Bijlage 10 MER.pdf
Tekst van het document
6.9.3
Effectbeoordeling hinder en veiligheid tijdens uitvoering
Geluid realisatiefase De duur van de winning bedraagt 7 tot 10 jaar. Ten behoeve van het akoestisch onderzoek wordt uitgegaan van de akoestisch maatgevende situatie. Dit is de situatie waarbij alle werkzaamheden binnen een periode van 7 jaar worden uitgevoerd. Ontgraven binnen 7 jaar betekent dat op jaarbasis meer activiteiten plaatsvinden; er worden meer dagen per jaar gewerkt en/of er worden meer
31
LievenseCSO (versie 15 februari 2019). Akoestisch onderzoek – plantonwikkeling Demen-Dieden.
65
machines per dag ingezet ten opzichte van een uitvoering in meer dan 7 jaar. Langer werken of inzet van meer materieel leidt tot een hogere geluidbelasting op de omgeving. De ontgraving van klei vindt plaats met een combinatie van machines bestaande uit 3 vrachtwagens, 1 shovel en 1 graafmachine. De gewonnen klei wordt verplaatst met behulp van de vrachtwagens en schepen. De vrachtwagens rijden heen en weer tussen de winlocatie en de laadwal. De exacte rijroute varieert afhankelijk van de locatie van de werkzaamheden en is daarom niet inzichtelijk gemaakt. De ontgraven klei wordt via de laadwal per schip afgevoerd naar elders. De keuze voor afvoer per schip is gemaakt om hinder langs de dijk zoveel mogelijk te beperken. De geluidimmissie vanwege de geluidbronnen in de omgeving is bepaald ter plaatse van de meest nabij gelegen woningen. Aangezien de werkzaamheden uitsluitend in de dagperiode plaatsvinden is uitgegaan van een beoordelingshoogte van 1,5 m boven maaiveld (standaard beoordelingshoogte voor activiteiten in de dagperiode voor grondgebonden woningen, bij appartementen bedraagt de beoordelingshoogte 1,5 m boven de verdiepingsvloer). Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau per woning varieert en bedraagt ten hoogste 55 dB(A).
Ter plaatse van 5 van de 60 onderzochte woningen is het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau hoger dan het ambitieniveau van 50 dB(A) voor het betreffende gebied, zoals opgenomen in het geluidbeleid van de gemeente Oss. Daarbij wordt opgemerkt dat de berekende geluidbelasting de worst-case belasting betreft. Het is de geluidbelasting indien de werkzaamheden op de rand van het ontgravingsgebied worden uitgevoerd. Het materieel is gedurende de meeste tijd op grotere afstand van de toetspunten werkzaam, hetgeen een lagere geluidbelasting tot gevolg heeft. Uitgaande van 140 werkdagen per jaar en een gemiddeld ontgravingsgebied van 12 ha per jaar, is de geluidbelasting slechts gedurende 2 tot 3 werkweken per jaar hoger dan 50 dB(A). Wel wordt voldaan aan de bovengrens van 55 dB(A) die voor bedrijven wordt gesteld. Bij alle woningen is het maximale geluidniveau meer dan 10 dB hoger dan het berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Bij slechts 15 woningen is het maximale geluidniveau meer dan 60 dB(A). Voor alle woningen wordt ruim voldaan aan de bovengrens van 70 dB(A) voor maximale geluidniveaus. De maximale geluidbelasting op de woningen wordt dan ook toelaatbaar geacht. Bij het bepalen van de indirecte hinder (hinder als gevolg van vrachtwagens langs de rand van het wingebied of schepen van en naar de laadwal) is uitgegaan van de worst-case situatie.
