CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2A Toelichting - bijlage 04 Elst 12 Geffen

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’24.319 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden. Methodiek bij niet-planmatige ‘categorie 3’ ontwikkelingen De regio vindt het belangrijk dat er ruimte is voor lokaal maatwerk. Uitgangspunt is een methodiek die uitgaat van een forfaitair bedrag op basis van grondwaardevermeerdering (bestemmingswinst). Afspraken methodiek bij niet-planmatige ‘categorie 3’ ontwikkelingen - berekening van een vorm van forfaitair bedrag gebaseerd op een percentage van de grondwaardeverandering (bestemmingswinst). Dit berekende forfaitair bedrag bepaalt de omvang van de te leveren prestatie; - gedifferentieerd systeem van functies, inspanningen en (grond)waarden; - een minimale basisinspanning voor de kwaliteitsverbetering, gemeenten kunnen een hogere inspanning vragen; - duidelijkheid aan initiatiefnemers bij start planontwikkeling. Basisinspanning De notitie Toepassingsbereik is het vertrekpunt voor bepalen van de basisinspanning die bij de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorgestaan. Voor planmatige (stedelijke) ontwikkelingen wordt aangesloten bij de eerdere afspraken voor rood-voor-groenkoppeling bij stedelijke uitbreidingen en het voorstel uit de handreiking.

Afspraken basisinspanning Voor niet-planmatige ontwikkelingen in het buitengebied: - categorie 1: geen inspanning; - categorie 2: een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer; - categorie 3: de beschreven forfaitaire methode, waarbij uitgegaan wordt van minimaal 20% van de grondwaardevermeerdering. Voor planmatige ontwikkelingen in het buitengebied: - Stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied, in zoekgebied voor verstedelijking: Vaste afdracht per m2, te stellen op 1% van de uitgifteprijs; - Infrastructuur: Maatwerk waarbij kwaliteitsverbetering integraal onderdeel is van de gebiedsontwikkeling; - Overige (planmatige) ontwikkelingen zoals windturbines, reclamemasten, zendmasten voor telecommunicatie: Maatwerk aanpak.

Ruimtelijke onderbouwing Elst 12, Geffen, pag. 41 van 47 25-05-2018

Maatregelen kwaliteitsverbetering landschap In de evaluatie kwam onduidelijkheid over de maatregelen en kosten die kunnen worden ingebracht voor kwaliteitsverbetering van het landschap naar voren. Om de aanpak voor kwaliteitsverbetering binnen de regio gelijk te schakelen zijn de richtlijnen hieronder kort samengevat. Fysieke maatregelen Op basis van de regeling voor kwaliteitsverbetering landschap uit de Verordening ruimte is voorwaarde dat de kwaliteitsverbetering moet resulteren in fysieke en zichtbare verbetering van het landschap. Investeringen die geen fysieke kwaliteitsverbetering voor het landschap opleveren, zoals milieumaatregelen in de vorm van (asbest)sanering, duurzaamheid en dierenwelzijn, afschrijving economische boekwaarde en aanbrengen van functioneel groen op erf, vallen niet onder het toepassingsbereik van kwaliteitsverbetering landschap. Richtlijn inbreng kosten kwaliteitsverbetering landschap: Inrichting- en beheerkosten voor aanleg of herstel van natuur- en landschapselementen baseren/ relateren aan gegevens (prijzen, minimale oppervlakten, soorten) die beschikbaar zijn vanuit STIKA dan wel andere gestandaardiseerde normbedragen voor maatregelen.

Ruimtelijk kwaliteitsbeleid Bij de gemeenten in de regio Noordoost is voldoende beleidskader voor de beoordeling en sturing van ruimtelijke ontwikkelingen en de daarmee verbonden kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit betekent dat gemeenten in de regio beschikken over: - een structuurvisie of voornemens zijn deze op te stellen/ te actualiseren; - een actueel beleidskader en/ of parate gebiedskennis om de inrichtingsvoorstellen voor kwaliteitsverbetering te beoordelen en aan te sturen. - een ambitiekaart met regionale landschapsopgaven voor investering in (sub)regionale landschapsversterkende projecten. Afspraak ruimtelijk kwaliteitsbeleid 1. Gemeenten dragen zelf zorg voor het benodigde ruimtelijk kwaliteitskader. 2. Gemeenten hebben regierol voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Verantwoording en monitoring In de Verordening Ruimte is opgenomen dat van de kwaliteitsverbetering die is verzekerd via een financiële bijdrage in een landschapsfonds regelmatig verslag moet worden gedaan in het regionaal ruimtelijk overleg. Voor de kwaliteitsverbetering via een bestemmingsplan zijn geen nadere vereiste voor de verantwoording opgenomen. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en handhaving van de kwaliteitsverbetering. Afspraken verantwoording en monitoring 1.

Regelmatig wordt in het kader van de Monitor Verordening ruimte verslag gedaan van de financiële bijdrage aan en besteding van het landschapsfonds voor kwaliteitsverbetering van het landschap. 2. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en de handhaving van de kwaliteitsverbetering. 3. Initiatieven om kennis en kunde over kwaliteitsverbetering te delen, worden in principe door regio /provincie ondersteund. Categorie 1: geen inpassing of tegenprestatie Tot deze categorie behoren in ieder geval de volgende concreet benoemde ontwikkelingen: - vergroten inhoud van een burgerwoning tot 750 m3; - vergroten inhoud van een bedrijfswoning tot 750 m3; - vergroten aantal m2 bijgebouwen bij woning tot 100 m2 in totaal; - realisatie Ruimte voor ruimte woning(en); - ontwikkeling ter realisatie van EHS compensatie;

