CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 D Bijlagen bij de toelichting - Binnenstraat ongenummerd in Herpen.PDF

Adviescommissie Ruimte 12 mei 2022, gemeente OssBij agendapunt: A Gebundelde procedure vaststelling bestemmingsplannen 'Berghemseweg 7 Herpen 2022 Binnenstraat ong Herpen-2022, Polderstraat 12 Macharen, en Wilgenstraat 8 Geffen-202219.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Binnenstraat ong. Herpen - 2021 Bijlagen bij toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Indexpagina bijlagen bij de toelichting Bestemmingsplan Binnenstraat ong. Herpen - 2022 Bijlage 1

- Stedenbouwkundigplan

Bijlage 2

- Archeologisch onderzoek

Bijlage 3

- Bodemonderzoek

Bijlage 4a

- Watertoets

Bijlage 4b

- Watertoets resultaat

Bijlage 5

- Flora en fauna onderzoek

Bijlage 6

- Aeriusberekening

Bijlage 6a

- Aeriusberekening – bijlage 1

Bijlage 6b

- Aeriusberekening – bijlage 2

Bijlage 1

- Stedenbouwkundigplan

Molenstraat 3 5373 AL Herpen

Contactgegevens:

Sander en Laura van Dieten

Opdrachtgever:

WP | RvdE

Getekend:

10-02-2021

Datum:

W-18-0972

Projectnummer:

INBREIDING - BINNENSTRAAT HERPEN

Architectuur - Ontwerp

-

BouwProcesBegeleiding

-

Planontwikkeling

-

Bouwkundig tekenwerk

-

Bouwcoördinatie

-

Interieurontwerp

info@kantoorprincen.nl

T. 0486-412829

5371 MK Ravenstein

De Hammen 40,

1

2

3

4

2

LUCHTFOTO

3

4

1

2

3

FOTO’S OMGEVING

10770

1970

0.08

0.07

3410

3060

garage GO: 10.3 m²

was

badkamer GO: 6.4 m²

BEGANE GROND

1 : 50

2250 droger

1460

tuinberging GO: 3.1 m²

0.10

1360

4420 2100 1440

3350 7480

50

3110

0.09

slaapkamer GO: 16.6 m²

1550

3380 1530

hal GO: 4.8 m²

0.06

1410

870

1440

keuken GO: 16.9 m²

0.03

3595

3535

220

870 1550 2750 1110 1970

5270

3630 1000 2850

5745

1090

1440

hal GO: 5.0 m²

0.01

1530

0.01

12530

1440

toilet GO: 1.5 m²

0.02

toilet GO: 1.5 m²

1080

0.02

0.05

0.04

woonkamer GO: 21.3 m²

hal GO: 5.0 m²

10130

berging GO: 1.0 m²

2110

2210

860

opslag GO: 1.0 m²

0.05

0.04

woonkamer GO: 21.3 m²

3750

1000 1500

1310

2800

3750

1090

1440

0.03

woonkamer GO: 16.8 m²

1550

1530

1210

1446

0.06

hal GO: 7.6 m²

3630 1000 2850

1440

0.09

slaapkamer GO: 17.4 m²

3240

3840

4510

garage GO: 9.8 m²

0.07

3148

2000

9300

1110

7480

430

1860

was

3148

0.08

4420

badkamer GO: 6.3 m²

5395

droger

0.10

tuinberging GO: 2.9 m²

1354

1110

10129

2150 5501

8470

8250

445

B o u w P r o c e s B e g e l e i

Deze tekening is eigendom van Princen BouwProcesB

-

-

-

-

5

-

Contactgegevens:

Opdrachtgever

Opdrachtgever:

O n t w e r p

schaal 1:100

BEGANE GROND

1 : 50

1E VERDIEPING

1.04

slaapkamer GO: 12.9 m²

1.03

3445

slaapkamer GO: 17.0 m²

Velux SK10

3240

1.02

2200

opslag GO: 3.5 m²

1.01

overloop GO: 4.0 m²

1175

2200

badkamer GO: 6.9 m²

1.05

Velux SK10

opslag GO: 3.5 m²

1.02

1.01

overloop GO: 3.9 m²

badkamer GO: 6.9 m²

Velux SK10

1.05

Velux SK10

1.03

slaapkamer GO: 12.9 m²

1.04

slaapkamer GO: 17.0 m²

6

Opdrachtgever:

O n t w er p

B o u w P r o c e s B e g e l e i d i n g

B. V.

Maatvoering en/of verwijzingen op tekening of rapporten van ex Mogelijke (maat)afwijkingen dienen direct te worden gemeld. Te controle te worden aangeboden aan de constructeur. De tekenin prijsvorming of uitvoering van dit werk. De door kantoor Princen gebruikt. Openbaarmaking en verveelvoudigen van documente Op al onze diensten is de Rechtsverhouding opdrachtgever – arc als "DNR 2011" van toepassing, tenzij schriftelijk anders is overe

Disclaimer:

schaal 1:100

VERDIEPING

1 : 100

RECHTER ZIJGEVEL

PEIL=0

3200+P

3500+P

9000+P

1 : 100

VOORGEVEL

PEIL=0

3200+P

3500+P

9000+P

Gierzwaluw neststenen type: vivara, ib-gz-05 afmeting: 420x180x181mm 6 stuks

RECHTER ZIJGEVEL 1 : 100

Vogelvides aanbrengen in dakvoet circa 12 meter

Vogelvides aanbrengen in dakvoet circa 12 meter

SO-01

schaal 1 : 100

Gierzwaluw neststenen type: vivara, ib-gz-05 afmeting: 420x180x181mm 6 stuks

Gevels

7

schaal 1:100

GEVELS

GEVEL

1 : 100

LINKER ZIJGEVEL

PEIL=0

3200+P

3500+P

9000+P

1 : 100

ACHTERGEVEL

PEIL=0

3200+P

3500+P

9000+P

1 : 100

LINKER ZIJGEVEL

Vleermuiskasten, geschakeld type: vivara, ib-vl-06 afmeting: 200x210mm 4 stuks

Vleermuiskasten, geschakeld type: vivara, ib-vl-06 afmeting: 200x210mm 4 stuks

SO-02

schaal 1 : 100

Gevels

8

schaal 1:100

GEVELS

PEIL=0

3200+P

3500+P

9000+P

PEIL=0

3200+P

3500+P

9000+P

9

schaal 1:100

DOORSNEDEN

10

IMRPESSIE

11

IMRPESSIE

12

IMRPESSIE

13

IMRPESSIE

14

IMRPESSIE

Bijlage 2

- Archeologisch onderzoek

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Binnenstraat achter Molenstraat 3-5 te Herpen Gemeente Oss

KSP Archeologie

Colofon Versie Status KSP Rapport Auteur ISSN Foto’s en afbeeldingen Beheer en plaats documentatie Autorisatie Datum autorisatie

: : : : : : :

1.1 Beoordeeld door de bevoegde overheid 20818 E. van der Klooster (senior KNA Prospector) 2542-7490 KSP Archeologie KSP Archeologie te Duiven

: :

E.A. Schorn (senior KNA Prospector) 30 november 2020

www.ksparcheologie.nl | info@ksparcheologie.nl

Disclaimer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder bronvermelding. KSP Archeologie aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit onderhavig onderzoek of de gegeven adviezen. KSP Archeologie beschikt over het Procescertificaat Archeologie dat is verleend op basis van de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 voor protocol 4002 ‘bureauonderzoek’. Wanneer de certificatie-eisen strijdig zijn met de eisen van de bevoegde overheid, dan gaat KSP Archeologie uit van de eisen van de bevoegde overheid omdat die sanctioneerbaar zijn.

