Bijlage 1A - Toelichting BP Kromstraat 2a Overlangel - 2024
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Kromstraat 2a Overlangel - 2024 Toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 1 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
Bestemmingsplan Kromstraat 2A Overlangel – 2024 Vastgesteld Toelichting
Gemeente Oss, 23 mei 2024
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 2 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 4 1.2 Plangebied .................................................................................................................................... 4 1.3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ................................................................................................................ 6 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ................................................................................................................. 11 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ....................................................................................................... 16 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................ 16 4.2 Rijksbeleid ..................................................................................................................................
18 4.3 Provinciaal beleid ....................................................................................................................... 22 4.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 27 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ........................................................................................................... 31 5.1 Landschap .................................................................................................................................. 31 5.2 Natuur ......................................................................................................................................... 35 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ................................................................................................... 40 5.4 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................. 45 5.5 Water .......................................................................................................................................... 46 5.6 Defensie......................................................................................................................................
49 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................ 51 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................... 69 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels .................................................................................................... 70 6.1 Algemeen.................................................................................................................................... 71 6.2 Regels......................................................................................................................................... 71 Hoofdstuk 7 Handhaving........................................................................................................................ 73 7.1 Beleidskader ............................................................................................................................... 73 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ............................................................. 73 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht .......................................................... 74 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ...........................................................................................
75 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................. 76 9.1 Omgevingsdialoog ...................................................................................................................... 76 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................ 76 9.3 Inspraak ...................................................................................................................................... 78 9.4 Zienswijzen ................................................................................................................................. 78
BIJLAGEN Bijlage 1 – Situatieschets Bijlage 2 – Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 3 – Aeriusberekeningen (voortoets) Bijlage 4 – Quickscan flora en fauna Bijlage 5 – Nader onderzoek natuur Bijlage 6 – Inventarisatietabel en conclusie behoefte gebruiksoppervlakte Bijlage 7 – Verslaglegging omgevingsdialoog Bijlage 8 – Archeologisch bureau- en booronderzoek Bijlage 9 – Archeologisch Inventariserend veldonderzoek Bijlage 10 – Watertoets Bijlage 11 – HEVO-rapport Bijlage 12 – Akoestiek
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 3 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
Bijlage 13 – Lichthinderonderzoek Bijlage 14 – Verkennend bodemonderzoek 1 Bijlage 15 – Verkennend bodemonderzoek 2 Bijlage 16 – Selectiebesluit Archeologie Bijlage 17 – Groepsrisicoberekening Bijlage 18 – Nota van zienswijze en wijzigingen
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 4 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Aan Kromstraat 2A in Overlangel is stichting Huis voor Overlangel, Neerloon en Keent (HONK) voornemens om de bestaande korfbalvelden, bijbehorend clubhuis en omliggende agrarische gronden te ontwikkelen tot een veldsportcomplex (korfbal en voetbal) met een brede ontmoetingsvoorziening. Het planvoornemen past niet in het vigerende bestemmingsplan. Met die reden is – om het planvoornemen mogelijk te maken – dit bestemmingsplan opgesteld. 1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen ten noordoosten van Overlangel (buitengebied) aan Kromstraat 2A. Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde begrensd door de Kromstraat. Ten zuiden en oosten liggen enkele woningen en weilanden al dan niet met bestaande landschapselementen. Het plangebied bestaat uit de percelen kadastraal bekend gemeente Ravenstein, sectie E, nummers 722, 1275, 1276, 1417 en 1545 en kent een totale grootte van circa 17.000 m2. Op de afbeelding hieronder is op de luchtfoto met kadastrale onderlegger het plangebied geel omlijnd weergegeven.
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 5 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
1.3
Geldende bestemmingsplannen
In het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’, dat op 16 april 2020 door de gemeenteraad van Oss is vastgesteld. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied deels de enkelbestemming ‘Sport’ en deels ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. Verder geldt voor het gehele plangebied nog de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog’ en zijn enkele gebiedsaanduidingen van kracht: ‘overige zone – beperking veehouderij’ (gehele plangebied), ‘overige zone – dijkzone woningen’ (gedeelte plangebied), ‘overige zone – oeverwal’ (gehele plangebied), ‘overige zone – stads- en dorpsranden’ (gehele plangebied) en ‘vrijwaringszone – dijk’ (gedeelte plangebied). De afbeelding hieronder betreft een uitsnede van de verbeelding ter hoogte van het plangebied (www.ruimtelijkeplannen.nl).
Omdat het planvoornemen niet past binnen het vigerende bestemmingsplan – de bestemming sport beslaat niet het gehele plangebied en er is niet voldoende vierkante meters aan bebouwing toegelaten – is om het planvoornemen mogelijk te maken een herziening van het bestemmingsplan nodig. Daarvoor is dit bestemmingsplan opgesteld. Tot voorliggend bestemmingsplan ‘Kromstraat 2A Overlangel – 2024’ in werking is getreden blijft binnen het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ van kracht. Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest dit plan, binnen het plangebied, haar rechtskracht.