Ruimtelijke onderbouwing Elst 12, Geffen, pag. 42 van 47 25-05-2018

-

-

-

-

-

wijzigen bestemming naar Bos/Natuur en treffen bestemmingsregeling/aanleg voorzieningen die een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden tot gevolg hebben; vestiging van of de splitsing in meerdere wooneenheden in monumentale/ karakteristieke/cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; uitbreiding bestemmingsvlak wonen tot 1500 m2; herbouw woning binnen geldend bestemmingsvlak; wijziging bestemming agrarisch bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf) of niet-agrarisch bedrijf met een omvang van minimaal 1 ha, in bestemming wonen of andere bestemming zoals horeca, niet-agrarisch bedrijf, maatschappelijke doeleinden of recreatie mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 1500m2, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 200m2 aan bijgebouwen/ voormalige bedrijfsbebouwing resteert; bed & breakfast en kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten in/bij (bedrijfs)woning binnen vigerende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen) en binnen geldend bestemmingsvlak wonen of niet-agrarisch bedrijf tot een maximum van 200 m2; nevenactiviteiten en verbrede landbouwactiviteiten bij een agrarisch bedrijf of Wonen-VAB binnen bestaande bebouwingsmogelijkheden tot een maximum van 200 m2; aan huis gebonden

beroep/bedrijf in/bij woning binnen geldende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen); ontheffing mantelzorg in/bij woning binnen geldende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen); ontheffing tijdelijke huisvesting seizoenarbeiders binnen geldende, bestaande bebouwing (dit mag niet leiden tot het ontstaan van een zelfstandige woonruimte); huisvesting reclasseringsjongeren op (agrarisch) bedrijf binnen geldende, bestaande bebouwing; toestaan tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; verkoop van op het eigen (agrarisch) bedrijf vervaardigde producten (inclusief de verkoop van streekeigen producten) tot een maximum van 200 m2 binnen geldende bouwregeling bedrijfsbebouwing; omzetten van vrijkomende agrarische bedrijfswoning naar plattelandswoning; bouw van ooievaarsnesten; toestaan Bosman-molens tot 5 m.

Voor het overige behoren tot deze categorie: - ontwikkelingen onder toepassing van de directe bouwmogelijkheden/bouwregels en gebruiksregels van een geldend bestemmingsplan; - binnenplanse 10%-afwijking: kleine afwijkingen ten behoeve van hoogte en situering. Tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. In het voormalige provinciale ruimtelijke beleid (Streekplan, Paraplunota ruimtelijke ordening) waren de hiervoor genoemde oppervlakte- en inhoudsmaten opgenomen als gangbare bovenmaten tot waar gemeenten de mogelijkheid kregen deze ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren. Het zou niet juist zijn voor deze mogelijkheden nu opeens een extra inspanning te eisen.

Categorie 2: landschappelijke inpassing Tot deze categorie behoren in ieder geval de volgende concreet benoemde ontwikkelingen: - minicampings met kleinschalige kampeergelegenheden tot een maximum van 25 mobiele kampeermiddelen; - bed & breakfast en kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten in/bij (bedrijfs)woning binnen vigerende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen) en binnen geldend bestemmingsvlak wonen of niet agrarisch bedrijf vanaf een oppervlakte van 200 m2; - nevenactiviteiten en verbrede landbouwactiviteiten bij een agrarisch bedrijf binnen bestaande bebouwingsmogelijkheden vanaf 200 m2; - vormverandering van een agrarisch bouwvlak of een bestemmingsvlak; - paardenbakken aansluitend aan het bouwvlak; - omschakeling van agrarische bedrijfsvoering (grondgebonden, intensief, overig nietgrondgebonden) zonder vergroting van het bouwvlak;

Ruimtelijke onderbouwing Elst 12, Geffen, pag. 43 van 47 25-05-2018

-

-

-

voor zover de locatie is gelegen in het agrarisch gebied, als bedoeld in de Verordening ruimte: vergroten agrarisch bouwvlak tot 1,5 ha, of vergroting met differentiatievlak van maximaal 0,5 ha specifiek ten behoeve van opslag van ruwvoer; voor zover de locatie is gelegen in de groenblauwe mantel, als bedoeld in de Verordening ruimte: vergroten agrarisch bouwvlak tot 1 ha, of vergroting met differentiatievlak van maximaal 0,5 ha specifiek ten behoeve van opslag van ruwvoer;. Wijziging bestemming agrarisch bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf) of niet-agrarisch bedrijf in bestemming wonen of wonen met VAB aanduiding, of andere bestemming, zoals horeca, niet-agrarisch bedrijf, maatschappelijke doeleinden of recreatie, mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5000m2, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500m2 voormalige bedrijfsbebouwing resteert.

Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Mits voorzien van een goede onderbouwing hiervan, kunnen ook andere ontwikkelingen tot deze categorie worden beschouwd. Voor het overige behoren tot deze categorie alle ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via de (binnenplanse) afwijkingsbevoegdheid, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. Tevens kan in het bestemmingsplan bepaald worden dat een specifieke afwijking wel als categorie 3 behandeld moet worden. Categorie 3: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Tot deze categorie behoren alle ruimtelijke ontwikkelingen die niet onder categorie 1 of categorie 2 vallen; dit betreft onder andere de volgende ontwikkelingen: -

uitbreiding bestemmingsvlak Bedrijf, Wonen (>1500 m2), Horeca, Recreatie etc.; vergroten aantal m2 bebouwing binnen Bedrijf, Recreatie, Horeca etc.; vergroten inhoud van een (agrarische Bedrijfswoning boven 750 m3; vergroten inhoud van een burgerwoning boven 750m3; vergroten aantal m2 bijgebouwen bij een woning groter dan 100 m2; nieuwbouw (eerste) bedrijfswoning.

