CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 B toelichting - Binnenstraat ongenummerd in Herpen.PDF

Adviescommissie Ruimte 12 mei 2022, gemeente OssBij agendapunt: A Gebundelde procedure vaststelling bestemmingsplannen 'Berghemseweg 7 Herpen 2022 Binnenstraat ong Herpen-2022, Polderstraat 12 Macharen, en Wilgenstraat 8 Geffen-202221.844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Binnenstraat ong. Herpen - 2021 Toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 1 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

Bestemmingsplan Binnenstraat ong. Herpen – 2022 vastgesteld Toelichting

Gemeente Oss, 8 februari 2022

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 2 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................ 5 1.2 Plangebied ....................................................................................................................................... 5 1.3 Geldende bestemmingsplannen ...................................................................................................... 6 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ............................................................................................................. 7 2.1 Ontstaansgeschiedenis ................................................................................................................... 7 2.2 Bestaande situatie ........................................................................................................................... 8 2.3 Stedenbouwkundige karakteristiek ................................................................................................ 10 2.4 Functionele karakteristiek ..............................................................................................................

10 2.5 Groen en water .............................................................................................................................. 11 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ............................................................................................................... 12 3.1 Beoogde situatie ............................................................................................................................ 12 3.2 Functionele karakteristiek .............................................................................................................. 12 3.3 Stedenbouwkundige karakteristiek ................................................................................................ 12 3.4 Beeldkwaliteit ................................................................................................................................. 13 3.5 Groen en water .............................................................................................................................. 15 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ................................................................................................... 17 4.1 Wettelijk kader ...............................................................................................................................

17 4.2 Rijksbeleid ..................................................................................................................................... 19 4.3 Provinciaal beleid .......................................................................................................................... 20 4.4 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 22 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ......................................................................................................... 28 5.1 Natuur ............................................................................................................................................ 28 5.2 Archeologie en Cultuurhistorie ...................................................................................................... 30 5.3 Mobiliteit en parkeren .................................................................................................................... 36 5.4 Water ............................................................................................................................................. 37 5.5 Defensie ........................................................................................................................................

40 5.6 Milieuaspecten ............................................................................................................................... 41 5.7 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ...................................................................................................... 59 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels .................................................................................................. 62 6.1 Algemeen ...................................................................................................................................... 62 6.2 Regels............................................................................................................................................ 62 Hoofdstuk 7 Handhaving ..................................................................................................................... 64 7.1 Beleidskader .................................................................................................................................. 64 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ................................................................ 64 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht.............................................................

65 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................... 66 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................ 67 9.1 Omgevingsdialoog ......................................................................................................................... 67 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................... 67 9.3 Inspraak ........................................................................................................................................ 68 9.4 Zienswijzen .................................................................................................................................... 68

REGELS VERBEELDING

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 3 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

BIJLAGEN Bijlage 1: Schetsplan Bijlage 2: Archeologisch bureau- en booronderzoek Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Samenvatting en resultaten www.dewatertoets.nl Bijlage 5: Quickscan flora en fauna Bijlage 6: Aeriusberekeningen + notitie

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 4 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

TOELICHTING Bestemmingsplan Binnenstraat ong. Herpen – 2022

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 5 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Binnenstraat in Herpen is ter hoogte van de huisnummers 7 en 9 een binnenplaats gelegen. Rondom die binnenplaats zijn woningen gesitueerd en op één plek ook drie achtertuinen. Ter hoogte van twee van die achtertuinen aan het erf hebben de eigenaren, en tevens initiatiefnemers, het idee opgevat om twee seniorenwoningen te realiseren. Zie het schetsplan dat bijgevoegd is bij deze toelichting als bijlage 1. De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Kom Herpen 2012’ en bestemd voor ‘WonenHalfvrijstaand’ en ‘Tuin’. Er is geen bouwvlak aanwezig. Daarom is het niet mogelijk het gewenste bouwplan te realiseren. Om het bouwplan mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan benodigd. Dit bestemmingsplan is daarvoor opgesteld.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt in de kern Herpen in het zuidoosten van de gemeente Oss. Het plangebied is gelegen in de huidige achtertuinen van de percelen Molenstraat 3 en 5. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door perceel Molenstraat 7 en aan de noordzijde door Molenstraat 1-1a. Aan de oostzijde grenst het perceel aan de gemeentelijke groenstrook en verharding van de Binnenstraat. Het plangebied bestaat uit de percelen die kadastraal bekend zijn als gemeente Ravenstein, sectie I, nummers 458 (ged.) en 459 (ged.). De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemers. Op onderstaande luchtfoto is de planlocatie met een rood pijltje aangeduid.

