Bijlage 1D Bijlagen bij toelichting BP Haagstraat 3-5 Oss - 2023.PDF
Tekst van het document
6
Als de stikstofdepositie in de beoogde situatie hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar, dan is een verdere inhoudelijke beoordeling van de te verwachten stikstofdepositie noodzakelijk. Het is dan mogelijk om toestemming te krijgen op basis van intern of extern salderen. Voor extern salderen geldt een vergunningplicht omdat van de beoogde activiteit op zichzelf negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Met salderen wordt inzichtelijk gemaakt of in de beoogde situatie sprake is van een stikstoftoename met significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. Of sprake is van een significante toename van de stikstofdepositie hangt af van de toegestane depositie in de referentiesituatie.
2.4.
Referentiesituatie
Wanneer sprake is van de wijziging of uitbreiding van een bestaande activiteit, gelden voor projecten de volgende referentiesituaties[1], een: - vigerende vergunning die verleend is op basis van de Wet natuurbescherming; - vigerende vergunning die verleend is op basis van de Natuurbeschermingswet 1998; - vigerende omgevingsvergunning die verleend is op basis van de Wabo met een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) op grond van één van de twee hierboven genoemde wetten; - tracébesluit, wegaanpassingsbesluit of kavelbesluit waaraan een passende beoordeling is gekoppeld; - (milieu-)toestemming op de Europese referentiedatum, zie afbeelding 3.
Afbeelding 3. Stappenplan voor het bepalen van de referentiesituatie[1]
Van een (planologisch) plan, zoals een bestemmingsplan of omgevingsplan, is de huidige feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie de referentiesituatie.
2.5.
Wet stikstofreductie en natuurverbetering
Door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2022 is bouwvrijstelling, die onderdeel was van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering, komen te vervallen. Voor ieder plan of project dient ook de aanlegfase (bouwfase) weer doorgerekend te worden. 1
Handreiking intern en extern salderen; https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/09/Handreiking-intern-extern-salderen-en-verleasen22092020.pdf
Stikstofdepositieonderzoek Haagstraat 3-5 in Oss Datum: 8 mei 2023 ; Referentie: Milon.20221212.v02
7
3.
REKENONDERZOEK
De voor stikstof relevante bronnen voor de aanlegfase en gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling worden hieronder toegelicht.
3.1.
Uitgangspunten aanlegfase
De aanlegfase, bestaande uit de realisatie van 1 vrijstaande woning, zal niet langer dan 1 jaar duren. De NOx- en NH3-emissies zijn dan met name afkomstig van de inzet van mobiele werktuigen en (bouw-)verkeer.
3.1.1.
Mobiele werktuigen
Aangezien de ontwikkeling zich nog in de planfase bevindt en nog geen aannemer(s) bekend zijn, is nog niet bekend welke diesel-, benzine of lpg aangedreven (mobiele) werktuigen in de aanlegfase ingezet zullen worden bij de bouw van de woningen. Daarmee is ook over dieselverbruik, bedrijfstijden, bouwjaar en vermogen van de werktuigen geen specifieke informatie beschikbaar. De hoeveelheid NOx- en NH3-emissies die vrijkomen bij de bouwwerkzaamheden zijn bepaald gebruik makend van kentallen opgesteld door adviesbureaus TAUW en De Roever. De kentallen zijn gebaseerd op de werkelijke inzet van mobiele werktuigen en vrachtverkeer bij een groot aantal woningbouwprojecten. Voor de omrekening van inzet van mobiele werktuigen naar emissies is de AUB rekenmethode (AdBlue, Uren, Brandstof) van TNO aangehouden. Dit is sinds AERIUS versie 2021 de voorgeschreven rekenmethode voor de berekening van emissies van mobiele werktuigen. Bijlage I geeft meer informatie over de gehanteerde kentallen en methodiek. Voor de bouw van grondgebonden woningen zijn de volgende kentallen beschikbaar: 2,6 kg NOx en 0,11 kg NH3 per woning. Deze kentallen gelden echter voor woningbouwprojecten van 10 tot 100 woningen. Voor kleine projecten kunnen de kentallen een onderschatting zijn en daarom is worst-case een opslagfactor van een factor 2 aangehouden.
Dit geeft een totale hoeveelheid emissie die vrijkomt bij de realisatie van het plan aan Haagstraat in Oss met 1 vrijstaande woning van 5,2 kg * 1 = 5,2 kg NOx en 0,22 kg * 1 = 0,22 kg NH3 voor de gehele aanlegfase. De mobiele werktuigen zullen actief zijn op de bouwlocatie en daar rondrijden. Daarom zijn de emissies gemodelleerd als vlakbron gelijk aan de planlocatie. De vlakbron is in AERIUS gemodelleerd als bron van de sectorgroep ‘Anders’. Voor de uittreedhoogte en de spreiding is 4 meter ingevuld en voor de warmte-inhoud 0 MW. De temporele variatie is ‘standaard profiel industrie’. Dit zijn de waarden voor mobiele werktuigen voor de bouw en industrie[2].