KSP Archeologie

2

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.2 Afbakening plan- en onderzoeksgebied 1.3 Overheidsbeleid 1.4 Toekomstige situatie 1.5 Onderzoeksdoel en vraagstellingen 2 Bureauonderzoek 2.1 Huidige situatie 2.2 Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens 2.3 Historische situatie en mogelijke verstoringen 2.4 Beschrijving van archeologische gegevens 2.5 Beschrijving van de ondergrondse bouwhistorische waarden 2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting 2.7 Conclusie en advies 3 Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase 3.1 Werkwijze 3.2 Veldsituatie 3.3 Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens 3.4 Archeologische indicatoren 3.5 Toetsing van de archeologische verwachting 4 Conclusie en advies 4.1 Conclusie 4.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen 4.3 Selectieadvies Literatuur Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

5 6 6 6 6 7 7 9 9 9 11 15 20 20 22 23 23 23 23 25 25 27 27 27 28 30

Geomorfologische kaart Bodemkaart Archeologische gegevens Boorpuntenkaart Boorbeschrijving Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Lijst van afbeeldingen Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster). Figuur 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied (bron Princen BouwProcesBegeleiding 22-03-2019) Figuur 3: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (bron: www.ahn.nl). Figuur 4: Het plangebied op een kaart uit 1795 (via Jan van Berkel, oorspronkelijke kaart nog niet achterhaald) Figuur 5: Het plangebied op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Figuur 6: Het plangebied op de kaart uit 1868, Bonneblad (bron: www.topotijdreis.nl). Figuur 7: Het plangebied op de kaart uit 1874, Bonneblad (bron: www.topotijdreis.nl). Figuur 8: Het plangebied op historische kaarten uit de 20e en 21e eeuw (bron: www.topotijdreis.nl). Figuur 9: Het plangebied op de archeologische beleidskaart van de gemeente Oss uit 2016 Figuur 10: Profielputje bij boring 2 Figuur 11: Boring 5 v.r.n.l. (0-50, 50-100, 100-150 en 150-180 cm-mv)

4 7 10 12 13 14 14 15 19 24 25

Lijst van tabellen Tabel 1: Overzicht van de AMK-terreinen, onderzoeks- en vondstmeldingen binnen een straal van 500 m rondom het plangebied (bron: archis.cultureelerfgoed.nl, tenzij anders vermeld). 16 Tabel 2: Archeologische verwachting per periode voor het plangebied. 20

KSP Archeologie

3

Administratieve gegevens KSP Projectnummer Opdrachtgever Uitvoerder/projectleider Bevoegde overheid Deskundige namens bevoegde overheid Onderzoeksmelding Provincie Gemeente Toponiem Centrum-coördinaat Kadastrale gegevens Periode uitvoering onderzoek

: : : : :

20818 Pittiger in de Planologie, namens familie van Dieten KSP Archeologie, E. van der Klooster (senior KNA Prospector) Gemeente Oss M. Peeters

: : : : : : :

4894680100 Noord-Brabant Oss Molenstraat/Binnenstraat te Herpen x: 172.730 / y: 420.420 Ravenstein Sectie I, perceel 458 (deels) en perceel 459 (deels) September 2020

Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster).

KSP Archeologie

4

Samenvatting KSP Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-(O)verig); booronderzoek) uitgevoerd voor een nieuwbouwlocatie aan de Binnenstraat, gelegen achter Molenstraat 3 en 5, in Herpen (gemeente Oss). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging voor de bouw van een twee onder één kap woning. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging op een dekzandwelving en de mogelijk nabije ligging van een Laat-Glaciale beekloop heeft het plangebied een middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum. Door de ligging in een zone met dekzandwelvingen heeft het plangebied een hoge verwachting voor nederzettingen uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen. In de Volle Middeleeuwen heeft tot ca. 1360 in Herpen een kasteel gestaan. Rondom het plangebied zijn meldingen van dit kasteel bekend, maar op basis van recente waarnemingen van de archeologische werkgroep en een getuige van de opgraving van een deel van het kasteel lijkt het kasteelterrein ten zuidwesten van het plangebied gelegen te hebben.

Op basis van historisch kaartmateriaal lijkt de kans klein dat in het plangebied een huisplaats uit de Nieuwe tijd aanwezig is geweest door de ligging buiten de dorpskern. Ook archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog worden niet verwacht. Er zijn een aanwijzingen voor diepe verstoringen in het plangebied. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat er zoals verwacht een humeus dek aanwezig is. Daaronder werd een podzolbodem verwacht, maar deze is niet of niet overal in het plangebied aanwezig. In het zuiden van het plangebied is mogelijk een podzolbodem aanwezig. In het noorden lijkt een opvulling van een geul aanwezig te zijn, mogelijk is dit een opgevulde geul van de vlechtende Maas uit het Pleistoceen. In het bureauonderzoek was een middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen opgesteld, omdat er mogelijk een waterloop in de omgeving was gelegen. De waterloop is bevestigd waardoor de verwachting voor een vuursteenvindplaats in het zuiden van het plangebied verhoogd kan worden naar een hoge verwachting. De top van de mogelijke podzolbodem is waargenomen vanaf 70 cm-mv. In het noorden is een ca. 1 m dikke geulopvulling aanwezig vanaf 80 cm -mv. In de vulling kan vondstmateriaal voorkomen.

Resten uit de steentijd worden aan de onderzijde verwacht van deze geulopvulling. In het bureauonderzoek is een hoge verwachting opgesteld voor nederzettingen vanaf het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen. In het zuiden van het plangebied kan deze verwachting worden behouden. De sporen worden in de top van het dekzand verwacht, vanaf 100 cm-mv. Ook in de top van de geulvulling in het noorden van het plangebied kunnen vondsten uit deze periode worden aangetroffen (vanaf 80 cm-mv). De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage* verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. *Bij toetsing heeft de gemeentelijk archeoloog aangegeven dat de gemeente de verwachting op kasteelresten als laag tot middelhoog inschat.

Samenvatting selectieadvies: Indien grondroeringen dieper dan 70 cm nodig zijn over een oppervlak meer dan 100 m² of palenrijen met minder dan 4 m afstand nodig zijn adviseert KSP Archeologie vanwege de omvang van de beperkte omvang van de locatie en het hoge grondwater een vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving ter hoogte van het bouwblok. Als de palenfundering op een archeologievriendelijke wijze wordt ingestoken zou de opgraving als archeologische begeleiding uitgevoerd kunnen worden. Voor dit gravende onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit selectieadvies betekent nog niet dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zijn inmiddels beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oss), die binnenkort een selectiebesluit zal nemen.

KSP Archeologie

5

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader

In opdracht van Pittiger in de Planologie, namens familie van Dieten, heeft KSP Archeologie een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-(O)verig); booronderzoek) uitgevoerd voor een nieuwbouwlocatie aan de Binnenstraat, gelegen achter Molenstraat 3 en 5, in Herpen (gemeente Oss) Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging voor de bouw van een twee onder één kap woning. Het onderzoek is uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 (versie 4.1) met bijbehorende protocollen (KNA 4.1) 4002 (bureauonderzoek bij landbodems) en 4003 (inventariserend veldonderzoek, overig) (www.sikb.nl) en de gemeentelijke eisen. Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 6. 1.2

Afbakening plan- en onderzoeksgebied

Het plangebied is gelijk aan het onderzoeksgebied waarvoor het archeologische onderzoek is uitgevoerd. Het plangebied is ca. 540 m2 groot en ligt aan de Binnenstraat te Herpen (Figuur 1). Het terrein wordt in het noordoosten begrensd door de Binnenstraat en aan de overige zijden omringd door achtertuinen van bebouwing aan de Molenstraat. 1.3

Overheidsbeleid

In 1992 heeft Nederland het Europese ‘Verdrag van Malta’ ondertekend. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologische erfgoed geregeld. Belangrijk daarin is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Daarnaast hebben de verschillende overheden (het rijk, de provincie en de gemeentes) archeologiebeleid vastgelegd. Gemeenten houden bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning altijd rekening met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden (Wet ruimtelijke ordening). Volgens het bestemmingsplan ‘Kom Herpen 2012’ (vastgesteld 14-12-2012) geldt voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog’ (www.ruimtelijkeplannen.nl). Dit betekent dat bij bodemingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 0,3 m archeologisch onderzoek nodig is. Aangezien deze ondergrenzen bij de realisatie van de nieuwbouwplannen worden overschreden (zie paragraaf 1.4), is archeologisch onderzoek noodzakelijk.

