CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10A Toelichting BP Rijksweg 8 Geffen - 2023

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling 12 bestemmingsplannen, gebundelde procedure16.747 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 22

5.3

ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE

5.3.1

Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet

De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten, vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten • Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie • Bescherming van stads- en dorpsgezichten Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.

5.3.2

Archeologiebeleid

Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening NoordBrabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid.

5.3.3

Archeologietoets

Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied een hoge verwachtingswaarde toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 m². Door Transect is een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, welke als bijlage aan deze toelichting is toegevoegd. Hierna worden de belangrijkste conclusies weergegeven. Op basis van het bureauonderzoek was sprake van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten in het plangebied. Deze verwachting was gebaseerd op de veronderstelde ligging van het plangebied op een dekzandwelving die gunstige omstandigheden voor bewoning heeft gehad vanaf het Laat-Paleolithicum. Op de dekzandwelving is waarschijnlijk een oud bouwlanddek aangebracht dat tot een meter dik kan zijn. Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 23

Op basis van historische kaarten wordt echter geen bebouwing uit de Late Nieuwe tijd in het plangebied verwacht. Lokaal kan de ondergrond in het plangebied sterk aangetast zijn geraakt door bebouwing, terreininrichting en landgebruik in de tweede helft van de 20e en vroege 21e eeuw. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied conform de verwachting inderdaad op een dekzandwelving ligt. Dit is vastgesteld aan de hand van de aangetroffen intacte Bh- en BChorizonten ter plaatse van drie van de zeven boringen vanaf een diepte van 55-105 cm -Mv (4,9-5,2 m +NAP). Ter plaatse van de overige vier boringen is de C-horizont van het dekzand reeds aangetroffen vanaf een diepte van 30-65 cm -Mv (5,0-5,8 m +NAP). Het archeologisch relevante niveau in het plangebied, de top van het dekzand, heeft daarmee een enigszins versnipperd karakter, maar archeologische resten zijn geenszins uit te sluiten in het plangebied. Daar waar sprake is van intacte B- en BC-horizonten is sprake van een hoge verwachting op de aanwezigheid van vondstconcentraties uit het Laat-Paleolithicum B en het Mesolithicum. Ter plaatse van de overige boringen kunnen daarnaast ook nog grondsporen uit de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen worden aangetroffen. Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek kan de aanwezigheid van archeologische resten niet volledig worden uitgesloten in het plangebied.

Ten aanzien van de voorgenomen ingrepen in het plangebied, de sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van een woning ter plaatse van de bestaande bebouwing, wordt geadviseerd om geen aanvullende onderzoeksstappen op het gebied van archeologie te ondernemen. Mochten er tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan zijn de initiatiefnemer en de uitvoerder wettelijk verplicht is deze direct te melden bij de bevoegde overheid (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10). Mochten er in de toekomst ingrepen worden voorgenomen ter plaatse van de gebieden buiten bestaande bebouwingsvlakken, dan wordt geadviseerd om tijdig contact op te nemen met de bevoegde overheid over het nut en de noodzaak van het uitvoeren van aanvullend archeologisch onderzoek. Selectiebesluit De gemeente heeft inmiddels een selectiebesluit genomen naar aanleiding van het onderzoek van Transect. Het volledige besluit is als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd. Dit luidt als volgt: • Besloten is dat voor de sloop en herbouw van de woning geen archeologisch vervolgonderzoek nodig is. Hierbij geldt een meldingsplicht; • Ook bij sloopwerkzaamheden (sanering van bestaande bedrijfsactiviteiten/overtollige bebouwing) is archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk en geldt alleen een meldingsplicht.

• Als in het overige deel van het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden (aanleg verhardingen, landschappelijke inpassing, e.d.) die groter zijn dan 100 m2 en dieper gaan dan 30 cm -MV, dan is archeologisch vervolgonderzoek wel aan de orde. Dit onderzoek dient te bestaan uit een proefsleuvenonderzoek. Geadviseerd wordt om, bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan, een archeologische dubbelbestemming op te nemen. Daar is in dit bestemmingsplan rekening mee gehouden.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 24

5.3.4

Cultuurhistorie

Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.

In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen.