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 6 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan ‘Binnenstraat ong. Herpen 2022’ geldt binnen het plangebied het bestemmingsplan ‘Kom Herpen 2012’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 29 maart 2012 en op 14 november 2012 onherroepelijk geworden. Na inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest dit plan, binnen het plangebied zijn rechtskracht.

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 7 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

Hoofdstuk 2

2.1

Bestaande situatie

Ontstaansgeschiedenis

Herpen is gelegen op de overgang van het dekzandgebied naar het rivierengebied van de Maas en is ontstaan op een zandopduiking. Het dorp heeft zich ontwikkeld langs een stelsel van wegen en paden met het Alard van Herpenplein als centrale plek. De belangrijkste route binnen dit stelsel werd gevormd door de Rogstraat, Alard van Herpenplein, Kloosterstraat en Waterstraat, de doorgaande route tussen Berghem en Ravenstein. Ten zuidoosten van deze route (op de droge zandgronden) lag een groot aantal wegen en paden die uitwaaierden naar de Erfdijk. Het aantal wegen ten noordwesten van deze route (op de nattere komgronden) was veel beperkter.

Lange tijd groeide Herpen ‘kavel voor kavel’ door uitbreiding en verdichting van de bebouwingslinten en bebouwingsclusters aan deze wegen. Later, in de naoorlogse periode, kregen de uitbreidingen een planmatiger karakter. De lus, gevormd door de Rogstraat en de ten zuiden ervan gelegen Kruisstraat, is in de loop der tijd met verschillende woningbouwprojecten opgevuld. Ook is in deze periode de doorgaande route door Herpen enigszins verlegd. De St. Sebastianusstraat werd aangelegd en er werd een doorbraak gemaakt bij het Alard van Herpenplein waarmee de doorgaande route Berghem – Ravenstein ter plaatse een vloeiender verloop kreeg. De Kloosterstraat en Waterstraat verloren daarmee hun doorgaande karakter. Ten noordwesten van de oude doorgaande route, Rogstraat, Alard van Herpenplein, Kloosterstraat en Waterstraat, is de kern gegroeid door toevoeging van allerlei kleinschalige uitbreidingen. Door aanleg van de rijksweg 50 (inmiddels autosnelweg A50) is het gebied ten westen van de kern verworden tot een soort ‘restzone’, die ligt ingeklemd tussen snelweg en kern. In deze zone is de woningbouwlocatie Wilgendaal geprojecteerd.

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 8 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

2.2

Bestaande situatie

Het plangebied is gelegen in een in de eind jaren ’80 opgetrokken wijk. De straat waarin het plangebied is gelegen heeft een typische jaren ’80 opzet. Dit is zichtbaar in de architectuur en stedenbouwkundige structuur: ruim wonen rondom een ‘erf/ binnenplaats’. Op de kaart hieronder is de wijk voor het eerst te zichtbaar.

De bebouwing heeft een heldere hoofdvorm meestal met een kap. Ondanks de sobere architectuur heeft de bebouwing vaak opvallende toevoegingen zoals een afdakje bij de voordeur, een dakrand die oversteekt, een dakkapel of een muurtje bij een terras. De voorgevels zijn daardoor representatief en herkenbaar. Hoekbebouwing heeft veelal twee “voorkanten” en dus ook twee representatieve gevels. Het materiaalgebruik van de bebouwing in de wijk is ingetogen maar duurzaam: gebruik van ambachtelijke materialen zoals hout, baksteen en gebakken pannen, maar ook dakpannen van beton komen voor. De gevels zijn veelal van rood of geel metselwerk. In de wijk is overwegend sprake van wonen. Hieronder zijn enkele afbeelding opgenomen van de huidige situatie.

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 9 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 10 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

2.3

Stedenbouwkundige karakteristiek

De bestaande woningen aan de binnenstraat zijn allemaal georiënteerd op het ‘hofje’. Waarbij er op de gewenste locatie vanuit het hofje zicht is op de achtertuinen van de percelen van woningen die hun voorgevel aan de Molenstraat hebben. Hierdoor is er geen duidelijke doorzetting van de stedenbouwkundige structuur van de Binnenstraat. Toevoeging van bebouwing op deze plek is met die stedenbouwkundig gezien logisch.