In het kader van de bestemmingsplanwijziging is voor het plangebied gekozen voor een archeologisch vooronderzoek dat bestaat uit een bureauonderzoek gecombineerd met een verkennend booronderzoek. De gemeente heeft aan de opdrachtgever ook aangegeven een dergelijk onderzoek te wensen.

KSP Archeologie

6

1.4

Toekomstige situatie

Binnen het plangebied zal een nieuwe twee onder één kap woning worden gebouwd (Figuur 2). De hoofdbebouwing krijgt een omvang van ca. 100 m² met twee garages van elk ca. 55 m². Er staan geen kelders gepland. Voor zover bekend is binnen het plangebied geen bodem- en/of grondwatersanering nodig in het kader van de milieuhygiëne. Het waterpeil c.q. bodempeil binnen het plangebied zal niet veranderen door de geplande bodemingrepen. De nieuwe woningen zullen in de toekomst worden verkocht waardoor de bouwblokken nieuwe eigenaren zullen krijgen.

Figuur 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied (bron Princen BouwProcesBegeleiding 22-03-2019)

1.5

Onderzoeksdoel en vraagstellingen

De opdrachtgever heeft geen specifieke doelen en wensen ten aanzien van de uitvoering van het archeologische onderzoek, anders dan de standaard doelstellingen zoals hieronder geformuleerd.

Bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting, met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het omschreven onderzoeksgebied. Het resultaat is een standaardrapport bureauonderzoek met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan wordt vastgesteld of vervolgonderzoek nodig is en zo ja, welke strategie hierbij het beste gevolgd kan worden.

Inventariserend Veldonderzoek Het doel van het inventariserend veldonderzoek (IVO) (landbodems) is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. Het gaat om gebiedsgericht onderzoek door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en of verwachte archeologische waarden in het onderzoeksgebied.

KSP Archeologie

7

Het resultaat van het IVO is een standaardrapport IVO-O met een waardering en een inhoudelijk (selectie)advies (buiten normen van tijd en geld). Aan de hand hiervan kan een beleidsbeslissing (meestal een selectiebesluit) worden genomen. Indien er onvoldoende gegevens voor waardering en selectieadvies zijn, kunnen deze niet opgesteld worden. Er kan dan worden geadviseerd tot vervolgonderzoek of om af te zien van verder onderzoek. Om te komen tot het resultaat moeten de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop de beleidsbeslissing gefundeerd genomen kan worden, d.w.z. dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld. Het inventariserend veldonderzoek kent drie fasen: een verkennende, een karterende en een waarderende fase. Voor goed uitgevoerd archeologisch onderzoek is het niet altijd nodig om al deze fasen te doorlopen dat hangt af van de situatie. Dit onderzoek betreft een verkennend onderzoek. De verkennende fase heeft als doel om inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap (bodemopbouw) die van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor mogelijk vervolgonderzoek.

Om de bovenstaande doelstelling te realiseren, zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? • Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek en wordt deze door het veldonderzoek bevestigd? • In hoeverre wordt het (potentiële) archeologische niveau bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?

KSP Archeologie

8

2

Bureauonderzoek

2.1

Huidige situatie

Om de huidige situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Huidige topografische kaart (Figuur 1); • Luchtfoto uit 2019 (via PDOK); • Grondwatertrappen op de Bodemkaart schaal 1:50.000 versie 2006 (via geoplaza.vu.nl); • Rijksmonumenten (via archis.cultureelerfgoed.nl en loket.oss.nl): geen bebouwing aanwezig; • Informatie van de opdrachtgever over het plangebied; • Bouwjaren (bagviewer.kadaster.nl) • Informatie over ondergrondse tanks (Fout! De hyperlinkverwijzing is ongeldig.bodemloket → omgevingsrapportage Noord-Brabant); Geen meldingen • Informatie over kabels en leidingen (KLIC-melding); Het plangebied is momenteel in gebruik als tuin met enkele ondiep gefundeerde bijgebouwen van de Molenstraat 3 (gebouwd in 1975) en de Molenstraat 5 (gebouwd in 1937). Binnen het plangebied komen op basis van de KLIC-melding geen kabels en leidingen voor. Op de bodemkaart staan de gemiddelde grondwaterstanden aangegeven door middel van zogenaamde grondwatertrappen (I t/m VII). Het plangebied wordt naar verwachting gekenmerkt door een diepe grondwaterstand (grondwatertrap VI). Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen 40 - 80 cm en de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper dan 120 cm beneden maaiveld wordt aangetroffen. 2.2

Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens

Om het landschap ter plaatse en rondom het plangebied in kaart te brengen, zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Geologische overzichtskaart van Nederland schaal 1:600.000 (https://www.grondwatertools.nl/ geologische-overzichtskaart); • Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2019 (BRO 2020, Maas e.a. 2017); • Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2018 (BRO 2019); • Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl, AHN3 grid 0,5 x 0,5 m); Het plangebied ligt in het zuidelijk zandgebied van Nederland. Het is een relatief vlak gebied, dat nooit door het landijs bedekt is geweest (Berendsen 2005). De ondergrond wordt doorsneden door een aantal zuidoost-noordwest georiënteerde breuken, die de Roerdalslenk en het Peel Blok begrenzen. Op het Peel Blok of Peelhorst, het als gevolg van tektonische bewegingen hoog gelegen gebied, ligt een betrekkelijk dunne laag dekzand op pleistoceen rivierzand (Berendsen 2005). Het rivierzand is afgezet door de Maas in het Vroeg-Saalien (236.000 – 126.000 jaar geleden) en wordt tot de Formatie van Beegden gerekend. Op de geologische overzichtskaart is het plangebied gekarteerd binnen een zone waar rivierzand en -grind van de Formatie van Beegden wordt verwacht. Het plangebied ligt daarmee op het Peelblok. Het huidige landschap is met name tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (ca.

115.000 – 11.755 jaar geleden), ontstaan. Volgens de geologische overzichtskaart bestaat de natuurlijke ondergrond van het plangebied dan ook uit fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een eolisch zanddek (Beide behorend tot de Formatie van Boxtel).

KSP Archeologie

9

In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name in het Laat-Pleniglaciaal (ca. 26.000 –15.700 jaar geleden) en Laat-Glaciaal (ca. 15.700 – 11.755 jaar geleden), is de vegetatie vrijwel verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving is opgetreden (Stouthamer e.a. 2015). Hierbij is een dunne laag dekzand over de rivier- en/of fluvioperiglaciale afzettingen afgezet. Dit (soms lemige) zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm), goed afgerond, goed gesorteerd en arm aan grind en wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend (Stouthamer e.a. 2015). Het reliëf van de dekzanden wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en dekzandkopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen. Het plangebied is volgens de geomorfologische kaart gelegen binnen een brede zone met dekzandwelvingen, die van ‘s-Hertogenbosch tot aan Herpen te vervolgen is (Bijlage 1, code L51). In het Holoceen (de laatste ca. 11.750 jaar) is het klimaat warmer en vochtiger geworden. Door de toenemende vegetatie is het dekzand vastgelegd en is het landschap door geologische processen weinig veranderd. De beken hebben zich ingesneden, waarbij beekdalen zijn ontstaan. Binnen de dekzandwelvingen is op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) reliëf te zien (Figuur 3). Ten westen van het plangebied ligt de opgehoogde historische kern van Herpen (rode kleuren).

Op 300 m ten zuidwesten en zuidoosten het plangebied liggen hoger gelegen zones, mogelijk zijn dit dekzandkoppen. Op het AHN is geen beekdal aanwezig nabij het plangebied. Ca. 300 m ten noorden van het plangebied ligt een watergang op de grens van het Peelblok naar het rivierengebied van de Maas.

Figuur 3: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (bron: www.ahn.nl).

