Bijlage 1D - Bijlagen bij toelichting BP Mr van Coothstraat 12 Lith - 2023
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Meester van Coothstraat 12 Lith - 2023 Bijlagen bij toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Indexpagina bijlagen bij de toelichting Bestemmingsplan Mr. Van Coothstraat 12 Lith - 2022 Bijlage 1
- Inrichtingsschets
Bijlage 2
- Haalbaarheidstoets
Bijlage 3
- Aerius-berekening
Bijlage 4
- QuickScan natuurtoets
Bijlage 5
- Programma van Eisen (Archeologie)
Bijlage 6
- Akoestisch onderzoek industrielawaai
Bijlage 7
- Historisch bodemonderzoek
Bijlage 8
- Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 9
- Omgevingsdialoog
Besluit hogere waarde Bijlage 1
- Akoestisch rapport
Bijlage 2
- Hogere grenswaarde per bouwblok
Bijlage 1
- Inrichtingsschets
Situatie 1:500 Meester van Coothstraat 12 en 12a 5397 LL Lith
P
P P P P
P
P
P P P
P P
15 0 0
Datum 18-10-2021 01-11-2021 11-11-2021
Blok A & B Situatie
Herontwikkeling Definitief ontwerp
De la Sallestraat 10 5384 NK Heesch
ARCHITECTEN & INGENIEURS
11-10-2021 294x420 TT
DATUM: FORMAAT: GETEKEND:
A Boterstraat 1a | 5341 GH | Oss T 0412-692031
AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN CONFORM DE WET
W www.ariens-cs.nl
E architecten@ariens-cs.nl
1:500
D01
202029
Getekend TT TT TT
SCHAAL:
BLAD:
WERK:
Blouww en Van Herpen Projectontwikkeling
Omschrijving Divers Divers Divers
Ariënscs
PLANFASE:
PROJECT:
OPDRACHTGEVER:
Wijziging A B C
Bijlage 2
- Haalbaarheidstoets
adres: Hobostraat 1E 5402 CB Uden T. 0413-269091 F. 0413-252513 E. info@amitec.nl I. www.amitec.nl IBAN NL90ABNA0408488735 K.v.K. nr. 16058413 Amitec bv is gecertificeerd Volgens ISO 9001:2015
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: i
HAALBAARHEIDSTOETS (milieu-onderbouwing)
Project: Meester van Coothstraat 12 Lith – 2022
© Amitec BV, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: ii
ONDERZOEK voor
Locatie
: :
Mr. van Coothstraat 12 5397LL Lith
Auteur
:
ing. J.M.A. Clemens
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: iii
Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 1 1.1 1.2 1.3 2
ALGEMEEN ................................................................................................................................................ 1 AANLEIDING .............................................................................................................................................. 1 SITUATIE ................................................................................................................................................... 1
MILIEU-ASPECTEN .................................................................................................................................... 2 2.1 BODEM .................................................................................................................................................... 2 2.2 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .................................................................................................................... 4 2.3 WET GELUIDHINDER .................................................................................................................................... 5 2.4 WET LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 6 2.5 WET NATUURBESCHERMING ......................................................................................................................... 7 2.6 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 8 2.6.1 Archeologie ....................................................................................................................................... 8 2.6.2 Cultuurhistorie ...................................................................................................................................
9 2.7 WATERHUISHOUDING................................................................................................................................ 10 2.8 EXTERNE VEILIGHEID.................................................................................................................................. 13 2.9 GEURHINDER VEEHOUDERIJEN..................................................................................................................... 17 2.10 VOLKSGEZONDHEID................................................................................................................................... 18 2.11 OVERIGE ASPECTEN ................................................................................................................................... 18 2.12 MER-BEOORDELING .................................................................................................................................. 21
3
CONCLUSIE............................................................................................................................................. 22
BIJLAGEN: 1. Aeriusberekening 2. Programma van Eisen (archeologie) - getekend
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 1
INLEIDING 1.1 Algemeen Voorliggend rapport betreft het toetsen van de milieuaspecten m.b.t. het realiseren van vijf woningen aan de Meester van Coothstraat 12 en 12a in Lith. De gemeente Oss acht het plan in principe haalbaar en is bereid om mee te werken aan een ruimtelijke procedure, mits het niet op milieurelevante bezwaren stuit. De beoogde situatie van de locatie is weergegeven op de onderstaande afbeelding.
Afbeelding 1: situatie initiatief
(bron: Ariënscs)
1.2 Aanleiding De ontwikkeling van de locatie bestaat uit het realiseren van vijf woningen aan de Meester van Coothstraat 12 en 12a in Lith. In de reactie van 3 maart 20211 geeft de gemeente Oss aan in principe bereid te zijn om mee te werken, waartoe een aantal randvoorwaarden zijn benoemd.
1.3 Situatie In de directe omgeving zijn voornamelijk woningen gelegen.
1 Brief, kenm 444067
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 2
2 MILIEU-ASPECTEN In dit hoofdstuk worden de milieuaspecten beschreven, die als haalbaarheidstoetsing fungeren. In de navolgende paragraven worden de relevante aspecten benoemd en omschreven, waaruit een conclusie zal worden samengesteld.
2.1 Bodem Algemeen Het bestemmingsplan dient een motivering over de bodemkwaliteit in relatie tot de beoogde bestemming(en) / gebruiksfunctie(s) te bevatten. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit in het plangebied moet geschikt zijn voor de gewenste bestemming(en). Er gelden daarbij andere eisen voor de gevoelige bestemming wonen dan bijvoorbeeld voor de minder gevoelige bestemmingen openbaar groen of infrastructuur zoals wegen. In het plan is in hoofdzaak sprake van de bestemming wonen. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Is er toch sprake van risico’s als gevolg van bodemverontreiniging, dan zullen er maatregelen nodig zijn om die risico’s weg te nemen. Deze maatregelen kunnen bestaan uit het saneren van de verontreiniging zodat de bodemkwaliteit geschikt gemaakt wordt of door te schuiven met de gebruiksfuncties zodat de verontreiniging geen belemmering meer vormt. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet zoals bij graafwerkzaamheden tijdens de realisatie / de inrichting van het plangebied. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. In geval maatregelen aan de orde zijn, dan speelt het kostenaspect een belangrijke rol. In het kader van het bestemmingsplan moet namelijk ook de economische uitvoerbaarheid aangetoond worden.