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 6 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
2.1 Ontstaansgeschiedenis Overlangel De ontwikkeling van het gebied waarbinnen het plangebied is gelegen is in sterke mate bepaald door de rivier de Maas en rivieren die hier voorheen stroomden. De rivier is de vormende kracht in dit gebied. Deze rivieren hebben de laatste 10.000 jaar veel materiaal afgezet. Doordat bij overstromingen de stroomsnelheid dicht bij de rivier hoger was dan verder bij de rivier vandaan bezonken de grotere deeltjes (zand en lichte klei) dicht bij de rivier en de kleinere deeltjes (zware klei) op grotere afstand van de rivier. Hierdoor ontstonden parallel aan de rivier hoger gelegen rivierklei-/zandgronden, ook bekend als stroomruggen of oeverwallen. Verder van de rivier af ontstonden lager gelegen, zwaardere komgronden. Door de ligging aan de rivier en het ontbreken van bedijking was er in het gebied jaarlijks terugkerende wateroverlast. De hoge gronden van de oeverwallen en de rivierduinen overstroomden zelden en boden een relatief veilige woonplaats. Bewoning heeft zich in deze gebieden dan ook lange tijd beperkt tot deze hoger gelegen gebieden. De waterstanden waren destijds overigens niet zo hoog als tegenwoordig, door het ontbreken van dijken. De oeverwallen hadden als voordeel dat ze zeer geschikt waren als akkerbouwgrond, vanwege de natuurlijke vruchtbaarheid en de goede bewerkbaarheid.
Op zo’n oeverwal is onder andere de kern Overlangel ontstaan. De oeverwallen zijn mede nog te herkennen aan de boomgaarden en kleinschalige akkers. In contrast hiermee staat het grootschalige, open komgebied dat vooral werd gebruikt als weiland en hooiland. In het komgebied bevinden zich oude rivierduinen, ook wel bekend als donken. Deze duinen zijn ontstaan door het verstuiven van zand dat dicht bij de rivier werd afgezet. Net als op de oeverwallen zijn ook op de rivierduinen in het komgebied kernen ontstaan. In de loop van de twintigste eeuw is de omgeving van het plangebied sterk veranderd. Door de normalisatie (het ‘rechttrekken’) van de Maas en het sluiten van de Beerse Overlaat is het overstromingsprobleem opgelost. Daaropvolgend hebben grootschalige cultuurtechnische werken plaats gevonden in verband met de ruilverkaveling. Ook de aanleg van de Dorpenweg – als nieuwe ontsluitingsweg en ter ontlasting van de Maasdijk – is van grote invloed geweest op het landschap en de bebouwing. Desondanks is de oorspronkelijke ruimtelijke (landschap en bebouwing) opbouw grotendeels behouden gebleven, wat bijdraagt aan het specifieke karakter van het gebied. De bebouwing heeft een duidelijke relatie met het omliggende landschap. Er is sprake van een sterke verweving tussen bebouwde kern en het landelijk gebied.
2.2 Ruimtelijke karakteristiek Overlangel Het aan een afgesneden Maasarm gelegen Overlangel heeft een bijzondere bebouwingsstructuur. In tegenstelling tot een ‘prototypisch’ dijkdorp ligt de kern Overlangel achter de dijk in plaats van aan de dijk. Dit is deels te verklaren door de zandige ondergrond ten westen van de Maasdijk (de rand van een dekzandrug). Het dorp heeft zich ontwikkeld langs een aantal, loodrecht op de Maasdijk gelegen, lange lijnen (Oude Graafsestraat, Dr. Ruijsstraat, Overlangelseweg) en langs de parallel aan de Maasdijk gelegen Kerkstraat. De historische bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit boerderijen, veelal kortgevelboerderijen. Centraal in het dorp aan de Kerkstraat ligt de kerk met pastorie en de school. Na de Tweede Wereldoorlog is het dorp aanmerkelijk verdicht, in eerste instantie door verdichting en uitbreiding van bestaande bebouwingslinten en later door de ontwikkeling van de inbreidingslocatie Asboom. Hieronder is een uitsnede van de kaart van 1868 weergeven met daarop het plangebied geprojecteerd.
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 7 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
2.3 Ontstaansgeschiedenis plangebied Het plangebied is gelegen op een oeverwal. In de eerste helft van de 20ste eeuw veranderde er in het plangebied weinig. Het plangebied was in essentie in gebruik als akker. Aan de perceelsranden stonden bomenrijen, nabij de dijk stonden kleine boomgaarden bij de erven. In de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog werden ter hoogte van het plangebied kleinere percelen samengevoegd. De Kromstraat werd verhard en kreeg haar huidig verloop. Zie de afbeeldingen van de kaarten uit 1928 (links) en 1967 (rechts) hieronder.
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 8 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
Rond het einde van de zeventiger jaren werden sportvelden en een clubgebouw in het plangebied gerealiseerd. De sportvelden werden omzoomd met een groensingel. Tegen het einde van de 20ste eeuw werd de bebouwing van de kern Overlangel stevig uitgebreid. Het clubgebouw werd in deze periode in westelijke richting uitgebreid. De resterende percelen rond het sportveld werden op grond van hun beperkte omvang voornamelijk als grasland benut. Zie de afbeeldingen van de kaarten uit 1988 (links) en 2017 (rechts) hieronder.
2.4 Huidige situatie plangebied Het plangebied bestaat op dit moment uit korfbalvelden, een bijbehorend clubhuis (circa 146 m2 gebruiksoppervlakte) en agrarische gronden. De afbeeldingen hieronder geven inzicht in deze omschreven huidige situatie.