Dit betekent het maximaal aantal transportbewegingen met vrachtwagens of schepen ter plaatse van de woningen. Met een geluidbelasting van ten hoogste 39 dB(A) wordt ruim voldaan aan de normstelling van 50 dB(A) uit de circulaire indirecte hinder. De indirecte hinder op de woningen wordt dan ook toelaatbaar geacht. Daarmee wordt het criterium geluid neutraal beoordeeld. Hinder door geluid kan, in theorie, tijdens de uitvoering beperkt worden door het plaatsen van schermen. Het plaatsen van tijdelijke geluidsschermen ter plaatse van de woningen wordt echter niet realistisch geacht omdat de woningen vaak via de dijk worden ontsloten. Een scherm voor de woning
66
wordt dan onderbroken door de toerit naar de woning waardoor het effect van het scherm (gedeeltelijk) verloren gaat. Wanneer de woning aan de voet van de dijk is gelegen is vaak een erg hoog scherm nodig omdat de afschermende werking van de bestaande dijk niet voldoende is gebleken en het scherm dus hoger moet worden dan de dijk. Wanneer de woning aan de bovenkant van de dijk is gelegen dan is de afstand tot de woningen vaak zo klein dat de schermen kunnen leiden tot gevaarlijke verkeerssituaties. Luchtkwaliteit Voor de realisatiefase van de voorkeursvariant zijn de effecten op luchtkwaliteit berekend, uitgaande van een duur van 7 jaar. De berekening is worst-case, waarbij geen rekening is gehouden met emissiereductie als gevolg van toepassing van nieuw materieel dat voldoet aan de laatste stand der techniek. Er is gekozen voor relatief oude motoren en een hoog verbruik omdat geen garantie kan worden gegeven dat nieuwe machines gedurende de uitvoering (altijd) gebruikt kunnen worden en vrachtwagens relatief veel stationair draaien. Uit de berekeningen volgt dat in alle jaren van kleiwinning ruimschoots wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarden ten aanzien van de voor luchtkwaliteit meest kritische stoffen NO2, PM10 en PM2,5.
Het gebruik van het terrein (natuurontwikkeling met extensieve recreatie), na afloop van de kleiwinning, draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen32. Daarmee scoort het voorkeursontwerp neutraal. De vergelijkingsvarianten zijn niet apart beschouwd. De varianten maximale ruwheid en gescheiden ontgraven zijn niet onderscheidend. Bij de variant maximale ontgraving is de hinder wellicht groter doordat er meer klei wordt gewonnen. Dit is echter niet gekwantificeerd. Veiligheid Het voornemen betreft het ontgraven van klei in een gebied dat na de ontgraving volledig als natuurgebied wordt ingericht. Er worden geen mogelijkheden geboden om (beperkt) kwetsbare objecten te realiseren. Na voltooiing van de werkzaamheden zal het bezoek aan het natuurgebied ten opzichte van het huidig bezoek nagenoeg niet toenemen. Er vindt dan ook geen wijziging plaats van het huidige plaatsgebonden- en groepsrisico. Voor het vervoeren van de afgegraven klei (per schip) wordt een tijdelijke laad- en losvoorziening afgemeerd aan de oever van de Maas. Er zijn geen grote gasleidingen of leidingen met gevaarlijke stoffen in het gebied aanwezig, de dichtstbijzijnde spoorweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt is op ruim 1 km afstand gelegen. De dichtstbijzijnde hogedruk aardgastransportleidingen op circa 2,5 km afstand.
De ontgraven klei wordt per schip afgevoerd over de Maas. Dit transport is beperkt tot 1 schip per dag, waarmee de reguliere scheepvaart op de Maas nauwelijks beïnvloed wordt en daarmee geen bovengemiddelde risico’s ontstaan.