Op basis van de bodemkaart worden in het plangebied hoge bruine enkeerdgronden verwacht (Bijlage 2, code bEZ21). De hoge zwarte enkeerdgronden bestaan uit een donkere, humeuze bovengrond van meer dan 50 cm dik met daaronder de oorspronkelijke bodem. De humeuze bovengrond betreft op de hogere zandgronden vaak een plaggendek, ook wel esdek genoemd. Plaggendekken zijn ontstaan,

KSP Archeologie

10

doordat in Zuid-Nederland vanaf ca. de 14e en 15e eeuw op grote schaal het systeem van potstalbemesting is toegepast (Spek 2004). Plaggen worden met mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid om de bodem vruchtbaarder te maken. In de loop van de tijd is een plaggendek op de oorspronkelijke bodem ontstaan. De oorspronkelijke bodem onder het plaggendek is op de hogere zandgronden vaak een podzolgrond. De podzolgronden bestaan uit een humeuze, donkere bovengrond (Ap-horizont), waaronder een Ehorizont (uitspoelingshorizont) aanwezig is (De Bakker & Schelling 1989). Hieronder ligt de bruingekleurde B-horizont (inspoelingshorizont), die geleidelijk overgaat in de C-horizont. Afhankelijk van de vroegere bodembewerking is de oorspronkelijke A-, E- en/of B-horizont in meer of mindere mate intact. 2.3

Historische situatie en mogelijke verstoringen

Om de historische situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Oude kadasterkaarten: kadastrale minuut en oorspronkelijk aanwijzende tafels 1811 – 1832 voor toenmalige eigenaar/gebruiker (beeldbank.cultureelerfgoed.nl); • Historische kaarten uit de afgelopen 200 jaar (www.topotijdreis.nl); • Historisch-landschappelijk informatiesysteem, Histland (Dirkx & Nieuwenhuizen 2013), geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl; • Cultuurhistorische regiobeschrijving Noord-Brabant (CultGIS/Haartsen 2009); • Archeologische en overige cultuurhistorische rapporten van onderzoek binnen het onderzoeksgebied: is niet van toepassing; • Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (www.ikme.nl): Herpen ligt aan de rand van het terrein van operatie Market Garden. Deze strook heeft een breedte die vergelijkbaar is met de afstand Herpen – Grave. • V.1 & V.2 inslagen in Nederland (vergeltungswaffen.nl): geen inslagen bekend die voor een bodemverstoring in het plangebied gezorgd kunnen hebben. Nabij het plangebied zijn twee V1 rakketen (voortijdig) neergekomen en waarschijnlijk ontploft in het eerste kwartaal van 1945. • VEO Bommenkaart (https://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/). Vooronderzoek voor de gehele gemeente Oss uitgevoerd door AVG (van den Brandhoff 2016).

1 • Topografische kaart van Nederland (Figuur 1); • Informatie over de huidige bebouwing: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) (bagviewer kadaster.nl); • Bouw-/constructietekeningen van te slopen of te wijzingen historische bouwwerk: is niet van toepassing; • Gegevens van milieukundig bodemonderzoek (www.bodemloket.nl--> omgevingsrapprotage Noord-Brabant): geen melding binnen het plangebied; • Luchtfoto uit 2019 (PDOK); • Geomorfologische kaart van Nederland: hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; • Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000: hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; • Vergraven gronden project Alterra (Brouwer & Van der Werff 2012): hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; • Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl): hierop zijn geen kunstmatige ophogingen en/of afgravingen zichtbaar; • In het kader van dit onderzoek zijn geen archieven geraadpleegd omdat een gerichte vraagstelling ontbreekt.

1 Met dank aan de gemeente Oss voor het leveren van het rapport.

KSP Archeologie

11

Het plangebied ligt aan de noordkant van de Peel. Dit betrof vroeger een uitgestrekt, 100.000 hectare groot veenmoeras. Lange tijd vormde dit ondoordringbare veengebied een barrière tussen de Kempen en de Meierij van Den Bosch aan de westkant en de dorpen van de Maasvallei in het oosten. Rondom de Peel is in de Middeleeuwen een ring van dorpen ontstaan. Het waren agrarische dorpen, met grote akkercomplexen en vrij weinig weilanden. De boeren gebruikten de randen van de Peel om hun vee te weiden, om strooisel te winnen voor de potstallen en om, op bescheiden schaal, turf te steken. De afgelopen 1000 jaar is er vanuit deze dorpen geleidelijk steeds meer veen verdwenen. Dit proces raakte in een stroomversnelling door de systematische, grootschalige veenwinning nadat de gebroeders Van der Griendt de exploitatie van het veen vanaf 1853 ter hand gingen nemen. Het resultaat was dat het veen in bijna een eeuw vrijwel geheel is afgegraven. De vrijkomende grond werd geschikt gemaakt voor de landbouw of voor bosaanleg (Haartsen 2009). Het plangebied ligt aan de noordrand van de Peel op de overgang naar de regio Maaskant. Het rivierengebied van Maaskant ligt ten noorden en oosten (en zuiden) van Herpen. Het plangebied is onderdeel van de bebouwde kom van Herpen. Om Herpen heen liggen essen (oude landbouwgronden), waarvan de mate van verandering sinds 1850 niet is vastgesteld (Histland).

Herpen is gebouwd rondom een kasteel dat omstreeks 1360 werd afgebroken en daarna werd bij het huidige Ravenstein een nieuw kasteel gesticht (wikipedia). (Kasteel) Herpen wordt niet nader besproken door Haartsen (2009) en Goddijn (2012). Botman e.a. (2009) bevestigt de ‘verplaatsing’ van het kasteel van Herpen naar Ravenstein rond 1360. Herpen was tot dan de belangrijkste plaats in het gebied. Van Herpen is logischerwijs geen kaart van Blaeu uit de 17e eeuw, omdat het toen geen grote plaats meer was. Op dit kasteel wordt nader ingegaan in paragraaf 2.5. Voor de historische ontwikkeling is historisch kaartmateriaal geraadpleegd. Jan van Berkel van de Archeologische Werkgroep Land van Ravenstein overhandigde een kaart uit 1795 (Figuur 4). Op die kaart staan meer gebouwen dan de kaart uit het begin van de 19 e eeuw (Figuur 5). Ter hoogte van de cirkel zou de voorburcht/poortgebouw volgens Jan van Berkel hebben gestaan tot het begin van de 19e eeuw. Ook ten zuiden van het plangebied is bebouwing aangegeven.

Figuur 4: Het plangebied op een kaart uit 1795 (via Jan van Berkel, oorspronkelijke kaart nog niet achterhaald)

KSP Archeologie

12

Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 5) was het plangebied (toen perceel C208 van de gemeente Herpen) volgens de oorspronkelijke aanwijzende tafels een stuk bouwland dat in handen was van de heer Hoefnagels die ook het huis en erf ten noorden van perceel 208 bezat. Ten westzuidwesten van het plangebied is een waterloop te zien waar Herpen aan gelegen is. Op kaarten uit het eind van de 19e eeuw lijkt ook een waterloop aan de oostzijde van perceel 208 aanwezig te zijn (Figuur 6). Het perceel lijkt dan hoofdzakelijk in gebruik als weide, mogelijk komt in het noorden een moestuin voor. In de loop van de 20e eeuw wordt het plangebied onderdeel van de dorpskern van Herpen. De jaartallen uit de BAG voor de bebouwing aan de Molenstraat 3 en 5 lijken te kloppen. In de tuin hebben diverse bijgebouwen gestaan. Bij het huidige bijgebouw is volgens een van eigenaren de bouwput geheel en al uitgegraven tot 80 cm -mv. Dit bijgebouw is ook sinds de jaren ’80 op kaarten zichtbaar. Een brede zone tussen Herpen en Grave staat aangeduid als operatiegebied voor operatie Markten Garden uit de Tweede Wereldoorlog (www.ikme.nl). Op de feitenkaart EODD Archief staat melding 19793425 nabij de Molenstraat. Hier is een drukcilinder (geen munitie) gevonden in een weiland, maar deze is niet relevant omdat het geen conventioneel explosief is.

