Bijlage 11 bij toelichting - ruimtelijke onderbouwing Poelstraat 3 in Dieden.PDF
Tekst van het document
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 26 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. In artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik is het volgende opgenomen: Lid 1: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functies, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6.
tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2: Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Deze afspraken gaan over onder andere over duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. Afdeling 5.4 Regionaal samenwerken gaat nader in op de wijze van regionale samenwerking, de onderwerpen van de samenwerking en het maken van regionale afspraken in het regionaal omgevingsoverleg. Van belang zijn de prognoses en analyses die periodiek door Gedeputeerde Staten worden opgesteld. Onderhavige ontwikkeling, die voorziet in uitbreiding van de functie ‘Recreatie’, is gelegen binnen een gebied dat in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is aangeduid als bestaand stedelijk gebied. De stedelijke ontwikkeling is duurzaam, omdat de ontwikkeling uitgaat van zorgvuldig ruimtegebruik. Namelijk wordt hoofdzakelijk in voor recreatie bestaande bebouwing het gebruik uitgebreid. Hierdoor wordt op basis van meervoudig ruimtegebruik een meer diverse bedrijfsvoering mogelijk (minder kwetsbaar).
Er worden vier trekkershutten buiten de bestaande bebouwing om gerealiseerd. De trekkershutten kennen een oppervlakte van 25 m2 per stuk. Deze toevoeging is realistisch, gezien de huidige en te verwachte behoeften van de toerist en is qua omvang voor deze locatie niet onevenredig. Verder wordt een bestaand sanitairgebouw uitgebreid om meer ruimte te creeren voor de sanitaire behoeften van de campinggasten. Het gaat om een uitbreiding met 32 m2. Ook wordt nog een kapschuur van 50 m2 gerealiseerd voor dagrecreatieve activiteiten. De ontwikkeling waar het hier om gaat is passend op deze plek en niet strijdig met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 27 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied.
Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij - De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers - Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk - Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit De bovenstaande doelstellingen worden door vertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype.
We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug - Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 28 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking. In de structuurvisie Buitengebied – 2015 wordt onderhavig plangebied getypeerd als ‘Oeverwal’. De oeverwal is een hooggelegen rug, parallel aan de Maas. Van oorsprong worden de oeverwallen gekenmerkt door een relatief kleinschalig cultuurlandschap met een grote diversiteit. Door de aanwezigheid van veel landschapselementen heeft de oeverwal over het algemeen een groen en halfopen karakter. Naast de acht kleine kernen liggen op de oeverwal ook een zevental bebouwingsconcentraties. Onderhavig plangebied ligt niet in één van deze kernen, maar in het buitengebied, niet zijnde een bebouwingsconcentratie. Hieronder zijn de kwaliteiten en bedreigingen van de Oeverwal opgenomen. Kwaliteiten • Het kleinschalige, halfopen karakter van de oeverwal heeft een hoge belevingswaarde • De oeverwal heeft een grote cultuurhistorische waarde, door monumentale gebouwen, wielen, grienden, de Maasdijk en oude paden • De Maasdijk vormt de drager van de oeverwal, waarop de dorpen zijn gelegen als een kralensnoer.
Hierdoor is een optimale wisselwerking tussen dorp en het landschap mogelijk • De afwisseling van functies maakt de oeverwal een prettig gebied om te wonen, werken en recreëren • De oeverwal heeft grote toeristisch-recreatieve waarde Bedreigingen • Op de oeverwal dreigen de kleinschaligheid en cultuurhistorisch waardevolle gebieden te verdwijnen door functieveranderingen. Dit is bijvoorbeeld te zien aan verkavelingsstructuren, boomgaarden en wielen. Door het verdwijnen van deze kleinschalige landschapselementen verdwijnt de kleinschaligheid van de oeverwal. • Het toegenomen aantal burgerbewoningen kan de aanwezige agrarische bedrijven belemmeren • De sterk toegenomen recreatie op de Maasdijk kan het woongenot en verkeersveiligheid aantasten Onderhavig toeristisch recreatief initiatief past als geen ander binnen de kwaliteiten van de Oeverwal.
3.4.2 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 Het bestemmingsplan dat op dit moment ter hoogte van het plangebied vigeert is het bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020. Het bestemmingsplan is op 16 april 2020 door de gemeenteraad van Oss vastgesteld en op 25 september 2020 in werking getreden. In het bestemmingsplan Buitengebied Oss 2020 heeft het plangebied de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie 1’. Hierbij gelden de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van recreatie – groepsaccommodatie’ en ‘specifieke vorm van recreatie – poelstraat 3’. Verder is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archoelogie historische kern’ van toepassing en zijn nog meerdere gebiedsaanduidingen van kracht. Het gaat om ‘overige zone – dijkzone woningen’, ‘overige zone – oeverwal’, ‘overige zone – stadsen dorpsranden’, ‘vrijwaringszone – dijk’ en ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’. Hieronder is een uitsnede van de verbeelding opgenomen.