32
LievenseCSO. Onderzoek Luchtkwaliteit – planontwikkeling Demen-Dieden. Versie 15 februari 2019
67
In opdracht van de gemeente Oss is er in 2016 een vooronderzoek33 gedaan naar Conventionele Explosieven. Door Meanderende Maas is in juni 2018 een vooronderzoek uitgevoerd34 waarin ook het plangebied Demen Dieden is opgenomen. De uitkomsten van dit onderzoek vormen geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Geconcludeerd wordt dat de externe veiligheid niet van invloed is op de plannen35. Daarmee scoort het voorkeursontwerp neutraal op externe veiligheid (er is geen gevaar). Landschap en leefomgeving Door een gefaseerde uitvoering worden de gebieden waar de werkzaamheden zijn afgerond snel weer opgeleverd en zijn dan direct toegankelijk. De uiterwaard is dus niet in zijn geheel afgesloten en ingericht als werkgebied. Wel zullen de graafactiviteiten zichtbaar zijn en het landschap tijdelijk veranderen in een terrein met hopen grond op verschillende niveaus. In alle varianten is dit effect zichtbaar maar in de variant maximale ontgraving en separate uitvoering zal effect zichtbaarder zijn en/of langer duren en daardoor meer hinder geven. Doordat alle aan- en afvoer tijdens realisatie via water gaat, met uitzondering van aan- en afvoer van materieel om het werkgebied te kunnen uitvoeren, is er geen overlast door vrachtwagens en andere materieel op de dijk.
6.9.4
Leemten in kennis en vervolgonderzoek hinder en veiligheid uitvoering
Vervolgonderzoek is niet nodig. De effecten zijn voldoende in beeld gebracht.
33
AVG Explosieven Opsporing Nederland (2016): Vooronderzoek. Gemeente Oss & voormalige gemeente Maasdonk. 34 Conditionerend onderzoek: vooronderzoek Conventionele Explosieven, Bombs Away rapport 17P201 35 Lievense (versie 5 september 2018). Notitie Externe Veiligheid Demen Dieden def
68
7
Conclusie randvoorwaarden en effectbeoordeling
Het ontwerpproces heeft, na optimalisatie van een aantal vergelijkingsvarianten, geleid tot één voorkeursontwerp. Onderstaande tabel 7-1 geeft de randvoorwaarden voor het ontwerp nogmaals weer en toont op welke manier hierin is voldaan. Tabel 7-1: Toets voorkeursontwerp aan randvoorwaarden en ontwerp-opgave Voorwaarde
Voldoet?
Toelichting
Een groot oppervlak robuuste, rijk
Ja
De geulen met steile en flauwe oevers, behoud van bakenbomen en
gestructureerde beheerbare riviernatuur weet te
afgraven van de klei tot aan de zand-ondergrond dragen bij aan de
realiseren dat voldoet aan de wensen van de
ontwikkeling van een agrarisch gebied met beperkte
betrokken partijen
natuurwaarden tot een ecologisch rijk en divers gebied.
Financieel-technisch uitvoerbaar is (kwaliteit en
Ja
hoeveelheid afvoerbare grondstoffen)
Er komt voldoende klei vrij, die bovendien geschikt is voor de keramische industrie, om het project financieel haalbaar te maken. Roofgrond kan binnen het gebied worden hergebruikt.
Gewaardeerd wordt door de omgeving
Ja
(woonomgeving, recreatie)
De nieuwe inrichting biedt meer mogelijkheden voor (natuur)recreatie. Bovendien blijft het veer naar Batenburg bereikbaar. Ook de aanleg van een rolstoelpad draagt bij aan de toegankelijkheid. De bakenbomen en uitzicht op uiterwaard en Bakenburg blijven behouden. Door gefaseerde uitvoering en oplevering zijn deelgebieden snel toegankelijk voor de omgeving.
Een optimale bijdrage levert aan de
Ja
Het plan levert een waterstandsdaling van 4,9 cm voor een
rivierverruiming en de benodigde
dijktraject van 4,5 km lengte. Dat is een significante bijdrage aan de
waterstandsdaling
opgave voor het hele traject Meanderende Maas (totaal 25 km dijk).) .