Het plangebied is op basis van de bodembelastingskaart geen risicogebied voor afwerpmunitie of een verdacht gebied voor archeologische resten voor een loopgraaf, wapenopstelling of stelling (van den Brandhoff 2016). De heer Jan van Berkel wist te melden dat in juni 1944 een brandende Halifax bommenwerper is neergestort ten noorden van Molenstraat 5. Van den Brandhoff (2016) maakt melding van een dergelijk incident op 21 juli 1944 aan een dubbelwoonhuis dat in eigendom was van een caféhoudster aan het Dorpsplein J.8 te Herpen.

Figuur 5: Het plangebied op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

KSP Archeologie

13

Figuur 6: Het plangebied op de kaart uit 1868, Bonneblad (bron: www.topotijdreis.nl).

Figuur 7: Het plangebied op de kaart uit 1874, Bonneblad (bron: www.topotijdreis.nl).

KSP Archeologie

14

Figuur 8: Het plangebied op historische kaarten uit de 20e en 21e eeuw (bron: www.topotijdreis.nl).

2.4

Beschrijving van archeologische gegevens

Om een beeld te krijgen van de archeologische gegevens, zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK) (via archis.cultureelerfgoed.nl); • Beschermde archeologische Rijksmonumenten (via archis.cultureelerfgoed.nl); • Archeologische onderzoeken en vondstlocaties uit het Archeologische Informatiesysteem (Archis) (archis.cultureelerfgoed.nl); • Digitaal Archief (DANS) Rapporten en onderzoeksgegevens van archeologisch onderzoek (https://easy.dans.knaw.nl/); • Historische kaarten (zie paragraaf 2.2); • Stichting Archeologie Maasland (SAM): Informatie over kasteel opgevraagd, doorverwezen naar Jan van Berkel, lid van de archeologisch werkgroep van de heemkundekring Land van Ravenstein. • Gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2016. Het plangebied is onderdeel van het archeologische monumententerrein van hoge waarde dat gevormd wordt door de historische dorpskern van Herpen (AMK-terrein 16842). Er wordt in de AMK-beschrijving niet nader ingegaan op het kasteel. De begrenzing is op basis van vroeg 20e eeuwse kaarten. Begin 19 e eeuw ligt het plangebied buiten de dorpskern (Figuur 5). Het plangebied is ook onderdeel van het onderzoeksgebied voor de actualisatie van de archeologische beleidskaart uit 2012 (Goddijn 2012; 2359533100).

In een straal van 500 m rondom het plangebied zijn verder geen AMK-terreinen, dertien andere onderzoeksmeldingen en tien losse vondstlocaties gemeld (Tabel 1, Bijlage 3). De losse vondstlocaties betreffen de resultaten van veelal 20e -eeuwse toevalsvondsten en onderzoeken. De vondstmeldingen tonen aan dat in de directe omgeving diverse vindplaatsen uit de IJzertijd bekend zijn en uiteraard vindplaatsen die samenhangen met de historisch kern en het kasteel van Herpen.

KSP Archeologie

15

AMK-terrein

Locatie

Aard terrein/waarde

Datering

16842

Historische kern Herpen

Dorpskern van hoge archeologische waarde

MEL-NT

Onderzoeksmelding 2272936100

Locatie Wilgendaal fase 1 (300 m W)

2022191100

Wilgendaal fase 1 (200 m NW)

2007758100

Wilgendaal fase 2

Aard vondstlocatie/resultaten

Datering

Proefsleuven in 2000

Vondstmelding: Aardewerk (IJZ; MEVC-NT) vondstmelding: Bewoningssporen, paalsporen,

Opgraving in 2000

kuilen en waterputten en ca. 200 stuks gedraaid aardewerk (MEVB-MEL)

Opgraving in 2001

Ball & Janssen (2002) Zie tekst

Wilgendaal NW

Bureau- (BO) en verkennend

Van der Linde (2008) Verstoorde bodemopbouw →

(190 m W)

booronderzoek (IVO-V) in 2007

geen vervolg

Buitenstraat/ Achter

Aanvullend Archeologisch

Uit esdek: Voornamelijk handgevormd aardewerk

Molenstraat 31

Onderzoek in 2003

(IJZ), ook aardewerk (BRONSM) en jonger

(360 m W) 2167685100

Type onderzoek

Van Wijk & van Beek (2004) 2036172100

aardewerk

(120 m (Z)O) 2259993100 2272539100 2334300100

Waterstraat/Sint Sebastianusstraat (130 m N)

BO in 2009

Van Putten (2009): advies: booronderzoek

Proefsleuven in 2010

De Winter (2011): MEL-sporen

Opgraving in 2011

Van der Linde & van Zon, 2014: MELhuisplattegrond, losse vondsten PREH-ROM

2280614100

Kruisstraat 2

BO in 2010

Nillesen (2020): advies: booronderzoek

2293720100

(400 m ZW)

IVO-V in 2010

Van den Berkmortel (2010): verstoord

2293826100 2348800100 2359533100 4796119100

4885332100

Broekstraat 18 (450 m NW) H. van Cuijkstraat (50 m ZW) Gemeente Oss Kruisstraat 20 (425 m Z) A. van Herpenplein (35 m W)

IVO-V in 2012

Van den Berkmortel & Koeman (2012): vervolg proefsleuven bij diepe ingrepen

Geofysisch onderzoek in 2011

Geen resultaten beschikbaar.

Verwachtingskaart 2012

Basis voor de verwachtingskaart Eerste bevindingen: intact esdek in dekzand (noord)

Bureau- en booronderzoek

of rivierduinzand (zuid). Onder rivierduinzand een 2e humeus niveau in de top van rivierafzettingen

Archeologische begeleiding

Gestart in augustus 2020

Vondstmelding

Locatie

Type onderzoek

Aard vondstlocatie/resultaten

2902435100

Molenstraat

Graafwerkzaamheden in 1968

Handgevormd aardewerk (IJZV)

2907303100

Voormalig kasteel van

(6 m O)

Herpen

2924038100 (230 m NW)

De Aventuur

2951027100

Bij voormalig kasteel van

(18 m NO)

Herpen

2957695100

Kiosk

(95 m NW)

Allard van Herpenplein

2957921100 (30 m ZW) 3045376100 (230 m ZO)

Molenstraat 7 Buitenstraat

3131324100

Voormalig kasteel van

(100 m NW)

Herpen

3274906100

Hoek

(360 m WZW)

Rogstraat/Broekstraat

3274914100 (360 m ZW)

Zwaanstraat

Archeologisch in 1962 Opgraving in 1939 Archeologisch inspectie in 1964 Graafwerkzaamheden 2000 Graafwerkzaamheden 1964

Fundamenten van voormalig kasteel van Herpen (MEL) Huisplattegronden met vlechtwerk, aardewerk, maalstenen en weefgewichten (IJZ) Urnvondsten (IJZ) Baksteen, aardewerk, daklei? In bruinrode grond (geen ijzeroer) uitgegraven in stuifzand. (MEL-NTM) Grachtvulling van voormalig kasteel Herpen met TS (ROM) en overig aardewerk (MEL-NT)

Bureau- en karterend

Booronderzoek: dun esdek, oppervlakte-kartering:

booronderzoek in 2003

handgevormd aardewerk

Literatuur uit 1970 Graafwerkzaamheden in 2008 Rioolaanleg in 1971

Voormalig kasteelterrein van Herpen/ Blokhuis (NTV) Twee vergraven waterputten en afvalkuilen met roodbakkend geglazuurd aardewerk (NTV-NTM) Gouden/zilver (trouw) vingerring (15e – 16e eeuw)

Tabel 1: Overzicht van de AMK-terreinen, onderzoeks- en vondstmeldingen binnen een straal van 500 m rondom het plangebied (bron: archis.cultureelerfgoed.nl, tenzij anders vermeld).

