CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2A Toelichting - bijlage 13 Maadijk 11 Neerloon

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’28.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

3.4

UITGEVOERDE BODEMONDERZOEKEN Ter hoogte van Maasdijk nr 11 zijn in het verleden geen verkennende onderzoeken uitgevoerd.

Figuur 6___________________ Bodeminformatie Bron: www.bodemloket.nl

Op 11 januari 2016 is door de gemeente informatie verstrekt uit het gemeentelijk bodem informatiesysteem. Hieruit volgen geen bijzonderheden anders dan dat ten noorden van het kadastrale perceel een voormalige stortplaats op land (1992) met niet nader gespecificeerd afval is gelegen. De locatie is bekend onder de naam Maasdijk III. De voormalige stort is op meer dan 25 meter gelegen van de perceelslocatie en op grotere afstand van de voorgenomen bouwlocatie. De voormalige stort is stroomafwaarts gelegen waardoor een verontreiniging hierdoor op de voorgenomen bouwlocatie niet valt te verwachten.

Verkennend bodemonderzoek Maasdijk nabij nr 11 te Neerloon

10

Figuur 7___________________ Bodeminformatie Bron: Gemeente Oss

3.5

BODEMBELEID/BODEMKWALITEITSKAART Door de gemeente Oss is in 2013 een bodemkwaliteitskaart opgesteld. In dit beheersplan is de bodemkwaliteit voor het beoogd gebruik vastgesteld. Per deelgebied is hierbij een gemiddelde van de bodemkwaliteitsgegevens vastgelegd en getoetst aan de betreffende functieklassen welke worden genoemd in het Besluit bodemkwaliteit. De onderzoekslocatie ligt in zone 2 voor wat de bovengrond betreft en zone 4 voor wat de ondergrond betreft en is op de bodemfunktiekaart aangeduid als LandbouwNatuur (klei).

3.6

ONDERZOEKSHYPOTHESE Aan de hand van de beschikbare gegevens en historische informatie worden er geen verontreinigingen evenals asbest verdacht materiaal in de bodem verwacht. De locatie wordt als onverdacht beschouwd.

Verkennend bodemonderzoek Maasdijk nabij nr 11 te Neerloon

11

HOOFDSTUK

4

4.1

ONDERZOEKSOPZET VELDWERKZAAMHEDEN

LOCATIE Ten behoeve van het vastleggen van de milieuhygiënische conditie van de onderzoekslocatie is uitgegaan van de onderzoeksnorm NEN-5740. Aan de hand van de beschikbare gegevens en historische informatie is de onderzoekshypothese niet verdacht en heeft volgens de Onderzoekstrategie voor een onverdachte locatie (ONV) monstername plaatsgevonden.

Tabel 4.1

aantal te analyseren (meng)monsters

aantal boringen Aantallen te verrichten boringen en te analyseren grond(water)monsters bij een onverdachte locatie Bron: NEN 5740:2009, tabel 3 pagina 20.

Oppervlak (m2) <= 5.000

4.2

0,5 m-mv 2,0 m-mv

11

peilbuis

bovengrond

ondergrond

1

2

1

3

grondwater 1

AFWIJKINGEN T.O.V. DE GEHANTEERDE NORM In afwijking van het gestelde in de NEN 5740 zijn de resultaten van het historisch onderzoek integraal in hoofdstuk 2 van dit rapport gerapporteerd. Verdere afwijkingen aangaande dit onderzoek in relatie tot de NEN-5740, of het SIKB protocol 2000: veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek zijn niet aan de orde.

4.3

RELATIE TOT DE OPDRACHTGEVER De relatie van de projectleider en de veldwerker tot de opdrachtgever is van dien aard, dat deze puur zakelijk wordt beschouwd. Er is geen sprake van persoonlijke binding anders dan dat deze in een normaal zakelijke relatie tussen opdrachtverlener en opdrachtgever gebruikelijk is. Ten slotte wordt vermeld dat geen eigen grond is onderzocht.

