Bijlage 10A Toelichting BP Rijksweg 8 Geffen - 2023
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Rijksweg 8 Geffen - 2023 Toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss OPGEST ELD VOOR: Initiatiefnemer Rijksweg 8 Geffen OPGEST ELD DOOR: ST ANT EC BV 30 - 5 - 20 23 REFE RE NT IE: 202 000 79 - 00
Bestemmingsplan Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss
In opdracht van: Initiatiefnemer Rijksweg 8 Geffen Opgesteld door: Stantec Projectnummer: 20200079-00 Documentnaam: Toelichting BP procedure Rijksweg 8 Geffen Datum: 30 mei 2023
Versie
Vrijgegeven door
Paraaf
Datum
Definitief 01
SSp
SSp
30 mei 2023
Bezoekadres Hoevestein 20b 4903 SC OOSTERHOUT www.stantec.com/nl
KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 022 77 40 432 IBAN NL11BNPA0227740432 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd
Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te pass
Inhoudsopgave 1.0 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplan
1 1 2 2
2.0 Bestaande situatie plangebied 2.1 Historische situatie 2.2 Omgeving plangebied
3 3 3
3.0 Beoogde Situatie 3.1 Bouwplannen 3.2 Landschappelijke inpassing
5 5 6
4.0 Ruimtelijk beleidskader 4.1 Wettelijk kader 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
8 8 10 11 13
5.0 Omgevingsaspecten 5.1 Landschap 5.2 Natuur 5.3 Archeologie & Cultuurhistorie 5.4 Mobiliteit en parkeren 5.5 Water 5.6 Defensie 5.7 Milieuaspecten
19 19 21 23 26 27 29 30
6.0 Toelichting op de regels 6.1 Algemeen 6.2 Regels
38 38 38
7.0 Handhaving 7.1 Beleidskader 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht
40 40 40 41
8.0 Economische uitvoerbaarheid
42
9.0 Overleg en uitvoerbaarheid 9.1 Omgevingsdialoog 9.2 Vooroverleg 9.3 Inspraak 9.4 Zienswijzen
43 43 43 43 43
10.0 Bijlagen
44
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss
1.0
INLEIDING
1.1
AANLEIDING
Het perceel Rijksweg 8 in Geffen is al geruime tijd in eigendom van de familie van de initiatiefnemer. In de jaren 80 is een discrepantie ontstaan tussen het agrarische gebruik (handel in kerstbomen) en de bestemming (natuur). Deze discrepantie is tot op heden nooit rechtgezet. Later is een deel van het perceel onteigend ten behoeve van de aanleg van de A59 en de parallelweg. De heer van den Hanenberg (zoon van Hanenberg sr.) is na deze wijziging diverse kleine handelsondernemingen gestart, welke gebruik maakten van de betrokken percelen. De gemeente is van mening dat deze ondernemingen niet meer passen op de locatie. Om tot een bevredigende situatie te komen voor alle partijen, is lang gesproken over een oplossing. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een ingediend principeverzoek voor de bouw van een tweede woning in combinatie met de sanering van de huidige bedrijfsactiviteiten, het stoppen van de buitenopslag en het slopen van overtollige bebouwing. De planologische procedure om de bouw van deze tweede woning mogelijk te maken is nooit gestart.
Luchtfoto met aanduiding van het plangebied
Inmiddels zijn de plannen meerdere keren aangepast om tot overeenstemming te komen. Dit proces heeft op 20 januari 2022 geleid tot een principe-uitspraak van de gemeente. Hierin is besloten om medewerking te verlenen voor de sloop en herbouw van een woning van circa 1.500 m3 en de legalisatie van de bestaande schuur van circa 240 m2. De in december 2021 vastgestelde Beleidsactualisatie RO Buitengebied 2021 biedt een duidelijke grondslag voor de gemeente om medewerking te verlenen. Om de afspraken ook juridisch te borgen dienen meerdere planologische procedures te worden doorlopen.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 1
Voor de herbouw van de woning van circa 1.500 m3 wordt gebruik gemaakt van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid (op basis van artikel 20.3 onder d van het geldende bestemmingsplan), in combinatie met de ‘kruimelgevallenregeling’ conform het Besluit omgevingsrecht, Bijlage II, artikel 4, lid a. De betreffende omgevingsvergunning is hiervoor inmiddels verleend. Voor de legalisatie van het gebruik van de gronden op het plangebied als tuin en de legalisatie van de bestaande schuur dient een procedure tot het aanpassen van het geldende bestemmingsplan te worden doorlopen. In voorliggend bestemmingsplan worden de beoogde wijzigingen ook voor de toekomst juridisch en planologisch geborgd. Ook de mogelijkheden van de verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van de woning is in dit bestemmingsplan verankerd.
