CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1A Toelichting BP Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling 12 bestemmingsplannen, gebundelde procedure20.272 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Burg. van Erpstraat 80 Berghem - 2023 Toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 1 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Bestemmingsplan Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem – 2023 Vastgesteld Toelichting

Gemeente Oss, 14-12-2023

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 2 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ..................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................... 4 1.2 Plangebied........................................................................................................................... 4 1.3 Geldende bestemmingsplannen ............................................................................................. 4 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ........................................................................................................ 6 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ........................................................................................................... 9 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader................................................................................................ 11 4.1 Wettelijk kader .................................................................................................................. 11 4.2 Rijksbeleid .........................................................................................................................

13 4.3 Provinciaal beleid ............................................................................................................... 14 4.4 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................ 19 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten .................................................................................................... 22 5.1 Landschap ......................................................................................................................... 22 5.2 Natuur .............................................................................................................................. 23 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ............................................................................................. 25 5.4 Mobiliteit en parkeren ......................................................................................................... 28 5.5 Water................................................................................................................................ 29 5.6 Defensie ............................................................................................................................ 31 5.7 Milieuaspecten ...................................................................................................................

32 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ............................................................................................ 46 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels ............................................................................................. 47 6.1 Algemeen .......................................................................................................................... 47 6.2 Regels ............................................................................................................................... 47 Hoofdstuk 7 Handhaving ............................................................................................................... 49 7.1 Beleidskader ...................................................................................................................... 49 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ........................................................... 49 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht ....................................................... 50 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................... 51 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ..............................................................

52 9.1 Omgevingsdialoog .............................................................................................................. 52 9.2 Vooroverleg ....................................................................................................................... 52 9.3 Inspraak ............................................................................................................................ 53 9.4 Zienswijzen........................................................................................................................ 54 9.5 Ambtelijke wijzigingen ....................................................................................................... 54

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN

Zie separaat bijlagenboek

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 3 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

TOELICHTING Bestemmingsplan Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 4 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem is het agrarisch bedrijf van de initiatiefnemer gevestigd. Op de locatie is een melkveehouderij als hoofdactiviteit aanwezig. De eigenaar is voornemens een bedrijfsgebouw te vervangen door nieuwbouw ten behoeve van reclassering als nevenactiviteit naast het agrarische bedrijf. Het huidige bedrijfsgebouw heeft een oppervlakte van 230 m2, de oppervlakte van de nieuwbouw zal hetzelfde blijven. Het gebouw zal in zijn geheel worden benut voor de huisvesting van maximaal vier reclasseringscliënten. 1.2

Plangebied

De locatie is gelegen op het perceel plaatselijk bekend als Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem. De locatie staat kadastraal bekend onder gemeente Berghem, sectie B, perceelnummer 5046 en 5524. Op onderstaande afbeelding is de ligging van de planlocatie weergegeven.

Afbeelding 1: weergave planlocatie (bron: www.kadastralekaart.com) 1.3

Geldende bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan Burgemeester van Erpstraat 80 - 2023 gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst. Naam bestemmingsplan Datum vaststelling Buitengebied Oss – 2020

16-04-2020

Parapluplan Geitenhouderijen – 2019

05-03-2020

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 5 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen deze plannen, binnen het plangebied, hun rechtskracht.

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 6 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie De planlocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Oss, ten oosten van de bebouwde kom van Berghem. De planlocatie is gelegen aan de doorgaande weg die de bebouwde kom van Berghem verbindt met de kernen van Schaijk en Herpen. De Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem heeft de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’. Men exploiteert hier een melkveehouderij waar 98 melk- en kalfkoeien, 112 stuks vrouwelijk jongvee, 35 fokstieren en overig rundvee wordt gehouden. Daarnaast worden hier ook hobbymatig een aantal schapen, kippen en een paard gehouden. Ten behoeve van de veehouderij zijn er meerdere bedrijfsgebouwen in gebruik, waaronder een bedrijfswoning, twee stallen, een loods en een werktuigenberging. Daarnaast zijn er nog een aantal sleufsilo’s, een jeu de boules-baan inclusief parkeerplaats, een vervallen loods en een bedrijfsoprit aanwezig. De privé- en bedrijfsopritten zijn weergegeven op onderstaande afbeeldingen.

