Bijlage 1D Bijlagen met toelichting BP Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem - 2023 (2)
Tekst van het document
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Burgemeester van Erpstraat 58, 5351 AX Berghem 23.903 Gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RUvzEPSmrCJE 06 oktober 2023, 09:56 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RUvzEPSmrCJE (06 oktober 2023)
2024 -
16,0 kg/j
6,6 kg/j
2/7
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 3
Wonen en Werken | Woningen | Bron 3 Verkeersnetwerk
RUvzEPSmrCJE (06 oktober 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
15,9 kg/j 79,7 g/j
4,4 kg/j 2,2 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RUvzEPSmrCJE (06 oktober 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RUvzEPSmrCJE (06 oktober 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2024 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Oostelijke richting X:168296,87 Y:420784,04 184,75 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Westelijke richting X:168062,86 Y:420787,29 404,66 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Max. snelheid
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wonen en Werken | Woningen
Naam Bron 3 Uittreedhoogte Locatie X:168236,9 Warmteinhoud Y:420760,95 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 4
1,0 m 0,000 MW
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Langzaam rijden / parkeren X:168230,67 Y:420760,3 54,56 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer RUvzEPSmrCJE (06 oktober 2023)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 0,6 kg/j Type scherm - - NO₂ 84,9 g/j Hoogte - - NH₃ 20,5 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
30,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
5,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 1,2 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - - NH₃ 44,8 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
30,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
5,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
4,4 kg/j 15,9 kg/j
Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 57,2 g/j Hoogte - - NH₃ 14,4 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
60,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
50,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
6/7
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RUvzEPSmrCJE (06 oktober 2023)
7/7
Bijlage 3
Quickscan natuurtoets
QuickScan Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
2
Inhoud 1.
Colofon
2.
Samenvatting en advies
3.
Inleiding
4.
5.
6.
Gebiedsbescherming 5.1.
Natura-2000
5.2.
Natuurnetwerk Nederland
Soortbescherming
3.1.
Aanleiding
6.1.
Flora
3.2.
Planlocatie
6.2.
Fauna
3.3.
Ontwikkelingen
6.3.
Houtopstanden
Kader en methode 4.1.
Wettelijk kader
4.2.
Uitvoering
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
7.
Verantwoording
8.
Bijlage
3
1. Colofon Onderzoek
QuickScan natuurtoets
Document
QS5065
Datum
16 maart 2022
Locatie
Burgemeester van Erpstraat 58 te Berghem
Opdrachtgever
Dhr. J. Mans; Blouww vastgoedconcepten
Opdrachtnemer
Inventarium flora en fauna
Ecoloog
P. Wiegel
Adres
Stakenbergweg 212 8075 RC Elspeet
Telefoon
06-12918775
inventariumff@gmail.com
Internet
http://quickscanfloraenfauna.nl
KvK-nummer
64980960
BTW-identificatienr.
NL001643862B46
Rekeningnummer
NL93 KNAB 0256 8909 94
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
4
2. Samenvatting en advies Uit de QuickScan is gebleken dat bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden de Wet Natuurbescherming niet wordt overtreden.
Soortbescherming Flora
Geen overtreding wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000
Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand ten opzichte van N2000 gebieden is nader onderzoek niet noodzakelijk. Natuur Netwerk Nederland
Volgens de routekaart NNN is vastgesteld dat een verdere toetsing niet aan de orde is. Stikstofberekening
Er hoeft geen Aeriusberekening te worden uitgevoerd.
Vleermuizen Flora
Geen overtreding wet natuurbescherming. Zoogdieren
Geen overtreding wet natuurbescherming. Vogels Flora
Geen overtreding wet natuurbescherming. Overige soorten
Geen overtreding wet natuurbescherming. Houtopstanden
Er worden geen bomen gekapt, zoals bedoeld in het onderdeel houtopstanden binnen de wet Natuurbescherming.