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 9 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
5 het clubgebouw van de korfbalvereniging
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 10 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 11 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
Hoofdstuk 3
Beoogde situatie
3.1 Aanleiding De inwoners van dorpengebied Neerloon, Overlangel en Keent willen al enkele jaren een eigen accommodatie voor verenigingsactiviteiten niet zijnde sportactiviteiten. Daarnaast zijn de sportaccommodaties van de korfbal en voetbalvereniging dusdanig verouderd dat ook daar voor Neerloon, Overlangel en Keent een opgave ligt. De inwoners en verenigingen hebben zich ter realisatie van de opgave op 16 maart 2021 verenigd in een stichting: ‘Huis voor Overlangel, Neerloon en Keent’ (HONK). De gemeente Oss heeft voor de inwoners van deze kernen geld beschikbaar gesteld voor een toekomstbestendige ruimte voor ontmoeten en sport. Om beter zicht te krijgen op de mogelijkheden heeft de gemeente Oss – voorafgaand aan het beschikbaar stellen van budget - de mogelijke locaties en scenario’s onderzocht. Samen met de stichting HONK en de dorpsraad zijn twee scenario’s gekozen die het meest haalbaar zijn. Deze scenario’s zijn vervolgens tijdens een informatiebijeenkomst op 24 september 2021 voorgelegd aan de inwoners, waar zij konden kiezen voor één van de twee scenario’s. 359 inwoners hebben een geldige stem uitgebracht.
71,6% van de stemmen was voor scenario A (sport en ontmoeten op één plek bij de korfbalvereniging aan Kromstraat 2A in Overlangel) en 28,4% voor scenario B (sport en ontmoeten los van elkaar: sport bij de korfbalvereniging aan Kromstraat 2A in Overlangel en ontmoeten op de locatie van de Petjesbar in Overlangel). Eind december 2021 zijn de twee scenario’s door het college van B&W - samen met de uitslag van de stemming, het advies van de dorpsraad en de stichting HONK - voorgelegd aan de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft besloten: - verder te willen gaan met scenario A, sport en ontmoeten op één plek bij de korfbalvereniging aan Kromstraat 2A in Overlangel; - een budget van € 708.000,- beschikbaar te stellen. De stichting HONK voert het planvoornemen (scenario A) uit. Zij zijn begonnen met het meer concreet invulling geven aan het planvoornemen. Dit heeft geresulteerd in een concreet bouw- en inrichtingsplan met bijbehorend kostenoverzicht dat hoger ligt dan eerder gebudgetteerd. Naar aanleiding hiervan is aan de gemeenteraad om aanvullend budget gevraagd. In juli 2023 heeft de gemeenteraad besloten om – onder de voorwaarde dat stichting HONK zelf € 763.000 bijdraagt – het eerder beschikbaar gestelde budget te verhogen met € 999.070,-.
De stichting HONK is initiatiefnemer van dit bestemmingsplan en zodra dat mogelijk is gaan zij ook zorgdragen voor de fysieke realisatie van het planvoornemen. 3.2 Het planvoornemen Het planvoornemen bestaat uit de uitbreiding en verandering van de locatie van korfbalvereniging Tot Ons Genoegen (TOG) aan Kromstraat 2A in Overlangel voor sporten in de vorm van korf- en voetbal en voor ontmoeten (dorpshuis voor Overlangel, Neerloon en Keent). Het planvoornemen bestaat samengevat uit de realisatie van een voorzieningencluster voor sporten en ontmoeten voor de drie kernen samen. In de nieuwe situatie wordt het bestaande clubhuis van TOG verbouwd en uitgebreid. Zo komen er onder andere extra kleedkamers bij en wordt de ontmoetingsruimte uitgebreid voor een grotere kantine/ bar en de toevoeging van een repetitieruimte en keuken. Ook wordt opslagruimte toegevoegd. Het gaat om een uitbreiding van in totaal 578 m2 aan bebouwde oppervlakte. In totaal komt het bebouwde oppervlak daarmee op 763 m2.
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 12 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
Het buitenterrein wordt ook uitgebreid en (her)ingericht voor: - sportvelden (allemaal verlicht): twee korfbalvelden, een voetbalveld en een oefenveld; - een terras (nabij de ontmoetingsruimte, midden tussen de sportvelden); - parkeerplaatsen voor auto’s en parkeerruimte voor fietsen; - verkeersruimte: paden/wegen en; - groen; - maatregelen ter beperking van overlast voor de omgeving (o.a. ballenvangers) In totaal gaat het om de toevoeging van circa 7985 m2 terrein tot een totaal van circa 17.215 m2 aan terreinoppervlakte. De afbeelding hieronder geeft inzicht in de nieuwe situatie in het plangebied, deze situatie is ook bijgevoegd als aparte tekening bij deze toelichting (bijlage 1).
