CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2A Toelichting - bijlage 07 Hoogveldsestraat 5 Oijen

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’13.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets de oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan kunnen worden gemaakt.

6.2

Beleid

Met betrekking tot de waterhuishouding zijn diverse beleidsstukken relevant. Genoemd kunnen worden: Nationaal Waterplan 2016-2021, Provinciaal Waterplan 2016-2021, Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas, Vierde Nota Waterhuishouding, Waterbeleid in de 21e eeuw WB21, Nationaal bestuursakkoord water, Beleidsbrief regenwater en riolering. Centraal in het waterbeleid is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De waterhuishouding legt daarmee een ruimteclaim waaraan voldaan moet worden. Daarbij zijn de volgende strategieën leidend:  Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit);  Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas 2016-2021 In het waterbeheerplan van Waterschap Aa en Maas wordt aangeven wat de doelen zijn voor de periode 2016-2021 en hoe deze doelen bereikt moeten worden. Het plan is afgestemd op het Stroomgebiedsbeheerplan Maas 2, het Nationaal Waterplan 2, Overstromingsbeheerplan 1, Beheerplan Rijkswateren, het Provinciaal Waterplan en Waterbeheerplannen van de andere Nederlandse waterschappen. Het doel van het waterbeheerplan is om het watersysteem en de afvalwaterketen op orde te houden. Het beheer van water door het waterschap bepaalt mede dat mensen en dieren in Noordoost-Brabant leven in een veilige, schone en prettige omgeving.

In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende thema’s:  Veilig en bewoonbaar;  Voldoende water en robuust watersysteem;  Schoon water;  Gezond en natuurlijk water;  Het leveren van maatschappelijke meerwaarde Het waterschap Aa en Maas hanteert navolgende principes:  Gescheiden houden van vuilwater en schoon hemelwater;  Doorlopen van de afwegingsstappen: hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer;  Hydrologisch neutraal bouwen;  Water als kans;  Meervoudig ruimtegebruik;  Voorkomen van vervuiling;  Wateroverlastvrij bestemmen;  Waterschapsbelangen. Keur Brabantse waterschappen Voor waterhuishoudkundige ingrepen in het plangebied is de Keur waterschap Aa en Maas van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot

27

Ruimtelijke onderbouwing Hoogveldsestraat 5, Oijen

ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Beleidsregel hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater De drie Brabantse Waterschappen hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 2.000 m², toename van een verhard oppervlak tussen 2.000 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². Plannen met een verhardingstoename tot 2000 m² zijn onder de nieuwe keur vrijgesteld van compensatie.

Voor plannen met een verhardingstoename tussen 2.000 m² en 10.000 m² hanteert het waterschap een algemene (reken) regel (benodigde compensatie (in m³) = Toename verhard oppervlak (m²) * Gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m)).

6.3

Oppervlaktewater

De volgende figuur toont de ligging van alle watergangen in beheer bij het waterschap in de directe omgeving van het plangebied.

A-watergang

Plangebied

Figuur 16: Ligging leggerwatergangen (https://maps.aaenmaas.nl/portaal/legger_oppervlaktewater/)

Ten zuiden en westen van het plangebied is een A-watergang gelegen met een beschermingszone van 5 meter aan weerszijden. De beoogde ontwikkelingen zijn niet gelegen binnen deze zone. Ook heeft de vergroting van het bouwvlak geen gevolgen voor het onderhoud en bescherming van de watergang. Ten noorden van het plangebied zijn enkele B-watergangen gelegen. Beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor het onderhoud en bescherming van deze watergangen.

28

Ruimtelijke onderbouwing Hoogveldsestraat 5, Oijen

6.4

Grondwater

De Wateratlas van de provincie Noord-Brabant laat zien dat de gemiddelde hoogste waterstand zich op 40100 cm onder het maaiveld bevindt en de gemiddelde laagste grondwaterstand op 120-180 cm onder het maaiveld (zie volgende figuren).

Plangebied

Figuur 17: GHG (Wateratlas Provincie Noord-Brabant)

Plangebied

Figuur 18: GLG (Wateratlas Provincie Noord-Brabant)

6.5

Afvoer hemelwater

Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen betekent dat het schone hemelwater afkomstig van daken en erfverharding op het perceel moet worden verwerkt door middel van infiltratie of waterberging. Gezorgd moet worden dat voldoende buffercapaciteit aanwezig is. De oorspronkelijke landelijke afvoer mag niet overschreden worden bij een bui die eens in de 10 jaar voorkomt (T=10). Verhard oppervlak In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de oppervlaktes verharding (dakoppervlakte en erfverharding) in de beoogde situatie.