In sommige gevallen wegen de kosten voor sanering niet op tegen de opbrengsten. Mede daarom is het belangrijk om vroeg in het planproces eventuele kosten samenhangend met het aspect bodem in beeld te brengen. Bodemtoets Ondanks dat de voorgenomen ontwikkeling een bodemroerende activiteit omvat, wordt een bodemonderzoek vooralsnog niet nodig geacht. In de onderstaande afbeelding is de locatie aangegeven.
Afbeelding 2 : uitsnede kaart
(bron: omgevingsrapportage)
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 3
Voor het initiatief is een vooronderzoek conform de NEN5725 uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen bodemrelevante calamiteiten hebben plaatsgevonden. Er is in het verleden geen bodemonderzoek op de onderzoekslocatie uitgevoerd. Formeel dient het erf van een voormalige boerderij, omdat er in het verleden bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden, als een verdachte locatie te worden beschouwd. Op de schuur heeft in het verleden asbestgolfplaten gelegen. De asbesthoudende golfplaten zijn begin jaren 2000 vervangen door ijzeren golfplaten. Het maaiveld op en rondom de druppelzone is verhardt met tegels. Geconcludeerd kan worden dat onderzoekslocatie, mede gezien dat de mestput nog aanwezig is en er in het verleden bodembelastende activiteiten hebben plaatsgevonden, als een ‘potentieel verdachte locatie’ beschouwd dient te worden. In het kader van de omgevingsaanvraag, activiteit bouwen en/of slopen, zal nà de sloopwerkzaamheden een verkennend bodemonderzoek NEN5740 uitgevoerd worden. Ter plaatse van de schuur is voor de drupzone ook een verkennend asbestbodemonderzoek NEN5707 nodig. Niet gesprongen explosieven Het plangebied (blauw) is verdacht van artillerie, mortieren en/of raketten (rood op het kaartje) vanwege de ligging in het voormalig front richting Kerkdriel.
Dit is weergegeven op de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten WOII en het daaraan gekoppelde vooronderzoek uit 2016. Hierdoor is de kans op munitie aanwezig. Voor dit plan wordt er gegraven voor de bouw van 5 woningen.
Afbeelding 3 : uitsnede kaart
(bron: gemeente Iss)
De ervaring van de gemeente leert dat in de directe omgeving geen munitie wordt gevonden bij andere graafwerkzaamheden. Vooronderzoek is aan te raden om voor dit specifieke plangebied vast te stellen of er oorlogshandelingen plaats hebben gevonden.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 4
Wanneer er grondwerkzaamheden plaats vinden kunt u onderzoek laten uitvoeren door een hiervoor gecertificeerd opsporingsbedrijf2. Bij vooronderzoek en/of risicoanalyse moet een opsporingsbedrijf werken volgens het certificatieschema vooronderzoek en risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten (CSVROO) en bij detectie en gravend onderzoek volgens het certificatieschema opsporen ontplofbare oorlogsresten (CS-OOO). Het is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever van grond- en bouwwerkzaamheden dat werknemers de werkzaamheden veilig uit kunnen voeren. Indien er een verwachting is voor ontplofbare oorlogsresten en deze kunnen een gevaar opleveren voor de veiligheid en gezondheid van werknemers dienen de risico’s te worden onderzocht en eventueel weggenomen. Het advies om altijd binnen een verdacht gebied het protocol toevalsvondsten onder de aandacht te brengen van mensen die grond- en bouwwerkzaamheden verrichten. Bij het vinden van een artikel wat er uit ziet als een explosief of munitie, stop de werkzaamheden, iedereen verlaat lopend het werkterrein (i.v.m. trillingen door voertuigen en machines) en bel de politie op 0900-8844. De Explosieven Verkenner (EV) of Teamleider Explosieven en Veiligheid (TEV) van de politie komt op de locatie beoordelen of het om munitie gaat die moet worden geruimd. Zo ja, schakelt deze de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EODD) in.
Zo nee, dan kunnen werkzaamheden worden hervat. Conclusie Samenvattend kan geconcludeerd worden dat de bodemkwaliteit (zowel grond als grondwater) in het plangebied geen (financiële) risico’s oplevert en vooralsnog geen belemmering vormt voor het voorgenomen plan.
2.2 Bedrijven en milieuzonering In de handreiking Bedrijven en Milieuzonering (VNG, editie 2009, Sdu Uitgevers BV, Den Haag) zijn richtafstanden opgenomen voor diverse bedrijfstypering. Deze richtafstand hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’, gebaseerd op gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten. Hierbij is de omgeving van de locatie aan te merken als ‘rustige woonwijk’. Milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven en voorzieningen) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Het doel hiervan is enerzijds in ruimtelijke plannen milieuhinder bij woningen (en andere gevoelige functies) te voorkomen, en anderzijds aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun bedrijfsactiviteiten. In de omgeving zijn een dienstverlener en een touringcarbedrijf aanwezig, waarvoor de richtwaarden uit tabel 1 van toepassing zijn. Tabel 1: richtafstanden bij rustige woonwijk (in m)
nr
bestemming
Geur
Stof
Geluid
Gevaar
grootste afstand
werkelijke afstand*
1 2
Persoonlijke dienstverlening ne.g., SBI 9609 Touringcarbedrijf, SBI 493
0 10
0 0
10 100
0 0
10 100
12,5 m 30 m
* afstand rand bestemmingsvlak tot gevel woningen
Uit tabel 1 blijkt dat voor de locatie niet wordt voldaan wordt aan de richtafstanden, voor het aspect geluid t.o.v. het touringcarbedrijf, in een rustige woonwijk. Hier wordt in §2.3 nader op ingegaan.