3.3 Stedenbouw 3.3.1 Stedenbouwkundige opzet Bij het ontwerpen van het structuurplan (indeling terrein en grof vlekkenplan voor de bebouwing) voor het planvoornemen is gekeken naar een logische ordening van de functies ten opzichte van elkaar, maar vooral ook naar de interactie met de omgeving. Zo is gekozen voor een inrit van de parkeerplaatsen, niet in de nabijheid van omwonenden, maar er juist zoveel mogelijk vanaf. Is het beoogde terras in het midden van het terrein gesitueerd, om zoveel mogelijk geluidsoverlast richting de omgeving te voorkomen en om vanaf daar het sporten te kunnen overzien. Verder is de opstelling van de verlichting voor de korfen voetbalvelden aan de hand van een onderzoek gebeurd, waarbij niet alleen de verlichtingsverdeling op het veld is bezien, maar ook de eventuele lichthinder naar de omgeving. De bebouwing in het plangebied ligt zowel in de huidige als in de nieuwe situatie geïsoleerd. Het is niet direct gelegen aan de Kromstraat en vormt daardoor geen onderdeel van de lintbebouwing die aan de Kromstraat gelegen is. Voor het ontwerp van de nieuwbouw is het met die reden voor de hand liggend
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 13 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
dat aangesloten wordt bij de vorm en uitstraling van de bestaande bebouwing in het plangebied, waarbij het van belang is dat de bebouwing laag blijft. De bebouwing rondom het plangebied kenmerkt zich namelijk door redelijk lage goot- en bouwhoogten. 3.3.2 Bouwplan Van het beoogde bouwplan is een plattegrond (nieuwe gedeelten zijn rood omlijnd) en zijn enkele gevelbeelden beschikbaar. Deze zijn hieronder weergegeven.
nieuw
nieuw
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 14 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
3.4 Ontsluiting Het plangebied wordt op twee plaatsen op de Kromstraat ontsloten, aan de westzijde van het plangebied en aan de noordzijde. De ontsluiting aan de westzijde is voor de gebruikers van het plangebied, hier is ook de parkeerplaats en fietsenrekken gesitueerd. De andere ontsluiting, aan de noordzijde, betreft een calamiteitenontsluiting. Deze ontsluiting is alleen bedoeld in geval sprake is van gevaar en voor laden en lossen van bijvoorbeeld horecabenodigdheden. 3.5 Landschap Het plangebied ligt in het buitengebied, waardoor het belangrijk is dat het op goede wijze landschappelijk aansluit bij de omgeving. Onderdeel van het planvoornemen is dan ook een landschapsplan (zie bijlage 2 bij deze toelichting), dat hieronder is toegelicht en weergegeven. De landschappelijke context is te kenschetsen als de oeverwal van de Maas. Kenmerkend voor de omzoming van erven zijn; a) geschoren hagen, boomgaarden en solitaire bomen nabij de hoeves, b) knotbomen, bomenrijen, groensingels, of bosjes op overhoeken aan de veldkanten. Tot in de zestiger jaren werd het plangebied als akker benut. Het maakt deel uit van een door wegen omsloten gebied met akkerland tussen de kern en een bebouwingscluster nabij de dijk. Aan het einde van de zeventiger jaren werden sportvelden en een clubgebouw gerealiseerd. De velden werden omzoomd door een groensingel.
De bebouwing van de kern Overlangel wordt tegen het einde van de 20ste eeuw stevig uitgebreid. Het clubgebouw wordt vergroot. In de Nota Landschapsbeleid 2015 wordt het plangebied en zijn context als kom, dekzandrug en oeverwal gerangschikt. Op grond van de historie zijn uitgangspunten voor de oeverwal aan te houden. Het plangebied wordt vooral waargenomen en beleefd vanaf Kromstraat; bomenrijen vormen een passend kader. Vanaf de Overlangelseweg is een doorkijk op de zuidkant mogelijk, vanaf de Maasdijk en de opgang een zicht op de oostkant en zuidkant mogelijk; het beeld wordt in hoge mate bepaald door beplanting. De beplanting in en nabij het plangebied sluit goed aan bij de context en verkeert in goede conditie. De ontwikkeling omvat een uitbreiding van de sportvelden en het verenigingsgebouw. Ten zuidwesten, zuiden en zuidoosten zullen sportvelden worden gerealiseerd. Het plangebied zal worden ontsloten via een nieuwe toegang aan de westkant. Ter hoogte van de nieuwe toegang zal een parkeervoorziening en fietsenrekken worden gerealiseerd. Het plangebied zal worden omzoomd met een hekwerk. Waar mogelijk zal ruimte voor de aanplant van hagen of struweel aan de buitenkant worden vrijgehouden. De afbeelding hieronder geeft het landschappelijk concept voor het planvoornemen weer (blauwe stippen zijn bestaande te behouden bomen).
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 15 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
Het beplantingsplan omvat de aanplant van navolgende elementen; KG1 Kruidenrijk grasland, B1 Essen, H1 Ligusterhagen, B2 es, esdoorn en els, B3 Lindes, S1 Struikvormers en AM1 Kruidenmengsel. Op de afbeelding hieronder is zichtbaar waar welke soorten zijn voorzien.
3.6 Ruimtelijke context Het plangebied is gelegen in een stads- en dorpsrand die het overgangsgebied vormt richting het rustigere buitengebied. Sportvelden inclusief hun clubgebouw zijn regelmatig gelegen in dergelijke gebieden. In het plangebied is nu deels de bestemming ‘Sport’ (bestaande sportvelden met clubgebouw) en deels de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschap’ (uitbreidingsgebied) van toepassing. In de beoogde situatie krijgt het gehele plangebied de bestemming ‘Sport’, waarbij voor het paviljoen (te verbouwen clubgebouw voor sport en ontmoeten) de functieaanduiding ‘maatschappelijk’ wordt opgenomen. Het maximum aantal te realiseren en gebruiken m2’s is vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. Het landschapsplan is via een gebiedsaanduiding en daaraan gekoppelde voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan vastgelegd.