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 29 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
Binnen ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie 1’ en de van toepassing zijnde functieaanduidingen is het volgende qua gebruik toegestaan: - verblijfsrecreatie in de vorm van een groepsaccommodatie; - detailhandel en horeca die aan de verblijfsrecreatieve functie ondergeschikt zijn en deze ondersteunen; - het plaatsen van 25 kampeermiddelen; - wonen in een bedrijfswoning. De bouwregels behorende bij het gebruik zijn als volgt: - voor de bedrijfswoning geldt een maximale inhoud van 750 m3, goothoogte 3 meter en bouwhoogte 8 meter; - vrijstaande bijgebouwen bij de bedrijfswoning, maximaal 100 m2, goothoogte 3 meter, bouwhoogte 5 meter; - bedrijfsgebouwen waaronder groepsaccommodaties, maximaal 750 m2, goothoogte 3,5 meter, bouwhoogte 10 meter. In paragraaf 2.2 van deze ruimtelijke onderbouwing is weergegeven hoe de huidige situatie binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan past. Hetgeen extra gewenst is ten opzichte van de huidige situatie is deels passend in het vigerende bestemmingsplan. Deels niet. Wat passend is, is de realisatie van twee recreatieappartementen boven een deel van bestaande bedrijfsbebouwing. Wat niet passend is, is de uitbreiding van het huidige sanitairgebouw met 32 m2, de toevoeging van een kapschuur van 50 m2, de toevoeging van 4 blokhutten. Verder is ook dagrecreatie niet toegestaan binnen het huidige gebruik, alsook zelfstandige horeca.
Dit betekent dat het overgrote deel van de uitbreidingsplannen van de Laurenshoeve niet passend zijn in het vigerende bestemmingsplan. Omdat ze wel passend zijn in het
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 30 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
beleid, wordt het bestemmingsplan voor de uitbreidingswensen van de Laurenshoeve op basis van deze ruimtelijke onderbouwing herzien.
3.4.3 Toekomstvisie Oss op weg naar 2020 De toekomstvisie ‘Oss op weg naar 2020’ (2004) is richtinggevend voor de beleidsontwikkeling op de langere termijn. Eén van de potenties van Oss ligt volgens deze visie in het gevarieerde landelijk gebied waarin zich tal van kleine kernen bevinden. Uitgangspunt is het werken aan het behoud van het platteland met zijn rust en ruimte, aantrekkelijke kleinschalige toeristische voorzieningen en aan de ontplooiing van levenskrachtige dorpen. Een andere potentie ligt in het werken aan een duurzame gemeente. Duurzame ontwikkeling van natuur, landschap en ecologie draagt bij aan de leefkwaliteit. De toekomstvisie stelt dat Oss vele ‘kostbare’ plekjes kent en een groots landschap, met ruimte voor landbouw en natuur. ‘Het bewaren van dat kostbare voor de toekomst is een opdracht die we onszelf stellen’. Onderhavig initiatief past als kleinschalige toeristische voorziening goed binnen de Toekomstvisie Oss op weg naar 2020. Het initiatief draagt bij aan een gevarieerd landelijk gebied, waarbij behoud van het platteland hoog in het vaandel staat. Door verdere doorontwikkeling van het recreatiebedrijf binnen de bestaande bebouwing wordt de natuur en het landschap zo min mogelijk aangetast, tegelijkertijd blijft ondernemen wel mogelijk en voorzieningen behouden wat bijgedraagt aan de leefkwaliteit van het Osse buitengebied.
3.4.4 Nota Landschapsbeleid - 2015 Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid -2015 zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid - 2015 wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst.