1.2
PLANGEBIED
De locatie bevindt zich ten zuiden van Geffen en wordt ontsloten op de Rijksweg en de Papendijk; één van de historische routes naar de kern. Aan de zuidzijde grenst de locatie aan de Rijksweg, die door aanleg van de A59, haar doorgaande functie heeft verloren. De initiatiefnemers zijn eigenaar van de kadastrale percelen die bekend staan als gemeente Geffen, sectie C, nummers 4973, 4972 en 5579.
1.3
GELDENDE BESTEMMINGSPLAN
Het geldende bestemmingsplan voor het plangebied is het bestemmingsplan “Buitengebied Oss 2020”, vastgesteld op datum 16-04-2020. De percelen zijn voorzien van de enkelbestemmingen “Wonen”, “Agrarisch met waarden – Landschap” en de enkelbestemming “Natuur”. De nieuw te bouwen woning, die is mogelijk gemaakt via een aparte omgevingsvergunningprocedure, wordt gesitueerd binnen het reeds aanwezige bouwvlak binnen de bestemming Wonen. Het gebruik van tuin is momenteel echter ook niet mogelijk op basis van de bestemmingen “Agrarisch met waarden – Landschap” en “Natuur” en de aanwezige schuur van 240 m2 overschrijdt het maximum toegestane oppervlak aan vrijstaande bijgebouwen (100 m2).
Uitsnede digitale verbeelding
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 2
2.0
BESTAANDE SITUATIE PLANGEBIED
In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie beschreven. Er wordt zowel gekeken naar het plangebied zelf als naar haar directe omgeving.
2.1
HISTORISCHE SITUATIE
Op historische kaarten is duidelijk te zien dat Rijksweg en de Papendijk historisch gezien altijd belangrijke structuren zijn geweest. Aan de Papendijk is dan ook al aan het eind van de 19e eeuw bebouwing zichtbaar. In het plangebied is halverwege de 20e eeuw voor het eerst sprake van bewoning. Na aanleg van de A59 is de Rijksweg afgewaardeerd. Om te zorgen voor goede aansluiting is de kruising Papendijk/Rijksweg vormgegeven middels een rotonde. Dit heeft geleid tot aanpassingen in de directe omgeving, wat ter hoogte van het plangebied heeft geresulteerd in een verplaatsen van het tracé in noordelijke richting. Hierdoor is een deel van het perceel van de initiatiefnemers onteigend.
Situatie in 1925
Figuur 4: Situatie 1958
Figuur 5: Situatie in 1988
Figuur 6: Situatie in 2021
2.2
OMGEVING PLANGEBIED
Het plangebied ligt ten noorden van de A59 en de Rijksweg (parallelweg van de A59). Ten westen en ten noorden van het perceel bevindt zich agrarisch gebied (akkerbouw) en het perceel grenst aan de oostzijde aan bedrijfspercelen, terreinen die in gebruik zijn voor opslag van diverse goederen en enkele woonpercelen.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 3
Aan de Papendijk is sprake van lintbebouwing. Zoals te zien is op de luchtfoto, zijn alle percelen aan de Papendijk naar de westzijde gericht van de weg af. De woning is vrijwel altijd voorin het perceel gelegen, met een groot stuk perceel aan de achterzijde van de woning. De grootte en vorm van de percelen is afwisselend, alhoewel er altijd sprake is van langwerpige rechthoeken. Er staan op de percelen boerderijen en landelijke woningen en er is sprake van veel groen en ruimte tussen huizen. De bebouwing aan de Rijksweg kent een lossere opzet. Ter plaatse komen incidenteel woonpercelen voor met daarop woningen die soms aan de straat zijn gesitueerd en andere keren verder op het perceel zijn gesitueerd.
