Bijlage 1A Toelichting BP Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel.PDF
Tekst van het document
Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. In de Structuurvisie is opgenomen dat een belangrijke opgave is om het woningaanbod op peil te houden. Er zullen voldoende nieuwe woningen moeten worden toegevoegd om te kunnen voldoen aan de behoefte vanuit de huidige en toekomstige inwoners. Hierbij gaat het niet alleen over de aantallen te bouwen woningen (kwantiteit) maar ook steeds meer over de kwaliteit.
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 28 van 83 4 juli 2022
Met onderhavig initiatief worden twee agrarische bedrijven en één opslagbedrijf beëindigd. Daarvoor in de plaats worden woningen gerealiseerd waar een grote behoefte aan blijkt de komende jaren in Brabant. Het beëindigen van de ongewenste bedrijvigheid in een woonkern, het wijzigen van de betreffende bestemmingen naar een woonbestemming en het oprichten van drie woningen past binnen de Structuurvisie Oss 2020 omdat het, al is het maar op kleine schaal, bijdraagt aan de forse provinciale woningbouwopgave. 4.4.2 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied.
Dit moet resulteren in: Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit De bovenstaande doelstellingen worden door vertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: -
Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Primair agrarisch gebied
Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 29 van 83 4 juli 2022
bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking. Het gebied waarin het plangebied is gelegen wordt in de structuurvisie aangeduid als ‘oeverwal’. De oeverwal is een hoger gelegen rug in het landschap en ligt hoog en droog, binnendijks op enige afstand van de rivier de Maas. De oeverwal heeft een kleinschalig en halfopen tot besloten karakter. Verdichting van bestaande bebouwingslinten met bebouwing is incidenteel mogelijk. Doorzichten tussen bebouwing dienen hierbij voldoende gehandhaafd te blijven. Doorwerking plangebied Onderhavig initiatief voorziet in het beëindigen van ongewenste bedrijvigheid in de kern ’t Wild. De betreffende bestemmingen worden daarbij gewijzigd in een woonbestemming en ter compensatie worden drie nieuwe woningen opgericht. Bij alle drie de locaties vindt sloop van bebouwing plaats. Met de sloop vindt een aanzienlijke ontstening plaats. De ontstening draagt bij aan de openheid van de omgeving en zorgt voor meer doorzichten vanuit de kern naar het open buitengebied. Derhalve past het initiatief binnen de Structuurvisie Buitengebied Oss.
4.4.3 Woonvisie Gemeente Oss 2020 De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. Wonen is in beginsel een stedelijke functie en hoort in de stad Oss en de andere kernen van de gemeente thuis. Door sterk te sturen op inbreiding en herstructurering wordt de stedelijke structuur versterkt en (onnodige) verstening van het buitengebied tegen gegaan.
Doorwerking plangebied Het initiatief voorziet in het beëindigen van niet langer gewenste bedrijvigheid in de woonkern ’t Wild. In de kern wordt een (voormalig) agrarisch bedrijf, een intensieve veehouderij en een opslagbedrijf beëindigd en daarbij worden alle drie de bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoningen. Ter compensatie van de sanering van de intensieve veehouderij worden twee nieuwe woningen opgericht en ter compensatie van de beëindiging van het opslagbedrijf wordt één nieuwe woning opgericht. Een woonfunctie wordt beter passend geacht in de omgeving. Daarnaast is met het oprichten van de woningen sprake van inbreiding aangezien de woningen worden opgericht in een bestaand lint. Het initiatief is passen binnen de woonvisie van de gemeente Oss.
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 30 van 83 4 juli 2022
4.4.4 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss sinds 2012 de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, actualisatie 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte, ontwikkelingen en de prognoses. Enkele uitgangspunten van PFM Wonen Oss zijn: Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie.
Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. De omvang van de woningbouwopgave is afgeleid van de prognose van de provincie Noord-Brabant. De meest recente prognose is van mei 2017 en geeft een bandbreedte voor de opgave: Laag (autonome opgave woningvoorraad vanuit bevolkingsprognose) en hoog (autonome opgave + inlopen huidige tekorten). We richten ons voor de komende 10 jaarsperiode op de opgave op basis van de hoge prognose. Dit is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied - landelijk gebied).
Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus, Oss als woongemeente versterken. Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies.
1
Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018,
het Regionale Woningmarktonderzoek (2019).
