CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 bij toelichting - Rulstraat 3 Megen (nieuwste versie).PDF

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststellen bestemmingsplan "Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021"25.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. Er is sprake van een NIBM-project. Het initiatief is behoorlijk kleiner dan bijvoorbeeld een woonwijk van 500 woningen dat ook als NIBM-project wordt aangemerkt. Verder betreft het initiatief geen gevoelige bestemming in de zin van het Besluit gevoelige bestemmingen, zoals een school of verzorgingstehuis. 4.1.7 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt.

Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. De projectlocatie is niet gelegen in een zone van 80 meter van een bovengrondse hoogspanningslijn. De straling van bovengrondse hoogspanningslijnen is geen beperkende factor voor het initiatief.

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 45 van 59 19-10-2021

4.1.8

Water

De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in 2013 een integraal plan Watertaken vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan” (vGRP) regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater. Ook regelt het vGPR een doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater. Daarnaast biedt het plan Watertaken een kader voor de andere watertaken van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Het gaat vooral om de zorg voor oppervlaktewater in bebouwd gebied. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen.

De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. ‘Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen. Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 2.000 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm. De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: • Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater. • Voorkomen van vervuiling van water.

• Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: 1. Hergebruik 2. Infiltratie/bergen 3. Afvoer • Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat: 1. De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; 2. De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt. 3. Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties. 4. (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; 5. Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied.

Rijkswaterstaat Onderhavig plangebied is gelegen in het rivierbed en ligt in zijn geheel binnen het stroomvoerend regime. De beoogde activiteiten zijn vergunnings- dan wel meldingsplichtig in het kader van de Waterwet. Om die reden is vooroverleg gevoerd met Rijkswaterstaat.De uitkomsten van dit overleg zijn als volgt: “Intern

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 46 van 59 19-10-2021

overleg heeft uitgewezen dat vanuit Rijkswaterstaat geen bezwaar bestaat tegen gewenste uitbreiding, enkel voor tentkampeerders c.q. toercaravans tijdens kampeerseizoen zonder dat er werken worden gemaakt c.q. worden uitgevoerd. U heeft tenslotte een vergunning van Rijkswaterstaat voor de oorspronkelijke camping c.a.” Rijkswaterstaat heeft verder nog aangegeven dat de huidige vergunning niet exact overeenkomt met het toekomstige gebruik – hierop staan nu nl. minder kampeerplekken aangegeven dan in de toekomstige situatie van toepassing is - van het perceel en daarom formeel gezien, wel nog herzien moet worden. Bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing is de emailwisseling tussen de initiatiefnemer en Rijkswaterstaat (bijlage 4). Waterschap Op de www.dewatertoets.nl is de digitale watertoets ingevuld. Hiervan zijn drie mogelijke uitkomsten/ procedures: • Geen waterbelang: Er is een functiewijziging zonder relevante wateraspecten • Verkorte procedure: U heeft een klein plan met weinig relevante wateraspecten • Normale procedure: U heeft een groot plan met meerdere relevante wateraspecten. Na het invullen van de digitale watertoets werd direct aangegeven dat met het ruimtelijk plan geen belang van het waterschap is gemoeid en dat het waterschap geen op of aanmerkingen heeft op het plan.

Bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing treft u het toetsresultaat en de samenvatting van www.dewatertoets.nl (bijlage 1).

Gemeentelijk rioolbeheer In het buitengebied wordt gebruik gemaakt van mechanische riolering. Deze is aangelegd voor het inzamelen en transport van huishoudelijk afvalwater (of wat daar naar aard en omvang gelijk aan is). Het uitgangspunt hierbij is de capaciteit die gelijk gesteld wordt aan een debiet van 1m3/h en dat vervolgens maximaal 5 keer één uur per etmaal. In onderhavige situatie is sprake van situatie die naar aard en omvang gelijk te stellen is met huishoudelijk afvalwater. De natuurcamping heeft in de toekomstige situatie 15 plaatsen (à 2 personen). Bij een bezettingsgraad van 20% (regulier) zullen er 1080 overnachtingen plaatsvinden. Dit is de belasting van het riool op jaarbasis. 1080 gedeeld door het aantal dagen (365) is 3. Dit houdt in dat de jaarlijkse belasting op het riool te vergelijken is met een 5-persoons huishouden (inclusief de bewoners/ campingeigenaren). T.a.v. piekbelasting het volgende. De belasting van het riool vindt m.n. plaats van 1 april t/m 1 oktober. Toch zal er zal geen sprake zijn van piekbelasting omdat er slechts 2 douches en 4 toiletten aanwezig zijn. Het gebruik zal dus verspreid over de ochtenden en avonden plaats moeten vinden en zal daarmee niet tot een overbelasting van het riool leiden.

4.1.9 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten. De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 47 van 59 19-10-2021

onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen. De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluidsproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. Een natuurcamping (incl.

kampeermiddelen) is geen geluidsgevoelig object zoals geformuleerd in de Wgh of tot uiting is gekomen in jurisprudentie hierover. Alhoewel het niet relevant is, omdat het hier niet om de ontwikkeling van een geluidsgevoelig object gaat is de natuurcamping wel gelegen aan een niet direct doorgaande of drukke 60-km/u weg waarvan de geluidsbelasting mee lijkt te vallen. Geen sprake is van nabijgelegen spoorzones en gezoneerde industrieterreinen. V.w.b. onderhavige ontwikkeling worden dan ook geen akoestische problemen verwacht. 4.1.10 Gezondheid Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek.

Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert. Binnen 2 kilometer van het plangebied zijn twee geitenhouderijen gelegen. Zie de afbeelding hieronder, waarop de locatie met een blauwe stip is aangeduid.

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 48 van 59 19-10-2021

Het gaat om een geitenhouderij over de Maas en een geitenhouderij in Haren. Het plangebied is in de zone 1,5-2 km vanaf de geitenhouderijen gelegen. Gezien de ruime afstand tussen de geitenhouderijen en het initiatief én het feit dat geen permanente, maar slechts een tijdelijke verblijfssituatie wordt gecreëerd vormen de geitenhouderijen geen belemmering voor het initiatief.

4.2 Waarden Binnen het plangebied voorkomende waarden op het vlak van natuur, archeologie of cultuurhistorie dienen te worden gerespecteerd en beschermd, mogelijk zelfs bevorderd. Bij ontwikkelingen moet proactief rekening worden gehouden met de aanwezige waarden. Achtereenvolgens komen aan bod: - Natuur (§ 6.3.2) - Kwaliteitsverbetering van het landschap (§ 6.3.3) 4.2.1 Natuur Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet ertoe leiden dat het voortbestaan van de soorten en gebieden niet in gevaar komt. De soorten- en gebiedsbescherming zijn verankerd in de Wet natuurbescherming. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt erop neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming.

Hoewel er geen directe relatie lag en ligt tussen een bestemmingsplan en de PAS, is het sneuvelen van de PAS ook voor RO en bestemmingsplannen van belang, met name ook door de aandacht voor stikstof. Tot nu toe werd als ondergrens waaronder je geen Natuurvergunning nodig had (0,05 Mol/ha) ook in de RO vaak gebruikt om aan te tonen dat stikstof geen probleem was voor de voorgenomen planontwikkeling.

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 49 van 59 19-10-2021

Soorten Onderhavig initiatief bevat geen onderdeel ‘bouwen’. Er wordt ook geen natuur verwijderd (bomenkap, verwijderen struiken, o.i.d.). Het betreft de uitbreiding van een kleinschalige natuurcamping. De uitbreiding van de natuurcamping wordt mogelijk gemaakt op gronden met een agrarische bestemming, momenteel in gebruik als grasland in de uiterwaarden. Het gaat om een specifieke doelgroep van kampeerders die op zoek zijn naar rust. Geen sprake is van rumoerige speeltuinen, kantines, radio’s of auto’s op het terrein. Daarbij is het terrein voorzien van originele in het gebied passende beplanting en biedt het terrein naast ‘gemaaide’ plekken, ook gedeelten waar de natuur zijn gang kan blijven gaan. Met respect wordt met de aanwezige flora en fauna omgegaan. Gezien de aard van de ontwikkeling kan geconcludeerd worden dat geen flora en fauna aangetast wordt. Een flora- en faunaonderzoek kan dan ook achterwege blijven. Gebieden Onderhavige locatie is niet gelegen in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbij gelegen Natura 2000gebied is Rijntakken op 8 kilometer van het initiatief. Gelet op de beperkte impact van het initiatief en de barrière die de Maas vormt is niet aannemelijk dat er sprake is van gevolgen voor het Natura 2000gebied. Er vallen om die redenen geen substantiële gevolgen te verwachten van het project voor al dan niet nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

Om dit aan te tonen is een AERIUS-berekening uitgevoerd, welke is bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing (bijlage 5). Uit de AERIUS-berekening blijkt dat het initiatief (toevoegen 10 standplaatsen) geen depositie van stikstof op nabijgelegen Natura 2000-gebieden (0,00 mol/ha/jr) tot gevolg heeft.

4.2.2

Kwaliteitsverbetering van het landschap

Het initiatief betreft de uitbreiding van een natuurcamping tot een maximum van 15 kampeermiddelen. Dit betreft een categorie 2 ontwikkeling. Dit betekent dat de ontwikkeling een beperkte impact op de omgeving heeft en dat sprake moet zijn van landschappelijke inpassing. De initiatiefnemer is (mede

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 50 van 59 19-10-2021

daarom) op basis van de nota landschapsbeleid – 2015 gestart met de landschappelijke inpassing van zijn perceel. De projectlocatie is gelegen in de uiterwaarden van de Maas. Belangrijk bij landschapsontwikkeling en dergelijke in dit gebied is het volgende: • • • • • • • • • • • •

beschermen van reliëf (in bestemmingsplannen); handhaving van fossiele rivierarmen, geulen en rillen en kronkelwaarden; behoud van karakteristieke dijkenpatroon en kades; bebouwing in principe niet toegestaan in bestemmingsplan vanuit landschappelijke overwegingen insteken op handhaving bestaande/ aanplant nieuwe bakenbomen stimuleren; bij de realisatie van wateropgaven streven naar functiecombinaties met (natuur- en) landschapsontwikkeling; bij realisatie van natuuropgaven streven naar functiecombinaties met landschapsontwikkeling; reliëf bij functieverandering (naar natuur of water) behouden; waar mogelijk Maasheggenlandschap herstellen. Hierbij toepassing van meidoorns bij fruitboomgaarden op de oeverwal mijden, in verband met overdragen van ziekten; natuurontwikkeling en waterberging is vooral een zaak van Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten, die hier eigendommen hebben; oude strangen waar mogelijk terugbrengen; eventueel nieuwe jachthavens hebben een kleinschalige opzet.