In de Nota Landschapsbeleid – 2015 is een matrix opgenomen t.b.v. sterke en zwakke punten en kansen en bedreigingen per gebiedstype. Hieronder zijn deze punten, kansen en bedreigingen voor het gebiedstype ‘Oeverwal’ overgenomen. Sterk
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 31 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
• • • • • • •
Cultuurhistorisch gevormd landschap met onregelmatig verkavelingspatroon Prachtige authentieke dorpen Belvedere stadjes Megen en Ravenstein Historisch waardevolle beplanting op de dijk en in de dorpen Wielen en kleiputten Afwisseling open en besloten plekken Bos waterwingebied Macharen
Zwak • • • •
Kleinschaligheid van het landschap gaat verloren Veel houtsingels zijn verdwenen Leefbaarheid in dorpen Onvoldoende focus op Belvedere stadjes Megen en Ravenstein
Kans • • • • •
Terugbrengen hoogstamboomgaarden Ontwikkeling open kleinschaligheid bos waterwingebied Macharen Inzetten landbouwgronden voor nieuwe cultuurhistorische ontwikkelingen Recreatieve uitloop kleine kernen Ontwikkeling nieuwe landgoederen
Bedreiging • •
Mogelijke dijkverzwaring Kleinschaligheid dreigt verder verloren te gaan
Op basis van deze kansen en bedreigingen is per gebiedstype de landschappelijke ontwikkelingsvisie opgesteld. Voor de ‘Oeverwal’ betekent dit, samengevat naar aard van onderhavig plangebied, dat het ruimtelijk gezien wenselijk is om de hoogteligging van de oeverwal in het landschap duidelijker te laten zien. Daarnaast is het wenselijk om de kleinschaligheid en het groene karakter van de oeverwal te versterken. Op grotere afstand van de kernen verschuift het beeld geleidelijk van besloten naar halfopen. Verder van de kernen af zal het zicht op het open komgebied gehandhaafd blijven. Bomenrijen staan vooral loodrecht op de dijk. Streven naar kleinschaligheid en een groen karakter kan op verschillende manieren: door het weren van grootschalige bebouwing en grote percelen, maar ook door de schaal te verkleinen, door de aanleg van houtwallen, houtsingels, bosjes, laanbeplanting en (hoogstam)boomgaardjes en door het behoud (en de versterking) van bestaande landschapselementen (zoals grienden, wielen, houtwallen en hakhoutbosjes). Hierdoor ontstaat een afwisseling tussen open en besloten gebieden. Het onregelmatige, kleinschalige verkavelingspatroon moet versterkt worden. Door de aanleg van kavelgrens- en erfbeplantingen wordt het kleinschalige verkavelingspatroon benadrukt en kunnen droge ecologische verbindingszones ontstaan.
Door het versterken van verkavelingspatronen wordt het oorspronkelijke karakter van het landschap op de oeverwal verduidelijkt. Het aanleggen van hoogstamboomgaarden zal bijdragen aan een afwisselend beeld op de oeverwal. Voor de uitwerking en uitvoering zijn diverse aandachtspunten genoemd. Algemeen geldt: -
Herstel landschapselementen als voorwaarde bij ontwikkelingen in bestemmingsplan opnemen Nieuwe ontwikkelingen landschappelijk inpassen Bij ruimtelijke ontwikkelingen landschappelijke eisen stellen toetsen: o
Behoud van karakteristieke dijkenpatroon;
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 32 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
o o o o o o o
Bestaande landschapselementen beschermen in het bestemmingsplan stimuleren; In dit gebied is ruimte voor vernieuwing, bijvoorbeeld voor nieuwe landgoederen; Toevoegen nieuwe landschapselementen, zoals houtwallen, grienden en bosjes stimuleren; Aanleg hoogstamboomgaarden stimuleren; Onregelmatige blokstructuur versterken; Herstel oude padenstructuur (kerkepaden); In het Maasbandproject rekening houden met de landschappelijke eenheden.
Verder zijn ook richtlijnen voor erfbeplanting op de ‘Oeverwal’ opgenomen. Dit zijn de volgende: De oeverwallen hebben een kleinschalig, halfopen karakter. Beplanting in het algemeen, en erfbeplanting in het bijzonder, kan dit karakter versterken door toepassing van dichte opgaande beplanting. Ook hoogstamfruitbomen voor of naast de bebouwing zijn elementen die fraai passen bij de kenmerken van de oeverwal. De bodem van de oeverwal bestaat vaak uit zavelachtig zand (relatief voedselrijk en vochtig) en is geschikt voor een groot assortiment bomen en struiken. Geschikte bomen als overstaanders in houtwallen of -singels zijn bijvoorbeeld inlandse eik, veldesdoorn en esdoorn. Voor afschermend groen kunnen bijvoorbeeld meidoorn, hazelaar en sleedoorn worden gebruikt. Meidoorn of veldesdoorn kunnen als haag worden toegepast. Daar waar fruitbomen staan geen meidoorn toepassen, vanwege het overdragen van ziekten. Ter plaatse van onderhavig plangebied is reeds sprake van een goede landschappelijke inpassing met karakteristieke inheemse bij de ‘Oeverwal’ passende beplanting, welke als een goede landschappelijke inpassing dient.
De landschappelijke inpassing (zie bijlage 7 bij deze ruimtelijke onderbouwing voor het landschappelijk inpassingsplan) wordt in verband met de instandhouding ervan vastgelegd via een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan welke is gekoppeld aan de exploitatie van onderhavige ontwikkeling. Hiermee wordt voldaan aan de Nota Landschapsbeleid – 2015.
3.4.5 Visie Toerisme en Recreatie In de visie toerisme & recreatie staat de economische ontwikkeling en het behoud van de leefbaarheid centraal. Daarbij wordt met name gericht op de het landelijk gebied in de gemeente Oss en de voormalige gemeente Lith. Binnen de gemeenten wordt onderscheid tussen verschillende zones gemaakt. Deze zones zijn de Maasrand, het poldergebied, de stad Oss, Herperduin en de stadsrand. Per zone worden de sterke en zwakke punten beschreven, maar ook de onderlinge relatie tussen de verschillende zones. Zie onderstaande kaart met de toeristisch-recreatieve zonering erop, de projectlocatie bevindt zich ten noordoosten van het woord ‘Dieden’ in de blauw gekleurde zone ‘Maasrand’.