Vergunbaar is binnen alle (strikte) eisen aan
Ja
veiligheid vanuit wet- en regelgeving
De optimalisatie naar één voorkeursontwerp is vooral uitgevoerd op de kritische thema’s: geotechniek en geohydrologie. De effectbeoordeling toont aan dat aan de wet- en regelgeving wordt voldaan.
Zo min mogelijk hinder veroorzaakt en zo min mogelijk andere negatieve effecten heeft
Ja
Hinder tijdens uitvoering wordt zoveel mogelijk beperkt door een gefaseerde uitvoering, geen vrachtwagens met klei over de dijk en afvoer per schip.
69
Tabel 7-2: Samenvatting effectbeoordeling Thema
Aspect
Natuur
Dijkstabiliteit
Rivierkunde
Grondwater
Historische waarden
Landschap en leefomgeving
Bodem
Hinder en veiligheid tijdens uitvoering
Huidige situatie
Voorkeursontwerp
Maximale ruwheid
Maximale ontgraving
Separate uitvoering
Natuurwaarde: bijdrage aan doelstellingen Kaderrichtlijn Water (KRW) en soortenbescherming uit NNN, NNB. Wet Natuurbescherming Stikstofdepositie
0
++
++
0
+
0
0
0
0
0
0
+
x
x
x
Voorkomen toename piping Ruimte voor dijkverhoging Beheerbaarheid dijk
0
0
x
x
x
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Effecten op waterstanden Effecten op dwarsstroming Effecten op morfologie in de vaargeul Effecten op golfslag
0
++
-
++
-
0
-
x
x
x
0
0
x
x
x
0
0
x
x
x
Grondwaterkwaliteit
0
0
0
0
0
Grondwaterkwantiteitgrondwaterstandsvera ndering Grondwaterkwantiteitkwelflux Archeologie
0
0
0
0
0
0
0
-
-
-
0
0
0
0
0
Cultuurhistorie
0
+
0
-
0
Aardkundige waarden
0
0
0
-
0
Woonkwaliteit
0
+
0
0
0
Ontsluiting
0
0
0
0
0
Landschapsbeeld/ Ruimtelijke kwaliteit Bodemkwaliteit
0
++
+
-
0
0
+
+
+
+
Omvang grondverzet
0
++
++
+
0
Geluid
0
0
0
0
0
Luchtkwaliteit
0
0
0
0
0
Veiligheid
0
0
0
0
0
Landschap/ leefomgeving
0
-
-
-
-
Het voorkeursontwerp maakt de ontwikkeling van natuur mogelijk en verhoogt de leefomgevingskwaliteit. Daarbij levert de ontwikkeling een significante bijdrage aan de hoogwaterveiligheid door een waterstanddaling van circa 5 cm zonder de geplande dijkversterking van Aa en Maas te hinderen. Op basis van het effectenonderzoek (zie tabel 7-2) kan worden
70
geconcludeerd dat het voorkeursalternatief in de gebruiksfase een neutraal effect of positief effect heeft op de beoordeelde criteria. De enige uitzondering hierop is de toename van kwel. De hinder tijdens de uitvoering blijft beperkt tot de herinrichting door kleiwinning. Deze hinder wordt zoveel mogelijk beperkt door een gefaseerde uitvoering én oplevering van deelgebieden. Op deze manier worden de gebieden zo snel mogelijk ingericht als natuur en toegankelijk gemaakt. Door deze werkwijze kan de natuur zich al tijdens de uitvoering ontwikkelen. Na de uitvoering van het plan wordt een aaneengesloten, robuust, rijk gestructureerd en riviergebonden natuurgebied met veel biodiversiteit gerealiseerd. Ook wordt met dit ontwerp bijgedragen aan het geheel aan natuurontwikkelingsprojecten aan de Maas van Natuurmonumenten dat is samengebracht in het programma MeerMaas. Het voorkeursontwerp voldoet aan alle vooraf gestelde voorwaarden en criteria en is vergunbaar binnen de wet- en regelgeving. Daarmee kunnen aanvragen van vergunningen en het doorlopen van het MER in publiekrechtelijke sfeer worden gestart. 7.1
Mitigerende en compenserende maatregelen
De hinder op de leefomgeving wordt zoveel als mogelijk beperkt door via schepen grond af te voeren in plaats van over wegen. Daarnaast vindt de uitvoering gefaseerd plaats waarbij in korte periodes wordt gewerkt en deelgebieden zo snel mogelijk worden afgerond. Ook wordt contact met belanghebbenden onderhouden om overlast te voorkomen en eventuele klachten snel te kunnen oplossen. 7.2
Leemten in kennis
Het onderzoek naar piping heeft zo goed mogelijk de effecten van de vergraving in beeld gebracht en gekwantificeerd. Het is echter onvoldoende duidelijk welke referentiesituatie en faalcriteria het waterschap hanteert, ook omdat geen veiligheidsfilosofie beschikbaar is voor de nieuwe rekenmethode D-Geo Flow. De vergelijking van huidige en toekomstige situatie kent dus onzekerheden die met de huidige kennis en mogelijkheden van de beschikbare rekenmethoden niet weggenomen kunnen worden.
71
8
Aanzet tot evaluatie en monitoring
Het plan voor natuurontwikkeling in de uiterwaard tussen Demen en Dieden wordt in een periode van 7 tot 10 jaar uitgevoerd. Voor de aanvraag van vergunningen en de besluitvorming ten aanzien van het bestemmingsplan zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken vormen de input voor dit MER. Het plangebied zal gedurende de uitvoeringsperiode van 7-10 jaar regelmatig geïnventariseerd worden om na te gaan of nieuwvestiging van strikter beschermde soorten heeft plaatsgevonden. Deze monitoring is onderdeel van het interne protocol ‘Natuurbewust werken’ dat door K3Delta voor haar werkzaamheden is opgesteld. Uit de stappen die gezet zijn om tot dit milieueffectrapport te komen blijkt dat de onzekerheid ten aanzien van grondwateroverlast (door kwel) en het risico op piping het belangrijkste aandachtspunt zijn. Om deze onzekerheid zoveel mogelijk vooraf weg te kunnen nemen is, in samenspraak met het waterschap, uitgebreid onderzoek uitgevoerd. De onderzoeken geven een voorspelling van de mogelijke effecten. Het is aan te bevelen deze effecten gedurende de periode van realisatie te monitoren. Hierbij kan gedacht worden aan het continueren van de grondwaterstandsmetingen om eventuele grondwaterstandsverhoging en daaraan gerelateerde overlast vast te kunnen stellen en tijdig maatregelen te kunnen nemen.
Ten aanzien van het risico op piping is het van belang om bij de uitwerking van de dijkversterking de ontwikkeling van Demen-Dieden mee te nemen. In de NRD van de dijkversterking (Meanderende Maas) is dit al opgenomen (zie ook paragraaf 1.4). Tijdens de realisatiefase worden de afgeronde gebiedsdelen snel weer toegankelijk. Om de meerwaarde voor de omgeving te borgen is het aan te raden deze gedurende de uitvoering te blijven evalueren. Zeker wanneer de versterking van de dijk ook richting uitvoering gaat en omwonenden hier wellicht hinder van ondervinden. Afstemming met Meanderende Maas blijft hoe dan ook essentieel.
72
Natuurbescherming. Sinds 1905. Natuurmonumenten beschermt 355 natuurgebieden en waardevolle landschappen. Overal in Nederland. Voor iedereen. Dat doen we sinds 1905 met steun van vrienden, vrijwilligers, leden en bedrijven. Kijk op onze website wat jij voor de natuur kunt doen. www.natuurmonumenten.nl Natuurmonumenten | Postbus 9955 | 1243 ZS ‘s-Graveland | T (035) 655 99 11