien in de opslagbehoefte. Door het verwijderen van de twee bestaande schuurtjes blijft aan de oostzijde een strook vrij om naar achteren te kunnen kijken. De enige voorziening die in dit deel ligt is de stap-/trainingsmolen, die door haar transparante karakter niet als belemmering werkt. Niet alle voorzieningen hoeven binnen het bouwvlak gerealiseerd. De buitenrijbaan, mestopslag, paddocks en stap-/trai-
Belangrijkste maatregelen uit het landschappelijk inpassingsplan
Inpassingsplan Heistraat 10, Berghem | mei 2017
ningsmolen kunnen vanwege hun verschijningsvorm ook buiten het bouwvlak worden toegestaan1. De al decennialang aanwezige verharding, die voorheen functioneerde bij het gesaneerde agrarisch bedrijf, wordt gewijzigd. De inrit aan de westzijde wordt verplaatst en versmald. Achter het blok van gebouwen en tuinen zijn de rijbaan en de paddocks gepositioneerd. Aan de westzijde van de kavel wordt beplanting aangebracht waarmee de lengterichting van de kavel wordt benadrukt. Tegelijkertijd dient deze beplanting als afscherming. Hiermee worden de rijbaan, de spiegel en de lichtmasten voor een belangrijk deel aan het zicht onttrokken.
1 Sectorraad Paarden en Vereniging Nederlandse Gemeenten, De Paardenhouderij in het omgevingsrecht, handreiking voor de praktijk. 2014.
Aan de oostzijde van de rijbak is nog ruimte voor een smalle beplantingsstrook. Ook deze beplantingsstrook benadrukt de lengterichting van de kavel.
Met de realisatie van een kleine hoogstamboomgaard wordt het erf aan de achterzijde afgerond. Tegelijkertijd kan de boomgaard een rol vervullen als fourageergebied voor de das, die in dit gebied voorkomt. Ook de lijnvormige beplanting langs het fietspad speelt hierin een rol.
Naast de diverse toevoegingen die deel uitmaken van het landschappelijk inpassingsplan worden tevens een aantal zaken afgebroken of verwijderd. • Twee schuurtjes worden afgebroken. • De bestaande verharding wordt aanzienlijk verkleind. • De niet-inheemse beplanting wordt verwijderd (zie ook de foto op pagina 4). • De paddocks worden verplaatst.
| 10
BEPLANTINGSPLAN Ten aanzien van de te beplanten stroken wordt de volgende plantlijst gebruikt: • Gewone lijsterbes Sorbus aucuparia • Hazelaar Corylus avellana • Meidoorn Crataegus monogyna • Krentenboompje Amelanchier lamarckii • Rode Ribes Ribes sanguineum • Gelderse Roos Viburnum opulus • Kornoelje Cornus sanguineum • Sporkehout Rhamnus frangula • Vlier Sambucus nigra • Kardinaalsmuts Euonymus europaeus • Hulst Ilex aquifolium • Liguster Ligustrum vulgare Bovenstaande beplanting wordt in een onregelmatig raster van 1,25 x 1,25m geplant. Daarbij worden groepen gemaakt van 3 tot 7 planten. Uitzonderingen hierop zijn de hazelaar en de vlier. Deze kunnen als solitairen tussen de groepen worden gezet, waarbij met name met vlieren spaarzaam moet worden omgegaan. Verder worden hulst en liguster die wintergroen zijn, danwel hun blad lang vasthouden met name ter hoogte van de te plaatsen spiegel ingezet. Bij de lichtmasten komt het zwaartepunt te liggen op de aanplant van de hazelaars en vlieren omdat deze vrij groot worden en na verloop van tijd de lichtmasten grotendeels aan het oog zullen onttrekken. In het plan is ten slotte een zestal hoogstamfruitbomen opgenomen, bestaande uit een mengsel van appels, peren en kersen.
Inpassingsplan Heistraat 10, Berghem | mei 2017
Een aantal van de genoemde planten: hazelaar, vlier, liguster, hoogstamboomgaard, kardinaalsmuts en krentenboompje.
| 12