2.4 Functionele karakteristiek In functioneel opzicht is grofweg sprake van een tweedeling. Langs de hoofdroute, met name langs de Rogstraat en aan het Alard van Herpenplein, is sprake van een menging van centrumfuncties (detailhandel, horeca, dienstverlening, overige voorzieningen) en wonen. De rest van Herpen bestaat voor het grootste deel uit monofunctionele woonbuurten. Er wordt gewoond, eventueel in combinatie met een aan huis verbonden beroep. Verder komt verspreid over Herpen nog wat bedrijvigheid voor.

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 11 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

Op de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan voor de kom van Herpen is deze functieverdeling te zien (zie onderstaande uitsnede van www.ruimtelijkeplannen.nl). Het blauwe pijltje op de verbeelding geeft de ligging van het plangebied weer, dat gelegen is aan de rand van de centrumfuncties te midden van een voor de functie ‘wonen’ (geel) ingevuld gebied.

2.5

Groen en water

Groen Het plangebied is gelegen aan een groen openbaar binnenpleintje, ook zijn er enkele solitaire openbare bomen in de straat gesitueerd. Het gaat hier om functioneel groen. Op de luchtfoto hieronder is dit groen zichtbaar.

Water Binnen en rondom het plangebied liggen geen grote, structurerende waterlopen. Ook is er geen oppervlaktewater van enige betekenis aanwezig.

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 12 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

Hoofdstuk 3

3.1

Beoogde situatie

Beoogde situatie

De beoogde situatie bestaat uit de realisatie van twee seniorenwoningen met tuin en oprit aan een erf/ binnenplaats. De beoogde situatie is op de afbeelding hieronder weergegeven.

3.2

Functionele karakteristiek

In functioneel opzicht sluit de beoogde functie naadloos aan bij de bestaande, temidden van een voor de functie ‘wonen’ ingevuld gebied wordt dezelfde voorkomende functie toegevoegd. 3.3

Stedenbouwkundige karakteristiek

Omdat er geen duidelijke doorzetting van de stedenbouwkundige structuur van de Binnenstraat is (wonen aan een hofje), is het hier oprichten van twee twee-onder-een-kap woningen waarbij de voorgevel is gericht op het ‘hofje’ stedenbouwkundig gezien logisch. Het plan zorgt ervoor dat de straat-wand wordt afgemaakt en er een logische stedenbouwkundige structuur ontstaat aan de Binnenstraat. De levensloopbestendige woningen worden in de vorm van twee twee-onder-een-kap woningen opgericht. Hierdoor wordt stedenbouwkundig aangesloten bij de korrelgrootte van de woningen in de omgeving. De kaprichting is parallel aan de Binnenstraat en volgen het stedenbouwkundige principe van de straat. De woningen hebben een massa van 1,5 bouwlaag met kap waardoor ze in volume aansluiten bij de woningen die aan de Binnenstraat staan. Hierdoor zal het ingetogen volume aan het ‘hofje’ bijdragen aan de leesbaarheid en de stedenbouwkundige structuur.

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 13 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

De inrichting van de kavels volgen het principe van het dorpse karakter. Aan de voorzijde zijn de percelen voorzien van een tuin. De voortuinen zorgen voor kwaliteit aan de openbare ruimte en versterken het groene karakter. De huidige bomen blijven gehandhaafd evenals de openbare groenstrook voor de woning. 3.4

Beeldkwaliteit

Een eenduidig volume als concept: architectuur, compositie, materiaal gebruik en detaillering vormen een samenhangend geheel. Vertaling van ingetogen dorpse architectuur met eigentijdse elementen. De gevels van de woningen hebben als basismateriaal gebakken steen. De woningen worden voorzien van rode genuanceerde gevelmetselwerk met een donkergrijs geaccentueerde metselwerkplint. De dakbedekking is voorzien van blauw gesmoorde keramische dakpannen, aansluitend bij de dorpse uitstraling van de Binnenstraat. Hieronder zijn enkele afbeeldingen opgenomen die het toekomstige beeld visualiseren.

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 14 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 15 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

3.5

Groen en water

Groen In het plangebied wordt slechts een tuin voor eigen gebruik aangelegd. Er is geen sprake van openbaar groen. Het plangebied is en blijft aan het huidige openbare groen gelegen.