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 16 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.
Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.
De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 17 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling? Het bestemmingsplan ‘Kromstraat 2A Overlangel – 2024’ maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk. In zijn totaliteit gaat het om een nieuw ruimtebeslag van 7985 m2 terrein (sportvelden, parkeerplaatsen, paden et cetera) en 578 m2 nieuwe bebouwing (uitbreiding clubgebouw tot voorziening voor sport en ontmoeten). Omdat het planvoornemen een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder is moet het planvoornemen verantwoord worden vanuit de huidige behoefte.
Het plangebied ligt in het buitengebied van Overlangel en betreft een uitbreiding van een bestaande functie. De ladderverantwoording moet daarom volledig worden doorlopen. Zowel de behoefte moet worden aangetoond als dat de locatie (buiten bestaand stedelijk gebied) moet worden gemotiveerd. Behoefte Al geruime tijd is er bij de inwoners van Overlangel, Neerloon en Keent behoefte aan een locatie die ruimte biedt voor het in de dorpen florerende verenigingsleven, wat op dit moment overal en nergens verspreid over de dorpen plaatsvindt (locatie voor korfbal (sport), locatie voor voetbal (sport), diverse locaties voor andere verenigingsactiviteiten (ontmoeten)). Met het wegvallen van een intensief gebruikte particuliere locatie voor ontmoeten is de behoefte aan een geschikte locatie alleen maar groter geworden. Daarbij zijn de sportaccommodaties in verouderde staat. Door onafhankelijk adviesbureau HEVO is in 2018 een onderzoek (zie bijlage 11 bij deze toelichting) gedaan naar de huidige situatie en de exacte behoefte. De bedoeling van dit onderzoek was te peilen van welke opgave in Overlangel, Neerloon en Keent sprake is en inventariseren welke scenario’s er zijn voor de toekomst.
Hieruit bleek in ieder geval behoefte aan 100 m2 extra gebouwruimte voor ontmoeten ten opzichte van wat er op dit moment in de dorpen aanwezig is alsook de vernieuwing van de bestaande sportaccommodaties. In geval van samenvoeging van alle voorzieningen op de locatie van TOG is een extra gebouwelijke ruimtebehoefte bepaald van in totaal 185 m2 voor ontmoeten en sport. Door het bestuur van Stichting Huis voor Overlangel, Neerloon en Keent is aanvullend hierop, nadat de gemeenteraad heeft besloten tot uitwerken van scenario A (sport en ontmoeten clusteren op de TOGlocatie aan Kromstraat 2A in Overlangel), onderzocht in hoeverre de exacte behoefteraming nog actueel is. Dit, omdat later meer verenigingen zijn toegevoegd aan het concept dan eerder onderzocht door HEVO. Bij alle verenigingen is nagegaan hoeveel ruimte zij nu gebruiken, hoe vaak en op welke momenten zij gebruik maken van die ruimte en waaraan de ruimten die zij gebruiken moeten voldoen teneinde een totaalbehoefteraming te kunnen maken voor de benodigde gebouwde ruimte op de locatie van TOG (zie bijlage 6 bij deze toelichting voor de inventarisatietabel incl. eindconclusie). De behoeftevraag voor de gebouwde ruimte voor sport en ontmoeten is op basis hiervan door de gemeenteraad vastgesteld op 407 m2 gebruiksoppervlakte (zijnde 578 m2 bruto oppervlak).
Voor sporten zijn minimaal twee korfbalvelden nodig en één voetbalveld. Aanvullend hierop is een trainingsveld nodig. Dit zijn de minimale vereisen om überhaupt van een korfbal- en voetbalvereniging te kunnen spreken. Verder zijn ondergeschikte voorzieningen zoals een parkeerterrein en paden nodig. Dit
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 18 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
alles vraagt om – bij efficiënte indeling op het terrein van TOG – om een extra ruimtebeslag van bijna 8000 m2 (terrein). Totaal is vraag naar circa 407 m2 extra bebouwde gebruiksruimte (578 m2 bruto oppervlak) en 8000 m2 extra terrein ten opzichte van de vigerende situatie op het terrein van de korfbalvereniging. Locatie Het onderzoek van HEVO, dat in opdracht van de gemeente Oss is uitgevoerd, bevatte locatieonderzoek. In het onderzoek zijn zes verschillende scenario’s onderzocht. Het ging in dit onderzoek zowel om locaties in bestaand stedelijk gebied als daarbuiten. Onderhavige locatie – buiten bestaand stedelijk gebied - is de enige geschikte gebleken. Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is aantoonbare behoefte en er zijn geen locaties binnen het bestaand stedelijk gebied voor handen. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden.
Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang.
De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 19 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
4.2
Rijksbeleid
4.2.1 Nationaal Waterplan In december 2009 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan is de opvolger van de Vierde nota Waterhuishouding uit 1998. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Het Nationaal Waterplan is een algemeen plan voor het op nationaal niveau te voeren waterhuishoudkundig beleid. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 2015 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Daarbij heeft het plan het karakter van een kapstokplan, waarop grote beleidsvelden zoals Stroomgebiedsbeheersplannen en WB21 (Waterbeheer 21e eeuw) als min of meer zelfstandige eenheden zijn aangehaakt.