De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2009. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 25

Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening NoordBrabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.

Kaartlagen cultureel- en historisch erfgoed

Zoals te zien is op de voorgaande cultureel- en historisch erfgoedkaart van de Provincie NoordBrabant, ligt de planlocatie dichtbij verschillende waarden. Zo is de Papendijk geel gekleurd, wat betekent dat er sprake is van een redelijk hoog belang qua historische geografie. Het gaat erom dat er aan de zuidzijde van Geffen, aan de Papendijk, sprake is van een laanstructuur met eiken. Het plangebied wordt deels ontsloten op deze weg. De aanleg van een landschappelijk ingepaste tuin en de legalisatie van de bestaande schuur verstoren deze structuur niet. Ook is er ten noorden van het plangebied sprake van een Molenbiotoop. Ook deze Molenbiotoop wordt niet verstoord door de aanleg van deze tuin en de legalisatie van de schuur. Er is dus geen sprake van een verstoring van de cultureel- en historische erfgoederen door aanleggen van deze tuin en het legaliseren van deze schuur.

5.4

MOBILITEIT EN PARKEREN

5.4.1

Verkeer

De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 26

Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. Verkeer: extra verkeersbewegingen De bedrijfsactiviteiten in het plangebied worden gestaakt en in de voormalige woning wordt vervangen. Het aantal verkeersbewegingen gaat daarmee omlaag. Verkeer: ontsluitingswegen Het perceel is reeds ontsloten op de Papendijk. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de verkeersafwikkeling ter plaatse.

5.4.2

Parkeren

De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota ‘Parkeernormen 2017’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. Voor het plangebied geldt voor een vrijstaande koopwoning een norm van 2,4 parkeerplaatsen per woning (buitengebied). In het plangebied is, op de oprit en aan de oostzijde van de woning, voldoende ruimte om de volledige parkeerbehoefte op eigen terrein op te vangen.

5.5

WATER

5.5.1

Wetgeving en beleid

De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in 2013 een integraal plan Watertaken vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan” (vGRP) regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater. Ook regelt het vGPR een doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater. Daarnaast biedt het plan Watertaken een kader voor de andere watertaken van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Het gaat vooral om de zorg voor oppervlaktewater in bebouwd gebied. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen.

De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 27

5.5.2

Waterbeheerplan

Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; a. Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; a. Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; a. In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd.

In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin:  schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt;  de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen;  de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is;  de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. ‘ Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid.

De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 28

Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm. De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn:  Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater;  Voorkomen van vervuiling van water;  Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: oHergebruik oInfiltratie/bergen oAfvoer  Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies.

Dit betekent dat: oDe afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; oDe grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; oGrond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; oDe (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; oHet plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied.

5.5.3

Watertoets

Er is geen sprake van relevante wateraspecten en er zijn geen waterbelangen van toepassing. Het oppervlak aan verharding neemt af door het verwijderen van enkele uit het verleden overgebleven bedrijfsrestanten. Daarnaast zal in de uitwerking worden gekeken of middels regentonnen het hemelwater hergebruikt kan worden voor de beregening van de tuin. Voor het overige zijn er voldoende mogelijkheden om het hemelwater op locatie te laten infiltreren.

5.6

DEFENSIE

Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: • Radarverstoringsgebieden; • Obstakelbeheergebieden; • Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; • Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 29

Dit plan voorziet echter niet in het toevoegen van nieuwe bouwmogelijkheden. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen. Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden.

5.7

MILIEUASPECTEN

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: • Bedrijven en milieuzonering • Bodem • Externe veiligheid • Geurhinder: agrarisch • Geur: industrieel • Luchtkwaliteit • Straling • Weg-, spoor-, en industrielawaai • Gezondheid • Spuitzones

5.7.1

Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uitvoeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen. Het plangebied en de omgeving kunnen vanwege de ligging nabij de A59 en de verschillende functies die aanwezig zijn, worden aangemerkt als gemengd gebied. Nabij het plangebied is een aantal bedrijven aanwezig, waarvan het bedrijf aan de Papendijk 49 het meest dichtbijgelegen is. De beoogde ontwikkeling levert geen beperkingen op voor de nabijgelegen bedrijven, aangezien de woning nagenoeg gebouwd wordt op de plek waar de huidige woning staat (binnen hetzelfde bouwvlak). De afstand tussen de omliggende bedrijvigheid en de woning op het perceel wordt juist vergroot, omdat de woning enkele meters naar achteren wordt geplaatst.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 30

Er kan op de locatie een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd omdat de milieubelastende activiteiten voornamelijk aan de oostzijde plaatsvinden en het bedrijf ook in de huidige situatie al moet voldoen aan de milieueisen op de woningen in de omgeving (waaronder de woning in het plangebied).

5.7.2

Bodem

Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Door AGEL adviseurs (nu onderdeel van Stantec) is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is als bijlage aan deze toelichting toegevoegd. De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn er geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling te verwachten.

5.7.3

Externe veiligheid

Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: • Het besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) • Het besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) • Het besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risico-ontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan.

Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 31

Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.

Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Voorliggend bestemmingsplan maakt de herbouw van een bestaande woning mogelijk. Een woning is een beperkt kwetsbaar object. Het plangebied ligt niet binnen een PR 10-6 contour, maar wel binnen 200 meter van de A59 (invloedsgebied). Deze zone omvat het BLEVE aandachtsgebied (het gebied waar de effecten van een BLEVE het hevigst zijn). In deze zone zijn personen (ook personen in gebouwen) onvoldoende beschermd tegen een BLEVE. Vluchten is de enige optie om een calamiteit te overleven. Er is geen effect op de externe veiligheid, aangezien er enkel een woning wordt vervangen. Er worden dus geen nieuwe risico-ontvangers geplaatst. Er zijn voldoende mogelijkheden om naar het noorden te vluchten indien sprake is van een BLEVE. Daarnaast wordt de afstand tot de belangrijkste bron (A59) vergroot omdat de woning enkele meters naar achteren wordt gebouwd ten opzichte van de huidige woning. Daarom zal er een grotere vlucht-afstand zijn.

5.7.4

Geur: agrarisch

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden.

Geurbeleid Oss De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: • de burger beschermen tegen geurhinder; • de veehouderijen niet onnodig beperken; • ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woonen leefklimaat is. Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 32

De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 wordt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente Oss vastgelegd. Conform Artikel 3 Waarden voor de geurbelasting van de verordening zijn de volgende waarden vastgelegd: Lid 1. Op grond van artikel 6, lid 1 van de wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2, lid 1 van deze verordening: A. Stad Oss

1,0 Ou

B. Woonkern met geen/enige intensieve veehouderij

2,0 Ou

C. Plangebied (bij kern A en B)

3,0 Ou

D. Woonkern met intensieve veehouderij

6,0 Ou

E. Zoekgebied + plangebied Maren-Kessel West en Liesdaal

6,0 Ou

F. Recreatiegebieden

8,0 Ou

G. Extensiveringsgebieden

8,0 Ou

H. Bedrijventerreinen

8,0 Ou

I. Bedrijventerrein Vorstengrafdonk

12,0 Ou

J. Verwevingsgebied

14,0 Ou

K. Landbouwontwikkelingsgebied

14,0 Ou

Kaart achtergrondbelasting (ODZOB)

Een woning is een geurgevoelig object in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij. Binnen een straal van 2 kilometer bevinden zich diverse veehouderijen. De dichtstbijzijnde intensieve veehouderijen met een geurcontour bevinden zich aan de Koksteeg 6 en 9.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 33

Op basis van de kaarten van de ODZOB is inzicht in de indicatieve achtergrondbelasting. Deze bedraagt maximaal 7 OUE. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat het woon- en leefklimaat goed is. Dit wordt ook bevestigd in de “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” van de gemeente Oss. Er is dus geen belemmering omtrent agrarische geur. De veehouderij wordt ook niet verder belemmerd in haar bedrijfswoning, omdat de vergunde woning zich op grotere afstand bevindt van de veehouderij dan de reeds gesloopte woning.

5.7.5

Geur: Industrieel

Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: • als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; • als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; • de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. In paragraaf 5.7.1 is ingegaan op de nabijgelegen bedrijven. Voor deze bedrijven geldt een richtafstand waarin ook het aspect geur is meegenomen. Er is geen sprake van een nieuw geurgevoelig object. De aanvaardbaarheid van de bouw van de woning is reeds afgewogen in het kader van de bijbehorende omgevingsvergunning.

Er is dus op het gebied van deze ontwikkeling geen belemmering door agrarische geur.

5.7.6

Luchtkwaliteit

Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM-project is. Het aanleggen van een tuin wordt gezien als NIBM.

Een onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig. Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 34

5.7.7

Straling

Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 20102014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Er worden geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt, dus het beleid over straling is niet relevant met betrekking tot de ontwikkeling in deze toelichting. De aanvaardbaarheid van de bouw van de woning is reeds afgewogen in het kader van de bijbehorende omgevingsvergunning.

5.7.8

Weg-, spoor- en industrielawaai

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten. De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen.

De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Het plangebied ligt in de geluidzones van diverse wegen. Door Stantec is de cumulatieve geluidbelasting vanwege het verkeer op alle onderzochte wegen (A59, de Rijksweg, de Papendijk, de Weerscheut, de Bosschebaan en de Rekken) in beeld gebracht. De rapportage is als bijlage aan deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. Hierna worden de belangrijkste conclusies weergegeven.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 35

Uit de berekeningen blijkt dat vanwege het wegverkeer op de snelweg A59 en de Rijksweg de hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 58 dB voor vervangende nieuwbouw wordt niet overschreden. Vanwege het verkeer op de routes Papendijk-Weerscheut en Bosschebaan-Rekken wordt de hoogst toelaatbare geluidbelasting niet overschreden. Het vaststellen van een hogere waarde voor de beide routes is dan ook niet benodigd. Het treffen van geluidreducerende maatregelen wordt niet als reëel gezien. Het vaststellen van hogere waarden is benodigd om de nieuwe woning te kunnen realiseren. Als ontheffingsgrond voor de hogere waarden wordt het vervangen van bestaande bebouwing aangevoerd. Geconcludeerd is dat de nieuwe woning voldoet aan de nader gestelde voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. De vast te stellen hogere waarden zijn: • Snelweg A59: 1x 57 dB • Rijksweg: 1x 56 dB

5.7.9

Gezondheid

Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Er wordt met deze ontwikkeling geen planologische mogelijkheid toegevoegd om het aantal omwonenden te laten toenemen. Het aspect gezondheid van omwonenden is daarom met betrekking tot de ontwikkeling in deze toelichting niet relevant. De aanvaardbaarheid van de bouw van de woning is reeds afgewogen in het kader van de bijbehorende omgevingsvergunning.

5.7.10 Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een richtafstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Spuitzones zijn dus niet relevant met betrekking tot de ontwikkeling in deze toelichting, aangezien er geen nieuwe gevoelige functies zoals woningen worden gerealiseerd. De aanvaardbaarheid van de bouw van de woning is reeds afgewogen in het kader van de bijbehorende omgevingsvergunning.

5.7.11 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 36

Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project; 2. plaats van het project; 3.

kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen. Het opstellen van een m.e.r.-beoordeling is niet aan de orde met betrekking tot de ontwikkeling in deze toelichting, aangezien het herbestemming voor aanlegging van een tuin en de legalisatie van een schuur geen activiteit is als bedoeld bijlage C en bijlage D van het Besluit m.e.r.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 37

6.0

TOELICHTING OP DE REGELS

6.1

ALGEMEEN

Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In dit bestemmingsplan is gekozen voor een gedetailleerde regeling. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de geldende regels van het bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikel 3), de algemene regels (artikelen 4 tot en met 10) en de overgangs- en slotregels (de artikelen 11 en 12). Bij de regels hoort een bijlage, te weten een lijst aan huis gebonden activiteiten. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht.

6.2

REGELS

Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De in dit hoofdstuk geregelde bestemmingen zijn achtereenvolgens: • Artikel 3: Agrarisch met waarden - Landschap • Artikel 4: Wonen • Artikel 5: Waarde-Archeologie

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 38

Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens: • Artikel 6: Anti-dubbeltelregeling • Artikel 7: Algemene bouwregels • Artikel 8: Algemene gebruiksregels • Artikel 9: Algemene aanduidingsregels • Artikel 10: Afwijking van de bouw- en gebruiksregels • Artikel 11: Wijzigingsregels • Artikel 12: Overige regels

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 13: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 14.: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald. Bijlage: Lijst van aan huis gebonden activiteiten In deze bijlage zijn de activiteiten genoemd die volgens de regels toelaatbaar zijn.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 39

7.0

HANDHAVING

7.1

BELEIDSKADER

Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: - het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; - het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; - zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten.

Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: - het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; - nakoming van afspraken en naleving van regels. In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven.

7.2

PROFESSIONELE HANDHAVING EN HANDHAVINGSPROGRAMMA

De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 40

Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma.

7.3

HANDHAAFBAARHEID, POSITIEF BESTEMMEN, OVERGANGSRECHT

De regels van dit bestemmingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen. Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik. Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk.

Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee meer recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.

Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 41

8.0

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). Het verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. Dit plan is een particulier initiatief. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die voortvloeien uit het plan zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. In de anterieure overeenkomst is ook vastgelegd dat de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee aangetoond.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 42

9.0

OVERLEG EN UITVOERBAARHEID

9.1

OMGEVINGSDIALOOG

Het opschonen van het huidige gebruik van de gronden, het legaliseren van een reeds bestaande schuur en het opwaarderen van de leefomgeving door het aanleggen van een landschappelijk nauwkeurig ingepaste tuin zal naar verwachting niet tot weerstand leiden. Overige gebruikers in de omgeving bezitten ook percelen met woonbestemming of met een agrarische functie. Voor hen geldt dat een neutrale tot positieve kijk op onderhavig plan verwacht wordt. Dit blijkt ook uit de gesprekken die met de direct omwonenden zijn gevoerd. Geen van de omwonenden heeft aangegeven bezwaar te hebben tegen het ruimtelijke plan (zie bijlage).

9.2

VOOROVERLEG

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Het concept ontwerpbestemmingsplan is voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant, het Waterschap Aa en Maas, Veiligheidsregio Brabant-Noord en Rijkswaterstaat. De instanties zijn akkoord met het plan. Ook de dorpsraad is geïnformeerd en stemt in met het plan.

9.3

INSPRAAK

De gemeente is wettelijk niet verplicht om een voorontwerpbestemmingsplan te maken en daar een inspraakprocedure voor te volgen. Het gemeentelijke beleid voor de toepassing van inspraak bij ruimtelijke plannen biedt de mogelijkheid om bij kleine plannen af te zien van inspraak. Dit is aan de orde bij plannen die een beperkte impact hebben. In dit geval gaat het om de legalisatie van een bestaande schuur en het gebruik als tuin. Bovendien borgt het juridisch de reeds, via omgevingsvergunning, toegestane woning. De gemeente heeft in dit geval geen voorontwerpbestemmingsplangemaakt en dus ook geen inspraakprocedure gevolgd.

9.4

ZIENSWIJZEN

Het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbesluit hogere waarden hebben op grond van de Wet ruimtelijke ordening, de Wet geluidhinder en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen van donderdag 13 juli 2023 tot en met woensdag 23 augustus 2023 ter inzage gelegen. Tegelijkertijd zijn de stukken elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf mede in het plaatselijke blad Oss Actueel, in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Iedereen kon zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad en over het ontwerpbesluit hogere waarden bij het college naar voren brengen tijdens de terinzagelegging. Hier is geen gebruik van gemaakt.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 43

10.0 BIJLAGEN o “Landschappelijk Inpassingsplan Rijksweg 8a te Geffen”, oktober 2022, Stantec; o Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, d.d. 2 juni 2022, Stantec; o “Geffen, Rijksweg 8a, gemeente Oss, Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, kenmerk 3192”, d.d. 14-11-2022, Transect; o Selectiebesluit, d.d. 21 november 2022 o Quickscan flora en fauna; 14 oktober 2022, Blom ecologie; o “Verkennend bodemonderzoek Rijksweg 8a te Geffen, kenmerk 20200079 D.01”, d.d. 04-062020), AGEL-adviseurs (nu Stantec); o Omgevingsdialoog.

Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=0f97d7a2-0b05-42ab-b123-9eb7e1aa62a8