KSP Archeologie

16

De meest nabijgelegen meldingen in een cirkel rondom het plangebied hebben (mogelijk) een relatie met het voormalig kasteel Herpen. •

• •

•

•

Melding 2907303100 ligt 6 m ten oosten van het plangebied. De coördinaten (172.750/ 420.430) lijken op 10 m nauwkeurig. Bij de melding wordt wederom de ‘verplaatsing’ naar Ravenstein genoemd in de 14e eeuw. Het is onduidelijk in hoeverre deze melding gebaseerd is op een inspectie ter plaatse. Het terrein is in 1962 bezocht door de ROB en Pater van Vugt gaf aan dat op deze locatie funderingen van het kasteel zouden zijn. Melding 2951027100 ligt ca. 18 m ten noordoosten van het plangebied. Hier zijn bij de funderingen van het voormalig kasteel van Herpen urnvondsten uit de IJzertijd aangetroffen Melding 2957921100 ligt ca. 30 m ten zuidwesten van het plangebied. Hier is bij aanleg van de woning aan de Molenstraat 7 in 1964 tot 2 m diepte vondsten (Romeins Terra Sigillata Aardewerk en middeleeuws) gevonden in een secundaire en humeuze grachtvulling van de gedempte gracht van het voormalige kasteel van Herpen. Melding 2957695100 (95 m ten noordwesten) hier zijn 16e-17e -eeuwse bakstenen aangetroffen en aardewerk (o.a. een jacobakannetje) uit de Late Middeleeuwen B. Deze resten lijken gezien de ouderdom geen relatie met het voormalig kasteel te hebben. Melding 3131324100 (100 m ten noordwesten). Een algemene melding uit 1970 van het voormalig kasteel/ Blokhuis te Herpen.

Ball & Janssen (2002) geven nog de volgende samenvatting: “In de literatuur is verscheidene malen sprake van het Kasteel van Herpen, en ook van het ‘Blokhuis’ van Herpen. Blokhuis was de term voor een compact, goed verdedigbaar huis. Het Blokhuis te Herpen kan een functie hebben gehad om de voortdurende invallen van de Geldersen in de Meierij te stoppen. Het Kasteel van Herpen is eind jaren ’30 onderzocht. Het onderzoek in 1938/39 heeft volgens een krantenbericht uit die tijd plaatsgevonden vanuit het RMO door dhr. Willems uit Groningen. Uit het correspondentiearchief van het RMO en het archief van de voormalige gemeente Herpen blijkt echter dat dit op een misverstand berust. Hieruit blijkt namelijk dat het RMO hier niets mee te maken had, maar dat het onderzoek vanuit de gemeente plaatsvond. Helaas konden in het gemeentearchief geen verdere relevante gegevens worden gevonden. Dit doet echter de vraag opkomen of het archief wel compleet ontsloten is, zeker ook gezien het feit dat in de correspondentie met het RMO uitdrukkelijk geschreven wordt dat veel gegevens op de gemeente aanwezig moeten zijn. Het is wel mogelijk dat gegevens over dit onderzoek aanwezig zijn in het archief van het BAI te Groningen waar in die tijd inderdaad een Dr. Willems werkzaam was. Dhr. van Zuijlen heeft die opgraving gezien en spreekt over stenen funderingen.

Op zijn aanwijzingen heeft in 1993 de lokale Werkgroep Archeologie Ravenstein peilingen verricht, achter de snackbar op het dorpsplein, onder en bij de hondenuitlaatstrook. In een daar gelegen tuin is door de werkgroep een sleuf van 1 tot 2 m breed gegraven, grotendeels 1 m diep, op sommige plekken zelfs 2 m diep. Hierin zijn aanwijzingen gevonden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van een deel van de gracht. Er werd veel aardewerk aangetroffen (o.a. Jacobakannetjes) wat met name te dateren is in de 13e eeuw. Er gaan verhalen dat er van het kasteel naar de kerk een tunnel gelopen heeft. Ook zijn er mogelijke fundamenten van een toren aan de rand van het huidige Herpen teruggevonden. Volgens bronnen uit de veertiende eeuw zijn de stenen van het Kasteel van Herpen later verwerkt in het – ook niet meer bestaande – Kasteel van Ravenstein.” De Stichting Archeologie Maasland is op aanraden van de gemeentelijk archeoloog geraadpleegd. Deze verwees naar de heer Jan van Berkel van de archeologische werkgroep van de heemkundekring Land van Ravenstein. Hij verwacht niet dat er resten van het kasteel van Herpen aanwezig zijn in het plangebied. Telefonisch leverde hij op 23 september aanvullende informatie aan welke tijdens het veldwerk op 24 september is geraadpleegd. Dit betreft o.a.

een kaart uit 1795 en een boek over Herpen met daarin informatie over de neergestorte bommenwerper uit 1944. Jan van Berkel bevestigt de peilingen uit de jaren ’90. Deze hebben plaatsgevonden bij de aanleg van de zuidelijke tuinmuur van St. Hubertusstraat 4. Op basis van zijn analyse van de kaart uit 1795 heeft ’t Slotje, het voormalig

KSP Archeologie

17

poortgebouw/voorburcht van het kasteel gelegen ter hoogte van Rutgerstraat 7. Ten oosten van deze voorburcht zou het Kasteel van Herpen moeten liggen volgens Jan van Berkel. Het Blokhuis dat genoemd wordt in de documentatie ligt volgens hem nabij Pastoor Strijboschstraat 20 Daar zouden ook kloostermoppen gevonden zijn van dit adellijk huis. Zowel op basis van de informatie van Jan van Berkel als de informatie van dhr. Van Zuijlen in Ball & Jansen (2002) lijkt het kasteel van Herpen eerdere ten zuiden van de historische dorpskern te hebben gelegen dan ten oosten van de historische dorpskern. Onderzoeken Wilgendaal In de 21e eeuw is het sportterrein Wilgendaal omgevormd naar een nieuwbouwwijk. Van de eerste (nood opgravings)fase is geen rapport beschikbaar in Archis (onderzoeken 2272936100; 2022191100). Uit het rapport van de tweede fase (2007758100, Ball & Jansen 2002) blijkt dat in 1999 door amateurarcheologen al melding is gedaan van vier waterputten (boomstamputten) tijdens de rioleringswerkzaamheden. Een put was zeker Merovingisch (6e/7e eeuw – 12e eeuw), de andere (laat)middeleeuws. Ook zijn een groot aantal kuilen en paalsporen waargenomen met handgevormd (prehistorisch?) aardewerk of middeleeuws en recenter aardewerk. Aan de oostzijde van het terrein was oude sloot of bedding aangesneden.

In de eerste fase van de woonwijk is een vlakdekkend proefsleuvenonderzoek uitgevoerd, waarbij door de tijdsdruk niet alle vlakken zijn opgetekend. Tijdens het onderzoek is een natuurlijke laagte waargenomen die later als verkavelingsloot gefungeerd heeft. Deze laagte heeft een oost-west oriëntatie en heeft vermoedelijk afgewaterd op de Maas. Een van de hypotheses was dat het een geul zou zijn van het Laat-Glaciale vlechtende rivierensysteem van de Maas, maar waarschijnlijker is een beek die is ingesneden onder permafrostomstandigheden in de Jonge Dryas. De waterloop is gedurende het Holoceen opgevuld met veen en venig-zandige en kleiiger afzettingen. Later is het een meer in een moerasachtig gebied geworden. In de veenvulling zijn archeologische resten (aardewerk en natuursteen) vanaf het Mesolithicum t/m Midden-IJzertijd aangetroffen. De verlandde geul is daarna overdekt met stuifzand. Aan de rand van het dan droge dal zijn resten aangetroffen vanaf het Vroeg-Mesolithicum. Ook is vuursteen aangetroffen uit het Midden- en/of Laat-Neolithicum. Ook zijn sporen van vier kuilen, acht spiekers, een boerderijplattegrond en ploegsporen aangetroffen en honderden sporen die niet nader geduid konden worden. Deze nederzettingsresten stammen uit de Late-Bronstijd tot en met IJzertijd.