Notie mbt woningen via art. 8.2 / art. 9.2 Vr Het realiseren van een woning op basis van artikel 8.2 en artikel 9.2 uit de Verordening ruimte, kwaliteitsverbetering in bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking, is slechts toegestaan bij een kwaliteitsverbetering die gelijkwaardig is met de aanschaf van een ruimte-voor-ruimte titel. De benodigde kwaliteitsverbetering kan op basis van de Verordening ruimte niet worden gebaseerd op een berekening van 20% van de bestemmingswinst. 2

Op dit moment heeft het gehele perceel een woonbestemming (5.830 m ). In de toekomstige situatie zal 2 een deel van het perceel een de woonbestemming houden (4.300 m ) en voor het overige een agrarische 2 bestemming zonder bouwmogelijkheden (1.530 m ). Er is sprake van een categorie 2 ontwikkeling. Dit betekent dat het noodzakelijk is om een landschappelijk inpassingsplan op te stellen. Hierdoor zal de ruimtelijke kwaliteit van het gebied toenemen. Dit landschappelijk inpassingsplan is opgesteld door Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt (zie bijlage 4) Als basis voor het landschappelijk inpassingsplan is gehanteerd het navolgende ruimtelijk kader: Ruimtelijke kader Het ruimtelijk kader wordt gevormd door; a. de Populieren langs de Kepkensdonk, b. de Berken langs de weg Elst, c. de bebouwing en opgaande beplanting op de omliggende buurerven buurerven. Het plangebied kan worden waargenomen vanaf de openbare weg ter hoogte van het plangebied, de ten westen gelegen Kepkensdonk en de ten zuiden gelegen Molenstraat. De bebouwing en beplanting op omliggende erven beperkt het zicht; de context is als besloten te kenschetsen.

Ruimtelijke onderbouwing Elst 12, Geffen, pag. 44 van 47 25-05-2018

Vanaf de weg Elst, komend uit het oosten toont zich de oostkant van het plangebied korte tijd aan het verkeer; de doorkijk op het achterliggende gebied onderstreept het besloten karakter van de context. Vanaf de weg Elst, komend uit het westen wordt het plangebied aan het zicht ontrokken door de beplanting op het ten westen gelegen erf. Vanaf de Kepkensdonk en de Molenstraat toont zich een klein deel van de westkant en de zuidkant van het plangebied in doorkijken aan aan het verkeer. Bebouwing De aangetroffen bebouwing is als volgt te rangschikken: - Een woning en een ten oosten hiervan gelegen bijgebouw met een daarin gelegen appartement aan de noordkant, - Twee kleinere, als berging in gebruik zijnde voormalige varkensstallen aan de westkant, - Een grotere, als caravanstalling en ten behoeve van statische opslag in gebruik zijnde voormalige varkensstal aan de zuidkant. Verharding De woning en de kleinere bergingen aan de westkant worden ontsloten via een aan de westkant van het plangebied gelegen inrit en oprit. Het ten oosten van de woning gelegen bijgebouw en de aan de zuidkant gelegen varkensstal worden ontsloten via een ten oosten va deze gebouwen gelegen inrit en oprit. Beplanting De aangetroffen beplanting bestaat uit de navolgende elementen: - Enkele solitaire bomen uit het landschappelijk sortiment; een Es, een Haagbeuk en een Kers.

- Beukenhagen met daarin opgenomen Leibomen. - Siergroen bestaande uit heesters en enkele bomen in de rond de woning en het bijgebouw gelegen tuin. In het voorafgaande kwam het volgende naar voren: - Het plangebied is gesitueerd in een overgangsgebied tussen het landschap van de rivieren en het landschap van de dekzanden. - In de nota landschapsbeleid 2015 wordt het plangebied gerangschikt in de zone dekzandrug-kamp& heideontginning. Voor dit gebied wordt nagestreefd de hoge ligging in het landschap te verduidelijken door de toepassing van opgaand groen, passend bij dit landschapstype (eik, linde, beuk). Als begeleiding van deze bomenrij wordt een talud van 50 cm hoog aangelegd. Dit talud wordt ingezaaid met een mix van veldbloemen. In het aan te planten bosplantsoen wordt gebruik gemaakt van inheemse soorten, bestaande uit de vuilboom, sleedoorn, kolnoentje en hulst. De breedte van dit element wordt 6 meter, met een plantverband van 1,25 x 1,25. De nieuwe loods wordt groen aangekleed, met een groenblijvende klimop (hedera).

Ruimtelijke onderbouwing Elst 12, Geffen, pag. 45 van 47 25-05-2018

Soortkeuze De soortkeuze sluit aan bij de aangetroffen groeiplaatsfactoren en de aanbevelingen van de nota Landschapsbeleid 2015. Concluderend kan gesteld worden dat met het initiatief voldaan wordt aan de verplichte investering in de kwaliteitsverbetering en de noodzaak voor landschappelijke inpassing. 4.2.4 Defensie Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: - Radarverstoringsgebieden;

Ruimtelijke onderbouwing Elst 12, Geffen, pag. 46 van 47 25-05-2018

-

Obstakelbeheergebieden; Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen.

Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen. Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden. 4.2.5 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Op grond van het Besluit milieueffectrapportage, mede in relatie tot bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, moet voor bepaalde projecten een m.e.r. worden gemaakt of een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Met een m.e.r.

worden vooraf de milieugevolgen van een besluit in beeld gebracht. Voor dit bestemmingsplan hoeft op grond van de Wet milieubeheer geen milieueffectrapport te worden gemaakt. Op grond van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling is niet gebleken dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn die leiden tot een m.e.r.-beoordelingsplicht. Hierbij wijzen wordt gewezen op wat elders in deze toelichting over de afzonderlijke milieuaspecten is opgemerkt. Er bestaat dan ook geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling.