2
Zie Handboek ‘Werken met AERIUS Calculator 2021.2’
Stikstofdepositieonderzoek Haagstraat 3-5 in Oss Datum: 8 mei 2023 ; Referentie: Milon.20221212.v02
8
3.1.2.
Bouwverkeer
Vervoer van personeel van en naar de locatie vindt plaats met bestelbusjes en/of personenauto’s. Materieel wordt aangevoerd middels vrachtwagens. Het aantal ritten van vrachtwagens en personenauto’s/bestelbusjes is een inschatting van adviesbureaus TAUW en De Roever op basis van informatie van vergelijkbare woningbouwprojecten. Tabel 1 geeft het aantal voertuigen en voertuigbewegingen voor de gehele aanlegfase. Tabel 1. Aantal voertuigbewegingen gedurende de aanlegfase
Type voertuig Per te realiseren woning Personenauto’s en bestelbussen Vrachtwagens Voor totale woningbouwplan Personenauto’s en bestelbussen Vrachtwagens
Totaal aantal ritten
Totaal aantal vervoersbewegingen[3]
65 25
130 50
65 25
130 50
De voertuigbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbron met licht en zwaar (vracht)verkeer met de actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. De vrachtwagenbewegingen zijn in AERIUS worst-case allemaal gemodelleerd als ‘zwaar vrachtverkeer’. Er is uitgegaan van een weg buiten de bebouwde kom met 10% stagnatie. Het manoeuvreren en stationair draaien van het vrachtverkeer is ondervangen door een extra rijlijn op het terrein van de bouwlocatie met 100% stagnatie. Het verkeer is gemodelleerd tot het punt waarop de voertuigen in het heersende verkeersbeeld van de openbare weg zijn opgenomen. Het verkeer gaat vanaf het plangebied via Haagstraat, Willibrordusweg en Brierstraat naar Nieuwe Hescheweg. Op de Nieuwe Hescheweg heeft het verkeer zich verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en is het dus opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is overeenkomstig de verkeersgegevens van het NSL, zie afbeelding 4.
3
Het aantal voertuigbewegingen is het aantal ritten maal twee; een voertuig rijdt heen en terug naar de locatie.
Stikstofdepositieonderzoek Haagstraat 3-5 in Oss Datum: 8 mei 2023 ; Referentie: Milon.20221212.v02
9
Afbeelding 4. Verkeersgegevens NSL met de verkeersintensiteit van het met rood gemarkeerde wegvak (Nieuwe Hescheweg). De ligging van het plangebied is met rood omcirkeld.
Stikstofdepositieonderzoek Haagstraat 3-5 in Oss Datum: 8 mei 2023 ; Referentie: Milon.20221212.v02
10
3.2.
Uitganspunten gebruiksfase
In de beoogde situatie is de woning in gebruik. De NOx- en NH3-emissies worden enkel veroorzaakt door verkeersbewegingen.
3.2.1.
Verkeer
Met betrekking tot het verkeer dat in de gebruiksfase kan worden toegerekend aan de woning is uitgegaan van gegevens uit de ASVV 2021 van kennisplatform CROW[4]. Er is uitgegaan van de ligging ‘buitengebied’ in de gemeente Oss (‘matig stedelijk’). Hierbij is de functie ‘koop, huis, vrijstaand’ aangehouden voor de vrijstaande woning. Voor dit type woning wordt uitgegaan van de verkeersaantallen zoals genoemd in tabel 2. Tabel 2. Verkeersgeneratie per woning, ASVV 2021 CROW
Koop, huis, vrijstaand Matig stedelijk
Buitengebied minimaal 7,8
maximaal 8,6
Voor één vrijstaande woning is de maximale (worst-case) verkeersgeneratie 8,6 voertuigbewegingen per etmaal. Het plan voorziet in de realisatie van 1 vrijstaande woning. De verkeersgeneratie voor deze woning komt daarmee naar boven afgerond uit op 8,6 vtb/etmaal * 1 = 9 lichte voertuigbewegingen per etmaal. Daarnaast is nog eens rekening gehouden met 8 voertuigbewegingen zwaar vrachtverkeer per maand (wekelijks één vuilniswagen die het plangebied aandoet). De voertuigbewegingen zijn gemodelleerd met dezelfde lijnbron als in de aanlegfase. Het gaat hierbij om licht en zwaar (vracht)verkeer met de actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. Er is uitgegaan van een weg binnen de bebouwde kom met 10% stagnatie. Het manoeuvreren en stationair draaien van de vrachtwagens is ondervangen door een extra lijnbron op het terrein van het plangebied met 100% stagnatie.
3.2.2.
