Bijlage 2: Evaluatie Proeftuin Oss sept 2025
Tekst van het document
Wat werkt, wat werkt beter en waarom? Evaluatie Proeftuinen Oss 1
Oss, september 2025
Deze evaluatie is gedaan in opdracht van alle Proeftuin-partners; Brabantzorg, GGZ Oost Brabant, Humanitas, JIJ Advies en Coaching, Krachtig Thuis, Kubus Ondersteuning, Muzelinck, ONS Welzijn, Partners in Zorg, Pbbender, Point O, SMO Verdihuis, Pantein, Transparantzorg, UniK, ZelVe, BrabantWonen, SEC en gemeente Oss. Het projectteam voor deze evaluatie werd begin 2025 opgericht. Het team bestaat uit: - Elke Haanraadts, programmamanager Gemeente Oss: opdrachtnemer - Wilma van der Wielen: projectleider Gemeente Oss - Annemieke Ackermans, netwerkcoördinator: projectteamlid - Leonie van den Akker, contractmanager Gemeente Oss: projectteamlid - Fanda Buijs, medewerker Onderzoek en Statistiek Gemeente Oss: projectteamlid - Remco Westerik, projectleider Dashboard Gemeente Oss: projectteamlid - Gwenny Cremers, communicatieadviseur Gemeente Oss: projectteamlid - Daisy van de Kleut, beleidsadviseur Gemeente Oss: projectteamlid - Vanessa Duterloo: schrijver en illustrator. Het team heeft hulp, sturing en input gekregen van vele Proeftuincollega’s en AEPB Onderzoek en Advies, dat de beleidstheorie beschreef en het onderzoek ontwierp, enkele interviews hield en de validatie van de zelfevaluatie deed.
Inhoud 0. Getekende samenvatting (boom)
5
Leeswijzer; welke documenten bevat het rapport, en welke documenten zijn te raadplegen? Welk doel dienen ze en hoe kun je ze het beste lezen?
6
1. Inleiding 1.1. Wat is de Proeftuin? 1.2. Hoe werkt de Proeftuin in de wijk? 1.3. Hoe ziet de financiering eruit? Van 2018 tot en met 2023; in de Ruwaard Van 2024 tot nu; in de Ruwaard en in Ussen 1.4. Waarom evalueren we nu?
7 7 8 8 8 9
2. Het ontwerp van de evaluatie 2.1. Beleidstheorie: hoe behalen we onze doelen? Strategische doelen Hypothesen 2.2. Op welke vragen geven we met de evaluatie een antwoord? 2.3. Hoe ziet de evaluatie eruit? Hoe is deze evaluatie in zijn werk gegaan? 2.4. Organisch ontwikkelen, systematisch meten? Welke omstandigheden beïnvloeden de evaluatie?
10 10 11 12 12 13 13 13
3. Wat de evaluatie laat zien 3.1. Antwoord op de onderzoeksvragen 3.1.1. Werkt de Proeftuin? 3.1.2. Werkt de Proeftuin beter? 3.1.3. Welke elementen bepalen het succes of het falen? 3.2. Inzichten per strategisch doel 3.3. Meetbaar én merkbaar 3.4. Conclusie
15 15 17 17 21 22 22
- Lijst met een uitleg van veelgebruikte woorden
24
- Overzicht van gebruikte databronnen
30
Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
3
Bijlage 1: Verhalen uit de Praktijk
Bijlage 2: Data-analyse en wijkfoto
Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
4
Leeswijzer De evaluatierapport van de Proeftuinen Ruwaard en Ussen bestaat uit een document met twee bijlagen. Het rapport is gebaseerd op meerdere documenten. De documenten zijn los van elkaar te lezen. Die voegen we niet allemaal toe, dat zou teveel zijn. Maar ze zijn wel allemaal te raadplegen. Hieronder vind je de globale inhoud en de doelen van de verschillende documenten. Evaluatierapport ‘Wat werkt, wat werkt beter en waarom?’ Dit document bevat de kern van de bevindingen en het antwoord op de onderzoeksvragen. Daarnaast beschrijft het de context van de Proeftuin en het ontwerp van de evaluatie. Dit document bevat geen advies of aanbevelingen voor het vervolg van de Proeftuinen. Dat volgt later in een apart proces en document. bijlage 1: Kwalitatief rapport; verhalen uit de praktijk Dit document bevat ervaringen en verhalen van mensen die in en met de Proeftuinen werken. Het geeft een beeld van de werkelijkheid en de lerende context. Het bevat citaten uit vele interviews en de reflectie op het proces van de subsidietender. Het is een toelichting en onderbouwing van de conclusies uit het evaluatierapport. bijlage 2: Kwantitatief rapport, data-analyse en wijkfoto Dit document bevat visuele weergaven en beschrijvingen van kwantitatieve, cijfermatige data. Het geeft inzicht in meetbare ontwikkelingen en trends.
Het is een toelichting en onderbouwing van de conclusies uit het evaluatierapport. Documenten die te raadplegen zijn: Document ‘Zelfevaluatie’ Dit document bevat de zelfevaluatie per strategisch doel, beschreven per hulphypothese en bijbehorende indicatoren. De waardering is met de kleuren van een stoplicht weergegeven. N.B.: De bronnen zijn in dit document niet meegenomen. Die bevatten teveel details en teveel privacygevoelige informatie. Ze zijn wel verzameld bewaard. Document ‘Externe validatie van de zelfevaluatie - Wat Werkt: Kloppend Bewijs’ Dit document heeft een wetenschappelijk karakter. Het beoordeelt kwaliteit van de argumenten, hoe de beschikbare data is gebruikt en of de context goed is meegenomen in de beoordeling. Het bekijkt de algehele kwaliteit van de onderbouwing van de zelfevaluatie. Deze validatie is een leerinstrument, een aanscherping en een legitimatie van de zelfevaluatie. Document ‘Interviews Proeftuinen Ruwaard en Ussen - De wijk als sociaal kloppend hart voor toekomstbestendige ondersteuning: het verhaal achter de geleerde lessen’ Dit document bevat de uitgeschreven interviews met kwartiermakers, sociaal raadgever, (ambulant) begeleiders en opbouwwerkers.
Omdat ze verhalen vertellen die herleidbaar zijn naar personen hebben we besloten om de inzichten en ervaringen op te nemen in het evaluatierapport en de bijlage, in plaats van het document integraal mee te sturen. Document ‘Beleidstheorie en Onderzoeksdesign - Sociaal Kloppend Hart’ Dit document is de basis van de hele evaluatie. Het bevat de beleidstheorie en het ontwerp van de gekozen evaluatiemethode. Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
6
1. Inleiding
Deze evaluatie gaat over de Proeftuinen Oss in voornamelijk de jaren 2023, 2024 en 2025. De documenten zijn door een klein team gemaakt in opdracht van de Proeftuinpartners, onder directe sturing van de gemeente Oss. Deze documenten kunnen de gemeenteraad en de Proeftuinpartners helpen om een besluit te nemen over de toekomst van de Proeftuinen. Veel mensen leverden een bijdrage aan het onderzoek en de evaluatie; medewerkers van de wijkteams, managers, bestuurders en niet-Proeftuinpartners. De stem van inwoners hoorden we in een cliëntervaringsonderzoek en enkele interviews. Het ontwerp van het onderzoek en de evaluatie is door een extern bureau gemaakt. In dit document vertellen we meer over de bedoeling van de Proeftuinen (hoofdstuk 1) en de context en de vorm van de evaluatie (hoofdstuk 2). En geven we antwoord op de belangrijke onderzoeksvragen; wat werkt, wat werkt beter en waarom? (hoofdstuk 3). 1.1. Wat is de Proeftuin? Sinds 2016 werken organisaties in Oss samen in een wijk aan één doel: de gezondheid van inwoners verbeteren. We werken gebiedsgericht en programmatisch. We noemen dat de Proeftuin. De organisaties willen bereiken dat de wijken vitaler worden en inwoners tegen lagere maatschappelijke kosten een betere positieve gezondheid ervaren. We willen ontdekken of we welzijn, wonen, werk, inkomen, geldzorgen, ondersteuning en zorg anders kunnen organiseren.
Dichterbij en samen met de inwoners, minder bureaucratisch en minder versnipperd. In 2016 startten we in de wijk de Ruwaard en sinds 2024 doen we dit ook in de wijk Ussen. 1.2. Hoe werkt de Proeftuin in de wijk? We willen aanbodgestuurd en domeingebonden zorg en ondersteuning veranderen in maatwerk en preventie, samen met inwoners. We werken aan het vergroten van de kracht van de gemeenschap en de eigen regie van inwoners. En we willen beroepskrachten uit onder andere zorg, welzijn en wonen de ruimte geven om samen te werken over de domeinen heen. Dat doen we volgens de Samenwerkwijze. De inwoner onderzoekt aan de hand van de drie vragen ‘wat wil ik, wat kan ik en wat heb ik nodig?’ samen met naasten en beroepskrachten wat de behoefte is. Inwoners vinden op deze manier samen met beroepskrachten met kennis van leefstijl, cultuur, zorg, wonen, welzijn of geldzaken de best passende oplossingen. De doelen en ideeën van de inwoner zijn leidend, in plaats van wat organisaties wel of niet in de aanbieding hebben. Bestaande protocollen, systemen of regels mogen die samen bedachte oplossingen niet belemmeren. Daarom organiseren we in de Proeftuin de toegang tot ondersteuning en welzijn op een andere manier dan in de rest van Oss. Ook organiseren we de uitvoering anders: we doen dit met minder schotten, zonder strikte taakafbakening en met een andere financieringsvorm.
Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
7
1.3. Hoe ziet de financiering eruit? Van 2018 tot en met 2023; in de Ruwaard Om de schotten en afbakeningen weg te nemen, betaalden we een aantal organisaties vanaf 2018 met gebiedsgebonden, integrale budgetten voor enkele vormen van Wmoondersteuning. Dus niet meer per cliënt en per maand. De deelnemende organisaties kregen ieder een lumpsum budget waarmee ze in samenwerking zorg en ondersteuning leverden. Er werd niet meer gewerkt met individuele beschikkingen en indicaties bij deze manier van betalen. Inwoners konden zelf kiezen van welke aanbieder ze de hulp kregen. Van 2024 tot nu, in de Ruwaard en in Ussen Ondanks de vaste budgetten namen de kosten voor Wmo toe. We zagen dat het veranderen van de werkwijze in de wijk traag verliep. Een deel van de ondersteuning en zorg aan de inwoners in de Ruwaard werd door organisaties gegeven die niet aan de integrale financiering deelnamen. Zij kregen nog per traject betaald, waardoor er nauwelijks sturing op hun werkwijze mogelijk was. Het aantal individuele Wmo-beschikkingen nam toe. Organisaties die wel via het integrale budget werden gefinancierd gingen soms nog uit van fte-bekostiging, waardoor substitutie niet goed mogelijk was. En de Proeftuinorganisaties maakten meer kosten dan het budget dekte. We hebben onderzocht hoe dat beter kon. Vanaf 2024 hebben we een nieuwe manier van financieren; de gebiedsgerichte subsidie.
Alle beschikbare budgetten voor welzijn, dagbesteding en individuele ondersteuning in Ruwaard en Ussen per 1 juli 2024 leggen we bij elkaar. Het geld gaat naar organisaties die via een subsidietender zijn geselecteerd. Er zijn nu vijftien partijen per wijk die samen de ondersteuning organiseren. Ze werken vanuit een gezamenlijke visie, opdracht en wijkplan. Zo bouwen we aan de gedeelde verantwoordelijkheid en goede afstemming. Er is een wijkteam met verschillende expertises die samen kijken naar de wijk of een vraag, en de hulp geven. Dus alleen als het echt niet anders kan wordt een andere organisatie gevraagd om hulp te bieden. Deze keuze heeft impact op inwoners die al ondersteuning kregen, maar wiens organisatie nu niet in de gebiedsgerichte subsidie zit. Zij zoeken samen met beroepskrachten van het wijkteam naar een passend alternatief. Dit noemen we overdracht.
Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
8
Het budget bestaat nu alleen nog uit gemeentelijke middelen. Om integraal aan gezondheid te werken volgens de visie van de Proeftuin, zou daarin ook het budget voor bijvoorbeeld huisartsenzorg, wijkverpleging, fysiotherapie en langdurige zorg moeten zitten. Dit wordt betaald met geld uit een andere bron, namelijk de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Andere organisaties dan de gemeente zijn daarvoor verantwoordelijk. Zij werken volgens de gedachte van verzekeringen en individuele aanspraak. Het zou om een wets- en of stelselwijziging vragen om die middelen ontschot en collectief te kunnen besteden. Ondanks die moeilijkheid is en blijft het de ambitie van de Proeftuin om die budgetten zonder schotten in de wijk te kunnen besteden. 1.4. Waarom evalueren we nu? De vorige evaluatie door Auke Blom was in 2022. Daarop volgde het raadsbesluit om de Proeftuin met vijf jaar te verlengen. En om in die periode de organisatiestructuur, substitutie, monitoring, gebiedsgerichte financiering en de Samenwerkwijze verder te ontwikkelen. In de eerste twee jaar van die verlenging (2023 en 2024) breidden we de aanpak uit naar Ussen en ontwikkelden we de nieuwe subsidievorm voor de Ruwaard en Ussen. In 2026 en 2027 wordt toegewerkt naar het besluit of we de werkwijze in heel Oss gaan toepassen. We bouwen aan een nieuwe standaard.
We kunnen niet eeuwig met kleine experimentele proeftuinen werken. We willen goed onderzoeken en onderbouwen of het wenselijk en haalbaar is om in heel Oss de ondersteuning op deze manier te bieden en betalen. De keuze en het beleid moeten gebaseerd zijn op weten, doen en betalen wat werkt.
Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
9
2. Het ontwerp van de evaluatie
Evalueren is informatie verzamelen, begrijpen en presenteren om de waarde van een resultaat of proces te bepalen. In de Proeftuin Ruwaard en Ussen willen we weten of en hoe de aanpak werkt, en waarom. Dan kunnen we betere besluiten nemen over de toekomst van de Proeftuin. 2.1. Beleidstheorie: hoe behalen we onze doelen? Een beleidstheorie is een omschrijving van het beleid, de doelen van dit beleid en de middelen en activiteiten om deze doelen te bereiken. Voor een groot deel bestaat dit dus uit ideeën over wat leidt tot succes en welke waarden daar bij horen. De beleidstheorie van de Proeftuin Ruwaard en Ussen startte bij de probleemanalyse: welk probleem in de organisatie en uitvoering van zorg en ondersteuning vraagt om een andere benadering? De hulp aan inwoners en het versterken van de gemeenschap kan beter. En hoe willen we dat doen met de middelen, werkwijzen en activiteiten? In de Proeftuin zijn onder meer een vernieuwde vorm van samenwerken en van gebiedsgebonden financiering ontworpen, en zijn leertafels en het Leerhuis ontstaan. We zijn dit gaan doen omdat onze vooronderstelling is dat dit efficiënter, effectiever en productiever zal zijn dan als we het niet doen.
Deze doelen, aannames en ervaringen vormen samen de ‘beleidstheorie’; een verzameling vooronderstellingen over wat we zouden moeten doen om de wijken vitaler te laten worden en inwoners tegen lagere maatschappelijke kosten een betere positieve gezondheid te laten ervaren. In het document ‘Sociaal Kloppend Hart’ van AEPB is deze beleidstheorie uitgewerkt. Strategische doelen Om aan de slag te gaan met het veranderen van aanbodgestuurd en domeingebonden ondersteuning naar maatwerk en preventie samen met inwoners, schreven we in 2015 ambitieuze strategische doelen op. Die helpen ons om steeds in de goede richting te bewegen. Ze zijn een kader om acties en middelen te kiezen die (waarschijnlijk) tot de gewenste verandering leiden. Deze vijf strategische doelen zijn: 1. Betere gezondheid en ervaren kwaliteit van leven van individuele wijkbewoners; 2. Meer gezamenlijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid van wijkbewoners; 3. Meer en betere gezamenlijk georganiseerde ondersteuning, welzijn, wonen, werk, inkomen en schulden zodat de samenwerking soepel verloopt en de wijkbewoner zo snel en goed mogelijk wordt geholpen; 4. Lagere maatschappelijke kosten zodat er ook in de toekomst nog genoeg geld is om te voldoen aan de behoeften van wijkbewoners: meer inwoners van Ruwaard en Ussen helpen voor hetzelfde geld; 5.
Betere steunende systemen zodat organisaties zo zijn ingericht dat zij beter kunnen doen wat nodig is. Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
10
Dit zijn geen doelen die gemakkelijk te bereiken zijn. Of doelen waarvan we op een bepaald moment overtuigd zijn dat we ze helemaal behaald hebben. Maar ze zijn wel de basis voor het leren en ontwikkelen en voor deze evaluatie. Hypothesen In 2024 is een start gemaakt met het inrichten van monitoring. Het bleek nodig om dit te versnellen en verdiepen. Daarom is het onderzoeksbureau AEPB begin 2025 gevraagd om, samen met de mensen die in en met de Proeftuinaanpak werken, na te denken over hoe we de doelen beter meetbaar kunnen maken. Zij hebben verwoord welke effecten en opbrengsten we verwachten en waaraan we zouden kunnen zien dat het werkt. We noemen dit hypothesen; aannames die we gaan toetsen. Bij elk strategisch doel zijn hypothesen gemaakt. Die hebben de vorm van: ‘als we A doen of zien, betekent dat / leidt dat tot B.’ Bijvoorbeeld: - Als we de Samenwerkwijze gebruiken, dan neemt de ervaren positieve gezondheid en kwaliteit van leven van inwoners in Ruwaard en Ussen toe. - Door de Proeftuinaanpak maken inwoners minder gebruik van zorgtrajecten. Er ontstaan meer oplossingen die inwoners met hun eigen netwerk bedenken en uitvoeren. - Domeinoverstijgend werken, substitutie en normalisering zorgen voor lagere kosten per inwoner. In het plaatje hieronder is de beleidstheorie op een eenvoudige manier in een schema weergegeven.
Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
11
2.2. Op welke vragen geven we met de evaluatie een antwoord? We gaan de beleidstheorie en de hypothesen toetsen. Daarvoor stellen we onderzoeksvragen. Die vragen helpen ons bij het kiezen en analyseren van data. De drie onderzoeksvragen zijn: 1. Werkt de Proeftuin? Welke effecten zijn er, kijkend naar de strategische doelen zoals ervaren positieve gezondheid, gemeenschapskracht, efficiëntere ondersteuning en lagere maatschappelijke kosten? 2. Werkt de Proeftuin beter? Zijn de resultaten van de Proeftuin beter in vergelijking met hoe we het eerder in Oss deden of hoe het op andere plekken wordt gedaan? En zijn deze verschillen meetbaar, merkbaar en betekenisvol? 3. Welke elementen zijn belangrijk voor het succes of het falen? Welke onderdelen van de Proeftuin (zoals de Samenwerkwijze, gebiedsgerichte financiering en netwerkorganisatie) dragen bij aan de positieve resultaten, onder welke omstandigheden werken zij goed, en wat leren we daaruit voor een vervolg of uitbreiding? 2.3. Hoe ziet de evaluatie eruit? We hebben dus een beeld van de beleidstheorie en van wat we willen weten. Nu weten we ook beter hoe we het beste kunnen evalueren en recht kunnen doen aan de dynamiek waarin die evaluatie plaatsvindt. Er is door het bureau AEPB een ontwerp gemaakt voor de evaluatie. We leggen hieronder uit waarom voor deze manier van evalueren gekozen is en hoe het werkt.
Een extern gevalideerde zelfevaluatie werkt met een mix van methoden; zowel kwantitatieve als kwalitatieve data (dus cijfers en ervaringen). In die evaluatie komen ook de werkzame onderdelen en omstandigheden aan bod en of die maatschappelijke meerwaarde opleveren. Een onafhankelijke, externe partij toetst de reflectie en argumentatie. Zo’n onderzoek is betekenisvol omdat de uitkomsten goed onderbouwd zijn.
Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
12
Hoe is deze evaluatie in zijn werk gegaan? Er is een aantal stappen gezet. We koppelden meetbare hypothesen aan concrete databronnen. We bepaalden welke effecten logisch en aantoonbaar samenhangen met de activiteiten in de Proeftuin. We interpreteerden en analyseerden verhalen en ervaringen. We berekenden de omvang van deze effecten, waar dat kon in euro’s. Dat samen is het bewijs voor ons oordeel van of het goed gaat of beter kan, kijkend naar de beleidstheorie. Deze zelfevaluatie legden we voor aan het bureau AEPB, die het denken en oordelen toetste op geldigheid en degelijkheid. 2.4. Organisch ontwikkelen, systematisch meten? Het evalueren van de Proeftuin is niet gemakkelijk. Dat komt omdat het een brede, lerende manier van ontwikkelen en vernieuwen is. We proberen veel tegelijkertijd uit en we doen dat in twee verschillende wijken met verschillende mensen. En we werken aan doelen die door heel veel andere factoren beïnvloed kunnen worden, zoals gezondheid en gemeenschapskracht. Het is dus niet gemakkelijk om vast te stellen welke directe effecten onze aanpak heeft op de ervaren gezondheid en op de betaalbaarheid van de zorg en ondersteuning. En effecten zie je soms snel en soms pas op lange termijn. Welke omstandigheden beïnvloeden de evaluatie? In de Proeftuin en in deze evaluatie zijn er omstandigheden waar we geen of nauwelijks invloed op hebben.
Dat komt bijvoorbeeld omdat het invloeden van buitenaf zijn. Of die horen bij de huidige ontwikkel- en experimenteerfase. We moeten ze dus accepteren. Het is belangrijk dat we dit soort omstandigheden, de context, heel duidelijk benoemen. Want dan kunnen we zien of er een (onbedoeld) effect is op onze aanpak. Deze ‘contextuele factoren’ nemen we mee in ons denken en kijken: Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
13
- Er kan een vertekening zijn doordat de meest gemotiveerde organisaties en beroepskrachten meedoen in deze experimenteerfase. Als we de Proeftuin uitbreiden over heel Oss, raakt dit ook medewerkers die minder graag op een nieuwe manier gaan werken. En sommige organisaties werden -gewenst of ongewenst- geen onderdeel van de gebiedsgebonden subsidie. - We evalueren een periode waarin de gebiedsgebonden financieringsvorm en organisatie in Ruwaard en Ussen nog niet helemaal was vormgegeven. De Proeftuin in Ussen is nog bezig met het inrichten (bijvoorbeeld de wijkteams, de werkwijze en leersessies). - Sinds de start van de gebiedsgebonden subsidie zijn beroepskrachten en inwoners nieuwe oplossingen aan het vinden voor inwoners die hulp kregen van organisaties die geen onderdeel zijn geworden van het wijknetwerk. We noemen dat de overdracht; een intensief proces dat zorgvuldig moet gebeuren. Het gaat om meer dan 330 overdrachten in totaal. - In de Proeftuinaanpak is een lage administratielast een heel belangrijk uitgangspunt. We willen beroepskrachten en inwoners bewust niet opzadelen met te veel formulieren en verantwoording. Dat betekent ook dat we niet werken met beschikkingen en individueel vastgelegde trajecten. Het monitoren van de kosten en hulpvragen is daarmee ook veranderd.
Maatwerkoplossingen en preventieve, collectieve interventies zijn nu eenmaal minder goed te categoriseren en tellen. Dat leidt ertoe dat dit soort data heel beperkt is en blijft. Bij een evaluatie vinden we het liefst antwoorden op de vraag: wordt A veroorzaakt door B? Of: leidt meer C tot meer D? Met zulke antwoorden is het duidelijk wat je moet doen om je doel te bereiken. In onderzoek noemen ze dat causaliteit en correlatie. Beide vormen van samenhang tussen twee onderwerpen zijn - zeker in sociale vraagstukken - lastig vast te stellen. Hieronder geven we twee versimpelde voorbeelden die dat laten zien. Voorbeeld causaliteit: Leidt sport tot een positiever zelfbeeld? We kunnen dat meten door mensen meer te laten sporten en dan te vragen of en hoe hun zelfbeeld verandert. Maar andere invloeden op dat zelfbeeld zie je zo gemakkelijk over het hoofd. Na het sporten gezellig samenkomen in de kantine kan ook of meer invloed hebben op het zelfbeeld. Voorbeeld correlatie: De verkoop van ijsjes stijgt met dezelfde snelheid als het aantal kinderen dat zich een kapotte knie valt. Meer ijsjes = meer schaafwonden? Nee, hier is geen verband. Want het is een derde variabele, namelijk de temperatuur, die zorgt voor de verkoop van meer ijsjes en voor meer valpartijen tijdens het buitenspelen.
Oorzaak & gevolg en samenhang is dus lastig vast te stellen in sociaal onderzoek, en ook in de Proeftuin. Toch hebben we met de gevalideerde zelfevaluatie een manier gevonden om te kijken naar effecten van de aanpak. Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
14
3. Wat de evaluatie laat zien
In dit hoofdstuk geven we antwoorden op de drie onderzoeksvragen (Werkt de Proeftuin, werkt de Proeftuin beter, en waarom?) met behulp van de verzamelde en gewogen data uit alle documenten van de gevalideerde zelfevaluatie. Ook laten we zien wat de resultaten per strategisch doel zijn. We sluiten af met een samenvattende conclusie. 3.1. Antwoord op de onderzoeksvragen 3.1.1. Werkt de Proeftuin? a. Helpt de Proeftuin de inwoners om zich gezonder te voelen en meer regie te hebben? Inwoners en beroepskrachten vinden de werkwijze positief. Het proces van aanmelding, vraagverheldering en het bedenken van oplossingen verloopt sneller en flexibeler. Driekwart van de inwoners zegt dat ze de ondersteuning heel helpend en passend vonden. De tevredenheid van inwoners uit de Ruwaard ligt met een 8,4 hoger dan in andere wijken; daar is de waardering een 7,6. Ook vertellen inwoners uit de Proeftuinwijken dat ze zaken zelf anders aanpakken na de ondersteuning. Beroepskrachten zien de tevredenheid en meer zelfredzaamheid bij inwoners. Ze erkennen ook de moeilijkheid van de veranderingen voor sommige inwoners. Of inwoners meer gezondheid ervaren is met de bestaande cijfers en de korte periode van onderzoek nog niet aan te tonen. Hetzelfde geldt voor de mate van eigen regie, eenzaamheid en druk op mantelzorgers, en of die door de Proeftuinaanpak wordt beïnvloed.
We zien wel hoopvolle tekenen; er is gemeten dat er veel minder stress rondom geldzaken is bij inwoners, zeker in de Ruwaard (waar wel meer signalen werden gemeld van betalingsproblemen). En we zien dat -meer dan gemiddeld voor stedelijke wijken- mensen in de Proeftuinwijken voor een naaste willen en kunnen zorgen (zie bijlage 2). Dus: we zien meerdere positieve signalen als het gaat om tevredenheid en regie, en om thema’s als eenzaamheid, druk op mantelzorgers en onderlinge betrokkenheid. b. Versterkt de Proeftuin de positieve verbinding en activiteiten van inwoners in de wijk? Ja, de Proeftuin-aanpak leidt tot meer verbinding en betrokkenheid. Er zijn in de twee wijken veel initiatieven ontstaan sinds de start van de aanpak. In Ussen is die stijging sinds juli 2024 duidelijk zichtbaar. Veel van de activiteiten en wijkevenementen startten op initiatief van inwoners. Soms met ondersteuning van het wijkteam en vrijwilligers. Een gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid is de basis. Er zijn elke dag verschillende soorten activiteiten en een toenemend aantal inwoners doet er aan mee. Alle ruimtes zijn volgeboekt met bijvoorbeeld naaiclubs, sportactiviteiten en muziek maken. Er zijn meerdere wandelclubs ontstaan. Deze activiteiten zijn heel laagdrempelig. Voor en door inwoners uit de wijk. Ze maken het makkelijker om elkaar te helpen, kennen en ontmoeten.
De cijfers (bijlage 2) tonen aan dat het aantal vrijwilligers in de Ruwaard toeneemt (voor Ussen is die meting nog niet gereed). Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
15
Uit eerder onderzoek weten we dat activiteiten in de buurt, ruimte voor initiatief en eigenaarschap en elkaar kennen leidt tot meer sociale cohesie in de wijk. Deze laagdrempelige en toegankelijke voorzieningen dragen ook bij aan substitutie en betaalbaarheid. Drie waardevolle effecten die passen bij de doelen die de Proeftuin heeft. Dus: de Proeftuin-aanpak geeft meer verbinding tussen inwoners onderling en meer samenwerking tussen inwoners en beroepskrachten, te zien in een toename van activiteiten. Uit het onderzoek dat werd gedaan voor de visie ‘Sociale Basis Oss’: Sociaal contact en sociale verbondenheid zijn een belangrijk onderdeel van een gezonde en zorgzame leefomgeving. Sociale binding met anderen helpt inwoners bij allerlei sociale vraagstukken. Actieve betrokkenheid van inwoners (jong en oud) versterkt de sociale basis. Inwoners en hun verbanden zijn goed in staat om maatschappelijke vraagstukken duurzaam op te lossen. Fysieke, publieke plekken maken ontmoeting tussen inwoners mogelijk. Een sociale basis draagt bij aan een toekomstbestendig zorgstelsel. Het vermindert de behoefte aan gespecialiseerde zorg.
c. En als er hulp wordt gegeven aan inwoners, is die dan eerder, lichter en goedkoper? We zien een aantal duidelijke resultaten die van grote betekenis zijn voor inwoners en voor de betaalbaarheid van de ondersteuning: - Er is voor nieuwe aanmeldingen geen wachtlijst in Ussen en Ruwaard. In andere wijken loopt de wachtlijst tot 11 à 13 weken. - De inloopspreekuren in de Proeftuinwijken worden goed bezocht. Die worden deels bemenst door vrijwilligers, die kunnen terugvallen op de deskundigheid en voorzieningen van beroepskrachten. Dit vergroot de toegankelijkheid en verlaagt de kosten. - Het aantal initiatieven voor daginvulling en informele ondersteuning in de wijk sterk toegenomen. Sinds juli 2024 is die toename van het aantal activiteiten heel duidelijk te zien. En in de Proeftuinen worden steeds meer inwoners naar deze collectieve voorzieningen verwezen. Er is dus hogere beschikbaarheid. En mensen worden minder afhankelijk van individuele, professionele begeleiding. Dat komt zowel de betaalbaarheid op langere termijn als de kwaliteit van ondersteuning ten goede. - Door de samenwerking in de wijkteams zijn de lijnen tussen verschillende beroepskrachten en expertises kort. Mensen kennen elkaar en kunnen elkaar daardoor gemakkelijk bevragen of betrekken. En door de financieringswijze is er geen belemmering in het leveren van een bijdrage.
De medewerkers van de wijkteams hebben een vrije rol en kunnen in de vraagverheldering meekijken naar voorliggende mogelijkheden. Daardoor nemen steeds meer inwoners deel aan dagactiviteiten in de buurt. Integraal samenwerken en mensen aan elkaar koppelen werkt dus preventief. - Beroepskrachten geven aan dat zij tot twee keer zoveel mensen in hetzelfde aantal uren kunnen helpen. Dat komt door meer samenwerking, sneller afschalen en de beschikbaarheid van meer informele oplossingen. Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
16
Dus: We zien betere beschikbaarheid; inwoners hebben sneller toegang tot hulp. De ondersteuning is vaak lichter en goedkoper. En er zijn minder beperkende procedures. Met een toenemende zorgvraag is dit een zeer waardevolle ontwikkeling. 3.1.2 Werkt de Proeftuin beter? De twee wijken vergelijken met hoe het eerder ging en hoe het elders gaat, leert ons of de gezondheid, gemeenschapskracht en kosten zich anders ontwikkelen in de Proeftuin dan daarbuiten of daarvoor. Overduidelijk is het op een aantal punten sneller, beter en meer: - De kwaliteit van ondersteuning neemt toe omdat beroepskrachten elkaar sneller en beter weten te vinden, komt uit de interviews. Ook huisartsen benoemen dat. De beste oplossing wordt in het samenwerkoverleg besloten en beschreven in het samenwerkplan. Doordat er vaste wijkwerkers zijn die zonder indicatie kunnen werken, is de juiste expertise snel in te zetten. Zowel eenmalig als langer. De begeleiding start snel op en kan sneller afgebouwd worden. De beroepskrachten vinden dat de samenwerkoverleggen in de Proeftuinwijken hierdoor beter verlopen dan in andere wijken. - Beroepskrachten die in de Proeftuinen werken, vinden deze integrale aanpak inhoudelijk zinvoller dan hoe het was toen ze nog helemaal vanuit hun eigen organisatie en opdracht werkten, inclusief de stroperige procedures en beperkende structuren daarvan (zie bijlage 1).
- Er is meer ruimte en aandacht voor initiatief van inwoners. Dat leidt tot meer activiteiten, meer eigenaarschap, meer steun tussen inwoners en tot nieuwe vormen van samenwerking tussen inwoners en beroepskrachten. - Beroepskrachten geven aan dat zij méér inwoners ondersteunen dan voorheen, in het zelfde aantal uren. Dat komt onder andere door meer collectieve ondersteuning en flexibel kunnen omgaan met die uren. - Er wordt in de Proeftuinen veel en gestructureerd geleerd over de werkwijze. Dus: het werken volgens de Proeftuin-aanpak verhoogt de snelheid en kwaliteit van de ondersteuning. Beroepskrachten zijn tevredener en productiever. 3.1.3. Welke elementen bepalen het succes of het falen? a. Welke van de onderdelen in de Proeftuinaanpak worden gezien als het meest bepalend en het meest effectief voor bijvoorbeeld wachttijden, zwaarte van de ondersteuning en de kosten? - Ruimte voor inwoners Inwoners worden gestimuleerd en gefaciliteerd om nieuwe laagdrempelige initiatieven in de wijk op te zetten. Dat laat hoopvolle effecten zien: meer collectieve initiatieven, meer verbinding en daarmee meer mogelijkheid voor substitutie.
Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
17
- Eén team, één plan De wijkteams werken integraal en zonder indicaties, met vaste gezichten en volgens één samenwerkplan. Dat zijn positieve ingrediënten. Dit helpt bij het beter afstemmen en sneller op- en afschalen van ondersteuning. En het versterkt de verbinding tussen beroepskrachten. Ook wordt deze werkwijze door veel beroepskrachten als inhoudelijk zinvoller ervaren. - Samenwerken loont De netwerksamenwerking en de Samenwerkwijze leiden tot kortere lijnen, snellere inzet van allerlei soorten expertises en meer passende oplossingen in de wijk. - Effect door de financieringsvorm De manier van betalen maakt het werken zonder belemmerende procedures mogelijk, en stuurt op het gezamenlijk doel van organisaties. Er worden zo meer mensen met dezelfde beschikbare tijd geholpen worden. - Samen leren en ontwikkelen Het gezamenlijk leren en reflecteren is in de Proeftuinaanpak heel belangrijk en is het fundament voor verandering. Gemiddeld nemen er 50 personen deel aan een leersessie. De interactie en inspiratie is daardoor groot. Er zitten steeds meer inwoners bij deze bijeenkomsten. Die denken en helpen mee. Dus: de werkwijze, het lerende karakter en de samenvoeging van budgetten dragen bij aan meer maatschappelijke waarde omdat er beter wordt samengewerkt, ondersteuning sneller kan starten en beroepskrachten tevredener zijn. b.
Onder welke omstandigheden en randvoorwaarden werken zij goed? Wat zijn de lessen en de randvoorwaarden voor de toekomst? In de Proeftuin zijn de netwerksamenwerking, het leren en gebiedsgebonden financiering belangrijke onderdelen van de verandertheorie. Er zijn in de zelfevaluatie niet veel toetsbare hypothesen op deze onderdelen gemaakt. Maar er is wel veel over gezegd en geschreven. Hieronder vertellen we kort over deze ervaringen. We putten uit de interviews, verslagen en rapporten over deze onderwerpen. Je kunt daarover meer lezen in bijlage 1 en in de onderliggende rapporten. - Governance & Aansturing Beroepskrachten hebben korte lijnen met de managers van hun eigen organisaties. Dat is prettig. Maar beroepskrachten voelen een verschil tussen de formele aansturing vanuit hun moederorganisatie en de dagelijkse praktijk in de Proeftuin. Dit zorgt voor verwarring, vertraagde besluiten en het gevoel tussen wal en schip te vallen. Beroepskrachten willen graag al hun tijd voor de Proeftuin werken. Dat voorkomt dat ze overbelast raken. Er zijn beroepskrachten die het fijn zouden vinden als er meer duidelijkheid komt in de rol- en taakverdeling door sterkere coördinatie, bijvoorbeeld door een zelfstandige entiteit.
Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
18
- Gelijkwaardigheid in Netwerksamenwerking In een netwerksamenwerking moet veel aandacht zijn voor de verschillen tussen partijen. Zeker als het gaat om de grootte van een organisatie. Zij hebben vaak meer kennis en menskracht in huis als het gaat om governance. De kleinere voelen zich soms afhankelijk van of ondergeschikt aan de grote partijen. Gelijkwaardige samenwerking en besluitvorming is in een netwerkorganisatie essentieel. Ieders inbreng is even noodzakelijk en waardevol. Verschillen zijn er om te verzilveren. - Dubbelrol gemeente De gemeente Oss is financier én netwerkpartner. Een dubbele rol loopt in veel gesprekken en taken door elkaar. Dat kan leiden tot verwarring over doelen en belangen. Het is belangrijk om dit te benoemen en te bespreken. Als de gemeente steeds zegt vanuit welke rol ze reageert of werkt, is de positie van de gemeente duidelijk. Dan is de dubbele rol sterk. - Gebiedsgerichte financiering De Proeftuinen Oss zijn erg innovatief in het gebiedsgericht werken en het ontschotten van financiering. De partijen durven de traditionele manieren los te laten. We zien dat die manier van organiseren het makkelijker maakt om preventief te werken, te collectiviseren en samen te werken. Er is niet vooraf in een indicatiebeschikking vastgelegd hoeveel uren ondersteuning het moeten zijn, dus besteden beroepskrachten niet meer tijd dan nodig is.
Ook is er minder tijd nodig voor administratie en verantwoording. De reistijd vervalt doordat alle adressen in één wijk liggen. Beroepskrachten kunnen in de proeftuin meer mensen helpen in dezelfde tijd. - Samenwerken in de wijk Beroepskrachten kennen het gebied goed. Met alle sterktes en zwaktes. En ze kennen elkaar goed. Ze kunnen van elkaar op aan. Ze kijken samen naar de vraag van de inwoner. Daardoor regelen ze de zaken sneller en effectiever. Langer laagdrempelig contact houden met een inwoner is ook mogelijk door het werken zonder indicaties. Met kleine interventies en met hulp van andere buurtbewoners voorkomen beroepskrachten dan dat de problemen weer groter worden en formele hulp nodig is. Om de eenheid onder beroepskrachten van het wijkteam te vergroten voegen zij werkplannen samen. En voor de herkenbaarheid dragen ze allen een blauw shirt.
Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
19
- De subsidietender & de kassier De Proeftuinpartijen vinden het een duidelijke en werkbare financieringsvorm. Zij waarderen de inzet van een kassier die de middelen beheert en verdeelt onder de partners. De middelen voor de zorgsoort FACT, betaald door de Zvw, zijn uiteindelijk niet opgenomen in het wijkbudget. Ook andere verzekerde zorg en jeugdzorg zit niet in het budget. Daardoor is experimenteren met meerdere financieringsbronnen niet mogelijk. En omdat er maar een paar Wmo-producten in het wijkbudget zitten, zijn de kosten voor governance en samenwerking relatief hoog. Als het budget uit meer domeinen gevormd zou worden, zijn deze kosten in verhouding lager. - De overgang & frictiekosten Terugkijkend vinden beroepskrachten en managers dat de start van de subsidietender en uitbreiding naar Ussen beter voorbereid kon worden. Er is te weinig aandacht geweest voor teamvorming en communicatie. De start viel middenin een vakantieperiode. Er was veel verloop en veel onduidelijkheid over het proces. De overgang leidt tot overdrachten van aanbieders naar het wijkteam en veel afstemming tussen partijen over de werkprocessen. Het was heel intensief voor hen. Het gaf ook inzicht in de ‘constructiefouten’ en de samenwerking. De overdracht van inwoners van niet-Proeftuinpartners naar Proeftuinpartners leidde tot dubbele kosten en tot frictiekosten.
Het zette de governance en coördinatie onder druk. - Leren & leertafels Er is een sterke leerstructuur gemaakt. De leersessies en het Leerhuis zijn de centrale plekken voor reflectie en kennisdeling. De deelnemers vinden de leersessie een waardevol instrument, omdat het helpt om vraagstukken concreet te maken en beter samen te werken. Er nemen, naast beroepskrachten, ook steeds meer bewoners deel aan de leersessies. In het begin maar enkele, nu vaak vijftien. Hun deelname laat de groeiende betrokkenheid en eigenaarschap van inwoners zien. Leren kan spannend zijn. Beroepskrachten en inwoners zeggen dat experimenteren alleen kan als ze zich veilig voelen om die nieuwe dingen te proberen. Zonder teruggefloten te worden. Dat het nog niet meteen goed gaat, of niet past in de kaders, is niet erg. Pas dan is leren mogelijk en succesvol. Dus initiatieven zoals het inloopspreekuur en het bus project worden opgezet als leerervaringen. Fouten worden geaccepteerd als onderdeel van het proces, die kunnen worden gebruikt om er weer van te leren. Beroepskrachten noemen het ook wel ‘koninklijke bescherming’. Beroepskrachten vinden het prettig dat ze veel zelf mogen ontwikkelen en bedenken, in plaats van dat het voor hen bedacht wordt. Ze beginnen klein en actiegericht met het aanpakken van grote thema’s.
Ze hopen dat het Leerhuis in de toekomst een centrale rol speelt in het borgen van basisvaardigheden en het faciliteren van praktijkgericht leren. Dus: De ingrediënten zijn goed. Het ontwikkelen van stabiele en ondersteunende structuren en afspraken is randvoorwaardelijk. Dat helpt bij het duurzaam maken van de maatschappelijke waarde en verandering. Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
20
3.2. Inzichten per strategisch doel De evaluatie bestaat uit een toetsing van de hypothesen die per strategisch doel zijn geformuleerd. Dit zijn -in het kort- de resultaten die we per strategisch doel zien: Doel 1: Betere gezondheid en ervaren kwaliteit van leven • Inwoners en beroepskrachten vinden de werkwijze sneller, flexibeler en passender. Het aantal laagdrempelige en informele voorzieningen is uitgebreid. De tevredenheid over de ondersteuning is positief. • In de interviews met mensen die in en met de Proeftuin werken, zien we aanwijzingen voor actiever betrokken en positief gezonde inwoners. Het vaststellen van meetbare effecten op gezondheid en kwaliteit van leven en het vergelijken met andere wijken en andere gemeenten is nog beperkt. Dat komt door een gebrek aan data en de korte periode. Doel 2: Meer gezamenlijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid • Er ontstaan meer inwonersinitiatieven, er zijn meer vrijwilligers en er is meer deelname aan activiteiten. Inwoners en beroepskrachten zijn positief over de inhoud en het bereik van deze initiatieven. • De onderlinge betrokkenheid en gedeelde verantwoordelijkheid neemt toe. Dat vertellen de inwoners en beroepskrachten. De deelname aan leersessies en het samen omvormen van formele initiatieven naar laagdrempelige wijkvoorzieningen zijn hiervoor bewijs.
Of het structureel is verbeterd, weten we wanneer we langer onderzoek doen. Doel 3: Meer en betere gezamenlijk georganiseerde ondersteuning • Dat de organisaties, wijkteams, beroepskrachten en inwoners aan een gezamenlijk doel voor de wijk werken, verbetert de ondersteuning en de variatie in het aanbod. • Integraal georganiseerde samenwerking leidt tot kortere lijnen en passender oplossingen. Inwoners en experts kunnen gemakkelijk en kort ingeroepen worden om mee te helpen of denken. Dat werkt heel plezierig. En het is een groot verschil met hoe het in andere wijken en gemeenten gaat. • De beroepskrachten ervaren de werkwijze als zinvoller en dat vergroot hun werkplezier. Relevant en aantrekkelijk werk is extra belangrijk, want er is krapte op de arbeidsmarkt. Dit resultaat is daarom van groot maatschappelijk belang. • Teamvorming en inrichting vroegen tijd. Dat vertraagde het effectief samenwerken. Doel 4: Lagere maatschappelijke kosten en efficiëntere inzet middelen • De beroepskrachten geven aan dat de werkwijze efficiënter is. Dus snellere doorlooptijden, kortere formele ondersteuning, meer gebruik van collectief aanbod en dus meer mensen kunnen helpen in dezelfde tijd. Dat betekent dat er in de proeftuinen goedkoper ondersteuning wordt gegeven.
Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
21
• De eenmalige overdrachten kostten meer tijd en geld dan gedacht en zetten het gebiedsbudget onder druk. In de eerste acht maanden van 2025 is gelukt om het extra werk binnen het budget te doen. In andere wijken dan de Proeftuinwijken zien we overschrijding van het Wmo-budget. Doel 5: Betere steunende systemen en duurzame verandering in werkwijze • Er is een sterke inhoudelijke samenwerking en leerstructuur in de Proeftuinen. Leersessies worden graag en veel bezocht. Ook de bestuurlijke agenda is lerend. • Het feit dat in de Proeftuin bewust is gekozen voor indicatievrij werken en beperkte registratietijd, draagt bij aan samenwerking, gedeelde verantwoordelijkheid en efficiëntie. En het maakt het nauwelijks mogelijk om te vergelijken met wijken waar wel gedetailleerd wordt geregistreerd. Een structurele lichte monitoring kan beter vorm krijgen als het geen experimentele situatie meer is; het is lastig daarin iets tot standaard te maken. 3.3. Meetbaar én merkbaar In hoofdstuk 2 kwam het al aan de orde: alle effecten en lessen moeten gezien worden in het licht van de omstandigheden waarin we evalueren. Alleen dan kunnen we de opbrengsten goed duiden en begrijpen. Tijdens de evaluatie zijn er twee bepalende omstandigheden zichtbaar geworden: • de fase waarin de Proeftuin zich bevindt.
De gebiedsfinanciering via de subsidietender en de uitbreiding naar een tweede wijk waren grote aanpassingen. Van ontwerp tot en met start heeft dit anderhalf jaar geduurd. Vanaf 1 juli 2024 moest het team gebouwd worden. Zo’n proces vraagt veel tijd en aandacht van alle betrokkenen. En het geeft -tijdelijke- onduidelijkheid en onrust. • de data-verzameling kent beperkingen. We onderzochten tijdens de evaluatie welke data er was en of die bewijslast kon zijn voor de drie onderzoeksvragen. Niet alle data liet zich gebruiken en vergelijken. In de Proeftuinaanpak is bewust gekozen voor lage administratie- en registratieplicht. Daardoor blijven uitspraken over maatschappelijke meerwaarde soms nog indicatief. Ondanks dat zijn ze betekenisvol. De evaluatiemethode hielp ons bij het kiezen wat we wilden gaan meten en om de conclusies op een methodische manier te onderbouwen. Maar waar iets soms niet meetbaar is, is het wel merkbaar. We hebben in de evaluatie gewicht gegeven aan de ervaringen van de mensen die in en met de Proeftuin werken. Al is een effect niet zichtbaar te maken met cijfers, dan nog wordt het verschil elke dag in de praktijk ervaren. 3.4. Conclusie De gevalideerde zelfevaluatie van de Proeftuinen Ruwaard en Ussen laat zien dat de werkwijze betekenisvolle bewegingen heeft opgeleverd voor inwoners en beroepskrachten.
De werkwijze van de Proeftuin stimuleert samenwerking, sneller werken en meer verbondenheid. Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
22
Een belangrijke innovatie is het gebiedsgericht werken met een gezamenlijk, ontschot wijkbudget. De manier van financieren is goed uit te voeren. Helaas bevat het budget enkel nog Wmo. Het is al sinds de start van de Proeftuin de wens om meer budgetten toe te voegen. In de netwerksamenwerking verdient de gelijkwaardigheid tussen partners aandacht. In de praktijk betekent het dat professionals kunnen werken zonder indicaties. Het effect daarvan is dat ondersteuning flexibel en efficiënt gegeven wordt. De inzet is integraal en afgestemd op de behoeften van de wijk. Het wijkteam werkt voor de wijk op eenzelfde manier, niet voor de afzonderlijke organisaties. Het gebiedsgericht werken volgens het wijkplan geeft een gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het geheel; de gezondheid van de inwoners en de vitaliteit van de wijk. De overgang naar een nieuwe werkwijze vraagt goede voorbereiding en voldoende tijd. En het verschil tussen de formele aansturing en de dagelijkse praktijk zorgt voor verwarring en trage besluitvorming. Er zijn goede afspraken nodig over monitoring, communicatie en faciliteiten. Er is een sterke structuur voor leren. Er zijn vele bijeenkomsten voor uitwisseling en reflectie. Steeds meer inwoners nemen daaraan deel. Dat vergroot het gedeelde eigenaarschap en versterkt de sociale infrastructuur.
De kennis over de methode wordt centraal beheerd in het Leerhuis. De evaluatie toont een lerende praktijk met veel betrokkenheid en enthousiasme van beroepskrachten en bewoners. Veiligheid om te experimenteren is cruciaal voor succes. Kortom: de Proeftuinen laten veel positieve beweging en belofte zien. De randvoorwaarden verdienen versterking. Dan biedt deze aanpak perspectief op toekomstbestendige, integrale ondersteuning dicht bij de inwoner.
Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
23
Lijst met een uitleg van veelgebruikte woorden De woorden die in de Proeftuin Oss veel gebruikt worden leggen we in deze lijst zo duidelijk mogelijk uit. Zo zorgen we ervoor dat we in de evaluatie over dezelfde begrippen praten en denken. Ze staan op alfabetische volgorde. beschikking Een brief van de gemeente aan de inwoner. Daarin staat welke ondersteuning de inwoner van de gemeente krijgt en hoe lang. De gemeente kijkt eerst of een algemene voorziening een goede oplossing is. Die zijn zonder beschikking toegankelijk. Zo niet dan kan de gemeente besluiten om een beschikking te geven voor een maatwerkvoorziening (bijvoorbeeld een traplift of hulp bij het huishouden) te geven. In de Proeftuin zijn er geen vaststaande omschrijvingen van soorten ondersteuning. Daarom krijgen inwoners in de Proeftuinwijken geen beschikkingen. betekenisvol Iets dat van waarde, van belang of van invloed is, zonder dat dit expliciet of meetbaar is. Dit woord kan gebruikt worden in de leefwereld, bijvoorbeeld als het gaat om de daginvulling van inwoners die hen helpt om een prettig leven te hebben. Maar ook in de evaluatie en de beleidstheorie, als het gaat om aanwijzingen dat we de strategische doelen realiseren. cliënt/inwoner In de Proeftuin gebruiken we het woord inwoners. Daarmee bedoelen we alle mensen die in de Proeftuin-wijken wonen.
Sommigen krijgen tijdelijk of langdurig ondersteuning van het wijkteam. Soms noemen we inwoners dan ook ‘cliënt’. In de databronnen worden de woorden door elkaar heen gebruikt. Het onderscheid tussen een inwoner en een cliënt is niet altijd duidelijk. collectief In de Proeftuin hebben we het over collectieve voorzieningen, collectieve oplossingen en collectivisering. Dat is hulpverlening, ondersteuning en/of een activiteit voor meerdere mensen tegelijk in plaats van op een persoon. We willen samenvoegen omdat we daarmee meer doelen in één keer bereiken; de gemeenschapszin vergoten, meer mensen helpen met dezelfde middelen, het netwerk van mensen vergroten en minder afhankelijk zijn van zorg. data De informatie die we verzamelen voor de evaluatie van de Proeftuin-aanpak. Dit zijn bijvoorbeeld cijfers, overzichten, beleidsdocumenten, verslagen en verhalen/ervaringen. domeinen Wetten, beleid en de uitvoering ervan. De overheid onderscheidt die nauwkeurig van elkaar. In de Proeftuin willen we dat onderscheid minder. De domeinen in de Proeftuin zijn: wonen, werk (inkomen en participatie), welzijn, Wmo en het medische domein. Ook onderdelen van de publieke gezondheid, jeugd, sport, cultuur en de strafketen horen bij de Proeftuin. eigen bijdrage Een vast bedrag dat inwoners met een Wmo-beschikking elke maand moeten betalen. Zo dragen zij zelf een beetje van de kosten voor de Wmo.
Die beschikking gebruiken we in de Proeftuin niet meer. Tot nu toe vragen we geen eigen bijdrage in de Proeftuin. Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
24
evaluatie Verzamelen, begrijpen en presenteren van informatie om de waarde van een werkwijze, resultaat of proces te bepalen. gebiedsgebonden financiering Organisaties werken samen aan één opdracht en met één integraal wijkbudget voor Wmo en welzijn. Dat budget is voor alle kosten voor ondersteuning in de Proeftuinwijk. Het bestaat uit de gemeentelijke middelen voor welzijn, individuele ondersteuning en dagbesteding. De hoogte van dit budget is gebaseerd op de gemiddelde uitgaven van eerdere jaren. gebiedsgerichte aanpak in Proeftuinwijken Versterkende en transformatieve maatregelen in twee Osse wijken. Hiervoor is langdurige samenwerking van partijen in het gebied noodzakelijk. Deze partijen zorgen ervoor dat hun activiteiten en middelen passen bij de behoeften van het gebied. De belangen van de organisatie zelf zijn niet leidend. gemeenschapskracht De positieve energie en activiteit die ontstaat als inwoners elkaar helpen om steeds meer doelen beter te bereiken door hun middelen te delen. Gemeenschappen zijn sociale verbanden van groepen mensen die zich verbonden voelen. Deze gemeenschappen zijn niet alleen geografisch bepaald, maar kunnen zich ook organiseren rondom een thema. Dit kan in de wijk zijn, het gezin, vrienden, school, werk, een vereniging, een digitaal netwerk etc. governance Governance betekent bestuur.
Het gaat over de manier waarop een organisatie/netwerk wordt geleid, beheerst en gecontroleerd. Hoe de macht wordt verdeeld, besluiten worden genomen en welke regels en principes er zijn. Om een netwerk zich goed te laten ontwikkelen en doelen op een verantwoorde, transparante en effectieve manier na te streven. Er is veel aandacht voor de belangen van alle partijen en betrokkenen. integraal Allesomvattend, volledig. Alle belangrijke onderdelen en invalshoeken worden meegenomen in het werk of in het nemen van een besluit. Je kijkt dus niet maar naar één stukje van het probleem. Door integraal te werken zijn oplossingen en beslissingen op langere termijn vaak slimmer, duurzamer en beter. In complexe situaties waar meer oorzaken en partijen een rol spelen is integraal werken en evalueren extra belangrijk. Omdat inwoners met hun vragen vaak naar meer organisaties en uitvoerders toe moeten, voorkomt integraal werken dubbelingen of versnippering. leerhuis Alle kennis en ervaring over het werken volgens de samenwerkwijze en in de Proeftuin is bij elkaar gebracht in ‘het Leerhuis’. Beroepskrachten en vrijwilligers kunnen bij de mensen van het Leerhuis antwoorden vinden op hun vragen. Er zijn trainingen, workshops en intervisie in gemengde groepen, zodat mensen met en van elkaar leren. Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
25
leersessie Een terugkerende bijeenkomst in ieder gebied van Oss, begeleid door een aanjager, voor alle beroepskrachten die in Oss werken. Hierin gaan beroepskrachten aan de slag met de Samenwerkwijze door middel van eigen casuïstiek. Ze werken aan collectieve oplossingen, halen geleerde lessen op en bespreken andere onderwerpen die belangrijk zijn in de wijk. Er zijn ook zulke bijeenkomsten met/voor managers en bestuurders. Soms noemen we het leertafels. lumpsum Een geldbedrag dat in één keer betaald wordt. Dus in het geval van de Proeftuin niet per traject, per maand, per activiteit of per organisatie, maar in één bundel voor alle ondersteuningsvragen in de wijk. maatschappelijke kosten Kosten die door de hele samenleving gedragen moeten worden. Die kosten zijn vaak het effect van economische activiteiten of horen bij het leven. Gezondheidsproblemen, klimaatproblemen en werkeloosheid bijvoorbeeld. Aan de oplossingen daarvoor moet iedereen een beetje meebetalen. maatwerkvoorziening Een vorm van hulp of ondersteuning die aan iemand persoonlijk wordt gegeven (‘toegekend’), na het onderzoek en de indicatiestelling door de gemeente. Dit zijn vormen van hulp die specifiek bij de vraag en de situatie van de inwoner passen. Het kan individuele begeleiding, dagbesteding of kortdurend verblijf zijn. ondersteuning In de Proeftuin-aanpak heeft ondersteuning vele vormen.
Van een eenmalig advies bij een inloopspreekuur in de wijk tot aan individuele specialistische begeleiding die structureler en langduriger aan een inwoner wordt gegeven. In de Proeftuin is het afbakenen van dit begrip niet passend omdat er juist flexibel en preventief wordt gewerkt. programmatische aanpak Een aanpak zoals de Proeftuin werkt meerdere jaren aan verandering, versnelling en vernieuwing die een langdurige uitwerking heeft. De aanpak bestaat uit meerdere activiteiten die tegelijk worden gedaan om meerdere doelen te realiseren. Dat wordt een programma genoemd. In een programma worden nieuwe structuren en processen afgesproken. Gedeeld eigenaarschap en veel contact tussen mensen is belangrijk in een programma. Programma’s spelen steeds in op veranderende omstandigheden. Vaak is in het begin van een programma nog maar een deel bekend van de manier waarop de doelen gehaald kunnen worden. Onderweg wordt dus steeds geleerd en bijgesteld. positieve gezondheid Een brede kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes onderdelen. Die manier van kijken draagt bij aan het vergroten van de kracht van mensen om met de lichamelijke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. En om zo veel mogelijk eigen regie te hebben.
Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
26
regie Een mens met regie heeft de mogelijkheid om zelf keuzes te maken en te beslissen over hoe het leven, werk en relaties vorm te geven. samenwerkwijze De samenwerkwijze is een aanpak die inwoners samen met beroepskrachten helpt om zelf de beste oplossingen te vinden voor hun vragen. De inwoner stelt zichzelf drie vragen: ‘wat wil ik, wat kan ik en wat heb ik nodig?’. Zo zien de inwoner, diens naasten en de beroepskrachten samen wat de vragen en de oplossingen zijn. Ze spreken af wie wat doet en wanneer, en kijken samen of het werkt wat ze hebben afgesproken. Managers en bestuurders zorgen dat de systemen en werkprocessen in de organisatie deze oplossing mogelijk maken of niet in de weg zitten. NB: deze werkwijze heeft eerder ook andere namen gehad; Osse Maatwerkmethode en Proeftuinaanpak. subsidietender Gemeentelijke subsidies, die gegeven worden op basis van in concurrentie ingediende subsidieaanvragen voor Wmo en welzijn voor de twee wijken Ruwaard en Ussen. Deze subsidietender bestaat uit drie fasen: de toelatingsfase (toetsing op een aantal uitsluitings-, referentie- en uitvoeringseisen), de dialoogfase (gesprek over voorwaarden en samenwerking), en de aanvraagfase. Dit duurde in Oss van december 2023 tot 1 juli 2024. substitutie van zorg en ondersteuning Inwoners slimmer helpen, zonder te snel dure of zware zorg te geven.
Eerst bekijken of er beschikbare lichtere, makkelijkere oplossingen zijn die net zo goed (of zelfs beter) werken dan een specialistische of dure behandeling, Voorbeelden hiervan zijn welzijnswerk, onderwijs, cultuuraanbod, sportactiviteiten, hulp bij werk en activiteiten in de buurt. toeleiding/toegang De manier of route waarop een inwoner hulp kan gaan ontvangen, vanaf de eerste vraag tot aan de uitvoering. Belangrijke stappen in deze route zijn de vraagverkenning en vraagverheldering. De inwoner kan diens vraag overal stellen. Zowel digitaal, persoonlijk als telefonisch. Dat de inwoner maar één keer zijn verhaal hoeft te vertellen, is belangrijk in het proces van de toegang. transformatie Een veranderingsproces van organisaties. Belangrijke kenmerken zijn innovatie van cultuur en werkprocessen. In het sociaal domein is een grote transformatie gestart in 2015, toen de taken in Wmo, Jeugdwet en Participatiewet bij de gemeenten werden gelegd. Deze transformatie richt zich op het anders en beter uitvoeren van de wettelijke taken. De ondersteuning richt zich op substitutie van zorg en het vergroten van zelfredzaamheid. De laatste jaren gaat de transformatie steeds meer over collectieven die zorg hebben voor elkaar. veranderaanpak De manier waarop de verandering wordt begeleid, aangemoedigd en gestuurd om zo de gewenste veranderingen tot stand te brengen.
Er zijn meerdere manieren die passen bij verschillende manieren van veranderen. In de Proeftuinen zijn bijvoorbeeld ‘leren’, ‘mensgerichtheid’, ‘meerdere belangen’ en ‘ruimte’ belangrijk. Evaluatie Proeftuin Oss | september 2025
27
vraagverheldering Als de inwoner een vraag stelt, zorgt de beroepskracht dat de behoefte van de inwoner, diens talenten en de persoonlijke situatie goed in beeld komt. Dat maakt de effectiviteit van de vervolgstappen en oplossingen groter. Vraagverheldering komt na de vraagverkenning. vraagverkenning Als de inwoner een vraag stelt, zorgt de beroepskracht dat snel duidelijk wordt wat de aard van de vraag is en hoe complex de vraag is. De beroepskracht schat ook in of er spoed nodig is. Zo kan de juiste hulp op het juiste moment gegeven worden. we In de evaluatiedocumenten wordt het woord ‘we’ gebruikt. Daarmee wordt bedoeld: de organisaties die sinds 2024 in de Proeftuinen Ruwaard en Ussen deelnemen/meewerken en de gemeente Oss. welzijn Het woord welzijn wordt op twee manieren gebruikt: • tevredenheid met het leven en de kwaliteit van het leven van inwoners. Dit is een subjectief begrip. • sociaal werk; het ondersteunen van mensen die (tijdelijk) moeite hebben met het vinden van hun weg in de samenleving. wijkteam Een team van beroepskrachten en een teamleider dat samen in de wijk werkt. Ze verbinden inwoners met een vraag aan de juiste inwoner, ervaringsdeskundige, algemene voorziening of beroepskracht. Het wijkteam draagt ook zorg voor het uitvoeren van de doelen van de wijk.
Wmo De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een Nederlandse wet die op 1 januari 2015 in werking trad. Deze wet maakt gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, met chronische, psychische of psychosociale problemen. De ondersteuning moet erop gericht zijn dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Hiervoor is actieve inzet nodig zoals preventie en vroegsignalering om te voorkomen dat mensen (zwaardere) vormen van langdurige maatschappelijke ondersteuning nodig hebben. Voor mensen die maatschappelijke ondersteuning nodig hebben, kan het gemeentebestuur ervoor kiezen algemene voorzieningen aan te bieden. Voor mensen voor wie dit niet passend is, die dit niet zelf kunnen regelen met mantelzorgers of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk, moet het college een maatwerkvoorziening aanbieden.