Ruimtelijke onderbouwing Elst 12, Geffen, pag. 47 van 47 25-05-2018

Hoofdstuk 5

Haalbaarheid

5.1 Economische uitvoerbaarheid Voor onderhavig initiatief zal met de initiatiefnemer een exploitatie/anterieure overeenkomst worden gesloten. Hierin worden afspraken gemaakt over plankosten en planschade. Middels deze overeenkomst is de economische uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan verzekerd 5.2

Inspraak

5.3

Vooroverleg

datum 5-1-2016 dossiercode 20160105-38-12181 Instemming waterschap met ontwikkeling via doorlopen korte procedure Digitale Watertoets Geachte heer/mevrouw, Uit de digitale watertoets blijkt dat het ruimtelijk plan onder de korte procedure valt. De verhardingstoename en/of -afkoppeling is maximaal 2.000 m2. Het plangebied valt buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen. Wij verzoeken u bij de bouw af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Eventueel benodigde vergunningen worden niet de digitale watertoets geregeld. Voor de verwerking van afvalwater is de gemeente meestal het bevoegde gezag. Voor een oppervlaktewaterlozing is vaak een watervergunning nodig. U kunt hierover contact op te nemen met het Waterwetloket: (073) 615 83 33 of info@aaenmaas.nl. Heeft u vragen of opmerkingen over de Digitale Watertoets? Neem contact met ons op via watertoets@aaenmaas.nl. Tot slot streeft waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie via de Digitale Watertoets aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld. Ligging plangebied

De WaterToets 2014

QUICKSCAN FLORA & FAUNA ELST 12 - GEFFEN

Colofon Quickscan flora & fauna Projectnummer: 16.1000 Versie: 1 Datum: 25 januari 2016

Opdrachtnemer Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss

Postbus 300 5340 AH Oss

Locatie Elst 12 te Geffen

Opdrachtgever G&O Consult Postbus 12 5845ZG Sint Anthonis T: 0493-597505

Contactpersoon Ing. A.J.A.M. van Zeeland T: 088-4882929 F: 088-4882102 E: anton.van.zeeland@exlan.nl

Uitvoerders Ing. A.J.A.M. van Zeeland Ing. E. van Horssen-Maas

Collegiale check AvZ

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

2

Inhoudsopgave Quickscan flora & fauna INLEIDING

4

HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER

6

HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN

9

HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE

14

LITERATUUR

16

BIJLAGEN

17

WAARNEMINGEN VOLGENS WAARNEMING.NL

18

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

3

Inleiding Quickscan flora & fauna Aanleiding Aanleiding voor het onderzoek naar de natuurwaarden van de locatie Elst 12 te Geffen is wijzigen van de bestemming van de voormalige varkenshouderij. De initiatiefnemer is voornemens om in voormalige varkensstallen caravans te stallen. Hierbij moet de totale oppervlakte van de bijgebouwen worden teruggebracht naar maximaal 1.000 m². In dit kader wordt door het bevoegde gezag een flora- en faunatoets noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen wijzigingen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Flora- en faunawet, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing ex. artikel 75 van de Flora- en faunawet worden verkregen. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met eventuele effecten op beschermde natuurgebieden. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Daarnaast worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. De resultaten kunnen dienst doen bij de onderbouwing van de ontheffingsaanvraag ex. artikel 75 van de Flora- en faunawet.

Plangebied Het plangebied valt binnen de gemeente Oss en is gelegen in het buitengebied, ten noordwesten van de kern Geffen. Binnen het plangebied zijn drie veestallen, een bijgebouw en een woonhuis gelegen. Aan de voorzijde is een ruim aangelegde tuin aanwezig.

•

Afbeelding 1: Planlocatie (Bron: kaartbank Provincie Noord-Brabant)

Op circa 11,7 kilometer ten zuidwesten van het plangebied is het natuurgebied ‘Vlijmens Ven, Bossche Broek en Moerputten’ gelegen.

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

4

Voorgenomen ingreep Het voornemen is om de bebouwingsoppervlakte van de bijgebouwen terug te dringen naar 1.000 m². Hiertoe worden de twee oude varkensstallen (blauw gearceerd), welke westelijk op het perceel zijn gelegen, gesloopt. Probleemstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de sloopwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten? 3. Indien de duurzame staat van instandhouding van strikt beschermde soorten in gevaar komt, welk vervolgtraject dient dan doorlopen te worden? 4. Voor welke beschermde soorten moet eventueel een ontheffing aangevraagd worden?

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

5

Hoofdstuk 1

1 Toetsingskader De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. De soortenbescherming is verankerd in de Flora- en faunawet (2002). De gebiedsbescherming is verankerd in de Natuurbeschermingswet 1998.

1.1

Flora- en faunawet De Flora- en faunawet vormt voor wat betreft de soortenbescherming een concrete en correcte implementatie van de habitatrichtlijn. Deze wet is op 1 april 2002 in werking getreden. Doel van deze wet is de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. De Flora- en faunawet kent zowel verbodsbepalingen als een zorgplicht. De zorgplicht geldt altijd, voor iedereen en in alle gevallen. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij – principe’. Voor verschillende categorieën soorten en activiteiten zijn vrijstellingen of ontheffingen van deze verbodsbepalingen mogelijk. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

•

• • • • •

Planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, ter vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen. (art 8 Flora- en faunawet); Dieren; behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen. (art 9 Flora- en faunawet); Dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten. (art 10 Flora- en faunawet); Nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren. (art 11 Flora- en faunawet); Eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen of te vernielen (art. 12 Flora- en faunawet); Het vervoeren en onder zich hebben (i.v.m. verplaatsen van planten en dieren. (art 13 Flora- en faunawet).

Als gevolg van ruimtelijke ingrepen is het mogelijk dat beschermde soorten beschadigd, verstoord of vernietigd worden. Als op basis van onderzoeksgegevens blijkt dat beschermde soorten voorkomen, kan dit consequenties hebben voor de voorgenomen ruimtelijke ingreep. Met ingang van juli 2004 geldt een Wijziging Besluit vrijstelling beschermde plant- en diersoorten. Met de wijziging worden knelpunten opgelost die o.a. bestaan bij ruimtelijke projecten als gevolg van de aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten. Bij veel werkzaamheden hiermee samenhangend is het niet langer nodig een ontheffing van Flora- en faunawet aan te vragen om beschermde dieren te verstoren of bijvoorbeeld beschermde planten te maaien. In plaats hiervan gaat een vrijstelling gelden. Om gebruik te kunnen maken van de vrijstelling is het wel nodig om te werken volgens een gedragscode. Alleen als het gaat om veel voorkomende soorten is het niet nodig om volgens een dergelijke gedragscode te werken.

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

6

1.2

Natuurbeschermingswet De beschermde gebieden die onder de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn (Natura 2000) zijn aangewezen vallen onder de Natuurbeschermingswet. De nieuwe Natuurbeschermingswet (1998) is sinds eind 2005 van kracht. Middels deze wet zijn verschillende gebieden in Nederland beschermd vanwege de voorkomende natuur. Het doel van de Natuurbeschermingswet is het beschermen en instandhouden van bijzondere gebieden in Nederland. Indien een plan negatieve gevolgen heeft (kan hebben) is een vergunning noodzakelijk. Ook hierbij geldt het ‘nee, tenzij – principe’. Per gebied wordt een beheerplan opgesteld waarin wordt opgenomen welke handelingen zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd. De locatie is niet gelegen binnen de contouren van een Natura 2000-gebied of een Natuurbeschermingswetgebied.

1.3

Ecologische hoofdstructuur Het doel van de ecologische hoofdstructuur is om te komen tot duurzame populaties van kwetsbare planten en diersoorten. Om de planten- en diersoorten gezond en veerkrachtig te houden, moeten ze in verschillende leefgebieden kunnen voorkomen. Dit is belangrijk voor de voortplanting; het bevorderd de genetische variatie binnen een soort. Soorten hebben zo meer overlevingskansen en meer uitwisselingsmogelijkheden. De ecologische hoofdstructuur in Noord-Brabant sluit aan op die in de rest van Nederland. Samen vormen ze weer een onderdeel van het Europese net van natuurgebieden, ook wel aangeduid als Natura 2000. Om de ecologische hoofdstructuur als netwerk te laten functioneren werkt de provincie ook aan het aanleggen van verbindingszones en het oplossen van faunaknelpunten in de wegenstructuur. Op bepaalde plaatsen worden dan tunnels of wildviaducten aangelegd. Ook de beheersgebieden behoren tot de EHS. Dit zijn agrarische gebieden, waar belangrijke natuurwaarden voorkomen. Voorbeelden zijn weidevogels of bepaalde akkerplanten. Er is subsidie beschikbaar voor een aangepast landbouwkundig gebruik. Dat wordt agrarisch natuurbeheer genoemd. Het voornemen binnen het plangebied is niet gesitueerd binnen de EHS.

1.4

Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van literatuuronderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voorkomen. Na het literatuuronderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is, op basis van de gegevens van het literatuuronderzoek, beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de te doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Flora- en faunawet art. 75. Op woensdag 13 januari 2016 is om 15:30 uur het plangebied ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was de temperatuur ca. 6 graden, was het wisselend bewolkt en was het windstil.

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

7

In het plangebied is de omgeving onderzocht op de aanwezige flora en fauna. Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten.

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

8

Hoofdstuk 2

2 Onderzoeksresultaten 2.1

Literatuuronderzoek In dit onderzoek is gebruik gemaakt van de gegevens zoals die beschikbaar zijn bij het Ministerie van Economische Zaken, de provincie Noord-Brabant en Waarneming.nl. Het plangebied heeft geen beschermde status in het kader van de Natuurbeschermingswet. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 11,7 kilometer afstand t.o.v. het plangebied (Moerputten). Er wordt niet verwacht dat het uitvoeren van de voorgenomen ingreep een negatieve invloed heeft op de natuurbeschermingswetgebieden. Het plangebied is niet gelegen in de ecologische hoofdstructuur. Ter plaatse van de Elst te Geffen zijn in de perioden 2014-2016 volgens Waaneming.nl verschillende vogelsoorten, dagvlindersoorten en een zoogdier waargenomen. Een overzicht hiervan is weergegeven in Bijlage 1. Geen van deze soorten is ter plaatse van het plangebied waargenomen.

2.2

Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur. Flora algemeen Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Geffen, omringd door agrarische bedrijven en burgerwoningen. De achterzijde van het plangebied grenst aan akkergronden en weilanden. De begroeiing binnen het plangebied bestaat voornamelijk uit grasland(en) en houtwallen. Langs de Elst is sprake van enige laanbeplanting. Het plangebied maakt een redelijk verzorgde indruk. Onderstaande foto’s zijn genomen tijdens het veldonderzoek.

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

9

•

Afbeelding 2 Foto’s plangebied – (te slopen) gebouwen

•

Afbeelding 3 Foto’s plangebied - omgeving

Binnen het plangebied zijn geen bijzondere (gevoelige) plantensoorten gevonden. De weilanden in de omgeving bestaan voornamelijk uit grasland met zeer algemene kruiden

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

10

en grassen. De houtwal binnen het plangebied bestaat voornamelijk uit zomereik, berk en es. Fauna algemeen Tijdens de inventarisatie is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen, dassen en uilen in of in de nabijheid van het plangebied. Zoogdieren Tijdens het terreinbezoek is nauwkeurig gekeken naar de aanwezigheid van zoogdieren. Er zijn enkele sporen van konijnen en muizen gevonden. Zoals verwacht worden op deze locatie geen sporen van dassen of dassenburchten aangetroffen. Gezien de bedrijvigheid in en in de nabij van het plangebied (omliggende bedrijven/woningen), wordt niet verwacht dat dassen het terrein als foerageergebied gebruiken. Vleermuizen Tijdens het terreinbezoek zijn geen sporen van vleermuizen waargenomen. Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig, welke geschikt zijn als verblijfplaats of nestgelegenheid voor vleermuizen. De laanbomen, gesitueerd buiten het plangebied, bevatten daarnaast geen holten, waarin zich vleermuizen kunnen bevinden. De gebouwen zijn onderzocht op verblijfplaatsen van vleermuizen. Hoewel er enkele kieren aanwezig zijn, zijn er geen activiteiten van vleermuizen waargenomen. Ondanks het feit dat het plangebied niet geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen, is het niet uit te sluiten dat vleermuizen het terrein als jachtgebied gebruiken.

Reptielen / amfibieën Er is geen oppervlaktewater aanwezig in het gebied. Tijdens het terreinbezoek zijn geen reptielen of amfibieën waargenomen. Dagvlinders Dagvlinders vliegen voornamelijk bij warm en zonnig weer. Ten tijde van het terreinbezoek zijn geen vlinders waargenomen. Het plangebied is niet aantrekkelijk als verblijfsgebied voor vlinders vanwege het ontbreken van vlinder – aantrekkende bloemen en struiken. Libellen Tijdens het terreinbezoek zijn geen libellen aangetroffen. Doordat er binnen het plangebied geen water met oevervegetatie aanwezig is, is de verwachting dat er geen libellen voorkomen. Vissen Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Dit sluit de aanwezigheid van vissen binnen het plangebied uit. Vogels Er zijn enkele vogels gezien en/of gehoord. Het betreffen de volgende vogelsoorten: Houtduiven, Pimpelmees, Holenduif, Kauw, Roodborstje, Winterkoning en Spreeuwen. Geen van de waargenomen vogelsoorten bevinden zich op de Nederlandse Rode Lijst. Ter plaatse van het naastliggende perceel is een eksternest waargenomen. In de meest westelijk gelegen (te slopen) stal zijn resten van een kauwnest gevonden. In de andere (te slopen) stal is een merelnest aangetroffen. Er zijn tijdens het terreinbezoek geen sporen van de steenuil en andere uilsoorten waargenomen.

2.3

Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Ten behoeve van het voornemen worden er gebouwen gesloopt. Er worden geen bomen gekapt. Het voornemen zal bij de uitvoering weinig effect hebben op verschillende

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

11

voorkomende of te verwachte soorten. Binnen de omliggende akkergronden en weilanden is voldoende groen aanwezig waar de dieren naartoe kunnen trekken/vluchten. Gebieden Beschermde gebieden (Natura 2000) bevinden zich op ruime afstand t.o.v. het plangebied. De ingreep heeft gezien de afstand tot de gebieden en de daardoor geringe milieubelasting geen effect op de beschermde gebieden. De ingreep zal niet leiden tot versnippering of onderbreking van ecologische verbindingszones of leefgebieden. De voorgenomen ingreep zal geen afbreuk doen aan de landschapsstructuur en belevingswaarde van de beschermde gebieden. De ecologische waarden worden niet aangetast. Zoogdieren Verstoring van zoogdieren kan plaatsvinden met de aanvang van de werkzaamheden. Vaste verblijfplaatsen van algemene soorten kunnen worden verstoord. Deze dieren zullen vanwege de onrust hun vaste verblijfplaats verlaten en naar omliggende gebieden trekken. Tijdens de werkzaamheden dient zorgvuldig aandacht te worden besteedt aan het in stand houden van vluchtmogelijkheden voor eventueel aanwezige zoogdieren. Het betreft algemeen voorkomende soorten die niet strikt beschermd zijn. De voorgenomen ingreep zal geen negatief effect hebben op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten. Binnen het plangebied zijn geen beschermde zoogdieren gevonden.

Vleermuizen Binnen het plangebied zijn geen sporen van vleermuizen waargenomen. Dat wil niet zeggen dat het plangebied niet als foerageer- of jachtgebied wordt gebruikt. Reptielen / amfibieën Werkzaamheden in het plangebied tijdens het voortplantingsseizoen (maart t/m augustus) zullen geen negatieve effecten hebben op de meeste amfibie- en reptielensoorten. Overwinteringsplaatsen en voortplantingsplaatsen van amfibieën en reptielen bevinden zich in of rondom het oppervlaktewater. Het is niet te verwachten dat er verstoring optreedt tijdens de werkzaamheden. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig en er zijn geen sporen van reptielen en amfibieën aangetroffen. Dagvlinders Binnen het plangebied zijn geen dagvlinders waargenomen. Het plangebied is niet geschikt voor de dagvlinder. De ingreep heeft naar verwachting geen nadelige effecten voor het verblijfsgebied van dagvlinders. Libellen Tijdens het terreinbezoek zijn geen libellen waargenomen. Daarnaast hebben de wijzigingen geen invloed op oppervlaktewateren. Het is niet te verwachten dat de voorgenomen wijzigingen binnen het plangebied een negatief effect hebben op de libellen. Vissen Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Effecten van de wijzigingen binnen het plangebied op de soortgroep vissen is hierdoor uitgesloten. Vogels Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Vogelrichtlijn.

Werkzaamheden in en in de omgeving van broedplaatsen tijdens de broedtijd (15 maart – 15 juli) zullen sterke negatieve effecten hebben op de meeste vogelsoorten door vernietiging van broedplaatsen en verstoring van de reproductie. Verstorende werkzaamheden in deze periode zijn dan ook niet toegestaan. Indien broedvogels binnen het broedseizoen worden verstoord, wordt wettelijk gezien geen ontheffing verleend. Buiten het broedseizoen kan wel ontheffing worden verleend. Verstorende werkzaamheden dienen

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

12

hierdoor buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Tijdens het terreinbezoek zijn geen Rode Lijst-soorten waargenomen. Planten Het plangebied bevat geen beschermde plantensoorten. Het voornemen heeft derhalve geen negatief effect op de instandhouding van beschermde plantensoorten binnen het plangebied. Overige beschermde soorten Omdat er geen beschermde soorten zijn aangetroffen, is het niet nodig deze soorten in een eventuele ontheffingsaanvraag op te nemen.

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

13

Hoofdstuk 3

3 Conclusie en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend terreinbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren komt vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.

3.1

Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Flora- en faunawet, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Heeft de voorgenomen activiteit directe gevolgen op de voortplantingslocatie of standplaats? 2. Heeft de voorgenomen activiteit indirecte gevolgen op de voortplantingslocatie of standplaats? En welk deel van het leefgebied wordt aangetast? 3. Heeft de ingreep een invloed op individueel, lokaal, regionaal of Nederlands niveau? 4. Blijven er voldoende alternatieve leefgebieden in het plangebied of in de omgeving over waar de soort naar toe kan uitwijken? Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteit op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en plantsoorten. Lokaal zullen niet specifiek beschermde diersoorten (muizen, konijnen, vogels) uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor eventuele aanwezige soorten is in de omgeving voldoende vervangende biotoop aanwezig. Het voornemen zal naar verwachting geen effect hebben op beschermde planten. Binnen het plangebied komen geen beschermde plantensoorten voor. Voor aanvang van de wijzigingen binnen het plangebied, dient geen ontheffing ex art.

75 van de Flora- en faunawet aangevraagd te worden voor strikt beschermde soorten. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige soorten. De werkzaamheden brengen het voortbestaan van deze en algemene soorten echter niet in gevaar. Een ontheffing of eventuele compensatie is hier niet van toepassing. Uit dit onderzoek blijkt dat de werkzaamheden binnen het plangebied geen significant negatief effect hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied. Omdat er verwacht wordt dat geen strikt beschermde flora en fauna in het plangebied verblijven, zal de ingreep geen negatief effect hebben op deze soorten en hun omgeving. Voor het merendeel van de aanwezige of te verwachten beschermde soorten zijn de effecten gering.

3.2

Vrijstellingen en ontheffingen Uitvoering van de sloopwerkzaamheden zal niet leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen waarvoor vrijstelling geldt of ontheffing zal moeten worden verkregen. Voor ‘categorie 1-soorten’ geldt een algemene vrijstelling indien de werkzaamheden zijn te karakteriseren als ruimtelijk ingreep of bestendig gebruik en beheer. Ook voor de

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

14

‘categorie 2-soorten’ geldt een vrijstelling onder deze voorwaarden in combinatie met gedragscode. Er zijn geen categorie 2 en 3 soorten aangetroffen of te verwachten. Derhalve worden geen verbodsbepalingen overtreden. De zorgplicht blijft altijd geldig.

3.3

Aanbevelingen Met de voorgenomen activiteit kan er sprake zijn van lokale en tijdelijke effecten, met name in de sloopfase. Om de risico’s op verstoring van beschermde soorten binnen het plangebied te minimaliseren, wordt aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein te controleren op de aanwezigheid van beschermde soorten. De meeste in het plangebied voorkomende algemene soorten zullen wegtrekken naar geschikt terrein in de omgeving. Door ingrijpende verstorende werkzaamheden (graafwerkzaamheden) buiten het broedseizoen uit te voeren wordt mogelijke verstoring voorkomen. Voor soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht en voor alle overige beschermde soorten, geldt een algemene zorgplicht volgens de Flora- en faunawet. Hierbij moeten passende maatregelen worden genomen om schade aan beschermde soorten te voorkomen of te beperken. Het plaatsvinden van werkzaamheden buiten het broed/voortplantingseizoen valt hier onder. Volgens de wetgeving geldt dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen moeten worden uitgevoerd.

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

15

Literatuur •

•

Besluit inwerkingtreding Flora- en faunawet. Vastgesteld d.d. 12 december 2001. Staatscourant 2001, nr. 656. Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Flora- en faunawet. Vastgesteld d.d. 25 mei 1998 Staatsblad d.d. 14 juli 1998, nr. 402. Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ)

• • • •

www.brabant.nl www.wikipedia.nl www.vogelbescherming.nl www.waarneming.nl

• • • • •

• •

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

16

Bijlagen

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

17

1 Bijlage Waarnemingen volgens Waarneming.nl

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

18

Quickscan flora & fauna – Elst 12, Geffen

19

plangebied

plangebied

T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt St. Annadijk 2A, 6107 RA Stevensweert - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland

Het plangebied is gelegen in een bebouwingslint ten noordwesten van de kern Geffen. Zie de markeringen in de uitsnede van de topografische kaart hieronder en de luchtfoto rechts.

LIGGING

Landschappelijke inpassing ‘ELST 12’ Elst 12, 5386 KB Geffen - PNR 5386KB12-230116

1

(print op A3)

uitsnede topkaart 1895

in 1900 in de context aangetroffen bebouwing was op terpen gelegen

tegen 1900 was het plangebied reeds in gebruik als bouwland

T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt St. Annadijk 2A, 6107 RA Stevensweert - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland

Tegen 1900 was het plangebied en zijn als ‘De Elst‘ bekende ruimtelijke context in gebruik als bouwland. Ten noorden van het plangebied bevonden zich lager gelegen graslanden van de Reit Kampen. De tegen 1900 aangetroffen bebouwing in ‘De Elst’ was overwegend op terpen gesitueerd; blijkbaar was het gebied gevoelig voor overstromingen. Het plangebied is gesitueerd in een overgangsgebied tussen het landschap van de rivieren en het landschap van de dekzanden.

HISTORIE

Landschappelijke inpassing ‘ELST 12’ Elst 12, 5386 KB Geffen - PNR 5386KB12-230116

2

(print op A3)

uitsnede nota landschapsbeleid

T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt St. Annadijk 2A, 6107 RA Stevensweert - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland

In de nota landschapsbeleid 2015 wordt het plangebied gerangschikt in de zone dekzandrugkamp- & heideontginning. Voor dit gebied worden de rechts weergegeven streefbeelden en uitgangspunten aangereikt.

NOTA LANDSCHAPSBELEID 2015

Landschappelijke inpassing ‘ELST 12’ Elst 12, 5386 KB Geffen - PNR 5386KB12-230116

3

(print op A3)

b) Berken langs de weg Elst

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt St. Annadijk 2A, 6107 RA Stevensweert - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland

c) bebouwing en beplanting op omliggende erven

a) Populieren langs de Kepkensdonk

T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

Het ruimtelijk kader wordt gevormd door; a de Populieren langs de Kepkensdonk, b de Berken langs de weg Elst, b de bebouwing en opgaande beplanting op de omliggende buurerven buurerven. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts.

RUIMTELIJK KADER

Landschappelijke inpassing ‘ELST 12’ Elst 12, 5386 KB Geffen - PNR 5386KB12-230116

4

(print op A3)

standplaats fotograaf

Vanaf de Kepkensdonk komend uit het zuiden

vanaf de weg Elst komend uit het westen

vanaf de weg Elst komend uit het oosten

vanaf de Molenstraat

T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt St. Annadijk 2A, 6107 RA Stevensweert - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland

Het plangebied kan worden waargenomen vanaf de openbare weg ter hoogte van het plangebied, de ten westen gelegen Kepkensdonk en de ten zuiden gelegen Molenstraat. De bebouwing en beplanting op omliggende erven beperkt het zicht; de context is als besloten te kenschetsen. Vanaf de weg Elst, komend uit het oosten toont zich de oostkant van het plangebied korte tijd aan het verkeer; de doorkijk op het achterliggende gebied onderstreept het besloten karakter van de context. Vanaf de weg Elst, komend uit het westen wordt het plangebied aan het zicht ontrokken door de beplanting op het ten westen gelegen erf. Vanaf de Kepkensdonk en de Molenstraat toont zich een klein deel van de westkant en de zuidkant van het plangebied in doorkijken aan aan het verkeer. Zie de foto’s rechts en de markeringen in de luchtfoto hieronder.

3D-BELEVING

Landschappelijke inpassing ‘ELST 12’ Elst 12, 5386 KB Geffen - PNR 5386KB12-230116

5

(print op A3)

uitsnede kadastraal uittreksel

kadastrale contouren

T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt St. Annadijk 2A, 6107 RA Stevensweert - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland

Het plangebied omvat perceel 94 gelegen in de sectie D van de kadastrale gemeente Geffen. Zie het kadastraal uittreksel en de aanduiding in de luchtfoto rechts.

SITUATIE KADASTRAAL – 1:1000

Landschappelijke inpassing ‘ELST 12’ Elst 12, 5386 KB Geffen - PNR 5386KB12-230116

6

(print op A3)

twee kleinere voormalige stallen

woning en bijgebouw

een grotere voormalige varkensstal

T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt St. Annadijk 2A, 6107 RA Stevensweert - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland

verharding De woning en de kleinere bergingen aan de westkant worden ontsloten via een aan de westkant van het plangebied gelegen inrit en oprit. Het ten oosten van de woning gelegen bijgebouw en de aan de zuidkant gelegen varkensstal worden ontsloten via een ten oosten van deze gebouwen gelegen inrit en oprit. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts

De aangetroffen bebouwing is als volgt te rangschikken: Een woning en een ten oosten hiervan gelegen bijgebouw met een daarin gelegen appartement aan de noordkant, Twee kleinere, als berging in gebruik zijnde voormalige varkensstallen aan de westkant, Een grotere, als caravanstalling en ten behoeve van statische opslag in gebruik zijnde voormalige varkensstal aan de zuidkant.

SITUATIE – BEBOUWING

Landschappelijke inpassing ‘ELST 12’ Elst 12, 5386 KB Geffen - PNR 5386KB12-230116

7

(print op A3)

enkele solitaire bomen; Es, Haagbeuk en Kers

Beukenhagen en Leibomen

T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt St. Annadijk 2A, 6107 RA Stevensweert - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland

De aangetroffen beplanting bestaat uit de navolgende elementen: Enkele solitaire bomen uit het landschappelijk sortiment; een Es, een Haagbeuk en een Kers. Beukenhagen met daarin opgenomen Leibomen. Siergroen bestaande uit heesters en enkele bomen in de rond de woning en het bijgebouw gelegen tuin. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts

SITUATIE – BEPLANTING

Landschappelijke inpassing ‘ELST 12’ Elst 12, 5386 KB Geffen - PNR 5386KB12-230116 siergroen

8

(print op A3)

uitsnede huidig bestemmingsplan

Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt St. Annadijk 2A, 6107 RA Stevensweert - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland

wijziging bestemming

T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com

Momenteel is het plangebied bestemd voor bewoning. In verband met de benutting van de voormalige stallen voor statische opslag en als caravanstalling is de bestemming te wijzigen in “bedrijvigheid”. Zie de uitsnede van de het vigerende bestemmingsplan hieronder (bron ruimtelijke plannen).

BESTEMMINGWIJZIGING

Landschappelijke inpassing ‘ELST 12’ Elst 12, 5386 KB Geffen - PNR 5386KB12-230116

9

(print op A3)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=1373e4f6-5e80-4304-a8ac-ac6e9ddff856