Het gebied waar planologische veranderingen plaats dienen te vinden
Op het perceel zelf vonden in het verleden diverse handelsactiviteiten plaats, waaronder de verkoop van kerstbomen. In het plangebied staan grote bomen die herinneren aan de handel in kerstbomen en er is nog diverse opslag aanwezig van inmiddels gestaakte handelsondernemingen. In het plangebied was ook een woning aanwezig, maar deze is inmiddels gesloopt. De voormalige woning stond centraal op het perceel en had twee woonlagen, waaronder één in de kap. Rondom de woning stonden diverse bouwwerken en opstallen waardoor het geheel een enigszins rommelige uitstraling had. Deze bouwwerken en opstallen zijn inmiddels grotendeels verwijderd. Aan de noordzijde van het plangebied staat een schuur van 240 m2, die in het verleden is gebruikt voor bedrijfsactiviteiten. Dat is het enige bouwwerk dat ook in de toekomst behouden blijft. Het perceel is nu ontsloten via drie inritten; één aan de Papendijk en twee aan de Rijksweg.
Voormalige staat van het plangebied (medio 2022)
Impressie landelijke woningen Papendijk
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 4
3.0
BEOOGDE SITUATIE
In dit hoofdstuk wordt de beoogde situatie beschreven. Hierbij wordt beknopt in gaan op de bouw van de beoogde woning die middels en aparte omgevingsvergunningsprocedure mogelijk is gemaakt. Daarnaast wordt ingegaan op de overige wijzigingen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt.
3.1
BOUWPLANNEN
De initiatiefnemer heeft de voormalige woning op het perceel reeds gesloopt, inclusief aanwezige overtollige bebouwing. Ter plaatse van het huidige bouwvlak wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Hierna zijn enkele impressies weergegeven.
Tekening van de beoogde woning
Zij- en achter aanzichten beoogde woning
De woning zal, ten opzichte van de gesloopte woning, enkele meters verder van de Rijksweg af worden gepositioneerd.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 5
Het hoofdgebouw bestaat, net zoals de voormalige woning, uit twee bouwlagen. Met een maximale goothoogte van circa 3 meter en een bouwhoogte van circa 8 meter worden de maximale goot- en bouwhoogte uit het bestemmingsplan niet overschreden. De woning zal een totale maximale inhoud van 1500 m3 hebben. Dit volume past goed in de ruim opgezette omgeving, waar veelvuldige grote en statige woningen zijn gebouwd. De woning voorziet daarmee wel in een traditionele behoefte aan vrijstaande, grondgebonden woningen. Ondanks dat uit volkshuisvestelijke overwegingen de prioriteit niet bij dit soort type woningen ligt, is besloten om vanwege de grote kwaliteitswinst ter plaatse voorliggende bestemmingsplanwijziging te doorlopen. Bovendien is er geen sprake van de toevoeging van een vrijstaande woning, maar van vervangende nieuwbouw. In de aanvraag omgevingsvergunning zijn gedetailleerde (bouw) tekeningen te vinden, zowel van de bebouwing boven als onder maaiveld (kelder). In dit bestemmingsplan is het bouwvolume van de beoogde woning ook juridisch mogelijk gemaakt. Naast het bouwen van de woning zal sprake zijn van het laten staan van de bestaande schuur van 240 m2. In dit bestemmingsplan wordt de bestaande schuur ook juridisch mogelijk gemaakt (zowel in oppervlakte, situering als goot- en bouwhoogte). Daarnaast wordt er een nieuwe tuin aangelegd.
Doordat er tot voor kort sprake was van een rommelig aangezicht van het plangebied, zal de aanleg van een tuin met een nauwkeurige landschappelijke inpassing zorgen voor een kwaliteitsverbetering van het plangebied en van het landschap. De nieuwe tuin is door middel van een combinatie van een woonbestemming (1.500 m2) en een agrarische bestemming (waarbinnen het gebruik als tuin mogelijk wordt gemaakt) geregeld in voorliggend bestemmingsplan. De schuur van 240 m2 valt binnen de opgenomen woonbestemming.