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
5
3. Inleiding 3.1
Aanleiding
Met de voorgenomen ontwikkelingen aan de Burgemeester van Erpstraat 58 te Berghem heeft dhr. J. Mans van Blauww vastgoedconcepten aan Inventarium flora en fauna gevraagd een QuickScan Wet Natuurbescherming uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. 3.2
Planlocatie
Het plangebied betreft perceel, zie figuur 1, aan Burgemeester van Erpstraat 58 te Berghem. Het betreffende adres is gelegen nabij de kern van Berghem (gemeente Oss). De planlocatie is een locatie met bestaande bebouwing, een woonhuis en een bedrijfsruimte (fitnessruimte) en een schuur. Alle opstallen inclusief hoofdgebouw zullen worden gesloopt. Rondom de planlocatie is het bestraat en dient het terrein als parkeerplaats. Berghem is een dorp aan de rand van Oss, in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het dorp heeft bijna 11.000 inwoners. Tot 1 januari 1994 vormde het een zelfstandige gemeente, sindsdien behoort het tot de gemeente Oss. QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Figuur 1: Burgemeester van Erpstraat 58 te Berghem
6 3.3
Ontwikkelingen en effecten
De initiatiefnemer is voornemens om de huidige opstallen te slopen en er 10 woningen voor terug te bouwen.
Dit onderzoek is gericht om een inschatting te maken of beschermde soorten voorkomen en mogelijk gebruik maken van de projectlocatie.
De plannen worden hiervoor ontwikkeld. In verband met de doorlooptijd van natuurwetgeving is nu alrede opdracht gegeven voor de onderzoeken. Voor inhoudelijke vragen hierover wordt verwezen naar de opdrachtgever. In de reactie van 6 juni 2021 geeft de gemeente Oss aan in principe bereid te zijn om mee te werken. Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn blijvend van karakter. De functie van het plangebied zal opnieuw ingevuld worden en ecologisch gezien mogelijk veranderen. De ingrepen en effecten van de ingreep in relatie tot natuurwaarden: • • • • •
•
Het slopen van de huidige bebouwing. Afvoeren van materiaal. Egaliseren terrein. Bouwen van de woningen. Het herinrichten van de planlocatie met de inrichting welke bij de functie wonen verwacht kan worden. Aanleg erf/bestrating/tuin naar nieuwe situatie.
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Figuur 2 Situatie initiatief
7
4. Kader en methode 4.1
Wettelijk kader
Voor het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen is o.a. Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Floraen faunawet, boswet en natuurbeschermingswet welke van kracht waren voor 1 januari 2017. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. In de toekomst zal deze wet worden opgenomen in de omgevingswet. Dit onderzoek beperkt zich tot de gebiedsbescherming en de soortenbescherming. In deze Quickscan worden de verschillende onderdelen van de wet Natuurbescherming getoetst. Omdat een veldbezoek en bureau-onderzoek geen zekerheid geeft of de wet Natuurbescherming wordt overtreden, wordt de potentie van het object ingeschat voor wat betreft beschermde soorten. Indien het object potentie heeft, zal een aanvullend onderzoek vast moeten stellen of uit moeten sluiten of er beschermde soorten gebruik maken van de opstallen. Potentie-inschatting vindt plaats op basis van habitatkenmerken, habitatseisen en ervaring van de ecoloog.
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Een goed voorbeeld is de kans op het waarnemen van vleermuizen tijdens het veldbezoek. De trefkans is nagenoeg nihil bij een bezoek overdag. Indien een object (gebouw of boom) potentie heeft, door bijvoorbeeld open stootvoegen, dan zal een nader onderzoek uit moeten wijzen of de beschermde soorten ook daadwerkelijk gebruik maakt van heb object. En zo ja, welke functie heeft het object. Voor diverse soorten zijn er vastgestelde protocollen waarin de optimale onderzoeksperioden, weersomstandigheden en onderzoeksinspanning staan omschreven. Het bevoegd gezag toetst of de onderzoeken op de correcte wijze zijn uitgevoerd. Vanuit de Provincie of omgevingsdiensten zijn er toezichthouders die ten alle tijden kunnen vragen naar de rapporten van de uitgevoerde onderzoeken. Tevens zijn zij bevoegd om op basis van eigen bevindingen het werk stil te leggen en/of een dwangsom op te leggen indien er gehandeld wordt in strijd met de wet Natuurbescherming.
