Bijlage 1D Bijlagen bij toelichting (incl ontwerpbesluit hogere waarden) - BP Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem - 2023
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem - 2023
Bijlage bij toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Indexpagina bijlagen bij de toelichting
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023 Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan Bijlage 2 Stikstofdepositie-onderzoek Bijlage 3 Oriënterend onderzoek Flora en Fauna Bijlage 4 Archeologisch vooronderzoek Bijlage 5 Selectieadvies archeologisch vooronderzoek Bijlage 6 Watertoets Bijlage 7 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8 Rapport externe veiligheid Bijlage 9 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 10 Trillingsonderzoek Bijlage 11 M_E_R_-aanmeldnotitie Bijlage 12 Omgevingsdialoog Bijlage 13 Ontwerp besluit hogere waarde
Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan
11
13
15
17
19
21
9
Kerkstraat
1-1A 2
2A 4
6
8
10
12
14
22
24
2B-2E
26
28
30
32
34
36
38
40
3
3A
werkelijke ingemeten grens
67.5 m
14
nieuwe grens is 3,4m vanaf huidige schuur 500m2
3.4 m //
19 m
3.5 m
62
60
bestaande erfafscheiding staat over perceelsgrens heen ca 59m2
4m
wadi
1.8 m
wadi
59
kerkstaat verlengen D1s 27
16
D1 25
15 30
7
Zevenb
29
12 m
12 m
79
5m
77
75
76
1.1
78
5m nde estaa
haag
1.1
74 m
1m
m 0.4 m 0.5
8 B2 9 B1
ing cheid
C 20
19
ebox
81
80
1
nieuwe perceelsgrens t.b.v. Zevenbergseweg 9 exacte grens n.t.b. en afhankelijk van ontsluiting Zevenbergseweg met bouwplan
A
5 6
m 0.6
m 4.2
m 1.5 1.8
inrit
optie garagebox
naa 0.4 m
5m
1/1 6 m eweg 1 ergs
venb
r Ze
poort 4
5
6
7
8
9
delfse stoep
m 3.6
m
13
10
11
47
51
52
53
54
14
15
16
17
18
12
ids
gelu
19
20
21
22
l tuee ven e , rm sche
23
35
0°
26
27
29
31
42
41
44
37
rs: paa u
erho
ond
ok,
ro dsst
1.5
h
s gaa
(g erk ekw
ij he ns b
oog
mh
.2 r), 1
oo
t sp
ehe
34
33
43
re
le g
m
rm che
idss
24
et nm nere mbi
28
30
32
36
40
39
38
opstelplaats fietsen .0 178
25
delfse stoep
9A
46
49
48
optie garagebox
° 12.00
7
3
45
14
6
2
24 23
rt poo
13
4
9
1
55
opstelplaats fietsen 3
4
56
50
12
58 57
22
B 11
2
b
cyaan: collectief hekwerk
B3 10
D2 28 D2s 26
21
rfafs
als e
17
g
gara
D
18
m
m 0.4 m 0.5
optie
8
verwijderbare parkeerpaal (hulpdiensten)
31 m 21.5
2A
14.6 m
16 m
1.2 m
314m2
3m
440m2
42
verwijderbare parkeerpaal (hulpdiensten)
openbare inrichting nader te bepalen in samenspraak gemeente
285m2
ergsewe g
61
3.7 m
5000
11000
5000
64
73
l uit van akt onderdee bied voetpad ma baar ge en op tig ms het toeko
63
66
68
cheiding ag als erfafs
bestaande ha
27.7 m
65
voetpad verbreden met grasstenen voor hulpdiensten afsluitbaar doormiddel van verwijderbare parkeerpaal door grasstenen blijft het visueel een smaller looppad
12 m
36
38
12 m
37
70
72
poort
3m
8.5 m
3.7 m
3m
29 m
12000
67
6
15.2 m
8m
3.4 m
35
69
32
9713
Zeven
505m2
34
71
cyaan: collectief hekwerk
420m2
14.4 m
18910
33
5
3.5 m
9m
3m
4
420m2
12000
bergse weg
19 m
8m
4.5 m
3.5 m
2
299m2
16 m 8m
2
309m2
Kerkstraa t
574m2
roo ort carp
elu d: g
Parkeren: 8x Koop, vrijstaand (2,3) 12 x Koop, tussen/hoek (2,0) 6 Patio's (Koop, twee-onder-een-kap(2,2)) 10x Huurhuis, sociale huur (1,6) Totaal benodigde parkeerplaatsen Aantal parkeerplaatsen getekend
or spo
n
Trei
co
karrespoor opbouw grasbeton 0,4>verhard 0,6 >grasbeton 1,1> verhard 1 >grasbeton 1,1 >verhard 0,5 > grasbeton 0,4m
= 18,4 = 26 = 13,2 = 16 = 73,6 = 79
Projectomschrijving:
3
Kerkstraat te Berghem
13 1.5 m
Onderdeel:
11 O n t w e r p
&
B o u w P r o c e s B e g e l e i d i n g
De Hammen 40 Ravenstein ▪ 0486 - 412829 ▪ www.kantoorprincen.nl
NOORD
Situatie Projectfase:
Getekend:
Schetsontwerp
BvO
Schaal:
Formaat:
Projectadres:
Bouwplan:
1:500
A2
Kadastrale Gemeente:
Burgerlijke Gemeente:
Datum:
Gewijzigd:
Berghem
Oss
22-11-2023
Sectie:
Nummer(s):
Projectnummer:
Tekeningnummer:
B
4106, 5740
W-20-1191
SO 00
© 2021 Princen BouwProcesBegeleiding B.V., KVK: 63418274
8
Bijlage 2 Stikstofdepositie-onderzoek
Notitie AERIUS-berekening Datum Onderwerp Kenmerk Bijlagen
10 november 2023 AERIUS-berekeningen 38 grondgebonden woningen achter Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem 2x output AERIUS-calculator
Aanleiding In verband met het voorgenomen initiatief, de realisatie van 38 grondgebonden woningen op het terrein van Zevenbergseweg 7 en 9 in Berghem, is deze notitie opgesteld. Initiatieven in de fysieke leefomgeving mogen Natura 2000-gebieden niet schaden. In verband daarmee is het van belang dat bezien wordt in hoeverre een dergelijk initiatief een negatief effect heeft op Natura 2000-gebieden. Met behulp van de AERIUS-calculator kan dit voor het aspect stikstofdepositie voor zowel het realiseren (slopen, bouwen, aanleggen) als gebruiken van een locatie inzichtelijk worden gemaakt. Sinds de Wet stikstofreductie en natuurverbetering op 1 juli 2021 samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht is geworden was het niet meer nodig om dit voor de realisatiefase te doen. Deze wet bevatte namelijk vrijstelling voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten van bouwprojecten. Deze vrijstelling is op 2 november 2022 echter tenietgedaan via de uitspraak van de Raad van State inzake Porthos (ECLI:NL:RVS:2022:3159). Sindsdien moet voor initiatieven in de fysieke leefomgeving zowel voor de gebruiks- als realisatiefase weer een aeriusberekening worden gemaakt. In de Regeling natuurbescherming is opgenomen dat met de laatste versie van de AERIUS Calculator gerekend moet worden.