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 16 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

Water In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, dit verandert in de nieuwe situatie niet. Er wordt geen oppervlaktewater aangelegd.

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 17 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

Hoofdstuk 4

4.1

Ruimtelijk beleidskader

Wettelijk kader

4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). De verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 18 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft.

4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Het bestemmingsplan Binnenstraat ong.

Herpen voorziet in een nieuwe stedenbouwkundige ontwikkeling en moet dus worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. In het Bro is een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ niet gekwantificeerd. Dat betekent dat hieruit niet blijkt wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Uit jurisprudentie blijkt dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Bro als de ontwikkeling meer dan 11 woningen omvat. In onderhavige situatie is sprake van 2 nieuwe woningen. Hiermee is het plan niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling zoals in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking is bedoeld. De ladder is niet van toepassing en behoeft daarom niet doorlopen te worden.

4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 19 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

De Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. De ontwikkeling van twee woningen binnen stedelijk gebied past binnen de nationale omgevingsvisie.

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 20 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie In dit plan wordt op een binnenstedelijke locatie (inbreiding) de realisatie van een tweekapper (2 woningen) mogelijk gemaakt. Het initiatief is niet in strijd met de Brabantse Omgevingsvisie.

4.3.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor:

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 21 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’. Zie ook de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder. Het plangebied ligt in het ‘Stedelijk gebied – Landelijke kern’.

Daarom zijn de regels uit Afdeling 3.5 stedelijke ontwikkeling en mobiliteit relevant. Voor stedelijke ontwikkelingen zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in: • Stedelijk concentratiegebied • Kernen in landelijk gebied 2. Verstedelijking afweegbaar. Er is een basisregeling geformuleerd voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in ‘Stedelijk gebied’ worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in ‘Verstedelijking afweegbaar’. In artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling is het volgende opgenomen: Lid 1: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden;

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 22 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. In artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik is het volgende opgenomen: Lid 1: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functies, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6. tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2: Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt.

Deze afspraken gaan over onder andere over duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. Afdeling 5.4 Regionaal samenwerken gaat nader in op de wijze van regionale samenwerking, de onderwerpen van de samenwerking en het maken van regionale afspraken in het regionaal omgevingsoverleg. Van belang zijn de prognoses en analyses die periodiek door Gedeputeerde Staten worden opgesteld. In artikel 5.18 prognoses is hierover het volgende opgenomen: Lid 1: Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio’s ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Lid 2: De prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie en verstedelijking. Onderhavige ontwikkeling, die voorziet in de functie ‘Wonen’, is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, namelijk de kern van Herpen welke als zodanig is aangeduid. De stedelijke ontwikkeling is duurzaam, omdat de ontwikkeling zorgvuldig ruimtegebruik bevordert. Er wordt namelijk op een inbreidingsplek in stedelijk gebied ontwikkeld, waardoor uitbreiding elders niet noodzakelijk is. Daarbij wordt voor een doelgroep gebouwd waaraan in Herpen behoefte is.

De verder uit artikel 3.42, 3.6 en 5.18 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voortvloeiende verantwoording van deze ontwikkeling is opgenomen in paragraaf 4.4.3 en 4.4.4.

4.4

Gemeentelijk beleid

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 23 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. Onderhavige ontwikkeling past in de structuurvisie. Voorzien wordt in de woningbehoefte voor ouderen. Het type dat gebouwd wordt, gelijkvloerse ruime woningen, sluiten aan bij de vraag van de doelgroep.

4.4.3 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht.

4.4.4 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss sinds 2012 de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, actualisatie 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte, ontwikkelingen en de prognoses. Enkele uitgangspunten van PFM Wonen Oss zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus.

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 24 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

•

•

•

•

PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. De omvang van de woningbouwopgave is afgeleid van de prognose van de provincie NoordBrabant. De meest recente prognose is van september 2020 en vormt het kader voor de afweging en verantwoording van nieuwe plannen. Ten opzichte van de eerdere prognose van 2017 is de benodigde groei van de woningvoorraad fors verhoogd, met name tot 2030. De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken 1.

De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied - landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus, Oss als woongemeente versterken.

Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw aan Binnenstraat ong. in Herpen vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen en zoals voorgeschreven vanuit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (zie paragraaf 4.2.1). Het plan De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een tweetal seniorenwoningen type twee onder één kap, categorie middeldure koop. De ontwikkeling vindt plaats aan de Binnenstraat in Herpen, nu ingericht als tuin. De planlocatie ligt midden in de kern Herpen, dichtbij de voorzieningen in het dorpscentrum. Daarmee zijn de woningen ook qua ligging zeer geschikt voor oudere huishoudens. Het plan is afgewogen en beoordeeld volgens de systematiek van Portefeuillemanagement Wonen Oss (PFM Wonen, zie paragraaf 4.4.3).

Met het PFM Wonen wordt zowel kwantitatief als kwalitatief sturing gegeven aan het totale woningbouwprogramma van de gemeente Oss. De behoefte aan woningen Vanuit de provinciale Interim Omgevingsverordening en de bestuurlijke afspraken in het regionale bestuurlijke overleg Wonen (subregio noordoost Brabant-west) is de meest actuele provinciale prognose de richtlijn voor de gemeentelijke woningbouwplanning en -programmering. De prognose van de provincie is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de bevolking en huishoudens per gemeente. Hieruit is de verwachte behoefte aan woningen afgeleid. De meest recente provinciale prognose is van 1 Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale Woningmarktonderzoek (2019).

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 25 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

september 2020. Ten opzichte van de vorige prognose (2017) is de woningbouwopgave fors verhoogd, met name de komende jaren. Voor de subregio Noordoost-Brabant West (waartoe ook Oss behoort) is bestuurlijk een regionaal perspectief wonen vastgesteld (geactualiseerd op 28 november 2019). Daarin heeft de subregio haar hoofdkoers voor wonen bepaald en zijn nadere afspraken gemaakt over afstemming van de woningbouwplannen. Onder andere is afgesproken dat de gemeenten ruim baan geven aan plannen voor wonen door inbreiding, herstructurering en transformatie. Deze plannen worden éénmaal per jaar gedeeld. Over uitbreidingsplannen, buiten bestaand stedelijk gebied moet regionale afstemming plaatsvinden 2 Dit geldt ook voor plannen die de opgave vanuit de prognose per gemeente overschrijden. Als uitgangspunt voor de gemeentelijke opgave geldt de provinciale woningbehoefteprognose. Per 1 januari 2020 zijn er ongeveer 40.300 woningen in de gemeente Oss. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose moeten er tot 2029 nog circa 5.200 woningen toegevoegd worden (exclusief vervangende nieuwbouw). In onderstaande tabel is de bandbreedte van de woningbehoefte tot 2030 afgezet tegen de plancapaciteit van de gemeente Oss.

De totale capaciteit in woningbouwplannen voor de hele gemeente Oss tot en met 2029 bedraagt 3.000 woningen (actualisatie januari 2020). Dit is zowel de harde capaciteit (juridisch bindend) als woningen die zijn opgenomen in zogenaamde zachte plannen. De zachte plannen variëren van bijna rijp tot meer concrete ideeën voor woningbouwplannen. Ook de concrete mogelijkheden voor herontwikkeling of transformatie van bestaande bebouwing zijn hierin opgenomen. Daarmee is de woningbouwprogrammering van Oss ook nadrukkelijk gericht op benutten van de mogelijkheden voor transformatie van leegkomende gebouwen of herontwikkeling van gebieden. Het voorliggende plan voor de woningbouw van twee woningen aan de Binnenstraat in Herpen is opgenomen in de geïnventariseerde capaciteit. Duidelijk is dat de plancapaciteit voor woningen voor de gehele gemeente binnen de kaders van de provinciale prognose en de regionale afspraken blijft. En er nog forse tekorten zijn. De woningbehoefte in het cluster Herpen Het plangebied aan de Binnenstraat ligt in de kern Herpen. Woningbouw op deze locatie is gericht op de woningbehoefte vanuit Herpen en de direct omliggende kleine kernen (dorpencluster Herpen). De provinciale woningbouwprognose is doorgerekend naar de verschillende gebiedsdelen van Oss.

Onderstaande tabel geeft de behoefte en capaciteiten voor woningen in het dorpencluster Herpen, inclusief de twee woningen uit dit plan. Hieruit blijkt dat de woningen naar aantal passen in de bandbreedte van de behoefte van het dorpencluster Herpen.

2

Deze afspraak geldt voor locaties groter dan 25 woningen (uitbreiding in landelijk gebied) of groter dan 75 woningen (uitbreiding in stedelijk gebied).