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 31 van 83 4 juli 2022
Verantwoording Wonen Doorwerking plangebied Alle delen van het plangebied liggen in de kern ’t Wild aan de Wildseweg. ’t Wild valt in de PFM Wonen Oss onder het landelijk gebied. Voor het landelijk gebied is opgenomen dat in alle kernen ruimte is voor kleinschalige toevoegingen, die een aanvulling vormen op de aanwezige woningvoorraad en aansluiten op de behoefte of herontwikkeling van bestaande bebouwing. Met onderhavig initiatief wordt ongewenste bedrijvigheid in de kern beëindigd en ter compensatie worden in totaal drie woningen opgericht, wat is aan te merken als een kleinschalige toevoeging. De woningen zijn onderdeel van een algehele transformatie en herontwikkeling van de locaties, gericht op de algehele verbetering van het woon- en leefklimaat in de kern. Voor deze ontwikkeling is het woonbeleid niet doorslaggevend maar de bepalingen van de meerwaarde en ruimtelijke kwaliteit van de samenhangende ontwikkeling. Het initiatief is passend in de PFM Wonen Oss. Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw aan de Wildseweg 2 en 4 vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen en zoals voorgeschreven vanuit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (zie paragraaf 4.1.2). Het plan In totaal worden drie nieuwe woningen toegevoegd aan de gemeentelijke woningvoorraad.
De capaciteiten voor woningbouw in dit bestemmingsplan is afgewogen en beoordeeld volgens de systematiek van Portefeuillemanagement Wonen Oss (PFM Wonen). Met het PFM Wonen wordt zowel kwantitatief als kwalitatief sturing gegeven aan het totale woningbouwprogramma van de gemeente Oss. De behoefte aan woningen Conform de provinciale Interim Omgevingsverordening en de bestuurlijke afspraken in het Regionaal Overleg Noordoost Brabant (RO NOB) is de meest actuele provinciale prognose de richtlijn voor de gemeentelijke woningbouwplanning- en programmering. De prognose van de provincie is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de bevolking en huishoudens per gemeente. Hieruit is de verwachte behoefte aan woningen afgeleid. Daarbij wordt een bandbreedte gehanteerd. Variant ‘Hoog’ gaat uit van het inlopen van de huidige tekorten, in variant ‘Laag’ blijft deze verhouding constant. De meest actuele provinciale woningbehoefteprognose is van mei 2017. Op basis daarvan heeft RO NOB regionale afspraken gemaakt in het regionaal perspectief wonen (geactualiseerd op 28 november 2019. Onder andere zijn afspraken gemaakt over de maximale programmering van woningen. Daarbij richten de gemeenten zich op een woningbouwprogramma van maximaal 100% harde plancapaciteit in verhouding tot de woningbehoefte voor de komende 10 jaar.
Een lagere harde plancapaciteit is wenselijk om meer flexibiliteit in de planontwikkeling te houden, onder andere om invulling te geven aan de opgave vanuit de transformatie van leegkomende gebouwen. Voor de periode 2019 tot en met 2028 bedraagt de maximale programmering voor de gehele gemeente Oss ongeveer 4.400 woningen, exclusief vervangende nieuwbouw. In onderstaande tabel is de bandbreedte van de woningbehoefte afgezet tegen de plancapaciteit van de gemeente Oss. Tabel 3. Bandbreedte toevoeging woningen gemeente Oss
Periode
Prognose hoog 2019
2019 t/m 2023 2.402 2024 t/m 2028 1.955 Totaal 4.357 *PFM Oss, januari 2019
Prognose laag 2019
Totale Capaciteit*
Waarvan harde Capaciteit*
1.777 1.551 3.287
2.348 554 2.902
1.490 338 1.728
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 32 van 83 4 juli 2022
De totale capaciteit in woningbouwplannen voor de hele gemeente Oss tot en met 2028 bedraagt bijna 3.000 woningen (actualisatie 2019). Dit is zowel de harde capaciteit (juridisch bindend) als woningen die zijn opgenomen in zogenaamde zachte plannen. De zachte plannen variëren van bijna rijp tot groen: van uitgewerkte en concrete plannen tot eerste ideeën. Ook alle bekende mogelijkheden voor herontwikkeling of transformatie van bestaande bebouwing zijn hierin opgenomen (inventarisatie januari 2019). Daarmee is de woningbouwprogrammering van Oss ook nadrukkelijk gericht op benutten van de mogelijkheden voor transformatie van leegkomende gebouwen of herontwikkeling van gebieden. Ook het onderhavige plan voor de woningbouw in Lith, met ongeveer 15 woningen is al opgenomen in de geïnventariseerde capaciteit. De harde plancapaciteit2 voor woningen in de gemeente Oss is per 1 januari 2019 ongeveer 1.730 woningen. Aanvullend is de harde capaciteit in de loop van 2019 met ongeveer 340 woningen vergroot in verschillende procedures3. Met de toevoeging van 15 woningen in dit bestemmingsplan blijft het totaal van de aldus berekende harde capaciteit voor woningen voor de hele gemeente Oss tot 2029 binnen de kaders van de regionale afspraken voor nieuwbouw4. De woningbehoefte in het dorpencluster Lith Het plangebied ligt in de kern ’t Wild.
De kern behoort samen met de kernen Lith, Maren-Kessel, Lithoijen, Ooijen, Maren, Kessel en Teeffelen tot het dorpencluster Lith. De provinciale woningbouwprognose is doorberekend naar de verschillende gebiedsdelen van Oss (systematiek PFM Wonen Oss, 2019). Onderstaande tabel geeft de behoefte en capaciteiten voor woningen in het dorpencluster Lith weer. De drie woningen van plangebied zijn al opgenomen in de capaciteiten. Uit het overzicht blijkt dat deze woningen qua omvang passen in de bandbreedte van de behoefte van het cluster Lith. Tabel 4. Bandbreedte toevoeging woningen cluster Lith 2019 t/m 2028
Periode 2019 t/m 2023 2024 t/m 2028 Totaal 2019 t/m 2028
Prognose hoog 2019 143 108 250
Prognose laag 2019 106 83 189
Capaciteiten 164 89 253
Ook in kwalitatieve zin voldoen de nieuwe woningen aan de behoefte. Bij de doorrekening van de woningbehoefte is door Oss ook een indicatieve raming gemaakt van de behoefte aan verschillende kwaliteiten (PFM Wonen Oss 2019). Hierbij is een onderscheid gemaakt naar woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. De indicatieve raming is gebaseerd op recente woningmarktonderzoeken en ontwikkelingen in de woningmarkt van Oss en de regio (zie paragraaf 4.4.4). Hierbij is ook rekening gehouden met de wisselwerking met de bestaande woningvoorraad en de behoefte vanuit de verschillende doelgroepen (starters, gezinnen, ouderen, inkomensklassen e.d.). Zoals in veel dorpen bestaat de woningvoorraad ook in ‘t Wild vooral uit vrijstaande grondgebonden koopwoningen. Voor de komende periode wordt een toenemende behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens en ouderen voorzien, als gevolg van vergrijzing van de samenleving en gezinsverdunning. In
2
Harde capaciteit: woningen opgenomen in onherroepelijke of vastgestelde bestemmingsplannen, of woningen
waarvoor bouwvergunning is verleend 3
Het betreft bestemmingsplan Schaafdries, de Kolk, Ravenstein (37 woningen); omgevingsvergunning voor Klooster Verdistraat
(ombouw klooster, max. 80 appartementen), ontwerp bestemmingsplan Oijense Zij-Noord (220 woningen); 4
totale harde capaciteit woningbouw: 1.730 plus 355 woningen = ca. 2.085 woningen; maximale programmering volgens regionale
afspraken: 4.357 woningen, exclusief vervangende nieuwbouw
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 33 van 83 4 juli 2022
de kwalitatieve raming is dit vertaald naar een toenemende behoefte aan appartementen of levensloopbestendige woningen. Ook is er sprake van een blijvende behoefte aan goedkopere woningen, zowel koop als huur. Dit is onder andere het gevolg van veranderde regels voor financiering, de beperking van de toegang tot de sociale sector, extramuralisering en de toenemende behoefte aan kleinere woningen. In onderstaande figuren is de indicatieve behoefte voor het landelijke cluster weergegeven. Het programma voor Wildseweg 1-2-4, met 3 grondgebonden woningen, is al opgenomen in de capaciteiten.
Afbeelding 15.Verwachte behoefte aan appartementen, levensloopbestendige woningen en grondgebondenwoningen binnen de cluster Lith.
Het onderhavige plan betreft het toevoegen van drie vrijstaande grondgebonden woningen in de kern ’t Wild. In Oss is een tekort aan (kleine) grondgebonden koopwoningen. De focus in de gemeente Oss ligt dan ook niet alleen op appartementen en levensloopbestendige woningen maar ook op grondgebonden koopwoningen. Met dit plan wordt voorzien in de behoefte aan grondgebonden koopwoningen in de kern ‘t Wild. De conclusie is dan ook dat de beoogde woning aan de Wildseweg en de beoogde woningen aan de Leeuwkesgraaf aansluiten bij de behoefte aan toekomstbestendige en duurzame woonmilieus in ’t Wild. En daarmee voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en aansluit bij de Woonagenda van provincie, regio en de gemeente Oss. 4.4.5 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: -
bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht.
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 34 van 83 4 juli 2022
In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd. 4.4.6 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten.
Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage opgenomen bij de regels. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Aan de Wildseweg 1 wordt een voormalig agrarisch bedrijf gesaneerd. Op deze locatie blijven de reeds aanwezige woning, loods en schuren behouden.
De loods en schuren blijven in de nieuwe situatie in gebruik als stalling voor de marktwagen en dagopslag van groenten en fruit. De activiteiten voor een bedrijf aan huis op deze locatie is derhalve uitgebreid naar 415 m2. Dit is ook vastgelegd op de verbeelding en in de regels door het opnemen van de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouw oppervlak: 415 m2’. Aan de Wildseweg 2 worden op korte termijn de milieutoestemming voor het houden van vee ingetrokken, een aanzienlijk deel van de stallen gesloopt en de daarbij behorende verharding verwijderd. Met de sanering worden alle bedrijfsgebouwen gesloopt met uitzondering van de meest westelijk en oostelijk gelegen stallen. Het voornemen bestaan om de stallen te behouden voor het uitoefenen van lichte vormen van bedrijvigheid. De activiteiten voor een bedrijf aan huis op deze locatie is derhalve uitgebreid naar 590 m2 (ter plaatse van de huidige woning) en .470 m2 (ter plaatse van de nieuwe woning). Dit is ook vastgelegd op de verbeelding en in de regels door het opnemen van de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bebouw oppervlak: 590 m2’ en ‘maximum bebouw oppervlak: 470 m2’.
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 35 van 83 4 juli 2022
Hoofstuk 5.
5.1
Omgevingsaspecten
Landschap
5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: -
Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug
Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Het gebied waarin het plangebied is gelegen wordt aangeduid als ‘Oeverwal’. Het karakter van de oeverwal is kleinschalig en halfopen tot besloten. Het verkavelingspatroon is blokvormig en overwegend regelmatig. De bebouwing is veelal geconcentreerd in de kernen en in bebouwingslinten. De bebouwing, beplantingselementen en het grondgebruik bepalen in dit gebied de maat van de ruimte. Doorwerking plangebied Met onderhavig initiatief worden twee agrarische bedrijven en één opslagbedrijf beëindigd. Bij twee van de drie delen van het plangebied vindt sloop van bebouwing plaats. Ter compensatie van de bedrijfsbeëindiging en de sloop worden drie nieuwe woningen opgericht. Echter er vindt meer sloop plaats dan dat nieuwe bebouwing wordt opgericht. Met het initiatief vindt dan ook een aanzienlijke ontstening plaats. De ontstening draagt bij aan de openheid van de omgeving en zorgt voor meer doorzichten vanuit de kern naar het open buitengebied.
5.2
Natuur
5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk.
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 36 van 83 4 juli 2022
Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.2.2
Groen en natuur/biodiversiteit
Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020. De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: -
Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'.
Routekaart Groen, Blauw en Natuur In deze nota is aangegeven dat de gemeente Oss de natuur en de biodiversiteit wilt verbeteren door in te zetten op een gemeentelijk natuurnetwerk, aanvullend op het provinciaal netwerk. Het landschap en de ontstaans- geschiedenis van de gemeente Oss vormen daarbij de basis. Daarbij onderscheidt de gemeente vijf gebieden die ook in de Natuur- en Landschapsvisie worden genoemd. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist.
De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. 5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden.
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 37 van 83 4 juli 2022
Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Hoewel er geen directe relatie lag en ligt tussen een bestemmingsplan en de PAS, is het sneuvelen van de PAS ook voor RO en bestemmingsplannen van belang, met name ook door de aandacht voor stikstof. Tot nu toe werd als ondergrens waaronder je geen Natuurvergunning nodig had (0,05 Mol/ha) ook in de RO vaak gebruikt om aan te tonen dat stikstof geen probleem was voor de voorgenomen planontwikkeling. Flora en fauna In de Wet natuurbescherming zijn dier- en plantsoorten beschermd tegen nadelige effecten van menselijk handelen. Indien de gesteldheid van beschermde dieren of planten wordt aangetast dienen er mogelijk maatregelen te worden genomen.
Wildseweg 1 De Wildseweg 1 is reeds bebouwd met een bedrijfswoning en bedrijfsbebouwing en voorzien van erfverharding. Het plangebied is dan ook voor het grootste deel verhard en al voorzien van bedrijfsgebouwen. Gezien de ligging van dit deel van het plangebied in de bebouwde kom van ’t Wild en doordat de locatie reeds voor het grootste deel is verhard worden hier redelijkerwijs geen bijzondere dieren / of plantensoorten verwacht. Wildseweg 2 Om het voorkomen van flora en fauna in het plangebied aan te tonen en het effect van de bouw van een woning hierop te onderzoeken is een flora- en faunainspectie5 uitgevoerd. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie NoordBrabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.
Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vogels In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan.
5
Aeres milieu, Quickscan Natuurwetgeving, Wildseweg 2 te Maren-Kessel, 21 oktober 2021, projectnummer AM20545
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 38 van 83 4 juli 2022
Wildseweg 4 Om het voorkomen van flora en fauna in het plangebied aan te tonen en het effect van de bouw van een woning hierop te onderzoeken is een flora- en faunainspectie6 uitgevoerd. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie NoordBrabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Algemene vogels In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht.
Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de werkzaamheden buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Spreeuw: compensatie vooraf en aangepaste werkwijze In de te slopen loods bevinden zich twee spreeuwennesten. De spreeuw is een ‘categorie 5 soort’; dat wil zeggen dat het nest niet jaarrond is beschermd, maar dat er middels een omgevingscheck dient te worden nagegaan of er in en rond het plangebied voldoende alternatieven aanwezig zijn (Dienst Regelingen, 2009; Ministerie van Economische zaken, 2016). Door tegen de treurwilg in de tuin – die behouden blijft en tijdens het veldbezoek vol spreeuwen zat –twee spreeuwennestkasten op te hangen, hoeft er voor de sloop van de loods geen ontheffing op de Wnb te worden aangevraagd. Uiteraard dient de sloop wel buiten het broedseizoen van de spreeuw te gebeuren en buiten de periode dat er jonge spreeuwen in het nest aanwezig zijn (buiten de periode 15 april – 15 juli). Een andere optie bestaat uit het buiten het broedseizoen afdichten van alle “golven” onder de golfplaten op de loods, waarna er jaarrond mag worden gesloopt. Natura2000 In de omgeving van het plangebied zijn twee Natura 2000-gebieden gelegen.
Dit betreffen de gebieden Rijntakken (3,8 km) en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (9,8 km). In de Wnb is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een Wnb-vergunning vereist is. Over een afstand van 3,8 km of meer zijn negatieve effecten vanuit het plangebied op de Natura2000-gebieden uit te sluiten, behoudens wat betreft verzuring en/of vermesting. Verzuring en vermesting zijn een van de mogelijk negatieve effecten van een initiatief op een Natura2000-gebied en kan een groot bereik hebben daar stikstof (in de vorm van NOx of NH3), welke verzuring en vermesting veroorzaakt, door de atmosfeer kan neerslaan in een Natura2000-gebied. Voor ieder habitattype binnen een Natura2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende 6
Aeres milieu, Quickscan Natuurwetgeving, Wildseweg 4 te Maren-Kessel, 25 januari 2021, projectnummer AM20555
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 39 van 83 4 juli 2022
invloed van atmosferische stikstofdepositie. Door middel van het rekeninstrument AERIUS Calculator wordt de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden als gevolg een initiatief berekend. Wildseweg 1 Het plan op de locatie Wildseweg 1 betreft het omzetten van de bedrijfswoning naar een burgerwoning met een bedrijf aan huis. Binnen dit deel van het plangebied vindt geen sloop van bebouwing plaats. Daarnaast wordt ook geen nieuwe bebouwing opgericht. Enkel de gebruiksfase van het bedrijf aan huis is dan ook relevant voor de ontwikkeling aan de Wildseweg 1. De exacte effecten van de gebruiksfase op de Natura2000- gebieden vanuit deze locatie is berekend middels AERIUS Calculator. Met de ingevoerde gegevens geeft AERIUS Calculator aan dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Er is derhalve geen merkbaar c.q. negatief effect voor wat betreft stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden door het initiatief tijdens de gebruiksfase (zie bijlage 2). Wildseweg 2 Op de locatie Wildseweg 2 wordt een intensieve veehouderij gesaneerd en daarbij worden stallen gesloopt. Met het saneren van de intensieve veehouderij wordt de uitstoot van stikstof vanuit het plangebied volledig gestaakt. Dit heeft een bijzonder positief effect op de verzurings- en vermestingsproblematiek in de Natura2000-gebieden.
Ter compensatie van het saneren van de intensieve veehouderij wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning en worden twee nieuwe woningen opgericht. De exacte effecten van dit initiatief op de Natura2000- gebieden vanuit deze locatie is berekend middels AERIUS Calculator. Volgens AERIUS Calculator neemt de stikstofemissie op de Natura 2000-gebieden af. Er is derhalve louter een positief effect voor wat betreft stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000gebieden door het initiatief (zie bijlage 3). Wildseweg 4 Op de locatie Wildseweg 4 wordt een opslagbedrijf beëindigd en een loods gesloopt. Ter compensatie van het beëindigen van het opslagbedrijf wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning en daarnaast wordt één nieuwe woning opgericht. De exacte effecten van dit initiatief op de Natura2000- gebieden vanuit deze locatie is berekend middels AERIUS Calculator. Volgens AERIUS Calculator neemt de stikstofemissie op de Natura 2000-gebieden niet toe (zie bijlage 4). Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter)nationaal belang. Het doel van het NNN-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit.
Voor het Natuurnetwerk Nederland geldt op basis van het Rijksbeleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Het Natuurnetwerk Nederland is veelal weer opgedeeld in provinciale natuurgebieden, zo ook Natuurnetwerk Brabant.
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 40 van 83 4 juli 2022
Wildseweg 1
Wildseweg 2
Wildseweg 4
Afbeelding 16. Uitsnede kaart Natuurbeheerplan met daarop weergegeven het NNB
In de omgeving van het plangebied zijn diverse onderdelen van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) gelegen. Het dichtbij zijnde onderdeel is gelegen op circa 195 meter ten oosten van het plangebied. Het plangebied maakt zelf geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant, dus ook niet van het Natuurnetwerk Nederland. Daar de nieuwe woningen niet wordt opgericht in het NNN vormt het initiatief derhalve geen belemmering voor de aanleg of instandhouding van het NNN.
5.3
Archeologie en Cultuurhistorie
5.3.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 41 van 83 4 juli 2022
5.3.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën. In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. 5.3.3
Archeologietoets
Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente blijkt dat het gehele plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde heeft. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 50.000 m². Toetsing van de plannen De ontwikkeling overschrijdt de vrijstellingsgrenzen niet, waardoor een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het plangebied heeft een lage verwachtingswaarde waardoor archeologisch onderzoek dient plaats te vinden indien de bodemingrepen diepen dan 30 cm beneden maaiveld en groter dan 5 ha bedragen.
Met onderhavig plan worden deze vrijstellingsgrenzen niet overschrijden. Aan het plangebied is om bovenstaande reden geen archeologische (dubbel)bestemming toegekend. 5.3.4 Cultuurhistorie Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 42 van 83 4 juli 2022
de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening. In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten.
Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang.
Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Op basis van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart is onderhavige locatie gelegen in de regio Maaskant. Deze regio maakt onderdeel uit van het jonge rivierkleilandschap van de Maas met zandige oeverwallen en donken en lager gelegen open komgronden. Een gedeelte van regio Maaskant is onderdeel van het cultuurhistorisch landschap Beerse en Baardwijkse Overlaat. Zo ook onderhavig plangebied. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: Behoud open landschap; Behoud en beleefbaar maken van eendenkooien, dijken, waterlopen, wielen, en terpen; Natuurontwikkeling, waterberging en stedelijke uitbreiding afstemmen op de cultuurhistorische identiteit van de Beerse Overlaat; Vergroten cultuurhistorische waardering door vergroting van beleving.
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 43 van 83 4 juli 2022
Onderhavige ontwikkeling tasten de cultuurhistorische waarden in en rondom het plangebied niet aan. Cultuurhistorie vormt daardoor geen belemmering. 5.4
Mobiliteit en parkeren
5.4.1 Verkeer De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. Verkeer: extra verkeersbewegingen Wildseweg 1 Bij de Wildseweg 1 wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. Gezien de burgerwoning op dit moment een bestaande bedrijfswoning betreft, verandert het aantal verkeersbewegingen van en naar de woning niet. Deze locatie zal tevens worden gebruikt voor het uitoefenen van kleinschalige bedrijvigheid. Het bedrijf aan huis heeft een bedrijfsvloeropppervlakte van 415 m 2. Op basis van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ genereert een opslagplaats (bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)) 9,1 – 10,9 verkeersbewegingen per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlak.
In de huidige situatie genereert het bedrijf in het uiterste geval dagelijks 45,2 verkeersbewegingen veroorzaakt door 22,6 voertuigen (elk arriverend voertuig vertrekt weer en genereert dus per saldo 2 verkeersbewegingen). Wildseweg 2 In de huidige situatie is de locatie in gebruik als intensieve veehouderij. Bij de intensieve veehouderij is een bedrijfswoning aanwezig. In de nieuwe situatie wordt de intensieve veehouderij volledig gesaneerd, de bedrijfswoning wordt omgezet naar aan burgerwoning en in totaal worden twee nieuwe woningen opgericht. Gezien de burgerwoning op dit moment een bestaande bedrijfswoning betreft, verandert het aantal verkeersbewegingen van en naar de woning niet. De nieuwe woningen en de bedrijven aan huis leiden enerzijds tot een toename van het aantal verkeersbewegingen en anderzijds zorgt de sanering van de intensieve veehouderij voor een afname van het aantal verkeersbewegingen. Voor de functie van intensieve veehouderij zijn geen kencijfers beschikbaar voor het bepalen van de huidige verkeersgeneratie. Er wordt vanuit gegaan dat een melkveehouderij elke dag minimaal door 6 middelzware voertuigen (12 middelzware verkeersbewegingen) en 3 zware voertuigen (6 zware verkeersbewegingen) wordt bezocht. In totaal bedraagt de verkeersgeneratie in de huidige situatie 18 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 9 voertuigen.
Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de nieuwe woningen is gebruik gemaakt van de CROWpublicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. In totaal worden twee nieuwe woningen opgericht. Er is uitgegaan van de functie ‘Koop, huis, vrijstaand’ en het gebiedstype ‘rest bebouwde kom in niet stedelijk gebied’. Op basis van de kencijfers genereert één woning per etmaal minimaal 7,8 en maximaal 8,6 verkeersbewegingen. Uitgaande van een worst-case benadering genereren de woningen dagelijks 17,2 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 8,6 voertuigen (elk arriverend voertuig vertrekt weer en genereert dus per saldo 2 verkeersbewegingen).
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 44 van 83 4 juli 2022
In de nieuwe situatie zijn daarnaast binnen dit deel van het plangebied twee bedrijven aan huis toe gestaan. Een van de bedrijven heeft een bedrijfsvloeropppervlakte van 590 m 2 en de andere van 470 m2. Op basis van CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ genereert een werkplaats (bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)) 9,1 – 10,9 verkeersbewegingen per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlak. In de nieuwe situatie genereert het bedrijf in het uiterste geval dagelijks 115,5 verkeersbewegingen veroorzaakt door 57,8 voertuigen (elk arriverend voertuig vertrekt weer en genereert dus per saldo 2 verkeersbewegingen). In de beoogde situatie is sprake van een toename van 114,7 verkeersbewegingen (totaal nieuwe situatie (132,7) – huidige situatie (18)) veroorzaakt door 57,4 voertuigen. Deze toename van het aantal verkeersbewegingen is op een weg als de Wildseweg, een erftoegangsweg type II welke geschikt is voor een intensiteit tot 4000 mvt/ etmaal, verwaarloosbaar. Het initiatief leidt derhalve niet tot problemen in de verkeersafwikkeling. Wildseweg 4 In de huidige situatie is de locatie in gebruik als opslagbedrijf. Bij het opslagbedrijf is een bedrijfswoning aanwezig.
In de nieuwe situatie wordt het opslagbedrijf beëindigd, de bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning en er wordt één nieuwe woning opgericht. Gezien de woning een bestaande woning betreft, verandert het aantal verkeersbewegingen van en naar de woning niet tot nauwelijks. Op basis van de CROW-publicatie heeft een opslagbedrijf een verkeersgeneratie van 9,1 tot 10,9 verkeersbewegingen per 100 m2 bruto vloeroppervlak (bvo). Het opslagbedrijf heeft een bvo van circa 1000 m2. Uitgaande van een worst-case benadering genereert het opslagbedrijf dagelijks 109 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 54,5 voertuigen. Op basis van de kencijfers genereert één vrijstaande woning per etmaal minimaal 7,8 en maximaal 8,6 verkeersbewegingen. Uitgaande van een worst-case benadering genereert de woning dagelijks 8,6 verkeersbewegingen, veroorzaakt door 4,3 voertuigen. Met het beëindigen van het opslagbedrijf is sprake van een flinke afname van verkeer van en naar de locatie. Het aantal verkeersbewegingen op de Leeuwkesgraaf en omringende wegen zal met onderhavig plan dan ook flink afnemen. Conclusie Verkeersbewegingen is geen beperkende factor voor de ontwikkeling. Verkeer: ontsluitingswegen Wildseweg 1 De ontsluiting van de locatie Wildseweg 1 vindt plaats middels de bestaande inrit die direct is gelegen aan de Wildseweg.
Voor deze locatie hoeft geen nieuwe inrit te worden aangelegd aangezien het feitelijk gezien alleen een functionele wijziging betreft. Wildseweg 2 Op de locatie Wildseweg 2 wordt een intensieve veehouderij gesaneerd waarbij de bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Enerzijds leiden de burgerwoning en de nieuw op te richten woningen tot een verkeersaantrekkende werking en anderzijds zorgt de beëindiging van de intensieve veehouderij voor een afname van het aantal verkeersbewegingen. Gezien de burgerwoning op dit moment een bestaande bedrijfswoning betreft, verandert het aantal verkeersbewegingen van en naar de woning niet.
Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 45 van 83 4 juli 2022
Ter compensatie van de sanering worden twee nieuwe woningen opgericht. Een van de woningen is beoogd aan de Wildseweg (tegen over de woning Wildseweg 1A) de andere woning is beoogd aan de Leeuwkesgraaf (tegenover de woning Leeuwkesgraaf 5). Op de locatie zijn reeds twee inritten aanwezig, een inrit voor de bedrijfswoning en een inrit voor de intensieve veehouderij. De bedrijfswoning blijft ontsloten middels de aanwezige inrit. Voor de nieuwe woning aan de Wildseweg zal gebruik worden gemaakt van de inrit die voorheen in gebruik was van de intensieve veehouderij. Voor de nieuwe woning aan de Leeuwkesgraaf zal een nieuwe inrit worden aangelegd, haaks op de Leeuwkesgraaf. Dit sluit aan bij de stedenbouwkundige opzet die de Leeuwkesgraaf kent. Wildseweg 4 Op de locatie Wildseweg 4 wordt een opslagbedrijf beëindigd waarbij de bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Ter compensatie wordt één nieuwe woning aan de Leeuwkesgraaf opgericht. De locatie Wildseweg 4 is ontsloten middels twee inritten aan de Leeuwkesgraaf; een inrit voor de bedrijfswoning en een inrit voor het opslagbedrijf. De bedrijfswoning blijft ontsloten middels de aanwezige inrit. Voor de nieuwe woning zal gebruik worden gemaakt van de voormalige bedrijfsinrit. 5.4.2 Parkeren De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld.
De nota ‘Parkeernormen 2017’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. Wildseweg 1 Op de locatie Wildseweg 1 wordt de bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. Voor vrijstaande woningen geldt een parkeereis van 2,3 parkeerplaatsen. Op eigen terrein is voldoende ruimte om aan deze parkeereis te voldoen. Daarnaast wordt binnen dit deel van het plangebied lichte bedrijvigheid toegestaan. De reeds aanwezige loods en schuren worden gebruikt als stalling voor de marktwagen en dagopslag van groenten en fruit. Dit type bedrijvigheid komt overeen met dat van een ‘bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)’. Bij dit type bedrijvigheid geldt een parkeernorm van 1,1 parkeerplaatsen per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlak (BVO). De aanwezige loods en schuren hebben gezamenlijk een BVO van 415 m2 derhalve geldt een parkeereis van 4,6 parkeerplaatsen. Op eigen terrein is voldoende ruimte om aan deze parkeereis te voldoen. Wildseweg 2 Op de locatie Wildseweg 2 wordt de bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning en er worden twee nieuwe woningen opgericht. Zowel de bedrijfswoning als de nieuwe woningen betreffen vrijstaande woningen, voor vrijstaande woningen geldt een parkeereis van 2,3 parkeerplaatsen.