Verkennend bodemonderzoek Maasdijk nabij nr 11 te Neerloon

12

HOOFDSTUK

5.1

5

VELDWERKZAAMHEDEN

INLEIDING G&O Consult is gecertificeerd volgens de ISO 9001:2008 norm en voert haar veldwerkzaamheden uit volgens de BRL-SIKB 2000: veldwerk bij milieuhygienisch onderzoek. De in het onderhavig onderzoek verrichte werkzaamheden zijn onder deze certificering uitgevoerd, conform de VKB-protocollen 2001 en 2002. De veldwerker, de heer P. Gruijters is geregistreerd bij Rijkswaterstaat leefomgeving en staat vermeld op de Kwalibo-lijst van erkende monsternemers.

5.2

UITVOERING GRONDONDERZOEK Op donderdag 14 januari 2016 is het veldwerk verricht. Er heeft monstername conform tabel 3.1 plaatsgevonden. De locatie van de boringen is grafisch weergegeven in bijlage 1 van dit rapport. Het opgeboorde bodemmateriaal is op basis van zintuiglijke beoordeling van textuur, kleur en bodemopbouw, laagsgewijs bemonsterd. De monsters zijn samengesteld over een traject van maximaal 0,5 meter. Deze grondmonsters zijn verzameld in door het laboratorium aangeleverde glazen potten met plastic schroefdeksels. Een grondmonster is in het veld samengesteld uit een boorkern, welke bestaat uit het middelste segment van een opgehaald boorvolume. Een boorvolume bestrijkt in de grond een netto-traject van circa 10 cm. Ieder grondmonster (per 0,5 m-mv) is opgebouwd uit maximaal 5 boorkernen. Van de uitkomende grond is een profielschets gemaakt. Deze profielschetsen zijn uitgewerkt in boorstaten, welke zijn opgenomen in bijlage 2. Er zijn geen zintuiglijke verontreinigingen waargenomen, antropogene bijmenging, of asbest verdacht materiaal, aangetroffen. Verder dient opgemerkt dat geen onderzoek conform de NEN 5707 of NEN 5897 is uitgevoerd, waarbij proefgaten of proefsleuven zijn gegraven.

5.3

UITVOERING GRONDWATERONDERZOEK Op donderdag 14 januari 2016 is de peilbuis geplaatst. Bij het plaatsen van de peilbuis is het VKB-Protocol 2001 aangehouden. Conform deze richtlijnen is minimaal driemaal de boorgatinhoud (onder de grondwaterspiegel) afgepompt direct nadat de peilbuis geïnstalleerd werd. Op vrijdag 22 januari 2016 is de peilbuis bemonsterd conform het VKB/protocol 2002. Alvorens tot bemonstering over te gaan is de peilbuis nogmaals grondig afgepompt. De geleidbaarheid, zuurtegraad en de temperatuur van het opge-

Verkennend bodemonderzoek Maasdijk nabij nr 11 te Neerloon

13

pompte water zijn ter plaatse gemeten. Er is gewacht met monstername totdat de gemeten waarden constant waren. Tabel 5.1___________________

Peilbuisnummer

1

Gegevens peilbuis

Boring

01

Grondwaterstand Diepte peilbuis Filterstelling tot en met

0,22 1,75 0,75 1,75

m-mv m-mv m-mv m-mv

0,41 5,5 656

mS

Geleidbaarheid Zuurtegraad Troebelheid Kleur Toestroming

(Ec) (pH) NTU

licht Goed

Gebruikte materialen bij de monstername: • slangenpomp, • siliconenslang, • PE-slang, • glazen en PE-monsterflessen (100 ml en 100 ml) met dop met teflon inleg, • filters ø = 45 µm, • Gecombineerde Ec en pH-meter Hanna Instruments. • Troebelheidmeter: Aqualytic AL250T-IR

Verkennend bodemonderzoek Maasdijk nabij nr 11 te Neerloon

14

HOOFDSTUK

6

6.1

LABORATORIUMONDERZOEK

INLEIDING De fysische en chemische analyses zijn uitgevoerd door het milieulaboratorium "AL-West B.V." te Deventer. Het milieulaboratorium "AL-West B.V." is geaccrediteerd voor het AS 3000 protocol: Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek.