8 Tabel 1
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming
Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura2000- gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn gebieden). Voor Natura2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en/ of niet-broedvogels. In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten in of in de nabijheid van Natura2000- gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn.
Soortbescherming
Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • • • • •
Vogels met jaarrond beschermde nesten; Overige vogels; Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt.
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus.
Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.
9 Vervolg tabel 1
Wet natuurbescherming Bescherming houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een rij, gerekend over het totaal aantal rijen. Buiten de bescherming houtopstanden (artikel 4.2) vallen de • • • • •
Houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden, Houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden, Naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed, Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en beplantingen langs landbouwgronden (enkele rij) Het dunnen van een houtopstand, populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die:
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
o minimaal eens per tien jaar worden geoogst, o bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, o zijn aangelegd na 1 januari 2013. Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.
10
Tabel 2 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te Art 3.5 lid 2 storen, tenzij de storing niet van Het is verboden dieren opzettelijk te wezenlijke invloed is op de staat van verstoren instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Niet van toepassing
Niet van toepassing
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
11 4.2
Onderzoeksmethode
De volgende methoden zijn bij het onderzoek gebruikt: 1. Door middel van bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op basis van het onderzoek in verspreidingsatlassen en overige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt welke soorten er redelijkerwijs zijn te verwachten in het plangebied. 2. Op 16 maart 2022 is het plangebied aan de Burgemeester van Erpstraat 58 te Berghem door dhr. P. Smits en P. Wiegel bezocht. Daarbij werden de, in het plangebied aanwezige, natuurwaarden geïnventariseerd en beoordeeld. Tijdens dit veldbezoek was het onbewolkt weer en ongeveer 14 graden Celsius en weinig wind. Er is gekeken naar mogelijke groeiplaatsen dan wel vaste rusten verblijfplaatsen van de beschermde flora- en fauna. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk soortbescherming. 3. Er is een visuele inspectie uitgevoerd op aanwezigheid van kieren, holten en spleten (voor zover aanwezig). 4. De controle is te voet uitgevoerd en waar mogelijk zijn eventuele toegankelijke holtes en spleten verkennend geïnspecteerd (met zaklamp en/of endoscoop). 5. Bewijslast is verzameld met fotomateriaal. QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
6.
De ligging van het plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) werd opgezocht. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk gebiedsbescherming.
7.
In samenspraak met de opdrachtgever is de ingreep in kaart gebracht.
8.
Door middel van een nauwkeurige analyse van deze data en waarnemingen is: a. bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor een aanvullend onderzoek noodzakelijk is, b. een inschatting gemaakt van de redelijkerwijs te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies, c. bepaald of de bescherming van houtopstanden aan de orde is.
9.
Er is gebruik gemaakt van de volgende hulpmiddelen: a. Verrekijker b. Zaklamp c. UV-lamp d. Endoscoop e. Ladder f. Fotocamera
10. De opgestelde rapportage is beoordeeld door een tweede lezer.
gecontroleerd
en
12 4.3
Toepasbaarheid
Deze QuickScan is gericht op de mogelijke overtreding van de wet natuurbescherming, niet aan andere (natuur)wetgeving. De resultaten van het onderzoek zijn 3 jaar geldig. Dit onderzoek kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht. Deze rapportage kan dan ook ingediend worden aan belanghebbende partijen zoals gemeente en provincie. Op basis van in de deze rapportage opgenomen projectgegevens (zie hoofdstuk 3; maart 2022) is dit onderzoek uitgevoerd en een inschatting gemaakt van de effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen van het project kunnen invloed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zal dan een nieuwe beoordeling plaats moeten vinden. Deze verstrekte natuurinformatie is ten behoeve van de initiatief- en ontwerpfase van de planontwikkeling. Om in de uitvoerings- en beheerfase overtreding van de wet
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
natuurbescherming te voorkomen, wordt – indien nodig- in deze rapportage aangegeven wanneer het noodzakelijk is om te werken volgens één van de volgende standaarden: • • • •
.