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 26 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

Ook in kwalitatieve zin voldoen de nieuwe woningen aan de behoefte Gezien de voortgaande vergrijzing is er in alle delen van Oss behoefte aan woningen voor ouderen. Deze behoefte is nog groter in de landelijke kernen, waar maar weinig appartementen of woningen voor ouderen in de bestaande voorraad aanwezig zijn. Zoals in veel dorpen bestaat de woningvoorraad in Herpen vooral uit vrijstaande grondgebonden koopwoningen, vaak in het dure prijssegment. De twee seniorenwoningen in het middeldure segment aan de Binnenweg in Herpen zijn daarom een goede en gewenste aanvulling en gericht op de behoefte van ouderen in Herpen. En daarmee aansluitend op de woonagenda van Oss, de regio en de provincie. 4.4.5 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’.

Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd. 4.4.10 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon.

Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 27 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is erop gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage opgenomen bij de regels. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven.

Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 28 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

Hoofdstuk 5

5.1

Omgevingsaspecten

Natuur

5.1.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.1.2 Groen en natuur/ biodiversiteit Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020.

De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Routekaart Groen, Blauw en Natuur In deze nota is aangegeven dat we de natuur en de biodiversiteit willen verbeteren door in te zetten op een gemeentelijk natuurnetwerk, aanvullend op het provinciaal netwerk. Het landschap en de ontstaansgeschiedenis van de gemeente Oss vormen daarbij de basis. Daarbij onderscheiden we de vijf gebieden die ook in de Natuur- en Landschapsvisie worden genoemd. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen.

Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 29 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Onderhavig plan is niet gelegen in een al dan niet te ontwikkelen natuurnetwerk. In het plangebied is geen sprake van bomen die als waardevol zijn aangemerkt. Privétuinen vormen onderdeel van het plan. Openbaar groen is geen onderdeel van de inrichting van het plangebied. Het plangebied is direct gelegen aan een openbaar groen ‘binnenterrein/ erf’. Door de nieuwe bewoners van deze plek kan daar ook gebruik van gemaakt worden. In het plangebied wordt natuurinclusief gebouwd. In de bebouwing wordt gebruik gemaakt van hiervoor geschikte toepassingen (zie de bij deze toelichting bijgevoegde quickscan flora en fauna), in de tuin worden planten geplant voor fauna die van deze toepassingen gebruik maken.

5.1.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet ertoe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Hoewel er geen directe relatie lag en ligt tussen een bestemmingsplan en de PAS, is het sneuvelen van de PAS ook voor RO en bestemmingsplannen van belang, met name ook door de aandacht voor stikstof. Tot nu toe werd als ondergrens waaronder je geen Natuurvergunning nodig had (0,05 Mol/ha) ook in de RO vaak gebruikt om aan te tonen dat stikstof geen probleem was voor de voorgenomen planontwikkeling.

Soortenbescherming Voor onderhavige ontwikkeling is door Buro Maerlant een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage is als bijlage 5 bijgevoegd bij deze toelichting. De quickscan kent de navolgende conclusie en aanbevelingen. “In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd). Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Advies Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in of nabij de werkgrenzen aanwezig kunnen zijn, wordt aanbevolen werkzaamheden zoals de verwijdering van beplantingen en grondwerk met groter materieel bij voorkeur uit te voeren buiten het broedseizoen (ná half juli en vóór half maart). Indien een ter zake

Binnenstraat ong. Herpen – 2022, pag. 30 van 68 Vastgesteld 8 februari 2022

deskundige heeft vastgesteld, dat geen nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels, wat leidt tot het definitief verlaten van een nest, is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan. ” Gebiedsbescherming In verband met het mogelijke effect dat ontwikkelingen kunnen hebben op beschermde gebieden is een AERIUS-berekeningen uitgevoerd voor zowel de gebruiks- als aanlegfase van de ontwikkeling. De AERIUS-berekeningen zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 6). De conclusies van deze berekeningen zijn dat de ontwikkeling in zowel de gebruiks- als in de aanlegfase geen stikstofdepositie tot gevolg heeft op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Volgens de AERIUS-berekeningen hoeft er dus ook geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd of verder onderzoek naar de stikstofdepositie uitgevoerd te worden. Conclusie Natuur vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.2

Archeologie en Cultuurhistorie

5.2.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.

5.2.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=3eaf6604-ff2a-4b4d-a976-ecf9c11ca2de