6.2

GRONDMONSTERS De separate grondmonsters zijn op 15 januari 2016 aangeboden aan AL-West. Op het laboratorium zijn de grondmonsters overeenkomstig onderstaande tabel opgemengd. De mengmonsters zijn vervolgens voorbehandeld volgens de gestelde eisen vanuit het AS3000 protocol. Het NEN-5740 analysepakket is een standaard analysepakket voor verkennend bodemonderzoek voor onverdachte locaties, welke in juli 2007 in werking is getreden. Ter bepaling van de toetsingswaarden zijn van de verkregen mengmonsters het lutum- en organisch stofgehalte bepaald. Een kopie van het uitgegeven analysecertificaat is opgenomen in bijlage 3.

Tabel 6.1___________________ Monstersamenstelling grond(meng)monsters

Omschrijving mm 1 bg mm 2 bg mm 3 og

NEN-5740 lutos:

6.3

boringen

diepte

AS3000

Stoffenpakket

01,t/m 08 09 t/m 15 01, 04, 12 en 15

0 – 50 0 – 50 50 - 175

x x x

NEN-5740 + lutos NEN-5740 + lutos NEN-5740 + lutos

NEN-5740 pakket voor onverdachte locatie inclusief lutum en organisch stof.

GRONDWATERMONSTERS Op 22 januari 2016 is het grondwatermonster aangeboden aan het laboratorium. Het grondwater is eveneens geanalyseerd op het analysepakket NEN-5740 voor niet-verdachte locaties, welke per 1 juli 2008 in werking is getreden.

Tabel 6.2___________________ Monstersamenstelling grondwatermonster

Omschrijving Pb 01

boring

filterstelling

01

0,75 - 1,75 m-mv

AS3000 Stoffenpakket x

Verkennend bodemonderzoek Maasdijk nabij nr 11 te Neerloon

NEN-5740

15

6.4

MONSTEROVERDRACHT De monsteroverdracht geschiedde conform de NEN-5861. Op de aangeleverde monsters zijn de volgende projectgegevens vermeld zoals projectnaam, projectnummer en monsteromschrijving. In de termijn tussen de monstername en monsteroverdracht, zijn de verkregen monsters bij temperatuur van 5°C gekoeld bewaard. Het transport van de grond(water)monsters geschiedde eveneens gekoeld bij een temperatuur van 5°C. Het laboratorium heeft een standaard analysetermijn van 5 werkdagen.

Verkennend bodemonderzoek Maasdijk nabij nr 11 te Neerloon

16

HOOFDSTUK

7.1

7

RESULTATEN LABORATORIUMONDERZOEK

TOETSINGSKADER Toetsing grond(meng)monsters De gehalten die zijn gemeten in de bodemmonsters worden getoetst aan de landelijke Achtergrondwaarden 2000 (voorheen: streefwaarden) en de interventiewaarden vanuit de “Circulaire bodemsanering 2009”. Als uit het verkennend onderzoek volgt dat er geen verontreiniging op de locatie aanwezig is (dat wil zeggen alle analyses van de monsters laten concentraties zien onder de landelijke Achtergrondwaarden 2000), dan is nader bodemonderzoek niet noodzakelijk. Als wél sprake is van verontreiniging, volgens de gestelde hypothese, dan kunnen de volgende twee situaties worden onderscheiden: • als in één of meer monsters de gehalten de landelijke Achtergrondwaarden 2000 overschrijden, maar onder de tussenwaarden blijven, dan is sprake van een lichte bodemverontreiniging. Incidenteel kunnen dan wel gebruiksbeperkingen gewenst zijn; • als in één of meer monsters de aangetroffen gehalten de tussenwaarden of de interventiewaarden overschrijden dan is een nader bodemonderzoek noodzakelijk om vast te kunnen stellen of er daadwerkelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Het nader bodemonderzoek moet meer inzicht geven in de aard en de omvang van de verontreiniging en de mogelijke risico’s.

Toetsing grondwatermonsters Interpretatie van de analyseresultaten geschiedt op basis van de circulaire: "Circulaire bodemsanering 2009. Hierbij zijn voor de toetsing de voormalige streef- en interventiewaarden bodemsanering daterende van 2000 overgenomen.

