CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Eindevaluatie Proeftuin Ruwaard.PDF

Gemeenteraad 6 oktober 2022, gemeente OssBij agendapunt: A Evaluatie en voorstel voor vervolg Proeftuin Ruwaard33.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Het lijkt daarom verstandig in te zetten op keuze 3 en de proeftuin te verlengen, zodat sommige onderdelen zich verder kunnen ontwikkelen en de andere wijken ook nog gebruik kunnen maken van de expertise en flow die in de proeftuin aanwezig is. De gebiedsgerichte financiering heeft zich bijvoorbeeld onvoldoende bewezen om in heel Oss uitgerold te kunnen worden. De volgende fase zou benut kunnen worden om de mogelijkheden van de gebiedsgerichte financiering meer te benutten, door bijvoorbeeld te experimenteren met het inzetten van proeftuinmiddelen voor substitutieprojecten. Ook kan het met elkaar leren en evalueren aangescherpt worden in de volgende periode, zodat het ook makkelijker wordt werkende principes te verbreden naar andere wijken. Het gaat dan bijvoorbeeld om de in de alinea hierboven genoemde voorbeelden. Ook nieuwe ontwikkelingen kunnen hierin worden meegenomen. Zo zijn er bijvoorbeeld plannen in de proeftuin om ervaringsdeskundigen in te zetten. In de volgende fase zouden de lessen die hieruit te trekken zijn opgehaald kunnen worden zodat doorontwikkeld en verbreed kan worden.

Onderstaande aanbevelingen richten zich op verbeterpunten in de volgende fase: Organisatie Op de korte termijn is winst te behalen als: o Het besluitvormingsproces zoals opgenomen in de (in 2021 opgestelde) Netwerkovereenkomst wordt gedeeld met de verschillende lagen en gremia, zodat professionals en managers de afspraken ook kennen en weten wat dit betekent voor hun eigen rol. o De rollen en verantwoordelijkheden van iedere laag (professionals, managers en bestuurders) en ieder gremium en de afstemming tussen de verschillende lagen en gremia worden uitgewerkt en mensen weten wat ze van elkaar kunnen verwachten. Een voorbeeld: er leven verschillende verwachtingen over de rol van Netwerkteam smal, zowel binnen als buiten Netwerkteam smal. Het helpt de samenwerking als deze rol wordt verduidelijkt. Professionals zouden dan beter weten wanneer zij een vraag bij Netwerkteam smal neer kunnen leggen. o Afspraken op de verschillende lagen worden gemaakt over de borging van processen inclusief het leren en evalueren, onder andere op het terrein van preventie, collectief aanbod en substitutie (zie volgende pagina). Hiermee zou duidelijker moeten worden wie welke verantwoordelijkheid (in het proces) heeft en zouden de geleerde lessen beter geborgd kunnen worden.

Als besloten wordt de proeftuin uit te breiden naar andere wijken en met meer organisaties, dan is op de langere termijn meer nodig. Het zal dan steeds moeilijker worden om een aparte proeftuinorganisatie naast de eigen organisatiestructuur te handhaven. Dit kost extra tijd en zaken lopen steeds meer door elkaar. De organisaties zouden toe moeten groeien naar een

63

netwerkorganisatie, waarin beide organisatiestructuren zijn geïntegreerd. Bestuurders zijn een traject (Herbronnen) begonnen waarin mede naar de organisatiestructuur wordt gekeken. Op termijn is ook verdergaande samenwerking met zorgverzekeraars, zorgkantoren, justitie, politie, et cetera gewenst. Hier wordt mee geëxperimenteerd in het project Datagericht werken. Aansluiting van de proeftuin bij de Samenwerkingsagenda gemeenten en VGZ/zorgkantoor zou ook kunnen bijdragen aan de integratie van domeinen. Preventie, collectief aanbod en substitutie De beweging naar preventie, collectief aanbod en substitutie is in meer (preventie) of mindere (substitutie) mate ingezet in de proeftuin, maar de kans bestaat dat het stagneert als er geen extra aandacht voor komt. Er worden volop mogelijkheden gezien, die nu niet worden opgepakt. Sommige mogelijkheden worden opgepakt, maar niet duurzaam geborgd. De oplossing hoeft niet ingewikkeld te zijn, geven velen aan in de interviews. ‘Nu is substitutie vaak nog zo’n groot allesomvattend begrip. Begin klein door een paar ideeën concreet te maken.’ Gestart kan worden met een inventarisatie van ideeën. De preventiematrix23 kan hierbij een hulpmiddel zijn. De wijkfoto en de vragen die in het inloopspreekuur van de Haard worden gesteld zijn goede informatiebronnen om speerpunten te benoemen.

Daaruit kan een selectie worden gekozen die in werkgroepen worden uitgewerkt in een plan van aanpak per idee. Deze projecten kunnen volgens het NZa-model gemonitord worden. Op basis van de uitkomsten kan een besluit over borging worden genomen. Mogelijk kan met een aanjager worden gewerkt, die verantwoordelijk is voor het stimuleren van dit proces en ook een verantwoordelijkheid krijgt in het monitoren van preventie, collectief aanbod en substitutie. Het monitoren komt nu moeizaam van de grond (zie monitoring op de volgende pagina). Om dit financieel te faciliteren kan gedacht worden aan een vergelijkbaar concept als nu bij nietproeftuinorganisaties wordt gehanteerd in Oss met het 2% innovatiebudget. Proeftuinorganisaties kan gevraagd worden een bepaald percentage van hun omzet te vertalen naar een concreet project dat past bij de substitutie-, preventie en collectieve doelstellingen van de proeftuin. Aanvullend of als alternatief kan de gemeente voorliggend en/of collectief aanbod en buurtgebonden maatwerk subsidiëren. Monitoring De eerste vraag die voorligt is of de gemeente en de proeftuin wel of niet kiezen voor structurele monitoring. Er wordt nu weinig gemonitord en dat wat wordt gemonitord gebeurt halfslachtig en wordt onvoldoende benut (zoals de NZa-monitor voor kosten proeftuin). Daarnaast zijn er microanalyses, maar deze zijn niet structureel in het proces geborgd.

De GGD monitor / wijkfoto is in de huidige opzet niet geschikt voor het krijgen van meer inzicht in het individueel en collectief welbevinden in de proeftuin. Als partijen besluiten meer informatie en meer inzicht te willen, dan is er behoefte aan duidelijke afspraken over monitoring. Veel geïnterviewden hebben aangegeven wel behoefte te hebben aan meer inzicht en hier duidelijker afspraken over te willen maken met elkaar. Daarbij wil men niet vervallen in een oude manier van registreren waarbij het systeem en de toegang leidend is en niet de mens en de waarden waaruit gewerkt wordt. Waarden zoals: verbeteren gezondheid, voorkomen (gezondheids)problemen, aandacht (voorkomen eenzaamheid), regie bij de inwoner, meer mensen 23 De preventiematrix helpt bij het overzichtelijk maken van de activiteiten en interventies in een gemeente. Daarbij maakt

het ook meteen inzichtelijk welke onderwerpen en/of doelgroepen nog aandacht behoeven. De matrix kan op verschillende manieren worden

64

helpen met hetzelfde budget zouden ook centraal moeten staan in de monitoring. Monitoring moet bijdragen aan de doelen. Het meten van resultaten kan inzicht geven en een prikkel zijn om als collectief zo effectief mogelijk te zijn. Dit vraagt een goede afweging aan de voorkant. Aansluitend bij de huidige ontwikkelingen in de proeftuin kan gedacht worden aan bijvoorbeeld: -

-

-

-

-

Structurele cliëntevaluaties en micro-analyses door deze in de standaard werkprocessen op te nemen en te leggen bij de betrokken professionals of de casusregisseur. Door deze taak bij de casusregisseur te beleggen wordt tijd bespaard en kunnen structureel micro-analyses worden uitgevoerd. Het invoeren van het digitaal klantdossier. Gesprekken hierover zijn reeds gaande. Dit kan inzichtelijk maken hoeveel cliënten zorg en ondersteuning krijgen en in hoeverre de proeftuin meer cliënten helpt met hetzelfde budget. Het is wenselijk dat ook Ons Welzijn en GGZ OostBrabant hiermee werken, zodat hun cliëntaantallen ook zichtbaar worden. Hoe meer organisaties met eenzelfde systeem gaan werken, hoe meer het de professionals kan faciliteren. Ook kan het individueel welbevinden dan structureel worden gemeten. Relevante data uit de GGD monitor / wijkfoto jaarlijks te monitoren en deze gerichter uit te zetten onder ‘gebruikers’ van de proeftuin, zeker als deze indicatoren iets zeggen over de SWW en/of belangrijke projecten (rondom bijvoorbeeld eenzaamheid of veiligheid). Het monitoren van de kosten volgens het Nza-model te evalueren en te kijken hoe de monitor een uitgangspunt kan zijn voor het gesprek over preventie, collectief aanbod en substitutie. Om dit proces te laten slagen is een aanjager op dit dossier nodig, die organisatie-overstijgend werkt.

Projecten volgens een vast model te monitoren, zodat opbrengsten inzichtelijk worden en op basis daarvan een besluit kan worden genomen over het vervolg. Het NZa-model kan ook hier als basis dienen, eventueel aangevuld met micro-analyses. Ook besparingen in andere stelsels kunnen dan inzichtelijk worden gemaakt. Ook hier lijkt een aanjager wenselijk. Dat kan dezelfde aanjager zijn als bij het vorige punt.

Gezien de verbreding van de SWW naar de rest van Oss is het aan te raden om die ontwikkeling mee te nemen in besluitvorming over monitoring. Mogelijk dat sommige elementen van monitoring (op termijn) voor heel Oss wenselijk zijn. Gebiedsgerichte financiering De kansen en mogelijkheden die gebiedsgerichte financiering biedt, worden nu nog niet ten volle benut. Een mogelijkheid om dit te stimuleren kan zijn om een deel van de financiering te koppelen aan een taakstelling op het gebied van preventie, collectief aanbod en substitutie en los te koppelen van de vaste formatie van een organisatie. Proeftuinorganisaties kunnen dit deel van hun budget gezamenlijk gaan besteden aan projecten die bijdragen aan de doelstellingen. Bij een continuering van de gebiedsgerichte financiering is naast de jaarlijkse indexatie wenselijk dat gekeken wordt welk budget nodig is en passend is voor de doelstellingen. Nu zijn de budgetten voor vijf jaar vastgezet (behoudens indexering), terwijl de Wmo-kosten buiten de proeftuin aanzienlijk zijn toegenomen. Een optie is dat het budget wordt bepaald op basis van indicatoren zoals bij de verdeling van de Wmo-middelen over gemeenten. Voorbeelden van indicatoren zijn het aantal 65-plussers, het aantal inwoners met een laag inkomen, een Wajong-uitkering, het aantal mensen in een Farmaceutische Kosten Groep (wat duidt op een chronische ziekte).

Samenwerkwijze Uit de evaluatie komt veel lof over de Samenwerkwijze. Maar er zijn ook aandachtspunten benoemd: - Alertheid is nodig op het blijven doorlopen van alle stappen. Blijven leren hierin. Het Leerhuis kan hier een belangrijke rol in spelen.

65

-

Sommigen geven aan dat kritisch gekeken moet worden wanneer een SO nodig is en welke partijen zijn nodig. De regierol en de inzet van partijen kan soms duidelijker worden afgesproken. Het aanbod van alle organisaties kan nog beter bekend gemaakt worden. Continuïteit en toename van mensen is nodig die het gedachtegoed dragen en helpen verspreiden. De ‘ik kan’-vraag kan na het traject nogmaals worden gesteld aan de inwoner. Dan heeft de inwoner doorgaans meer mogelijkheden om te participeren.

Na een volgende proeftuinperiode kan geëvalueerd worden in hoeverre de doelstellingen zijn behaald en of een verdere verbreding naar andere wijken en domeinen wenselijk en haalbaar is.

66

Bijlagen

67

Bijlage 1

De samenwerkwijze stap voor stap

Stap 1 De inwoner stelt een vraag De inwoner stelt een hulpvraag aan een professional.

Stap 2 Vraagverheldering* De professional past een (eigen) brede vraagverheldering toe waardoor gesignaleerd

wordt op alle levensgebieden. De uitkomst van dit gesprek is de inhoud van ik wil, ik kan, ik heb nodig. Bij de ‘ik wil’ is de uitkomst de vraag achter de vraag wat nooit een zorgaanbod of oplossing kan zijn. Bij de ‘ik kan’ weten we wat de inwoner zelf kan doen en kan betekenen voor zijn omgeving. En de ‘ik heb nodig’ is de ik wil – de ik kan. Op basis van het samenwerkplan waarin de antwoorden op de vragen staan wordt er samen met de inwoner bekeken welke partijen/expertises er nodig zijn om tot een plan van aanpak te komen. Als er meerdere professionals nodig zijn wordt er een SamenwerkOverleg (SO) georganiseerd.

Stap 3 Het Samenwerkoverleg* De professional plant een SO bij de inwoner thuis met alle relevante partijen en het

betrokken netwerk. Tijdens het SO wordt het plan, met daarin de vragen ‘ik wil, ik kan, ik heb nodig’ vanuit de vraag van de inwoner verder ingevuld. De inwoner bedenkt samen met de betrokkenen welke oplossingen er nodig zijn. Het kan zijn dat er meerdere overleggen nodig zijn om tot een oplossing te komen.

Stap 4 Uitvoering De oplossingen die de inwoner met de betrokkenen heeft bedacht wordt

opgeschreven in het samenwerkplan. Ook spreken we af wie met de inwoner de casusregie houdt en wanneer we evalueren. De acties worden binnen zes weken uitgevoerd (of er wordt perspectief geboden). Eventuele wijzigingen worden altijd gedeeld met alle betrokken partijen.

Stap 5 Evaluatie Na de afgesproken periode wordt er gekeken of de inwoner is geholpen met de

oplossingen die in het SO zijn bedacht. Verbetering van de kwaliteit van leven van de

68

inwoner is wat telt! *niet eerder gedaan? Betrek een aanjager.

5 principes van de samenwerkwijze

1. De inwoner staat centraal Het Samenwerkoverleg (SO) vindt altijd plaats met de inwoner, en het liefst bij hem thuis. Voor het SO wordt iedereen uitgenodigd die betrokken is bij de hulpvraag van de inwoner. Dit kunnen professionals zijn, maar ook bijvoorbeeld familieleden of buren. Wie voor het SO wordt uitgenodigd, wordt altijd samen met de inwoner bepaald.

2. De vraag van de inwoner leidt tot het nieuwe aanbod Aan de hand van de drie vragen ‘ik wil, ik kan, ik heb nodig’ formuleert de inwoner samen met de betrokken professionals zijn oplossing, alsof er geen belemmeringen zijn. Wat de beste oplossing is wordt altijd gezamenlijk in het SO besloten. Dat betekent dus niet “u vraagt, wij draaien”.

3. We werken vanuit vertrouwen en gezamenlijke verantwoordelijkheid Het besluit over de beste oplossing wordt altijd genomen in het SO. Wat in het SO wordt bedacht, wordt binnen 6 weken uitgevoerd (of we bieden in ieder geval perspectief). Alle informatie komt op tafel en we maken hierbij gebruik van elkaars expertise.

4. Begin bij de basis Er wordt altijd oplossingsgericht gewerkt. Een goede woonplek, financiële rust, de

mogelijkheid om relaties aan te gaan met dierbaren en een zinvolle dagbesteding zorgen ervoor dat mensen in veel gevallen weer zelf oplossingen kunnen organiseren.

5. Het maatschappelijk rendement is wat telt Bij het maatschappelijk rendement gaat het in de eerste plaats over het ervaren

welbevinden van de inwoner, maar ook over de maatschappelijke kosten voor en na de oplossing.

69

Bijlage 2

1

Overzicht doelen – indicatoren - meetinstrumenten

Wanneer is de proeftuin succesvol? Individueel welbevinden inwoner hoger

Doel (SMART)

Indicatoren

Hoe kunnen we dat nu meten?

1.Het welbevinden van de inwoner gaat omhoog door toepassing van de Samenwerkwijze en/of door de collectief georganiseerde interventies 1.Meer mensen doen mee 2.Mensen voelen zich veilig(er) in de wijk 3.Overlast buurtbewoners is verminderd 4.Minder armoede (onder kinderen) 5.Minder schuldenproblematiek 6.Meer werkenden

1a.cijfer welbevinden inwoner voor en na ondersteuning 1b.gem cijfer positieve gezondheid24 1c. geen stijging bezwaar en beroep

1a.micro-analyses 1b.Wijkfoto en OSS Stat scores positieve gezondheid 1c. data organisaties

1a.gem cijfer meedoen (6 categorieën25) 1b.gemiddelde eenzaamheidscijfer 2.gemiddelde veiligheidscijfer 3.percentage oordeel veel overlast buurtbewoners 4.aandeel huishoudens tot 105% soc. Minimum 5a. huurachterstanden 5b. huisontruimingen 6a.aandeel bijstandsuitkeringen 1.ervaren effecten samenwerking positief 2.kwalitatieve beschrijving resultaten

1,2,3,4,6. Wijkfoto en OSS Stat: Ontmoeten en meedoen; Veiligheid; Werk, inkomen en onderwijs. 5a en b. data Brabant Wonen Algemeen: -Enquête, interviews en focusgroepen -Onderzoek de Haard

2

Collectief welbevinden wijk Ruwaard hoger

3

Meer integrale zorg en ondersteuning

1.professionals ervaren betere samenwerking 2.er worden integrale oplossingen gevonden

4

Lagere maatschappelijke kosten/meer mensen helpen voor hetzelfde geld

1.Verschuiving en verlaging kosten cf NZa-model binnen proeftuin 2. Verschuiving kosten buiten de proeftuin 3.Besparing kosten andere domeinen26

1a.kosten voorzorg, gemeenschapszorg, laagcomplexe zorg, hoogcomplexe zorg. 2a.Kosten/productie niet proeftuinorganisaties in de wijk Ruwaard

1. herhaalmeting onderzoek Radboud (zie 6.2) 2. -Enquête, interviews en focusgroepen -Evaluatie rol niet-zorg en welzijnsorganisaties in de pt -evaluatie en rol Toegang -evaluatie praktijkvoorbeelden 1a.kosten en cliënten BG en dagbesteding (data pt en gemeente) 1b.monitor kosten NZamodel 2a data gemeente 3a.micro-analyses

24 lichamelijke functies, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen, dagelijks functioneren 25 Mate van ervaren steun van anderen/netwerk, sociaal verbonden zijn, weten waar zij terecht kunnen voor info en

ondersteuning, zinvolle dingen doen, eenzaamheid. 26 O.a. Wlz, Zvw, Participatiewet, uithuisplaatsingen, crisisopnames.

70

5

Steunende systemen

De randvoorwaarden voor het welslagen van de proeftuin zijn geborgd

2b. WmoKosten/productie buiten Ruwaard 3.besparingen op andere domeinen op microniveau 1.Principes proeftuin werken goed 2.Organisatie draagt bij aan doelen 3.Leerhuis borgt SWW

1.Enquete, interviews en focusgroepen 2.Monitoring kosten NZamodel (vanaf 2020) -> substitutie

71

Bijlage 3

Wijkfoto – positieve gezondheid

Positieve gezondheid In onderstaande tabellen is weergegeven hoe inwoners scoren op de zes dimensies van positieve gezondheid27. Hierbij is gebruik gemaakt van de wijkfoto 28. Bij elke dimensie zijn een of meerdere indicatoren gebruikt om een beeld te schetsen. De gegevens worden één keer in de vier jaar verzameld (2016 en 2020). Er wordt vergeleken met de wijk Schadewijk omdat deze wijk qua samenstelling de meeste overeenkomst vertoont met de wijk Ruwaard. Daarnaast wordt weergegeven hoe heel Oss scoort (inclusief de wijken Ruwaard en Schadewijk).

Lichamelijke gezondheid

Mentaal welbevinden

100% 80% 60% 40% 20% 0%

40% 30%

20% 10% 2016

2020

Ruwaard

2016

2020

Schadewijk

2016

2020

Oss

0% 2016 2020 2016 2020 2016 2020

ervaart eigen gezondheid als goed

Ruwaard

Schadewijk

Oss

Gezond gewicht BMI

Voelt zich psychisch ongezond

Voldoet aan beweegnorm

Voelt zich (erg) ongelukkig

27 Lichamelijke gezondheid, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal participeren en

dagelijks functioneren. 28 De wijkfoto geeft een totaalbeeld van de ervaren gezondheidsdata per leeftijdsgroep voor 11 gebieden in de gemeente Oss. Waaronder de Ruwaard. De wijkfoto gebruikt de indeling van de positieve gezondheid. Elk gebied is vergeleken met de gemiddelden van de gemeente Oss. De data komt voort uit de vierjaarlijks herhaalde grote Gezondheidsonderzoeken van de GGD waarvoor inwoners in het gehele land bevraagd worden naar hun persoonlijke ervaringen op basis van een gerandomiseerde steekproef. Het zijn anonieme onderzoeken waardoor het niet bekend is of de inwoners van de Ruwaard die bevraagd zijn in aanraking zijn gekomen met de proeftuin. Omdat het gaat om de ervaringen van inwoners met hun gezondheid is het trekken van conclusies lastig: ontwikkelingen kunnen niet alleen toegeschreven worden aan de proeftuin, omdat er tegelijkertijd bijvoorbeeld nationale interventies worden gepleegd, ook ander beleid in de gemeente wordt toegepast, de media een rol speelt in beleving, etc. Het doel van de wijkfoto is om met professionals en inwoners in gesprek te gaan en niet om feitelijke uitspraken te doen. De aantallen zijn middels een statistisch model terug gewogen naar de daadwerkelijke populatie, waardoor het zoveel mogelijk representatief wordt gemaakt voor de gehele bevolking van Ruwaard.

Het gaat dan om de volgende aantallen: 0-11 jaar - 77 ouders 12-18 jaar - 67 jongeren 18-64 jaar - 82 volwassenen 65+ jaar - 114 ouderen.