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 33 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
Het ambitieniveau voor de Maasrand ligt hoog. Richtinggevend bij de verdere toeristische ontwikkeling van de Maasrand is het handhaven van kleinschaligheid, rust, landschaps- en cultuurbeleving en kwaliteit. De verdere stimulering van buitenrecreatie en toervaren binnen het decor van het landschap en de dorpen staat centraal in deze zone. Tevens wordt gekozen voor de verdere ontwikkeling van de cultuurhistorische bijzonderheden in deze zone. Om dit te realiseren, wordt o.a. ingezet op het volgende waaraan onderhavig initiatief bijdraagt: • een kwaliteitsverbetering van de recreatieve voorzieningen (o.a. horeca en bewegwijzering); • het bevorderen van recreatief medegebruik en beleving van (nieuwe) natuurgebieden en uiterwaarden in deze zone; • de ontwikkeling van kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen. Onderhavig initiatief vindt aansluiting bij de zone ‘Maasrand’ zoals benoemd in de nota toerisme en recreatie.
Het initiatief voorziet in: - de ontwikkeling van zelfstandige horeca op een bestaande recreatieve locatie; - de ontwikkeling van kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen (vier trekkershutten), en; - het bevorderen van het recreatieve medegebruik van de uiterwaarden (vanaf onderhavige locatie loopt de recreant/ toerist zo het gebied in, door onderhavige locatie toegankelijker te maken door meer voorzieningen toe te laten wordt het recreatieve medegebruik van de uiterwaarden bevordert). en is daarmee passend in dit beleid. 3.4.6 Archeologie en Cultuurhistorie Archeologie Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Overigens is het gemeentelijk beleid getoetst door de provincie en akkoord bevonden. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘Archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid (opnieuw) vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 34 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten Historische stads-/dorpskern Hoge verwachtingswaarde Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde Reeds onderzocht Verstoord
Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv
35 m2 / 30 cm -Mv 50 m2 / 30 cm -Mv 100 m 2 / 30 cm -Mv 1000 m2 / 30 cm -Mv 5 hectare / 30 cm -Mv Geen onderzoeksplicht Geen onderzoeksplicht
Cultuurhistorie Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.
In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 35 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2009. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen.
De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing komt de toetsing aan het beleid aan de orde. 3.4.7 Verkeer Mobiliteitsvisie, Balans in beweging In de mobiliteitsvisie (2009) staan drie begrippen centraal; bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Het centrale doel van de mobiliteitsvisie is het in balans brengen van de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid in de gemeente, nu en in de toekomst. Om deze balans te bereiken streeft de gemeente naar een verschuiving in het gebruik van vervoerswijzen. Een groter deel van de verplaatsingen moet plaats gaan vinden met de fiets of met het openbaar vervoer. Dit is nodig om Oss bereikbaar en leefbaar te houden. Oss wil de verschuiving bereiken door het gebruik van fiets en openbaar vervoer te stimuleren. Deze vervoerswijzen moeten veilig en comfortabel zijn en men moet snel op de plaats van bestemming kunnen komen. De goede bereikbaarheid is met name gericht op de economisch belangrijke gebieden van Oss. De bedrijventerreinen vallen hieronder. De doorstroming op de wegen naar de bedrijventerreinen (i.c. N329) moet optimaal zijn.
Hoewel de bereikbaarheid van de economisch belangrijke gebieden voor alle vervoerswijzen goed moet zijn, streeft de gemeente wel naar een verschuiving van vervoerswijze. Korte verplaatsingen moeten bij voorkeur per fiets of te voet afgelegd worden en niet per auto. Voor het vervoer van goederen zal het gebruik van water en spoor verder gestimuleerd worden. In de uitwerkingsfase zullen de doelstellingen uit de visie langs drie lijnen worden uitgewerkt: infrastructuur, gedrag en organisatie. Er heeft inmiddels een uitwerking plaatsgevonden in de deelplannen Wegen, Fiets, Openbaar Vervoer en Gedrag. Parkeren Op 22 augustus 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders de nota “parkeernormen voor woonwijken” vastgesteld. In deze notitie staat beschreven welke parkeernormen gehanteerd moeten worden bij nieuwe projecten (zowel uitbreidingen als herstructurering). Uitgangspunt voor herontwikkeling is dat het parkeren op eigen terrein dient te worden opgelost. Ten aanzien van dit plangebied gaat het echter niet om een nieuwe situatie maar om het vastleggen van een bestaande situatie (enkele kleine ontwikkelingen daargelaten).