Verkennend bodemonderzoek Maasdijk nabij nr 11 te Neerloon

17

7.2 Tabel 7.1___________________ Toetsingstabel grondmonsters Certificaatnummer: 556497

ANALYSERESULTATEN GROND(MENG)MONSTERS MONSTERCODE Eindoordeel Lutum Humus

mm 1 bg (Norm) (%) (%)

Toetsingswaarden

AW-2009 31 2,8

resultaat eenheid resultaat eenheid IRW

AW

I

Ti -1

Toets

Metalen Koper (Cu)

23

mg/kg Ds

23,5

mg/kg

N

40

190

Zink (Zn)

170

mg/kg Ds

162

mg/kg

N

140

720

Nikkel (Ni)

<= AW >= AW en 0,038 <I -1 <= AW

27

mg/kg Ds

23

mg/kg

N

35

100

1,5

mg/kg Ds

1,05

mg/kg

N

1,5

190

Lood (Pb)

67

mg/kg Ds

68

mg/kg

N

50

530

Kwik (Hg)

0,12

mg/kg Ds

0,12

mg/kg

N

0,15

36

Kobalt (Co)

14

mg/kg Ds

11,8

mg/kg

N

15

190

0,92

mg/kg Ds

1,07

mg/kg

N

0,6

13

80

mg/kg Ds

67

mg/kg

N

--

--

35

mg/kg Ds

87,5

mg/kg

N

190 5000

-1

<= AW

0.35

mg/kg

N

1,5

40

-1

<= AW

17,5

ug/kg

N

20

1000

-1

<= AW

resultaat eenheid resultaat eenheid IRW

AW

I

Ti

Toets

Molybdeen (Mo)

<

Cadmium (Cd)

<

Barium (Ba)

-1

<= AW >= AW en 0,037 <I -1 <= AW -1

<=AW >= AW en 0,038 <I ---

Minerale olie Minerale olie C10 - C40 <

Polyaromatische koolwaterstoffen PAK (Som 10) Gechloreerde koolwaterstoffen PCB (Som 7)

MONSTERCODE Eindoordeel Lutum Humus

mm 2 bg (Norm) (%) (%)

Toetsingswaarden

AW-2009 22 2,5

Metalen Koper (Cu)

17

mg/kg Ds

20,6

Zink (Zn) Nikkel (Ni)

110

mg/kg Ds

21

mg/kg Ds

<

1,5

mg/kg Ds

37

mg/kg Ds

<

0,05

mg/kg Ds

Kobalt (Co)

12

mg/kg Ds

Cadmium (Cd)

0,62

Barium (Ba)

81

Molybdeen (Mo) Lood (Pb) Kwik (Hg)

mg/kg

N

40

190

-1

<= AW

129

mg/kg

N

140

720

-1

<= AW

23

mg/kg

N

35

100

-1

<= AW

1,05

mg/kg

N

1,5

190

-1

<= AW

42,2

mg/kg

N

50

530

-1

<= AW

0.038

mg/kg

N

0,15

36

-1

<= AW

13,2

mg/kg

N

15

190

-1

mg/kg Ds

0,8

mg/kg

N

0,6

13

mg/kg/Ds

89,7

mg/kg

--

--

--

mg/kg Ds

98

mg/kg N

190

5000

-1

<= AW

1,58

mg/kg N

1,5

40

0,002

> AW en <= T

19.6

ug/kg N

20

1000 -1

<= AW > AW en 0,016 <= T ---

Minerale olie Minerale olie C10 - C40 <

35

Polyaromatische koolwaterstoffen PAK (Som 10) Gechloreerde koolwaterstoffen PCB (Som 7)

Verkennend bodemonderzoek Molengraaf 49b te Schaijk

<= AW

18

MONSTERCODE Eindoordeel Lutum Humus Toetsingswaarden Metalen

mm 3 og (Norm) AW-2009 (%) 29 (%) 1 resultaat eenheid resultaat eenheid IRW

Koper (Cu)

14

Zink (Zn)

110

mg/kg Ds

Nikkel (Ni)

30

mg/kg Ds

Molybdeen (Mo)

< <

<

Barium (Ba)