Algemeen zorgvuldig handelen Gedragscode ruimtelijke ontwikkeling Ecologisch werkprotocol Ontheffing/vrijstelling wet natuurbescherming
13
5. Gebiedsbescherming 5.1
Natura2000
Beschermde gebieden In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn in de Wet natuurbescherming strikt beschermd. Volgens de Wet natuurbescherming is het volgens artikel 2.7 lid 2 verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit geldt ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect kunnen hebben op het gebied (externe werking). De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland en de Bijzondere Provinciale Landschappen. Op ruim een afstand van 20 kilometer van het projectgebied bevindt zich het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Figuur 3 Geen N2000-gebied in de nabije omgeving
Bovenstaande afbeelding toont aan dat Berghem in zijn geheel buiten beschermde natuur, ambities, natuurbeheerplannen en beheertypen valt. De ligt dus buiten bereik van invloeden op beschermde natuur.
14 Conclusie N2000 Gezien de aard van de werkzaamheden, de projectlocatie (tussenliggende bebouwing) en de (effect)afstanden tot de Natura2000 gebieden wordt geen verstoring of negatieve effecten verwacht op genoemde gebieden. Een voortoets N2000 met betrekking tot de genoemde gebieden is niet noodzakelijk en wordt niet geadviseerd. De algehele conclusie is dat het projectgebied buiten de beschermde N2000 gebieden liggen. 5.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • • • •
•
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Figuur 3 NNB + Interim omgevingverordening NNB (Kaartbank NB)
Conclusie NNN Aangezien het plangebied is gelegen buiten het NNN van Brabant of de groene ontwikkelingszone hiervan (figuur 3), en het NNN in Brabant geen externe werking kent, is nadere toetsing niet aan de orde.
15 Stikstofdepositie Door de uitspraak van de Raad van State inzake het Programma Aanpak Stikstof kan er geen beroep gedaan worden op de oude regeling PAS. Citaat uit de kamerbrief van 11 juni 2019: ‘Het is duidelijk dat
het PAS niet meer gebruikt kan worden als passende beoordeling voor toestemmingsverlening. Dat wil niet zeggen dat alle vergunningverlening daarmee helemaal stil komt te liggen. Met een individuele passende beoordeling die voldoet aan de randvoorwaarden die de Afdeling schetst is dit wel mogelijk. Als gevolg van de uitspraak geldt als voorwaarde bij toestemmingsverlening dat zodanige maatregelen moeten worden getroffen dat verzekerd is dat de stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden niet toeneemt. Dat kan door maatregelen verbonden aan de activiteit zelf (intern salderen), of – onder strikte voorwaarden – door saldering met de effecten van beëindiging of beperking van andere activiteiten (extern salderen). Individuele toestemmingsverlening is ook mogelijk op basis van een andere ecologische onderbouwing waaruit blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Natura 2000-gebied niet worden aangetast, ondanks een toename van stikstofdepositie van het betreffende project. Het is aan het betreffende bevoegde gezag om hierover te oordelen. Hierbij is aandacht voor een eenduidige handelwijze tussen de bevoegde gezagen. QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Wanneer uit een individuele passende beoordeling niet de vereiste zekerheid kan worden verkregen dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied, zal alleen toestemming kunnen worden verleend aan de hand van de ADC-toets. Een toestemming op basis van de ADC-toets kan alleen worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: er zijn geen alternatieve oplossingen (A), het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang (met inbegrip van redenen van sociale of economische aard) (D), en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura-2000 bewaard blijft (C). Het resultaat van de compensatie moet in beginsel bereikt zijn op het moment waarop het betrokken gebied schade van het project ondervindt.’ (einde citaat) Op 18 juni 2021 is het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering in het Staatsblad gepubliceerd. Dit besluit en de al eerder gepubliceerde Wet stikstofreductie en natuurverbetering zijn ingegaan in op 1 juli 2021. Daarmee is ook de bouwvrijstelling ingegaan op 1 juli. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering werkt de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling.