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 36 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
De gemeente Oss heeft een bepaalde aanpak voor parkeerproblemen binnen bestaand gebied. Om het gesignaleerde parkeerprobleem ook objectief vast te kunnen stellen, wordt eerst de parkeercapaciteit in een bepaald gebied bepaald. Hoeveel parkeerplaatsen (zowel in de openbare ruimte en op eigen terrein) zijn er? Vervolgens wordt gekeken naar de parkeerdruk. Daarbij wordt de vraag naar parkeerplaatsen in het gebied afgezet tegen het aantal beschikbare plaatsen. Wanneer de bezettingsgraad in een (deel van een) woonwijk structureel groter is dan 95% is sprake van een parkeerprobleem. Wanneer sprake is van een parkeerprobleem worden de oorzaken nader onderzocht. Wordt de parkeerdruk veroorzaakt door bewoners van de buurt of is sprake van parkeerdruk van buitenaf? Is het autobezit in een bepaalde buurt hoger dan gemiddeld? Wordt er veel geparkeerd door bezoekers van een voorziening in of aan de rand van een wijk? Hoe is de parkeercapaciteit over de wijk verdeeld? Zijn de aanwezige parkeerplaatsen – met name op eigen terrein - bruikbaar? Het vaststellen van de oorzaak van het parkeerprobleem is essentieel om een oplossingsrichting te bepalen. Oplossingen kunnen worden gezocht in het beïnvloeden van het gedrag van mensen, in fysieke ingrepen om meer parkeerplaatsen te realiseren en in parkeerregulering.
Wanneer het parkeerprobleem in een woonwijk wordt veroorzaakt door bewoners van de buurt zelf, zal eerst worden gekeken naar het gedrag van mensen. Daarbij kan worden gedacht aan onder andere het stimuleren van alternatieve vervoerswijzen en bewust maken van acceptabele loopafstanden (vooral voor de tweede auto). Soms zijn binnen een straal van 100 meter nog parkeerplaatsen aanwezig. Als de eerste stap geen soelaas biedt, wordt gekeken naar de mogelijkheid meer parkeerplaatsen te realiseren in het openbare gebied. Soms zijn daar mogelijkheden voor. Soms moet een afweging worden gemaakt of het acceptabel is dat het aanwezige groen wordt opgeofferd ten gunste van parkeerplaatsen. In de buurten waar parkeeroverlast is vanwege parkeergedrag van omliggende bedrijven dan wel van treinreizigers (dus van buitenaf) kan worden bezien of parkeerregulering een vermindering van de parkeerdruk geeft. In uitzonderingsgevallen kan als laatste stap gekozen worden voor het creëren van extra parkeerplaatsen bij nieuwe ontwikkelingen of sanering van bebouwing ten behoeve van extra parkeerplaatsen. Die laatste stap hoeft in Oss eigenlijk niet doorlopen te worden. Op 13 december 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de nota ‘Parkeernormen 2017’ vastgesteld.
In deze notitie staat beschreven welke parkeernormen gehanteerd moeten worden bij nieuwe projecten (zowel uitbreiding als herstructurering). Uitgangspunt voor herontwikkeling is dat het parkeren op eigen terrein dient te worden opgelost. Onderhavige ontwikkeling voldoet aan het verkeers- en parkeerbeleid van de gemeente Oss. In hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing is de toetsing van onderhavige ontwikkeling aan dat beleid terug te vinden.
3.4.8 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten - Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 37 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’.
Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen. 3.4.9 Prostitutiebeleid Op 1 oktober 2000 is de opheffing van het bordeelverbod in werking getreden. Het gemeentelijk beleid inzake prostitutie heeft zijn juridische neerslag gevonden in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Oss. Het doel van het gemeentelijk prostitutiebeleid is door middel van een vergunningenstelsel invloed uit te oefenen op de aard en het aantal van prostitutiebedrijven en daarmee te voorkomen dat de aanwezigheid van deze bedrijven leidt c.q. kan leiden tot aantasting van de openbare orde en/of veiligheid, woon- en/of leefklimaat of andere vormen van overlast. Raam en straatprostitutie zijn verboden. De vestiging van seksinrichtingen en escortbedrijven is alleen mogelijk na vergunningverlening.