3.2
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
De provincie Noord-Brabant hecht veel belang aan een goede landschappelijke inpassing bij nieuwe ontwikkelingen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) is vastgelegd dat iedere ontwikkeling in het buitengebied gepaard moet gaan met een fysieke kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.9). Hoe deze kwaliteitsverbetering er uit moet zien en welke waarde deze moet vertegenwoordigen, hangt af van de impact van het plan op het landschap. In de Beleidsactualisatie RO Buitengebied van de gemeente Oss is deze verplichting verder uitgewerkt. Het toestaan van een woning groter dan 1000 m3, is in sommige gebieden of op sommige plekken mogelijk. Immers in het buitengebied ís er vaak voldoende ruimte om dit te accommoderen. Wel gelden er een tweetal uitgangspunten bij het toestaan van woningen groter dan 1000 m3: Er dient sprake te zijn van een goede landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing en inbedding. Dit betekent ook dat een grote uitbreiding naar meer dan 1000 m3 niet op iedere locatie wenselijk is. Het is altijd maatwerk.
Onze Structuurvisie Buitengebied – Oss- 2015 en de nota Landschapsbeleid – 2015 bieden hiertoe goede handvatten en we gebruiken de volgende uitgangspunten: oEr dient sprake te zijn van een compacte bebouwingsopzet van hoofdmassa en bijgebouwen; oDe kap- en nokrichting moet aansluiten bij de lintbebouwing; oEr dient sprake te zijn van een heldere hiërarchische verhouding tussen hoofd- en bijgebouwen oWe gaan in de basis uit van 1 inrit.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 6
Naast de inpassing dient er sprake te zijn van extra investering in kwaliteit van het buitengebied. De omvang van de kwaliteitsverbetering is uitgewerkt in de nota. Binnen deze kaders is een uitwerking gemaakt van de landschappelijke inpassing. Deze ziet zowel op de bouw van de woning (zie aanvraag omgevingsvergunning) als de legalisatie van de schuur en het gebruik als tuin. De resultaten hiervan zijn beschreven in de bijlage Landschappelijk Inpassingsplan d.d. oktober 2022 van Stantec. Bijgaande afbeelding toont een impressie van de beoogde landschappelijke inpassing. Een compacte bebouwingsopzet (alle bebouwing bevindt zich binnen de woonbestemming van 1.500 m2 zie ook uitsnede), een kaprichting haaks op de weg, een duidelijke hiërarchische verhouding tussen hoofd- en bijgebouwen en één hoofdinrit (naast de bestaande ondergeschikte inritten) staan duidelijk centraal. Het ontwerp voldoet daarmee aan de eisen die de gemeente Oss hieraan stelt. Daarnaast wordt zoveel mogelijk gewerkt met gebiedseigen beplanting en wordt overtollige bebouwing en verharding verwijderd. Het plan leidt daarmee per saldo tot een kwaliteitsverbetering ter plaatse.
Impressie landschappelijke inpassing
N.B. Met de plannen wordt de geldende bestemming Natuur verwijderd en maakt deze plaats voor een (voornamelijk) agrarische bestemming met waarden waarbinnen het gebruik als tuin mogelijk wordt gemaakt. Zoals uit de inleiding blijkt is in de jaren 80 is een discrepantie ontstaan tussen het agrarische gebruik (handel in kerstbomen) en de bestemming (natuur). Deze discrepantie is tot op heden nooit rechtgezet, ondanks dat het feitelijke gebruik nooit natuur is geweest. Ter plaatse zijn ook geen natuurwaarden aanwezig (of aanwezig geweest). De bestemmingswijziging doet daarmee recht aan het feitelijke gebruik en leidt niet tot de aantasting van natuurwaarden.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 7
4.0
RUIMTELIJK BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk gaat in op het beleid dat de verschillende overheden voor ruimtelijke ontwikkelingen hebben opgesteld. Ten eerste het rijksbeleid, vervolgens het provinciale beleid en tot slot het gemeentelijke beleid. De relevante beleidsstukken zijn beschreven, waarna is toegelicht in hoeverre onderdelen hiervan betrekking op voorliggende ontwikkeling. Allereerst wordt het rijksbeleid behandeld.
