CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1A Toelichting - BP Paradijs - Peperstraat 15 Haren - 2024

Gemeenteraad 12 september 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplan Paradijs - Peperstraat 15 Haren - 202422.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De hoogst berekende waarde voor de achtergrondbelasting van 4,9 ouE/m³ komt overeen met een ‘goed’ woon- en leefklimaat en is daarmee ook beter dan het woon- en leefklimaat op basis van de individuele geurnorm. Onderstaand uitsnede van de kaart ‘Achtergrondbelasting geur maart 2020’.

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 50 van 63 Vastgesteld, september 2024

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 51 van 63 Vastgesteld, september 2024

In de toekomstige situatie met de komst van de twee vrijstaande woningen op de locatie ‘Peperstraat 15’ komt er geen geuremissie vrij van het perceel. De locatie zelf is geurgevoelig (twee nieuwe woningen). Er bevinden zicht geen (intensieve) veehouderijen in de directe nabijheid van de locatie. In verband met de beoordeling van het woon- en leefklimaat dient tevens gekeken te worden naar de achtergrondbelasting. Door de omgevingsdienst is een actuele kaart van achtergrondbelasting ter beschikking gesteld (zie bovenstaande afbeeldingen). De achtergrondbelasting blijkt op deze kaart lager dan 3 Ou. Daarmee is sprake van een zeer goed woon- en leefklimaat. Gelet op de geurnormen geldend in het gebied en voor de kern Haren, kan de geurbelasting ook niet noemenswaardig stijgen. Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig plan. 5.7.5 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid.

Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. Beoordeling plan In de directe omgeving van het plan zijn geen industriële bedrijven met geurhinder aanwezig. Het aspect geur industrieel vormt geen belemmering voor onderhavig plan. 5.7.6 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen.

Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBMproject is. Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 52 van 63 Vastgesteld, september 2024

Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten.

Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. Beoordeling plan Het plan is van een geringe omvang, zodat sprake is van een project van ‘Niet In Betekende Mate’ (< 1.500 nieuwe woningen). Dit houdt in dat het plan geen noemenswaardige negatieve effecten op de luchtkwaliteit heeft. Daarnaast moet worden beoordeeld of sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Hiervoor zijn de kaarten van het RIVM gebruikt voor fijn- en stikstof. Deze kaarten zijn gebaseerd op een combinatie van modelberekeningen en metingen en zijn bedoeld voor het geven van een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit en depositie in Nederland zowel voor jaren in het verleden als in de toekomst. Ten hoogte van het plangebied gelden voor het jaar 2025 de volgende waarden: - Fijn stof (PM10) 14,64 μg/m3 (landelijke grenswaarde 40 μg/m3 jaargemiddelde en Interim verordening 31,2 μg/m3) - Fijn stof (PM2,5) 8,305 μg/m3 (landelijke grenswaarde 40 μg/m3 jaargemiddelde en Interim verordening 31,2 μg/m3) - Stikstof 16,17 μg/m3 (grenswaarde 40 μg/m3 jaargemiddelde en Interim verordening 31,2 μg/m3) Uit deze kaarten blijkt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Een nader onderzoek is niet nodig. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig plan. 5.7.7 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Beoordeling plan Het plangebied ligt niet binnen een zone van 80 meter van een bovengrondse hoogspanningslijn. Het aspect straling vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig plan.

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 53 van 63 Vastgesteld, september 2024

5.7.8 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten. De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen.

De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. Beoordeling plan Wegverkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder zijn woningen geluidgevoelige objecten.

De weg die door de locatie ‘Het Paradijs’ loopt, is een 30 km/uur weg. Voor wegen met een maximale snelheid van 30 km/uur is een geluidsonderzoek voor wegverkeer niet noodzakelijk. Voor de locatie ‘Peperstraat 15’ geldt dat de Leuensestraat, waaraan de twee nieuwe woningen komen te liggen, een 30 km/uur weg is. Pas buiten de bebouwde kom gaat de weg over in een 50 km/uur weg. Gelet op de beperkte snelheid van 30 km/uur voor een woonerf is een geluidonderzoek wegverkeer niet nodig. De Dorpenweg is een 50/80 km/uur weg. Deze weg ligt op een dermate afstand van het gehele plangebied dat hiervoor geen akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai nodig is. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor onderhavig plan. Spoorwegverkeerlawaai Er is geen spoorweg in de nabijheid van het plan aanwezig die een beperking kan vormen op grond van de Wet geluidhinder. Het aspect spoorwegverkeerlawaai vormt geen belemmering voor onderhavig plan. Industrielawaai De locatie ‘Het Paradijs’ is in het kader van het bestemmingsplan ‘Groenstraat – Haren – 2012’ al eerder beoordeeld op dit aspect. Zodoende vormt dit aspect geen verdere belemmering voor onderhavig plan. Voor de locatie ‘Peperstraat 15’ geldt dat de nieuwe woningen op voldoende afstand liggen.

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 54 van 63 Vastgesteld, september 2024

5.7.9 Gezondheid Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert.

In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij.

Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvest of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c. na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan. ‘De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling.

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 55 van 63 Vastgesteld, september 2024

Beoordeling plan Het plangebied is gelegen op ca. 640 meter afstand van een geitenhouderij aan de Lietingstraat. Binnen 500 – 2.000 meter van een geitenhouderij wordt maatwerk gehanteerd. Er wordt terughoudend omgegaan met het ontwikkelingen gericht op kwetsbare doelgroepen. In het plangebied wordt niet specifiek gebouwd van een kwetsbare doelgroep, bijvoorbeeld zorgwonen. Daarnaast worden de aanvragers geïnformeerd over het risico. Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor het plan. 5.7.10 Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een richtafstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Beoordeling plan Voor de locatie ‘Het Paradijs’ geldt dat agrarische gronden op meer dan 50 meter afstand zijn gelegen van onderhavig plan. Voor de locatie ‘Peperstraat 15’ geldt dat deze grenzen aan landbouwvelden. Deze landbouwvelden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Op deze gronden wordt onder andere mais geteeld. De beoogde nieuwe woningen liggen binnen de aan te houden afstand van 50 m qua spuitzones.

Bij eventueel bespuiten van het land worden de bewoners (kinderen van initiatiefnemer) in kennis gesteld, zodat zij binnen blijven en de ramen en deuren gesloten houden. Ook is en zal er enkel sprake zijn van lage akkerbouwteelt en zal er geen sprake zijn van opgaande teelt zoals fruitteelt op het perceel dan wel bloembollenteelt. Dientengevolge is de uitstraling bij het spuiten veel geringer. Het aspect spuitzones vormt zodoende geen belemmering voor onderhavig plan. 5.8

Milieueffectrapportage (M.e.r.)

Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.

Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan.

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 56 van 63 Vastgesteld, september 2024

Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen. Beoordeling plan De in deze toelichting behandelde (milieu)aspecten kunnen worden gezien als vormvrije m.e.r.beoordeling. Er zijn geen nadelige milieugevolgen ten aanzien van het bestemmingsplan. Hierdoor is geen m.e.r. (-beoordeling) noodzakelijk.

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 57 van 63 Vastgesteld, september 2024

Hoofdstuk 6 6.1

Toelichting op de regels

Algemeen

Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikelen 3 tot en met 11), de algemene regels (artikelen 12 tot en met 17) en de overgangsen slotregels (de artikelen 18 en 19). Bij de regels horen bijlagen. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht. 6.2

Regels

Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De in dit hoofdstuk geregelde bestemmingen zijn achtereenvolgens: Artikel 3: Groen In dit artikel is geregeld wat er mogelijk is binnen de bestemming ‘Groen’, zoals bijvoorbeeld water- en waterhuishoudkundige voorzieningen zoals de wadi. Artikel 4: Tuin In dit artikel is geregeld wat er mogelijk is binnen de bestemming ‘Tuin’, zoals bijvoorbeeld de erfafscheidingen. De bestemming ‘Tuin’ sluit aan op de woonbestemmingen. Artikel 5: Verkeer – Verblijf In dit artikel is geregeld wat er mogelijk is binnen de bestemming ‘Verkeer – Verblijf’. Artikel 6: Wonen – Halfvrijstaand Dit artikel maakt vrij- en of halfvrijstaande woningen met bijbehorende bouwwerken mogelijk. Artikel 7:

Wonen – Rijen

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 58 van 63 Vastgesteld, september 2024

Dit artikel maakt rijwoningen met bijbehorende bouwwerken mogelijk. Artikel 8: Wonen – Vrijstaand Dit artikel maakt vrijstaande woningen met bijbehorende bouwwerken mogelijk. Artikel 9: Wonen – Woonhuizen Dit artikel is in dit bestemmingsplan opgenomen om de aanbouw/garage van de woning Het Paradijs 3 juist op te nemen in het bestemmingsplan. Artikel 10: Waarde – Archeologie historische kern In dit artikel zijn regels opgenomen voor gronden met een hoge archeologische waarden. Artikel 11: Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog In dit artikel zijn regels opgenomen voor gronden met een middelhoge archeologische waarden. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens: - Artikel 12: Anti-dubbeltelregel - Artikel 13: Algemene bouwregels - Artikel 14: Algemene gebruiksregels - Artikel 15: Afwijken van de bouwregels algemeen - Artikel 16: Algemene wijzigingsregels - Artikel 17: Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 18: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 19: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald.

Bijlage: lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten In deze bijlage zijn aan huis gebonden activiteiten opgenomen die toelaatbaar zijn binnen de woonbestemmingen. Bijlage: milieuzoneringslijst In deze bijlage zijn de bedrijfsactiviteiten genoemd die volgens de regels toelaatbaar zijn. De lijst is opgesteld vanuit de typering van het plangebied als een rustige woonwijk. Bijlage: te slopen bebouwing In deze bijlage is opgenomen welke bedrijfsbebouwing er aan de Peperstraat 15 gesloopt dient te worden.

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 59 van 63 Vastgesteld, september 2024

Hoofdstuk 7 7.1

Handhaving

Beleidskader

Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: - het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; - het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; - zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten.

Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: - het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; - nakoming van afspraken en naleving van regels. In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven. 7.2

Professionele handhaving en handhavingsprogramma

De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd. Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma.

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 60 van 63 Vastgesteld, september 2024

7.3

Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht

De regels van dit bestemmingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen. Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik. Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk.

Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee meer recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.

Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 61 van 63 Vastgesteld, september 2024

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Op dit plan is de Grondexploitatiewet (afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening) van toepassing. Wanneer met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals beschreven in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 lid 2 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet als het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Het plangebied kan worden opgedeeld in twee delen. Het grootste deel van de grond is in eigendom van de gemeente. De gemeentelijke grondexploitatie is opgebouwd rondom de uitgifte van grond. De gemeente draagt voor eigen rekening en risico zorg voor de planontwikkeling met uitzondering van het bouwen van de woningen. De gemeente zorgt voor bouwrijp maken van de gronden en later voor het woonrijp maken van de openbare ruimte. Bij de verkoop gaan we uit van een marktconforme grondprijs. Door de grondexploitatie is het kostenverhaal verzekerd en is er geen noodzaak voor het opstellen van een exploitatieplan. Het tweede deel van de gronden is eigendom van een eigenaar van een aanliggend perceel. De gemeente heeft met deze eigenaar een anterieure overeenkomst gesloten om het kostenverhaal te verzekeren.

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 62 van 63 Vastgesteld, september 2024

Hoofdstuk 9

9.1

Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog

Locatie ‘Het Paradijs’ Op 21 november 2023 is er een informatieavond geweest over de nieuwe woningen aan Het Paradijs. Op deze informatieavond heeft de gemeente Oss een presentatie gehouden over het toevoegen van de zeven woningen aan ‘Het Paradijs’. Tijdens de presentatie is het stedenbouwkundig ontwerp, de bestemmingsplanprocedure en het CPO-traject toegelicht. Na de presentatie is er ruimte geweest voor het stellen van vragen. Het verslag van de informatieavond is gedeeld met de dorpsraad en per post verstuurd naar de omwonenden. Daarnaast is het verslag te vinden in de bijlage horend bij deze toelichting. Locatie ‘Peperstraat 15’ In de directe omgeving van de locatie is een omgevingsdialoog gevoerd met de omwonenden. Geen van de omwonenden heeft aangegeven bezwaren te hebben tegen de ontwikkeling. 9.2

Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Ter uitvoering daarvan zijn op 1 augustus 2023 en 31 oktober 2023 de in dat artikel genoemde instanties in de gelegenheid gesteld om te reageren op het concept ontwerpbestemmingsplan. Onderstaand een samenvatting van de reacties. 9.2.1 Provincie Noord-Brabant De gemeente kan met behulp van een e-formulier een ruimtelijk plan elektronisch toezenden aan de provincie Noord-Brabant. Met dat formulier is beoogd de procedure rond het wettelijk vooroverleg te verkorten. Op basis van de ingevulde ruimtelijke aspecten kan in veel gevallen worden volstaan met het invullen van dat formulier. De gemeente ontvangt vervolgens via de e-mail een afschrift van de inventarisatie van de ruimtelijke aspecten, waarmee het wettelijk vooroverleg is afgerond. Het e-formulier is op 1 augustus 2023 ingevuld en hiermee is het wettelijk vooroverleg afgerond. 9.2.2 Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas heeft op 20 november 2023 aangegeven dat het concept ontwerpbestemmingsplan is beoordeeld.

Hierbij hebben zij geconcludeerd dat er geen ruimtelijke waterschapsbelangen van toepassing zijn. Er zijn dan ook geen opmerkingen op het concept ontwerpbestemmingsplan. 9.2.3 Veiligheidsregio Brabant-Noord De Veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op 14 november 2023 aangegeven dat het concept ontwerpbestemmingsplan is beoordeeld. Zij geven aan geen op- of aanmerkingen te hebben en zien geen aanleiding voor het geven van een inhoudelijk advies.

Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024, pag. 63 van 63 Vastgesteld, september 2024

9.2.4 Dorpsraad Megen, Haren en Macharen De Dorpsraad Megen Haren en Macharen is via de wijkcoördinator geïnformeerd. Zij zijn eveneens aanwezig geweest op de informatieavond van 21 november 2023. 9.3

Inspraak

De gemeente is wettelijk niet verplicht om een voorontwerpbestemmingsplan te maken en daar een inspraakprocedure voor te volgen. Het gemeentelijke beleid voor de toepassing van inspraak bij ruimtelijke plannen biedt de mogelijkheid om bij kleine plannen af te zien van inspraak. Dit is aan de orde bij plannen die een beperkte impact hebben. In dit geval gaat het om het toevoegen van zeven woningen op een locatie waar woningbouw al gepland stond. Dit kan gezien worden als een plan met een beperkte impact. De gemeente heeft in dit geval geen voorontwerpbestemmingsplan gemaakt en dus ook geen inspraakprocedure gevolgd. 9.4

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tegelijkertijd is het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in het plaatselijke blad Oss Actueel, in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Iedereen kon zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren brengen tijdens de terinzagelegging. Er zijn twee zienswijzen naar voren gebracht. Het eindverslag van deze zienswijzenprocedure maakt onderdeel uit van het raadsbesluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan. Verder zijn er ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Zowel de beantwoording van de zienswijzen als de ambtshalve wijzigingen zijn opgenomen in de ‘Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2014’. De ‘Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Paradijs – Peperstraat 15 Haren – 2024’ is opgenomen in als bijlage bij deze toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=8e5bd36f-0551-40e8-abfb-4d1c7e464d9e