De landschappelijke inpassing op onderhavige projectlocatie betreft: • • •

Herstel Maasheggenlandschap door behoud en jaarlijks vlechten van meidoorn en sleedoorn welke ‘haaks’ op de Maas staat. Behoud van ‘plukken’ groen in het veld (hier en daar ongemaaide stukken groen, een bramenstruik, wilg, notenboom of fruitboom (geen boomgaard)). Behoud van openheid zodat de weidsheid en ongereptheid van het landschap niet aangetast wordt.

Hieronder zijn foto’s opgenomen van de jonge Maasheg ter plaatse, net na de vlechting in december 2015.

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 51 van 59 19-10-2021

Hieronder is een foto van de op de projectlocatie aanwezige ‘plukken’ groen opgenomen.

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 52 van 59 19-10-2021

Ook is een inrichtingsplan incl. landschappelijke inpassing opgesteld (zie bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing), waarin bovenstaande inpassing meer uitgebreid opgenomen is. Dit inrichtingsplan incl. landschappelijke inpassing vormt onderdeel van de overeenkomst die tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten is. Voldaan wordt aan de vereisten i.h.k.v. kwaliteitsverbetering van het landschap. Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ In 2010 is de regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ via de provinciale ruimtelijke verordening in werking getreden (de regeling is op dit moment verankerd in artikel 3.9 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant). In het RRO van januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. In 2014 – 2015 is de regeling geëvalueerd en zijn aanbevelingen opgesteld voor bijstelling van het afsprakenkader. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Voor planmatige ontwikkelingen in het buitengebied is art. 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. altijd van toepassing.

Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die we regionaal hebben afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Kwaliteitsverbetering Binnen de regio is geen unaniem beeld over de toepassing van de landschappelijke tegenprestatie die geleverd moet worden. Er wordt ingezet op keuzevrijheid voor de afzonderlijke gemeenten. Afspraken kwaliteitsverbetering 1.

Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden. Methodiek bij niet-planmatige ‘categorie 3’ ontwikkelingen De regio vindt het belangrijk dat er ruimte is voor lokaal maatwerk. Uitgangspunt is een methodiek die uitgaat van een forfaitair bedrag op basis van grondwaardevermeerdering (bestemmingswinst). Afspraken methodiek bij niet-planmatige ‘categorie 3’ ontwikkelingen

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 53 van 59 19-10-2021

-

-

berekening van een vorm van forfaitair bedrag gebaseerd op een percentage van de grondwaardeverandering (bestemmingswinst). Dit berekende forfaitair bedrag bepaalt de omvang van de te leveren prestatie; gedifferentieerd systeem van functies, inspanningen en (grond)waarden; een minimale basisinspanning voor de kwaliteitsverbetering, gemeenten kunnen een hogere inspanning vragen; duidelijkheid aan initiatiefnemers bij start planontwikkeling.

Basisinspanning De notitie Toepassingsbereik is het vertrekpunt voor bepalen van de basisinspanning die bij de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorgestaan. Voor planmatige (stedelijke) ontwikkelingen wordt aangesloten bij de eerdere afspraken voor rood-voor-groenkoppeling bij stedelijke uitbreidingen en het voorstel uit de handreiking. Afspraken basisinspanning Voor niet-planmatige ontwikkelingen in het buitengebied: - categorie 1: geen inspanning; - categorie 2: een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer; - categorie 3: de beschreven forfaitaire methode, waarbij uitgegaan wordt van minimaal 20% van de grondwaardevermeerdering. Voor planmatige ontwikkelingen in het buitengebied: - Stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied, in zoekgebied voor verstedelijking: Vaste afdracht per m2, te stellen op 1% van de uitgifteprijs; - Infrastructuur: Maatwerk waarbij kwaliteitsverbetering integraal onderdeel is van de gebiedsontwikkeling; - Overige (planmatige) ontwikkelingen zoals windturbines, reclamemasten, zendmasten voor telecommunicatie: Maatwerk aanpak. Maatregelen kwaliteitsverbetering landschap In de evaluatie kwam onduidelijkheid over de maatregelen en kosten die kunnen worden ingebracht voor kwaliteitsverbetering van het landschap naar voren.

Om de aanpak voor kwaliteitsverbetering binnen de regio gelijk te schakelen zijn de richtlijnen hieronder kort samengevat. Fysieke maatregelen Op basis van de regeling voor kwaliteitsverbetering landschap uit de Verordening ruimte is voorwaarde dat de kwaliteitsverbetering moet resulteren in fysieke en zichtbare verbetering van het landschap. Investeringen die geen fysieke kwaliteitsverbetering voor het landschap opleveren, zoals milieumaatregelen in de vorm van (asbest)sanering, duurzaamheid en dierenwelzijn, afschrijving economische boekwaarde en aanbrengen van functioneel groen op erf, vallen niet onder het toepassingsbereik van kwaliteitsverbetering landschap. Richtlijn inbreng kosten kwaliteitsverbetering landschap: Inrichting- en beheerkosten voor aanleg of herstel van natuur- en landschapselementen baseren/ relateren aan gegevens (prijzen, minimale oppervlakten, soorten) die beschikbaar zijn vanuit STIKA dan wel andere gestandaardiseerde normbedragen voor maatregelen. Ruimtelijk kwaliteitsbeleid Bij de gemeenten in de regio Noordoost is voldoende beleidskader voor de beoordeling en sturing van ruimtelijke ontwikkelingen en de daarmee verbonden kwaliteitsverbetering van het landschap.

Dit betekent dat gemeenten in de regio beschikken over: - een structuurvisie of voornemens zijn deze op te stellen/ te actualiseren; - een actueel beleidskader en/ of parate gebiedskennis om de inrichtingsvoorstellen voor kwaliteitsverbetering te beoordelen en aan te sturen. - een ambitiekaart met regionale landschapsopgaven voor investering in (sub)regionale landschapsversterkende projecten.

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 54 van 59 19-10-2021

Afspraak ruimtelijk kwaliteitsbeleid 1. Gemeenten dragen zelf zorg voor het benodigde ruimtelijk kwaliteitskader. 2. Gemeenten hebben regierol voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Verantwoording en monitoring In de Verordening Ruimte is opgenomen dat van de kwaliteitsverbetering die is verzekerd via een financiële bijdrage in een landschapsfonds regelmatig verslag moet worden gedaan in het regionaal ruimtelijk overleg. Voor de kwaliteitsverbetering via een bestemmingsplan zijn geen nadere vereiste voor de verantwoording opgenomen. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en handhaving van de kwaliteitsverbetering. Afspraken verantwoording en monitoring 1. Regelmatig wordt in het kader van de Monitor Verordening ruimte verslag gedaan van de financiële bijdrage aan en besteding van het landschapsfonds voor kwaliteitsverbetering van het landschap. 2. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en de handhaving van de kwaliteitsverbetering. 3. Initiatieven om kennis en kunde over kwaliteitsverbetering te delen, worden in principe door regio /provincie ondersteund.

Categorie 1: geen inpassing of tegenprestatie Tot deze categorie behoren in ieder geval de volgende concreet benoemde ontwikkelingen: - vergroten inhoud van een burgerwoning tot 750 m3; - vergroten inhoud van een bedrijfswoning tot 750 m3; - vergroten aantal m2 bijgebouwen bij woning tot 100 m2 in totaal; - realisatie Ruimte voor ruimte woning(en); - ontwikkeling ter realisatie van EHS compensatie; - wijzigen bestemming naar Bos/Natuur en treffen bestemmingsregeling/aanleg voorzieningen die een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden tot gevolg hebben; - vestiging van of de splitsing in meerdere wooneenheden in monumentale/ karakteristieke/cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; - uitbreiding bestemmingsvlak wonen tot 1500 m2; - herbouw woning binnen geldend bestemmingsvlak; - wijziging bestemming agrarisch bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf) of niet-agrarisch bedrijf met een omvang van minimaal 1 ha, in bestemming wonen of andere bestemming zoals horeca, niet-agrarisch bedrijf, maatschappelijke doeleinden of recreatie mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 1500m2, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 200m2 aan bijgebouwen/ voormalige bedrijfsbebouwing resteert; - bed &

breakfast en kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten in/bij (bedrijfs)woning binnen vigerende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen) en binnen geldend bestemmingsvlak wonen of niet-agrarisch bedrijf tot een maximum van 200 m2; - nevenactiviteiten en verbrede landbouwactiviteiten bij een agrarisch bedrijf of Wonen-VAB binnen bestaande bebouwingsmogelijkheden tot een maximum van 200 m2; - aan huis gebonden beroep/bedrijf in/bij woning binnen geldende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen); - ontheffing mantelzorg in/bij woning binnen geldende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen); - ontheffing tijdelijke huisvesting seizoenarbeiders binnen geldende, bestaande bebouwing (dit mag niet leiden tot het ontstaan van een zelfstandige woonruimte); - huisvesting reclasseringsjongeren op (agrarisch) bedrijf binnen geldende, bestaande bebouwing; - toestaan tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; - verkoop van op het eigen (agrarisch) bedrijf vervaardigde producten (inclusief de verkoop van streekeigen producten) tot een maximum van 200 m2 binnen geldende bouwregeling bedrijfsbebouwing; - omzetten van vrijkomende agrarische bedrijfswoning naar plattelandswoning;

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 55 van 59 19-10-2021

-

bouw van ooievaarsnesten; toestaan Bosman-molens tot 5 m.

Voor het overige behoren tot deze categorie: - ontwikkelingen onder toepassing van de directe bouwmogelijkheden/bouwregels en gebruiksregels van een geldend bestemmingsplan; - binnenplanse 10%-afwijking: kleine afwijkingen ten behoeve van hoogte en situering. Tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. In het voormalige provinciale ruimtelijke beleid (Streekplan, Paraplunota ruimtelijke ordening) waren de hiervoor genoemde oppervlakte- en inhoudsmaten opgenomen als gangbare bovenmaten tot waar gemeenten de mogelijkheid kregen deze ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren. Het zou niet juist zijn voor deze mogelijkheden nu opeens een extra inspanning te eisen.

Categorie 2: landschappelijke inpassing Tot deze categorie behoren in ieder geval de volgende concreet benoemde ontwikkelingen: - minicampings met kleinschalige kampeergelegenheden tot een maximum van 25 mobiele kampeermiddelen; - bed & breakfast en kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten in/bij (bedrijfs)woning binnen vigerende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen) en binnen geldend bestemmingsvlak wonen of niet agrarisch bedrijf vanaf een oppervlakte van 200 m2; - nevenactiviteiten en verbrede landbouwactiviteiten bij een agrarisch bedrijf binnen bestaande bebouwingsmogelijkheden vanaf 200 m2; - vormverandering van een agrarisch bouwvlak of een bestemmingsvlak; - paardenbakken aansluitend aan het bouwvlak; - omschakeling van agrarische bedrijfsvoering (grondgebonden, intensief, overig nietgrondgebonden) zonder vergroting van het bouwvlak; - voor zover de locatie is gelegen in het agrarisch gebied, als bedoeld in de Verordening ruimte: vergroten agrarisch bouwvlak tot 1,5 ha, of vergroting met differentiatievlak van maximaal 0,5 ha specifiek ten behoeve van opslag van ruwvoer; - voor zover de locatie is gelegen in de groenblauwe mantel, als bedoeld in de Verordening ruimte: vergroten agrarisch bouwvlak tot 1 ha, of vergroting met differentiatievlak van maximaal 0,5 ha specifiek ten behoeve van opslag van ruwvoer;.

- Wijziging bestemming agrarisch bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf) of niet-agrarisch bedrijf in bestemming wonen of wonen met VAB aanduiding, of andere bestemming, zoals horeca, niet-agrarisch bedrijf, maatschappelijke doeleinden of recreatie, mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5000m2, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500m2 voormalige bedrijfsbebouwing resteert. Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Mits voorzien van een goede onderbouwing hiervan, kunnen ook andere ontwikkelingen tot deze categorie worden beschouwd. Voor het overige behoren tot deze categorie alle ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via de (binnenplanse) afwijkingsbevoegdheid, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. Tevens kan in het bestemmingsplan bepaald worden dat een specifieke afwijking wel als categorie 3 behandeld moet worden. Categorie 3: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Tot deze categorie behoren alle ruimtelijke ontwikkelingen die niet onder categorie 1 of categorie 2 vallen; dit betreft onder andere de volgende ontwikkelingen: -

uitbreiding bestemmingsvlak Bedrijf, Wonen (>1500 m2), Horeca, Recreatie etc.; vergroten aantal m2 bebouwing binnen Bedrijf, Recreatie, Horeca etc.; vergroten inhoud van een (agrarische Bedrijfswoning boven 750 m3; vergroten inhoud van een burgerwoning boven 750m3; vergroten aantal m2 bijgebouwen bij een woning groter dan 100 m2; nieuwbouw (eerste) bedrijfswoning.

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 56 van 59 19-10-2021

Voor het overige behoren tot deze categorie alle ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via een wijzigingsplan of een bestemmingsplanherziening, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. Notitie mbt woningen in het landelijk gebied Het realiseren van een woning op basis van kwaliteitsverbetering in bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking, is slechts toegestaan bij een kwaliteitsverbetering die gelijkwaardig is met de aanschaf van een ruimte-voor-ruimte titel. De benodigde kwaliteitsverbetering kan niet worden gebaseerd op een berekening van 20% van de bestemmingswinst. 4.3 Defensie Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: - Radarverstoringsgebieden; - Obstakelbeheergebieden; - Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; - Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend.

Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen. Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden. 4.4 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is.

De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan.

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 57 van 59 19-10-2021

Het m.e.r.-beoordelingsbesluit. De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen. Onderzocht is of een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling nodig is. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven in welke gevallen voor een project een mer (beoordeling) nodig is. De ontwikkeling betreft de uitbreiding van een permanent kampeerterrein (D10). De grootte van het project ligt onder de drempelwaarde. Dat betekent dat onderzocht moet worden in hoeverre er aanleiding is voor het doen van een m.e.r-beoordeling. In lijn met 'Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten' wordt in deze toelichting ingegaan op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten.

Kenmerken van het project Bij een overweging van de kenmerken van het project zijn de volgende criteria van belang: de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering en risico's voor de menselijke gezondheid. Voorliggend plan betreft de uitbreiding van een natuurcamping met 10 plaatsen. Het totaal aantal campingplaatsen komt daarmee op 15. De natuurcamping is alleen in het seizoen geopend. Deze ontwikkeling zorgt niet voor belemmering wat betreft gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en het risico van zware ongevallen en/of rampen. Plaats van het project De mate van kwetsbaarheid van het milieu van gebieden waarop het project invloed heeft is afhankelijk van de volgende criteria: het bestaande grondgebruik, relatieve rijkdom aan de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opname vermogen van het natuurlijke milieu met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden op basis van ecologie, landschappelijke, archeologische en cultuurhistorische waarden en wateraspecten. In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied.

Het type en tijdelijke gebruik van het plangebied (seizoensgebonden) en het feit dat geen permanente voorzieningen worden aangebracht zorgen ervoor dat het project de waarden en aspecten in het gebied niet aantast. Er zijn bovendien voldoende mogelijkheden voor het gebied om te regenereren. Kenmerken van de potentiële effecten De potentiële effecten van het project worden bepaald door de kenmerken en plaats van het project, in samenhang met de volgende criteria: de orde van grootte, het ruimtelijk bereik, de aard, het grensoverschrijdend karakter, de intensiteit en complexiteit, de waarschijnlijkheid en de verwachte duur, frequentie en omkeerbaarheid van de effecten. Daarnaast kunnen ook de cumulatie van effecten met effecten van andere projecten en de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen in overweging worden genomen. Gezien de beperkte omvang en de aard van de ontwikkeling, is er geen sprake van onevenredige effecten voor het milieu in het plangebied en de omgeving.

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 58 van 59 19-10-2021

Voor dit initiatief hoeft op grond van de Wet milieubeheer geen milieueffectrapport te worden gemaakt. Ook is op grond van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet gebleken dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn die leiden tot een m.e.r.-beoordelingsplicht. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling.

Ruimtelijke Onderbouwing Rulstraat 3, Megen, pag. 59 van 59 19-10-2021

Hoofdstuk 5 5.1

Haalbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het plan betreft het uitbreiden van een natuurcamping met 10 plaatsen zodat in totaal 15 plaatsen ontstaan. De Wro geeft de gemeente de mogelijkheid om via de Grondexploitatiewet kosten die te maken hebben met grondexploitatie te verhalen op particuliere eigenaren die zelf gronden tot ontwikkeling brengen. Deze mogelijkheid spitst zich toe op bouwplannen. Wat onder bouwplannen verstaan wordt, staat in artikel 6.2.1 Bro. Onderhavig project betreft geen bouwplan zoals bedoeld in de Bro. Dit betekent dat de gemeente de kosten voor de planologische procedure als gevolg van de particuliere ontwikkeling, via een overeenkomst op de initiatiefnemers verhaalt. Dit geldt ook voor planschade et cetera. Voor het overige betreft het plan een particulier initiatief voor eigen rekening en risico van de initiatiefnemer.

Indexpagina bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing Bijlage 1a

- Samenvatting watertoets

Bijlage 1b

- Watertoets

Bijlage 2

- Bodemonderzoek

Bijlage 3

- Inrichtingsplan

Bijlage 4

- Afstemming RWS

Bijlage 5

- AERIUS berekening

Bijlage 6

- Vergunning

Bijlage 7

- Akoestisch onderzoek

Bijlage 1a

- Samenvatting watertoets

datum 10-1-2016 dossiercode 20160110-38-12219 Uit de door u ingevoerde gegevens is de volgende informatie verkregen uit de digitale watertoets: Kaart materiaal: Heeft u een beperkingsgebied geraakt? ja Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied Oss Vragen: Houdt het plan uitsluitend een interne functieverandering voor een gebouw in? Hierbij is ook geen sprake van een verhardingstoename en/of afkoppeling van hemelwater? ja Is er sprake van een directe lozing van afvalwater op oppervlaktewater? nee De WaterToets 2014

Bijlage 1b

- Watertoets

datum 10-1-2016 dossiercode 20160110-38-12219 Persoonlijke gegevens aanvrager Projectnaam : Rulstraat 3, Megen Naam aanvrager : Nikol van de Goor Organisatie : Planomar Straat/Postbus : Obrechtstraat Nummer : 3G Postcode : 5344AT Plaats : OSS Telefoon : 0610182579 E-mail : nvdgoor@planomar.nl Gemeente waarin de locatie ligt Naam gemeente : Oss Contactpersoon : Ruben van den Broek Telefoon : 140412 E-mail : r.van.den.broek@oss.nl Waterparagraaf geen belang Met het ruimtelijk plan is geen belang van het waterschap gemoeid. We hebben dan ook geen op- of aanmerkingen op het plan. Tot slot Let op bij de verwerking van afvalwater. Omdat de gemeente hierbij meestal het bevoegd gezag is, dient u hiermee contact op te nemen. Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld. Voor het aanvragen van of informatie over een watervergunning kunt u contact op te nemen met het waterwetloket. E-mail: info@aaenmaas.nl Tel.: (073) 615 83 33 Team Watertoets, Waterschap Aa en Maas Vragen? Heeft u vragen of opmerkingen over de Digitale Watertoets? Laat het ons per mail weten info@aaenmaas.nl Voordringende vragen kunt u ons bereiken op telefoonnummer (073) 615 68 51. Ligging plangebied

Waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze applicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.

De WaterToets 2014

Bijlage 2

- Bodemonderzoek

Bodeminformatie De volgende informatiebronnen zijn voor de locatie en de aangrenzende percelen (binnen een straal van 25 meter vanaf de locatie) doorzocht: – het Bodem Informatie Systeem (BIS). Het BIS van de gemeente Oss is gevuld met de, bij de gemeente bekend zijnde, onderzoeken die uitgevoerd zijn, o.a. verkennend bodemonderzoeken, nadere onderzoeken en evaluaties van uitgevoerde saneringen. – het gemeentelijke tankenbestand. Dit bestand bevat alle bij de gemeente bekend zijnde tanksaneringen. Dit bestand is onder andere tot stand gekomen op basis van vrijwilligheid en mogelijk daardoor niet volledig. – het Historische Bodem Bestand (HBB). Het HBB is een samenwerkingsproject van ReGister Historisch Onderzoeksbureau en Arcadis en bevat op basis van historische (bedrijfs-) activiteiten gegevens van potentieel verontreinigde locaties. De gegevens zijn verwerkt in een Access database. Voor een deel van alle potentieel verontreinigde locaties is nader historisch onderzoek uitgevoerd. De rapporten hiervan zijn in pdf beschikbaar. – het Bodemloket. De gegevens uit bodemloket zijn afkomstig van de website www.bodemloket.nl, Deze site wordt door de provincie Noord-Brabant onderhouden. Het bodemloket bevat informatie over toekomstige en uitgevoerde bodemonderzoeken en bodemsaneringen en tevens informatie over mogelijk bodembelastende (bedrijfs-) activiteiten in het verleden.

Hieronder vindt u per thema de gevonden informatie. Indien voor een thema geen informatie wordt vermeld, dan betekend dit dat de geraadpleegde bron op dit moment geen informatie bevat voor de doorzochte locatie. Locatie: Kadastrale gegevens:

Rulstraat 3, Megen gem. Oss sectie Q nr. 00019

Bodem informatiesysteem:

Van de locatie Rulstraat 3 zijn bij de gemeente geen bodemonderzoeken bekend. Tankenbestand: OP 25 aug. 1994 is door Isotank een ondergrondse opslagtank voor huisbrand olie geleegd, gereinigd en gevuld met zand. Tijdens de werkzaamheden zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Voor deze werkzaamheden is met nr. A22726 een KIWA certificaat afgegeven. Historisch bodem bestand:

geen info

Bodemloket: Op de provinciale inventarisatielijst bodem hebben de volgende locaties een vermelding: Rulstraat 3 met locatie ID NB082800671 als gevolg van een ondergrondse opslagtank voor minerale brandstoffen; Rulstraat 5 met locatie ID NB082800672 als gevolg van de bedrijfsactiviteit loonbedrijf t.b.v. land- en tuinbouw. Voor meer uitgebreide informatie over de status van deze percelen wordt verwezen naar www.bodemloket.nl Aan de verstrekte gegevens kunnen geen rechten worden ontleend. * Streefwaarde (Sw)/Achtergrondwaarde (Aw): De achtergrondwaarden (grond) en streefwaarden (grondwater en tot 2009 voor grond) zijn verbonden aan de risicogrenzen voor mens en ecosysteem. Ze geven het niveau aan waarbij sprake is van duurzame en goede bodemkwaliteit. Indien de aangetroffen concentraties de achtergrond- of streefwaarden niet overschrijden wordt de bodem beschouwd als niet verontreinigd. ** Tussenwaarde (Tw): De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde. Bij overschrijding van de tussenwaarde bestaat er in principe een noodzaak tot aanvullend onderzoek en wordt de bodem beschouwd als matig verontreinigd. Liggen de gemeten concentraties boven de achtergrond- of streefwaarde maar beneden de tussenwaarde dan wordt de bodem beschouwd als licht verontreinigd.

*** Interventiewaarde (Iw): De interventiewaarden geven het concentratieniveau aan waarboven ernstige of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens en ecosysteem. Afhankelijk van de omvang kan er bij concentraties boven de interventiewaarde sprake zijn van een saneringsnoodzaak. Bij overschrijdingen van de interventiewaarde wordt de bodem beschouwd als sterk verontreinigd.

Bijlage 3

- Inrichtingsplan

6

7

8

9

5

10

14

15

13

4

3

11

12

Prive

2

P

1

P

P

Aan de oostzijde wordt het campingland begrenst door beukenhaag en een stukje Meidoorn/sleedoorn. Aan de noordzijde wordt het campingland begrenst door bramenstruiken. Aan de westzijde is een Maasheg gecreëerd bestaande uit meidoorn en sleedoorn. In de haag staan 10 wilgenbomen die geknot zijn. Aan de zuidzijde is een lage heg van Acer planten. Deze schermen de parkeerplaatsen af.

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Pluk niet gemaaid gras met struiken: meidoorn, beuk, acer en wilg. Pluk niet gemaaid gras met wilgen boom en notenboom. Meidoornstruik, notenboom en wilgenboom Wilgenbomen en hondsroos Enkel niet gemaaid gras met meidoorn/sleedoorn Wilgenboom, perenboom en meidoorn/sleedoorn Wilgenbomen, krulwilg, struiken meidoorn en struiken wilg. Wilgenboom, beuk en hondsroos.

De perken:

• • • •

De randen:

Verklaring bij het landschapsinrichting plan.

Bijlage 4

- Afstemming RWS

Van: Boorn, Tjeu van den (ZN) [mailto:tjeu.vanden.boorn@rws.nl] Verzonden: woensdag 17 augustus 2016 11:20 Aan: 'De Maasakker' CC: Hoof, Wil van (ZN); Moes, Michael (ZN); Goossens, Ruud (ZN) Onderwerp: RE: Bestemmingsplanwijziging camping de Maasakker.

Geachte heer Ed Steiger, Intern overleg heeft uitgewezen dat vanuit Rijkswaterstaat geen bezwaar bestaat tegen gewenste uitbreiding, enkel voor tentkampeerders c.q. toercaravans tijdens kampeerseizoen zonder dat er werken worden gemaakt c.q. worden uitgevoerd. U heeft tenslotte een vergunning van Rijkswaterstaat voor de oorspronkelijke camping c.a. Echter aangezien de oorspronkelijke vergunning qua tekening niet overeenkomt met nieuwe situatie heb ik uw mail doorgezonden aan collega’s die mede belast zijn met afhandeling, lees indien nodig legalisatie c.q. aanpassing(en) vergunningen van o.a. kampeerterreinen. Zij zullen uw verzoek meenemen in de verdere afhandeling. Voor eventuele nadere informatie kunt u mij ook telefonisch benaderen. Mvg, Tjeu van den Boorn

J.M. van den Boorn Intaker/Omgevingscoördinatie Afdeling Vergunningverlening Dienst Zuid Nederland Tel.nr. 06-51053204 Tjeu.vanden.Boorn@RWS.NL Van: De Maasakker [mailto:camping@demaasakker.nl] Verzonden: dinsdag 9 augustus 2016 12:10 Aan: Boorn, Tjeu van den (ZN) Onderwerp: Bestemmingsplanwijziging camping de Maasakker.

Geachte heer v.d. Boorn. In 2011 is de vergunning verleend voor het voeren van een kleine camping voor tentkampeerders op het adres Rulstraat 3 te Megen. De camping is een succes en loopt naar alle tevredenheid. De camping is gesitueerd naast ons huis op de voormalige paardenwei/paardenrijbak. Het land naast het huis heeft 2 bestemmingen. Een gedeelte is bestemming wonen (de voormalige rijbak) en bestemming agrarisch. (de strook er omheen). De vergunning van de gemeente staat alleen, op basis van ontheffing van de gebruiksregels, de camping toe op het gedeelte met bestemming wonen. Hierop is ook de vergunning van RWS gebaseerd. Het is vanaf het begin onze wens geweest om deze strook ook bij de camping te betrekken. Echter omdat dit een bestemmingsplanwijziging in houdt hebben we tot nu toe geen actie ondernomen. Dit jaar wordt het bestemmingplan buitengebied Oss geëvalueerd en herzien. Dit biedt ons de mogelijkheid om deze wens alsnog te realiseren. Hiermee wordt het

mogelijk het gedeelte voor gebruik van de camping te vergroten, en het toegestane aantal toegestane kampeerders wordt verhoogd van 5 naar 20 tenten. Ons verzoek is ingediend, en er zijn diverse vooroverleggen geweest, en er is een ruimtelijke onderbouwing ingediend. De gemeente heeft al aangegeven aan deze wijziging mee te willen werken en de toestemming te verlenen. De procedure loopt dus. Dus niets staat de uitbreiding nog in de weg. In de ruimtelijke onderbouwing moet nog wel aangegeven worden of RWS instemt met deze wijziging. Op het land zullen geen wijzigingen aangebracht worden, d.w.z. er is geen aanplant, graafwerkzaamheden of verbouwing noodzakelijk. ( de sanitaire voorzieningen zijn inpandig en voldoen aan de capaciteit) De voorwaarden blijven verder onveranderd zoals in de vergunning van RWS is aangegeven. Graag uw reactie. Ed Steiger 0412 484332

Bijlage 5

- AERIUS berekening

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RzhgbkbvDwMV (30 januari 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Pittiger in planologie

Rulstraat 3, 5366 KA Megen

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Uitbreiding natuurcamping 'De Maasakkers'

RzhgbkbvDwMV

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

30 januari 2021, 11:52

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

< 1 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruiksfase uitbreiding natuurcamping 'De Maasakkers' (wegverkeer, conform CROW: 0,4 motorvoertuigen per etmaal per standplaats x 10 standplaatsen = 4 mvt/e).

Situatie 1

RzhgbkbvDwMV (30 januari 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Wegverkeer uitbreiding natuurcamping Wegverkeer | Buitenwegen

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RzhgbkbvDwMV (30 januari 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam

Situatie 1

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Situatie 1

Wegverkeer uitbreiding natuurcamping 167750, 426119 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

4,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RzhgbkbvDwMV (30 januari 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RzhgbkbvDwMV (30 januari 2021) pagina 5/5

Bijlage 6

- Vergunning

Bouwen, Wonen en Milieu Raadhuislaan 2, Oss Telefoon [0412] 62 90 30 Fax [0412] 62 99 35

De heer EJ Steiger

E-mail gemeente@oss.nl

Rulstraat 3

www.oss.nl

5366 KA MEGEN

Postbus 5 5340 BA Oss Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?

Datum

Ons kenmerk

Behandeld door

Doorkiesnummer

03 november 2011

PBWM/W 2085

ing. J. van den Heuvel

[0412] 62 90 30

Onderwerp

Uw kenmerk

Aantal bijlagen

Brief bij omgevingsvergunning.

-

beschikking

Geachte heer Steiger, U heeft op 28 september 2011 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor verzoek om mini-camping op te starten. De aanvraag gaat over Rulstraat 3 te Megen. De aanvraag is geregistreerd onder nummer W 2085. In deze brief informeren wij u over welke beslissing op de aanvraag is genomen. Verlenen omgevingsvergunning Wij hebben besloten de omgevingsvergunning te verlenen. De vergunning hebben wij bijgevoegd. Aan de vergunning zijn voorschriften verbonden. Wij raden u aan om de vergunning met de bijbehorende bijlagen zorgvuldig door te nemen. Dit kan veel misverstanden voorkomen. U moet namelijk de aan de vergunning verbonden voorschriften naleven. Let op: wij maken u er op attent dat u op eigen risico handelt als u gebruik maakt van de verleende vergunning voordat deze onherroepelijk is. Burgerlijk wetboek In het Burgerlijk Wetboek (boek 5, titel 4) staan rechten en plichten van burgers vermeld. Wij willen u erop wijzen dat er rechten van derden worden genoemd, die er mogelijk voor zorgen dat u geen gebruik kunt maken van uw omgevingsvergunning.

Volgvel

Ons kenmerk

2

PBWM/W 2085

Betaling leges Overeenkomstig de legesverordening Oss 2011 bent u voor het in behandeling nemen van uw aanvraag voor een omgevingsvergunning leges verschuldigd tot een bedrag van € 46,00. Voor betaling van dit bedrag ontvangt u separaat een gespecificeerde nota. Indien u bezwaar heeft tegen de hoogte van het legesbedrag dan kunt u binnen 6 weken na dagtekening van de nota een bezwaarschrift indienen bij het hoofd van de afdeling Belastingen. Het indienen van een bezwaarschrift ontheft u niet van betaling van de nota. Publicatie Het besluit wordt door ons gepubliceerd in "Oss-Actueel". Bezwaar Tegen het besluit kan door belanghebbenden bezwaar worden aangetekend. Nadere informatie hierover vindt u in de bijlage onder de kop 'bezwaarclausule'. Informatie Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met de in het briefhoofd genoemde medewerker van de afdeling Bouwen, Wonen en Milieu. Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Oss. Namens dezen,

Ing. JLAM Jacobs. Teamleider van de afdeling Bouwen, Wonen en Milieu.

Coll:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=0abfb655-9ca4-4c1f-a282-18b693275263