De stikstofdepositie die bij de realisatie van het initiatief en het gebruiken ervan op nabijgelegen Natura 2000 gebieden tot stand komt is met behulp van de AERIUS-calculator welke op 10 november 2023 online was berekend (versie 2023). De PDFexports met de rekenresultaten zijn bijgevoegd bij deze notitie. In deze notitie wordt aanvullend ingegaan op de (achtergrond van de) invoergegevens. AERIUS In verband met het verschil in emissie van stikstof in de gebruiks- vs. de realisatiefase en de volgordelijkheid van deze fasen zijn twee afzonderlijke berekeningen uitgevoerd. Één voor de realisatiefase en één voor de gebruiksfase. Voor de realisatiefase is rekening gehouden met mobiele werktuigen en transport van bouwmaterialen, werknemers en dergelijke. Voor de gebruiksfase is door het gas- en haardloos wonen de aantrekkende werking van verkeer relevant. De outputs van de AERIUS-calculator zijn bijgevoegd bij deze notitie. Het initiatief De ontwikkeling betreft de realisatie van 38 grondgebonden woningen op het terrein achter Zevenbergseweg 7 en 9 in Berghem. De ontwikkeling bestaat uit verschillende typen woningen, namelijk: • 6 vrijstaande woningen (koop); • 4 halfvrijstaande woningen (koop); • 6 patio-woningen (koop, vergelijkbaar met type twee onder één kap); 1
• •
12 hoek-/tussenwoningen (koop); 10 rug aan rug woningen (huur, sociaal).
Het is uiteindelijk de bedoeling het plangebied als volgt in te richten (zie de afbeelding hieronder).
Gebruiksfase In de gebruiksfase wordt rekening gehouden met het vervoer van bewoners en hun bezoek. Voor het vervoer van bewoners zijn we uitgegaan van de in de tabel opgenomen verkeersgeneratie per etmaal (conform CROW, rest bebouwde kom, matig stedelijk, worst case): 261 verkeersbewegingen. Functie
Verkeersgeneratie per etmaal per stuk
Aantal
Verkeersgeneratie per etmaal totaal
Koop, vrijstaand
8,6
6
51,6
Koop, twee-onder-een-kap (patio’s en halfvrijstaande woningen)
8,2
10
82
2
Koop, tussen/hoek
7,5
12
90
Huur, sociaal (rug-aan-rug)
5,3
10
53
Totaal
279,6 verkeersbewegingen
Daarbij wordt het traject vanaf omliggende straten gebruikt, wegtype is ‘binnen bebouwde kom’ en ‘stagerend’. Van de totale verkeersgeneratie is rekening gehouden met 5% middelzwaar vervoer en 5% zwaar vervoer. De gebruiksfase is beoogd in 2026. Resultaat gebruiksfase Het resultaat van de berekening is dat het plan in de gebruiksfase niet leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Realisatiefase Bekeken is om welke stikstof uitstotende werkzaamheden het in het bouwproces gaat, de aanlegfase. De aanlegfase bestaat uit machines die op de bouw worden gebruikt en vervoersbewegingen van en naar de bouwplaats. Het bouwproces is in beeld gebracht en aan de hand daarvan zijn met de AERIUS-calculator berekeningen uitgevoerd. Voor de bouw wordt de volgende werkwijze wordt gehanteerd: iedere dag nemen de bouwvakkers het materiaal dat zij die dag op de bouw nodig hebben mee. Dit beperkt het aantal vervoersbewegingen en het benodigde zware vervoer naar de bouw. Daarnaast worden veel producten prefab in de fabriek gemaakt. Dat bespaart machinegebruik op de bouwlocatie. Deze producten worden met zwaar vervoer (volle vrachtwagens) bij de bouw aangeleverd. Het terrein moet worden ‘klaargemaakt’ voor oplevering (woonrijp maken). Hiervoor is ter plaatse een graafmachine 10 werkdagen aan het werk. Er moet grond afgevoerd en aangevoerd worden.
Verder moet bestrating en beplanting geleverd worden. De bestrating wordt met zwaar vervoer gebracht. De beplanting (net als ander klein materiaal) wordt door de werklieden meegebracht op aanhangers aan hun bussen. Hieronder zijn de waarden opgenomen die gebruikt zijn als input voor de AERIUS-berekening om de eventuele stikstofdepositie ten gevolge van de aanlegfase op nabijgelegen Natura 2000 gebieden te kunnen bepalen. Indicatoren werkzaamheden op bouwterrein: • Graafmachines (kraan): 243 uur @ 8l/uur, Stage V, 75-560kW, 2019, 4% Ad blue verbruik; • Bouwkraan: 324 uur @ 11l/uur, Stage IV, 75-560kW, 2014-2018; • Betonpomp: 20 uur @ 20l/uur, Stage IV, 75-560kW, 2014-2018. Indicatoren vervoer van en naar bouwterrein: 3
Tijdens de bouw zal sprake zijn van 6600 vervoersbewegingen totaal. Het gaat dan om licht verkeer al dan niet met aanhanger dat verspreid over 1 jaar (maximale bouwtijd) vanaf omliggende wegen van en naar de bouwlocatie rijdt. Voor de aanvoer van materiaal en machines dat niet door de bouwvakkers tegelijkertijd met hun dagelijkse eigen vervoersbewegingen wordt meegebracht worden zware vervoersmiddelen ingezet. Het gaat dan om de aanvoer van de volgende producten en vervoersbewegingen: aan- en afvoer van graafmachines, 22 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van hoogwerkers, 22 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van afvalcontainers, 144 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van grond, 171 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van beplanting en bestrating, 18 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van bouwhekken, 6 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van bouw-/materiaalketen, 4 vervoersbewegingen; aanvoer van beton, 144 vervoersbewegingen; aanvoer van gevelstenen, 36 vervoersbewegingen; aanvoer van prefab vloeren, 48 vervoersbewegingen; aanvoer van dakplaten, 24 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van metselsilo, 8 vervoersbewegingen; aanvoer van kalkzandsteenelementen, 72 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van badkamers en keukens, 20 vervoersbewegingen; Het gaat voor het gehele project om 739 vervoersbewegingen totaal.
