Bijlage 1A Toelichting - BP Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem - 2023
Tekst van het document
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 28 van 69 Ontwerp december 2023
Uitgaande van een capaciteit van circa 4.500 woningen, is het nodig om nieuwe woningen toe te voegen om in de woningbehoefte te voorzien. Onderstaande tabel geeft dit weer (de concrete capaciteit is inclusief voorliggend plan).
De kwalitatieve behoefte In de Woonvisie Oss 2020 en PFM Wonen Oss is een indicatieve raming gemaakt van de behoefte aan verschillende kwaliteiten, met een onderscheid naar woningtype, eigendomsvorm, woonmilieus en prijssegmenten 2. De raming is gebaseerd op recente woningmarktonderzoeken en ontwikkelingen in de woningmarkt van Oss en de regio. Hierbij is ook rekening gehouden met de wisselwerking met de bestaande woningvoorraad en de behoefte vanuit de verschillende doelgroepen (starters, gezinnen, ouderen, inkomensklassen e.d.). Gezien de verwachte bevolkingsontwikkeling wordt er gezocht naar woonproducten geschikt voor doelgroepen als starters en senioren. In dit plan komen onder meer patiowoningen voor senioren en betaalbare rug-aan-rug woningen voor starters naar voren. Dit plan voldoet niet volledig aan de Woonagenda, maar gezien de beoogde woonproducten (inzet op levensloopbestendige woningen en een specifiek startersproduct) is het hier ook vanwege de financiële haalbaarheid akkoord bevonden om tot het voorliggende programma te komen. Opgave tot 2040 versus capaciteit stedelijk gebied 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0
sociale huur vrije sector huur prognose 2020
goedkope middeldure dure koop koop koop
model Oss
concrete capaciteit*
2 De prijssegmenten 2023 zijn als volgt: huur goedkoop, kale huur < liberalisatiegrens; huur middelduur, kale huur >
liberalisatiegrens; koop goedkoop < € 240.000; koop middelduur, > € 240.000 < €405.000, koop duur > € 405.000. Deze prijsgrenzen zijn gekoppeld aan landelijke standaarden zoals de liberalisatiegrens, de NHG grens en de consumentenprijsindex en zullen daarom per jaar meebewegen met deze landelijke standaarden.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 29 van 69 Ontwerp december 2023
Tot 2040, stedelijk gebied appartementen grondgebonden 8.000 6.000 4.000 2.000 0
prognose 2020
model Oss
appart./levensloopbestendig
concrete capaciteit* Grondgebonden
Bovenstaande figuren geven de indicatieve behoefte voor het stedelijk gebied Oss-Berghem weer versus de concrete capaciteit (bron: PFM Wonen Oss, 2023). Zichtbaar is een tekort in het betaalbare koopsegment en de dure koop. Bij de programmering van het plan aan de Kerkstraat is rekening gehouden met bovenstaande behoefteraming. Dit heeft geleid tot een gevarieerd woningprogramma met een divers programma koopwoningen, zoals eerder bij de planbeschrijving weergegeven. Met de geschetste samenstelling voorziet het plan in de behoefte van verschillende doelgroepen voor koop in verschillende woningtypen. Ook wordt er ingezet op grondgebonden programma met zowel gedeeltelijk levensloopbestendige woningen als rug-aan-rug woningen. Hiermee wordt ingespeeld op de toenemende behoefte van oudere en kleinere huishoudens. Conclusie De ontwikkeling van 38 woningen aan de Kerkstraat in Berghem in voorliggend plan sluit aan bij de woningbehoefte van gemeente Oss en in het bijzonder het stedelijk gebied Oss-Berghem – zowel naar omvang als naar type woningen. Daarmee is het programma verantwoord vanuit de Ladder voor duurzame verstedelijking en sluit het plan aan bij het woonbeleid van provincie, regio en de gemeente Oss. 4.4.6 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld.
Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: • bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; • monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); • bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 30 van 69 Ontwerp december 2023
Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd. 4.4.7 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving.
Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage 1 opgenomen bij de regels. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35 m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven.
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen. Analyse Onderhavig zorgt niet voor aan huis gebonden activiteiten met een oppervlakte groter dan 35 m². Conclusie Het plan voldoet aan het 'Beleid aan huis gebonden activiteiten'.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 31 van 69 Ontwerp december 2023
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsaspecten
Natuur
5.1.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.1.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020.
De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: • Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. • Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. • Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. • Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. • Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is.
Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Binnen het plangebied zijn geen bijzonder waardevolle bomen aangegeven.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 32 van 69 Ontwerp december 2023
5.1.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming.
Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Sinds 1 juli 2021 is de Wsn samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. Gebiedsbescherming Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. In een toetsing wordt bepaald of er negatieve effecten kunnen optreden. Een eerste toetsing (voortoets) geeft aan of er negatieve effecten kunnen optreden en zo ja of deze van dien aard kunnen zijn dat de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen komen. Indien dat het geval is, wordt een tweede toetsing verricht welke dieper ingaat op de mate van effect (passende beoordeling).
Analyse Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuurnetwerk Gelderland. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Rijntakken' ligt op circa 17,3 km afstand. Ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden moet het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan met name om stikstofdepositie. Conform de Wet natuurbescherming mag de stikstofdepositie namelijk niet toenemen. Het voornemen is om met het bouwplan 38 grondgebonden woningen te realiseren. De berekeningen zijn uitgevoerd door Pittiger in Planologie met de AERIUS Calculator. Uit de berekening blijkt dat de sloop/bouwfase en de toekomstige gebruiksfase van de nieuwe woningen niet leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000gebieden. Het onderzoeksrapport (10 november 2023) is als bijlage 2 bijgevoegd. Op grond van de Wet Natuurbescherming geldt een vrijstelling van de vergunningplicht en is nader onderzoek niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming vormt dan ook geen belemmering.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 33 van 69 Ontwerp december 2023
Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Bij ontwikkeling van het initiatief kunnen door de sloop van de bebouwing/kappen van bomen/rooien van beplanting verblijfplaatsen/foerageergebieden/vliegroutes van vogels en vleermuizen verstoord worden. Tevens kunnen beschermde natuurgebieden worden verstoord. Middels een quickscan natuurwaarden dient te worden onderzocht of er een belemmering is voor voorliggende ontwikkeling. De beoordeling van het plan ten aanzien van de soortenbescherming is uitgevoerd door Blom Ecologie uit Waardenburg: rapport "Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna aan Kerkstraat ong. te Berghem" (24 april 2019, BE/2019/317). Het onderzoeksrapport is als bijlage 3 bijgevoegd. Blom Ecologie concludeert dat het plangebied en de te slopen schuur geen essentiële betekenis hebben voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels.
De beoogde realisatie van circa 38 woningen leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden en/of beschermde gebieden. In het onderzoeksrapport doet Blom Ecologie de volgende aanbevelingen: • tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. De aanwezigheid van beschermde soorten (Wet-Nb, andere soorten, art. 3.10) en hun leefgebied vormen geen bezwaar voor de beoogde ontwikkelingen (vrijstellingsbesluit); • alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten; • de werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli). Indien de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Indien dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.
Bescherming van houtopstanden Het plan omvat niet het kappen van bomen buiten de bebouwde kom of in een houtopstand van meer dan 10 are, of het kappen van een bomenrij van meer dan 20 bomen. Er is derhalve geen herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 34 van 69 Ontwerp december 2023
5.2
Archeologie en Cultuurhistorie
5.2.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.
5.2.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument
Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv
Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten
35 m2 / 30 cm -Mv
Historische stads-/dorpskern
50 m2 / 30 cm -Mv
Hoge verwachtingswaarde
100 m 2 / 30 cm -Mv
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 35 van 69 Ontwerp december 2023
Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein
1000 m2 / 30 cm -Mv
Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde
5 hectare / 30 cm -Mv
Reeds onderzocht
Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.