De bouwvrijstelling faciliteert de aanleg of bouw van onder andere woningen, utiliteitsbouw, energieprojecten en activiteiten in de grond-, weg- en waterbouw en de sloop van bouwwerken. Gelijktijdig reserveert het kabinet in de periode 2021-2030 500 miljoen euro voor stikstofreductie in de bouw en 500 miljoen euro voor aanvullende
16 maatregelen binnen of buiten de bouw. Het Rijk maakt afspraken met de bouwsector over deze reductie en bijbehorende maatregelen, gericht op emissiearme werken voertuigen. De maatregelen worden onderdeel van de structurele aanpak stikstof. Het kabinet benadrukt dat de (stikstof)effecten van de bouwvrijstelling periodiek worden gemonitord, zodat tijdig kan worden bijgestuurd indien nodig. Advies / conclusie Negatieve effecten in het kader van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden worden niet verwacht vanwege de kleinschalige aard van de planontwikkeling alsmede de afstand tot beschermde natuur.
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
17
6. Soortbescherming De wet natuurbescherming kent twee vormen van soortbescherming voor ruimtelijke ontwikkeling gekoppeld aan de juridische status van de soorten: • •
Algemene zorgplicht Zorgvuldig handelen
Algemene zorgplicht Heb respect voor alle wilde flora en fauna en tracht het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen of, indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zo veel mogelijk te beperken. Zorgvuldig handelen Deze vorm van soortbescherming is gekoppeld aan soorten met een juridisch beschermde status. Er dient invulling te worden gegeven aan zorgvuldig handelen tijdens de uitvoering van werken die vallen onder ruimtelijke ontwikkeling. Zorgvuldig handelen betreft: 1.
Voorkomen dat schade optreedt aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld andere projectlocatie kiezen). 2. Beperken van schade aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld beschermingszone hanteren rondom een bewoond vogelnest of verplaatsen beschermde planten). QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
3. Ongedaan maken van schade aan beschermde planten en dieren: Preventief: alternatieve verblijfplaats (mitigerende maatregelen) realiseren voordat het werk uitgevoerd wordt (bijvoorbeeld aanleg van een poel voor de gewone pad). Achteraf: opgelegd door het bevoegd gezag indien onzorgvuldig is gehandeld. 6.1
Flora
Toetsing aan gebiedsbescherming vindt uitsluitend plaats indien beschermde gebieden in het geding zijn, terwijl toetsing aan de soortbescherming altijd vereist is, zowel binnen als buiten beschermde gebieden. Bevindingen veldbezoek De opstallen op de planlocatie zijn vrij van kieren holten en spleten. Het betreft enkele stenen gebouwen zonder (open) stootvoegen en bedekt met goed sluitende kantpannen in een versteende omgeving. De kantpannen en de nokvorsten zijn dichtgemetseld en bieden geen gelegenheid voor bijvoorbeeld gierzwaluw, vleermuis en huismus om zich toegang te veschaffen. De schuur betreft een golfplaten gebouw zonder potentie voor huismus, vleermuis en gierzwaluw vanwege het ontbreken van toegankelijke holten alsmede het ongunstige microklimaat. (zie fotobijlage)
18 Diverse databronnen zijn benaderd om te komen tot de volgende conclusies: waaronder de NDFF. Het terrein is nauwkeurig onderzocht op inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Er zijn geen (groeiplaatsen van) beschermde soorten aangetroffen. Ook de geraadpleegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten op de projectlocatie. 6.2
Fauna
Vogels Op de planlocatie is bebouwing aanwezig in de vorm van een woning met een pannedak en een schuur en bedrijfsgebouw (fittness). Deze bebouwing is tijdens het veldbezoek gecontroleerd op holten en / of kieren wat het gebouw toegankelijk maakt voor soorten welke menselijke bebouwing gebruikt als vaste rust- of verblijfplaats. Hierbij kan gedacht worden aan de soorten zoals de huismus. Zoals eerder beschreven is het pannendak niet toegankelijk en de loods/schuur niet geschikt. Het habitat in de omgeving is ongeschikt voor de huismus door de afwezigheid van (groenblijvende) struiken, heesters, straatgras, zandbaden en water. De gierzwaluw maakt ook gebruik van menselijke bebouwing als nestplaats. Deze 90- dagenvogel broedt veelal onder dakpannen. Een aantal voorwaarden stelt de gierzwaluw aan zijn nestplaats (kolonie). Een potentiële nestplaats is vrijwel nooit onder de 3 meter te vinden in QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