Voor de vestiging van seksinrichtingen is een concentratiegebied aangewezen, waarbij het aantal inrichtingen is gemaximaliseerd. Het plangebied van dit bestemmingsplan valt niet binnen het concentratiegebied. 3.4.10 Water Het beleid van het waterschap is uitgewerkt in het waterbeheerplan 2016-2021. Dit is een nadere invulling van de doelstellingen zoals geformuleerd in het nationaal waterplan en het provinciaal waterplan. Het waterschap streeft naar het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dieren en plant in het gebied, waarbij veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten. De belangrijkste doelen voor de periode tot en met 2021 zijn: 1. Implementatie van het hoogwaterbeschermingsprogramma. Concreet betekent dit dat in de planperiode de voorbereidingen worden getroffen om de dijken te laten voldoen aan de nieuwe landelijk vastgestelde normen; 2. Oplossen van nog resterende wateroverlastknelpunten in bebouwd gebied en aanpakken van de wateroverlastlocaties in landelijk gebied (reserveringsgebieden); 3. Voortgaan met de aanleg van ecologische verbindingszones en (hydrologisch) herstel van natuurgebieden (NNB);
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 38 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
4. Aanpak van verdroging op de hogere zandgronden via bijvoorbeeld aangepast peilbeheer (GGOR), watertoevoer en lokale maatregelen om water vast te houden aan de bron; 5. Verbetering van de waterkwaliteit en een meer ecologisch beheer van de watersystemen; 6. Het, samen met gemeenten, treffen van maatregelen in bebouwd gebied waarbij water en groen een bijdrage leveren aan een gezonder woon- en werkomgeving; 7. Het verder optimaliseren van het zuiveringsproces op de rioolwaterzuiveringen waarbij energie en grondstoffen worden terug gewonnen. Het gemeentelijke beleid voor water is uitgewerkt in het ‘Plan Watertaken’. Volgens dit plan wordt voor de komende tijd ingezet op onderstaande ruimtelijk relevante zaken: - Duurzame instandhouding van het systeem waarbij beperking van overlast en schade voorop staan; - Doorzetten van anders omgaan met afstromend regenwater. Dit betekent voor nieuwe gebieden dat hemelwater niet wordt gemengd met afvalwater. In bestaand gebied wordt bij rioolvervanging waar mogelijk ook regenwater niet meer afgevoerd via de riolering maar lokaal verwerkt oftewel afgekoppeld. Op lange termijn is dit goed voor mens, milieu en portemonnee.
Lokaal vasthouden van hemelwater draagt bij aan een gezonde leefomgeving, duurzaam omgaan met water en opvang van klimaatverandering; - Via het watertoetsproces wordt in ruimtelijke plannen noodzakelijke ruimte voor water en waterveiligheid verzekerd. Waterveiligheid en hydrologisch neutraal ontwikkelen zijn daarbij leidend; - In het landelijke gebied werkt de gemeente samen met het waterschap aan de invulling van de Ecologische verbindingszones (EVZ) langs waterlichamen als uitwerking van reconstructieafspraken en afspraken in het kader van de KaderRichtlijn Water (KRW). In het gemeentelijk Waterplan uit 2005 is een lange termijn visie op water in Oss opgenomen. Deze visie, een gezamenlijk product van gemeente en waterschap, is nog steeds de gewenste ontwikkeling en is daarom opnieuw in dit plan opgenomen als vertrekpunt voor beleid in de komende planperiode. . Uitgangspunt van het beleid is dat er in Oss naar een duurzaam watersysteem wordt gestreefd, waarbij voorkomen wordt dat de problemen worden afgewenteld naar elders of naar later. Aan de hand van vier thema’s wordt het waterbeleid verder uitgewerkt. Beleving van water Oss streeft naar een functioneel, veerkrachtig en mooi watersysteem met zichtbaar en veilig water waardoor een prettige leefomgeving ontstaat. Water als ordenend principe De gemeente wil rekening houden met water tijdens het ontwerp van nieuwe wijken.
Water is steeds meer ordenend. Er wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld. Herinrichting of nieuwbouw mag dus niet leiden tot een grotere afvoer uit het plangebied. Het beleid is erop gericht om veel meer en langer water vast te houden, te bergen en pas daarna af te voeren. Waterkwaliteit Oss streeft naar water dat helder en schoon is. De kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater moet op alle punten aan de vereiste ecologische en milieukwaliteitsmaatstaven voldoen. De vuiluitworp van overstorten en andere lozingen mogen het oppervlaktewater niet nadelig beïnvloeden. Voor de waterkwaliteit wordt de strategie gevolgd van schoon houden, schoon en vuil scheiden, zuiveren. Waterketen De gemeentelijke riolering moet op termijn volledig voldoen aan het waterkwaliteitsspoor. Om dit te bereiken wordt zoveel mogelijk regenwater afgekoppeld van het riool en worden de schoon- en vuilwaterstromen zoveel mogelijk gescheiden. Al het afvalwater moet worden gezuiverd.
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 39 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
Onderhavige ontwikkeling is gelegen in het buitengebied. In het buitengebied is het de regel dat al het hemelwater wordt verwerkt op eigen terrein en niet aan de openbare ruimte mag worden aangeboden. Het betreft hier een bestaande situatie, waarbij slechts het gebruik wijzigt. De watersituatie wijzigt niet. Via www.dewatertoets.nl is het plan tijdig gemeld bij het waterschap voor advies. In hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt meer invulling gegeven aan dit onderwerp. Het plan verandert de beleving van water niet. Oppervlaktewater is geen onderdeel van het plan.