29

Ruimtelijke onderbouwing Hoogveldsestraat 5, Oijen

Tabel 2: Verhard oppervlak beoogde situatie Verhard oppervlak Toekomstige situatie (m2) Dakoppervlak (loods) 1.260 Erfverharding 1.050 Totaal 2.310

In de beoogde situatie is sprake van een toename van verhard oppervlak van 2.310 m2. Dit betekent dat conform de Keur en het gemeentelijk waterbeleid een compenserende maatregel dient plaats te vinden in de vorm van een bergingsvoorziening. Naast de loods en de erfverharding worden een nieuwe melkstal en mestsilo opgericht. De melkstal wordt gerealiseerd op de plek waar zich momenteel erfverharding bevindt. Hier is dan ook geen toename van verhard oppervlak. De mestsilo wordt niet voorzien van goten ten behoeve van de afvoer van het hemelwater. Het hemelwater dat op de overkapping terecht komt infiltreert ter plekke in de onverharde bodem rondom de silo’s (waar deels beplanting wordt aangebracht. De silo wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van de bergingsvoorziening. Het hemelwater betreft schoon hemelwater. Infiltratie hemelwater Voor de dimensionering van de infiltratievoorziening wordt de rekenregel uit artikel 15 van de Algemene regels van de Keur toegepast. Hierin is bepaald dat bij een toename van verhard oppervlak tussen 2.000 m² en 10.000 m² compenserende maatregelen getroffen moeten worden voor het afvoeren van hemelwater, in de vorm van een voorziening met een minimale compensatie, waarbij de volgende rekenregel wordt toegepast: benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m).

De gevoeligheidsfactor houdt de nominale waarde in die de hydrologische gevoeligheid en infiltratiepotentie van de locatie uitdrukt. De waarde 0,06 is de waterschijf van 60 mm die overeenkomt met de vastgestelde bovengrens voor de compensatiecapaciteit van 600 m 3/ha. In de volgende figuur wordt de hydrologische gevoeligheid van de locatie afgelezen; deze bedraagt 1 op de locatie waar de bergingsvoorziening is beoogd.

Plangebied

Figuur 19: Uitsnede kaart keur oppervlaktewater gevoeligheidsfactor (bron: Waterschap Aa en Maas)

30

Ruimtelijke onderbouwing Hoogveldsestraat 5, Oijen

Om hydrologisch neutraal te ontwikkelen bedraagt de benodigde bergingscapaciteit voor de ontwikkeling tijdens een extreme neerslagsituatie: 2.310 x 1 x 0,06 = 139 m3. Bij de dimensionering van de voorziening dient rekening gehouden te worden met een maximale diepgang van 40 cm gezien de GHG (gemiddelde hoogste grondwaterstand) ter plaatse. Daarbij wordt rekening gehouden met een waking van 10 centimeter. Op basis van deze gegevens krijgt de voorziening een oppervlakte van circa 460 m². Met deze afmetingen is de infiltratievoorziening van voldoende omvang om het hemelwater afkomstig van het verharde oppervlak te kunnen bergen. Het hemelwater wordt zowel middels buizen als oppervlakkig afgevoerd naar de voorziening. De volgende figuur toont de ligging van de waterberging. Het profiel van de waterberging is aangegeven op de tekening van het landschappelijk inpassingsplan.

Hemelwaterberging

Figuur 20: Ligging bergingsvoorziening

Gebruik niet logende materialen Het gebruik van niet uitlogende materialen is conform het advies van de Dubo-richtlijn (Duurzaam Bouwen). In het Activiteitenbesluit staat dat niet verontreinigd hemelwater in principe in de bodem geïnfiltreerd kan worden of afgevoerd kan worden naar het oppervlaktewater, ook als dat in contact is geweest met oppervlakken als daken. Bij de bouw van de loods en silo zal geen gebruik worden gemaakt van onbehandelde uitlogende materialen zoals koper, zink en lood, teerhoudende dakbedekking (PAK’s) en van met verontreinigde stoffen verduurzaamd hout. Doordat het hemelwater niet vervuild is, is het geen probleem om het hemelwater te laten infiltreren. Lozen op het riool In de huidige situatie wordt het hemelwater ook niet op het riool afgevoerd en is uitgesloten dat het water na realisatie van voorliggend project op het riool geloosd wordt. Slechts het huishoudelijk afvalwater wordt op het gemeentelijk riool geloosd. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat voldaan wordt aan het beleid van Waterschap Aa en Maas inzake de watertoets.