Stookinstallaties
De woning zal gasloos worden gerealiseerd en wordt opgeleverd zonder haard en rookgaskanaal. Als gevolg daarvan zal geen stikstofemissie plaatsvinden door het stoken van stookinstallaties.
4
Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom (ASVV), CROW, 2021
Stikstofdepositieonderzoek Haagstraat 3-5 in Oss Datum: 8 mei 2023 ; Referentie: Milon.20221212.v02
11
3.3.
Berekeningswijze
De stikstofdepositie door de gewenste activiteiten op de Natura 2000-gebieden is berekend met AERIUS Calculator (2022). Er zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd met de emissies als gevolg van de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de berekening van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase is als rekenjaar worst-case 2023 gekozen. De rekenresultaten en de ingevoerde gegevens van de berekeningen zijn te vinden in bijlage II en III.
Stikstofdepositieonderzoek Haagstraat 3-5 in Oss Datum: 8 mei 2023 ; Referentie: Milon.20221212.v02
12
4.
CONCLUSIES
In dit stikstofdepositieonderzoek is voor de aanlegfase en gebruiksfase van het plan aan Haagstraat 3-5 in Oss de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de relevante Natura 2000-gebieden berekend. Uit de berekeningen blijkt dat in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is dus geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Het aspect stikstofdepositie vormt dus geen belemmering voor het plan.
Stikstofdepositieonderzoek Haagstraat 3-5 in Oss Datum: 8 mei 2023 ; Referentie: Milon.20221212.v02
13
BIJLAGE I.
METHODIEK KENTALLEN AANLEGFASE WONINGBOUW
De in dit onderzoek gehanteerde emissiekentallen voor de bouwwerkzaamheden van grondgebonden woningen en appartementen zijn afgeleid van gedetailleerde gegevens van de werkelijke inzet van mobiele werktuigen en vrachtverkeer bij enkele tientallen woningbouwprojecten. Zowel de realisatie van grondgebonden woningen als van appartementen zijn ruim vertegenwoordigd in deze dataset. Bij sommige projecten werden ook panden gesloopt, daarvoor is een apart emissiekental beschikbaar. Inbegrepen bij de kentallen is het bouwrijp maken van het terrein, de aanleg van kabels en leidingen, het bouwen van de woningen en de aanleg van het openbaar gebied (bestrating, groen, etc.). De beschouwde woningbouwprojecten zijn projecten die in het westen van Nederland zijn gerealiseerd. Daarom maken heiwerkzaamheden vaak onderdeel uit van de aanlegfase. Dit maakt de kentallen ‘robuust realistisch’, aangezien heien op hogere (zand)gronden meestal niet nodig is. Uit het type werktuigen, het dieselverbruik en het aantal draaiuren volgen de NOx en NH3 emissies die vrijkomen bij de bouwwerkzaamheden. Hierbij is de AUB rekenmethode (AdBlue, Uren, Brandstof) van TNO aangehouden[5]. Dit is sinds AERIUS versie 2021 de voorgeschreven rekenmethode voor de berekening van emissies van mobiele werktuigen. De in tabel B1 gegeven kentallen gelden voor woningbouwprojecten van 10 tot 100 woningen.
Voor grotere projecten zal de emissie per woning lager liggen, maar kunnen deze kentallen worst-case wel worden aangehouden. Voor kleine projecten kunnen de kentallen een onderschatting zijn. Veiligheidshalve kan dan een opslagfactor van een factor 2 worden aangehouden. Tabel B1. Kentallen aanlegfase voor woningen en appartementen
Bouwwerkzaamheden woning Bouwwerkzaamheden appartement Sloopwerkzaamheden nodig voor realisatie van een nieuwbouwwoning/-appartement
Kg NOx per woning/appartement 2,6 1,7 0,8
Kg NH3 per woning/appartement 0,11 0,07 0,03
Voor het bepalen van de emissiekentallen is uitgegaan van de inzet van diesel aangedreven STAGE IV klasse werktuigen met als bouwjaar 2014. Ook dit is een robuust realistische aanname. In de huidige praktijk zijn de in te zetten werktuigen vaak al nieuwer en dus schoner. Ook worden soms al elektrische werktuigen ingezet welke emissieloos zijn. Conform de AUB rekenmethode is 6% AdBlue van het dieselverbruik aangehouden, wat standaard is voor STAGE IV en V-klasse werktuigen met een vermogen tussen 56 en 560 kW.
5
TNO-rapport TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, 10 december 2021
Stikstofdepositieonderzoek Haagstraat 3-5 in Oss Datum: 8 mei 2023 ; Referentie: Milon.20221212.v02
14
BIJLAGE II.