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 40 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
Hoofdstuk 4
4.1
Verantwoording
Milieu- en omgevingsaspecten
In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: -
Bedrijven en milieuzonering (§ 4.1.1)
-
Bodem (§ 4.1.2)
-
Externe veiligheid (§ 4.1.3)
-
Geurhinder: agrarisch (§ 4.1.4)
-
Geur: industrieel (§ 4.1.5)
-
Luchtkwaliteit (§ 4.1.6)
-
Mobiliteit en parkeren (§ 4.1.7)
-
Straling (§ 4.1.8)
-
Water (§ 4.1.9)
-
Weg-, spoor-, en industrielawaai (§ 4.1.10)
-
Gezondheid (§ 4.1.11)
4.1.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uitvoeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen. In het plangebied worden geen gevoelige functies ontwikkeld. Behalve dan dat het aspect geurhinder relevant is. Dit komt echter niet hier aan bod, maar in de paragrafen ‘geurhinder: agrarisch’ en ‘geurhinder: veehouderijen’. Er worden wel activiteiten toegelaten die hinder kunnen veroorzaken richting omliggende gevoelige functies.
De activiteiten die worden toegevoegd zijn: 4 trekkershutten, dagrecreatieve voorzieningen en een zelfstandige horecavoorziening in categorie 2 van het gemeentelijke begrippenkader: een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren voor consumptie ter plaatse, alsmede het daaraan ondergeschikt verstrekken van dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van nachtverblijf en/of het exploiteren van zaalaccommodatie, zoals een (hotel)restaurant, pannenkoekenhuis, eetcafé en pizzeria, uitgezonderd een maaltijdafhaalcentrum De activiteiten die worden toegelaten (zelfstandige horeca en dagrecreatie, trekkershutten en uitbreiding sanitairgebouw zijn alleen nieuw ruimtebeslag binnen de reeds toegelaten functie en zijn niet nieuw in dit kader) komen niet één op één overeen met de functies die in de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering van de VNG worden genoemd. Gekeken is met welke functies de activiteiten zijn gelijk te stellen. Het gaat om de volgende functies en bijbehorende richtafstanden:
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 41 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
SBI-code 2008 561 (restaurants, cafetaria’s, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.) 94991 (buurt- en clubhuizen)
Te hanteren richtafstand tussen bestemmingsgrens Laurenshoeve en dichtstbij gelegen gevel van gevoelige functie voor: geur stof geluid gevaar 10m 0m 10m 10m
0m
0m
30m
0m
De afstand tussen de bestemmingsgrens van het initiatief en de dichtstbij gelegen gevel van een gevoelige bestemming (Poelstraat 1) is korter dan de grootste afstand van 30 meter voor het aspect geluid bij buurt- en clubhuizen. De afstand van 10 meter wordt wel gehaald. De kortste afstand is namelijk 12 meter. Om aan te kunnen tonen dat v.w.b. het aspect geluid sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat en de gewenste bedrijfsvoering haalbaar is, is hiervoor door Nipa milieutechniek een geluidsonderzoek uitgevoerd. In het geluidsonderzoek zijn de huidige en nieuwe activiteiten meegenomen, zodat aangetoond kan worden dat het bedrijf in zijn totaliteit passend is in de omgeving. Het geluidsonderzoek is als bijlage bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 2). Hieronder zijn de conclusies van het onderzoek weergegeven. “In dit onderzoek zijn de geluidniveaus vanwege deze ontwikkeling berekend in de representatieve bedrijfssituatie voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (Lmax ) ter plaatse van de meest kritisch gelegen woningen van derden ten opzichte van het bedrijf. De vastgestelde geluidniveaus worden getoetst aan de toetsingswaarden die gehanteerd worden voor een ‘’rustige woonwijk/ rustig buitengebied’’ conform de VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering’’.
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Uit de berekeningen blijkt dat het langtijdgemiddelde geluidniveau LAr,LT in de representatieve bedrijfssituatie als gevolg van de activiteiten op het bedrijfsterrein voldoet aan de in hoofdstuk 2 van het onderzoek weergegeven richtwaarden in stap 2. Maximale geluidniveaus Uit de berekeningsresultaten blijkt dat het hoogste maximale geluidsniveau als gevolg van de activiteiten op het bedrijfsterrein voldoet aan de in hoofdstuk 2 van het onderzoek weergegeven richtwaarden in stap 2. Eindconclusie Uit dit onderzoek volgt dat de onderzochte bedrijfsvoering geen knelpunten veroorzaakt met betrekking tot de geluiduitstraling en dat het bestaande woon- en leefklimaat ter plaatse van geluidgevoelige objecten in de omgeving niet onevenredig wordt aangetast.” Het initiatief belemmert het woon- en leefklimaat van omliggende gevoelige functies niet, de gewenste bedrijfsvoering is v.w.b. het aspect geluid haalbaar gebleken. Er zijn geen bezwaren tegen het toelaten van het initiatief in het plangebied. Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. De ontwikkeling vormt geen belemmering voor het woon- en leefklimaat van omliggende gevoelige functies.