31

Ruimtelijke onderbouwing Hoogveldsestraat 5, Oijen

7. Conclusie Het initiatief betreft een vergroting van het agrarisch bouwvlak van de melkrundveehouderij op de locatie Hoogveldsestraat 5 te Oijen, ten behoeve van de realisatie van een melkstal, nieuwe veldschuur en mestsilo. De gemeente is voornemens de ontwikkeling mee te nemen in de algehele herziening van het bestemmingsplan buitengebied, mits deze ruimtelijk en milieuhygiënisch inpasbaar is in de omgeving. De beoogde ontwikkeling voldoet aan alle geldende planologische en milieuhygiënische voorwaarden:  De vergroting van het bouwvlak past binnen de beleidskaders van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Oss (voldoet aan de wijzigingsvoorwaarden);  De ontwikkeling is vanuit milieuhygiënisch oogpunt inpasbaar in de omgeving. Voor wat betreft het aspect geur, stof en geluid wordt voldaan aan de van toepassing zijnde afstanden;  De ontwikkeling wordt middels een landschappelijk inpassingsplan op een zorgvuldige manier ingepast in het landschap. Deze kwaliteitsverbetering wordt door middel van een voorwaardelijke bepaling in het bestemmingsplan geborgd. Hiermee wordt voldaan aan de regels voor kwaliteitsverbetering van het landschap.  De in de omgeving voorkomende waarden (bodem, landschap, ecologie, cultuurhistorie, archeologie, hydrologie) worden niet onevenredig aangetast door het initiatief.

32

Ruimtelijke onderbouwing Hoogveldsestraat 5, Oijen

Bijlage

Situatieschets beoogde situatie

Ruimtelijke onderbouwing Hoogveldsestraat 5, Oijen

Bea

trixw

eg

1

3

Hoo gve

ldse stra

at

1

12000 25000

mestsilo

8300

21000

34996

60077

opslaglo ods

melksta l

Legenda = bestaande bebouwing = bestaande sleufsilo's = toekomstige bebouwing = bedrijfswoning = bestaand bouwvlak 1,02 hectare = beoogd bouwvlak 1,5 hectare

Situatietekening Agron Advies Koppelstraat 95 5741 GB Beek en Donk Tel.: 0492 347 761 Fax.: 0492 347 754

Situatie Gemeente: Sectie: Nummer:

Oijen F 163

proj. leider:

N. v.d. Berg

getekend

RV

schaal:

1:1000

datum:

21-06-2016

gewijzigd:

05-10-2017/30-10-2017

formaat:

A3

opdrachtgever:

Familie Van Mook Hoogveldsestraat 5 5394 LH Oijen onderwerp:

werk nr.:

Vergroting bouwvlak Hoogveldsestraat 5, Oijen

MOO01.RO01

Bijlage

Landschappelijk inpassingsplan

Ruimtelijke onderbouwing Hoogveldsestraat 5, Oijen

ses

veld

Hoo g

ixwe g

Bea tr

traa t

1

3

1

opslaglo

ods

10m

N

Landschappelijk inpassingsplan Hoogveldsestraat 5 Oijen

advies

Agron

Agron Advies Koppelstraat 95 5741 GB Beek en Donk Tel.: 0492 347 761 Fax.: 0492 347 754

07-05-2018 A3

MOO01.RO01

formaat:

werk nr.:

04-12-2017

datum: gewijzigd:

1:1000

KW

getekend schaal:

JVDB

proj. leider:

= zichtlijn (om deze zichtlijn terug te brengen wordt een deel van de (hakhout)beplatinging tussen huisnummers 3 en 5 verwijderd)

afstand 1,25 x 1,25 m)

= bosplantsoen (soorten passend op oeverwal; onderlinge

= haag

Verwijderen verhoging tussen huisnummers 3 en 5

Overig

Z

= hoogstamfruitbomen (appel, peer, pruim) (12 stuks)

= els (6 stuks)

= bestaande bomen

Beplanting

= hemelwaterberging

= tuin

= beoogd bouwvlak 1,5 hectare

= toekomstige bebouwing

= bestaande sleufsilo's

= bestaande bebouwing

LEGENDA

0,5m

Bijlage

AAB-Advies

Ruimtelijke onderbouwing Hoogveldsestraat 5, Oijen

Bijlage

Rapportage BZV

Ruimtelijke onderbouwing Hoogveldsestraat 5, Oijen

Vergunningen, Toezicht en Handhaving

Datum:

04-07-2014

Dossiernr.:

30 W 9909

Toelichting spreadsheet versie 1.0 van de BZV

Excel 2007

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 18 februari 2014 de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij versie 1.0 (BZV 1.0) vastgesteld. Deze is samen met de partners uit het Brabantberaad tot stand gekomen.

In de loop van 2014 komt een webapplicatie beschikbaar waarin aanvragers o.a. hun bedrijfsplan kunnen invoeren en kunnen bepalen of zij aan de normscore van de BZV voldoen. Deze webapplicatie moet nog ontwikkeld worden. Ook zal de webapplicatie toegankelijk zijn voor gemeenten en een bepaald deel zal voor iedereen inzichtelijk zijn.

In de tussenliggende periode kunt u met deze spreadsheet een normscore berekenen aan versie 1.0 van de BZV. In deze spreadsheet kunt u gegevens invullen voor de maatlat Inrichting & Omgeving en het onderdeel Certificaten. Hiervoor hebt u gegevens nodig uit de omgevingsvergunning (zowel het milieu- als het bouwdeel), de gecombineerde opgave voor het ministerie van EZ en certificaten. U kunt zowel een bestaande situatie doorrekenen als een verandering van het bedrijf, een uitbreiding of extra maatregelen in bestaande stallen. Als u verschillende varianten wilt doorrekenen gebruikt u steeds per variant een kopie van deze spreadsheet.

De spreadsheet is zo goed mogelijk toegesneden op praktijksituaties en de BZV versie 1.0 die op 18 februari 2014 door GS is vastgesteld. Op onderdelen is omwille van de werkbaarheid een vereenvoudiging doorgevoerd. Een klein deel van de maatregelen bij de maatlat gezondheid en enkele certificaten zoals de Maatlat Duurzame Veehouderij of bijvoorbeeld het Beter Leven Keurmerk worden niet op bedrijfsnivo, maar in een deel van de stallen toegepast. Het effect van dit soort maatregelen wordt dan bepaald aan de hand van het percentage NGE dat u zelf moet invoeren.

In de spreadsheet wordt u steeds kort uitgelegd welke gegevens u moet invoeren, in het document BZV 1.0 en het onderbouwingsdocument van WUR kunt u meer informatie vinden. Deze kunt u vinden op www.brabant.nl/bzv. Let op: DEZE SPREADSHEET WERKT ALLEEN IN EXCEL VERSIE 2007 OF HOGER. De spreadsheet is met zorg ontwikkeld, een deel van de in te voeren gegevens vragen technisch inzicht in bijvoorbeeld een omgevingsvergunning en bijbehorende onderzoeken. De uitkomsten zijn afhankelijk van de kwaliteit van de invoergegevens. De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor de uitkomst van de spreadsheet. Indien u vragen of opmerkingen heeft over dit rekenmodel kunt u een mail sturen naar Versie 1.91

bzv@brabant.nl. Behoort bij besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss. d.d. 16 juli. 2014 Namens dezen, De directeur van de dienst Publiekszaken. Voor deze,

Ing. J.L.A.M. Jacobs. Teamleider de afdeling Vergunningen, Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast invan (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is. Toezicht en Handhaving.

Toelichting

Excel 2007

In dit tabblad voert u uw bedrijf in. De gegevens van dit tabblad worden gebruikt om te bepalen of u 1 of meerdere diersoorten hebt. Bij meerdere diersoorten wordt het aantal nge per diersoort gebruikt om een gewogen gemiddelde te bepalen. Algemene bedrijfsgegevens Bedrijfsnaam

Mts. Van Mook

Straat

Hoogveldsestraat

Naam van deze rekenvariant (optioneel) jun-14

Huisnummer

5

Postcode

5394 LH

Woonplaats

Oijen

Basisgegevens t.b.v. Gezondheid Diercategorie 1

Diercategorie 2

Diercategorie 3

Diercategorie

Melkvee

Jongvee

Aantal NGE

210,7

25,4

Code Diercategorie

Aantal Dierplaatsen

Stalgegevens t.b.v. Emissie Stal stal 1 stal 2 stal 3

A3 A1.100.2 A1.14.2

120 77 98

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

Relevante maatlatten Voor sommige diersoorten kan nog niet alle maatlatten gescoord worden. Het aantal maatlatten waarop een veehouderij kan scoren verschilt daardoor per sector. Bijlage 8 van de BZV geeft het aantal maatlatten waarop per sector gescoord kan worden. Om deze verschillen te corrigeren wordt het aantal verzamelde basispunten gecorrigeerd voor het aantal beschikbare maatlatten met de correctiefactor uit bijlage 8. In deze spreadsheet moet u per diersoort het aantal NGE bepalen en invullen. De correctiefactor voor het aantal maatlatten wordt vervolgens in de spreadsheet automatisch berekend, deze is een gewogen gemiddelde obv het aantal NGE per diersoort. Versie 1.91

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

Basisscore

Punten

Score

Score op Basispunten

Beoordeling

6,00

Inrichting & Omgeving Gezondheid Geuremissie Geurimpact Emissie & Impact fijnstof Ammoniak Mineralen kringlopen Verbinding Biodiversiteit

Opmerkingen 26,57 0,00 0,00 40,00 0,00 51,40 10,20 37,50

Totaal punten op Inrichting & Omgeving

165,68

Correctiefactor aantal maatlatten Gecorrigeerde aantal punten

1,36 225,66

Wegingsfactor Score op Inrichting & Omgeving

250,00

Certificaten Totaal punten op certificaten Wegingsfactor Score op Certificaten

10,90 40

Innovatie Totaal punten op Innovatie Score op Innovatie

0,00

0,90

Akkoord

0,27

Akkoord

0,00

Totaal score BZV

7,18

Akkoord

Eindoordeel BZV

Akkoord

100,00 90,00 80,00 70,00 60,00 50,00 40,00 30,00 Basisscore Inrichting & Omgeving 20,00 Certificaten 10,00 Innovatie 0,00 Totaal score BZV Inrichting & Omgeving

BZV-Score

Gezondheid Geuremissie

10,00

Geurimpact

9,00

Emissie & Impact fijnstof Ammoniak

8,00

Mineralen 6,00 kringlopen 0,90 Verbinding 0,27 0,00 Biodiversiteit 7,18

Innovatie Certificaten

7,00

Inrichting & Omgeving

6,00

Basisscore

5,00

Versie 1.91

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

Toelichting

Excel 2007

In dit tabblad vult u de fysiek aanwezige maatregelen in t.b.v. gezondheid. Dit zijn maatregelen die opgenomen zijn in milieu- of bouwvergunning of maatregelen waarvan eenvoudig kan worden vastgesteld dat ze op het bedrijf aanwezig zijn. Zie bijlage 1 van de BZV.

Gezondheid

Melkvee Antwoord Score

Jongvee Antwoord Score

1 Quarantainestal (opfokdieren)

Nee

0

Nee

2 Heeft u een buitenuitloop of weidegang?

Nee

11,11

Ja

Is uw buitenuitloop overkapt?

3 Afstand tot dichtstbijzijnde andere veebedrijf, meet de kortste afstand tussen de bouwblokken

0

Nee

0

< 100 m

0

< 100 m

0

Nee

11,11

Nee

11,11

a - vulpunten voersilo’s, afvoerpunten mest, aan- en aflevervoorzieningen aan vuile weg

Nee

0

Nee

0

b - kruisende looplijnen interne bedrijfsgedeelte met openbare gedeelte

Ja

0

Ja

0

c - hygiënesluis op scheiding schone-vuile weg

Nee

0

Nee

0

d - kadaverplaats aan openbare weg

Ja

1,85

Ja

1,85

e - Looplijnenschets aanwezigheid, zichtbaar opgehangen

Nee

0

Nee

0

a - scheiding schoon-vuil gedeelte + wasbak

Nee

0

Nee

0

b - bedrijfseigen kleding/schoeisel

Ja

0

Ja

0

c - douches

Nee

0

Nee

0

7 Aparte hygiënevoorzieningen per diercategorie of stal

Nee

0

Nee

0

8 Opslag van vaste mest op het erf.

Ja

0

Ja

0

Nee

0

Nee

0

9 Spoelplaats veewagens

Nee

0

Nee

0

Heeft u voorzieningen zodat hemelwater niet vervuild kan 10 raken of voert u hemelwater, dat vervuild is/kan zijn,

Ja

3,7

Ja

3,7

4 Houdt u andere bedrijfsmatig gehouden veesoorten?

5 Scheiding schone-vuile weg:

f - Luchtinlaat direct aan vuile weg Voor welk percentage van de diercategorie geldt dit?

6 Hygiënesluis met:

Permanent afgedekte opslag van vaste mest op erf (afdak)

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

af naar een afgesloten opslag?

11 Zuivering interne stallucht (voor vleesvarkens, biggen en pluimvee): a - Intern luchtfilteringssysteem met afvang fijnstof Voor welk percentage van de diercategorie geldt dit? b - Elektrostatische luchtfiltering (ionisatie) Voor welk percentage van de diercategorie geldt dit? c - Bij roostervloeren: afzuiging lucht onder roosters Voor welk percentage van de diercategorie geldt dit? Score op vraag 11:

0

0

0

12 Frisse lucht op de werkgang: Is er een systeem waarbij de verzorger zo min mogelijk aan fijnstof wordt blootgesteld en frisse lucht op de werkgang kan inademen (het Oolman systeem)? Voor welk percentage van deze diercategorie wordt het systeem toegepast?

Versie 1.91

Maximum Score

100

100

Aantal punten

27,77

16,66

0

Wegingsfactor

89,24%

10,76%

0,00%

Totaal aantal punten (gewogen)

26,57

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

Toelichting

Excel 2007

Hier kunt u handmatig een aantal gegevens invullen. De rekenwijze wordt uitgelegd in hoofdstuk 5 bij de paragraaf Geuremissie. Allereerst moet u bepalen wat de geuremissie is indien u geen maatregelen zou treffen om de geuremissie te reduceren; de Referentie, zie daarvoor bijlage 3 van de BZV. Vervolgens vult u de huidige / gewenste situatie in met het stalsysteem dat u wilt toepassen en berekent u het effect van een geurreducerend stalsysteem.

Geuremissie Referentie Stal stal 1 stal 2 stal 3

Totaal

Code Diercategorie A3 A1.100.2 A1.14.2

Aantal Dierplaatsen 120 77 98

Waarde Rgv

Huidige / Gewenste situatie

Emissie

Waarde

0

0

Behaald reductiepercentage

Versie 1.91

Emissie

0,0%

Totaal aantal punten 0,00

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

Toelichting

Excel 2007

In dit tabblad bepaalt u de geurimpact van uw bedrijf. De systematiek is uitgewerkt in hoofdstuk 5 van de BZV, zie de paragraaf Geurimpact. U bepaalt of uw bedrijf is gelegen in concentratiegebied. Vervolgens vult u de geurbelasting in op de zwaarst belaste woning in het buitengebied en in de bebouwde kom. De gegevens haalt u uit de vergunnning en bijbehorende berekening met V-Stacks-Vergunning.

Geurimpact Bevind u zich in een concentratiegebied?

Ja Punten

In concentratiegebied Hinder voorgrond geurbelasting bedrijf: Op woonkern in OU Op buitengebied in OU

Versie 1.91

Totaal aantal punten

0,00

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

Excel 2007

Toelichting Hier kunt u handmatig een aantal gegevens invullen. De rekenwijze is beschreven in Hoofdstuk 5 in de paragraaf Emissie & impact fijnstof / endotoxinen op van de BZV versie 1.0. Allereerst moet u dereferentie bepalen door uit te rekenen wat de fijnstofemissie is indien u geen emissie reducerende maatregelen zou treffen, zie daarvoor bijlage 4 van de BZV. Vervolgens bepaalt u de feitelijke situatie met het stalsysteem dat u wilt toepassen. Het programma berekent dan de emissiereductie. De belasting op de dichtstbijzijnde woning volgt uit een ISL3a berekening, in het uitvoerbestand met de extensie .blk.

Fijnstofemissie / Fijnstofimpact Fijnstofemissie Stal stal 1 stal 2 stal 3

Code Diercategorie A3 A1.100.2 A1.14.2

Aantal Dierplaatsen 120 77 98

Totaal

Ref. waarde

Emissie

38 148 148

4.560 11.396 14.504

Feitelijke waarde 38 148 148

30.460

Emissie 4.560 11.396 14.504

30.460

Behaald reductiepercentage

0,0%

Aantal punten

0,00

Aantal punten

40,00

Fijnstofimpact Belasting in µg/m³ *

0,18

* U moet de belasting van uw bedrijf op de zwaarstbelaste woning in uw omgeving invullen Versie 1.91

Totaal aantal punten

40,00

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

Excel 2007

Toelichting

De systematiek voor ammoniak is beschreven in Hoofdstuk 5, in de paragraaf "Ammoniak" op pagina 27. U berekent hier de door u gewenste situatie. U krijgt punten als u maatregelen treft in uw bestaande stallen, die verder gaan dan het besluit huisvesting. Ook krijgt u punten als u maatregelen treft in stallen die na inwerkingtreding van de BZV worden gebouwd, die verdergaan dan de provinciale verordening stikstof en Natura 2000. Om te bepalen hoeveel punten u krijgt, moet u de ammoniakemissie van uw bedrijfsvariant berekenen voor twee referentienivo's; dat voor bestaande stallen die en voor de nieuwe stallen. Beide emissiefactoren vindt u terug in bijlage 2 van de BZV versie 1.0. Daarna vult u uw gewenste situatie in met -desgwenst- extra emissiereducerende maatregelen.