2
Zie hiervoor de websites van de vereniging voor explosievenopsporing (VEO) en van stichting VOMES.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 5
2.3 Wet geluidhinder In het kader van goede ruimtelijke ordening moet bij ontwikkelingen in de omgeving van drukke doorgaande wegen een zorgvuldige afweging met betrekking tot wegverkeerslawaai worden gemaakt. Daarnaast dienen eveneens de onderdelen vliegverkeer- en industrielawaai beschouwd worden. Wegverkeer De westelijk gelegen Mr. van Coothstraat ligt binnen een 50-km zone en is een verbindingsweg, waar doorgaand verkeer overheen rijd. Voor het project wordt nog een onderzoek uitgevoerd naar de gevelbelasting (21.432-FB.w-2). Uit dit onderzoek is gebleken dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB bij de nieuwbouwwoningen ten gevolge van verkeer op de Mr. van Coothstraat overschreden wordt op bijna alle gevels van blok 1 en blok 2. Alleen op de achtergevels wordt hieraan voldaan. geluidnota Oss In de geluidnota staat aangegeven dat de maximale ontheffingswaarde voor nieuwe woningen langs bestaande weg 63 dB bedraagt. Hieraan wordt voldaan. De woningen vervangen bestaande bebouwing. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden. De gemeente moet gevraagd worden om een procedure te starten voor het vaststellen van een hogere grenswaarde. Bij de vastgestelde geluidbelasting (excl. aftrek) van ten hoogste 66 dB wordt bij een minimale geluidwering van 33 dB voldaan aan de ten hoogste toegestaan binnenniveau van 33 dB. Dit is technisch uitvoerbaar.
Vliegverkeer De locatie ligt niet binnen de invloedsfeer een vliegveld en behoeft niet nader onderzocht te worden. Industrielawaai In het kader van een bestemmingsplanwijziging is een geluidonderzoek verricht. Met voorliggend onderzoek wordt aangetoond of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, waarbij enerzijds de bedrijfsvoering van het touringcarbedrijf aan de Valkweg 1 niet wordt belemmerd door de nieuwbouw en waarbij anderzijds ter hoogte van de nieuwbouwwoningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij nieuwbouwwoningen Uit de berekeningen blijkt dat zowel wat betreft het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau L Ar,LT als het maximaal geluidniveau LAmax ruim voldaan wordt aan de richtwaarden uit stap 2 van de VNGpublicatie. Daarmee is er ter plaatse van de nieuwbouwwoningen sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Belemmering bedrijfsvoering touringcarbedrijf door nieuwbouw Geconcludeerd kan worden dat het touringcarbedrijf door de nieuwbouwwoningen niet in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd. Ter hoogte van de nieuwbouwwoningen wordt ruim voldaan aan de standaard geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 6
2.4 Wet Luchtkwaliteit Van toepassing is de Wet luchtkwaliteit. Getoetst is of het project al ‘niet in betekenende mate’, bijdraagt aan de luchtkwaliteit, zoals gesteld in het Besluit ‘niet in betekenende mate’ (NIBM). Sinds 1 augustus 2009 is de Nationaal Samenwerking Luchtkwaliteit (NSL) van kracht. Hierin is opgenomen dat een project ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging als 3% van de jaargemiddeldegrenswaarde niet wordt overschreden. Voor de luchtkwaliteit maatgevende stoffen “fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2)”, komt dit overeen met een bijdrage aan de jaargemiddeldeconcentratie van 1,2 µg/m³. Voor ontwikkelingen die een NIBM-bijdrage leveren aan de concentratie luchtverontreinigende, stoffen vormt de Wet luchtkwaliteit geen belemmering. In de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen ” wordt aangegeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwplan op de luchtkwaliteit onder het begrip 'niet in betekenende mate' valt. De bijlage geeft een duidelijke grens aan voor een aantal gevallen. Zo geldt bij één ontsluitingsweg het aantal van 1.500 nieuwe woningen netto (vervanging van bestaande woningen geldt als bijdrageneutraal) of 100.000 m² kantoren. Met de drie nieuwe woningen zullen de verkeersbewegingen per dag beperkt toenemen.
Het initiatief heeft hierdoor een NIBM-bijdrage, zoals in de onderstaand tabel te zien is. Uitgaande van 5 woningen en een verkeersaantrekkende werking van 6 bewegingen per woning/kavel, resulteert dit in totaal 30 voertuigbewegingen. Tabel 2: NIBM berekening
In het kader van het NSL is door diverse bronbeheerders zoals gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat de Monitoringstool3 ingevoerd. Uit de resultaten van de Monitoringstool blijkt dat op meetpunten ten noorden van de locatie tot en met het jaar 2030 aan bovengenoemde grenswaarden (jaargemiddelde en overschrijdingsdagen) voor PM2.5, PM10 en NO2 wordt voldaan. De volgende afbeeldingen geven de resultaten van de monitoringstool voor de stoffen PM2.5, PM10 en NO2 voor het jaar 2030 weer.
3 https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 7
LOCATIE
Afbeelding 4 : concentraties NO2 (links), PM10 (midden) en PM2.5 (rechts) voor het jaar 2030
De vijf woningen hebben een beperkte verkeersaantrekkende werking tot gevolg, waardoor de luchtkwaliteit ter plaatse wordt beïnvloedt. Deze invloed is verwaarloosbaar. Conclusie Ter plaatse van de locatie is sprake van een lichte toename van verkeer, er heerst een goed woon/leefklimaat en vormt de luchtkwaliteit geen belemmering voor het initiatief.
2.5 Wet natuurbescherming gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuurnetwerk Brabant. Normaliter moet ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan met name om de stikstofdepositie. Conform de Wet natuurbescherming mag de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet toenemen. Er geldt dan ook een grenswaarde van 0,00 mol/hectare/jaar. De nieuwe woningen krijgen immers geen gasaansluiting en is de uitstoot van stikstofoxiden is daardoor sterk beperkt. Onderhavig planvoornemen ligt op circa 3,65 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Voor de ontwikkeling is een AERIUS berekening uitgevoerd (zie bijlage 1). Hieruit blijkt dat de stikstofdepositie voor onderhavig project 0,00 mol/ha/jaar is. Sinds 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering inwerking getreden. Als gevolg hiervan geldt er een partiële vrijstelling voor de bouwsector voor de vergunningplicht Wnb voor het aspect stikstof. Dit houdt in dat de tijdelijke gevolgen van de door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing worden gelaten bij de natuurvergunning. De gevolgen van de bouwfase hoeven daarom niet beoordeeld te worden
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 8
soortenbescherming Ten behoeve van de bescherming van zeldzame of kwetsbare planten en dieren is sinds 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming van kracht, welke de flora en faunawet vervangt. Door Inventarium is een quickscan (kenm. QS50654) uitgevoerd voor de planlocatie. Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Het terrein is nauwkeurig onderzocht op inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Er zijn geen (groeiplaatsen van) beschermde soorten aangetroffen. Wel dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar gebouwbewonende vleermuizen, gierzwaluw en huismus. Conclusie Het aspect natuur vormt geen planologische belemmering voor het project.
2.6 Archeologie en cultuurhistorie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de specifieke waarden van het plangebied.
2.6.1 Archeologie Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet (2016). In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Erfgoedwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat, waar nodig, die waarden veilig gesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. Gemeenten stellen, ter bescherming van mogelijk voorkomende archeologische waarden, een eigen beleid op, waarbij de kans op het aantreffen van archeologische resten in de bodem is weergegeven in een archeologische beleidskaart. Op deze kaart is de archeologische verwachting van gebieden vertaald naar beleidscategorieën waarvoor een ondergrens onderzoeksplicht geldt. Zoals te zien in de volgende figuur (IKAW3), is de locatie vanuit de archeologische beleidskaart gelegen in een gebied met een lage trefkans.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 9
LOCATIE
Afbeelding 5 : uitsnede IKAW3
(bron: cultureelerfgoed.nl)
bestemmingsplan ‘Twee kernen – 2018” is de locatie aangeduid als 'Waarde - Archeologie historische kern’, waarvoor een vergunningplicht geld bij een oppervlakte van 50 m² of meer en dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld. Deze dubbelbestemming dient behouden te blijven. Door Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie uit Amersfoort is een Programma van Eisen (PvE) opgesteld, voor de ruimtelijke procedure. Tussen de gemeente en initiatiefnemer is afgesproken dat na sloop van de huidige bebouwing een archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd voor het totale gebied. Het PvE is in bijlage 2 opgenomen. Indien onverhoopt tijdens werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen dan dienen deze terstond bij het bevoegd gezag te worden gemeld. Op basis van bovenstaande kan dus worden gesteld dat met de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling geen archeologische waarden worden geschaad.
2.6.2 Cultuurhistorie De Maaskant omvat een strook land tussen de Maas en de dekzandruggen die van ’s-Hertogenbosch naar Oss en vandaar naar het zuidoosten lopen. Bij Cuijk ligt de grens met deelgebied Maasvallei, in het westen vormt de Hoge Maasdijk de grens met deelgebied Langstraat. Het deelgebied Maaskant maakt deel uit van het Midden-Nederlandse rivierengebied. Stroomopwaarts van Cuijk ligt de Maas in het dal dat de rivier er de afgelopen duizenden jaren heeft uitgeslepen. Stroomafwaarts begint de delta van de beide grote rivieren, de Maas en de Rijn. In dit gebied zijn, ten noorden van de hogere zandgronden, in het Holoceen zavel, zand en klei afgezet. Voor Brabantse begrippen is het een tamelijk vlak gebied, waar subtiele hoogteverschillen voorkomen die het verschil hebben gemaakt tussen bewoonbare en niet bewoonbare gebieden. De hogere delen bestaan uit de oeverwallen van de Maas en oude rivierduinen, donken, die geïsoleerd te midden van jongere rivierafzettingen liggen.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 10
De oeverwallen van de historische dorpen, waaronder Lith, zijn cultuurhistorische blikvangers. De planlocatie bevindt zich niet aan de oeverwal, waardoor geen cultuurhistorische waarde wordt aangetast. Op en in de directe nabijheid van het perceel zijn geen monumentale of cultuurhistorische objecten op basis van het Erfgoedplan of de monumentlijst. Het project heeft geen effect op de bestaande cultuurhistorische waarden. Conclusie: Het initiatief leidt niet tot beïnvloeding van cultuurhistorische waarden.
2.7 Waterhuishouding ‘Waterbeheerplan 2022-2027’ Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd.
In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: • schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; • de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; • de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; • de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. ‘ Keur Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Aa en Maas. Door het waterschap is een aantal principes opgesteld, waaraan ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst. Per 26 maart 2021 geldt de Derde partiële herziening van de Keur 4. 4 Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 11
De gemeente Oss heeft de voorkeur voor alleen een DWA stelsel. Uitgangspunt hierbij is dat het afstromend regenwater (verharding en bebouwing) ter plaatse wordt verwerkt. Het plangebied is aan de Maas gelegen, de freatische grondwaterstand in het plangebied wordt beïnvloed door het peil van de Maas. De Maas is in dit gebied ongestuwd. Tijdens hoogwaterafvoeren van de Maas stijgt ook de grondwaterstand. De stijging van de grondwaterstand is afhankelijk van het waterpeil en de duur van de hoogwatergolf. Het grondwater reageert met enige vertraging op het stijgen en dalen van het waterpeil in de Maas. Hemelwater Het project omvat verdere verharding van het plangebied en is nog niet definitieve invulling van de terreininrichting (verharding) bekend. In de volgende tabel is vergelijk gemaakt van de huidige en toekomstige situatie, waarbij de situatietekening (werk. 202029-V01, 19-03-2021) is gehanteerd. Tabel 3 : overzicht
Omschrijving Bebouwing Verharding (globaal) Onverhard Totaal
Bestaand 460 m² 215 m² 873 m² 1.548 m²
Toekomstig 475 m² 330 m² 743 m² 1.548 m²
Met de realisatie van de nieuwe woningen, neemt het verhard oppervlak met ca. 130 m² toe. De eenvoudige rekenregel uit de Algemene regel (Artikel 15 Afvoer hemelwater door verhard oppervlak), behorend bij de keuren van de drie Brabantse waterschappen, is alleen van toepassing indien een toename van het verhard oppervlak tussen 500 m2 en maximaal 10.000 m2 aanwezig is. Nu dit niet het geval is, wordt door de gemeente Oss de eis gehanteerd om minimaal 10mm van het aangesloten verhard (dak) oppervlak te bergen op eigen terrein (ongeacht het type verharding). De benodigde compensatie voor de toename komt hierdoor op (805x0,01) 8,05 m³. Ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning, activiteit bouwen, zal een definitieve systeemkeuze en berekening overlegd dienen te worden. De toename bedraagt minder als 500m², waardoor geen overleg met het waterschap nodig is. Vanuit de stresstest komt het perceel ook als zeer kwetsbaar naar voren. Op het perceel is een pompput t.b.v. gemengde afvoer aanwezig. Deze is hier een jaar of 10 geleden door en op kosten van de gemeente geplaatst naar aanleiding van afvoerproblemen en blank staan van de woning. Om deze problemen te voorkomen, heeft de initiatiefnemer besloten om perceel op te hogen. Het bouwpeil komt daarmee op ten minste 15 cm boven de kruin van de weg te liggen.
Het terrein is ingemeten en in afbeelding 6 zijn de gemeten waarden gevisualiseerd en is het bouwpeil aangegeven. Ophoging zal geschieden middels zand, met een k-waarde van ten minst 1m/dag. Door de ophoging van het terrein wordt het hoogteverschil met de omliggende percelen opgeheven. De pompput en keerwanden zullen in overleg met gemeente en omwonenden worden verwijderd.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 12
Afbeelding 6 : Hoogtemeting plangebied
(bron: initiatiefnemer)
Waterberging dient aan de oppervlakte vorm gegeven te worden. Voorgesteld wordt om de groenstrook aan de zuidwestzijde van het plangebied (zie fig. 7) verdiept aan te leggen, waardoor een wadi van ca. 100 m² ontstaat met een diepte van 20cm. Hierdoor kan het regenwater ruimschoots aan de oppervlakte opgevangen worden en langzaam infiltreren. De brandgang wordt middels een drainageriolering naar een put geleidt, welke een overstort heeft op de te vormen wadi.
Afbeelding 7 : aanduiding Wadi
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 13
Doordat deze wadi een veel grotere inhoud heeft, dan de eerder berekende 8,05m³ is voldoende capaciteit beschikbaar op de langere termijn. Afvalwater In de openbare weg ten westen van het plangebied ligt het gemeentelijk rioolstelsel. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Met de ontwikkeling dient de aanwezige pompput te vervallen, door ophoging van het perceel, zodat de riolering van de nieuwe woningen rechtstreeks op het vrijvervalriool kunnen worden aangesloten. Conclusie De waterhuishouding behoeft de nodige aandacht, maar vormt geen belemmering voor het initiatief. Ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning, activiteit bouwen, zal een definitieve systeemkeuze en berekening overlegd dienen te worden.
2.8 Externe veiligheid Wet- en regelgeving Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico's die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen van personen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere LPG-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, vaarwegen) en buisleidingen (onder andere aardgas en brandbare vloeistoffen). De wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), de Structuurvisie buisleidingen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling basisnet. Voorts dient in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ (art. 3.1 Wro) ook getoetst te worden aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’. Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen.
Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken en onbeschermd) op een bepaalde plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit Risiconormering Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen, welke hieronder verder worden beschreven: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als richtwaarde.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 14
Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.
Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoorwegen, wegen en waterwegen (Bevt)
Wanneer Groepsverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen.5 Altijd wanneer binnen 200 meter afstand van de transportroute een ruimtelijk besluit wordt genomen.6
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico', dat overblijft nadat de benodigde veiligheid verhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Oss Een belangrijke reden voor de gemeente Oss om een integrale visie op externe veiligheid te formuleren is de door landelijke wetgeving opgelegde plicht tot het expliciet verantwoorden van veranderingen in de voor inwoners aanwezige risico’s. In de gemeente Oss heeft vrijwel iedere ruimtelijke verandering invloed op de aanwezige risico’s, zodat er bij vrijwel ieder ruimtelijk besluit aan deze plicht moet worden voldaan. Met de beleidsvisie externe veiligheid Oss7 kan de invulling van deze verantwoording worden gestroomlijnd en ad-hoc besluiten kunnen worden vermeden. De verantwoording is verder in deze paragraaf opgenomen, met betrekking tot de aanwezige risicobronnen.
5 Bij buisleidingen kan volstaan worden met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de
oriëntatiewaarde of 2) de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of 3) personen zich buiten de 100%letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. 6 Bij transportroutes kan volstaan worden met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of 2) het groepsrisico met niet meer dan 10%toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. 7 Beleidsvisie externe veiligheid Oss - maart 2011, revisie 6.4
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 15
Beschouwing risicobronnen Hieronder is een uitsnede opgenomen uit de risicokaart, waarin de ligging van het plangebied is aangeduid.
Figuur 8 : uitsnede risicokaart Nederland
Inrichtingen De planlocatie is niet gelegen binnen risicocontouren van risicobronnen. Transportroutes Ten noorden van het plangebied (ca. 650 m) is een waterweg gelegen, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Maascorridor De Maascorridor maakt onderdeel uit van het landelijke waterwegennet. De Maascorridor ligt op circa 650 m in noordelijke richting. Aangezien over deze route onder meer GT3-transporten plaatsvinden, bedraagt de breedte van het invloedsgebied 1.070 m. Het totale plangebied is daarmee binnen het invloedsgebied gelegen. Voor deze vaarroute is bevaarbaarheidsklasse 5 van toepassing. Volgens de vuistregels van de Handleiding Risicoanalyse Transportroutes (HART) geldt langs een vaarroute met bevaarbaarheidsklasse 5 dat het groepsrisico niet hoger is dan 10% van de oriëntatiewaarde. Een verantwoording van het groepsrisico is daarmee niet aan de orde. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over het water worden meegenomen in een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Volgens de Beleidsvisie externe veiligheid Oss dient kan hiervoor bij de standaardverantwoording worden aangehaakt. Buisleidingen Er zijn geen buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen met een risicocontour aanwezig, die van invloed is op het plangebied.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 16
Verantwoording groepsrisico Zoals hierboven al geconcludeerd dient bij een beperkte verantwoording groepsrisico aandacht te worden besteed aan transport van gevaarlijke stoffen over de Maascorridor. De onderdelen van de verantwoording groepsrisico vindt u hieronder. Het aantal aanwezige en te verwachten personen in het invloedgebied In de nieuwe situatie zal dit toenemen van 2 naar 5 gezinnen (ca. 10-15 personen). Het groepsrisico verandert hierdoor niet significant. Het groepsrisico voor en na vaststelling van het besluit Het groepsrisico van de Maascorridor bedraagt voor vaststelling van het bestemmingsplan minder dan 10% van de oriëntatiewaarde. Gezien er beperkte toename van het aantal personen wordt verwacht, zal dit niet leiden tot een significante toename van het groepsrisico. Het groepsrisico blijft onder de 10% van de oriëntatiewaarde. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van de ramp Voor dit onderdeel en het onderdeel zelfredzaamheid is advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Brabant Noord. De bestrijdbaarheid dient op twee aspecten te worden beoordeeld: 1. Is het rampscenario te bestrijden? 2. Is de omgeving voldoende ingericht om bestrijding te faciliteren? 1. Is het rampscenario te bestrijden? Gezien de afstand van het plangebied tot de Maascorridor (ca.
650 meter) is hiervoor het vrijkomen van een toxische wolk het maatgevende scenario. Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een ongeval de tankwagen lek raakt en een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Het scenario toxische wolk kan doorgaans bestreden worden door de gaswolk neer te slaan middels een waterscherm. In de omgeving van de locatie van de calamiteit is hiervoor echter onvoldoende bluswater aanwezig. De bestrijdbaarheid van dit scenario is dan ook matig te noemen. 2. Is de omgeving van het rampgebied voldoend ingericht om bestrijding te faciliteren? Het optreden van de brandweer zal zich in eerste instantie beperken tot het evacueren van mensen en het afzetten van het gevarengebied. Daarna zal worden overgegaan tot het beperken van de omvang van de calamiteit. Het rampgebied is vanaf meerdere zijden door de hulpdiensten te bereiken. In de directe omgeving van het rampgebied is echter voldoende bluswatervoorziening aanwezig. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote calamiteiten bij een incident te voorkomen.
De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting en zijn afhankelijk van het maatgevende scenario. De mogelijkheden t.a.v. zelfredzaamheid zijn goed. Er zijn geen aanwijzingen dat een groep niet of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied aanwezig (zullen) zijn. De aanwezigen zijn naar verwachting voldoende mobiel om zelfstandig te kunnen vluchten. Het aantal mensen in het plangebied is zeer beperkt.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 17
Behalve de vraag of zelfredzaamheid mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredzaamheid optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang dat het plangebied: 1. goed te alarmeren is; 2. goed te ontvluchten is; 3. goed te schuilen is. 1. Alarmering: Over het algemeen is in de gemeente Oss de WAS‐dekking op orde in de bebouwde kommen (zone III). Daarnaast kan in geval van een calamiteit NL-alert in worden gezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen. 2. Vluchtmogelijkheden: Binnen het plangebied zijn voldoende vluchtwegen van de risicobronnen af. 3. Schuilen: Bij een toxische wolk is schuilen het beste handelingsperspectief. Nieuwbouw van gebouwen is als gevolg van de eisen in het Bouwbesluit doorgaans goed geïsoleerd en beschikt over een uitschakelbare mechanische ventilatie. Het schuilen kan hierdoor effectief plaatsvinden. Conclusie De planlocatie ligt binnen het invloedgebied van de Maascorridor. Het groepsrisico is beperkt verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht.
De volgende overwegingen spelen daarbij een rol: • Het groepsrisico ter plaatse neemt door het plan slechts marginaal toe; • Binnen het plangebied zijn alleen zelfredzame personen aanwezig. Er zijn derhalve geen belemmeringen ten aanzien van het aspect externe veiligheid voor het plan.
2.9 Geurhinder veehouderijen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met milieuhinder van bedrijven in de directe omgeving van het plangebied. In het bestemmingsplan zijn geen 'nieuwe' agrarische activiteiten mogelijk. Wel worden met het plan nieuwe geurgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Het wettelijk kader voor de beoordeling van geurhinder vanwege veehouderijen bestaat uit de Wet geurhinder en veehouderij, de gemeentelijk verordening geurhinder en veehouderij 2016 en de beleidsregel geur en ruimtelijke plannen 2016. Het plan mag niet leiden tot een onevenredige belemmering van veehouderijen in de omgeving en het woon- en leefklimaat moet aanvaardbaar zijn. In de geurverordening heeft de gemeente Oss, is voor de bebouwde kom van Lith een norm van 2 ouE/m³ opgenomen (zie afbeelding 8). De nieuwe woningen brengen hier geen wijziging in en is aannemelijk dat de aanwezige veehouderijen niet onevenredig worden beperkt door dit project.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 18
Afbeelding 9: Kaart Geurnormen Verordening 2017
(bron: gemeente Oss)
Op basis van de uitsnede achtergrondbelasting van juni 2021 (zie afb. 9) blijkt dat de ontwikkeling niet belemmerd wordt door agrarische geur. Op basis van de uitsnede worden gesteld dat er geen agrarische bedrijven op korte afstand liggen en er dus ook geen verwachting is dat de geurnorm (voorgrondbelasting) zal worden overschreden. Het is aannemelijk dat ter plaatse een goed woon en leefklimaat heerst.
Afbeelding 10: fragment achtergrondbelasting (juni 2021)
(bron: gemeente Oss)
Conclusie Vanuit het deelaspect geurhinder zijn geen belemmeringen aanwezig voor het initiatief.
2.10 Volksgezondheid De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan vind hierna plaats.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 19
Veehouderijen Stap 1 Endotoxine Uit VGO onderzoek is gebleken dat zich rond veehouderijen verhoogde gezondheidsrisico’s voordoen. De Gezondheidsraad adviseert een norm van 30 EU/m 3 voor endotoxine om omwonenden tegen te hoge concentraties te beschermen. Bij pluimveebedrijven en varkenshouderijen kan relevante emissie plaatsvinden. Op basis van de uitstoot van fijn stof kan worden geschat op welke afstand van een bedrijf deze norm wordt overschreden. In de omgeving van het plangebied bevinden zich bedrijven die mogelijk relevant zijn. In onderstaande tabel is een toetsing voor deze bedrijven uitgevoerd. In de omgeving van het plangebied bevinden zich veehouderijen die mogelijk relevant zijn. In onderstaande tabel is een toetsing voor deze bedrijven uitgevoerd. Tabel 5: vergunde fijnstofemissie
Adres Platerstraat 3
Bedrijfstype
Vergunning
varkens
20-06-2014
Emissie fijnstof 372 kg/jr
Afstand advieswaarde 125m
Feitelijk afstand 750m
Uit vergelijking van de werkelijke afstanden met de afstanden advieswaarde volgt dat er geen overschrijding van de adviesnorm van 30 EU/m³ optreedt ter plaatse van het plangebied. Stap 2 Emissies Er is geen sprake van een ontwikkeling bij een veehouderij. Stap 2 is niet van toepassing. Stap 3a Geur (wettelijk kader) De maximale achtergrondbelasting op de toekomstige woningen binnen het plangebied bedraagt <5 ouE /m³. Stap 3b Geur (gezondheidskundig) De voor- en/of achtergrondgeurbelasting is in het gebied hoger dan de odour-unit waarden uit het onderzoek van Geelen et al. (2015), zoals in de onderstaande tabel is weergegeven.
Uit afbeelding 9 kan worden gesteld dat wordt voldaan aan de gezondheidskundige normen. Stap 4 Gecombineerde bedrijven Direct rondom het plangebied liggen geen (actieve) gecombineerde bedrijven. Stap 4 is niet van toepassing.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 20
Stap 5a Geitenhouderijen Uit het aanvullende VGO rapport blijkt dat gemiddeld over de onderzoeksjaren 2009 - 2013 een 29% verhoogde kans op longontsteking bestaat voor mensen die rondom een geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5 – 2 km. Het provinciaal verbod op het uitbreiden van het bestaand oppervlakte dierenverblijf (staloppervlak) voor geiten dient te voorkomen dat (nieuwe of grotere) knelpunten ontstaan vanwege de volksgezondheid rond geitenhouderijen, die later met veel inspanning en kosten moeten worden weggenomen. Beoordeling geitenhouderijen Het VGO-onderzoek is uitgevoerd voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten op het bedrijf. Binnen de 2 kilometer van de planlocatie is één geitenhouderij aanwezig, met een vergunning voor 2.400 (opfok)geiten. Deze ligt op ca. 1 km ten oosten van de planlocatie, zoals in afbeelding 10 is weergegeven.
Afbeelding 11: fragment overzicht geitenhouderijen (met 2 km-zones)
(bron: ruimtelijkeplannen)
De gemeente Oss heeft op 5 maart 2020 het ‘Parapluplan Geitenhouderijen – 2019’ vastgesteld, waarin de uitbreiding van de geitenhouderij is verboden. 5b. Pluimveebedrijven Binnen een afstand van 1 kilometer zijn geen pluimveebedrijven gevestigd. Stap 5b is niet van toepassing. 5c. Overige veehouderijen: De locatie ligt binnen de bebouwde kom. In de nabijheid zijn geen andere veehouderijen gelegen. 6. Mestverwerking Er is geen sprake van mestbe- of ververwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit bij de omliggende (agrarische) bedrijven, die van invloed zijn op de ontwikkeling.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 21
7. Lokale beleving Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. De toekomstige bewoners zullen actief geïnformeerd moeten worden, zodat ze een bewuste keuze kunnen maken. Uit het stappenplan volgt (stap 5a) dat een advies van de GGD nodig is. De gemeente Oss dient hierin een afweging te maken. De gemeente Oss heeft op 5 maart 2020 het ‘Parapluplan Geitenhouderijen – 2019’ vastgesteld, waarin de uitbreiding van de geitenhouderij is verboden. Er is dus geen aanleiding om niet uit te gaan van een aanvaardbaar gezondheidsrisico. De ontwikkeling is namelijk gericht op zelfredzame groepen en niet actief op kwetsbare groepen. Overige aspecten Spuitzone In de directe nabijheid van de op te richten woningen is geen sprake van bomenteelt of hiermee te vergelijken activiteiten. Er is voor het plan geen sprake van een aanwezige spuitzone. Hoogspanningslijnen In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen hoogspanningslijnen. Gezien de afstand van de hoogspanningsleidingen tot het plangebied (ca. 0,9 km), heeft dit geen invloed op de ontwikkeling en leidt dit niet tot een belemmering. Conclusie: Er is geen sprake van een belemmering voor de ontwikkeling c.q. schade voor de volksgezondheid van de toekomstige bewoners op dit aspect.
2.11 Mer-beoordeling Mer-beoordeling De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject is een activiteit als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De realisatie van drie extra woningen is een stedelijke ontwikkeling, maar niet in de zin van het Besluit m.e.r. Uit jurisprudentie blijkt namelijk dat het antwoord op de vraag of sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. afhangt van de concrete omstandigheden van het geval (ABRvS 11 maart 2020, uitspraak 201901464/1/R1). Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Uit eerdere jurisprudentie (ABRvS 27 mei 2015, uitspraak 201404713/1/R3) blijkt dat voor nieuwvestiging van 95 woningen geen m.e.r.-beoordeling nodig is
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A pagina: 22
3 Conclusie Uit de toetsing van de verschillende milieuaspecten, met betrekking tot het realiseren van vijf woningen, blijkt dat milieutechnisch oogpunt geen belemmeringen te verwachten zijn.
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A Bijlage - 1 -
BIJLAGE 1 Aeriusberekening
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
BVH projectontwikkeling bv (vh. Blouww BV) Mr. van Coothstraat 12, 5397LL Lith 21.432- Mr. van Coothstraat 12, Lith Toetsing plan
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RsQeo19jQtnB 15 maart 2022, 16:28 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2022
Situatie 1 - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 0,2 kg/j
Hoogste depositie Hexagon Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
RsQeo19jQtnB (15 maart 2022)
Emissie NOx 12,2 kg/j Gebied
2/6
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 3 Anders... | Anders... | Plan; Ontwikkeling; 2-onder-1 kap
Emissie NH3 Emissie NOx 4,3 kg/j
4 Anders... | Anders... | Plan; Ontwikkeling; hoekwoning
-
3,7 kg/j
5 Anders... | Anders... | Plan; Ontwikkeling; tussenwoning
-
1,6 kg/j
0,2 kg/j
2,7 kg/j
Verkeersnetwerk
RsQeo19jQtnB (15 maart 2022)
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RsQeo19jQtnB (15 maart 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
RsQeo19jQtnB (15 maart 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2022 3 Anders... | Anders... Naam Plan; Ontwikkeling; Uittreedhoogte 2-onder-1 kap Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie
3,0 m 0,035 MW
NOx
4,3 kg/j
3,0 m 0,035 MW
NOx
3,7 kg/j
3,0 m 0,035 MW
NOx
1,6 kg/j
4 Anders... | Anders... Naam Plan; Ontwikkeling; Uittreedhoogte hoekwoning Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie
5 Anders... | Anders... Naam Plan; Ontwikkeling; Uittreedhoogte tussenwoning Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RsQeo19jQtnB (15 maart 2022)
6/6
datum: 28-6-2022 Kenmerk: 21.432-WRO.03A Bijlage - 2 -
BIJLAGE 2 Programma van Eisen (archeologie)
Plangebied Mr. Van Coothstraat 12 te Lith, gemeente Oss Programma van Eisen ten behoeve van Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven
Rapportnummer
V2206
Projectnummer
V21-4886
ISSN
1573-9406
Status en versie
Definitief, versie 2.0
In opdracht van
BVH Projectontwikkeling BV
Auteur
W.J. Weerheijm, N. Schoute en C.W. Koot
Plaats en datum
Amersfoort, 12 april 2022
Gecontroleerd door Geaccordeerd door
C.W. Koot Gemeente Oss
d.d. 12 april 2022 d.d.
Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia BV. Vestigia BV Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort telefoon 033 277 92 00 info@vestigia.nl
V21-4886: Programma van Eisen ten behoeve van Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven voor plangebied Mr. Van Coothstraat 12 te Lith, gemeente Oss.
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding..................................................................................................................................................... 3 Algemene gegevens .......................................................................................................................... 3 Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie ........................................................................................ 3 Programma van Eisen ............................................................................................................................... 5 Aanleiding en motivering van het onderzoek ................................................................................... 5 Resultaten van het tot dusver uitgevoerde onderzoek .................................................................... 6 Archeologische verwachting ............................................................................................................. 6 Doelstelling en vraagstelling ........................................................................................................... 12 Veldwerk .........................................................................................................................................
13 Analyse en rapportage .................................................................................................................... 15 Conservering en deponering .......................................................................................................... 17 Eindproduct: rapport, documentatie.............................................................................................. 17 Randvoorwaarden, planning en termijnen ..................................................................................... 18 Wijzigingen t.o.v. vastgestelde PvE................................................................................................. 19 Bronmateriaal en bijlagen .............................................................................................................. 20
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2206, versie 2.0, d.d. 12 april 2022
2
V21-4886: Programma van Eisen ten behoeve van Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven voor plangebied Mr. Van Coothstraat 12 te Lith, gemeente Oss.
1
Inleiding Algemene gegevens
BVH Projectontwikkeling BV is betrokken bij de herontwikkeling van een plangebied net aan de rand van de historische kern van Lith, aan de Mr. Van Coothstraat 12 (Kaart 1 achterin PvE). Hier zal de bestaande bebouwing worden gesloopt waarna vijf nieuwbouwwoningen zullen worden gebouwd. De woningen krijgen geen kelders, maar de wijze van funderen is nog onbekend (palen of op staal). Het plangebied ligt volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart in een zone met een vastgestelde archeologische waarde (historische kern). Hierbinnen geldt dat archeologisch monumentenzorg-onderzoek noodzakelijk is bij grondingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 0,30 m -mv. Volgens het vigerende bestemmingsplan Twee Kernen (2018) ligt het plangebied in een zone met een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie historische kern’. Voor deze categorie geldt dat ingrepen groter dan 50,00 m2 en dieper dan 0,30 m -mv onderzoeksplichtig zijn. Het voorgenomen plan beslaat een groter oppervlak en de grondverstoring zal dieper zijn dan 0,30 m -mv. Ten behoeve van de geplande ontwikkeling is in het kader van de wijziging van het bestemmingsplan (en latere omgevingsvergunning) nog geen archeologisch bureau- en/of een verkennend booronderzoek opgesteld. Aangezien de grondingrepen voor de fundering en bouwkuipen dieper zullen reiken dan 0,3 m mv (gewoonlijk tot ca.