De Waterwet schrijft voor dat de hoofdlijnen van het nationaal waterplan in ieder geval de volgende punten omvatten: a) een aanduiding, in het licht van de wettelijke doelstellingen en normen, van de gewenste ontwikkeling, werking en bescherming van de watersystemen, alsmede van de bijbehorende termijnen; b) een uiteenzetting van de maatregelen en voorzieningen, die met het oog op die ontwikkeling, werking en bescherming nodig zijn; c) een aanduiding van de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het te voeren beleid. Daarnaast worden in het plan de volgende onderdelen opgenomen: a) de stroomgebiedbeheerplannen voor de stroomgebieddistricten Rijn, Maas, Schelde en Eems, voor zover die betrekking hebben of mede betrekking hebben op het Nederlandse grondgebied; b) het Noordzeebeleid; c) de functies van de rijkswateren Over de grote rivieren, waaronder de Maas, zijn in het plan de volgende beleidskeuzes gemaakt: - Huidige afvoerverdeling handhaven; - Bestaande buitendijkse ruimte behouden, beschermen en beheren; - Ruimte voor de rivier om het riviersysteem op orde te brengen; - Anticiperen op hogere rivierafvoeren en een hogere zeespiegel; - Duurzaam behouden van bevaarbaarheid voor scheepvaart. Waterbesluit Het Waterbesluit vormt samen met de Waterregeling een uitwerking van de bepalingen van de Waterwet.
De Waterwet maakt het mogelijk of schrijft voor dat bepaalde onderwerpen worden uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur (bijvoorbeeld het Waterbesluit), een ministeriële regeling (bijvoorbeeld de Waterregeling) of in regelgeving van decentrale overheden. Dit waarborgt de samenhang tussen verschillende aspecten van het waterbeheer en bevordert ook de overzichtelijkheid van de waterbeheerregelgeving. Bij het opstellen van het Waterbesluit is prioriteit gegeven aan die gevallen waarin de wet nadere regeling voorschrijft. Daarnaast is voor de gevallen waarin nadere regeling kan plaatsvinden het uitgangspunt gekozen om het accent vooral te leggen op "codificeren", in plaats van "modificeren" van bestaande regelgeving. Hierbij is het uitgangspunt uiteraard dat gestreefd wordt naar zo min mogelijk regels met een zo laag mogelijke regeldruk. Belangrijke onderwerpen in het Waterbesluit zijn:
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 20 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
-
De landelijke rangorde bij watertekorten, de zogenaamde verdringingsreeks: verdringingsreeks bij watertekorten; De toedeling van oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen in beheer bij het Rijk: rijkswateren en regionale wateren; De procedurele en inhoudelijke aspecten van het nationale waterplan en het beheerplan voor de rijkswateren: beheerplannen; Enkele inhoudelijke aspecten van de plannen in verband met implementatie van de kaderrichtlijn water en de richtlijn overstromingsrisico's; De vergunningsplicht en algemene regels voor het gebruik van rijkswaterstaatswerken: gebruik maken van een waterstaatswerk; De wijze waarop de aanvraag om een watervergunning wordt gedaan: een watervergunning aanvragen.
Beleidsregels Grote Rivieren De beleidsregels berusten op artikel 6.12 van het Waterbesluit. Het toepassingsbereik van de beleidsregels wordt grotendeels gevormd door de rivieren de Maas, de Rijn, de Waal en de IJssel. In aanvulling op artikel 6.12 van het Waterbesluit bepalen de beleidsregels de voorwaarden waaronder toestemming voor diverse activiteiten in het rivierbed kan worden verkregen. Toestemming moet daarbij gezien worden als de toelaatbaarheid vanuit rivierkundig opzicht bezien, nodig voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 6.5 van de Waterwet en artikel 6.12 van het Waterbesluit.
Toepassingsgebied Beleidslijn grote rivieren
Voortvloeiend uit de Waterwet en het Waterbesluit wordt in de Beleidsregels grote rivieren binnen het rivierbed een nader onderscheid gemaakt tussen een bergend regime en een stroomvoerend regime. In de beleidsregels, met bijbehorende kaarten, wordt de exacte begrenzing van deze regimes vastgelegd. Vervolgens wordt de toelaatbaarheid van diverse soorten activiteiten beschreven waarbij onderscheid wordt gemaakt in: - activiteiten bergend regime; - riviergebonden activiteiten stroomvoerend regime; - niet-riviergebonden activiteiten stroomvoerend regime; - overige activiteiten. De onderscheiden regimes en de toelaatbaarheid van verschillende activiteiten dienen in bestemmingsplannen te worden door vertaald. Integrale Verkenning Maas In 2003 is het rapport Integrale Verkenning Maas uitgebracht. In dit rapport wordt een overzicht gegeven van de wijze waarop rivierverruimende maatregelen kunnen bijdragen aan de hoogwaterbescherming op lange termijn. Op verzoek van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat is een vervolg aan het traject gegeven, waarbij een advies is afgegeven voor mogelijkheden van toekomstige veiligheid met
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 21 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
ruimtelijke kwaliteit: Integrale Verkenning Maas – 2. (IVM-2). In kader van IVM-2 zijn binnen de plangrenzen van dit bestemmingsplan de volgende maatregelen voorgesteld: - weerdverlaging - nevengeul Hemelrijkse Waard - hoogwatergeul Lithse Ham In het vergunningenspoor van de Waterwet worden alle nieuwe ontwikkelingen onder meer getoetst aan het mogelijke ruimtebeslag, zoals aangegeven in het IVM-2 projectenplan. Deltaprogramma In het kader van het Deltaprogramma wordt samen met de regio een integrale lange termijnopgave voor de Maas geformuleerd waarin de integrale (ruimtelijke) opgaven en oplossingsrichtingen voor het rivierengebied voor lange termijn (tot 2100) zijn benoemd en sleutelkeuzes voor de inrichting zijn vastgelegd. Waterveiligheid en afvoerverwachtingen van 4.600 m3/s voor de Maas zijn hierbij de randvoorwaarden. Programma Stroomlijn Rijkswaterstaat werkt met het Programma Stroomlijn aan het onderhoud van de begroeiing in de uiterwaarden. Bij hoogwater, als het water ook door de uiterwaarden stroomt, kunnen begroeiing en ophopend vuil daarin de doorstroming van het water belemmeren. Dit veroorzaakt een nog hoger waterpeil en vergroot het risico op overstromingen. Goed beheer en onderhoud van de begroeiing in de uiterwaarden is daarom erg belangrijk voor de hoogwaterveiligheid.