Ti

Toets

mg/kg

N

40

190

-1

<= AW

110

mg/kg

N

140

720

-1

<= AW

26,9

mg/kg

N

35

100

-1

<= AW

mg/kg Ds

1.05

mg/kg

N

1,5

190

-1

<= AW

36

mg/kg Ds

37,8

mg/kg

N

50

530

-1

<= AW

0,05

mg/kg Ds

0.035

mg/kg

N

0,15

36

-1

<= AW

15

mg/kg Ds

13.3

mg/kg

N

15

190

-1

0,63

mg/kg Ds

0,77

mg/kg

N

0,6

13

100

mg/kg Ds

88,6

mg/kg

--

--

--

35

mg/kg Ds

122

mg/kg

N

190 5000

-1

<= AW

0.35

mg/kg

N

1,5

40

-1

<= AW

24,5

ug/kg

N

20

1000

-1

<= AW

Kobalt (Co) Cadmium (Cd)

15

I

1,5

Lood (Pb) Kwik (Hg)

mg/kg Ds

AW

<=AW > AW en 0,014 <= T ---

Minerale olie Minerale olie C10 - C40 <

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen PAK (Som 10) Gechloreerde koolwaterstoffen PCB (Som 7)

Verkennend bodemonderzoek Molengraaf 49b te Schaijk

19

7.3

ANALYSERESULTATEN GRONDWATERMONSTERS

Tabel 7.2___________________ MONSTERCODE Toetsingstabel grondwatermonster Certificaatnummer: 558419

Eindoordeel Meetpunt Traject Datum Ec-, pH-waarde Toetsingswaarden Metalen Koper (Cu) Zink (Zn) Nikkel (Ni) Molybdeen (Mo) Lood (Pb) Kwik (Hg) Kobalt (Co) Cadmium (Cd)

Pb 01 (Norm)

S en I Pb 01 (m-mv) 2,85 – 3,85 22-1-2016 0.28 / 5.77 resultaat eenheid resultaat eenheid IRW

< < < < <

Barium (Ba)

AW

I

Ti -1 -1 -1 -1 -1 -1 -1 -1

3,1 26 3 2 2 0,05 2 0,2

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

3,11 26 3 1,4 1,4 0,035 1,44 0,14

ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l

N N N N N N N N

15 65 15 5 15 0,05 20 0,4

75 800 75 300 75 0,3 100 6

66

µg/l

66

ug/l

N

50

625

Toets

<= S <= S <= S <= S <= S <= S <= S <= S > S en <= 0,028 T

(Polycyclische) Aromatische verbindingen Benzeen Tolueen

< <

0,2 0,2

µg/l µg/l

0,14 0,14

ug/l ug/l

N N

0,2 30 7 1000

---

<= S <= S

Ethylbenzeen

<

0,2

µg/l

0,14

ug/l

N

4

150

--

0,045

µg/l

0,045

ug/l

N

0,01

70

--

0,2

µg/l

0,14

ug/l

N

6

300

--

<= S > S en <= T <= S

Gechloreerde koolwaterstoffen Dichloormethaan < 0,2

0,01 1000

Naftaleen Styreen

<

µg/l

0,14

ug/l

N

--

<= S

Trichloormethaan (Chloroform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan

<

0,2

µg/l

0,14

ug/l

N

6

400

--

<= S

<

0,1

µg/l

0,07

ug/l

N

0,01

10

--

<= S

<

0,2

µg/l

0,14

ug/l

N

7

900

--

<= S

<

0,2

µg/l

0,14

ug/l

N

7

400

--

<= S

1,1,1-Trichloorethaan

<

0,1

µg/l

0,07

ug/l

N

0,01 300

--

<= S

1,1,2-Trichloorethaan

<

0,1

µg/l

0,07

ug/l

N

0,01 130

--

<= S

Vinylchloride

<

0,2

µg/l

0,14

ug/l

N

0,01

5

--

<= S

1,1-Dichlooretheen

<

0,1

µg/l

0,07

ug/l

N

0,01

10

--

<= S

Trichlooretheen (Tri)