Afbeelding 2: Aanzicht vanaf Burg. van Erpstraat op privéoprit en bedrijfswoning (bron: Google Street View)

Afbeelding 3: Aanzicht vanaf Burg. van Erpstraat op bedrijfsoprit en de te slopen loods (bron: Google Street View)

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 7 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Op bovenstaande afbeelding is de loods te zien waar het op de planlocatie om gaat. In de huidige situatie is de loods niet meer in gebruik. De loods is namelijk verouderd en heeft geen dak meer, waardoor deze niet meer gebruikt wordt ten behoeve van de agrarische werkzaamheden. De loods zal daarom gesloopt worden, op onderstaande situatie tekening is de bestaande situatie weergegeven.

Afbeelding 4: Bestaande situatietekening De bestemmingen en aanduidingen die bij de planlocatie horen zijn in onderstaande afbeelding weergegeven. In de regels die horen bij deze aanduidingen en bestemming is het toegestaan met een afwijkingsvergunning om permanente voorziening op de planlocatie te realiseren, waarin de huisvesting van tijdelijke cliënten plaatsvindt. De grootte van deze voorziening mag volgens het bestemmingsplan maar maximaal 40 m2 bedragen. Dat is niet voldoende voor onderhavig initiatief, daarom wordt er afgeweken van artikel 3.5 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’.

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 8 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Afbeelding 5: Uitsnede verbeeldingskaart Bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2020' Zoals te zien op bovenstaande afbeelding zijn de percelen rondom de planlocatie bestemd voor agrarische doeleinden, wonen en bedrijvigheid. Het plangebied wordt direct begrenst door agrarische landerijen. Aan de noordzijde wordt de planlocatie begrenst door de straat, met aan de andere zijde van de weg twee woningen en een bedrijf.

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 9 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Hoofdstuk 3 Beoogde situatie Initiatiefnemer is voornemens om zijn hoofdactiviteit, de melkveehouderij, onveranderd voort te zetten. Onderhavig initiatief betreft het realiseren van een nevenactiviteit door een bedrijfsgebouw te slopen om daarvoor in de plaats een nieuw gebouw te plaatsen ten behoeve van reclasseringseenheden. Het woongebouw ten behoeve van reclassering zal gerealiseerd worden voor het huisvesten van maximaal vier cliënten die begeleid worden met het (her-)integreren in de samenleving. De begeleiding van de cliënten gebeurt door een externe zorgaanbieder, namelijk NovaFarm-Grip uit Sint Oedenrode. De cliënten zijn het gehele traject aanwezig op de planlocatie. Het traject duurt gemiddeld een jaar, afhankelijk van de cliënt en afhankelijk van de vondst van een nieuwe woning of baan. Gedurende het traject werken de cliënten mee aan alle voorkomende werkzaamheden op de veehouderij. Denk hierbij aan helpen met melken, de dagelijkse dierverzorging, klusjes op en rond het bedrijf alsmede het werk op de akkerbouwlanden. De veehouderij zal in de beoogde situatie op dezelfde manier worden voortgezet als deze in de huidige situatie wordt geëxploiteerd. Het slopen van de loods, die niet meer in gebruik is ten behoeve van de agrarische hoofdactiviteit, zal namelijk geen invloed hebben op de huidige werkzaamheden of voortzetting van het agrarische bedrijf.

De vervallen loods die gesloopt wordt heeft een omvang van 230 m2. Het nieuwe gebouw zal ook een omvang van 230 m2 hebben. Het nieuwe gebouw wordt een meter achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning geplaatst. Daarnaast zal conform de bouwregels, die opgenomen zijn in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’, een goothoogte van 3,5 m worden gehandhaafd. De maximale bouwhoogte wordt aangepast aan de hoogte van de bedrijfswoning en bedraagt maximaal 8,0 m. Hierdoor zal de bedrijfswoning meer opvallen dan in de huidige situatie, aangezien de nieuwbouw eruit zal komen zien als een bijgebouw vanwege het toepassen van de bouwregels. Daarnaast wordt er rekening gehouden met het materiaalgebruik zodat de nieuwbouw aansluit bij de overige bebouwing op de planlocatie.