verband met het aan- en afvliegen en doorgaans ook niet in de onmiddellijke omgeving van bomen. De planlocatie en de bebouwing voldoet aan deze voorwaarde. Gierzwaluwen hebben invliegopeningen nodig van ca 55 x 20 mm. Dergelijke holten zijn niet aangetroffen op een hoogte van meer dan drie meter zonder belemmeringen. Een nader onderzoek gierzwaluw is niet noodzakelijk. Er geen sporen aangetroffen van uilen of roofvogels die duiden op het gebruik van de woning en loods als verblijfplaatsen en het omliggende terrein als foerageergebied (o.a. braakballen, prooiresten, geplukte vogels, zitplaatsen met uitwerpselen/krijtsporen). Weliswaar dat de landelijke omgeving, de rommelige erven en de toegankelijke schuren in de omgeving een geschikt habitat is voor de steenuil. Volgens NDFF komt de steenuil ook voor in deze omgeving. Met de sloop van de opstallen gaan er geen nest- of rustplaatsen van de steenuil verloren. Volgens het kennisdocument steenuil (BIJ12) verblijft de steenuil graag nabij of in zijn nest en gebruikt deze als vaste rust- en verblijfplaats. Van de vogels uit categorie 5 (zie tabel 3) kunnen in de omgeving worden verwacht: vink (Fringillidae), pimpelmees (Cyanistes caeruleus), koolmees (Parus major), ekster (Pica pica) kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus), en spreeuw (Sturnus vulgaris).
Hiernaast kunnen binnen het plangebied zangvogels aanwezig zijn die in tuinen en landelijk gebied broeden zoals de merel (Turdus merula), heggenmus (Prunella modularis) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) en overige vogels die broeden in gebouwen onder bijvoorbeeld dakpannen, zoals de kauw
19 (Coloeus monedula). Sporen van uilen, braakballenen meststrepen, zijn niet gevonden.
zoals
Het voorkomen van vogels zoals genoemd in de verdragen van Bonn en Bern kan niet worden uitgesloten. Deze soorten vallen zowel onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn als het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Voor deze soorten geldt dat ze niet opzettelijk mogen worden verstoord, ongeacht hun staat van instandhouding. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en eind juli worden aangehouden als broedseizoen. Er zijn geen (oude) nesten of horsten waargenomen. Advies / conclusie Ten aanzien van vogels geldt zorgvuldig handelen.
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
20 Jaarrond beschermde nesten In onderstaande tabel zijn op genomen welke nesten door de wetgever jaarrond beschermd zijn. Geen van deze nesten zijn waargenomen. Nederlandse naam steenuil gierzwaluw huismus roek grote gele kwikstaart kerkuil oehoe ooievaar slechtvalk boomvalk Buizerd Havik Ransuil Sperwer wespendief zwarte wouw
Bescherming Categorie 1 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Nederlandse naam blauwe reiger boerenzwaluw bonte vliegenvanger Boomklever boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals eidereend Ekster gekraagde roodstaart glanskop grauwe vliegenvanger groene specht ijsvogel kleine bonte specht
Bescherming Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5
Nederlandse naam kleine vliegenvanger koolmees Kortsnavelb’mkruiper oeverzwaluw pimpelmees raaf ruigpootuil spreeuw tapuit torenvalk zeearend zwarte kraai zwarte mees zwarte roodstaart zwarte specht
Bescherming Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5
21 Vleermuizen Het leefgebied van beschermde vleermuizen (artikel 3.5 Habitatrichtlijn bijlage IV) bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. In onderstaande tabel worden deze onderdelen nader toegelicht. Zoals reeds eerder is beschreven zijn de opstallen op de planlocatie opgetrokken uit stenen muren zonder spouw. Er zijn geen open stootvoegen. De kantpannen van de zijn dichtgemetseld en bieden geen ruimte voor vleermuizen om onder de pannen te kruipen. De woning heeft geen potentie om als verblijfplaats te fungeren voor vleermuizen. Bomen met vleermuispotentie zijn op de planlocatie niet aanwezig of blijven behouden. De aanwezige bomen nabij de planlocatie missen (diepe) holten dan wel loshangende schors. Boombewonende soorten ondervinden geen blijvende hinder van de planontwikkeling. Schade op onmisbare vliegroutes en foerageergebieden, verblijfplaatsen van vleermuizen is niet te verwachten. Het
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
foerageergebied blijft intact hetzij anders ingericht. Een nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen is noodzakelijk. Het biotoop en habitat laat zich het beste omschrijven door bebouwde omgeving. Advies / conclusie Een nader onderzoek naar vleermuizen is niet noodzakelijk.
gebouwbewonende
22 Vleermuizen Verblijfplaats Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats: Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.)