Het gaat dan om zwaar verkeer dat verspreid over 2 jaar (maximale bouwtijd) vanaf omliggende wegen van en naar de bouwlocatie rijdt. Indicatoren woonrijp maken • Graafmachines: 80 uur @ 8l/uur, Stage V, 75-560kW, =>2019, 4% Ad blue verbruik; Indicatoren vervoer woonrijp maken Tijdens het woonrijp maken zal sprake zijn van: 120 lichte vervoersbewegingen (werklieden al dan niet met aanhanger met beplantingsmateriaal); Voor de aanvoer van materiaal en machines dat niet door de werklieden tegelijkertijd met hun dagelijkse eigen vervoersbewegingen wordt meegebracht worden zware vervoersmiddelen (35) ingezet. Het gaat dan om de aanvoer van de volgende producten en vervoersbewegingen: o aan- en afvoer van grond, 20 vervoersbewegingen; o aan- en afvoer van bestrating, 12 vervoersbewegingen; o aanvoer straatmeubilair, 1 vervoersbeweging; o aan- en afvoer van graafmachines, 2 vervoersbewegingen. Het gaat dan om verkeer dat vanaf omliggende wegen van en naar de bouwlocatie rijdt. Wegtype is ‘binnen bebouwde kom’ en ‘stagnerend’.
4
De realisatiefase is beoogd in 2025. Resultaat realisatiefase Het resultaat van de berekening is de realisatiefase van het plan niet leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Conclusie Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 12,9 kilometer en is Rijntakken. Uit de AERIUS-berekeningen volgt dat zowel door de realisatie- als de gebruiksfase van het planvoornemen geen sprake is stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De AERIUSberekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied. Op basis van het resultaat van de berekeningen hoeft er geen verder onderzoek naar stikstofdepositie ten gevolge van het planvoornemen uitgevoerd te worden en is het niet nodig een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen.
5
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Pittiger in planologie Zevenbergseweg 7, 5351PE Berghem 38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem Realisatiefase 38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem Rd6QAiip8RTw 10 november 2023, 11:29 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem - Beoogd 2025
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hexagon
Gebied
Hoogste bijdrage 38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname -
Rd6QAiip8RTw (10 november 2023)
1,9 kg/j
189,4 kg/j
2/6
Projectberekening
38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
Rd6QAiip8RTw (10 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,7 kg/j 182,1 kg/j 0,1 kg/j 7,3 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rd6QAiip8RTw (10 november 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Rd6QAiip8RTw (10 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem, Rekenjaar 2025 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Wegverkeer bouw X:167408,47 Y:419960 892,14 m Binnen bebouwde kom (stagnerend) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 7,3 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,6 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
6.720,0 /jaar 0,0 /jaar 774,0 /jaar 0,0 /jaar
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele werktuigen X:167353,78 Y:419936,1 1,50 ha
Stageklasse
Graafmachines Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
3224 l/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
182,1 kg/j 1,7 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
403 u/j 128 l/j
Bouwkraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 3564 l/j SCR: ja
324 u/j 0 l/j
Betonpomp
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 400 l/j SCR: ja
20 u/j
0 l/j
Stof Emissie
NOₓ 49,5 kg/j NH₃ 0,8 kg/j NOₓ 119,2 kg/j NH₃ 0,9 kg/j NOₓ 13,3 kg/j NH₃ 96,0 g/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rd6QAiip8RTw (10 november 2023)
6/6
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Pittiger in planologie Zevenbergseweg 7, 5351PE Berghem 38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem Gebruiksfase 38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem RtBwNj6fQCCv 10 november 2023, 11:30 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem - Beoogd 2026
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hexagon
Gebied
Hoogste bijdrage 38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname -
RtBwNj6fQCCv (10 november 2023)
2,0 kg/j
109,9 kg/j
2/6
Projectberekening
38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
RtBwNj6fQCCv (10 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2,0 kg/j
109,9 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RtBwNj6fQCCv (10 november 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RtBwNj6fQCCv (10 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
38 woningen Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem, Rekenjaar 2026 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Wegverkeer gebruik X:167345,26 Y:419904,37 1.059,59 m Binnen bebouwde kom (stagnerend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 109,9 kg/j Type scherm - - NO₂ 21,9 kg/j Hoogte - - NH₃ 2,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
252,0 /etmaal 14,0 /etmaal 14,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RtBwNj6fQCCv (10 november 2023)
6/6
Bijlage 3 Oriënterend onderzoek Flora en Fauna
BUREAU VERKUYLEN T.a.v. dhr. K. Willemsen Veemarktkade 8 5222 AE ‘s Hertogenbosch
Datum Kenmerk
BE/2019/317
Uw kenmerk
Email d.d. 24 april 2019
Auteur(s)
S. Schuuring
Collegiale toets
K.J. Rebergen
Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna aan Kerkstraat ong. te Berghem Aan de Kerkstraat ong. te Berghem zijn verschillende agrarische gronden aanwezig met daarop één schuur gesitueerd en tuinen. De initiatiefnemer is voornemens de aanwezige schuur te saneren ten behoeve van de realisatie van 38 woningen. Het vigerende bestemmingsbeleid voorziet niet volledig in de ontwikkelingsmogelijkheid en dient derhalve (deels) te worden gewijzigd van agrarisch naar wonen. De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna en/of beschermde natuurgebieden. Ten behoeve van de ontwikkeling geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Middels voorliggende ecologische quickscan is de (potentiële) aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de betekenis van het plangebied voor deze soorten in kaart gebracht. Bureau Verkuylen begeleidt de ruimtelijke procedure en heeft Blom Ecologie B.V. verzocht het plangebied te onderzoeken op aanwezigheid van beschermde flora en fauna en vervolgens deze te toetsen aan de effecten van de werkzaamheden en het geldende bestemmingsplan.
Onderzoeksdoel Middels dit oriënterende onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Is het bestemmingsplan dat wordt opgesteld voor het project zoals hiervoor omschreven uitvoerbaar zoals het bepaalde in de Wro (artikel 3.1.6 Bro)? • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig in het plangebied? • Welke negatieve effecten treden op voor (potentieel) aanwezige flora en fauna als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op het de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Brabant?
Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Kerkstraat ong. te Berghem. De planlocatie bestaat uit een grasveld met kruidenrijke vegetatie, waarvan een deel reeds functioneert als weide voor geiten, en een deels open schuur opgetrokken uit gemetselde muren zonder spouw en zadeldak met damwandplaten. In bijlage 1 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie en de directe omgeving hiervan. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door bebouwing, (agrarische) percelen, infrastructuur en gemeentelijk groen. Ten zuiden van de planlocatie ligt een spoorlijn gelegen op een afstand van minder dan 5 m. De N329 ligt op een afstand van 790 m ten westen gelegen van de planlocatie. Op een afstand van 3,2 km ten zuidoosten van de planlocatie ligt de A50 gelegen en de A59 ligt ten zuidwesten op een afstand van 3,6 km. Rivier de Maas ligt ten noorden van de planlocatie gelegen op een afstand van 5,6 km.
Figuur 1 De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Kerkstraat ong. te Berghem (bron: arcgis.com). Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn permanent van karakter. De beoogde ingrepen betreffen de sloop van de bestaande schuur ten behoeve van de realisatie van 38 woningen. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: • saneren van de aanwezige schuur: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • vergraven terrein en egaliseren; graafwerkzaamheden en grondtransport; • terrein bouwrijp maken: aanbrengen puinbed, aanleg nutsvoorzieningen e.d.; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden; Alle thans aanwezige (ecologische) functies van de planlocatie komen geheel of deels te vervallen. Negatieve effecten die op kunnen treden voor beschermde soorten zijn: vernietiging en/of afname van geschikt leefgebied (permanent of tijdelijk) en opzettelijke verstoring (tijdelijk).
2
Methode Dit oriënterend onderzoek verkent alle relevante vakgebieden met betrekking tot de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt een beoordeling gegeven van de aanwezigheid van de specifieke potentie voor beschermde flora en fauna in het plangebied, de betekenis van het plangebied voor de aanwezige soorten en de effecten van de voorgenomen ingrepen op de soorten. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. Veldbezoek Het veldbezoek is een momentopname van de aanwezige beschermde flora en fauna. Tijdens het veldbezoek is het plangebied nauwkeurig onderzocht waarbij ook gelet werd op sporen en delen of restanten van planten en/of dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 6 juni 2019. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren; droog, 7/8 bewolkt, 18 Celsius en windkracht 2-3 (Bft). Externe bronnen Vaak zijn er al gegevens bekend over een plangebied en de directe omgeving hiervan. Deze gegevens worden onder andere beheerd in rapporten en naslagwerken en door het Natuurloket (www.natuurloket.nl). Raadpleging van externe bronnen levert vaak nuttige aanvullende informatie op en daarmee een vollediger beeld van de (mogelijk) aanwezige flora en fauna.
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming (Wnb) drie voormalige wetten; de Floraen faunawet samen met de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. Bevoegdheden zijn met deze wet overgedragen van het rijk naar de provincie. Algemene zorgplicht In de Algemene zorgplicht (art. 1.11) wordt voorgeschreven dat nadelige gevolgen voor flora en fauna voorkomen moet worden. Het uitgangspunt van de Algemene zorgplicht is dat het doden, verwonden, verontrusten of beschadigen van flora en fauna wordt vermeden. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. Soortenbescherming De soortenbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) en andere soorten (art. 3.10). Hierin worden ook rusten voortplantingsverblijfplaatsen en het functioneel leefgebied beschermd. Gebiedsbescherming Naast de specifieke soortenbescherming kent Nederland ook gebiedsbescherming, waarbij bepaalde gebieden extra bescherming verdienen. Het gaat hier hoofdzakelijk om Natura 2000gebieden, het Natuurnetwerk Brabant en Belangrijke Weidevogelgebieden. In deze gebieden mogen in principe geen werkzaamheden binnen de grenzen uitgevoerd worden. Voor werkzaamheden in Natura 2000-gebieden is bij mogelijke effecten een Voortoets vereist en binnen het Natuurnetwerk Brabant geldt het ‘nee, tenzij’-principe.
In bepaalde gevallen dient er natuurcompensatie uitgevoerd te worden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden kunnen ook externe effecten als stikstofdepositie en lichtuitstraling van invloed zijn. Bij negatieve effecten op beschermde natuurgebieden en bij negatieve effecten op alle soorten in de specifieke soortenbescherming geldt een ontheffingsplicht. Van de verboden als bedoeld in artikel 3.10 eerste lid kan door bepaalde provincies vrijstelling verleend worden voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voor bepaalde soorten. In de verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen:
3
Tabel 1 Vrijgestelde soorten in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. Aardmuis
Gewone bosspitsmuis
Ondergrondse woelmuis
Bastaardkikker
Gewone pad
Ree
Bosmuis
Haas
Rosse woelmuis
Bruine kikker Dwergmuis Dwergspitsmuis
Huisspitsmuis Kleine watersalamander Konijn
Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos
Egel
Meerkikker
Woelrat
Beoordeling Op basis van de bureaustudie en veldonderzoek wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de invloedssfeer daarvan is en welke effecten daarop te verwachten zijn. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten (beschermingsregime ‘andere soorten’) geldt per definitie een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen (zie voorgaande alinea). In de voorliggende beoordeling is specifiek gelet op de functie en/of aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt c.q. ontheffingsplicht noodzakelijk is. Vaatplanten Gedurende het veldbezoek zijn geen beschermde planten en/of sporen en delen hiervan aangetroffen op de planlocatie. In de directe omgeving van de planlocatie is het voorkomen bekend van muurbloem, welke beschermd is onder de Wet natuurbescherming. De muurbloem groeit enkel op oude, verweerde muren van kerken, ruïnes, stadsmuren en forten welke zijn gevoegd met zachte kalkspecie. De specie gebruikt voor de schuur binnen het plangebied is te hard om geschikt te zijn voor de muurbloem. Bovendien is op de muren van de bebouwing is geen beschermde muurvegetatie aangetroffen. Wel is er klimop aangetroffen tegen de kopgevel van de schuur, deze is echter niet beschermd.
De vegetatie binnen het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit algemene vaatplanten en aangeplante gecultiveerde en/of algemene inheemse vaatplanten. De aangetroffen vegetatie betreft onder andere: gestreepte witbol, kruipertje, smalle weegbree, grote brandnetel, dovennetel, perzikkruid, Jacobskruiskruid, witte klaver, ooievaarsbek, Canadese guldenroede, klaproos, braam, hondsdraf, grote weegbree, Robertskruid, klimop, scherpe boterbloem, akkerdistel en kruisdistel. De beoogde ontwikkelingen leiden niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Beschermde planten stellen over het algemeen specifieke eisen aan hun milieu, zoals kalkhoudende schrale grond, of stikstofarme blauwe graslanden. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot de habitatpreferentie van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek, waarmee negatieve effecten ten aanzien van beschermde vaatplanten derhalve kunnen worden uitgesloten. Zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van (beschermde) zoogdieren.
In de directe omgeving van de planlocaties zijn, is onder andere de aanwezigheid van de volgende soorten vastgesteld: bruine rat, das, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, mol, ree, rode eekhoorn, veldmuis, vos, wezel en woelrat (NDFF, 2000-2019). Enkele zoogdiersoorten zijn door de provincie vrijgesteld van bescherming, in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen (zie Wet natuurbescherming; Wet-Nb, art 3.10). Voor de in de omgeving voorkomende das, rode eekhoorn en wezel geldt een dergelijke vrijstelling niet. Marterachtigen zoals das en wezel prefereren een structuurrijke omgeving (vegetatie, macroreliëf, etc.) waarin voldoende rust en voedsel zijn gewaarborgd. Een dergelijke omgeving van voldoende grootte en kwaliteit is niet aanwezig op de planlocatie of in de directe omgeving. De planlocatie wordt aan alle zijden omringd door woonwijken en drukke (spoor-)wegen Tevens zijn er ten tijde van het veldbezoek geen sporen gevonden die duiden op de aanwezigheid van dassen of wezels.
4
De wezel leeft in uiteenlopende kleinschalige cultuurgebieden zoals gras- en akkerlanden, bossen of tuinen. In grootschalige akkerbouwgebieden komen ze ook relatief vaak voor, gezien ze in de gangen van knaagdieren kunnen schuilen. De wezel eet vooral woelmuizen en woelratten, sporadisch worden er vogels, eieren, insecten, kikkers en jonge konijnen gegeten. Als migratieroutes worden terreinen gebruikt met veel dekking biedende vegetatie, om zo uit het zicht te blijven van vijanden uit de lucht. De rustplaatsen van de wezel liggen in goed beschutte structuren, zoals een hooiberg, houtstapel, takkenhoop of hol van een ander dier. Gezien hun beperkte grootte en grotendeels ondergrondse leefwijze laten ze geen goed zichtbare sporen van aanwezigheid achter, tenzij de voortplantings- of rustlocatie zich bovengronds bevindt. In dat geval zijn er in de buurt van het nest kleine latrines met een stapel langwerpige en gevlochten bruine- tot loodgrijze keutels zichtbaar. Door het ontbreken van dergelijke sporen naast de aanwezige ‘rommelhoekjes’ en ‘verstopplaatsen’, kan de aanwezigheid van de wezel uitgesloten worden. De das leeft in gebieden die bestaan uit een combinatie van diverse habitattypen.
Vaak zijn dit zowel hooggelegen als laaggelegen gronden die op korte afstand van elkaar liggen, in meestal kleinschalige akker- en weidelandschappen met voldoende bosjes, houtwallen, singels en heggen. Belangrijk voor het habitat van de das is dat er voldoende voedselaanbod is, een goed vergraafbare grond aanwezig is, voldoende dekking in de vorm van bijvoorbeeld houtwallen of heggen is en het gebied weinig wordt verstoord (BIJ12 kennisdocument Das, 2017). Dassen maken gebruik van een netwerk van verblijfplaatsen, hieronder vallen (grote) hoofdburchten, bijburchten en vluchtpijpen. Het stapelvoedsel van dassen bestaat uit regenwormen, maar daarnaast staan vruchten, noten, granen en ook ongewervelden op het menu. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit drukke woonwijken en (spoor-) wegen. Doordat het omliggende terrein ongeschikt is, is het plangebied onbereikbaar voor dassen. Er zijn dan ook geen sporen (wissels, prenten, burchten, latrines of graafputjes) van dassen aangetroffen binnen het plangebied. De aanwezigheid van de soort is derhalve uitgesloten. Rode eekhoorns leven in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos (Zoogdiervereniging eekhoorn, 2019). Het stapelvoedsel bestaat uit zaden en noten.
Eekhoorns bouwen op minstens 5 m hoogte slaapnesten in bomen, in de voortplantingsperiode bouwt het vrouwtje een groter kraamnest. Op en rondom de planlocatie zijn geen nestbomen (vaste rust- en verblijfplaatsen) van rode eekhoorn aangetroffen. De aanwezige bomen staan ver uit elkaar en worden gescheiden door hoog gras, waardoor het voor de eekhoorn zeer lastig is om zich te verplaatsen over het gebied. Gelet op de inrichting van de directe omgeving en de potentie voor rode eekhoorn is het uitgesloten dat de planlocatie een relevante functie heeft voor de soort gedurende het foerageren, migreren en sociale interactie. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een afname van geschikt leefgebied of aantasting van nestlocaties van de rode eekhoorn. De planlocatie heeft hooguit een functie voor algemene/ opportunistische soorten waarvoor een vrijstelling geldt. Dit betreft met name mol, rat- en muisachtigen. Voor dergelijke soorten is in de directe omgeving voldoende geschikt leefgebied waar individuen zich naar toe kunnen begeven gedurende de roering die kan ontstaan tijdens werkzaamheden. Essentieel leefgebied en/of vaste rust- en/of verblijfplaatsen van beschermde zoogdieren zijn niet aanwezig en worden derhalve niet aangetast.
Mits enkele maatregelen worden getroffen in het kader van de Algemene zorgplicht leidt de beoogde ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten voor beschermde zoogdieren. Vleermuizen Laanvormige bomenrijen, oude bomen met gaten en scheuren, (oude) gebouwen met kieren, oppervlaktewater en spleten en/of andere structuurrijke groenelementen kunnen een functioneel onderdeel zijn van een vleermuishabitat (BIJ12 kennisdocument Gewone dwergvleermuis, 2017; Limpens et al., 1997; Dietz et al., 2011). In de omgeving is het voorkomen bekend van onder andere: laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis (Broekhuizen et al., 2016; Limpens et al., 1997; NDFF, 2000-2019). Onder de Wet natuurbescherming zijn alle in Nederland voorkomende vleermuizen beschermd.
5
Op de planlocatie zijn geen bomen aanwezig welke potentieel geschikt zijn als vaste rust- en/of verblijfplaats van boom bewonende vleermuizen, door het ontbreken van openingen. Het is derhalve uitgesloten dat de ontwikkeling leidt tot een afname van vaste rust- en verblijfplaatsen van boom bewonende vleermuizen. De te slopen schuur is nauwkeurig geïnspecteerd op de aandan wel afwezigheid van geschikte invliegopeningen. Alle gevels en daken van de betreffende bebouwing zijn gecontroleerd op eventuele openingen als open stootvoegen, kierende daklijsten, ontbrekende/scheefliggende pannen, ontbrekende specie en overige gevelafwerkingen die vleermuizen toegang kunnen verlenen tot een open dakruimte en/of spouwmuur. De muren van de schuur bevatten geen spouw en dakbeschot ontbreekt. Hierdoor ontbreken nauwe ruimtes waarin vleermuizen kunnen kruipen en een geschikt microklimaat kunnen aantreffen. Een dergelijk microklimaat heeft een constante (lage) temperatuur, een hoge luchtvochtigheid en weinig invloed van weersomstandigheden. Door de open structuur van bebouwing is deze tevens ongeschikt voor de gewone grootoorvleermuis, die in open ruimtes verblijft. Tevens zijn er geen prooiresten (motten vleugels) en uitwerpselen van de soort aangetroffen.
Het is uit te sluiten dat de bebouwing op planlocatie gebruikt wordt door vleermuizen die in bebouwing leven als gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. De aanwezige bomen zijn geïnspecteerd op potentiële openingen als ingerotte holtes, spleten en andere openingen welke kunnen dienen als vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen. Dergelijke openingen zijn niet waargenomen. Negatieve effecten ten aanzien van boombewonende vleermuizen kunnen uitgesloten worden. Hoewel het uitgesloten is dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als vaste rust- en/of verblijfplaats, bestaat de mogelijkheid dat vleermuizen de planlocatie gebruiken als onderdeel van het foerageergebied. De functionaliteit hiervan wordt mogelijk aangetast. Door de aanleg van woningen met bijbehorende tuinen wordt de functionaliteit als foerageergebied mogelijk verbeterd. De aanleg van woningen betekend tevens dat er structuren worden aangebracht die vleermuizen kunnen volgen. Tevens zijn vleermuizen flexibel in hun foerageergebied. In de directe omgeving zijn in de tuinen en langs de spoorweg voldoende overige groene structuren aanwezig waar vleermuizen kunnen foerageren. Er is derhalve geen sprake van essentieel foerageergebied. In de luwte van de gebouwen kunnen migratie en foerageeractiviteiten van vleermuizen plaatsvinden.
Vleermuizen jagen op insecten waarbij ze opportunistisch gebruik maken van een groot netwerk aan jachtgebieden. De omvang en het gebruik van een gebied alsmede de jachttechniek en prooien verschillen per soort. Gedurende het foerageren verspreiden vleermuizen zich diffuus over het landschap waarbij veelal gebruik wordt gemaakt van bosranden, bomenlanen, oeverzones of andere structuurrijke zones. Tijdens de werkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden voor passerende en jagende vleermuizen in de directe omgeving als gevolg van lichtgebruik. Vleermuizen kunnen verblind en daardoor gedesoriënteerd raken als gevolg van felle verlichting. Sterk verlichte locaties worden gemeden door vleermuizen. Tijdens de ontwikkeling dient derhalve vleermuisvriendelijke verlichting te worden toegepast of de werkzaamheden dienen tussen zonsopkomst en zonsondergang plaats te vinden. Amfibieën en reptielen Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën en reptielen en/of sporen daarvan aangetroffen in het plangebied. Amfibieën leven in zowel een aquatisch (m.n. lente/zomer) als een terrestrisch (m.n. herfst/winter) habitat. Beide habitatonderdelen dienen op korte afstand van elkaar te liggen. Door de afwezigheid van oppervlaktewater ontbreekt het aquatisch habitat op de planlocatie.
In de omgeving is de aanwezigheid bekend van bruine kikker, gewone pad en rugstreeppad (Creemers & Van Delft, 2009; verspreidingsatlas NDFF 2010-2018). Voor de rugstreeppad geldt dat deze beschermd is onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.
6
De rugstreeppad is een pionierssoort die vooral voorkomt in zandige gebieden met vergraafbare grond. De soort komt derhalve vaak voor op ruig, onbeschaduwd terrein met lage tot geen vegetatie zoals braakliggende bouwterreinen, zandafgravingen en duingebieden. Het voorplantingswater is ondiep en warmt snel op, en bij voorkeur zonder vegetatie en concurrentie van andere amfibieën (BIJ12 kennisdocument Rugstreeppad, 2017; Creemers & Van Delft, 2009). De rugstreeppad is een soort die vaak ‘opduikt’ tijdens werkzaamheden als door graafwerkzaamheden een zandige ondergrond met kleine poelen ontstaat. De meest recente en dichtstbijzijnde waarneming van de rugstreeppad is afkomstig uit 2012 op een afstand van ca. 1,2 km. Deze waarneming is dermate oud dat kolonisatie door de rugstreeppad op van het plangebied niet wordt verwacht (BIJ 12 kennisdocument Rugstreeppad) Bovendien zijn er meerdere barrières tussen deze locatie en het plangebied in de vorm van woonwijken en (spoor-) wegen. Maatregelen om kolonisatie door de rugstreeppad te voorkomen zijn derhalve niet noodzakelijk. In de directe omgeving van de planlocatie komen geen reptielen voor. Reptielen worden niet verwacht op de planlocatie aangezien deze over het algemeen verbonden zijn aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen.
Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad, gedurende de terrestrische (herfst/winter) periode voorkomen binnen de planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen (zie Wet natuurbescherming). Negatieve effecten op beschermde amfibieën en reptielen zijn derhalve uitgesloten. Vissen Op de planlocatie en binnen de invloedsfeer van de beoogde ontwikkeling is geen relevant oppervlaktewater aanwezig voor (beschermde) vissen. Effecten op (beschermde) vissen zijn per definitie uitgesloten. Insecten, libellen en andere ongewervelden In het plangebied zijn gedurende het veldbezoek geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Tevens is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Significante negatieve effecten op de soortgroep zijn uitgesloten. Vogels In het plangebied en de directe omgeving hiervan zijn tijdens het veldbezoek foeragerende, overvliegende en/of rustende vogels waargenomen. De waargenomen soorten betreffen: houtduif, kauw, huismus, Turkse tortel, vink, roodborst en ekster.
Vogels - Jaarrond beschermde nestlocaties (cat. 1 t/m 4) In de te slopen schuur en bomen zijn geen horsten, holtes en/of oude nesten aanwezig van of die geschikt zouden kunnen zijn voor roofvogels en uilen. Tevens zijn geen overige sporen van uilen of andere roofvogels aangetroffen op de planlocatie die duiden aanwezigheid dan wel functioneel gebruik (o.a. veren, uitwerpselen, braakballen, prooiresten en krijtsporen). De aanwezigheid van nestlocaties van uilen en roofvogels kan derhalve worden uitgesloten. Mogelijk wordt de planlocatie sporadisch gebruikt door roofvogels om te foerageren. Door de beperkte omvang is deze functie echter zeer beperkt. In de directe omgeving zijn overige weilanden en graslanden, waar zij eventueel ook kunnen foerageren. Er is derhalve geen sprake van aantasting van het essentieel leefgebied. Grote gele kwikstaart broedt langs stromende watergangen in dichte vegetatie langs natuurlijke oevers of in kunstwerken als bruggen of stuwen. Voor deze soort is binnen het plangebied geen functioneel leefgebied aanwezig.
7
De huismus is sterk verbonden met de mens en nestelt graag op beschutte plekken onder daken. Daarbij stelt de huismus een aantal eisen aan zijn leefgebied. Zo moeten er genoeg voedselbronnen, groenblijvende hagen, drinkwater, grind/zand (voor stofbaden) aanwezig zijn. De huismus is een standvogel en verblijft binnen enkele honderden meters van zijn broedplek. De verschillende habitateisen moeten dan ook binnen het bereik van de broedplaats aanwezig zijn. Door het gebrek aan een dakbeschot in de schuur is er geen broedgelegenheid voor huismussen aanwezig. De huismussen die tijdens het veldbezoek zijn aangetroffen bevonden zich in de omliggende woningen en bijbehorende tuinen. Binnen het plangebied zijn geen huismussen aangetroffen. Doordat er voldoende groen overblijft is er geen sprake van aantasting van het essentieel leefgebied. Van aantasting van functioneel leefgebied en nestlocaties van de huismus is derhalve geen sprake. De gierzwaluw leeft evenals de huismus in de directe omgeving van mensen en broedt tevens als koloniebroeder in gevels en onder (pannen)daken (BIJ12 kennisdocument Gierzwaluw, 2017). De soort is vaak te vinden in woonwijken. Potentieel geschikte in- en uitvliegopeningen op voldoende hoogte zijn niet aanwezig. Hierdoor kan de aanwezigheid van gierzwaluw op de planlocatie uitgesloten worden.
Van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van jaarrond beschermde nestlocaties en essentiële habitatonderdelen is geen sprake. Vogels - Algemene broedvogels en categorie 5 (beschermde nestlocatie gedurende broedperiode of in bijzondere gevallen) De planlocatie voorziet in het voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De struiken, bomen en schuur vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de werkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Brabant. Op een afstand van 13,7 km ligt het Natura 2000-gebied de Rijntakken (figuur 5).
De planlocatie ligt op een afstand van circa 1,2 km ten noorden van het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Brabant gebied (figuur 6).
Figuur 5 De planlocatie ligt op een afstand van 13,7 km tot het Natura 2000-gebied de Rijntakken (bron: kaartbank.brabant.nl)
8
Figuur 6 De planlocatie ligt op een afstand van circa 1,2 km tot het Natuurnetwerk Brabant (bron: kaartbank.brabant.nl). De beoogde ontwikkeling betreft de toevoeging van 38 extra woningen, wat leidt tot een beperkte verkeerstoename. De werkzaamheden zullen waarschijnlijk leiden tot een tijdelijke en zeer beperkte toename in stikstofuitstoot (projecteffect). Over de langere termijn zal met de nieuwbouw aannemelijk sprake zijn van een relatief lage stikstofuitstoot door hogere isolatiewaarden en een hoogrenderende stookinstallatie. Een toename in stikstofdepositie kan een effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen. Echter leert de ervaring dat het projecteffect bij soortgelijke en grotere projecten en de afstand tot kwetsbare habitats dat er geen significante toename van de stikstofdepositie binnen het Natura 2000-gebied wordt verwacht. Voor de overige effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Op basis van de Europese vogel- en habitatrichtlijn geldt voor projecten en andere handelingen de verplichting om aan te tonen dat er geen significant effecten optreden als gevolg van stikstofdepositie.
De algemene richtlijn hiervoor is dat voor ieder project of handeling, middels de rekentool Aerius, een berekening gemaakt dient te worden om aan te tonen of er wel of geen sprake is van een meldings- of vergunningsplichtige stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats. Of er sprake kan zijn van overschrijding van de drempelwaarde is afhankelijk van een aantal factoren. Vaak betreft dit een combinatie van de kwetsbaarheid van een gebied, de terreinomstandigheden, ligging van het project en overheersende windrichting. Ondanks dat er geen effecten verwacht worden kan het, ten behoeve van een feitelijke rekenkundige onderbouwing, door het bevoegd gezag wenselijk worden geacht een Aerius berekening uit te voeren.
9
Houtopstanden Het kappen van bomen en struiken kan melding- of vergunning plichtig zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. Het kappen van bomen is niet melding- en/of vergunning plichtig in het kader van de Wet Nb als het de volgende type houtopstanden betreft: a) houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) houtopstanden op erven of in tuinen; c) fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) kweekgoed; f) uit populieren of wilgen bestaande: (1) wegbeplantingen, (2) beplantingen langs waterwegen en/of (3) eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: (1) ten minste eens per tien jaar worden geoogst, (2) bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en (3) zijn aangelegd na 1 januari 2013. Op de planlocatie zijn jonge houtopstanden (beschreven onder a en b) aanwezig. In de beoogde ontwikkelingen wordt een deel van deze bomen mogelijk gekapt.