<

0,2

µg/l

0,14

ug/l

N

24

500

--

<= S

Tetrachlooretheen (Per) Minerale olie Koolwaterstoffractie C10-C40 Som som xyleen-isomeren

<

0,1

µg/l

0,07

ug/l

N

0,01

40

--

<= S

<

50

µg/l

35

ug/l

N

50

600

--

<= S

0,21

ug/l

N

0,2

70

--

<= S

0,14

ug/l

N

0,01

20

--

<= S

0,42

ug/l

N

0,8

80

--

<= S

som dichlooretheenisomeren som 3 dichloorpropanen (som 1,1- en 1,2en 1,3-)

Verkennend bodemonderzoek Molengraaf 49b te Schaijk

20

De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: -niet geanalyseerd het gehalte is kleiner dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde + het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde - licht verontreinigd ++ het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde - matig verontreinigd +++ het gehalte is groter dan de interventiewaarde - ernstig verontreinigd m analyse is verstoord, zie ook de opmerking op het analysecertificaat. Er is echter geen aanwijzing dat er een concrete verontreiniging aanwezig is. De achtergrond- en interventiewaarden van de grondmonsters zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing van de grondmengmonsters is gebruik gemaakt van de geanalyseerde gehaltes lutum en organisch stof. In bijlage 5 is de complete toetsingslijst opgenomen van alle parameters.

7.4

TOETSING GESTELDE HYPOTHESE Ter plaatse van de onverdachte locatie zijn in de boven- en ondergrondgrond als in het grondwater enkele lichte verontreinigingen aangetroffen. De voor de deellocatie opgestelde hypothese onverdachte locatie moet worden verworpen.

Verkennend bodemonderzoek Molengraaf 49b te Schaijk

21

HOOFDSTUK

8

CONCLUSIE

Op basis van het hiervoor beschreven verkennend bodemonderzoek voor de locatie gelegen aan de Maasdijk nabij nummer 11 te Neerloon wordt het volgende geconcludeerd: • In mengmonster 1 van de bovengrond is een lichte verontreiniging met zink, lood en cadmium aangetroffen. • In mengmonster 2 van de bovengrond is een lichte verontreiniging met cadmium en PAK aangetroffen. • In mengmonster 3 van de ondergrond is een lichte verontreiniging met cadmium aangetroffen. • Het grondwater ter plaatse van peilbuis 01 bevat lichte verontreiniging met barium en naftaleen. In het kader van dit onderzoek is niet specifiek (conform NEN 5707) gekeken naar het voorkomen van asbest in de grond. Echter op basis van het historisch onderzoek is de locatie als niet verdacht beschouwd. Ten tijde van de veldwerkwerkzaamheden is in de uitkomende grond geen asbest of asbestverdacht materiaal aangetroffen. Een eenduidige verklaring voor de aangetroffen stoffen in het grondwater is op basis van het uitgevoerde historisch onderzoek niet aanwezig. Vermoed wordt dat de deze stoffen deel uitmaken van een diffuse verontreiniging. Er zijn met de aangetroffen verontreinigingen geen actuele humane, ecologische of verspreidingsrisico’s aanwezig. Nader onderzoek naar de aangetroffen verontreinigingen wordt niet noodzakelijk geacht.

Wel wordt aanbevolen geen freatisch grondwater aan te wenden voor bevloeiingsdoeleinden als wel voor consumptief gebruik. Indien in de toekomst grond vrijkomt zoals bij graafwerkzaamheden, dan is deze vrijkomende grond binnen het perceel zonder meer toepasbaar. Indien men grond op locatie van derden wil gaan toepassen, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Aldus wordt aanbevolen om eventueel vrijkomende grond binnen de locatie te hergebruiken als in een gesloten grondbalans. Voor toepassing van vrijkomende grond buiten het perceel wordt aanbevolen contact op te nemen met de gemeente Oss. De aangetroffen lichte verontreinigingen behoeden de voorgenomen ontwikkeling van de woningen op de locatie Maasdijk nabij nummer 11 te Neerloon niet in de weg te staan.

Verkennend bodemonderzoek Molengraaf 49b te Schaijk

22

) (

$ " $+

!

+( $

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=b8eba05a-1651-422b-a02d-3730effe175b