4.1
WETTELIJK KADER
4.1.1
Wet ruimtelijke ordening
De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: • Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; • Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; • Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; • Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; • De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; • Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; • Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; • Er is een drempel voor planschade van 2%; • De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; • Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.
Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 8
2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen.
4.1.2
Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking”
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. In deze situatie is het juridisch borgen van een, reeds via omgevingsvergunning mogelijk gemaakte, nieuwe woning in een stedelijk gebied.
Daarnaast wordt een reeds bestaande schuur gelegaliseerd en wordt het gebruik als tuin mogelijk gemaakt. Er wordt geen nieuwe verstedelijking mogelijk gemaakt met deze wijzigingen van het bestemmingsplan. In deze situatie is er dus geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet doorlopen te worden.
4.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: • Rijksvaarwegen • Grote rivieren • Defensie • Hoofdwegen en landelijke spoorwegen • Elektriciteitsvoorziening • Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen • Natuurnetwerk Nederland • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 9
De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.
4.2
RIJKSBELEID
4.2.1
De nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: • Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; • De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; • De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; • De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; • Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; • Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. In de NOVI worden geen specifieke uitspraken gedaan over kleinschalige ontwikkelingen zoals in deze procedure. Daarom is de NOVI op dit initiatief niet van toepassing.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 10
4.3
PROVINCIAAL BELEID
4.3.1
Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving
Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht.
Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: • Werken aan de Brabantse energietransitie • Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant • Werken aan de slimme netwerkstad • Werken aan een concurrerende, duurzame economie In de Omgevingsvisie “De kwaliteit van Brabant”, Visie op de Brabantse leefomgeving zijn door de provincie de doelen nog niet precies vastgelegd. Immers, diep, rond en breed kijken (zie hoofdstuk 4 in deze omgevingsvisie) is centraal uitgangspunt bij het samenspel voor de uitwerking van de visie. Dat betekent dat de provincie volop ruimte biedt voor inbreng vanuit partijen en disciplines. De omgevingsvisie agendeert en nodigt uit om hier samen mee aan de slag te gaan. Daarvoor is een verdere uitwerking van de ambitie nodig in programma’s. Die uitwerking is een opgave die op de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en de ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Steeds anticiperend op veranderende omstandigheden en beweging in Brabant. De uitwerking van de ambitie in programma’s heeft echter nog niet plaatsgevonden.
Het is derhalve nog niet mogelijk om initiatieven concreet te toetsen aan de Omgevingsvisie. In dit plan worden gronden die jarenlang in gebruik zijn geweest voor bedrijfsactiviteiten opgeschoond. Door de bestemmingswijziging wordt bijgedragen aan een verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten bij de provinciale omgevingsvisie.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 11
4.3.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels.
Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Het plangebied ligt in een gebied dat in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is aangeduid als ‘Landelijk gebied’. Met de in deze toelichting beschreven herbestemming worden geen waardes voor gebieden met de aanduiding ‘Landelijk gebied’ geschaad. Dit is het geval omdat er geen nieuwe woningen of bouwwerken worden gerealiseerd en omdat er sprake is van een kwaliteitsverbetering van het landschap.
Uitsnede kaart Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 12
Op grond van artikel 3.69 van de verordening is de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel toegestaan, als is verzekerd dat de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven en dat overtollige bebouwing wordt gesloopt. Er is een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een nieuwe woning ter vervanging van de bestaande woning. De voormalige woning is reeds gesloopt. Ook overtollige bebouwing, met uitzondering van één bijgebouw ter grootte van 240 m2, wordt gesloopt. Hiermee wordt voldaan aan de regels die de provincie stelt. Daarnaast geldt op grond van artikel 3.9 van de verordening dat een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Hier wordt in paragraaf verderop op ingegaan. Hierbij is duidelijk dat het plangebied nu een rommelige uitstraling heeft. Het opschonen van het plangebied en de inrichting van het plangebied ten behoeve van een woonfunctie heeft een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit tot gevolg.
4.4
GEMEENTELIJK BELEID
In deze paragraaf is niet in gegaan op het gemeentelijke woonbeleid. In de omgevingsvergunning die de bouw van de woning mogelijk maakt is uitgebreid gemotiveerd dat de bouw van de woning past binnen de gemeentelijke kaders. Dit bestemmingsplan vertaalt de reeds vergunde mogelijkheden slechts in een adequaat juridisch kader.
4.4.1
Structuurvisie
Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: • het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; • het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; • het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; • het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; • het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. Dit plan voorziet in het legaliseren van een schuur en in stand houden van de bestaande bebouwingsmogelijkheid. Ook voorziet het plan in het verbeteren van de omgevingskwaliteit door landschappelijke inpassing. Deze wijzigingen passen binnen de opgaven die in de gemeentelijke structuurvisie zijn geformuleerd, door de kwaliteit van het woonmilieu te verbeteren.
4.4.2
Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015
De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 13
Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Dit moet resulteren in: • Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen • Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid • Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug • Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen • Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied • Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij • De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers • Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur
en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk • Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit De voorgaande doelstellingen worden door vertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: • Uiterwaarden • Oeverwal • Komgebied • Dekzandrand • Dekzandrug • Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is dat nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn.
In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking. In dit geval is echter geen sprake van een toename van het aantal woningen, maar slechts de herbouw van een woning binnen een bestaand bouwvlak.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 14
Het plangebied ligt in het landschapstype ‘dekzandrug – kamp- en heideontginningen’. De dekzandrug is een hoger gelegen zandgebied met een besloten tot halfopen karakter. De kamp- en heideontginningen waren de beste gronden van de dekzandrug. Deze gronden zijn van oudsher in gebruik geweest als akkerland en later als kleine weilanden. Ze werden omgeven door houtsingels en –wallen. Deze ontginningsgebieden vormen kleinschalige en gevarieerde gebieden met een halfopen karakter. Met het landschappelijk inpassingsplan voor het plangebied kan worden bijgedragen aan het versterken van de karakteristieken van het landschapstype ‘dekzandrug’. Het plangebied ligt daarnaast in de bebouwingsconcentratie ‘GeffenZuid’. De openheid en de relatie met het landschap zijn hierbij belangrijk. In het landschappelijk inpassingsplan wordt hierbij aangesloten.
4.4.3
Wonen
De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. Ondanks dat uit volkshuisvestelijke overwegingen de prioriteit niet bij dit soort type woningen ligt, is besloten om vanwege de grote kwaliteitswinst ter plaatse voorliggende bestemmingsplanwijziging te doorlopen. Bovendien is er geen sprake van de toevoeging van een vrijstaande woning, maar van vervangende nieuwbouw.
De herbouw van een bestaande woning past binnen de kaders van deze woonvisie.
4.4.4
Portefeuillemanagement ‘Wonen’
Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, 2020. Er vindt periodiek een strategische afwegingen prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen. In 2021 is de ambitie voor de omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 15
de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen. Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant ( september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen van ca. 15% tot 2035. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken.
De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van enige extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. • De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen.
In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente. Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. • Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde 1 1 Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor
2018, het Regionale Woningmarktonderzoek (2019).
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 16
plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. In 2012 is in principe medewerking verleend voor de realisatie van een tweede woning. Het huidige plan spreekt niet van toevoeging van een tweede woning, maar slechts het herbouwen van de bestaande woning. Deze ontwikkeling in het buitengebied is dermate klein, dat de verantwoording van het woningbouwprogramma niet relevant is.
4.4.5
Welstandsbeleid
Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: • bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; • monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); • bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. • In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zijn niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd.
4.4.6
Beleid aan huis gebonden activiteiten
Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 17
Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.
De beschreven beleidslijn is ook van toepassing op dit initiatief, waardoor er mogelijkheden ontstaan voor passende vormen van huis gebonden activiteiten. De mogelijkheden zijn opgenomen in de regels van dit plan.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 18
5.0
OMGEVINGSASPECTEN
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste omgevingsaspecten beschreven en wordt het initiatief hieraan getoetst.
5.1
LANDSCHAP
5.1.1
Nota landschapsbeleid
Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps-)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van nietinheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: • Uiterwaarden • Oeverwal • Komgebied • Dekzandrand • Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Het plangebied ligt binnen het landschapstype ‘dekzandrug’.
Het gaat bij dit landschapstype volgens de ontwikkelingsvisie per deelgebied om aandachtspunten als: • herstel kavelrandbeplanting als voorwaarde bij ontwikkelingen in bestemmingsplan opnemen; • onderzoeken hoe uitbreiding van kavelrandbeplanting kan worden bewerkstelligd op gronden; van particulieren (subsidievormen stimuleren randen/ landschapspakketten bijvoorbeeld) • behoud zandpaden; • nieuwe ontwikkelingen landschappelijk inpassen. Verder wil de gemeente de volgende punten stimuleren: • open plekken creëren in besloten bosgebied; • bosjes en brede houtsingels toevoegen in de ‘kamp- en heideontginningen’; • behoud van reliëf bij functieverandering; • ontwikkelen streekeigen bouwstijl in kamp- en heideontginningen; • de situering van een enkel nieuwe landgoed in kamp- en heideontginningen. In het landschappelijk inpassingsplan wordt ervoor gezorgd dat aangesloten wordt bij de karakteristieken van dit landschapstype.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 19
5.1.2
Kwaliteitsverbetering van het landschap
Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de nietplanmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is.
Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden.
Voor dit plan is, in lijn met de Beleidsactualisatie RO buitengebied 2021, een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat voorziet in een kwaliteitsverbetering van het landschap (zie bijlage). In dit plan is zowel rekening gehouden met de bouw van de woning (die middels een omgevingsvergunning mogelijk is gemaakt) als de legalisatie van de bestaande schuur en het beoogde gebruik als tuin.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 20
5.2
NATUUR
5.2.1
Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk.
5.2.2
Natuurtoets
Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming.
Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Sinds 1 juli 2021 is de Wsn samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De Wsn regelt ook een aanpassing van het Besluit natuurbescherming, waardoor nu een vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Deze vrijstelling geldt alleen voor stikstofdepositie en niet voor de overige storingsfactoren. Er hoeft ten behoeve van een natuurvergunningaanvraag (gebiedsbescherming) voor een project dus geen berekeningen en daarbij behorende beoordeling van de stikstofdepositie voor de realisatiefase meer plaats te vinden. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. Hiervoor moet dus wel een berekening worden gemaakt.
Stantec | Toelichting Bestemmingsplanprocedure Rijksweg 8 Geffen, gemeente Oss 21
Gebiedsbescherming Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. In een toetsing wordt bepaald of er negatieve effecten kunnen optreden. Een eerste toetsing (voortoets) geeft aan of er negatieve effecten kunnen optreden en zo ja of deze van dien aard kunnen zijn dat de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen komen. Indien dat het geval is, wordt een tweede toetsing verricht welke dieper ingaat op de mate van effect (passende beoordeling). In dit geval kunnen significant negatieve effecten worden uitgesloten. De legalisatie van het gebruik als tuin en de aanwezige schuur leiden niet tot extra stikstofemissie in de gebruiksfase. Het betreft immers een legalisatie van het feitelijk aanwezige gebruik. Daarnaast worden ook geen bouw- of aanlegwerkzaamheden beoogd die beschouwd dienen te worden.
Voor de beoogde woning kan stikstofdepositie ook worden uitgesloten. Er is in de gebruiksfase immers geen toename in verkeersbewegingen (vervangende nieuwbouw) en de woning wordt gasloos gerealiseerd. Per saldo leidt dit zelfs tot een afname in stikstofdepositie. Ook in de bouwfase kan vindt geen depositie plaats. De bouw vindt plaats meer dan 11 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied. Volgende de Handreiking woningbouw en AERIUS kan stikstofdepositie voor woningbouwontwikkelingen (<50 woningen) op meer dan 7 kilometer worden uitgesloten. Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. In het plangebied is, ter plaatse van de bouw van nieuwe woning, een quickscan flora en fauna verricht. Deze rapportage is als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd. De legalisatie van de schuur en het gebruik als tuin leiden niet tot aantasting van eventuele beschermde soorten. Het betreft slechts een juridische wijziging, maar geen fysieke wijziging op locatie.
De beoogde ruimtelijke ingrepen leiden daarmee niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Het uitvoeren van nader onderzoek is daarom ook niet noodzakelijk. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels (in het kader van algemene zorgplicht).