Resten uit de Romeinse tijd ontbreken, maar in de Vroege Middeleeuwen was het Wilgendaal terrein weer bewoond. (Ball&Jansen 2002). Jan van Erp meldde dat hij bij de begeleiding van de rioolwerkzaamheden in de direct ten zuiden gelegen Rogstraat in 2017 geulvullingen in het rivierzand heeft waargenomen. Hiervan is op 20 oktober 2017 ook een artikel verschenen in het Brabants Dagblad. Buitenstraat/achter Molenstraat 31 Ca. 120 m ten zuidoosten van het plangebied zijn in een booronderzoek aanwijzingen gevonden voor vindplaatsen vanaf de Bronstijd (onderzoeksmelding 2036172100 en vondstmelding 3045376100). Voor een terrein achter Molenstraat 31 is tijdens bureauonderzoek 2259993100 tevens een karterend booronderzoek geadviseerd. Er wordt al vermelding gedaan van een PvA en dat de resultaten van het booronderzoek worden toegevoegd aan dit rapport (van Putten 2009). Hoek Waterstraat/Sint Sebastianusstraat Op ca. 125 m ten noordwesten van het plangebied is proefsleuvenonderzoek 2272539100 uitgevoerd in 2010 gevolgd door opgraving 2334300100 in 2011. De bodemopbouw op het terrein bestond uit een esdek van gemiddeld 60 cm dat rust op matig grof dekzand. Lokaal kwam een podzolbodem voor. In het zuiden van het onderzoeksgebied van het proefsleuvenonderzoek is een cluster met kuilen, paalkuilen en greppels uit de Volle tot Late Middeleeuwen waargenomen. In het noorden zijn paalsporen

KSP Archeologie

18

waargenomen die vermoedelijk onderdeel waren van een laatmiddeleeuwse gebouwplattegrond (de Winter 2011). Tijdens de opgraving zijn naast een bootvormige huisplattegrond uit de 12e eeuw en opslagschuren uit de 13e eeuw ook losse vondsten gevonden uit de late prehistorie en Romeinse tijd. In het bijzonder een ‘phalera’, een schijfvormig sierbeslag vermoedelijk afkomstig van een Romeinse soldaat. Er zijn ook sporen van kleiwinning uit de late middeleeuwen en mogelijk Nieuwe tijd aangetroffen. (van der Linde & van Zon, 2014). Kruisstraat 2 Op een terrein ca. 400 m ten zuidwesten van het plangebied is bureauonderzoek 2280614100 uitgevoerd en booronderzoek 2293720100. In het bureauonderzoek van Nillesen (2010) is een verkennend booronderzoek geadviseerd. Tijdens het booronderzoek bleek de podzolbodem verploegd of opgenomen te zijn in het esdek. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen. (Van den Berkmortel, 2010). Broekstraat 18 Bij booronderzoek 2293826100 ca. 450 m en noordwesten van het plangebied is een bodemopbouw aangetroffen met een esdek met daaronder een akkerlaag in het westen van dit onderzoeksgebied. De top van het dekzand is waargenomen tussen 130 à 160 cm-mv. In het oosten van dit gebied is een beekopvulling waargenomen en is de top van het dekzand niet bereikt binnen 2,2 m-mv.

Er is vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen bij graafwerkzaamheden dieper dan 100 cmmv (van den Berkmortel & Koeman 2012). Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting (rode kleur Figuur 9). Ten noorden van het plangebied ligt een zone met een specifieke verwachting voor de historische kern (paarse kleur)

Figuur 9: Het plangebied op de archeologische beleidskaart van de gemeente Oss uit 2016

KSP Archeologie

19

2.5

Beschrijving van de ondergrondse bouwhistorische waarden

Aangezien het plangebied momenteel onbebouwd is, zijn geen (ondergrondse) bouwhistorische resten binnen het plangebied bekend (paragraaf 2.1). Op basis van de monumentenlijsten (paragraaf 2.1) zijn binnen het plangebied geen (ondergrondse) bouwhistorische resten aanwezig. Op grond van het historisch kaartmateriaal (paragraaf 2.3) en de archeologische gegevens (paragraaf 2.4) worden deze ook niet verwacht. 2.6

Gespecificeerde archeologische verwachting

Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart is aan het plangebied een hoge archeologische verwachting toegekend (Figuur 9). Op basis van de gegevens uit het bureauonderzoek (paragraaf 2.1 t/m 2.5) is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld (samengevat in Tabel 2). Deze verwachting zal in de onderstaande tekst worden toegelicht. Periode

Verwachting

Verwachte kenmerken vindplaats

Diepteligging sporen

Laat-Paleolithicum – Neolithicum

Middelhoog

Bewoningssporen, tijdelijke kampementen, vuursteen artefacten, haardkuilen

Onder het plaggendek vanaf de top van de podzolbodem (vanaf ca. 50 cm -mv) Onder het plaggendek vanaf de top van de podzolbodem (vanaf ca. 50 cm -mv) tot in de C-horizont

Neolithicum – Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw)

Hoog

Nederzetting: cultuurlaag, (paal)kuilen, greppels, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen Begravingsresten: kringgreppel, fragmenten aardewerk (urn), verbrande botresten

Late Middeleeuwen

Laag (tot middelhoog2)

Kasteel Herpen: fundamenten en grachten

Onder het plaggendek vanaf de top van de podzolbodem (vanaf ca. 50 cm -mv) tot in de C-horizont

Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) – Nieuwe tijd

Laag

Huisplaats: cultuurlaag, (paal)kuilen, greppels, bakstenen, fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen

Onder de bovengrond (vanaf ca. 30 cm -mv) tot diep in de C-horizont

Tweede Wereldoorlog

Laag

Bommenwerper resten

Vanaf maaiveld

Tabel 2: Archeologische verwachting per periode voor het plangebied.

Het landschap heeft met name voor de prehistorische mens een belangrijke rol gespeeld in de keuze voor een bewoningslocatie. Het plangebied ligt centraal op de brede zone met dekzandwelvingen. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum kozen als woon- en verblijfplaats vaak voor de hoger liggende terreingedeelten in het landschap, bij voorkeur in de buurt van open water zoals een beekdal of vennetje. Water was een belangrijk gegeven, niet alleen voor het lessen van de dorst. Nabij water heerst er ook een grotere biodiversiteit wat de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel vergemakkelijkt. Archeologische vindplaatsen uit deze periode komen dus met name voor op overgangen van nat naar droog (de zogenaamde gradiëntzones). Het plangebied ligt op een dekzandwelving/rug. Op het Wilgendaal-terrein is een oost-west georiënteerde geul gevonden die vermoedelijk op de Maas afwaterde. Deze is in de loop van de tijd verland, maar was vermoedelijk wel als laagte aanwezig in het landschap. Het is niet uitgesloten dat de watergang op 19e -eeuwse kaarten ca. 130 m van het plangebied een relatie heeft met deze beekloop.

Voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum zou het plangebied in een gradiëntzone kunnen liggen. Om die reden is een middelhoge verwachting aan het plangebied gegeven voor vuursteenvindplaatsen uit die periode. 1.

Datering: Laat-Paleolithicum - Neolithicum

2 Bij toetsing heeft de gemeentelijk archeoloog aangegeven dat de gemeente de verwachting op kasteelresten als laag tot middelhoog

inschat.

KSP Archeologie

20

2. 3. 4.

5. 6. 7. 8.

Complextype: kampement/vuursteenvindplaats Omvang: een paar vierkantenmeter (klein) tot enkele honderden vierkantenmeters (groot) Diepteligging: het potentiële archeologische niveau ligt onder het plaggendek in de top van de oorspronkelijke (podzol)bodem (vanaf ca. 50 cm -mv). Eventuele diepere grondsporen zoals haardkuilen kunnen tot in het dekzand (C-horizont) reiken. Gaafheid en conservering: door het historisch landgebruik als bouwland vanaf minimaal de Middeleeuwen kan de oorspronkelijke podzolbodem geheel is opgenomen in het plaggendek. Locatie: hele plangebied Uiterlijke kenmerken: Vuursteenvindplaatsen worden gekenmerkt door een vuursteenspreiding (artefacten, afslagen e.d.) en eventueel sporen in de vorm van ondiepe haardkuilen. Mogelijke verstoringen: vuursteenvindplaatsen zijn kwetsbaar voor bodemingrepen omdat ze zich in de top van de oorspronkelijke (podzol)bodem bevinden. Door landbewerking kan het archeologische vondstenniveau geheel zijn opgenomen in het plaggendek.