Afbeelding 6: beoogde situatietekening Echter kan er niet voldaan worden aan de eisen die gesteld worden in de afwijkingsbevoegdheid van de gebruiksregels (Artikel 3.5), aangezien het beoogde initiatief gaat om een oppervlakte boven de gestelde

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 10 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

40m2. Aan de planlocatie wordt daarom de functieaanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk reclassering’ toegevoegd. In de regels wordt opgenomen dat ter plaatse van deze aanduiding één woongebouw voor de huisvesting van maximaal vier reclasseringscliënten is toegestaan met een maximale oppervlakte van 230 m², een maximale goothoogte van 3,5 m en een maximale bouwhoogte van 8 m. De omgeving van de planlocatie is uitermate geschikt voor de bouw van de reclasseringseenheden, aangezien de afstand van de planlocatie tot de kern van Berghem relatief kort is. Daarmee is ook de afstand tot (zorg)voorzieningen ten behoeve van het begeleid (her)integreren in de samenleving relatief kort. Gezien het huidige intensieve gebruik van de planlocatie, waar geen verandering in komt, zal het verkeer ten behoeve van de reclasseringswoningen geen significante invloed hebben op het verkeersbeeld of het gebruik van de bestaande erfverharding. Gezien er voldoende erfverharding aanwezig is, zal parkeren ook voldoende mogelijk zijn op de planlocatie. Hetzelfde geldt voor de reeds aanwezige riolering, het vuilwater dat ontstaat binnen de reclasseringswoningen kan worden aangesloten op de bestaande pompput, conform het advies van de gemeente. Qua landschappelijk inpassen van het nieuwe gebouw is er relatief vrij weinig benodigd.

Dit komt doordat de huidige te slopen loods al reeds is voorzien van de nodige beplanting. Er zullen een aantal landschapsbomen worden aangeplant. Daarnaast wordt er voorgenomen aan de oostelijke zijde van het perceel een haag aan te planten. Alle plannen zijn weergegeven in het landschappelijk inpassingsplan, welke is opgenomen in de bijlagen.

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 11 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader 4.1

Wettelijk kader

4.1.1 Wet ruimtelijke ordening

De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; Er is een drempel voor planschade van 2%; De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke herbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen.

4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking”

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 12 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Voorliggend initiatief heeft betrekking op een nieuwe maatschappelijke/woonfunctie waarbij een bestaand bedrijfsgebouw wordt gesloopt en dezelfde oppervlakte wordt teruggebouwd. De ontwikkeling vindt plaats op een bestaand bouwperceel. Uit jurisprudentie is gebleken dat er een ondergrens kan worden gehanteerd voor de beoordeling of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Zo is er voor woningbouw pas sprake van een stedelijke ontwikkeling wanneer er meer dan 11 woningen worden gerealiseerd. Voor overige stedelijke ontwikkelingen wordt een ondergrens voorgesteld van 500 m2 aan nieuw ruimtebeslag.

Zoals eerder beschreven is er in de beoogde situatie sprake van realisatie van een nieuw gebouw met dezelfde oppervlakte als de aanwezige bebouwing, er is dan ook geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Het vigerende bestemmingsplan heeft zelfs geen grens gesteld aan de maximale oppervlakten aan bedrijfsgebouwen. Daarnaast heeft het gebouw een oppervlakte van 230 m2, wat ook lager is dan de voorgestelde ondergrens van 500 m2 wanneer het als een nieuw ruimtebeslag is aan te merken. Gelet op bovenstaande is de beoogde ontwikkeling niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling zoals gedefinieerd in het Bro. Dit betekent dat in onderhavig plan niet verder aan de Ladder behoeft te worden getoetst.

4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor.