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats. Er zijn bij soorten als gewone dwergvleermuis massa winterverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Vliegroute Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Migratieroute Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.
23 Overige zoogdieren
Slaapmuizen
Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn
Het verspreidingsgebied van de eikelmuis (Eliomys quercinus) beperkt zich tot specifieke gebieden in ZuidLimburg. De soort kan voor het plangebied worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.
Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn aangetroffen. Bever en otter In het plangebied zijn geen sporen van de otter (Lutra lutra) of bever (Castor fiber) aangetroffen. Het voorkomen van beide soorten kan hiermee redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Vanwege het karakter (ontbrekken van dekking en rillen) van het plangebied is het habitat voor deze soort ongeschikt. Hamster, hazelmuis en noordse woelmuis Het verspreidingsgebied van de hamster (Cricetus cricetus) en hazelmuis (Muscardinus avellanarius) is beperkt tot Zuid-Limburg. Voor de noordse woelmuis (Microtus oeconomus) geldt dat deze soort een zeer natte, kruidenrijke vegetatie behoeft en dat de verspreiding zich beperkt tot de lage, natte delen van Nederland. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen van de genoemde soorten voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Ware muizen Het verspreidingsgebied van de grote bosmuis (Apodemus flavicollis) beperkt zich tot de oostgrens van Nederland en ligt ver buiten het plangebied. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Voor de overige ware muizen geldt dat zij door de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Spitsmuizen Het verspreidingsgebied van de veldspitsmuis (Crocidura leucodon) betreft Twente en Zeeuws-Vlaanderen en ligt derhalve buiten het plangebied. De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is gebonden aan schone wateren met een rijke oevervegetatie. Derhalve kan worden gesteld dat beide soorten niet in het plangebied voorkomen. Voor de overige spitsmuizen geldt dat zij door de provincie NoordBrabant voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.
24 Woelmuizen De verspreiding van de molmuis (Arvicola scherman) is beperkt tot Limburg. Sporen zijn van deze soort niet aangetroffen. De planlocatie leent zich dan ook niet voor deze soort. De overige onder dit beschermingsregime vallende woelmuizen zijn door de provincie NoordBrabant voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Eekhoorn Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van de eekhoorn (Sciurus vulgaris) of knaagsporen aangetroffen. De bomen nabij het plangebied zijn onderzocht. Het plangebied vertoont geen essentiële functie voor de eekhoorn. In de diverse databases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Haasachtigen, egel en vos Deze soorten zijn door de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Marterachtigen Op het perceel zijn geen sporen van marterachtigen aangetroffen. Hier zijn geen (poep)sporen of prooiresten aangetroffen. Tevens ontbreken rommelhoekjes en takkenrillen.
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
De marterachtigen hebben dan ook geen essentieel foerageergebied of rustplaats in of nabij het plangebied. Mogelijk dat marterachtigen (boom-en steenmarter) het weiland doorkruisen naar rust- en voedselplaatsen. Er zijn geen sporen aangetroffen en de kleinschaligheid van de bebouwing zal hooguit tijdelijke hinder in de bouwfase met zich mee brengen. Verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen. De bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis) zijn niet te verwachten op de planlocatie. In de diverse databases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Overige zoogdieren De in Nederland voorkomende zoogdieren betreffen of zeezoogdieren of slechts zelden in Limburgse bossen waargenomen soorten (de wilde kat (Felis silvestris) en lynx (Lynx lynx) en de in Nederland gevestigde wolf (Canis lupus)) ofwel in het bos of open veld levende grote hoefdieren. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen overige zoogdieren voorkomen. In de diverse databases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied (het ree: capreolus capreolus). Reptielen en amfibieën en vissen Het plangebied ligt binnen het bereik van beschermde reptielen en amfibieën vanwege het omliggende water.
De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), gewone pad (Bufo bufo), bruine kikker (Rana temporaria), bastaardkikker (Pelophylax esculentus) en meerkikker (Pelophylax ridibundus) zijn door de provincies voor
25 ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. De effectafstanden en invloeden van genoemde soorten zijn dus irrelevant. De ingreep heeft geen invloed op het habitat van deze soorten. De beschermde vissen zijn rivieroptrekkende zoutwater soorten die niet of nauwelijks in Nederland worden aangetroffen. De beekdonderpad (Cottus rhenanus), beekprik (Lampetra planeri), elrits (Phoxinus phoxinus) en gestippelde alver (Alburnoides bipunctatus) zijn soorten van schone heldere continu stromende beken en zijn (grotendeels) beperkt tot de provincie Limburg. De beekprik komt ook elders op de hogere zandgronden voor en van de elrits bevindt zich een geïsoleerde populatie op de Veluwe. De kwabaal (Lota lota) is een soort van grote wateren en riviertjes. Dergelijke leefgebieden komen in het plangebied ook niet voor. Derhalve kan worden gesteld dat in het plangebied geen onder dit beschermingsregime voorkomende vissen te verwachten zijn. De ingreep heeft geen invloed op het habitat van deze soorten.
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Vlinders en libellen In het plangebied komen geen voedselarme wateren of vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor onder dit beschermingsregime vallende libellen en dagvlinders. Het voorkomen van deze libellen en vlinders kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Overige ongewervelden Het oeveraas (Palingenia longicauda), de juchtleerkever (Osmoderma eremita) en Bataafse stroommossel (Unio crassus) zijn uit Nederland verdwenen. Van de vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus) is slechts een populatie nabij Maarheeze (Noord-Brabant) bekend. Omdat veensloten en vennen met schoon water ontbreken in het plangebied kan het voorkomen van andere overige ongewervelden redelijkerwijs worden uitgesloten. Het plangebied bevindt zich buiten het bekende verspreidingsgebied van de Europese rivierkreeft (Astacus astacus) en het vliegend hert (Lucanus cervus). In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.
26 6.3
Bescherming houtopstanden
Op de planlocatie worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in de wet. Overtreding op dit onderdeel Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Houtopstanden Hoofdstuk 4 wet natuurbescherming regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld(artikel 4.2) en herplantplicht (artikel 4.3). Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond.
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Deze regel geldt niet voor : 1.
2. 3. 4. 5. 6.
7. 8.
Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; Houtopstanden op erven of in tuinen; Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; Kweekgoed; Uit populieren of wilgen bestaande: a. Wegbeplantingen; b. Beplantingen langs waterwegen, en c. Eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; Het dunnen van een houtopstand; Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: a. Ten minste eens per tien jaar worden geoogst; b. Bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en c. Zijn aangelegd na 1 januari 2013.
27
Verantwoording Literatuur/bronnen • • •
Omgevingsverordening Fauna inventarisatie, Rik Schoon 150416_Rapport_Effectafstanden_Natura_2000.pdf
Materiaal • • • • • • • •
Camera Zaklamp Thermometer Windmeter Verrekijker Endoscoop Ladder (5 meter) Uv lamp
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Internet • • • • • • • • • • •
www.rvo.nl www.bij12.nl wwww.verspreidingsatlas.nl www.ndff.nl www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 https://atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten www.natura2000.nl https://www.infomil.nl www.brabant.nl www.ravon.nl Www.sovon.nl
28 Vrijgestelde soorten per provincie
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
29
Disclaimer Deze QuickScan is vervaardigd op verzoek van de
opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze QuickScan mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Inventarium, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Inventarium is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Inventarium voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2022 Inventarium flora en fauna, Elspeet
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
30 Fotobijlage
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
31
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
32
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
33
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
34
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
35
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
36
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
37
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
38
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
39
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
40
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
41
QuickScan natuurtoets Burgemeester van Erpstraat 58 Berghem
Bijlage 4a
Archeologisch bureauonderzoek