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 42 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
4.1.2 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. In onderhavige situatie worden op kleinschalige wijze nieuwbouwactiviteiten verricht. De bestemming wijzigt niet. Er worden wel extra activiteiten binnen de huidige bestemming toegelaten. Het gaat dan om zelfstandige horeca en dagrecreatie. De nieuwbouwactiviteiten bestaan uit de realisatie van 4 trekkershutten van ieder 25 m2, een kapschuur van 50 m2 en de uitbreiding van een bestaand sanitairgebouw met 32 m2. Het perceel is reeds in gebruik voor een gevoelige functie (nachtverblijf) en ook als zodanig bestemd. Door de kleinschaligheid en door de korte duur van het verblijf (75% van de kampeerders blijft slechts 1 nacht) kan volstaan worden met het uitvoeren van een NEN5725 op basisniveau. Door Van Oort Bodemonderzoek is dit onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing voor de rapportage).
De conclusie van het onderzoek is als volgt. “De locatie ligt in een agrarische omgeving met wonen. Op de locatie bevindt zich vanaf 1995 een kampeerboerderij met camping (Sint Laurenshoeve). Daarvóór was sprake van een varkenshouderij. Op de locatie vinden geen bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten en/of opslagen plaats. Verder zijn er geen vermoedens dat de bodem binnen het onderzoeksgebied verontreinigd is met asbest (geen asbestverdenking). Vanwege een bouwaanvraag heeft er in het verleden een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Hierbij zijn in grond en grondwater geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond. Op basis van het totaal aan onderzoek kan geconcludeerd worden dat er geen aanwijzingen zijn die duiden op een mogelijk aanwezige bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie. De locatie wordt als niet-verdacht beschouwd. Met betrekking tot de bodemkwaliteit zijn er geen bezwaren tegen de uitbreiding en het wijzigen van de bestemming.” Het bevoegd gezag heeft ingestemd met het uitgevoerde onderzoek. Bodem vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.1.3 Externe veiligheid Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: -
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)
-
het Besluit externe veiligheid transport en Basisnet (Bevt)
-
het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Risicobronnen en risico-ontvangers Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 43 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Binnen de beleidskaders voor de drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.
De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zo veel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen.
Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)
Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)
Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 44 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
Beleidsvisie Externe Veiligheid Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enzovoorts.
Op basis van het Bevi (artikel 1) betreft de ontwikkeling (uitbreidingsactiviteiten) een beperkt kwetsbaar object: hotels en restaurants en een kwetsbaar object: recreatieve doeleinden voor meer dan 50 personen. Voor wat betreft de toe te laten (beperkt) kwetsbare objecten het volgende. De nieuwe objecten zijn niet gelegen binnen een plaatsgevonden risicocontour (PR10-6/jaar). Zie onderstaande uitsnede van de risicokaart waarop met een blauwe stip het plangebied is aangegeven.
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 45 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
De nieuwe objecten zijn wel gelegen binnen het invloedsgebied van risicobronnen, in dit geval een vaarweg (Maas) en een spoorweg (’s-Hertogenbosch – Nijmegen). Zie de uitsnede van de kaart behorende bij de beleidsvisie externe veiligheid Oss en de daarop aangegeven blauwe zone (en rode stip) hieronder waar het plangebied binnen valt.
Het plangebied ligt op circa 245 meter van basisnetroute (water) Maascorridor af. Over deze transportroute worden o.a. LT1 en GT3 stoffen vervoerd. LT1 heeft een invloedsgebied van 600 meter en GT3 van 1070 meter1. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van deze transportroute af ligt, kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico, waarin ingegaan dient te worden op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid2. In samenwerking met de veiligheidsregio heeft de ODBN een standaard verantwoording toxisch opgesteld. Deze verantwoording is hieronder – met maatwerk t.a.v. de zelfredzaamheid van de verminderd zelfredzame personen in het plangebied opgenomen. “Verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een toxische wolk het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. Scenario(‘s) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk.
Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof.
1 2
Handleiding risicoanalyse transport, pag. 19, tabel 4-2 Besluit Externe Veiligheid Transport, art. 7-8
2e Veegplan buitengebied Oss – 2020, pag. 46 van 67 Ruimtelijke onderbouwing, Uitbreiding Laurenshoeve, Poelstraat 3, Dieden – 29 augustus 2021
Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn redelijk. Er verblijven wel verminderd zelfredzame personen in het plangebied, echter niet permanent of zonder begeleiding. Hierdoor is het risico beperkt en kan onder begeleiding - die de instructies welke via NL-Alert worden verspreid kunnen opvolgen - adequaat worden gevlucht. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden.