CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10D Bijlagen bij toelichting BP Rijksweg 8 Geffen - 2023

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling 12 bestemmingsplannen, gebundelde procedure23.731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Deze verdroging leidde tot een aanpassing in de landbouwstrategie, waarbij door middel van plaggenbemesting en het aanbrengen van potstal de gronden vruchtbaar gehouden moesten worden (Van Doesburg e.a., 2007; Berendsen, 2005). Het steken van de heideplaggen leidde echter tot een verder gaande uitputting van de directe omgeving, waarbij een evenzo toegenomen houtproductie uiteindelijk leidde tot kale vlaktes. Doordat vocht en begroeiing verdwenen waren, had de wind vrij spel en traden opnieuw verstuivingen op, zo ook op de hoger gelegen terreindelen rondom het plangebied. Deze leidden reeds in de Late-Middeleeuwen tot het ontstaan van stuifzandgebieden.

7

Geomorfologie en maaiveldhoogte Op de geomorfologische kaart is het plangebied gekarteerd als dekzandwelving, al dan niet bedekt met een bouwlanddek (kaartcode 3L51yc; bijlage 2; Alterra, 2005). Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is te zien dat het plangebied op de westelijke flank van deze oost-west georiënteerde rug ligt (bijlage 3, bron: www.ahn.nl). Het maaiveld in het plangebied loopt uiteen 5,5 tot 6,1 m +NAP, waarbij de hoogste waardes rondom de bestaande bebouwing aanwezig zijn. In de dekzandvlaktes ten westen van het plangebied (kaartcode 2M53) zijn maaiveldhoogtes in van 4,5-5,0 m +NAP gekarteerd. Aan de westzijde van het plangebied is een langwerpige laagte zichtbaar, waar het maaiveld ongeveer 5,5-5,7 m +NAP is. Dit betreft de inrit van het terrein. Ook is sprake van een laagte van circa 4,5 m +NAP, waar in het verleden een zwembad gelegen heeft. Bodem Volgens de bodemkaart zijn binnen het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden aanwezig in zwak siltig fijn zand (kaartcode zEZ21; bijlage 5, De Bakker en Schelling, 1989). Hoge enkeerdgronden zijn zandgronden met een minstens 50 cm dikke humeuze onvergraven bovenlaag die ontstaan is door ophoging met postalmest. Bij zwarte enkeerdgronden is hierbij vooral gebruik gemaakt van heideplaggen (De Bakker, 1966).

Dit oude bouwlanddek kan hebben gezorgd voor een afdekking van de oudere bodemopbouw in de top van het dekzand, die kan bestaan uit een podzolbodem met E- en B-horizonten. Dit kunnen oudere laarpodzolgronden zijn, zoals die ook rondom het plangebied zijn aangetroffen (kaartcode cHn21) Grondwatertrap De grondwatertrap geeft een indicatie van de maat van conservering van onverbrande organische vondsten zoals hout, leer en bot. Boven de gemiddeld laagste grondwaterstand treden schommelingen in grondwaterstand op, waardoor oxidatie van organische vondsten kan optreden. De grondwatertrap binnen het plangebied is VI. Dit betekent dat de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper dan 120 cm –Mv voorkomt en de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen 40 en 80 cm –Mv voorkomt. Onverbrande organische vondsten worden binnen 120 cm –Mv dus niet meer verwacht. Anorganische vondsten zoals (vuur)steen, aardewerk en metaal zouden nog wel aanwezig kunnen zijn binnen 120 cm -Mv.

8

7. Archeologische verwachting en bekende waarden Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Nee

Verwachting gemeentelijke kaart

Hoog

Archeologische waarden en/of informatie

Nee

Archeologische verwachting Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status en is ook niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Op de gemeentelijke beleidskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting vanwege de ligging op een dekzandwelving (bijlage 1). Archeologische bekende waarden Binnen het plangebied heeft zover bekend nog geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden en ook ontbreken vondsten in het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn wel gegevens bekend. • Op ongeveer 450 m ten westen van het plangebied, aan de Papendijk in Nuland, is een bureauen booronderzoek uitgevoerd. Uit deze onderzoeken blijkt dat het plangebied aan de rand van een dekzandrug ligt, waar sprake is van een bouwlanddek van 50-140 cm dikte. Wel is het aan de hand van grijze en gele zandbrokken duidelijk geworden dat het bouwlanddek recent vergraven is. Onder het esdek kunnen evenwel nog archeologische grondsporen worden aangetroffen. Ook is in vier boringen vanaf een diepte van 90-110 cm -Mv een veenlaag aangetroffen, die waarschijnlijk de Laag van Usselo betreft. Daarmee is ook nog sprake van een intact archeologisch relevant niveau voor het Laat-Paleolithicum.

Er is aanbevolen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren (Thijs en Schutte, 2010; onderzoeksmelding 2291541100; onbekende auteur; onderzoeksmelding 2290034100). • Op ongeveer 50-100 m ten zuiden van het plangebied zijn bureauonderzoeken uitgevoerd in het kader van werkzaamheden aan de Rijksweg en de snelweg A59. Hierin worden geen uitspraken gedaan die specifiek betrekking hebben op de archeologische verwachting van het plangebied (onderzoeksmeldingen 2029588100 en 4864937100). • Op ongeveer 300 m ten noorden van het plangebied, aan de Papendijk 29, is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is vastgesteld dat sprake is van verstoringen van de ondergrond tot een diepte van circa 120 cm -Mv, die echter niet hebben gereikt tot in het dekzand of de basis van het bouwlanddek. Daarom is nog sprake van een hoge verwachting op het aantreffen van resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Omdat de voorgenomen verstoringen zich beperken tot de reeds verstoorde bovengrond wordt geen aanvullend onderzoek geadviseerd (Hanemaaijer, 2016; onderzoeksmeldingen 3990322100 en 3990330100). • Op ongeveer 450 m ten noordoosten van het plangebied, op een adresloos perceel aan de Papendijk, is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Dit plangebied ligt op circa 70-100 m ten oosten van het historisch lint in een dekzandvlakte.

Er is geen intacte bodemopbouw aangetroffen, waardoor sprake is van een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten (Pepers, 2014; onderzoeksmelding 2476376100). • Op ongeveer 450 m ten oosten van het plangebied, aan de Sassendreef 10, is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied in elk geval in de vroege 19e eeuw bebouwd is geweest. Mogelijk heeft deze bebouwing voorgangers in de Late

9

• •

•

Middeleeuwen. Uit het veldonderzoek blijkt dat sprake is van een verstoorde bodemopbouw tot een diepte van 75-90 cm -Mv, die op basis van de aanwezigheid van plastic een moderne aard heeft. Hierdoor ontbreekt het zowel aan de top van het dekzand als de basis van een oorspronkelijk bouwlanddek, waardoor ook oudere funderingen geruimd zijn. Daarom is sprake van een lage verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten (Hanemaaijer, 2015; onderzoeksmelding 2476376100). Van een bureau- en booronderzoek uitgevoerd op circa 400 m ten oosten van het plangebied is de rapportage niet beschikbaar in Archis of DANS Easy (onderzoeksmelding 2285297100). Op ongeveer 250 m ten zuidwesten van het plangebied is melding gemaakt van een scherf handgevormd aardewerk. De exacte context is echter niet duidelijk (vondstmelding 2986003100). Op ongeveer 300 m ten noordwesten van het plangebied is een vondstmelding gemaakt van een kasteel (vondstmelding 3241460100), die gedaan is aan de hand van archiefonderzoek. Waarschijnlijk betreft dit echter een verzameling gebouwen die zichtbaar zijn op de Minuut uit 1811-1832, in het gehucht Turkije (in overleg met de heer P. van Nistelrooij van lokale heemkundekring). Het is onwaarschijnlijk dat dit daadwerkelijk een kasteel betreft.

Samenvattend is te stellen dat in de omgeving van het plangebied uitsluitend bureau- en booronderzoek zijn aangetroffen, waarbij nauwelijks archeologische resten zijn aangetroffen. Wel is vast te stellen dat sprake is van esdekken van minimaal 50 cm dikte. Ook zijn verstoringslagen van 75-120 cm dikte vastgesteld. Onder de bouwlanddek en verstoringslagen zijn bodemhorizonten aangetroffen (Bh- en BC-horizonten), indicatief voor een intacte bodemopbouw.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=d053c5d9-234f-4851-8d88-cfeb0c2988ec