Vanaf het Neolithicum ontstaan in onze streken de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire nederzettingen. In de beginperiode combineert men akkerbouw met het jagen en verzamelen, maar geleidelijk stapt men over naar akkerbouw en veeteelt. In de periode vanaf het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) heeft men een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden, die geschikt waren voor akkerbouw. Aangezien het plangebied centraal op een dekzandwelving ligt, is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). 1. 2. 3.

4.

5.

6. 7.

8.

Datering: Neolithicum – Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) Complextype: vindplaatsen vanaf het Neolithicum bestaan uit nederzettingssporen en/of sporen van begravingen. Omvang: nederzettingsterreinen of grafvelden/begravingen variëren in grootte van enkele honderden tot duizenden vierkante meters en kunnen zich soms over meerdere hectaren uitstrekken. Diepteligging: het potentiële archeologische niveau ligt onder het plaggendek in de top van de oorspronkelijke (podzol)bodem (vanaf ca. 50 cm -mv). De (diepere) grondsporen reiken tot in het dekzand (C-horizont). Gaafheid en conservering: het archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont zal naar verwachting goed zijn beschermd door het plaggendek dat vanaf de Late Middeleeuwen is opgebracht. Wel zal (een deel van) het vondstniveau in de onderzijde van het plaggendek zijn opgenomen. Locatie: hele plangebied Uiterlijke kenmerken: De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die vaak diep in de grond gefundeerd waren. Waterputten werden gegraven voor de watervoorziening terwijl in en nabij de nederzetting afvalkuilen werden gegraven om afval te begraven. Naast nederzettingsresten kunnen ook begravingen voorkomen. Restanten hiervan kunnen bestaan uit kringgreppels, fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten, inhumaties e.d. De sporen kunnen diep in de bodem reiken.

Vondstmateriaal van de nederzetting kan door landbewerking in het bovenliggende plaggendek terecht zijn gekomen. Mogelijke verstoringen: de kans dat het archeologische sporenniveau in de top van de Chorizont is verstoord, wordt klein geacht. De verzamelde gegevens in het bureauonderzoek geven geen aanwijzingen voor diepe (recente) bodemverstoringen in het plangebied.

Vanaf de Late Middeleeuwen verandert het bewoningspatroon. Bewoning concentreert zich in dorpen, steden en bewoningsclusters. Rondom deze dorpen ligt het landbouwareaal dat instaat voor de voedselvoorziening van de inwoners. In deze periode is de landschappelijke ligging van het gebied niet meer doorslaggevend voor de locatiekeuze.

KSP Archeologie

21

Uit historische gegevens is bekend dat tot ca. 1360 Herpen een kasteel was waar het dorp nabij is gebouwd. Het Kasteel van Herpen is daarna gesloopt en in Ravenstein is een nieuw kasteel gebouwd. Nabij het plangebied zijn grachtvullingen en funderingen van dit kasteel gemeld. Volgens recentere waarnemingen van een lid van de archeologische werkgroep van de heemkundekring van het Land van Ravenstein en een getuige van de opgravingen van een deel van het kasteel wordt het kasteel meer ten zuidwesten van het plangebied verwacht. Voor resten van het kasteel geldt daarom een lage verwachting in het plangebied.3 Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied net buiten de dorpskern van Herpen ligt. Het plangebied is op de oudst bekende kaart uit de 19e eeuw tot op heden onbebouwd en in gebruik geweest als landbouwgrond en/of tuin. Op basis hiervan is de kans klein dat in het plangebied archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen (vanaf de 15e eeuw) en de Nieuwe tijd aanwezig zijn. Voor deze periode geldt daarom een lage verwachting. Op basis van de gemeentelijke bodembelastingskaart conventionele explosieven worden geen specifieke resten uit de Tweede Wereldoorlog verwacht. Op deze kaart ontbreekt echter de neergestorte bommenwerper uit 1944. Deze is direct ten westen van het plangebied neergekomen. De kans op resten in het plangebied lijkt klein. 2.7

Conclusie en advies

Op basis van de landschappelijke ligging op een dekzandwelving en de mogelijk nabije ligging van een Laat-Glaciale beekloop heeft het plangebied een middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum. Door de ligging in een zone met dekzandwelvingen heeft het plangebied een hoge verwachting voor nederzettingen uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen. In de Volle Middeleeuwen heeft tot ca. 1360 in Herpen een kasteel gestaan. Rondom het plangebied zijn meldingen van dit kasteel bekend, maar op basis van recente waarnemingen van de archeologische werkgroep en een getuige van de opgraving van een deel van het kasteel lijkt het kasteelterrein ten zuidwesten van het plangebied gelegen te hebben. Op basis van historisch kaartmateriaal lijkt de kans klein dat in het plangebied een huisplaats uit de Nieuwe tijd aanwezig is geweest door de ligging buiten de dorpskern. Ook archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog worden niet verwacht. Er zijn een aanwijzingen voor diepe verstoringen in het plangebied. Het advies is om deze (middel)hoge verwachting te toetsen door middel van een Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. Met dit onderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht en wordt de intactheid van de bodem en het potentiële archeologische niveau vastgesteld.

3 Bij toetsing heeft de gemeentelijk archeoloog aangegeven dat de gemeente de verwachting op kasteelresten als laag tot middelhoog

inschat.

KSP Archeologie

22

3

Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase

3.1

Werkwijze

Op basis van de (middel)hoge verwachting is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Voor het verkennende booronderzoek is op basis van andere onderzoeken in de gemeente Oss uitgegaan van een boordichtheid van 8 boringen en 1 profielkuiltje per hectare, waarbij het minimum aantal van 6 boringen is gehanteerd voor plangebieden kleiner dan 1 hectare. Aangezien het plangebied met een oppervlakte van 540 m2 kleiner is dan een hectare, is het minimum aantal van 6 boringen gezet, waarvan één boring beschreven is al profielkuil (Bijlage 4). Vanwege het geringe oppervlak en de terreinomstandigheden zijn de boringen zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De exacte boorlocaties zijn uitgezet met een handheld GPS toestel. De hoogteligging van de boringen ten opzichte van NAP is geschat op basis van het AHN. De boringen zijn geplaatst met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Idealiter zou geboord zijn tot 20 cm in de C-horizont. Dit was mogelijk bij boringen 2, 5 en 6. Vanwege het ondiep voorkomende grondwater is beneden het grondwater geboord met een guts met een diameter van 3 cm. Bij boringen 1, 3 en 4 is de C-horizont daarom niet of slechts in het puntje van de guts waargenomen. Er is desondanks voldoende informatie verzameld om de afzettingen in de bovenste 2 m te duiden.

Daarnaast is met de hand een profielputje gegraven van maximaal 50 x 50 cm tot op de vaste ondergrond (maximaal 80 cm diep) om de bodemopbouw te documenteren. Het opgeboorde sediment is met de hand verbrokkeld en versneden en met het blote oog geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals houtskool, vuursteen en aardewerk. De boringen zijn beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker & Schelling (1989) (Bijlage 5). 3.2

Veldsituatie

Het terrein was in gebruik als moestuin, deze lag ca. 30 cm lager dan de achtertuin van Molenstraat 3 zelf. De fundering van het bijgebouw was volgens een van de eigenaren uitgegraven tot 80 cm -mv. En de moestuin was in het verleden overwoekerd met onkruid en toen is met een kraantje het onkruid diep omgespit tot ca. 80 cm-mv. Een van de eigenaren en Jan van Berkel bevestigden dat ter hoogte van de woonhuizen een geallieerde bommenwerpen was neergestort in 1944. Bij de kerk staat een plakkaat met de overleden vliegeniers. Bij de bouw van het woonhuis zijn ook metalen voorwerpen waargenomen en meegenomen door de overheid. 3.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=d5075e85-f036-4faa-88e5-24729157ca38