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 13 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. Gezien de schaal van de ontwikkeling en de beperkte ruimtelijke impact die het initiatief heeft, zal het nationale belang niet van toepassing zijn op deze ontwikkeling. In onderhavige toelichting wordt dit nog nader gemotiveerd, in de resterende paragrafen van hoofdstuk 4. 4.2

Rijksbeleid

4.2.1 De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Verder heeft men in de Uitvoeringsagenda Nationale Omgevingsvisie 2021-2024 een aantal voorlopige NOVI-gebieden geselecteerd. Het plangebied is niet gelegen in één van deze gebieden. Binnen de prioriteit 4 ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’ gaat het onder andere over de transitie in het buitengebied. Onderhavige ontwikkeling past binnen deze prioriteit.

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 14 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Brabantse Om gevingsvisie: De kw aliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving

Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving.

De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan.

Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie Dit plan voorziet in het toevoegen van een nevenactiviteit bij een bestaand agrarisch bedrijf. De kleinschalige ontwikkeling is niet in strijd met het beleid van de provinciale omgevingsvisie.

4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In oktober 2019 is de IOV Noord-Brabant vastgesteld. De IOV Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In maart 2023 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. De IOV Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De IOV Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen.

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 15 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

In de IOV Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. De planlocatie ligt op basis van de IOV in het Landelijk Gebied en is voorzien van de volgende aanduidingen: ‘verstedelijking afweegbaar’, ‘gemengd landelijk gebied’, ‘beperkingen veehouderij’ en ‘stalderingsgebied’. Dit is op de onderstaande afbeelding weergegeven.

Afbeelding 7: uitsnede IOV-viewer met kaartlagen hoofdstuk 3 in het plangebied (bron: viewer IOV 21-03-2023 geconsolideerd) De voorwaarden behorende bij deze aanduidingen zijn opgenomen in de volgende artikelen: 3.43 Afwijkende regels verstedelijking afweegbaar 3.51 Afwijkende regels beperkingen veehouderij 3.52 Aanvullende regels stalderen 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied.

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 16 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

In paragraaf 4.1.2 is al besproken dat initiatief niet behoort tot de stedelijke ontwikkelingen die in het Bro zijn gespecificeerd, daarom is het niet noodzakelijk om te toetsen aan deze paragraaf. Aangezien de ontwikkelingen niet zorgen voor een toename in oppervlakte bedrijfsbebouwing hoeft er niet getoetst te worden aan artikel 3.51. Op de planlocatie zijn ook geen hokdieren aanwezig en wordt er geen toename in dierenverblijf beoogd, waardoor toetsen aan artikel 3.52 ook niet noodzakelijk is. Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de IOV getoetst. Beginnend met de paragraaf 3.1.2, de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (3.5) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: Zorgvuldig ruimtegebruik; De waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; Meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de IOV nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6)

Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Bij voorliggend initiatief is sprake van een bestaand bouwperceel, welke niet verder wordt uitgebreid. Er is sprake van een stedelijke voorziening, maar aangezien dit een kleinschalige nevenactiviteit op een bestaand bouwperceel in het buitengebied betreft, is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De bestaande bedrijfsbebouwing is niet geschikt voor de beoogde ontwikkeling en zal dus gesloopt worden. Op nagenoeg dezelfde plaats wordt de nieuwbouw met eenzelfde vloeroppervlak gerealiseerd. Daarmee past het plan binnen de principes van zuinig ruimtegebruik. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7)

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: de ondergrond de netwerklaag de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen.

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 17 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 5 van deze toelichting. Meerwaardecreatie (artikel 3.8)

Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door de combinatie van agrarische activiteiten en een maatschappelijke functie. Er is sprake van een maatschappelijk belang door de mensen een beschermde omgeving te bieden om te kunnen (her)integreren in de samenleving. Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9)

Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. De beoogde kwaliteitsverbetering van voorliggend initiatief houdt onder andere in dat de beoogde nieuwbouw wordt afgestemd op de bestaande bebouwing, waardoor de nieuwbouw passend is bij het beeld van de locatie en de bebouwing in de directe omgeving. Hierdoor wordt de kwaliteit en de indruk van landschap gewaarborgd. Verdere toelichting is uitgewerkt in paragraaf 5.1.2. Hieruit volgt dat voldaan kan worden aan artikel 3.9 van de IOV. Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied (3.73)

In artikel 3.73, eerste lid, van de IOV is vastgelegd dat op een bestaand bouwperceel binnen het landelijk gebied kan worden voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie als dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Daarbij dienen, conform lid a, de volgende aspecten te worden betrokken: 1. Een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving;

De beoogde ontwikkeling van het landelijke gebied betreft een gemengde plattelandseconomie met in hoofdzaak een agrarische economie met daarbij passende bestemmingen. Er is naast agrarische werkzaamheden in een gemengde plattelandseconomie ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties et cetera. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten, zoals is opgenomen in het gemeentelijke beleid die hiervoor de ruimte biedt. Dit geldt tevens voor niet-agrarische functies bij een agrarisch bedrijf.