AERIUS BEREKENING AANLEG
Stikstofdepositieonderzoek Haagstraat 3-5 in Oss Datum: 8 mei 2023 ; Referentie: Milon.20221212.v02
15
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
de Roever Omgevingsadvies Haagstraat, - Oss Bouwplan Haagstraat Oss Woningbouwplan Haagstraat te Oss dat voorziet in de realisatie van 1 vrijstaande koopwoning. AERIUS-berekening van de aanlegfase.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RzGPnKjVMFh1 08 mei 2023, 12:08 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RzGPnKjVMFh1 (08 mei 2023)
2023 -
0,2 kg/j
5,7 kg/j
2/7
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 2
Anders... | Anders... | Plangebied Anders... | Anders... | Aanleg woning Verkeersnetwerk
RzGPnKjVMFh1 (08 mei 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,2 kg/j 12,1 g/j
5,2 kg/j 0,5 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RzGPnKjVMFh1 (08 mei 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RzGPnKjVMFh1 (08 mei 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar 2023 1
Anders... | Anders...
Naam Plangebied Uittreedhoogte Locatie X:165506,89 Warmteinhoud Y:417396,14 Spreiding Oppervlakte 1,68 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Anders... | Anders...
Naam Aanleg woning Uittreedhoogte Locatie X:165506,89 Warmteinhoud Y:417396,14 Spreiding Oppervlakte 1,68 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie 3
Verkeer aanlegfase X:165507,81 Y:417116,71 1.292,62 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
NOₓ NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Stagnatie vrachtverkeer X:165511,59 Y:417352,64 705,33 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
130,0 p/jaar 0,0 p/jaar 50,0 p/jaar 0,0 p/jaar
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
5,2 kg/j 0,2 kg/j
Voertuigbewegingen
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
RzGPnKjVMFh1 (08 mei 2023)
4,0 m 0,000 MW 4m
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
4
0,0 m 0,000 MW 0m
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Voertuigbewegingen
0,0 p/jaar 0,0 p/jaar 50,0 p/jaar 0,0 p/jaar
0,3 kg/j 77,6 g/j 9,6 g/j
In file
10,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %
0,2 kg/j 70,0 g/j 2,5 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %
6/7
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RzGPnKjVMFh1 (08 mei 2023)
7/7
BIJLAGE III.
AERIUS-BEREKENING GEBRUIK
Stikstofdepositieonderzoek Haagstraat 3-5 in Oss Datum: 8 mei 2023 ; Referentie: Milon.20221212.v02
16
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
de Roever Omgevingsadvies Haagstraat, - Oss Bouwplan Haagstraat Oss Woningbouwplan Haagstraat te Oss dat voorziet in de realisatie van 1 vrijstaande koopwoning. AERIUS-berekening van de gebruiksfase.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RtQrEqX1mAYc 08 mei 2023, 12:08 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RtQrEqX1mAYc (08 mei 2023)
2023 -
0,1 kg/j
1,8 kg/j
2/7
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1
Anders... | Anders... | Plangebied Verkeersnetwerk
RtQrEqX1mAYc (08 mei 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,1 kg/j
1,8 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RtQrEqX1mAYc (08 mei 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RtQrEqX1mAYc (08 mei 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1
Anders... | Anders...
Naam Plangebied Uittreedhoogte Locatie X:165506,89 Warmteinhoud Y:417396,14 Spreiding Oppervlakte 1,68 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeer gebruiksfase X:165507,81 Y:417116,71 1.292,61 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
0,0 m 0,000 MW 0m
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Stagnatie vrachtverkeer X:165511,59 Y:417352,64 705,35 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
-
9,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/maand 0,0 p/maand 8,0 p/maand 0,0 p/maand
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
-
Voertuigbewegingen
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Voertuigbewegingen
0,0 p/maand 0,0 p/maand 8,0 p/maand 0,0 p/maand
1,3 kg/j 0,3 kg/j 0,1 kg/j
In file
10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %
0,4 kg/j 0,1 kg/j 4,8 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. RtQrEqX1mAYc (08 mei 2023)
6/7
Projectberekening
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RtQrEqX1mAYc (08 mei 2023)
7/7
Bijlage 4
- Watertoets
Watertoets ter plaatse van Haagstraat 3-5 te Oss
Titel Opdrachtgever Adviesbureau
Watertoets ter plaatse van Haagstraat 3-5 te Oss
Initiatiefnemer
MILON bv Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel
Titel:
watertoets ter plaatse van Haagstraat 3-5 te Oss
Status:
Definitief
Datum:
3 oktober 2022
Opdrachtgever:
Initiatiefnemer
Projectnummer: Auteur: Projectleider: Telefoonnummer: E-mail: Website:
Thomas van Engelen ing. Job Tijssen 073-5477253 info@milon.nl/thomas@milon.nl www.milon.nl
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv. Op al onze leveringen en diensten zijn de RVOI-2001 en de algemene aanvullende voorwaarden van MILON bv van toepassing. Beide sets algemene voorwaarden zijn te raadplegen en te downloaden via www.milon.nl/algemene-voorwaarden. MILON bv is gecertificeerd conform ISO 9001 en VCA**, voldoet aan niveau 3 op de CO2 prestatieladder en is erkend door het ministerie van IenW voor: ▪ BRL SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen”, protocol 1001, 1002 en 1003; ▪ BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001, 2002, 2003 en 2018; ▪ BRL SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” en protocol 6001 (processturing en verificatie).
Inhoudsopgave 1. Inleiding .............................................................................................................................................. 1 1.1. Opdrachtverlening ............................................................................................................. 1 1.2. Aanleiding ............................................................................................................................. 1 1.3. Doel ......................................................................................................................................... 1 1.4. Betrouwbaarheid ................................................................................................................ 1 2. Onderzoekslocatie .......................................................................................................................... 2 2.1. Locatiegegevens ................................................................................................................. 2 2.2. Ruimtelijk plan of voornemen ....................................................................................... 3 3. Beleid watertoets…………………………………………………………………………………………………...4 3.1. Rijksoverheid ........................................................................................................................ 4 3.2.
Provinciaal beleid ............................................................................................................... 5 3.3. Waterschapsbeleid ............................................................................................................ 6 3.4. Gemeentelijk beleid .......................................................................................................... 8 4. Waterhuishouding ........................................................................................................................ 10 4.1. Geohydrologie ................................................................................................................... 11 4.2 Overige aspecten ............................................................................................................. 12 5. Wateradvies ..................................................................................................................................... 13 5.1 Bevoegd gezag.................................................................................................................. 13 5.2 Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening ............................................. 13 6. Uitgangspunten en randvoorwaarden .................................................................................. 14 7.
Samenvatting en conclusies ...................................................................................................... 15
Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie 2. Beoogd bouwvlak 3. Boorprofielen verkennend bomdeonderzoek Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
1.
Inleiding
1.1.
Opdrachtverlening
Op 15 december 2021 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van de initiatiefnemer, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Haagstraat 3-5 te Oss. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.
1.2.
Aanleiding
De initiatiefnemer is voornemens om aan de Haagstraat ongenummerd (tussen 3 en 5) te Oss een woonhuis met bijgebouw te bouwen.
1.3.
Doel
De watertoets heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.
1.4.
Betrouwbaarheid
Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Pagina 1 van de 15
2.
Onderzoekslocatie
2.1.
Locatiegegevens
De locatie is gelegen aan de Haagstraat, tussen nummer 3 en 5 te Oss. Kadastraal is het perceel bekend als gemeente Oss, sectie M, nummer 627. De Haagstraat bestaat deels uit een zandpad als ontsluiting van Haagstraat 5. De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 620 m2. Op het terrein is in de huidige situatie een voerplaat en een schuur aanwezig. In figuur 1 en 2 zijn overzichtsfoto’s van de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuren 1 en 2: Overzichtsfoto’s onderzoekslocatie. (Bron: Dolmans)
In figuur 3 wordt een luchtfoto van de onderzoekslocatie getoond.
Figuur 3: Ligging onderzoekslocatie (Bron: Google Maps)
Pagina 2 van de 15
Overig terrein en omgeving Het plangebied is gelegen in de groenbuffer tussen de dorpskernen Oss en Heesch. De nabije omgeving kenmerkt zich door een kleinschalig overwegend agrarisch landschap omringd door bosgebieden. Percelen worden afgebakend met houtsingels en op diverse plekken staan solitaire ‘landschapsbomen’ die vaak de hoekpunten van kavelgrenzen aanduiden. Voormalig gebruik plaatse van het te onderzoeken terreindeel is voor zover bekend altijd sprake geweest van agrarisch gebruik (wei- of akkerbouwland). Voor de opslag van kuilvoer en hooi zijn begin jaren negentig een schuurtje en kuilvoerplaat geplaatst. Op het perceel hebben, voor zover bekend, geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd is geraakt. De locatie valt net buiten de contour van de voormalige stortplaats WilpertslaanNB2350903.
2.2.
Ruimtelijk plan of voornemen
De initiatiefnemer is voornemens om aan de Haagstraat ongenummerd (tussen 3 en 5) te Oss een woonhuis met bijgebouw te bouwen. De grootte en locatie van de woning is bij het opstellen van de watertoets nog niet bekend. Derhalve is voor de bepaling van het verhard oppervlak gebruik wordt gemaakt van gemiddelde maatvoeringen. Het RVO rekent in het rapport: Referentiewoning EPC 0,4 gemiddeld 164 m2 bebouwd oppervlak voor een vrijstaande woning. Daarnaast wordt ingeschat dat 20% van de overgebleven uitgeefbare grond verhard wordt voor de aanleg van een oprit en eventuele terrassen en bijgebouwen. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Tabel 1. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)
Toekomstig m2 (circa)
Bebouwing
40
164
Verhard + evt. bijgebouwen
60
91
Totaal verhard perceel
100
255
Totaal perceel
620
620
De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 155 m2.