Verstoord
Geen onderzoeksplicht
Volgens de archeologische beleidskaart heeft het plangebied een tweetal archeologische dubbelbestemmingen, te weten ‘Waarde – archeologie verwachtingswaarde middelhoog’ en ‘Waarde – archeologie verwachtingswaarde hoog’ Vanuit het archeologiebeleid geldt een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm beneden het huidige maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 en 1.000 m². 5.2.3 Archeologietoets Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied een tweetal archeologische dubbelbestemmingen toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 en 1.000 m². Toetsing van de plannen Het noordelijke deel van het plangebied is aangeduid met een middelhoge archeologische verwachting. Voor deze gebieden geldt een vrijstellingsgrens voor ontwikkelingen die in omvang kleiner zijn dan 1.000 m². In dat geval is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Als de graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 30 cm is onderzoek ook niet verplicht. Het zuidelijke deel van het plangebied is aangeduid met een hoge archeologische verwachting. Voor deze gebieden geldt een vrijstellingsgrens voor ontwikkelingen die in omvang kleiner zijn dan 100 m².
In dat geval is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Als de graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 30 cm is onderzoek ook niet verplicht. Het initiatief overschrijdt voor beide archeologische dubbelbestemmingen de grenzen. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is derhalve noodzakelijk. Om het aspect archeologie te waarborgen heeft Vestigia uit Amersfoort een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd: rapport "Archeologisch vooronderzoek in het kader van de Nieuwbouw van woningen aan de Kerkstraat te Berghem, gemeente Oss" (6 februari 2020, V1800). Bijgevoegd als bijlage 4. Vestigia concludeert in het bureauonderzoek dat: • op basis van het bureauonderzoek het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft vanwege de ligging op een hoger gelegen (en droger) gebied met dekzandruggen. In het eerddek kunnen aardewerkfragmenten uit de IJzertijd en Romeinse tijd aanwezig zijn. Dit betreffen dan geen in situ archeologische resten, omdat deze van een andere locatie zijn meegevoerd ten tijde van het opbrengen van het eerddek (verstoorde context). • er een kans is dat de ondergrond in het plangebied verstoord is geraakt door ploegwerkzaamheden en bij de bouwactiviteiten die zich vooral aan de westzijde van het plangebied hebben afgespeeld vanaf tenminste begin 19e eeuw.
• binnen het plangebied geen (ondergrondse) bouwhistorische waarden verwacht worden, met uitzondering van de mogelijk resten van het huis met erf, dat zichtbaar is op de kadastrale minuut van 1811-1832 in het uiterste westen van het plangebied.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 36 van 69 Ontwerp december 2023
Naar aanleiding van het bureauonderzoek is een veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat het niet zeker is of er oorspronkelijk een esdek aanwezig was in het plangebied. Als dit al aanwezig was, is dit opgenomen in de huidige bouwvoor. Het bodemprofiel is tot in het moedermateriaal verstoord. Vanwege de grote mate van verstoring, het uitblijven van aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van een intacte archeologische laag, is de kans klein dat in het centrale deel van het plangebied bij bouwactiviteiten een behoudenswaardige archeologische vindplaats wordt geschaad. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek kan de archeologische verwachting voor het centrale deel van het plangebied worden bijgesteld naar laag. Voor het westelijke en noordelijke deel van het plangebied blijft de oorspronkelijke hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek gehandhaafd. Voor het westelijke deel van het plangebied wordt een gravend onderzoek geadviseerd, in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (met eventuele doorstart naar een opgraving), om eventuele resten van historische bebouwing op te sporen.