Met de beoogde ontwikkeling wordt de bedrijvigheid van de veehouderij verbreed met een zorgfunctie naast de agrarische werkzaamheden. De bedrijvigheid van het agrarische bedrijf leent zich goed voor het bieden een afgeschermde plek om voor de cliënten te (her-)integreren in het werkende leven door mee te helpen op het bedrijf. Door met de dagelijkse taken mee te helpen op de locatie waar ze ook begeleid worden, kunnen cliënten makkelijker begeleid en ondersteund worden.

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 18 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

2. Welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische

ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders;

De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de genoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 5 van deze toelichting. 3. Hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit waaronder een bijdrage aan

de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het landelijk gebied.

In de toetsing aan artikel 3.6 tot en met 3.9 van de IOV is reeds aangetoond dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit door de sloop van leegstaand vastgoed om er een nauwkeurig landschappelijk ingepaste nieuwbouw ervoor terug te plaatsen. De nevenactiviteit is reeds passend in het bestemmingsplan, alleen in beperktere omvang. De ontwikkeling zal ervoor zorgen dat er geen leegstaand vastgoed meer aanwezig zal zijn op het bedrijf. Het realiseren van deze nevenactiviteit zal de omgevingskwaliteit dus versterken.

Verder moet worden aangetoond dat: b. er geen splitsing van het bouwperceel plaatsvindt;

Er is geen sprake van splitsing van het bouwperceel. Het gaat alleen om het realiseren van een nevenactiviteit op de planlocatie.

c. overtollige bebouwing wordt gesloopt;

Er wordt geen toename in bebouwing gerealiseerd. Aangezien alle bedrijfsbebouwing, behalve de loods, in gebruik zijn ten behoeve van de agrarische werkzaamheden. Alleen de loods die niet in gebruik is, wordt gesloopt, vervangen door een nieuw gebouw. Dit gebouw wordt in gebruik genomen ten behoeve van de nevenactiviteit reclassering. Er is dus geen sprake van overtollige bebouwing.

d. de vestiging geen betrekking heeft op een kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking.

Met de beoogde ontwikkeling wordt geen kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking gerealiseerd.

Conform artikel 3.73, tweede lid, dient een bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt te borgen dat de functie, ook op lagere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting. Er dienen daartoe regels te worden gesteld: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking;

De omvang van het gebouw zal niet vergroten. De omvang van het gebouw blijft 230 m2, waardoor deze nog steeds in de omgeving zal blijven passen. De maatschappelijke functie heeft geen publieksaantrekkende werking. Er is wel sprake van een verkeersaantrekkende werking, zie paragraaf 5.4.1.

b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan;

In de regels van het bestemmingsplan wordt de specifieke gebruiksactiviteit binnen het bestemmingsvlak vastgelegd middels het opnemen van een functieaanduiding; ‘specifieke vorm van maatschappelijk – reclassering’. In de regels wordt opgenomen dat ter plaatse van deze aanduiding één woongebouw voor de huisvesting van maximaal vier reclassering cliënten is toegestaan met een maximale oppervlakte van 230 m², een maximale goothoogte van 3,5 m en een maximale bouwhoogte van 8 m. Hiermee is de activiteit begrenst in het plan.

c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen;

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 19 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Onderhavig initiatief betreft het oprichten van een maatschappelijke nevenactiviteit, hier komt dus geen opslag of stalling aan te pas.

d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang.

Het initiatief draait om het realiseren van een nevenactiviteit naast de agrarische hoofdactiviteit. De omvang van het initiatief is het maximaal haalbare binnen de huidige bedrijfsbebouwing. Het bedrijf is niet voornemens de nevenactiviteit te laten groeien, gezien de hoofdactiviteit agrarisch blijft. In de regels van het bestemmingsplan wordt niet voorzien in uitbreidingsmogelijkheden voor het initiatief waardoor de nietagrarische functie bij uitbreiding genoodzaakt is om elders op een passende locatie te vestigen. Gelet op het bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de IOV Noord-Brabant. 4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015

De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied.

Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij - De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers - Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk - Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit De bovenstaande doelstellingen worden vertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype.

We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden - Oeverwal

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 20 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

-

Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Primair agrarisch gebied

Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen in de Structuurvisie. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking. Het plangebied is gelegen in het landschapstype Dekzandrand. De dekzandrand is een overgangszone tussen het lagergelegen kleigebied en de hoger gelegen dekzandrug. De dekzandrand is van oudsher een geschikte bewoningsplaats.

De dekzandrand is een intensief bewoond gebied; de kernen Oss, Berghem en Herpen liggen allen op de dekzandrand, net als de bebouwingsconcentraties Koolwijk, Gement en Duurenseind. De dekzandranden kenmerken zich van oorsprong door een kleinschalige opbouw, met een halfopen karakter. Rond de kernen en bebouwingsconcentraties liggen oude ontginningen met een onregelmatig verkavelingspatroon. Voorliggend initiatief betreft de sloop van bedrijfsbebouwing om er een gebouw voor in de plaats te zetten met een maatschappelijke nevenactiviteit op de veehouderij. De bedrijfsbebouwing van de veehouderij wijzigt verder niet. Het te slopen gebouw wordt vervangen door een gebouw van dezelfde omvang, derhalve is dit initiatief mogelijk. Het initiatief moet daarnaast wel bijdragen aan de kwaliteit van het landschap volgens het provinciale beleid. Er is derhalve een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarmee voldaan wordt aan deze eis. Daarnaast is de locatie gelegen in de bebouwingsconcentratie ‘Kleine Koolwijk en Duursendseind’. Deze bebouwingsconcentratie bevindt zich ten oosten van de kern Berghem. In de visie voor dit gebied staat beschreven dat er kansen zijn voor de ontwikkeling van kleinschalige bedrijvigheid en wonen. Ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid aan huis (in de vorm van een nevenactiviteit zijnde reclasseringswoningen) is daarom goed voorstelbaar.

De nevenactiviteit ten behoeve van reclassering is daarom ook opgenomen in artikel 3.5 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss- 2020’, onder de voorwaarde dat de maximale oppervlakte 40m2 bedraagt. Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015.

4.4.2 W elstandsbeleid

Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid.

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 21 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd. Maar bij de bouwaanvraag voor het nieuwe pand zal aansluiting worden gezocht met de uitstraling van bestaande bebouwing in de omgeving.

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 22 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1

Landschap

5.1.1 Nota Landschapsbeleid

Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid 2015 zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Het plangebied is gelegen in het landschapstype Dekzandrand.

De dekzandranden kenmerken zich van oorsprong door een kleinschalige opbouw, met een halfopen karakter. Ten noorden en oosten van de locatie liggen nieuwere ontginningen met een van oorsprong smalle slagenverkaveling. Daarom is het gebied grotendeels in lange smalle kavels opgedeeld: het ‘slagenlandschap’. Het contrast tussen de oude verbindingswegen en rafelige dorpsranden en de rationele lineaire elementen loodrecht op de dekzandrug is waardevol. Ten behoeve van het initiatief is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (bijlage 1). In dit inpassingsplan is het volgende aangegeven:

De bestaande inheemse bomen en struweel zullen in de toekomst gehandhaafd blijven. Deze houtwal zal worden gerevitaliseerd mocht dit nodig zijn. Gezien voorgaand worden diverse landschapselementen aangeplant welke zorgen voor een versterking van het landschapsbeeld en een kwaliteitsverbetering van het landschap tot gevolg heeft. Door deze landschapsversterkende maatregel wordt de ruimtelijke vormgeving van de gebouwen verzacht en geheel of gedeeltelijk aan het zicht onttrokken en sluit het aan op de landschappelijke kenmerken van het landschapstype Dekzandrand.

5.1.2 Kwaliteitsverbetering van het landschap Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’

De IOV Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de IOV. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds.

Toepassingsbereik

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 23 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1.

Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de planlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de planlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden. Voorliggend initiatief betreft het toevoegen van een nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf. Volgens de bijlage van het Afsprakenkader toepassing kwaliteitsverbetering uit 2015, valt het realiseren van nevenactiviteiten/ verbrede landbouwactiviteiten bij een agrarisch bedrijf binnen bestaande bebouwingsmogelijkheden vanaf 200 m2 onder categorie 2. Aangezien we het hier hebben over 230 m2 wordt deze ontwikkeling gezien als een categorie 2-ontwikkeling. Hiervoor is uitsluitend landschappelijke inpassing nodig, het landschappelijk inpassingsplan is als bijlage toegevoegd. Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in het afsprakenkader voor kwaliteitsverbetering. 5.2

Natuur

5.2.1 Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000).

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 24 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming.

5.2.2 Groen en natuur/ biodiversiteit

Natuur inclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuur inclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”,teraadplegen op www.oss.nl/bijzondereboom. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd.

5.2.3 Natuurtoets

Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden.

Programma Aanpak Stikstof (PAS)

Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming.

Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn)

Sinds 1 juli 2021 is de Wsn samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. 5.2.3.1. Gebiedsbescherming Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden.

Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem – 2023, pag. 25 van 54 Vastgesteld 14 december 2023

Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. In een toetsing wordt bepaald of er negatieve effecten kunnen optreden. Een eerste toetsing (voortoets) geeft aan of er negatieve effecten kunnen optreden en zo ja of deze van dien aard kunnen zijn dat de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen komen. Indien dat het geval is, wordt een tweede toetsing verricht welke dieper ingaat op de mate van effect (passende beoordeling). Uit de ‘Handreiking Voortoets Stikstof’ (3 maart 2021) blijkt dat een voortoets moet worden overlegd bestaande uit een beschrijving van de uitgangspunten van de emissieberekening, de AERIUS-resultaten en de conclusie. In de handreiking is hierover opgenomen “Op grond van de AERIUS-resultaten kunnen

significant negatieve gevolgen van een plan of project op voorhand uitgesloten worden als het plan of project niet leidt tot een depositietoename op een stikstofgevoelig habitattype of leefgebied type waar de KDW (bijna) wordt overschreden. De Voortoets bestaat dan enkel uit een beschrijving van de uitgangspunten van de emissieberekening, de AERIUS-resultaten en de conclusie dat significante gevolgen zijn uitgesloten”. Om aan te tonen dat er als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt zijn middels het rekenprogramma AERIUS berekeningen gemaakt voor de gebruiksfase en de bouwfase van het initiatief. In bijlage 2 is de toelichting van de invoergegevens te vinden. In bijlage 3 en 4 zijn de rekenresultaten van de verschilberekening (gebruiksfase) en de situatieberekening (bouwfase) opgenomen. Hieruit blijkt dat de stikstofdepositie in de gebruiks- én bouwfase van het plan niet groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Het aspect stikstofdepositie vormt derhalve geen belemmering voor vaststelling en uitvoering van het plan. 5.2.3.2. Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten.

Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Om deze reden is een additioneel onderzoek uitgezet. Uit de QuickScan blijkt dat vanuit de literatuurstudie verschillende beschermde soorten in die regio voor kunnen komen. Tijdens de veldinventarisaties, die zowel binnen als buiten het broedzseizoen zijn uitgevoerd, zijn geen sporen van de beschermde soorten aangetroffen. Dit komt mede doordat er geen dak meer op de vervallen loods is aangetroffen. De sloop en de nieuwbouw op het perceel zullen geen invloed uitoefenen op verblijfs- of broedmogelijkheden. Voor het volledige rapport kan het onderzoeksresultaat worden geraadpleegd in bijlage 5. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Men is niet voornemens iets aan de beplanting zoals deze in bijlage 1 is opgenomen te veranderen, waardoor waardevolle bomen worden gewaarborgd. 5.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=336a8c53-3145-4e0f-b08f-9f5f039cc724