Bijlage_15_Passende_beoordeling_Amsteleind_definitief_inclusief_bijlagen__Antea_Group__28_oktober_2025_
Tekst van het document
Koude starts [aantal/etmaal] 1.992
De koude starts zijn in AERIUS gemodelleerd als vlakbron, onder de sectorgroep ‘Verkeer’, en vervolgens onder de groep ‘Koude start: Overig’. De vorm en locatie van deze bron komt overeen met het afgebakende plangebied zichtbaar in figuur 3 voor Amsteleind Noord.
3.3
Realisatiefase
3.3.1
Introductie en achtergrond kengetallen De realisatiesnelheid van woningen in Amsteleind Noord betreft 240 woningen per jaar, tot aan 2030. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van kengetallen voor zowel de inzet van mobiele werktuigen als het gemodelleerde bouwverkeer in de realisatiefase. Een bijbehorend omgevingsplan maakt namelijk een bepaalde functie mogelijk (bijvoorbeeld woningen) en schrijft in de regel niet specifiek voor hoe deze functie gerealiseerd moet worden en welke materialen bijvoorbeeld daarvoor gebruikt moeten worden. Vandaar dat de bijdrage aan de stikstofdepositie van de realisatiefase van een plan wordt berekend aan de hand van kengetallen. Op basis van de praktijkervaring van meerdere gerealiseerde bouwprojecten is voor de realisatie van 240 woningen per jaar het vermogen van het bij die realisatie meest gebruikelijke materieel en het aantal draaiuren daarvan ingeschat, variërend van heimachine tot shovel of graafmachine. Aan de hand van de door TNO 1 beschikbaar gestelde rapportage zijn vervolgens per bron het brandstofverbruik en het AdBlue-verbruik bepaald. Per bron ingevoerd in AERIUS Calculator leverde dit (overeenkomstig met de AUB-methode) een emissie NOX en emissie NH3 op per woning en daarmee het te hanteren kengetal. Bij de kengetallen wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende STAGE-klassen van het materieel.
Per STAGE-klasse is voor het bepalen van het kengetal steeds uitgegaan van het brandstofverbruik in het eerste jaar van het betreffende interval, dus voor bijvoorbeeld STAGE IV is uitgegaan van het brandstofverbruik van materieel met bouwjaar 2014. STAGE IIIB betreft materieel dat is geproduceerd in de jaren 2011 – 2013 STAGE IV betreft materieel dat is geproduceerd in de jaren 2014 – 2018 STAGE V betreft materieel met een bouwjaar van 2019 of later Tot slot wordt nog onderscheid gemaakt tussen verschillende activiteiten tijdens de realisatie, zoals sloop, bouwrijp maken (aanleg kabels en leidingen, etc.), bouwen (het fysiek realiseren van het bouwwerk) en het inrichten van de openbare ruimte (bestrating, bomen, etc.).
1
TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOX en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen
blad 11 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
3.3.2
Emissies materieel Uitgaande van STAGE IV materieel zijn de emissies in de onderstaande tabel aan de hand van de bovenstaande methodiek bepaald. Tabel 2: Gehanteerde emissies voor de realisatie van 240 woningen
Realisatie 240 woningen
NOX-emissies [kg/jaar]
NH3-emissies [kg/jaar]
148,63
15,79
Het programma van Amsteleind Noord omvat 915 grondgebonden en 270 gestapelde woningen. Met een beoogde realisatiesnelheid van 240 woningen per jaar zal het realiseren van Amsteleind Noord 5 jaar duren. Deze emissies zijn gemodelleerd als vlakbron, onder de sectorgroep ‘Anders’. Hierin zijn als bronkenmerken een uitreedhoogte van 2,85 meter, een warmte-inhoud van 0,027 MW, een spreiding van 0,7 meter en de temporele variatie ‘Standaard profiel industrie’, overeenkomstig met de bronkenmerken voor mobiele werktuigen in de vermogensklasse 75-560 kW. Zie de onderstaande figuur voor de vorm en locatie van deze bron.
Figuur 4: Gemodelleerde locatie van de emissies ten gevolge van materieel, inclusief bijbehorend gemodelleerd wegverkeer. Hierin vallen donkerpaarse wegen onder het wegtype 'Binnen de bebouwde kom (stagnerend)', vallen lichtpaarse wegen onder het wegtype 'Binnen de bebouwde kom (doorstromend)’, en vallen oranje wegen onder het wegtype ‘Buitenweg’.
blad 12 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
3.3.3
Verkeersbewegingen Aan de hand van kengetallen (zie hoofdstuk 3.3.1) zijn ook het aantal verkeersbewegingen bepaald op jaarbasis. De gemodelleerde verkeersbewegingen staan in de onderstaande tabel. Tabel 3: Gemodelleerde verkeersbewegingen voor 'Amsteleind Noord' in de realisatiefase Motorvoertuigbewegingen buiten plangebied [mvtb/jaar]
Motorvoertuigbewegingen binnen plangebied [mvtb/jaar]
24.452
12.226
0
0
13.250
6.625
Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbron onder de sectorgroep ‘Verkeer’, en vervolgens onder de sector ‘Rijdend verkeer’, en zijn te zien in figuur 3. De wegbron binnen het plangebied heeft hetzelfde start- en eindpunt, waardoor het aantal motorvoertuigbewegingen hierop gehalveerd is ten opzichte van de wegvakken buiten het plangebied. Het bouwverkeer is gemodelleerd totdat het opgegaan is in het heersende verkeersbeeld. Hier is sprake van zodra het bouwverkeer de A59 bereikt.
3.3.4
Koude start De koude start wordt inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2.2. Tijdens de realisatiefase wordt ervan uitgegaan dat zwaar verkeer geen koude start zal kennen, en dat al het lichte verkeer wel een koude start heeft. Zie de onderstaande tabel voor het aantal gemodelleerde koude starts ten gevolge van de realisatiefase. Tabel 4: Totaal aantal gemodelleerde koude starts voor licht verkeer Model Amsteleind Noord
Koude starts [aantal/etmaal] 12.226
De koude starts zijn in AERIUS gemodelleerd als vlakbron, onder de sectorgroep ‘Verkeer’, en vervolgens onder de groep ‘Koude start: Overig’. De vorm en locatie van deze bron komt overeen met het aangegeven plangebied, zichtbaar in figuren 3 en 4.
3.3.5
Stationaire emissies zwaar vrachtverkeer De voertuigen die gebruikt worden tijdens de realisatiefase zullen laden en lossen op het terrein. Terwijl dit gebeurt zal het gebruikte voertuig op locatie stationair draaien. Hierbij komen emissies vrij. Gebruikmakend van de rekeninstructie van BIJ12 is het volgende vastgesteld: Emissiefactoren stationair wegverkeer (rekenjaar 2029) 2 Vrachtauto’s boven 20 ton NOX per uur: 63,10752 g/uur NH3 per uur: 0,93768 g/uur Tabel 5 geeft de emissies weer van het stationair draaien tijdens de realisatiefase. Er is uitgegaan van een totaal van 5 minuten stationair draaien voor elke vrachtwagen die de projectlocatie aandoet. Op basis hiervan is met de gegeven emissiefactoren de totale uitstoot voor zowel NOX als NH3 berekend. Zie de navolgende tabel.
2
Bijlage 1 van instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025, Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12, oktober 2025.
blad 13 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss Tabel 5: Stationair draaiende vrachtwagens zoals gemodelleerd in AERIUS Calculator in de realisatiefase met rekenjaar 2029 Bron
Stationair draaiende vrachtwagens
Aantal voertuigen [aantal/jaar]
Tijd stationair draaien [uur/jaar]
6.625
552,08
Stof
Emissiefactoren [g/uur]
Totale emissie [kg/jaar]
NOX
63,10752
34,84
NH3
0,93768
0,52
Het stationair draaien van zware vrachtwagens is binnen AERIUS gemodelleerd als vlakbron in de sectorgroep ‘Anders’ met een uittreedhoogte van 0,3 meter, een warmte-inhoud van 0,00 MW, een spreiding van 0,1 meter, en een temporele variatie van ‘Zwaar verkeer’. De vorm en locatie van deze vlakbron komt volledig overeen met de aangegeven locaties voor ‘Plangebied’ in figuren 3 en 4.
3.4
Referentiesituatie Het beoogde initiatief betreft een plan. Voor een plan geldt dat de actuele legale plansituatie als referentiesituatie kan dienen. Drie elementen vallen onder deze definitie. Het eerste betreft de autonome verkeersontwikkeling, het tweede betreft een veehouderij binnen het plangebied welke haar activiteiten gaat staken ten gevolge van de ontwikkeling van Amsteleind, en het derde betreft mestemissies op agrarische percelen die niet meer plaats gaan vinden.
3.4.1
Autonoom verkeer Het verkeersnetwerk dat in hoofdstuk 3.1.1 (zie figuur 3) bepaald is vormt de basis van het verkeersnetwerk in de referentiesituatie. Dit verkeersnetwerk is uit het aangeleverde model voor de autonome ontwikkeling van het verkeer gesneden, zodat qua vorm twee nagenoeg identieke verkeersnetwerken ontstaan. Het verschil betreft dan natuurlijk de afwezigheid van Klein Amsteleind. In de referentiesituatie is daarom het verkeersnetwerk aangehouden zoals te zien is in figuur 3, minus het verkeer binnen het plangebied.
3.4.2
Veehouderij Er bevindt zich een veehouderij binnen het plangebied van Amsteleind Noord. Dit betreft een veehouderij op het adres Amsteleindstraat 29. Deze heeft een vergunning voor de dieren in de onderstaande tabel. Tabel 6: Vergunde dieraantallen bij de veehouderij in kwestie Adres Amsteleindstraat 29
Vleesvarkens (HD5.100)
Melkkoeien (HA1.100)
Jongvee {HA2.100)
720
186
135
Deze aantallen zijn gemodelleerd als puntbron op het terrein van toepassing, binnen de sectorgroep ‘Landbouw’, en vervolgens onder de sectorgroep ‘Dierhuisvesting’. Er wordt uitgegaan van niet geforceerde ventilatie, en een emissiehoogte van 5 meter. Zie de onderstaande figuur.
blad 14 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
Figuur 5: Locatie van de stoppende veehouderij (bron: AERIUS Calculator).
3.4.3
Mestemissies agrarische percelen Op basis van de Basisregistratie gewaspercelen (BRP) is onderzocht hoeveel areaal bouw- of grasland binnen het plangebied valt. Deze percelen kunnen gedurende de realisatie en achtereenvolgend gebruik niet meer gebruikt worden voor agrarische doeleinden. Daarmee is het verdwijnen van deze emissie onlosmakelijk verbonden met dit plan. Daarom kan intern gesaldeerd worden met deze verdwijnende emissies. Voor de vaststelling van ammoniakemissie van de dierlijke mestgift per hectare grond wordt uitgegaan van de volgende formule: Emissie [kg NH3/ha/jaar] = Dierlijke mestgift [kg N/ha/jaar] * 1,216 [kg NH3/kg N] * TAN [%] * Vervluchtiging [%] Hierbij wordt geen rekening gehouden met derogatie, waarmee de maximale hoeveelheid dierlijk mest (dierlijke mestgift) op 170 kg N/ha/jaar uitkomt. Vervolgens wordt rekening gehouden met een TAN (totaal ammoniakaal blad 15 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
stikstof, het percentage stikstof wat er in ammoniakverbindingen zit) van 52,0% 3. Vervluchtiging is afhankelijk van de bemestingstechniek. Voor grasland geldt een vervluchtiging van 17% (sleufjes/strookjes op de grond), voor bouwland is dit 2% (mestinjectie). Naast de (beperkte hoeveelheid) dierlijke mest, mag een hoeveelheid kunstmest (tot aan de norm) uitgereden worden over de percelen. Deze hoeveelheid betreft het verschil tussen wat het mestbeleid op dat type grond toestaat en de hoeveelheid uitgereden dierlijk mest. Daarna wordt deze waarde vermenigvuldigd met de emissiefactor van kunstmest, zie de onderstaande formule. Emissie [kg NH3/jaar] = (Toegelaten mestgift – dierlijke mestgift) [kg N/ha/jaar] * perceelgrootte [ha] * emissiefactor [kg NH3/kg N] De emissiefactor betreft de geschatte hoeveelheid ammoniak die vrijkomt per kilo uitgereden kunstmest, wat afhankelijk is van het type kunstmest. In dit onderzoek is het minimum aangehouden van 2,5%4. De som van de emissies van dierlijk en kunstmatige mest en die van kunstmest vormen samen de totale ammoniakemissies van het perceel in kwestie. Zie de onderstaande tabel voor de aangehouden ammoniakemissies per gemodelleerd perceel. Hiermee komt de totale ammoniakemissie per hectare op 20,27 kg NH3/ha/jaar en 1,77 kg NH3/ha/jaar voor gras- en bouwland respectievelijk.
De emissies zijn met vlakbronnen in de sectorgroep ‘Landbouw’, en vervolgens onder de sector ‘Landbouwgrond’ in AERIUS Calculator ingevoerd. Tabel 7: Ingevoerde ammoniakemissies ten behoeve van intern salderen Vlak
Wettelijk type grond (toegelaten mestgift) [kg mest totaal]
Ammoniakemissies dierlijk deel [kg NH3/jaar]
Ammoniakemissies kunstmestdeel [kg NH3/jaar]
Ammoniakemissies totaal
22,91 ha Grasland
Zand (250)
418,66
45,82
464,48
0,51 ha Grasland
Zand (250)
9,32
1,02
10,34
0,37 ha Grasland
Zand (250)
6,76
0,74
7,50
1,72 ha Grasland
Zand (250)
31,43
3,44
34,87
5,68 ha Grasland
Zand (250)
103,80
11,36
115,16
0,39 ha Grasland
Zand (250)
7,13
0,78
7,91
1,57 ha Bouwland
Maïs (140)
2,78
0
2,78
1,63 ha Bouwland
Maïs (140)
2,89
0
2,89
[kg NH3/jaar]
De locatie en vorm van deze vlakbronnen komt overeen met de overlap tussen de in het BRP aangemerkte grasof bouwlandpercelen en het plangebied van Klein Amsteleind. Zie de onderstaande figuur voor hetgeen dat in AERIUS Calculator ingevoerd is.
3
Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2021, WUR, 2023, tabel B3.2
4
Waardes uit ‘Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2019’, WUR, 2021, tabel 3.1
blad 16 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
Figuur 6: Locatie van gras- en bouwland waarmee intern gesaldeerd wordt voor Amsteleind Noord.
De vlakbronnen zijn gemodelleerd onder de sector ‘Landbouw’, en vervolgens onder de sectorgroep ‘Landbouwgrond’.
blad 17 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
4.
Modellering Amsteleind (totaal) Het scenario ‘Amsteleind’ omvat Amsteleind Noord, Amsteleind Zuid en Kleinussen. De modellering van dit scenario wordt in dit hoofdstuk verder omschreven.
4.1
Maatgevend jaar Voor het aspect stikstofdepositie dient het zogenoemde maatgevende jaar in beeld gebracht te worden. Dit betreft het jaar waarin de meeste stikstofdepositie verwacht wordt. Zoals omschreven in hoofdstuk 3.1. betreft dit het laatste jaar van realisatie, waarin er gebouwd wordt naast bijna volledig gebruik. Voor geheel Amsteleind zal dit jaar 2039 betreffen.
4.2
Gebruiksfase Amsteleind zal zonder gasaansluiting gerealiseerd worden. Hierdoor zullen tijdens de gebruiksfase alleen indirecte NOX-emissies plaatsvinden. In dit geval omvatten deze verkeersbewegingen en koude starts van voertuigen.
4.2.1
Verkeersbewegingen Het gebruik van het voornemen zal leiden tot verkeersbewegingen van bewoners en bezoekers. Voor Amsteleind zijn verkeersmodellen opgesteld die de verkeersinvloed van het beoogde initiatief omschrijven. Dit betreffen verwachte verkeerscijfers van de volledige gebruiksfase, en de autonome verkeerssituatie, in 2040. Worstcase zijn deze getallen aangehouden voor de modellering van het maatgevende jaar in 2039. De totstandkoming van het verkeersnetwerk voor ‘Amsteleind’ is identiek aan de totstandkoming van het verkeersnetwerk voor ‘Klein Amsteleind’. Zie daarom hoofdstuk 3.2.1 voor de inhoudelijke toelichting hierop. Zie de onderstaande figuur voor het bijbehorende eindresultaat.
blad 18 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
Figuur 7: Gemodelleerd verkeersnetwerk voor 'Amsteleind'. Dit betreft de vorm van zowel de beoogde situatie als dat van de bijbehorende referentiesituatie (bron: AERIUS Calculator). Oranje wegen betreffen wegen met het wegtype ‘Buitenweg’, lichtpaarse wegen betreffen wegen met het wegtype ‘Binnen de bebouwde kom (doorstromend)’, en paarse wegen betreffen wegen met het wegtype ‘Binnen de bebouwde kom (normaal)’.
In figuur 7 zijn de wegen gemodelleerd als lijnbron, onder de sectorgroep ‘Verkeer’, en vervolgens onder de sector ‘Wegverkeer’.
4.2.2
Koude start De koude start wordt inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2.2. Zie de onderstaande tabel voor het aantal gemodelleerde koude starts ten gevolge van de gebruiksfase. Tabel 8: Totaal aantal gemodelleerde koude starts voor licht verkeer Model Amsteleind
Koude starts [aantal/etmaal] 5.990
De koude starts zijn in AERIUS gemodelleerd als vlakbron, onder de sectorgroep ‘Verkeer’, en vervolgens onder de sector ‘Koude start: Overig’. De vorm en locatie van deze bron komt overeen met het aangegeven plangebied, zichtbaar in figuren 3 en 4.
blad 19 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
4.3
Realisatiefase
4.3.1
Introductie De realisatiesnelheid van woningen in Amsteleind betreft (worstcase) 240 woningen per jaar, tot aan 2030. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van kengetallen voor zowel de inzet van mobiele werktuigen als het gemodelleerde bouwverkeer in de realisatiefase. De inhoudelijke toelichting voor de totstandkoming van kengetallen is terug te vinden in hoofdstuk 3.3.1.
4.3.2
Emissies materieel Uitgaande van STAGE IV materieel en de methodiek in hoofdstuk 3.3.1 zijn de emissies in de onderstaande tabel bepaald. Tabel 9: Gehanteerde emissies voor de realisatie van 240 woningen
Realisatie 200 woningen
NOX-emissies [kg/jaar]
NH3-emissies [kg/jaar]
137,13
14,45
Het programma van Amsteleind omvat 1.715 grondgebonden en 1.070 gestapelde woningen. Met een beoogde realisatiesnelheid van ongeveer 240 woningen per jaar zal het realiseren van Amsteleind 12 jaar duren. De aangeleverde modellen gaan uit van oplevering in 2040. Met oog op het huidige jaartal zou dit passen, en zou de aangegeven bouwsnelheid van 240 woningen per jaar zelfs een worstcase benadering van de situatie zijn. Daarom is deze realisatiesnelheid zonder verdere aanpassingen gehanteerd, om de aannemer op deze manier meer flexibiliteit te geven. Deze emissies zijn gemodelleerd als vlakbron, onder de sectorgroep ‘Anders’. Hierin zijn als bronkenmerken een uitreedhoogte van 2,5 meter, een warmte-inhoud van 0,035 MW, een spreiding van 1,3 meter en de temporele variatie ‘standaard profiel industrie’, overeenkomstig met de bronkenmerken voor mobiele werktuigen. Zie de onderstaande figuur voor de vorm en locatie van deze bron.
blad 20 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
Figuur 8: Gemodelleerde locatie van de emissies ten gevolge van materieel, inclusief bijbehorend gemodelleerd wegverkeer. Hierin vallen donkerpaarse wegen onder het wegtype 'Binnen de bebouwde kom (stagnerend)', vallen lichtpaarse wegen onder het wegtype 'Binnen de bebouwde kom (doorstromend)’, en vallen oranje wegen onder het wegtype ‘Buitenweg’.
4.3.3
Verkeersbewegingen Aan de hand van kengetallen (zie hoofdstuk 3.3.1.) zijn ook het aantal verkeersbewegingen bepaald op jaarbasis. De gemodelleerde verkeersbewegingen staan in de onderstaande tabel. Tabel 10: Gemodelleerde verkeersbewegingen voor 'Amsteleind' in de realisatiefase Motorvoertuigbewegingen buiten plangebied [mvtb/jaar]
Motorvoertuigbewegingen binnen plangebied [mvtb/jaar]
21.874
10.938
0
0
13.066
6.534
Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbron onder de sectorgroep ‘Verkeer’, en vervolgens onder de sector ‘Rijdend verkeer’, en zijn te zien in figuur 8. De wegbron binnen het plangebied heeft hetzelfde start- en eindpunt, waardoor het aantal motorvoertuigbewegingen hierop gehalveerd is ten opzichte van de wegvakken buiten het plangebied. Bouwverkeer is gemodelleerd tot aan de A59, waar verondersteld wordt dat het opgaat in het heersende verkeersbeeld.
4.3.4
Koude start De koude start wordt inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2.2. Ook tijdens de realisatiefase wordt ervan uitgegaan dat zwaar verkeer geen koude start zal kennen, en dat al het lichte verkeer wel een koude start heeft. Zie de onderstaande tabel voor het aantal gemodelleerde koude starts ten gevolge van de realisatiefase. Tabel 11: Totaal aantal gemodelleerde koude starts voor licht verkeer Model Amsteleind
Koude starts [aantal/jaar] 10.938
blad 21 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
De koude starts zijn in AERIUS gemodelleerd als vlakbron, onder de sectorgroep ‘Verkeer’, en vervolgens onder de groep ‘Koude start: Overig’. De vorm en locatie van deze bron komt overeen met het aangegeven plangebied, zichtbaar in figuren 7 en 8.
4.3.5
Stationaire emissies zwaar vrachtverkeer De voertuigen die gebruikt worden tijdens de realisatiefase zullen laden en lossen op het terrein. Terwijl dit gebeurt zal het gebruikte voertuig op locatie stationair draaien. Hierbij komen emissies vrij. Gebruikmakend van de rekeninstructie van BIJ12 is het volgende vastgesteld: Emissiefactoren stationair wegverkeer (rekenjaar 2039)5 Vrachtauto’s boven 20 ton NOX per uur: 17,11632 g/uur NH3 per uur: 0,37776 g/uur Tabel 12 geeft de emissies weer van het stationair draaien tijdens de realisatiefase. Er is uitgegaan van een totaal van 5 minuten stationair draaien voor elke vrachtwagen die de projectlocatie aandoet. Op basis hiervan is met de gegeven emissiefactoren de totale uitstoot voor zowel NOX als NH3 berekend. Zie de navolgende tabel. Tabel 12: Stationair draaiende vrachtwagens zoals gemodelleerd in AERIUS Calculator in de realisatiefase met rekenjaar 2039 Bron
Stationair draaiende vrachtwagens
Aantal voertuigen [aantal/jaar]
6.534
Tijd stationair draaien [uur/jaar] 544,5
Stof
Emissiefactoren [g/uur]
Totale emissie [kg/jaar]
NOX
17,11632
9,32
NH3
0,37776
0,21
Het stationair draaien van zware vrachtwagens is binnen AERIUS gemodelleerd als vlakbron in de sectorgroep ‘Anders’ met een uittreedhoogte van 0,3 meter, een warmte-inhoud van 0,00 MW, een spreiding van 0,1 meter, en een temporele variatie van ‘Zwaar verkeer’. De vorm en locatie van deze vlakbron komt volledig overeen met de aangegeven locaties voor ‘Plangebied’ in figuren 7 en 8.
4.4
Referentiesituatie De referentiesituatie omvat drie verschillende aspecten. De eerste betreft de autonome verkeersontwikkeling, de tweede betreft 2 veehouderijen binnen het plangebied welke hun activiteiten gaan staken ten gevolge van de ontwikkeling van Amsteleind, en de derde betreft mestemissies op agrarische percelen die niet meer plaats gaat vinden.
4.4.1
Autonoom verkeer Het verkeersnetwerk dat in hoofdstuk 3.2.1. bepaald is vormt de basis van het verkeersnetwerk in de referentiesituatie. Dit verkeersnetwerk is uit het aangeleverde model voor de autonome ontwikkeling van het verkeer gesneden, zodat qua vorm twee nagenoeg identieke verkeersnetwerken ontstaan (het verschil zijnde de aan- en afwezigheid van Amsteleind). In de referentiesituatie is daarom het verkeersnetwerk aangehouden zoals te zien is in figuur 7, minus het verkeer binnen het plangebied.
4.4.2
Veehouderijen Er bevinden zich twee veehouderijen binnen het plangebied voor Amsteleind. Dit betreffen veehouderijen op de adressen Amsteleindstraat 29 en Amsteleindstraat 132. Deze hebben een vergunning voor de dieren in de onderstaande tabel.
5
Bijlage 1 van instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025, Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12, oktober 2025.
blad 22 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss Tabel 13: Vergunde dieraantallen bij de veehouderijen in kwestie Adres
Vleesvarkens (HD5.100) [aantal]
Kraamzeugen (HD2.100) [aantal]
Melkkoeien (HA1.100) [aantal]
Jongvee (HA2.100) [aantal]
Amsteleindstraat 29
720
0
186
135
Amsteleindstraat 132
680
561*
0
0
*) De vergunning geldt voor 6.258 biggen. Uitgaande van een gemiddelde worp van 13 biggen per kraamzeug levert dit afgerond 561 kraamzeugen op. Kraamzeug-emissies zijn inclusief de biggen.
Deze aantallen zijn gemodelleerd als vlakbron op het terrein van toepassing, binnen de sectorgroep ‘Landbouw’, en vervolgens onder de sectorgroep ‘Dierhuisvesting’. Zie de onderstaande figuur.
Figuur 9: Locatie van de stoppende veehouderijen (bron: AERIUS Calculator).
4.4.3
Mestemissies agrarische percelen Op basis van de Basisregistratie gewaspercelen (BRP) is onderzocht hoeveel areaal bouw- of grasland binnen het plangebied valt. Deze percelen kunnen gedurende de realisatie en achtereenvolgend gebruik niet gebruikt worden voor agrarische doeleinden en daarmee is het verdwijnen van deze emissie onlosmakelijk verbonden met dit plan. Daarom kan derhalve intern gesaldeerd worden met deze verdwijnende emissies. Inhoudelijk gaat dit op dezelfde manier zoals omschreven is in hoofdstuk 3.4.3. Op basis van de onderstaande twee formules zijn de cijfers in tabel 14 tot stand gekomen.
blad 23 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
Dierlijke mestemissies Emissie [kg NH3/jaar] = Dierlijke mestgift [kg N/ha/jaar] (170) * 1,216 [kg NH3/kg N] * TAN [%] (52%) * Vervluchtiging [%] (17% grasland/2% bouwland) * oppervlakte (ha) Kunstmestemissies Emissie [kg NH3/jaar] = (Toegelaten mestgift – dierlijke mestgift (170)) [kg N/ha/jaar] * perceelgrootte [ha] * emissiefactor [kg NH3/kg N] (5,6%) Tabel 14: Ingevoerde ammoniakemissies ten behoeve van intern salderen Vlak
Wettelijk type grond/landbouwproduct (toegelaten mestgift) [kg mest totaal]
Ammoniakemissies dierlijk deel
Ammoniakemissies kunstmestdeel
Ammoniakemissies totaal
[kg NH3/jaar]
[kg NH3/jaar]
[kg NH3/jaar]
0,69 ha Grasland
Zand (250)
12,61
1,38
13,99
0,46 ha Grasland
Zand (250)
8,41
0,92
9,33
1,58 ha Grasland
Zand (250)
28,87
3,16
32,03
0,68 ha Grasland
Zand (250)
12,43
1,36
13,79
22,91 ha Grasland
Zand (250)
418,66
45,82
464,48
0,51 ha Grasland
Zand (250)
9,32
1,02
10,34
0,37 ha Grasland
Zand (250)
6,76
0,74
7,50
0,46 ha Grasland
Zand (250)
8,41
0,92
9,33
2,27 ha Grasland
Zand (250)
41,48
4,54
46,02
0,71 ha Grasland
Zand (250)
12,97
1,42
14,39
0,01 ha Grasland
Zand (250)
0,18
0,02
0,20
1,72 ha Grasland
Zand (250)
31,43
3,44
34,87
5,68 ha Grasland
Zand (250)
103,8
11,36
115,16
0,39 ha Grasland
Zand (250)
7,13
0,78
7,91
1,47 ha Bouwland
Maïs (140)
2,6
0
2,60
1,99 ha Bouwland
Maïs (140)
3,52
0
3,52
3,23 ha Bouwland
Maïs (140)
5,72
0
5,72
2,2 ha Bouwland
Maïs (140)*
3,9
0
3,90
1,57 ha Bouwland
Maïs (140)
2,78
0
2,78
1,14 ha Bouwland
Maïs (140)
2,02
0
2,02
5,84 ha Bouwland
Maïs (140)/Luzerne (0)**
6,82
0
6,82
1,63 ha Bouwland
Maïs (140)
2,89
0
2,89
*) Een klein deel van dit perceel is grasland. Worstcase is dit ook als maïs beschouwd, gezien hier lagere emissies voor staan. **) 1,99 ha van dit perceel betreft luzerne, wat geen toegelaten mestgift kent. Hierdoor wordt effectief met (5,84 – 1,99 =) 3,85 ha aan maïsveld gerekend.
De locatie en vorm van deze vlakbronnen komt overeen met de overlap tussen de in het BRP aangemerkte grasof bouwlandpercelen en het plangebied van Amsteleind. Zie de onderstaande figuur voor hetgeen dat in AERIUS Calculator ingevoerd is.
blad 24 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
Figuur 10: Locatie van gras- en bouwland waarmee intern gesaldeerd wordt voor Amsteleind.
De vlakbronnen zijn gemodelleerd onder de sector ‘Landbouw’, en vervolgens onder de sectorgroep ‘Landbouwgrond’.
blad 25 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
5.
Resultaten en conclusie Gemeente Oss is voornemens om de stad naar het westen uit te breiden om te voldoen aan de woningbouwopgave binnen de gemeente. Hiervoor is het plan Amsteleind geformuleerd om invulling te geven aan deze wens. Het plan is in drie gebieden opgedeeld (Amsteleind Noord, Amsteleind Zuid en Kleinussen) Zuid). Binnen het kader van het wijzigen van het Omgevingsplan voor Amsteleind Noord dient voor dit voornemen een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd te worden, om zo significante gevolgen op Natura 2000-gebieden uit te kunnen sluiten. Daarnaast is voor het MER Amsteleind het totaaleffect van Amsteleind onderzocht. Er is hierbij gebruik gemaakt van interne saldering van 1 (Amsteleind Noord) en 2 (Amsteleind totaal) veehouderijen in het plangebied.
5.1
Resultaten Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2025) en de uitgangspunten benoemd in hoofdstuk 3 is de mogelijke toename van stikstofdepositie in beeld gebracht in de vorm van een AERIUS-model voor zowel Klein Amsteleind als geheel Amsteleind. Hieruit blijkt dat beide modellen rekening houdend met interne saldering geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar ten opzichte van de referentiesituatie veroorzaken op enig Natura 2000-gebied. De grootste daling betreft ten hoogste 0,40 mol/ha/jaar voor Amsteleind Noord, en ten hoogste 0,91 mol/ha/jaar voor geheel Amsteleind. De AERIUS-berekeningen met en zonder saldering zijn bijgevoegd als bijlage.
5.2
Conclusie Uit de berekening uitgevoerd met AERIUS Calculator blijkt dat deze ontwikkelingen niet leiden tot een toename van de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Hierdoor kunnen voor het aspect stikstofdepositie significante gevolgen en daarmee aantasting van de natuurlijke kenmerken op de omliggende Natura2000-gebieden worden uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie vormt daarom geen belemmering in de verdere besluitvorming voor de omgevingsplanwijziging Amsteleind Noord.
blad 26 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
Bijlage 1 Aerius-berekeningen Amsteleind Noord zonder saldering
blad 27 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
Bijlage 2 Aerius-berekeningen Amsteleind (totaal) zonder saldering
blad 28 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
Bijlage 3 Aerius-berekeningen Amsteleind Noord met saldering
blad 29 van !Syntaxisfout, !
Stikstofdepositie-onderzoek Amsteleind Oss projectnummer 0470075.100 28 oktober 2025 revisie 01 Gemeente Oss
Bijlage 4 Aerius-berekeningen Amsteleind (totaal) met saldering
blad 30 van !Syntaxisfout, !