Voor het noordelijke deel dat nog niet is onderzocht, en daarom eveneens nog steeds een hoge verwachting heeft, wordt een vervolgonderzoek geadviseerd dat bestaat uit aanvullende boringen, of door middel van een proefsleuvenonderzoek gelijktijdig met het westelijke deel van het plangebied (zie onderstaande kaart).
Het bevoegd gezag, de gemeente Oss, heeft ingestemd met bovenstaande conclusies. In bijlage 5 is dit selectieadvies opgenomen. Ook nadat het archeologisch onderzoek is afgerond, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Oss en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 37 van 69 Ontwerp december 2023
Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Onderhavig plangebied is in zijn geheel onderzocht. Hieruit volgt dat het plangebied nog niet geheel is vrijgegeven met betrekking tot het aspect archeologie. Het opnemen van een dubbelbestemming ter plaatse van de nog te onderzoeken plandelen is hierdoor nog van toepassing.
5.2.4 Cultuurhistorie Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.
In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningsvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen.
De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 38 van 69 Ontwerp december 2023
Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.
Analyse Het plangebied ligt tussen het historische centrum (donkerbruin) van Berghem en de oude lintbebouwing van de Julianastraat (lichtbruin/overig karakteristiek gebied) en is verder niet aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. Het plan heeft geen nadelige invloed op de oude lintstructuur of andere waarden.
Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart (plangebied in blauwe cirkel)
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 39 van 69 Ontwerp december 2023
5.3
Mobiliteit en parkeren
5.3.1 Verkeer De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. Verkeer: extra verkeersbewegingen De realisatie van woningen heeft invloed op de verkeersgeneratie. De digitale publicatie ''ASVV 2012'' (CROW) bevat kencijfers voor de verkeersgeneratie van diverse functies. De gemeente Oss wordt aangeduid als sterk stedelijk gebied, waarin de locatie van het deelgebied binnen de gemeente Oss tot de rest van de bebouwde kom behoort. Het aantal verkeersbewegingen in de nieuwe situatie bestaat uit een viertal onderdelen: • de realisatie van 6 vrijstaande woningen (koop, vrijstaand); • de realisatie van 4 halfvrijstaande woningen (koop, twee-onder-een-kap); • de realisatie van 4 levensloopbestendige patiowoningen (koop tussen/hoek/patio); • de realisatie van 14 rijwoningen (koop, tussen/hoek/patio), en; • de realisatie van 10 rug-aan-rug woningen (koop, goedkoop). In de tabel hieronder is de berekening van de verkeersgeneratie per etmaal uiteengezet.
Onderdeel Koop, vrijstaand Koop, twee-onder-een-kap Koop, tussen/hoek/patio Koop, rug-aan-rug Totaal
Verkeersgeneratie 8,2 per woning 7,8 per woning 7,1 per woning 4,9 per woning
Aantal 6 woningen 4 woningen 18 woningen 10 woningen
Totaal 49,2 31,2 127,8 49,0 257,2
In totaal is er sprake van een gemiddelde verkeersaantrekkende werking van 258 motorvoertuigen per etmaal. Verkeer: ontsluitingswegen Het plangebied wordt ontsloten door twee ontsluitingen, één via de Zevenbergseweg en één via de zijstraat van de Kerkstraat. De Zevenbergseweg, de Kerkstraat en de omliggende straten kunnen deze 'extra' verkeersbewegingen verdragen. 5.3.2 Parkeren Auto Het voorzien in voldoende parkeerplaatsen is noodzakelijk voor goed functioneren van het initiatief en voorkomt overlast voor de omgeving. Het gemeentelijke parkeerbeleid is vastgelegd in de gemeentelijke nota ''Parkeernormen 2023, gemeente Oss'' en bevat de hoofdlijnen van het beleid. Dit document wordt gebruikt bij het opstellen van de parkeerbalans. Uitgangspunt is de parkeernorm in de kolom 'Kernen'. In de tabel hieronder is de berekening van de parkeernormen per etmaal uiteengezet.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 40 van 69 Ontwerp december 2023
Onderdeel Vrijstaande woningen, grondgebonden > 150 m2 Halfvrijstaande woningen, 125-150 m2 Patiowoningen, grondgebonden 125-150 m2 Rij/hoekwoningen, grondgebonden 100-125 m2 Rug- aan rug woningen, grondgebonden 100-125 m2 Totaal
Parkeernormen 2,4 per woning 2,2 per woning 2,2 per woning 2,0 per woning 2,0 per woning
Aantal 6 woningen 4 woningen 6 woningen 12 woningen 10 woningen 38 woningen
Totaal 14,4 8,8 13,2 24 20 80,4
In overeenstemming met de gemeentelijke nota moeten er minimaal 81 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. In het schetsprofiel zijn 56 openbare parkeerplaatsen ingetekend. Daarnaast kunnen bij de halfvrijstaande en vrijstaande woningen (10) 2 parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Dit leidt tot minimaal 20 parkeerplaatsen op eigen terrein. Ook bij de patiowoningen en één hoekwoning zijn parkeerplaatsen op eigen terrein geprojecteerd. Gezamenlijk worden er 81 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarmee het initiatief voldoet aan de gemeentelijke nota. Fietsparkeren Bouwbesluit 2012 (artikel 4.30-4.32)4 verplicht bij nieuwbouwwoningen een afsluitbare bergruimte om fietsen en/of scootmobielen op te bergen voor bewoners. Het voorzien in stallingruimte voor de fiets bij nieuwbouwwoningen is hiermee gewaarborgd middels het Bouwbesluit. Dit betekent dat een gemeente geen afwijkende of extra normen kan opleggen Fietsparkeernorm voor bezoekers van bewoners De invulling van fietsparkeervoorzieningen is verschillend voor grondgebonden woningen en appartementen. Bij grondgebonden woningen is het uitgangspunt dat bezoekers hun fiets zonder hinder van het overige verkeer (voetgangers) nabij de woning kunnen parkeren, bijvoorbeeld in de tuin of tegen de voorgevel. In het plan wordt hieraan voldaan.
5.4
Water
5.4.1 Wetgeving en beleid De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in december 2022 een Water- en rioleringsprogramma vastgesteld (WRP 20232029). Het programma biedt een kader voor de gemeentelijke watertaken en regelt de zorg voor de inzameling en transport van afvalwater, doelmatige verwerking van afvloeiend (overtollig) hemelwater en overtollig grondwater. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. In bebouwd gebied vraagt de zorg voor oppervlaktewater extra aandacht. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro).
Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 41 van 69 Ontwerp december 2023
Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd.
In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: • schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; • de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; • de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; • de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. ‘ Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid.
De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 42 van 69 Ontwerp december 2023
De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: 1. Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; 2. Voorkomen van vervuiling van water; 3. Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: o Hergebruik o Infiltratie/bergen o Afvoer 4. Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat: o De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; o De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; o Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; o De (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; o Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied. 5.4.2 Watertoets Het doel van de Watertoets is in een vroeg stadium waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar te maken en evenwichtig mee te nemen bij ruimtelijke plannen.
Er wordt met name ingegaan op de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en de beschrijving van de maatregelen die worden getroffen. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en “water” mee te laten wegen in het planproces. In de watertoets is gekeken naar de volgende aspecten: hemelwater; oppervlaktewater; grondwater en vuilwater en droogweerafvoer. Om het aspect water te waarborgen heeft Kragten een Watertoets uitgevoerd: rapportage "Watertoets ontwikkeling Kerkstraat Berghem" (6 december 2023, VKL023). Bijgevoegd als bijlage 6. Verhard oppervlak Aan de hand van het plan is het toekomstig verhard oppervlak van de ontwikkeling vastgesteld. Er wordt vanuit gegaan dat er circa 3.000 m2 aan bebouwing en 3.900 m2 aan straten/stoepen worden aangelegd. Het is nog onbekend hoeveel verharding er in de tuinen van de woningen komt te liggen. Hierom wordt voor alle percelen 75% aan verhard oppervlak gerekend. De totale oppervlakte van de percelen zonder bebouwing bedraagt (8.740 – 3.000 = ) 5.740 m², het totaal verhard oppervlak van de percelen bedraagt hiermee circa (5.740 * 75% =) 4.305 m². Voor de ontwikkeling wordt ook een deel van de Kerkstraat verlengd.
Dit deel heeft een verhard oppervlak van circa 225 m2.Het totale verhard oppervlak voor de toekomstige situatie is hierdoor (3.000 + 3.900 + 4.305 + 225 =) 11.430 m2. Waterbergingsopgave en advies In de huidige situatie staat er al een schuur in het projectgebied. Deze heeft een oppervlak van circa 75 m2. Hierdoor wordt de toename aan verhard oppervlak in het projectgebied circa (11.430 – 75 =) 11.355 m2. Over dit oppervlak dient conform de keur van Waterschap Aa en Maas een neerslaghoeveelheid van 60 mm geborgen te worden. Dit komt neer op circa (11.355 * 0,06=) 681 m3 berging. Volgens het beleid van de gemeente moet er over het terug te brengen verhard oppervlak (oppervlak van de schuur) nog wel 25 mm worden geborgen. Dit komt neer op circa (75 * 0,025=) 2 m3. In totaal is de bergingsopgave dus circa (681 + 2 =) 683 m3.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 43 van 69 Ontwerp december 2023
Volgens het beleid van de gemeente Oss moeten particuliere terreinen 25 mm op eigen terrein bergen. In totaal is er binnen het projectgebied circa 3.000 m2 aan woningen voorzien. Daarnaast wordt er nog circa 4.300 m2 aan verhardingen in de tuinen verwacht. In totaal wordt er dus circa (3.000 + 4.300 =) 7.300 m2 verhard oppervlak op particulier terrein verwacht. Dit betekent dat er in de particuliere bergingen circa (7.300 m2 * 0,025=) 183 m3 water geborgen wordt. Dit houdt in dat de totale hoeveelheid berging op het openbaar terrein (683 m3 – 183 m3=) 500 m3 moet zijn. In het bouwplan zijn 2 locaties voorzien voor wadi’s blauwe vlakken (zie onderstaande afbeelding). Deze wadi’s hebben gezamenlijk een oppervlak van circa 350 m2. Uitgangspunt is dat deze wadi’s maximaal 0,5 m diep worden gemaakt. Rekening houdend met taluds van 1:3 hebben de taluds een oppervlak van circa 195 m2 en de bodem een oppervlak van 155 m2. In totaal kan er op de taluds circa (0,5 * 195 * 0,5 =) 48,8 m3 worden geborgen. Boven het bodemoppervlak kan er circa (0,5 * 155 =) 77,5 m3 worden geborgen. In totaal kan er in de wadi dus circa 126 m3 worden geborgen. Dit water kan naar de wadi’s worden vervoerd met leidingen. Dit houdt in dat er nog circa (500 – 126 =) 374 m3 met andere voorzieningen moet worden geborgen. Hierbij kan er gebruik gemaakt worden van een waterbergende fundering van de weg.
Uitgaande van een funderingsdikte van 0,45 m en een waterbergend vermogen van 40% is er circa (374 / 0,45 / 0,4 =) 2.078 m2 aan verharding benodigd. Wanneer de waterbergende fundering onder de openbare wegen en parkeerplaatsen wordt gelegd, dan wordt er een oppervlak van circa 2.200 m2 aan waterbergende fundering aangelegd. Hierin kan circa (2.200 * 0.45 * 0.4 =) 396 m3 worden geborgen. In onderstaande afbeelding is het gebruikte oppervlak voor de waterbergende fundering weergegeven. In totaal wordt er met de wadi’s, waterbergende fundering en berging op particulier terrein (126 + 396 + 183 =) 705 m3 geborgen. Hiermee wordt voldaan aan de waterbergingsopgave van 683 m3.
Voorstel waterberging in boven- en ondergrondse bergingsvoorzieningen
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 44 van 69 Ontwerp december 2023
Leegloop De leegloop van de bergingsvoorziening is onder andere afhankelijk van de infiltratiecapaciteit van de bodem. In januari 2022 is een infiltratieonderzoek op het terrein uitgevoerd. De infiltratiewaarde boven de grondwaterstand is goed voor het gebruik van infiltratievoorzieningen. De voorziene voorzieningen kunnen hierdoor geledigd worden door infiltratie binnen 24 uur. Overstort-/escapemogelijkheid Voor het geval de bergingsinhoud ter plaatse van de voorzieningen overbelast raakt (om welke reden dan ook) dient een overstortmogelijkheid (escape) te worden voorzien. Via deze overstortmogelijkheid dienen de voorzieningen over te kunnen storten op het openbaar gebied. Deze overstortmogelijkheden worden bij de uitwerking van het plan verder uitgewerkt. Riolering Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een toename in het aanbod van vuilwater op het riool. Het vuilwater van de ontwikkeling wordt verwerkt met behulp van een vuilwater stelsel, welke wordt aangesloten op het stelsel op de huidige riolering. Hierbij moet rekening worden gehouden dat er inpandig verzameld wordt waardoor er met één (hooguit twee) aansluitleiding(en) op een bestaande inspectieput(ten) aangesloten kan worden.
In overleg met de gemeente zal tijdens de verdere planvorming de mogelijkheden omtrent en de wijze waarop en hoe aangesloten kan worden op de riolering nader besproken worden. 5.5 Defensie Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: • Radarverstoringsgebieden; • Obstakelbeheergebieden; • Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; • Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling.
Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen. Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden. 5.6 Milieuaspecten In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie?
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 45 van 69 Ontwerp december 2023
Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: • Bedrijven en milieuzonering • Bodem • Externe veiligheid • Geurhinder: agrarisch • Geur: industrieel • Luchtkwaliteit • Straling • Weg-, spoor-, en industrielawaai • Trilling • Gezondheid • Spuitzones 5.6.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uitvoeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen. Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw. Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving. Invloed omliggende inrichtingen op plan Hieronder staat een overzicht van de bedrijven in de directe omgeving, de SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tot het dichtstbijzijnde milieugevoelige object binnen het plangebied. bedrijf Zevenbergseweg 1: kantoor Zevenbergseweg 19: autodealer Kerkstraat 60: kantoor
SBI-code 941, 942 451, 452, 454 941, 942
categorie 1 2 1
richtafstand werkelijke afstand 10 m 70 m 30 m 65 m 10 m 80 m
Er liggen geen milieugevoelige onderdelen van het plan binnen de richtafstanden van de omliggende bedrijven. Het plan vormt geen belemmering voor de omliggende bedrijven. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan. 5.6.2
Bodem
Bodemkwaliteit Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 46 van 69 Ontwerp december 2023
Om de huidige bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Van Oort Bodemonderzoek uit Heesch een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "Verkennend bodemonderzoek ZevenbergsewegKerkstraat te Berghem" (7 juni 2019, ZBW.396519). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 7. Van Oort Bodemonderzoek concludeert dat: • zintuiglijk tijdens de uitvoering van de bodemboringen geen verontreinigingen, bijmengingen, afwijkingen of andere bijzonderheden zijn waargenomen; • op basis van het laboratoriumonderzoek in één van de grondmengmonsters van de bovengrond (MMB4) ten opzichte van de achtergrondwaarde een verhoogd loodgehalte is aangetoond; • in de overige grondmengmonsters van de bovengrond en de grondmengmonsters van de ondergrond ten opzichte van de achtergrondwaarde geen verhoogde gehaltes zijn waargenomen; • zintuiglijk geen verontreinigingen of bijzonderheden waargenomen zijn tijdens het plaatsen van de peilbuis en het bemonsteren van het grondwater; • het grondwater licht verontreinigd is. Zware metalen worden regelmatig verhoogd aangetroffen in het grondwater in de regio. Aangenomen is dat de licht verhoogde gehaltes de lokale achtergrondwaarde benaderen en een natuurlijke oorsprong hebben.
Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit naar inzicht van Van Oort Bodemonderzoek geen belemmering te vormen voor een bestemmingswijziging en nieuwbouw van woningen. Er is geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Niet-gesprongen explosieven Het plangebied (zie onderstaande afbeelding) is geheel onverdacht van ontplofbare oorlogsresten uit WOII (geel en niet gemarkeerd) op basis van de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten en het daaraan gekoppelde vooronderzoek van AVG uit 2016. Dit wil zeggen dat de kans dat tijdens grondwerkzaamheden binnen het plangebied explosieven of munitie wordt gevonden zeer klein is. Het is niet nodig om hier onderzoek naar te doen. Het geel gemarkeerde deel is een onverdacht deel van de spoorzone wat blijkt uit een vooronderzoek van TA Survey uit 2012 en tijdens het onderzoek in 2016 is bekeken en overgenomen. Echter kan het voorkomen dat bij toeval toch een artikel wordt gevonden wat er uit ziet als een explosief of munitie. In dat geval geldt het protocol toevalsvondsten: stop de werkzaamheden, iedereen verlaat lopend het werkterrein (i.v.m. trillingen door voertuigen of machines) en bel de politie op 0900-8844. De Explosieven Verkenner (EV) of Teamleider Explosieven Veiligheid (TEV) van de politie komt op de locatie beoordelen of het om munitie gaat die moet worden opgeruimd.
Zo ja, schakelt deze de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EODD) in. Zo nee, dan kunnen werkzaamheden worden hervat.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 47 van 69 Ontwerp december 2023
Conclusie Het aspect bodemkwaliteit en niet-gesprongen explosieven vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.6.3 Externe veiligheid Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: • het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) • het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) • het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven.
In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan.
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 48 van 69 Ontwerp december 2023
Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.
Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Het plan omvat nieuwe kwetsbare objecten. Een toetsing aan het aspect externe veiligheid is derhalve aan de orde. Beoordeeld worden: • bedrijven waar opslag of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; • vervoer van gevaarlijke stoffen via leidingen; • vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, spoor en water.
RISICOKAART
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023, pag. 49 van 69 Ontwerp december 2023
Risicovolle bedrijven De Risicokaart Nederland geeft een overzicht van de ligging van risicovolle activiteiten Hieruit blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen bedrijven gevestigd zijn waar opslag of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een nadere toetsing is niet nodig. Buisleidingen Uit de Risicokaart Nederland volgt tevens dat er in de omgeving van het plangebied geen buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen liggen. Een nadere toetsing is niet nodig. Transportroutes De spoorlijn Oss-Nijmegen is opgenomen in de Regeling basisnet als transportroute voor gevaarlijke stoffen (trajectnummer 64D.1). Over dit traject vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats (brandbare en toxische gassen als vloeistoffen). Op dit traject is echter geen sprake is van een plasbrandaandachtsgebied noch een plaatsgebonden risico. Omdat het plangebied grenst aan de spoorlijn, valt het wel binnen de maximale effectafstanden van de aanwezige gevaarlijke stoffen. Een berekening van het groepsrisico met het programma RBM II is derhalve noodzakelijk. Bureau Tritium heeft een onderzoek uitgevoerd waarin inzicht in de externe veiligheidsrisico's wordt gegeven: rapport "Quickscan externe veiligheid Kerkstraat 42 te Berghem, gemeente Oss", (9 november 2023, 1904/060/JOW-01A). Het onderzoeksrapport is als bijlage 8 bijgevoegd.