72

Weinig regie over eigen leven

Kwaliteit van leven 100%

25%

80%

20%

60% 40%

15%

20% 10% 0% 2016

5%

2020

Ruwaard

2016

2020

2016

Schadewijk

2020

Oss

0% 2016 2020 2016 2020 2016 2020

Geen (enkele) moeite om rond te komen van inkomen

Ruwaard

Voelt zich veilig

Schadewijk

Oss

Sociaal participeren

Dagelijks functioneren

70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

100% 90% 80% 70% 60% 50%

40% 2016

2020

Ruwaard

2016

2020

2016

Schadewijk

2020 Oss

is eenzaam

niet genoeg mensen om op terug te vallen

30% 20% 10% 0%

2016 2020 2016 2020 2016 2020 Ruwaard

ervaart veel sociale samenhang in de buurt weet waar men terecht kan voor info en ondersteuning

Schadewijk

Oss

bij behoefte aan meer hulp ivm gezondheid is deze in omgeving beschikbaar Vanwege kosten afgezien van bezoek aan (tand)arts

Collectief welbevinden Ruwaard Er zijn verschillende bronnen geraadpleegd die een beeld schetsen van de wijk: de wijkfoto, OssStat, CBS gegevens, data van Brabant Wonen. Er is gekeken naar op wijkniveau beschikbare indicatoren op het gebied van veiligheid, financiën en uitkeringen, wonen. Er is zoveel mogelijk vergeleken met eerdere jaren en met de wijk Schadewijk (waar mogelijk) en Oss. Net als bij de cijfers van de GGD is geconcludeerd, geven onderstaande cijfers een beeld van de wijk, maar kunnen op basis van deze cijfers geen conclusies worden getrokken over de proeftuin. Daarvoor is het causaal verband tussen de cijfers en de proeftuin te gering.

73

Veiligheid

Veiligheid 20 15

10 5 0 2018

2019

2020

Ruwaard

2018

2019

2020

2018

Schadewijk

2019

2020

Oss

Overlast verwarde personen meldingen per 1.000 inwoners

Overlast drank/drugs meldingen per 1.000 inwoners

Financiën

Minimahuishoudens (120% van sociaal minimum) 20.0% 18.0% 16.0% 14.0% 12.0% 10.0% 8.0% 6.0% 4.0% 2.0% 0.0% 2016

2018 Ruwaard

2016

2018

Schadewijk

2016

2018 Oss

74

% WW-uitkeringen 3.00

2.50 2.00 1.50 1.00 0.50 0.00 2017 2018 2019 2020 2017 2018 2019 2020 2017 2018 2019 2020 Ruwaard

Wonen Ruwaard Huisontruiming en overlast/woonfraude Alleen achterstand Overig Oss Huisontruiming en overlast/woonfraude Alleen achterstand

Schadewijk

Oss

2020 2

2019 1

2018 2

2017 2

0

0

5

0

2020 0

2019 1

2018 1

2017 1

0

4

5

8

Uit deze grafieken ontstaat het volgende beeld over de wijk Ruwaard: • De overlast die inwoners in Ruwaard ervaren is significant lager dan in Schadewijk en zelfs lager dan in heel Oss. Dit zou erop kunnen duiden dat het preventieve project Buurtpreventie het gewenste effect heeft. Dit is echter niet specifiek onderzocht.

75

•

•

De ontwikkeling van het aantal minimahuishoudens is in Ruwaard ongeveer gelijk met Schadewijk en heel Oss en het percentage WW-uitkeringen laat een iets positiever beeld zien ten opzichte van Schadewijk. De huurachterstanden in heel Oss verloopt grilliger dan in Ruwaard en is toegenomen terwijl het in Ruwaard stabiel is.

76

Bijlage 4

Activiteiten en geschatte bezoekers de Haard

77

78

Bijlage 5

Cijfers afdeling Werk & Inkomen

Aantal uitkeringen voor levensonderhoud (Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz) Peildatum Oss Ruwaard 31-12-2018 1603 302 31-12-2019 1556 297 31-12-2020 1629 323 01-07-2021 1615 330

Aantal personen dat een tegenprestatie levert (incl. mantelzorg) Peildatum Oss Ruwaard 31-12-2018 577 (36%) 142 (47%) 31-12-2019 632 (41%) 141 (47%) 31-12-2020 647 (40%) 142 (44%) Aantal personen dat is ingestroomd (Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz) Jaar Oss Ruwaard 2018 487 2019 527 (33%) 81 (27%) 2020 550 (35%) 93 (31%) Aantal personen dat is uitgestroomd (Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz) Jaar Oss Ruwaard 2018 633 2019 603 (38%) 91 (30%) 2020 505 (32%) 83 (28%)

79

Bijlage 6

Kosten volgens het NZa-model29

Kosten GGZ OB

Kosten UniK

80000

80000

60000

60000

40000

40000

20000

20000 0

0

2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3

2020 2020 2020 2020 2021 2021 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Voorzorg

Gemeenschapszorg

Voorzorg

Gemeenschapszorg

Laagcomplexe zorg

Hoogcomplexe zorg

Laagcomplexe zorg

Hoogcomplexe zorg

Kosten JIJ Advies&Coaching 30000 25000 20000 15000 10000 5000 0

Kosten BrabantZorg 250000 200000 150000 100000 50000 0

2020 2020 2020 2020 2021 2021 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2

2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3

Voorzorg

Gemeenschapszorg

Voorzorg

Gemeenschapszorg

Laagcomplexe zorg

Hoogcomplexe zorg

Laagcomplexe zorg

Hoogcomplexe zorg

Kosten Deelgenoten 50000

Kosten Ons Welzijn 140,000 120,000 100,000 80,000 60,000 40,000 20,000 0

40000 30000 20000 10000 0 2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3

2020 2020 2020 2020 2021 2021 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2

Voorzorg

Gemeenschapszorg

Voorzorg

Gemeenschapszorg

Laagcomplexe zorg

Hoogcomplexe zorg

Laagcomplexe zorg

Hoogcomplexe zorg

29 Kosten Pantein volgens het NZa-model over 2020 niet beschikbaar.

80

Bijlage 7

Implementatievoorstel monitoring kosten en substitutie

Het hoofddoel van de proeftuin is om van Ruwaard een vitale wijk te maken waar inwoners tegen lagere kosten een betere positieve gezondheid ervaren. Samenwerking en substitutie worden gezien als belangrijke pijlers voor het bereiken van dit doel. Substitutie is nog geen automatisme in de proeftuin, maar staat wel hoog op de agenda. In netwerkteam smal en breed wordt gesproken over de wijze waarop substitutie kan worden bevorderd. Deze monitor kan bij een goede implementatie ondersteunend worden aan dit proces. Onderstaand implementatieplan is een hulpmiddel bij het implementeren van de monitor en het stimuleren van substitutie. Implementatieplan 1. Benoem de rol van elke organisatie in de proeftuin en de plaats(en) in de integrale zorgketen. Om de substitutie te bevorderen is het belangrijk dat ieders rol duidelijk uitgewerkt is. Sommige organisaties zitten meer aan de ‘voorkant’ en hebben een preventieve of signalerende rol. Sommige organisaties geven voornamelijk zorg in de vorm van individuele begeleiding. Andere organisaties hebben een groot aanbod en kunnen in hun organisatie een substitutiebeweging maken door bijvoorbeeld vaker of eerder vrijwilligers en ervaringsdeskundigen in te zetten. De rol van elke organisatie in de integrale zorgketen lijkt nu onvoldoende uitgewerkt. Enkele organisaties geven ook aan nog zoekende te zijn naar hun rol in de proeftuin.

Een nadere uitwerking van ieders rol kan helpen bij het optimaliseren van de mogelijkheden. 2. Benoem een organisatie die verantwoordelijk wordt voor het verzamelen van de data en het maken van een periodiek overzicht, vergelijkbaar met de rol van kassierhouder die nu belegd is bij Ons Welzijn. Leg van tevoren vast hoe vaak organisaties het databestand aan moeten leveren (elk kwartaal bijvoorbeeld) en agendeer het overzicht in de overleggremia. Bespreek ook periodiek of andere budgetten toegevoegd kunnen worden aan het schema. Nu zijn extramurale Wmo-kosten opgenomen. De volgende stap is om ook intramurale Wmo-kosten op te nemen. 3. Maak een 0-meting en breng de kosten per fase in beeld. Breng voor elke organisatie in beeld welke kosten zij nu per fase maken. Mogelijk vallen hier ook budgetten onder die nu geen onderdeel van de proeftuin zijn, zoals activiteiten van SEC of Muzelinck. Voor een zo volledig mogelijk beeld van de substitutie is het belangrijk om deze activiteiten en kosten ook in beeld te brengen. 4. Werk de meest haalbare substitutievoorbeelden uit, zowel binnen een organisatie als tussen organisaties en ga sturen op het realiseren van deze vormen van substitutie. Probeer de doelstellingen SMART te formuleren (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden). 5. Geen tijd en aandacht aan de cultuuromslag.

Om substitutie mogelijk te maken is het noodzakelijk dat professionals de ruimte krijgen én voelen om de zorg en ondersteuning anders te organiseren. Dit vraagt een omslag van professionals, managers en bestuurders. Elke organisatie spreekt een eigen taal. Om met elkaar nieuwe vormen van zorg en ondersteuning te creëren is een gemeenschappelijke taal nodig. Door samen voorbeelden uit te werken (stap 3), kan deze gezamenlijke taal worden ontwikkeld. 6. Maak een jaarplan voor de proeftuin inclusief een begroting met een onderverdeling van budgetten per fase in de integrale zorgketen. Hierin kan onderscheid worden gemaakt in structurele kosten en projecten. Neem hier taakstellingen in op voor substitutie. Dit is een vertaling van stap 3. Vertaal deze taakstellingen naar taakstellingen per organisatie. 7. Laat elke organisatie een jaarplan maken waarin wordt uitgewerkt hoe de taakstelling wordt gehaald en hoe de werkwijze en afspraken in de proeftuin geïntegreerd worden in de eigen organisatie. 8. Monitor en evalueer.

81

Bijlage 8 Proces en voorwaarden voor toetreding van zorgaanbieders tot gebiedsgebonden financiering van de Proeftuin Ruwaard Voorwaarden voor toetreding • Partij werkt volgens werkwijze en afspraken zoals opgenomen in het document ‘Bestuurlijke kaders en randvoorwaarden Proeftuin Ruwaard’; • Partij voldoet aan alle voorwaarden en afspraken uit de deelovereenkomst (inkoopovereenkomst) tussen gemeente Oss en zorgaanbieder; • Het proces van toetreding zoals afgesproken in de proeftuin, is doorlopen. Proces voor toetreding 1. Start • Kennismaken met proeftuin en committeren aan de gezamenlijke doelen • Willen investeren in het gezamenlijke leer- en ontwikkelproces 2. Ongeveer 6 maanden deelnemen aan Samenwerkwijze en gezamenlijk leren • Kennismaken met wijkaanjager en wijknetwerk • Wijkprofessionals en managers nemen deel aan MDO’s en leersessies 3. Twee keer per jaar is er mogelijkheid om ook financieel toe te treden tot proeftuin • Bij interesse ontvangt geïnteresseerde het wijkkader en de managementsamenvatting met bestuurlijke kaders van het netwerkteam smal. • Het netwerkteam smal maakt aan alle proeftuinpartijen bekend dat een nieuwe partij interesse heeft om toe te treden tot de gebiedsgebonden financiering.

Alle proeftuinpartijen doen een check: zijn er bijzonderheden die relevant zijn voor toetreding van deze nieuwe partij? • Gesprek met vertegenwoordiger van netwerkteam smal & beleidsadviseur gemeente over hoe de proeftuin werkt, wat de verwachtingen zijn etc. Eventueel sluit een andere proeftuinpartij bij dit gesprek aan indien er voor toetreding tot gebiedsgebonden financiering relevante bijzonderheden zijn om te bespreken met de nieuwe toetreder. • Indien er bijzonderheden zijn worden afspraken gemaakt over het vervolg. • Na afgesproken tijd wordt gecheckt of afspraken zijn nagekomen en bijzonderheden zijn verholpen. Indien ja, dan verder met het vervolg. • In de tussentijd maakt geïnteresseerde partij zelf eigen afweging t.a.v. consequenties, administratief inrichten, bijdrage aan kosten (in verhouding tot omvang) • Vaststellen budget o.b.v. gemiddelde voorgaande 2 jaar • Vaststellen toetredingsdatum • Kennismaken met steungroep (-voorzitter) • Deelnemen in (nieuwe) bestuurlijke structuur.

82

Bijlage 9

Samenvatting resultaten doelen en principes

In onderstaande overzicht is een beknopt overzicht weergegeven van de mate waarin de doelen van de proeftuin worden behaald en de principes zijn ingebed. De aanbevelingen zijn op hoofdlijnen weergegeven en worden in de volgende paragraaf toegelicht. Positief Neutraal de SWW verhoogt het individueel welbevinden

Negatief

2.Collectief welbevinden

-geïnterviewde Inwoners zijn positief over de wijk -hoge participatiegraad volgens professionals

3.Meer integrale zorg en ondersteuning

-samenwerking is de norm en wordt hoog gewaardeerd -paar projecten zijn goed op gang gekomen: urgentieplusregelin g, Koers en Kansen (Justitie) -Toegang en afdelingen Zorg en W&I maken ook omslag

-rol SEC, Deelgenoten, Muzelinck, BrabantWonen redelijk geborgd, maar soms meer mogelijk -domeinen kunnen nog verder integreren in de proeftuin en binnen gemeente

-wijkfoto niet geschikt voor analyse proeftuin -uitwisseling verschillende groepen inwoners wenselijk voor versterken steunstructuur en sociale cohesie -duurzame borging van initiatieven lastig (Koers en kansen, Palliatieve zorg) -jeugd is gestagneerd -Opzet Urgentieplustafel gewijzigd wegens andere belangen (te weinig uitstroom) -lessen uit projecten worden te weinig met elkaar verbonden

4.Meer cliënten

-micro-analyses laten grotere

-micro-analyses schetsen een

1. Individueel welbevinden

-kosten proeftuin lopen niet

Aanbeveling -SWW verder versterken, ook in andere wijken -individueel welbevinden structureel meten (digitaal klantdossier) -als meer inzicht op het collectief welbevinden wenselijk is, dan is vaststellen indicatoren nodig en moeten deze gerichter en jaarlijks uitgevraagd worden

-afspraken maken over besluitvorming duurzame borging (wanneer wel/niet?) en de borging beleggen. -initiatieven stimuleren/belonen en faciliteren -registratie klantgegevens afstemmen tussen domeinen gemeente (W&I en Zorg) -aansluiting zoeken bij andere domeinen (Wlz, Zvw, Participatiewet, etc.), bijv. via Samenwerkingsagend a Gemeenten en VGZ/zorgkantoor -als partijen meer inzicht willen, dan is

83

helpen met hetzelfde geld

besparing zien in de proeftuin dan in andere wijken -er zijn meer cliënten geholpen met gelijkblijvende subsidie

indruk, maar het is geen wetenschappelijk e methode.

synchroon met de subsidie -sommige kosten zijn niet duidelijk of volledig (GGD, SEC, Muzelinck) -cliëntaantallen bij sommige organisaties onvoldoende bekend -een vergelijking met andere wijken/gemeente n alleen mogelijk ogv BG en Dagbesteding

5.Steunende systemen 5a.Wijkbe- -goed gelukt woner centraal 5b.Samen- -goed gelukt werking op individuele casussen

5c.Samenwerking op collectieve casuïstiek

-het gebeurt, maar kansen kunnen beter en structureler worden benut

5d. Preventie

-er is veel gestart in de proeftuin. Veel aandacht geweest voor preventie

-na de subsidie is aandacht voor preventie afgenomen, mede door corona

5e. Substitutie

-de uitstroom van Beschermd wonen naar zelfstandig wonen is geslaagd voorbeeld

-de Haard biedt mogelijkheid van substitutie, maar aanpak lijkt niet duidelijk belegd

-uit monitoring blijkt geen substitutie. Monitor ook niet gebruikt voor

meer monitoring nodig waaronder aantal cliënten. Zie verder substitutie

-aandacht blijft nodig voor alle stappen van SWW -afwegingskader en/of leersessies gewenst voor het maken van afweging voor SO: wanneer wel/niet? -aandacht voor borgen proces om van signaal naar plan en uitvoering te komen - een deel van het individuele budget (van een organisatie) reserveren voor gezamenlijk collectief aanbod -proces beter borgen; eigenaarschap benoemen, initiatieven belonen en faciliteren - een deel van het budget reserveren voor preventie -het proces voor substitutie vraagt meer sturing, eventueel via aanjager(s). Zodat

84

gesprek over substitutie -ideeën komen niet tot plan en uitvoering

5f.Gebieds -gerichte financierin g

-loslaten van beschikking zorgt voor omslag in denken -proeftuin heeft de houding ‘doen wat nodig is’ centraal staan

5g.Borging principes in organisatie s

-veel enthousiasme over proeftuin en SWW

5h. Organisati e proeftuin

-samenwerking en het Leerhuis zeer gewaardeerd

-‘overproductie’ wordt door organisaties gefinancierd uit andere middelen

-organisaties werken nog steeds vanuit hun eigen budget, met vaste fte’s. Er is geen gezamenlijk budget -het lijkt zeer beperkt bij te dragen aan meer preventie, collectief aanbod en substitutie -interne organisaties nog niet mee in principes proeftuin -per organisatie zijn er een paar dragers van het gedachtegoed. Dat is kwetsbaar -eigenaarschap ontbreekt regelmatig -consequenties van besluiten niet goed belegd (wie doet wat? wie is waarvoor verantwoordelijk ?) -afstemming tussen lagen kan beter

ideeën vertaald worden naar plan en uitvoering en monitoring. -een deel van het budget reserveren voor substitutie -een deel van het budget afromen van de organisaties en reserveren voor gezamenlijke plannen voor preventie, collectief aanbod en substitutie. Of een extra bedrag oormerken met deze taakstelling.

-SWW en principes proeftuin in volgende fase ook uitrollen in de organisaties

-aanscherping nodig van afspraken en beleggen toetsbare verantwoordelijkhed en voor de verschillende onderdelen. -herbronnen kan de genoemde knelpunten meenemen.

85

Bijlage 10 -

-

-

Overzicht geraadpleegde rapporten en bronnen

Leergeschiedenis 2017, 2018 en 2019 Proeftuin Ruwaard. Preventie in de wijk. Doorbraken vanuit de coalitie in de proeftuin Ruwaard Oss (Jord Neuteboom, Franca van Rosmalen; april 2020). Maatschappelijke effecten Ons Huis van de Wijk. September 2018. Gebaseerd op onderzoek van het Lectoraat Leven Lang in Beweging en Zorg van de Avans Hogeschool, de uitkomsten van de EffectenArena en de analyse aan de hand van de Participatieladder. Maatschappelijke effecten de Haard. December 2021. Gebaseerd op onderzoek van Jan Bressers, trainee bij de gemeente Oss. Eindrapportage verbinding Proeftuin Ruwaard en de justitiële keten (augustus 2021). Willen, kunnen en nodig hebben. Onderzoek van Reclassering Nederland naar de samenwerking met de Proeftuin Ruwaard – 2020/2021 (Y. Edens - Reclassering Nederland september 2021). Rapportage micro-analyses. Het maatschappelijk rendement van de Samenwerkwijze (Hanne van Hout, september 2018). Verslag micro-analyses GGZ Oost-Brabant Van beschermd naar zelfstandig wonen (2020). Verslag micro-analyses 2020. Rapportage micro-analyses verbreding Samenwerkwijze Jeugd. Resultaten en ervaringen (Jet van Ballegooij, oktober 2020). Micro-analyses binnen en buiten de proeftuin (Jan Bressers en Kirsten Westenberg, december 2021). Rapportage kosten en substitutie proeftuin Ruwaard (Auke Blom, augustus 2020).

Rapportage opbrengsten proeftuin Ruwaard (Auke Blom, december 2020). Wmo monitorrapportage Brabant Noordoost-Oost (2016, 2017, 2018, 2019, 2020). Uitkomsten interviews proeftuin Ruwaard Oss (Auke Blom en Jan Bressers, september 2021). Rapport enquête evaluatie proeftuin (Auke Blom en Jan Bressers, juli 2021). SIRM, Substantieel potentieel: Schatting van de potentiële opbrengst van substitutie van zorg en inventarisatie van de benodigde voorwaarden, 2021 Valentijn, P. Zes lessen voor een succesvolle substitutie van zorg, 2019

86

Bijlage 11

Lijst geïnterviewden en focusgroepen

Lijst geïnterviewden: 1. Bart Bakker, aanjager 2. Dirk Duis, aanjager 3. Nanny van Dinther, aanjager 4. Ido Boswinkel, manager Ons Welzijn 5. Robert Jans, teamleider Ons Welzijn 6. Susanne Smits, adviseur 7. Annemieke Ackermans, manager gemeente Oss 8. Bauke Lagarde, BrabantWonen 9. Frank van Putten, Brabantzorg 10. Hanneke Rijkers, Ons Welzijn 11. Hanne van Hout, beleidsadviseur Oss 12. Julie Goosen, wijkwerker Ons Welzijn 13. Jolanda van Groeningen, coördinator De Haard 14. Amy van Niftrik, Joep Vissers, Directeur / manager Kubus 15. Marloes Martens, Bestuurder Interzorg 16. Evert van Tuil, R44/Deelgenoten 17. Jan Bannink, De Haard 18. Bart Hoes, aanjager 19. Anton Mulders, Huis vd Wijk/de Haard 20. Fred Pijls, voorzitter steungroep 21. Rob van Dorst, BrabantWonen 22. Dada Sabotic, Brabantzorg 23. Joyce van Orsouw, SEC 24. Dennis Spanjers, Muzelinck 25. Sonja Haven, Deelgenoten 26. Danielle van Tilburg, Brabantzorg 27. Peggy Mulderij, Wijkcoördinator Ruwaard 28. Rian Marijnissen, Afdelingshoofd Zorg Oss 29. Esther Biezen, Afdelingshoofd Werk & inkomen 30. Rian van Lavieren, adviseur 31. Yolanda Schellekens, Leerhuis 32. José van den Elzen, Oss (Wijkfoto en de Haard) Lijst met focusgroepen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Afvaardiging NWT Breed NWT Smal Afvaardiging aanjagers UitvoeringsMT gemeente Oss Groep financiële mensen Proeftuin Groep financiële mensen niet-Proeftuin Afdeling werk & inkomen

87

8. Afvaardiging Deelgenoten 9. Afvaardiging De Haard 10. Sociaal wijkteam Centrum en zuid 11. Sociaal wijkteam Ruwaard 12. Wijkraad de Ruwaard 13. Wijkstichting de Ruwaard 14. Afvaardiging BrabantWonen

88

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=30ad857d-7482-4957-bc23-e41c2fb55a45