Pagina 3 van de 15
3.
Beleid watertoets
De wetgeving en het beleidskader spelen een belangrijke rol in het doorlopen van de watertoetsprocedure. Uit de beleidsstukken van de overheden blijkt welke eisen en wensen ze hebben en welk belang ze hebben bij een goed beheersbaar watersysteem.
3.1.
Rijksoverheid
Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet.
In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: • Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; • Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant.
In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies.
Pagina 4 van de 15
Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022-2027 om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterprogramma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Belangrijke punten uit het nationaal waterprogramma zijn: • Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); • Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's.
Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: • het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; • verbetering van de waterkwaliteit.
3.2.
Provinciaal beleid
Regionaal Water en Bodem Programma Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 (RWP) is de strategische basis voor het Brabantse water- en bodembeleid en -beheer voor de korte en de lange termijn, rekening houdend met Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen, duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 integreert de milieu- en de wateropgave. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. De ambitie van het RWP luidt: ‘Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem en is bestand tegen extremen’. Om deze ambitie te bereiken werkt het RWP 5 beleidsopgaven uit: 1. Voldoende water (o.a. Europese KRW-doelen); 2. Schoon water (o.a. Europese KRW-doelen); 3. Waterveiligheid; 4. Vitale bodem; 5. Klimaatadaptatie
Pagina 5 van de 15
Interim Omgevingsverordening De Interim Omgevingsverordening vervangt onder meer de Verordening ruimte, Verordening water en Provinciale milieuverordening. In de Interim Omgevingsverordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Zo zijn er de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in opgenomen en worden gebieden aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging. Deze gebieden worden ingezet om wateroverlast uit regionale watersystemen (beken, waterlopen) tegen te gaan. Voorts zijn normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Ook zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen worden beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning. Verordening water Noord-Brabant In de Provinciale verordening water Noord-Brabant heeft de provincie normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming.
Provinciale milieuverordening Noord-Brabant (PMV) In de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010 (PMV) zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen wordt beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning.
3.3.
Waterschapsbeleid
Waterbeheerplan 2022-2027 Het waterbeheerprogramma beschrijft de doelen van Waterschap Aa en Maas voor de periode 20222027. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterprogramma, het Regionaal Water en Bodem Programma en het Stroomgebiedsbeheerplan. Het waterbeheerprogramma komt voort uit afspraken in de Omgevingswet. Er worden thema’s uitgewerkt zoals klimaat en de inrichting van de ruimte en economische activiteiten. Met het Waterbeheerprogramma werkt het waterschap samen met andere organisaties aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterbeheer. Dat waterbeheer draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. Om dit te bereiken heeft het waterschap de volgende drie programma’s uitgewerkt 1. Waterveiligheid: Door in de programmaperiode de dijken te versterken en te onderhouden, zorgt het waterschap ervoor dat de dijken voldoen aan de normen. De komende jaren staan er enkele dijkverbeteringsprojecten op het programma. Maar aandacht voor dijken alleen is niet voldoende. Ook de ruimtelijke inrichting van Midden- en West-Brabant en adequaat optreden als zich een crisis voordoet (crisisbeheersing) zijn bepalend voor het beperken van overstromingsrisico’s. 2.
Klimaatbestendig en gezond watersysteem: Met het waterbeheer richt het waterschap zich voor een belangrijk deel op het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering (klimaatbestending). Maar ook op het beperken van die gevolgen. Pagina 6 van de 15
Samenwerking, een slimme inrichting van de openbare ruimte en het stimuleren van burgers en bedrijven zijn ingrediënten van de aanpak. 3. Schoon water: De komende jaren werkt het waterschap samen met alle partners aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Bij alle zuiveringen optimaliseert het waterschap de processen. Het neemt maatregelen gericht op extra zuivering op stoffen in het water zoals stifstof en fosfor als bijdrage aan het halen van de KRW-doelen (Kaderrichtlijn Water) in het oppervlaktewater (water in sloten en beken) Samen met andere partijen zet het waterschap in op een bronaanpak zodat minder medicijnresten en andere probleemstoffen in het afvalwater terecht komen. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: • schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; • de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; • de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; • de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen.
Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur Waterschap Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel 2015 De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben nieuwe waterregels vastgesteld. De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder Keurontheffing geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een ontheffing bij het waterschap moet worden gevraagd. De Keur van het waterschap is enkel van toepassing wanneer direct wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam in beheer en eigendom van het waterschap. De Keur is een verordening waarin staat wat wel en niet mag rond watergangen, dijken en grondwater. Voor veel zaken hoeven burgers en bedrijven geen vergunning meer aan te vragen. Een melding aan het waterschap volstaat. Alle ingrepen welke een grote impact hebben op belangrijke watergangen en keringen blijven vergunningplichtig.
Vanaf 1 maart 2015 geldt de nieuwe keur in de drie waterschappen. Het doel van de regels is om de wateraanvoer en waterafvoer te waarborgen, Noord-Brabant te beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van droogte te beperken. In de Keur is een Algemene Regel is een gevoeligheidsfactor opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: ¼, ½ en 1. Het is gezien het globale karakter van de toets Pagina 7 van de 15
niet zinvol hier meer detail in aan te brengen. Welke gevoeligheidsfactor van toepassing is, kan worden afgelezen van de Kaart Algemene Regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 (De gevoeligheidsfactoren worden alleen bij de Algemene Regel toegepast. Bij de toepassing van de Beleidsregel (vergunningen) wordt niet gewerkt met een gevoeligheidsfactor maar wordt maatwerk geleverd om de retentie-eis te bepalen.). Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 Maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. De beleidsterm ‘hydrologisch neutraal’ heeft dan ook vooral betrekking op het zo veel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd.
De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg hebben: • Er is geen (onvertraagd) toename van de waterafvoer op de rand van het plangebied; • Er mogen geen veranderingen van oppervlaktewaterstanden optreden op de grens van het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn); • Er mag geen overlast optreden door extreme neerslag gebeurtenissen. De voorkeursvolgorde bij het nemen van maatregelen tegen wateroverlast gaan uit van het principe water vasthouden dan wel hergebruiken, water bergen en als laatste pas water afvoeren. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De grenswaarde in de algemene regels voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak is aangepast van 2.000 m2 naar 500 m2.
3.4.
Gemeentelijk beleid
Voor het water heeft de gemeente binnen de bebouwde omgeving de zorgplicht voor overtollig hemelwater, afvalwater en grondwater. Daarnaast is zij verantwoordelijk voor het beheer van de overige, niet-primaire watergangen welke tot haar eigendom behoren. De gemeente Oss en het waterschap Aa en Maas hebben het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan opgesteld (vGRP+), genaamd het (afval)watersysteem op orde houden. De naam: (afval)watersysteem op orde houden, geeft al aan dat de gemeente Oss het waterbeheer goed op orde heeft. De volgende aandachtspunten heeft Oss opgesteld om de taken m.b.t. de waterhuishouding ook in de toekomst op orde te houden. -
Duurzame instandhouding van het systeem waarbij beperking van overlast en schade voorop staat. Afstromen water lokaal afkoppelen of anders niet laten mengen met het afvalwater. Lokaal vasthouden van hemelwater draagt bij aan een gezonde leefomgeving, Pagina 8 van de 15
-
-
-
duurzaam omgaan met water en opvang van klimaatverandering. Samenwerking in de regio met gemeenten en waterschap en het drinkwaterbedrijf ten gunste van kostenverlaging, kwaliteitsverbetering, kennisdeling en vermindering van kwetsbaarheid. Duurzaam waterbeheer door geen gebruik meer te maken van chemische middelen die water en bodem kunnen verontreiniging als ook chemievrije toepassingen beschikbaar zijn. Integraal beheer en onderhoud in de gemeente gebiedsgericht benaderen en een goede samenwerking hierin bewerkstelligen met het waterschap. Overdrachtspunten actualiseren tussen de gemeente en het waterschap zodat er een duidelijk onderscheid ontstaat tussen riolering en zuivering met daarbij horende verantwoordelijkheden.
Pagina 9 van de 15
4.
Waterhuishouding
Om de waterbelangen in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben heeft het waterschap de Watertoets ontwikkeld. In het kader van het watertoetsproces worden hierbij de relevante en beschikbare wateraspecten bekeken.
4.1.
Geohydrologie
Regionale bodemopbouw De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van 8,8 m+NAP. Op figuur 5 is te zien dat er geen noemenswaardig hoogteverschil aanwezig is op de onderzoekslocatie.
8,8 m
Figuur 4: Hoogteverschil onderzoekslocatie (bron: Ahn)
De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit DINOloket. Vanaf maaiveld tot circa 2 m-mv is er een matig doorlatende deklaag aanwezig, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind (formatie van Boxtel). Onder deze deklaag tot circa 8 m-mv bevindt zich een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen (formatie van Kreftenheye). Ook deze zandlagen worden opgevolgd met andere zandlagen respectievelijk de formatie van beegden en de formatie van Pelze. Door het ontbreken van kleilagen wordt aangenomen dat de infiltratiecapaciteit plaatselijk hoog is. Informatie over mogelijk aanwezige leemlagen is onbekend. Pagina 10 van de 15
Geohydrologie Naar opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Kwel en infiltratie In de digitale Wateratlas is te herleiden dat de locatie zich in een infiltratiegebied bevindt. Oppervlaktewater in de omgeving Uit de waterkaart van waterschap Aa en Maas is gebleken dat ten zuidwesten van de onderzoekslocatie een B-watergang is gelegen.
B watergang
Regenwater en overige neerslag Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Oss. Hemelwater dat op de onderzoekslocatie valt infiltreert in de bodem via de onverharde terreindelen. Voor zover bekend is er geen sprake van wateroverlast op en in de omgeving van de onderzoekslocatie Gemiddelde grondwaterstand In de digitale Wateratlas van provincie Noord-Brabant is de gemiddelde grondwaterstand aangegeven door middel van zogenaamde grondwatertrappen. De locatie bevindt zich in grondwatertrap VI (40-80 cm meer dan 120 cm, conform indeling provincie Noord-Brabant). De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) wordt aangegeven op 0,6-0,8 m-mv. De gemiddeld laagste grondwaterstand wordt aangegeven op 1,8-2,0 m-mv.
Pagina 11 van de 15
4.2
Overige aspecten
Afvalwater Binnen het plangebied komt in de huidige situatie geen afvalwater vrij. Voor het toekomstig woonhuis zal derhalve nieuwe riolering aangelegd moeten worden. De gemeente Oss geeft de initiatiefnemer het vrijblijvende advies om een minigemaal aan te leggen om aan te kunnen sluiten op de aanwezige persleiding. Zij geven verder aan dat de kosten voor de aanleg van deze voorziening zijn voor de aanvrager. Bodemkwaliteit In opdracht van Dhr. D.J.W. van den Heuvel heeft Van Oort Bodemonderzoek BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Haagstraat (ong) te Oss. Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. In de bovengrond zijn analytisch licht verhoogde gehalten met PAK, cadmium en PCB aangetoond. In de ondergrond zijn analytisch licht verhoogde gehalten met koper, PAK en DDD (som) aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium, chroom en kopen aangetroffen. De resultaten van het bodemononderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.
Pagina 12 van de 15
5.
Wateradvies
5.1
Bevoegd gezag
Volgens het beleid van waterschap Aa en Maas dient, in bepaalde gevallen, de benodigde compensatie te worden berekend.
5.2
Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening
De initiatiefnemer is voornemens om aan de Haagstraat ongenummerd (tussen 3 en 5) te Oss een woonhuis met bijgebouw te bouwen. Huidige m2 (circa)
Toekomstig m2 (circa)
Bebouwing
40
164
Verhard + evt. bijgebouwen
60
91
Totaal verhard perceel
100
255
Totaal perceel
620
620
De ontwikkeling op de onderzoekslocatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 155 m2. Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Voor het toekomstige verhard oppervlak wordt de vereiste compensatie berekend door het toekomstige verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m) en met de plaatselijke gevoeligheidsfactor (1). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). De benodigde compensatie bedraagt 9 m3 (155 m2 x 0,06 x 1). Gezien het verhard oppervlak op de onderzoekslocatie beperkt toeneemt en hemelwater voldoende ruimte heeft om te kunnen infiltreren worden additionele infiltratie- en/of bergingsvoorzieningen niet nodig geacht. Omdat de locatie zich in het buitengebied bevindt dient al het hemelwater op eigen terrein verwerkt te worden.
Pagina 13 van de 15
6.
Uitgangspunten en randvoorwaarden
Hierna worden de overige uitgangspunten aangegeven voor de infiltratie- of bergingsvoorziening. Wateroverlast Om wateroverlast op de locatie en de omgeving te voorkomen moet men rekening houden met: ▪ het afstromende hemelwater wordt zoveel mogelijk oppervlakkig (bovengronds) naar de infiltratie- of bergingsvoorziening afgevoerd; ▪ wateroverlast ter plaatse van de toekomstige bebouwing wordt mede voorkomen door een drempelhoogte van enkele decimeters boven maaiveld. Hemelwater zal zo in geen geval de panden instromen; ▪ indien wenselijk dient een overstortvoorziening naar het riool of oppervlaktewater opgenomen te worden om overlast te voorkomen tijdens extreem weer. Milieuhygiënische voorwaarden Om neerslag die van de daken en overige verharde oppervlakken afstroomt te mogen infiltreren/bergen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: ▪ vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBomaatregelen); ▪ neerslag van (afgekoppelde) verhardingen zoals opritten en/of terrassen bij woningen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
Bij de communicatie met de toekomstige bewoners van het plangebied moet duidelijk worden gewezen op de risico’s van het toepassen van chemicaliën en dergelijke, en de gevolgen van het niet naleven van deze regels; ▪ het is nooit toegestaan afvalwater in de bodem te infiltreren of via infiltratievoorzieningen in de bodem te lozen. Onderhoud en vervuiling Om de werking van de infiltratievoorziening in stand te houden dient men rekening te houden met: ▪ het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Het is niet wenselijk tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout en dergelijke gladheidbestrijdingsmiddelen op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan zand zijn; ▪ Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat bv. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming).
Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool(DWA-riool) moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd. ▪ het is aan te bevelen de kwaliteit van de te lozen neerslag (in de loop van de tijd) te monitoren.
Pagina 14 van de 15