Het kappen/verwijderen van houtopstanden op de planlocatie is derhalve niet melding- en/of vergunning plichtig in het kader van de Wet Natuurbescherming. Gemeenten hebben veelal beleid omtrent het kappen/vellen van bomen en struiken opgenomen in een Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De beoogde ontwikkeling leidt evt. tot de kap van een aantal bomen en struiken. Gemeentelijke Verordeningen mogen niet strijdig zijn met landelijk/provinciaal beleid. Het is derhalve aanbevelingswaardig om in de voorbereidende fase de bepalingen in de APV af te stemmen met de gemeente om conflicterende situaties in een later stadium te voorkomen.
10
Conclusies Samenvatting Het plangebied en de te slopen schuur hebben geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels. De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Brabant. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een melding- of vergunningplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.
-
-
-
-
-
-
n
n
n
+
-
n
n
Geschikt habitat Habitatrichtlijnsoort
-
-
Geschikt habitat andere soort
-
+/-
Soort specifiek onderzoek noodzakelijk
n
n
Gebiedsbescherming
afstand
effecten
nader onderzoek/ Aerius
Natura 2000
13,7 km
geen
n.v.t.
Natuurnetwerk Brabant
1,2 km
geen
n.v.t.
Houtopstanden
aanwezig
kap
melding/ vergunning
Struiken
ja
mogelijk
nee
Bomen
ja
mogelijk
nee
n
-
broedvogels (j)
Geschikt habitat Vogelrichtlijnsoort
broedvogels (a)
vissen
reptielen
amfibieën
vleermuizen
- = ongeschikt + = geschikt n (nee)/ j (ja)
zoogdieren
Overzicht van de functie van het plangebied voor beschermde flora en fauna alsmede de verwachtte effecten naar aanleiding van de beoogde ingrepen en de eventueel daarop te nemen vervolgstap. Legenda vaatplanten
Tabel 2
Uitvoerbaarheid De beoogde realisatie van 38 woningen leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden en/of beschermde gebieden. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. De aanwezigheid van beschermde soorten (Wet-Nb, andere soorten, art. 3.10) en hun leefgebied vormen geen bezwaar voor de beoogde ontwikkelingen (vrijstellingsbesluit). Conclusie De beoogde realisatie van 38 woningen aan de Kerkstraat ong. te Berghem leidt, mits enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van zorgplicht en algemene broedvogels, niet tot overtreding van de Wet Natuurbescherming. De conclusie is dan ook dat de ontwikkelingen aan de Kerkstraat ong. te Berghem uitvoerbaar is zoals bepaald in de Wro (artikel 3.1.6 Bro).
11
Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • Mogelijke overwinteringslocaties van reptielen/amfibieën (vorstvrije structuren als stenenstapels, houtwallen, dichte struwelen etc.) dienen verwijderd of ongeschikt gemaakt te worden buiten de overwinteringsperiode oktober – april. • Ten aanzien van mogelijk foeragerende vleermuizen dient de planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur minimaal verlicht te worden en een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toe te passen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, geconvergeerde lichtbundel toe passen) of de werkzaamheden in de periode april-oktober tussen zonsopgang en zonsondergang uit te voeren (buiten schemerperiodes).
• De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli). Indien de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Indien dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.
12
Literatuur Bang, P. & P. Dahlström, 2005. Tierspuren. Fährten, Fraβspuren, Losungen, Gewölle und andere. BLV Buchverlag GmbH & Co. KG, München. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Rugstreeppad Epidalea calamita, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M & J.J.C.W. van Delft (ravon) (redactie), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. -Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Diepenbeek, A., 1999. Veldgids Diersporen. KNNV Uitgeverij 5e druk 2015, Zeist. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill & P.H.C. Lina, 2011. Vleermuizen: alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika: biologie, kenmerken en bedreigingen. Tirion Natuur, Utrecht. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie.
KNNV Uitgeverij, Utrecht. Geraadpleegde websites www.arcgis.com www.bij12.nl www.kaartbank.brabant.nl www.nationaalgeoregister.nl www.natura2000.eea.europa.eu www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.synbiosys.alterra.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuisprotocol.nl www.wilde-planten.nl www.zoogdiervereniging.nl
13
We hopen u met deze rapportage voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks vragen zijn kunt u vrijblijvend contact opnemen.
Met vriendelijke groet,
Blom Ecologie B.V., ir. S. Schuuring
Bijlage 1 Fotografische impressie
© BLOM ECOLOGIE B.V. ZANDWEG 46 - 4181 PM WAARDENBURG Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.
14
Bijlage 1 Fotografische impressie
Figuur 1 De planlocatie is gelegen aan de Kerkstraat ong. te Berghem en bestaat uit een grasveld en een schuur.
Figuur 2 De schuur gelegen in het plangebied is opgetrokken uit gemetselde muren zonder spouw en zadeldak met damwandplaten.
15
Figuur 3 De planlocatie is gelegen aan het spoor. In het spoortalud zijn enkele konijnenholen aangetroffen.
16
Bijlage 4 Archeologisch vooronderzoek
Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Kerkstraat te Berghem, gemeente Oss Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek en een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O), verkennende fase
Rapportnummer:
V1800
Projectnummer:
V19-4140 en V20-4631
ISSN:
1573 - 9406
Status en versie:
Definitief, versie 2.0
In opdracht van:
Kantoor Princen
Rapportage:
F.P.J. van Puijenbroek, O.P.N. Satijn
Plaats en datum:
Amersfoort, 6 februari 2023
Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia BV Vestigia BV Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort telefoon 033 277 92 00 info@vestigia.nl
V19-4631: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de nieuwbouw van woningen aan de Kerkstraat te Berghem, gemeente Oss
Versie
Status
Datum
1.0
Concept
1 oktober 2019
2.0
Definitief
31 januari 2020
1.1
Concept
2.0
Definitief
Documentbeheer Toelichting
Autorisatie
Eerste concept ter goedkeuring opdrachtgever Definitief bureauonderzoek na akkoord opdrachtgever