Ammoniak Emissie

Diercategorie jongvee A3 melkvee A1

Bestaande stallen Emissie factor volgens Aantal Dierplaatsen BHV 120 3,9 77 9,5

Referentieniveau bestaand

Emissie 468 731,5

1199,5

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

Nieuwe stallen Emissie factor volgens Aantal Dierplaatsen PV-N2000 98 8,1

Diercategorie melkvee A1

Referentieniveau nieuw

Stal

stal 1 stal 2 stal 3

Aangevraagde emissie Versie 1.91

Emissie 793,8

793,8

Diercategorie A3 A1.100.2 A1.14.2

Bestaande / gewenste situatie Aantal Dierplaatsen Emissie factor 120 3,9 77 11 98 8,1

Emissie 468 847 793,8

2108,8

Totaal aantal punten

0,00

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

Toelichting

Excel 2007

Hier vult u uw gegevens in over de hoeveelheid fosfaat die u produceert en de hoeveelheden die u op uw eigen bedrijf aanwendt of via een mestcontract of op een andere wijze afzet. In Hoofdstuk 5, in de paragraaf Mineralenkringlopen en in bijlage 6 is de systematiek beschreven. Uitgangspunt is de gecombineerde opgave die u jaarlijks invult voor het ministerie van EZ. U vult eerst de fosfaatproductie in, dit mag o.b.v. forfaitaire productie of de daadwerkelijke productie (deze moet u motiveren bij de aanvraag). Vervolgens vult u de arealen en de toegestane fosfaatgift in. Let wel: het gaat alleen omfosfaat in mest die wordt uitgereden. U kunt ha's grond invoeren en fosfaat-norm.

Mineralenkringloop P-Mest Totaal P Mestproductie totaal (in kg P)

6.600

Gebruiksruimte (in kg P)

3.393

P-mestoverschot (Productie - Gebruiksruimte)

3.207

P-aanwending mest

Ha

Norm (kg/ha)

kp P

Grond eigen gebruik, binnen een straal van 15 km

3,5

65,0

228,2

2,4

55,0

132,0

31,9

95,0

3032,4

108,7

0,0

0,0

Punten

Score

0,0 Subtotaal

3392,6

1

51,40

0,5

0,00

0,3

0,00

0

0,00

0,0

Grond eigen gebruik, binnen een straal van 100 km of binnen NL

0,0 0,0 0,0 0,0 Subtotaal

0,0 0,0

Grond eigen gebruik, buiten een straal van 100 km maar binnen NL

0,0 0,0 0,0 0,0 Subtotaal

Overig

41,0

0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Subtotaal Versie 1.91

0,0

Totaal aantal punten 51,40

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

Toelichting

Excel 2007

In dit tabblad vult u een aantal maatregelen in die u neemt tbv Verbinding met de Omgeving. De systematiek is beschreven in hoofdstuk 5, in de paragraaf Verbinding.

Verbinding

Antwoord

Score

1

Informatie-bord

Vanaf openbare weg leesbaar informatiebord met minimaal in woord en/of beeld: bedrijfsinformatie over diersoort en -categorie en doel van de bedrijfsmatig op het bedrijf gehouden dieren (bijv. fokkerij, opfok, melk-, eier- of vleesproductie).

Nee

0

2

Website

Het bedrijf beschikt over een eigen website met minimaal de volgende informatie: type veehouderij, aantallen dieren, wijze van houderij en toelichting op het productieproces. De BZV-portal bevat een link naar deze website.

Nee

0

3

Webcam

Er is een webcam in één of meerdere stallen en/of uitlopen geïnstalleerd, en gekoppeld aan een voor derden toegankelijk medium. De beelden zijn op elk gewenst moment te bekijken, bv op de website van het bedrijf of bij informatiebord.

Nee

0

< 100 m

0

Ja

4,08

Nee

0

Nee

0

Zorg- of opvangfunctie (zorgboerderij, dag- of naschoolse opvang)

Nee

0

B&B / Boerderijcamping

Nee

0

Multifunctioneel gebruik (bv vergaderaccommodatie, boerengolf)

Nee

0

Wordt op de website van de BZV wordt informatie over de score verstrekt op maatlatniveau?

Ja

6,12

Maximum Score

50

4a Toegankelijkheid bedrijf

Opengesteld (wandel)pad over erf of eigen grond met tenminste zicht op bedrijfsactiviteiten buiten de stal. (Een wandelpad over openbaar terrein (bv over de openbare weg) komt niet voor punten in aanmerking) Lengte:

4b Dieren die op het bedrijf worden gehouden

- Inkijk in de stal en/of zicht op dieren (die op het bedrijf worden geproduceerd) op permanent beschikbare uitloop of in de weide - In de stal de dieren bekijken (via directe toegang tot de stal of via ramen in een afgescheiden (bezoekers)-ruimte / skybox ). Vanaf de openbare weg moet duidelijk zichtbaar zijn dat bezoekers op het bedrijf welkom zijn en ze al dan niet onder begeleiding of na afspraak de stal / bezoekersruimte mogen betreden.

5

6

Verbrede landbouw Boerderijwinkel / huisverkoop / verkoop via automaat

Inzichtelijkheid

Versie 1.91

Totaal aantal punten 10,20

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

Excel 2007

Toelichting In dit tabblad vult u de maatregelen in die u treft t.b.v. biodiversiteit. In de BZV 1.0 staat dit beschreven in hoofdstuk 5, paragraaf Biodiversiteit en in bijlage 5.

Biodiversiteit

Antwoord

Punten

1

Natuur & Landschapselementen buiten bouwblok

Het totale oppervlak van de landbouw percelen (excl bouwblok) dat wordt ingezet voor natuur & landschap (bos, hagen, solitaire en laanbomen, singels, poelen). Bemesting en gebruik bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan.

>2 ha

37,5

2

Soortenrijkdom

Teelt van tenminste 4 verschillende akkerbouw- en of voedergewassen (niet zijnde grasland) of een gevarieerde grasmat (natuurlijk of kruidenrijk grasland). (totaal tenminste 1 ha)

Nee

0

3

Groen op het erf

Oppervlak groen op het erf (= vertikale projectie van bomen, struiken, heggen, bosplantsoen, boomgaard, poel) als percentage van het totale erfoppervlak (= bouwblok). Bemesting en gebruik bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan.

<= 10 % groen

0

Maximum Score

100

Versie 1.91

Totaal aantal punten

37,50

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

Toelichting

Excel 2007

In dit tabblad vult u de certificaten in die u heeft of wil gaan behalen. In hoofdstuk 4 "Certificaten" van versie 1.0 van de BZV wordt dit nader beschreven. Kies alleen certificaten voor dieren die u houdt of wilt gaan houden en benoem het percentage waarvoor het certificaat geldt op bedrijfsniveau.

Certificaat

Pnt.

Niveau

Certificaat aanwezig?

Percentage van aantal NGE op bedrijfsniveau

Pnt.

100%

5

Basis sectorspecifieke certificaten Deelname aan ketenkwaliteit-systeem Cono, DOC, FoqusPlanet basis (Friesland Campina), Rouveen of KKM basiscertificaat (inclusief Medi-Rund)

5

Sector

Kwaligeit

8

Sector

0

IKB varken

8

Sector

0

IKB kip

9

Sector

0

Ja

Maak een keuze IKB ei basis / KAT basis

Sector

0

IKB rund

7

Sector

0

IKB kalveren

8

Sector

0

Aanvullende sectorspecifieke certificaten Foqusplanet (categorie: 'goed' of 'excellent')

3

Sector

Vrije uitloop ei (IKB/KAT) / 2 ster BLK

4

Sector

0

Scharrel ei (IKB/KAT)

1

Sector

0

KAT - aanvulling "tierschutz gepruft" bij KAT scharrel ei

2

Sector

0

KAT - aanvulling "tierschutz gepruft" bij KAT vrije uitloop ei

1

Sector

0

Ja

100%

3

Aanvullende sectoroverschrijdende certificaten Milieukeur

9

Sector

0

BeterLeven (1 ster BLK)

3

Sector

0

MDV (Maatlat Duurzame Veehouderij)

5

Stal

EKO (3 ster BLK)

10

Sector

Scharrelvlees (Producert) / 2 ster BLK, exclusief IKB

4

Sector

Ziektevrijcertificaten GvD (Gezondheidsdienst voor Dieren)

0,2

Sector

Ja

50%

2,5

100%

0 0

Aantal certificaten 2

2

100%

0,4

Wachtkamer certificaten / ketensystemen Versie 1.91

Totaal aantal punten 10,90

Dit rekenmodel is opgesteld voor versie 1.0 van de BZV die op 18 februari door GS is vastgesteld en mag worden toegepast in (vergunnings)procedures totdat de webapplicatie voor de BZV beschikbaar is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=a6038cb6-5a66-43f9-bb76-6f199c6623c9