De doelen die voortkomen uit het Programma Stroomlijn zijn: - Onderzoeken welke begroeiing verwijderd kan worden - Het verwijderen van bomen en struiken uit de stroombaan - Het verwijderen van wilgen in dichtbegroeide rietlanden - Het behouden van waardevolle heggen en monumentale bomen - Rekening houden met beschermde dier- en plantensoorten, zoals de bever, kwartelkoning en stroomdalgrasland. Het plangebied ligt binnendijks aan de Maas. Op termijn is het de bedoeling de dijk hier te versterken. Het waterschap heeft daarvoor plannen gemaakt. In het voorkeursscenario is rekening gehouden met de plannen in het plangebied, danwel de plannen in het plangebied houden rekening met de dijkverzwaring. Hierover is meermaals overleg geweest met het waterschap en is overeenstemming bereikt over de inrichting en zijn afspraken gemaakt over de wijze van inrichting/ maatregelen tijdens de werkzaamheden i.v.m. de dijkverzwaring die in de tijd na aanleg van het planvoornemen zullen plaatsvinden. 4.2.1
De Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen;
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 22 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
- De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
Het planvoornemen is niet in strijd met de Nationale Omgevingsvisie, omdat het bijdraagt aan de doelen voor de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland daarbij belemmert het de doelen voor het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied niet. 4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 23 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
-
Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie
In dit plan wordt de bestemming ‘Sport’ verruimd ter plaatse van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschap’, waarbij via de functieaanduiding ‘maatschappelijk’ een accommodatie voor sport (korfbal en voetbal) en ontmoeten voor de kernen Overlangel, Neerloon en Keent wordt gerealiseerd. Het planvoornemen is niet in strijdig met de geformuleerde doelen in de Brabantse Omgevingsvisie. 4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen.
De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Het plangebied ligt volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant in het ‘Landelijk gebied’, ook is de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’ van toepassing. De afbeeldingen hieronder – een uitsnede van de kaartlaag ‘Basiskaart Landelijk Gebied’ en ‘Stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ illustreren dat.
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 24 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
Motivering artikel 3.71 Iov In verband met het planvoornemen zijn de instructieregels voor gemeenten zoals opgenomen in artikel 3.71 Bestaande niet-agrarische functie in het Landelijk gebied van toepassing. De in dit artikel opgenomen regels zijn als volgt: Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaande nietagrarische functie die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen;
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 25 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
b. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; c. kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk Gebied. Het planvoornemen betreft een bestaande niet-agrarische functie: ‘Sport’. De bestaande sportfunctie ‘korfbal’ wordt uitgebreid met ‘voetbal’. Daarnaast wordt een multifunctioneel clubgebouw opgericht dat zowel dienstdoet als kantine, kleed- en doucheruimte voor de korfbalvereniging en voetbalvereniging als voor andere verenigingen en dergelijke in Overlangel, Neerloon en Keent die elkaar willen ontmoeten. Het multifunctionele clubgebouw is daarmee tevens een dorpshuis voor de inwoners van Overlangel, Neerloon en Keent. Gezien het planvoornemen zijn de regels zoals opgenomen in lid c van artikel 3.71 relevant. In de structuurvisie Oss is het gebied waarin de locatie is gelegen aangewezen als woongebied inbreiding en beheer.
In de structuurvisie buitengebied Oss 2015 geldt voor de locatie geen specifieke ontwikkelrichting, wel heeft het plangebied in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ de gebiedsaanduiding ‘stads- en dorpsranden’. De ontwikkelrichting van het gebied waarin het plangebied is gelegen is daarmee niet eenduidig qua functie, maar wel qua richting op meer abstracter niveau: het gebied is geschikt voor verandering richting een meer stedelijk (lees: dorps) programma dat past in een kernrandzone op de overgang tussen stad en land. Dit strookt ook met het feit dat hier op basis van het provinciale beleid de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’ van kracht is. Deze aanduiding geldt voor locaties die in aanmerking komen voor veranderingen in de occupatielaag. Het planvoornemen – een sportvoorziening voor veldsporten (buiten) met een multifunctioneel clubgebouw – is een voorziening die op een dergelijke locatie goed past, niet voor niks worden dorpsranden vaak gemarkeerd met een veldsportcomplex. De gemeente wil dat Oss een fijne gemeente is om in te wonen, te werken en te recreëren. Om dat mogelijk te maken zijn er voorzieningen nodig waar de inwoners behoefte aan hebben. De gemeente werkt samen met inwoners aan goede en betaalbare voorzieningen voor cultuur, sport, gezondheid, bewegen en ontmoeten. De gemeente stuurt op het voorzieningenbeleid met de Voorzieningenkaart.
Voor Overlangel, Neerloon en Keent geldt dat de inwoners behoefte hebben aan het planvoornemen dat dit bestemmingsplan beoogd mogelijk te maken. Tegelijkertijd geldt dat met de realisatie van het planvoornemen alle sport- en ontmoetingsfuncties in het kernencluster Overlangel, Neerloon en Keent op één locatie worden geclusterd, wat voordelen oplevert op allerlei vlakken: 1. ontmoeten wordt gemaximaliseerd, want ook leden van verschillende verenigingen komen elkaar op dezelfde plek tegen en maken elkaar enthousiast, en; 2. exploitatie is betaalbaarder, omdat slechts één locatie onderhouden hoeft te worden en voorzieningen dubbel gebruikt kunnen worden dus maar één keer gerealiseerd hoeven te worden; 3. voorzieningen kunnen blijven behouden in het kernencluster Overlangel, Neerloon en Keent wat de leefbaarheid ten goede komt. Door het initiatief wordt leegstand elders niet in de hand gewerkt. Namelijk, de locaties die op dit moment nog in gebruik zijn (diverse verenigingen maken gebruik van een tijdelijke locatie), zijn reeds voor andere relevante ontwikkelingen voorzien. De uitbreiding draagt bij aan het versterken van de omgevingskwaliteit omdat een landschapsplan onderdeel uitmaakt van het planvoornemen (zie bijlage 1 bij deze toelichting). Er is geen sprake van het
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 26 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
leveren van een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk Gebied. In het plangebied is namelijk geen sprake van overtollig en leegstaand vastgoed dat kan worden gesloopt. Het planvoornemen gaat uit van het intensiever gebruiken en tegelijkertijd uitbreiden van bestaand vastgoed. Motivering paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Verder geldt dat in verband met het planvoornemen moet worden getoetst aan paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Dit houdt in dat een zorgplicht geldt voor een goede omgevingskwaliteit, wat inhoud dat invulling moet worden gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied waarbij de lagenbenadering wordt toegepast en sprake moet zijn van meerwaardecreatie. Zorgvuldig ruimtegebruik In onderhavige situatie is gebleken dat vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is in het bestaand stedelijk gebied, waardoor uitbreiding legitiem is. Dit is gemotiveerd in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking eerder in deze toelichting. Verder geldt dat het planvoornemen uitgaat van concentratie van bebouwing: omdat de wedstrijden (veld in het centrum) en trainingen (veld in buitengebied) van OKSV naar dit terrein verhuizen zullen de andere velden met hun gebouwen op termijn komen te vervallen.
Op het terrein is verder geen sprake van verspreid liggende bebouwing, deze wordt ook niet toegevoegd. Lagenbenadering Het planvoornemen is gelegen op een oeverwal. Oeverwallen worden van oudsher gebruikt voor bewoning en andere functies die niet mochten overstromen. Het planvoornemen betreft ook zo’n functie. Bij de ontwikkeling van het planvoornemen is verder rekening gehouden met de karakteristieken van de oeverwal, zo wordt in het landschapsplan hierop aangesloten. Verder geldt dat met de andere aspecten die op basis van de ondergrond rekening wordt gehouden. Zo maakt archeologisch onderzoek en waterhuishouding een relevant onderdeel uit van de uitwerking van het planvoornemen. Meerwaardecreatie Bij het planvoornemen staat meerwaardecreatie voorop. Het combineren van voorzieningen op één plek is de aanleiding voor dit bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt een locatie voor primair een korfbalvereniging uitgebreid voor het huisvesten van een voetbalvereniging, waarbij aanvullend ruimte wordt gemaakt voor andere verenigingen en dergelijke om te ontmoeten (dorpshuisfunctie). De meerwaarde die dit creëert is eerder in deze paragraaf beschreven onder het kopje ‘motivatie artikel 3.71 Iov’. Verder geldt op basis van deze paragraaf nog dat invulling moet worden gegeven aan kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit is onderdeel van onderhavige ontwikkeling.
De bijbehorende motivatie van dit onderdeel is verderop in deze toelichting terug te vinden (zie paragraaf 5.1.2 Kwaliteitsverbetering van het landschap). Conclusie Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Kromstraat 2A Overlangel – 2024, pag. 27 van 78 vastgesteld 23 mei 2024
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. In de structuurvisie is het gebied waarin de locatie is gelegen aangewezen als woongebied inbreiding en beheer. De locatie is daarmee bedoeld voor stedelijke functies die wonen betreffen of onderdeel zijn van het wonen. Het planvoornemen dat toeziet op de uitbreiding van een bestaande sportaccommodatie (korfbal) voor een andere sportvereniging (voetbal) en een ontmoetingsfunctie voor de inwoners van Overlangel, Neerloon en Keent is onderdeel van het wonen.
Het betreft hier namelijk de ontwikkeling van een voorzieningencluster voor de inwoners van Overlangel, Neerloon en Keent. Voldaan wordt aan de structuurvisie. 4.4.2 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied.
Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij - De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers