Bijlage 10 mer aanmeldnotitie
Tekst van het document
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss – 2024’ 7 NOVEMBER 2023
0. Inleiding 0.1 Achtergrond De eigenaren van Obrechtstraat 1 t/m 3 - 11 t/m 23 en Palestrinastraat 10 t/m 26 in Oss, gelegen op het bedrijventerrein Euterpelaan, zijn voornemens om hun gronden te transformeren naar een gebied met zowel woningen als ruimten voor met ‘Wonen’ verenigbare andere functies (werken en voorzieningen). Concreet is het planvoornemen om de bestaande opstallen te slopen en op de vrijkomende gronden nieuwe bebouwing voor 281 woningen en 4575 m2 aan ruimte voor werken en voorzieningen te realiseren. De te realiseren woningen zijn grotendeels van het type ‘appartement’ (227). Ook is een aandeel grondgebonden woningen (37) en maisonnettes (17) voorzien. Het werken en de voorzieningen zijn divers van karakter, het is de bedoeling ruimte te bieden aan kleine en middelgrote bedrijven, commerciële-, dienstverlenende-, maatschappelijke- en gezondheidsfuncties, sport, horeca en kantoren. Verder is het de bedoeling om de vigerende hoeveelheid vierkante meters aan detailhandel in de nieuwe situatie te behouden. Een en ander inpasbaar binnen de lichte bedrijfs- c.q. milieucategorieën. Onderdeel van het planvoornemen is verder de realisatie van nieuwe openbare ruimte, waarbinnen ruimte is voor verblijven, wandelen en fietsen. Hiervoor wordt bestrating, groen en water aangelegd. Parkeren gebeurt aan de randen van het plangebied en in de te realiseren parkeerkelder.
Om het plangebied met de auto te kunnen bereiken en verlaten is een nieuwe ontsluiting aan de Palestrinastraat voorzien, de rechtstreekse ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer op de Euterpelaan verdwijnt. 0.2 Aanleiding voor m.e.r-aanmeldnotitie In de Wet milieubeheer (Wm) en het bijbehorende Besluit m.e.r. zijn activiteiten genoemd waarvoor een milieueffectrapportage dient te worden opgesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn en activiteiten waarvoor het bevoegd gezag dient te beoordelen of een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden (m.e.r.-beoordelingsplicht). De realisatie van in dit geval 281 woningen en 4575 m2 commerciële ruimte kan gezien worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Geen sprake is echter van de realisatie van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied (D11.2 Besluit milieueffectrapportage), waardoor de activiteit ruimschoots onder de drempelwaarde valt. Sinds 16 mei 2017 betekent dit dat een aanmeldnotitie moet worden aangeleverd op basis waarvan het bevoegd gezag binnen 6 weken na ontvangst een m.e.r.beoordelingsbesluit neemt. Dit document betreft een dergelijke aanmeldnotitie. In tegenstelling tot een formele m.e.r.-beoordeling, zijn er in geval van een aanmeldnotitie op basis waarvan het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit neemt geen vormvereisten van toepassing.
De motivering dient echter gebaseerd te zijn op een toets die qua inhoud aansluit bij de formele m.e.r.-beoordeling. Zo dient er aandacht te worden besteed aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage III van de Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
2
Europese richtlijn ‘2011/92/EU’. Afhankelijk van de aard, omvang en locatie van de activiteit, uit het verschil zich dan ook met name in de benodigde diepgang. Tevens hoeft het vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit niet gepubliceerd te worden. Het uiteindelijke doel van de aanmeldnotitie is om na te gaan of een activiteit, plan of besluit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Hieruit kunnen twee conclusies naar voren komen: - belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.procedure noodzakelijk; - belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er dient een m.e.r.-procedure doorlopen te worden. 0.3 Opbouw m.e.r.-aanmeldnotitie Omdat in een m.e.r.-aanmeldnotitie aandacht moet worden besteed aan de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’ is deze m.e.r.-aanmeldnotitie aan die criteria opgehangen. De criteria luiden als volgt: - kenmerk van de activiteit; - plaats van de activiteit; - kenmerken van het potentiele effect. Aan ieder criterium is in deze notitie een hoofdstuk gewijd. In het laatste hoofdstuk van deze notitie komen de conclusies aan de orde.
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
3
1. Kenmerken van het project 1.1 Algemeen In dit hoofdstuk komen naast de algemene gegevens van het project, zoals de locatie en de omvang van de voorgenomen activiteit ook andere kenmerken aan de orde, zoals duurzaamheid, woon- en leefklimaat en verkeersaantrekkende werking. 1.2 De aard en omvang van de activiteit Het planvoornemen bestaat uit de ontwikkeling van 281 woningen en 4575 m2 commerciële ruimte op de hoek van de Obrechtstraat/Palestrinastraat in Oss. Aanleiding voor het planvoornemen is de realisatie van de transformatie van een bedrijventerrein naar een woon-werkgebied. De ontwikkeling betreft inbreiding in bestaand stedelijk gebied op een plek die nu in gebruik is als binnenstedelijk bedrijventerrein. Hieronder is op de luchtfoto met kadastrale ondergrond het plangebied weergegeven.
Hieronder is de situatieschets van de toekomstige situatie van de nieuwbouw opgenomen.
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
4
Hieronder is een afbeelding opgenomen waarop de bouwvlakken incl. bouwhoogten zijn weergegeven.
De realisatie van het project (de wezenlijke activiteit) is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan. Omdat het project niet in het vigerende bestemmingsplan past dient een ruimtelijke procedure doorlopen te worden om het project mogelijk te maken. Gekozen is voor een herziening van het bestemmingsplan: bestemmingsplanprocedure. Tijdsbestek
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
5
Het is de bedoeling de realisatie te starten zodra de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen (eerste fase) is verleend. De verwachting is dat op zijn vroegst in 2025 met de sloop gestart kan worden. Van 2026 t/m 2028 zal op gefaseerde wijze van oost naar west de bouw plaatsvinden. De start van de volledige gebruiksfase wordt niet eerder dan in 2028-2029 verwacht. 1.3 Cumulatie met andere projecten In Oss is sprake van meerdere bouwprojecten, deze lopen qua realisatie echter niet gelijk op. Ze volgen elkaar op. In het Euterpepark (huidige bedrijventerrein Euterpelaan) is het de bedoeling meer te transformeren dan alleen het plangebied. Voorop loopt de herontwikkeling van de laboratoriumschool aan de Corellistraat, daarna volgt onderhavig bouwplan en verderop in de tijd zullen Dalco en andere (kleinere) plannen in het Euterpepark ontwikkeld worden. Gezien de plannen elkaar opvolgen en niet gelijktijdig oplopen is geen sprake van cumulatie met andere projecten. 1.4 Productieproces of wijze van aanleg en duurzaamheid De bouwdelen voor de nieuwbouw worden zoveel als mogelijk prefab geproduceerd. Dat betekent dat veel elementen die samen de nieuwbouw vormen in de fabriek worden gemaakt en later op locatie samen een groot deel van de nieuwbouw vormen. Slechts hetgeen dat prefab niet gemaakt kan worden wordt ter plaatse gebouwd.
Deze werkwijze zorgt ervoor dat de bouwtijd buiten zo kort mogelijk is en overlast voor de omgeving (voor zover mogelijk) wordt beperkt. De woningen voldoen minimaal aan BENG, zoals het bouwbesluit vereist. Er is daarnaast aandacht voor levensloopbestendigheid, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. 1.5 Effecten van de activiteit op het milieu, verontreiniging en hinder Het betreft hier de ontwikkeling van 281 woningen (gevoelige functie) en 4575 m2 commerciele ruimte (een milieubelastende activiteit). Verkeersaantrekkende werking Het plangebied is gelegen op de hoek Obrechtstraat/Palestrinastraat in Oss. Op deze bestaande wegen is het plangebied direct ontsloten. Er hoeven daarom geen nieuwe openbare wegen aangelegd te worden om het plangebied te kunnen ontsluiten. Wel zal sprake zijn van een verlegging van de ontsluiting. Door Megaborn is een notitie opgesteld i.v.m. de verkeersgeneratie en ontsluiting van het planvoornemen. De notitie kent de navolgende conclusie. “De nieuwe ontwikkeling zorgt naar verwachting voor ongeveer 370 minder motorvoertuigverplaatsingen per etmaal dan in de huidige situatie. Door de afsluiting van de Obrechtstraat zal de Palestinastraat drukker worden.
Deze toename van verkeer is acceptabel.” Woon- en leefklimaat Het toevoegen van 281 woningen en de ontwikkeling van 4575 m2 commerciële ruimte op onderhavige locatie belemmert het woon- en leefklimaat van omliggende gevoelige functies niet. In de huidige situatie is sprake van circa 10.000 m2 commerciële ruimte van vergelijkbare aard als in de nieuwe situatie. Door de omschakeling naar een meer gevoelige activiteit wordt het milieu niet extra belast. Omliggend is vooral bedrijvigheid. Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
6
Van belang is dat deze niet in hun bedrijfsvoering worden geschaad. Hiervoor worden in het plangebied maatregelen getroffen. Dit geldt ook voor de bedrijvigheid in het plangebied in relatie tot de nieuwe gevoelige functies in het plangebied. Materiaalgebruik Voor het realiseren van de nieuwbouw worden duurzame materialen gebruikt die een lange levensduur hebben en niet vervuilend zijn voor de omgeving. Dit geldt ook voor de inrichting van de openbare ruimte en het verdere omliggende gebied. 1.6 Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën Slechts wordt gebruik gemaakt van installaties en materialen die in een gevoelige voor wonen bestemde omgeving zijn bedoeld. Gebruik wordt gemaakt van veilige installaties en materialen die volgens de daarvoor geldende regels worden aangelegd dan wel geïnstalleerd. Er worden geen inrichtingen/ bronnen die gevaarcontouren of iets dergelijks veroorzaken gerealiseerd. Geen sprake is van inrichtingen/ bronnen in de omgeving die het woon- en leefklimaat ter plaatse van de ontwikkeling belemmert. Onderdeel van de ontwikkeling is de realisatie van open water (wadi’s die hemelwater bufferen), bij de dimensionering ervan wordt rekening gehouden met de regels rondom veiligheid (voorkomen verdrinkingsgevaar) die hiervoor gelden. Het water wordt dus niet dieper dan 0,5 meter.
Het risico op ongevallen ter plaatse van de ontwikkelingslocatie is nihil.
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
7
2. Plaats van het project 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk komt de ligging van het projectgebied ten opzichte van gevoelige gebieden in de omgeving, zoals een ecologische verbindingszone, aan de orde. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - het bestaande en toekomstige grondgebruik; - de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; - het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de verschillende typen gebieden, zoals: o gebieden uit het Natuurnetwerk Nederland en Natuurnetwerk Brabant; o gebieden waarin vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; o gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 2.2 Het bestaande en toekomstige grondgebruik De ontwikkeling is gelegen in de bebouwde kom, in ruimtelijke ordeningstermen: ‘stedelijk gebied’. Het programma verandert met deze planontwikkeling van een voor bedrijvigheid in brede zin (naast bedrijven in categorie 1&2 ook maatschappelijke- en sportfuncties) bestemd geheel naar een woon-werkgebied in de vorm van 281 woningen en 4575 m2 commerciële ruimte.
2.3 Natuurwaarden in het projectgebied en de effecten daarop Om de natuurwaarden in het projectgebied in beeld te brengen is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De ecoloog die de quickscan heeft uitgevoerd heeft de ontwikkelingslocatie bekeken en beoordeeld op de (potentiële) aanwezigheid van (beschermde) soorten. De quickscan kent de navolgende conclusies en advies: “In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: -
Kans op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen bebouwing (spouw en betimmeringen);
-
Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd).
Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Echter, is het noodzakelijk nader onderzoek naar vleermuizen uit te voeren om actueel gebruik van de bebouwing vast te kunnen stellen voorafgaand aan de sloop. Indien vleermuizen worden Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
8
aangetroffen kunnen op basis van deze resultaten gepaste maatregelen worden getroffen. Met de juiste maatregelen worden effecten voorkomen en is er geen ontheffing benodigd.” Nader onderzoek en preventieve maatregelen Vleermuizen Voorafgaand aan de ingrepen is nader onderzoek benodigd naar vleermuizen. Het onderzoek dient volgens het huidige protocol (versie 2021) te bestaan uit diverse bezoeken in de periode medio mei tot medio september. Het onderzoek dient gericht te zijn op de volgende functies: kraamverblijf, zomerverblijf, paarverblijf en (massa)winterverblijf. Vogels algemeen Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in de nabijheid van de werkzaamheden aanwezig zijn, wordt aanbevolen werkzaamheden als sloop en de werkzaamheden met zwaar materieel nabij beplantingen uit te voeren buiten het broedseizoen (ná half juli en vóór half maart). Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan.” In verband met de potentiële aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen in het plangebied is door de ecoloog een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd.
Het onderzoek kent de navolgende conclusies en advies: “Conclusie Het plangebied heeft op drie locaties functie als zomerverblijf voor 1 tot circa 5 gewone dwerg-vleermuizen. Tevens is een vermoedelijk paarverblijf aanwezig in hetzelfde gebouwdeel waar een zomerverblijf is aangetroffen. Met name bij mildere winters kan een dergelijke verblijfplaats ook worden gebruikt om te overwinteren. Door de sloop worden de verblijfplaatsen tijdelijk weggenomen. Doordat binnen het territorium voldoende alternatieven (geschikte woningen en overige bebouwing) overblijven en een overmaat aan tijdelijke vleermuiskasten zal worden aangeboden, worden geen effecten verwacht met de juiste uitvoer. De aangetroffen verblijfplaatsen genieten krachtens de Wet natuurbescherming strikte en jaarronde bescherming. Ten behoeve van de ingrepen dient een mitigatieplan te worden opgesteld met een gerichte aanpak om effecten te voorkomen. In de nieuwbouw dienen nieuwe permanente voorzieningen te worden getroffen in de vorm van inbouw vleermuiskasten. Met een juiste aanpak worden effecten voorkomen en is geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming doordat sprake is van behoud van functionaliteit.
Advies Gewone dwergvleermuis Geadviseerd wordt voorafgaand aan de ingrepen een mitigatieplan op te stellen met in detail de te nemen beschermende maatregelen voorafgaand en tijdens de sloop en op basis daarvan een ontheffing Wet natuurbescherming bij de provincie Noord-Brabant aan te vragen. De ontheffing is nodig voordat met de sloop kan worden aangevangen. De Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
9
volgende maatregelen en voorziening- en dienen in het mitigatieplan te worden uitgewerkt, waarbij het kennisdocument gewone dwergvleermuis van BIJ12 richting kan geven en deels maatwerk benodigd is: -
Het aanbieden van tijdelijke voorzieningen ter overbrugging van de sloop en realisatie in de vorm van zes clusters van 4 kleine vleermuiskasten plat model. De kasten worden op zo kort mogelijke afstand in de omgeving aangeboden en zijn minimaal 1 x tegelijkertijd aanwezig als verblijfplaatsen in functie zijn.
-
Uitvoer vleermuisvriendelijke sloop, door de bebouwing voorafgaand aan de feitelijke sloop op een diervriendelijke wijze vrij te maken van vleermuizen.
-
Planning af te stemmen op de kwetsbare periode van vleermuizen (bijvoorbeeld vleermuisvrij maken buiten de winterrust en de voortplantingsperiode: tussen 1 april en 1 augustus of tussen 1 oktober en 15 november).
-
Treffen van nieuwe permanente voorzieningen in de nieuwbouw in de vorm van inbouw vleermuiskasten, minimaal 24 stuks geclusterd;
-
Uitvoer van de beoogde groene inrichting van het plan en het gebruik van vleermuisvriendelijke armaturen als buitenverlichting wordt toegepast.
Slimme fasering Het plangebied heeft een relatief groot oppervlak, waarbij het aannemelijk lijkt dat de feitelijke realisatie gefaseerd zal worden uitgevoerd. Men kan overwegen éérst delen aan bod te laten komen waar geen vleermuizen zijn aangetroffen en hier alvast voorzieningen te treffen. In het meest gunstige geval zullen vleermuizen de nieuwbouw spontaan betrekken.” Rondom het plangebied zijn in 2023 - voor de voortplantingsperiode voor vleermuizen tijdelijke vleermuiskasten geplaatst. Gezien het niet de bedoeling is te slopen voordat het nieuwe bestemmingsplan onherroepelijk is, hangen de kasten in ieder geval een geruime periode waardoor naast het reeds aanwezige alternatieve aanbod ruim extra aanbod voor de vleermuis is gecreëerd. De fasering van het planvoornemen verloopt daarnaast van noordoost naar zuidwest. De verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich hoofdzakelijk in het zuidwesten van het planvoornemen (voormalig schoolgebouw). Door in de nieuwbouw de voorgestelde voorzieningen voor vleermuizen te treffen ontstaan daarnaast – alvorens het voormalige schoolgebouw wordt gesloopt - ook nieuwe permanente verblijfplaatsen. Verder wordt in het plangebied meer groen gerealiseerd dan nu het geval is (o.a. twee pocketparks), wat positief is voor de vleermuis en andere al dan niet beschermde soorten.
In verband met de daadwerkelijke sloop en realisatie van het planvoornemen zal een mitigatieplan moeten worden opgesteld. Omdat voor de sloop van de bebouwing in het plangebied een vergunning nodig is en in dat kader getoetst wordt aan de Wet natuurbescherming is via die weg geborgd dat een mitigatieplan wordt opgesteld, ernaar wordt gehandeld en er geen sprake zal zijn van overtredingen met de Wet natuurbescherming. Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
10
Natuur vormt – mits een mitigatieplan i.v.m. vleermuizen wordt opgesteld, door het bevoegd gezag akkoord bevonden en door de initiatiefnemer nageleefd - geen belemmering voor het planvoornemen. 2.4 Natuurwaarden in de omgeving van het projectgebied en de effecten daarop 2.4.1 Natura 2000-gebieden Voor het planvoornemen is i.v.m. stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden voor zowel de gebruiks- als aanlegfase een Voortoets gedaan. Uit de Voortoets blijkt dat het planvoornemen geen significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Voor de overige 19 verstoringsfactoren, die naast stikstofdepositie een mogelijk effect op Natura 2000 gebieden kunnen veroorzaken, zijn significante negatieve effecten op voorhand uit te sluiten. Dit in verband met de aard, omvang en effectbereik van het voornemen én vanwege de afstand ten opzichte van Natura 2000-gebied. Het planvoornemen leidt niet tot effecten op nabijgelegen Natura-2000 gebieden. Voor wat betreft het aspect gebiedsbescherming is geen sprake van strijdigheid met de Wet natuurbescherming. 2.4.2 Overige natuurgebieden In of in de nabijheid van het plangebied is geen sprake van Natuur Netwerk Brabant. Geen sprake is dan ook van directe aantasting of externe werking van de ontwikkeling op het Natuur Netwerk Brabant.
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
11
3. Kenmerken van de potentiële effecten 3.1 Algemeen Bij de kenmerken van het project moeten in het bijzonder het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) in overweging worden genomen. Er is sprake van verschillende vormen van effecten voor de omgeving. In de volgende paragrafen komen de betreffende effecten per onderwerp aan bod. Daarnaast wordt er aandacht geschonken aan externe effecten op het projectgebied zelf. Er dient namelijk sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat binnen het projectgebied. 3.2 Geluid De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd indien een nieuw geluidsgevoelig object mogelijk wordt gemaakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien een project een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Toetsing Het planvoornemen bevat op basis van de Wet geluidhinder 281 nieuwe geluidsgevoelige objecten. Ook maken milieubelastende functies onderdeel uit van het planvoornemen. In onderhavige situatie zijn de aspecten industrielawaai, wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai relevant. Het planvoornemen ligt namelijk in de geluidzones van bedrijven, wegen en het spoor.
Op het aspect industrielawaai wordt inhoudelijk ingegaan in paragraaf 3.6 van deze m.e.r.-aanmeldnotitie, waarin het bevoegd gezag wordt verzocht om het verlenen van een ontheffing hogere grenswaarde voor het aspect industrielawaai (58 dB(A)). Verderop in deze paragraaf wordt hierop – bezien vanuit het onderdeel cumulatie – verder ingegaan. Omdat het planvoornemen is gelegen in geluidzones van wegen en het spoor is door Nipa Milieutechniek een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar weg- en railverkeerslawaai. Het onderzoek kent v.w.b. de aspecten weg- en railverkeerslawaai de navolgende resultaten en conclusies. Wegverkeerslawaai Uit de berekeningen blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai van de Doctor Saal van Zwanenbergsingel, de Euterpelaan en de Palestrinastraat wordt overschreden. Het gaat om een overschrijding van maximaal 9 dB. De maximale ontheffingwaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Doctor Saal van Zwanenbergsingel Uit de tabellen blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai als gevolg van de Doctor Saal van Zwanenbergsingel ten hoogste 7 dB overschreden. Een aanvraag om een ‘hogere waarde’ van ten hoogste 55 dB is noodzakelijk. De gevels
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
12
waarvoor een hogere waarde aan de orde is zijn met een rode lijn weergegeven op onderstaande afbeelding.
Euterpelaan De voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai van het wegverkeer op de Euterpelaan wordt ten hoogste 7 dB overschreden. Een aanvraag om een ‘hogere waarde’ van ten hoogste 55 dB is noodzakelijk. De gevels waarvoor een hogere waarde aan de orde is zijn met een rode lijn weergegeven op onderstaande afbeelding.
Palestrinastraat De voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai van het verkeer op de Palestrinastraat wordt ten hoogste 7 dB overschreden. Een aanvraag om een ‘hogere waarde’ van ten hoogste 55 dB is noodzakelijk. De gevels waarvoor een hogere waarde aan de orde is zijn met een rode lijn weergegeven op onderstaande afbeelding.
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
13
Rossinistraat De geluidbelasting van het wegverkeer op de Rossinistraat voldoet met 46 dB aan de voorkeursgrenswaarde. Een hogere waarde is hier niet aan de orde. Railverkeerslawaai Uit de tabel blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 55 dB voor railverkeerslawaai ten hoogste met 7 dB wordt overschreden. Aan de maximale ontheffingswaarde wordt voldaan. Een aanvraag om een ‘hogere waarde’ van ten hoogste 62 dB is noodzakelijk. Op onderstaande afbeelding zijn de gevels met de rode lijn gemarkeerd waarvoor ten gevolge van railverkeerslawaai een hogere waarde moet worden vastgesteld.
Gecumuleerde geluidbelasting weg- en railverkeer De gecumuleerde geluidbelasting is ten hoogste 63 dB. Het wegverkeer is maatgevend voor de geluidsbelasting. De mogelijkheden om de berekende gevelbelasting naar de voorkeurgrenswaarde van 48 dB terug te brengen zijn onderzocht. Hierbij is gebleken dat: -
verlaging van de verkeersintensiteit op de weg niet aan de orde is; de betrokken wegen niet zijn voorzien van geluidarm asfalt, dit is een optie bij eventueel toekomstig groot onderhoud; de situering van de bouwlocatie vastligt; het toepassen van of het verhogen van al aanwezige schermen of wallen in het gebied tussen de ontvanger en de bron uit stedenbouwkundig oogpunt niet acceptabel is.
Gesteld kan worden dat er conform de Wgh geen onacceptabele samenloop van geluid is. Door het binnenniveau in de appartementen op basis van de gecumuleerde geluidbelasting door wegen en railverkeerslawaai te borgen op 33 dB is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conform het gemeentelijk beleid dient een nieuw te bouwen woning, wanneer de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, over een geluidluwe gevel(deel) en buitenruimte te beschikken. Omdat de exacte indeling van de beoogde Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
14
appartementen nog niet bekend is zal dit onderdeel nader uitgewerkt en bij de aanvraag omgevingsvergunning activiteit ‘bouwen’ getoetst moeten worden. Industrielawaai Voor dit onderdeel wordt verwezen naar paragraaf 3.6 van deze m.e.r.-aanmeldnotitie. Gecumuleerde geluidbelasting weg-, rail en industrielawaai De gecumuleerde geluidbelasting LCUM ten gevolge van wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai bedraagt (omgerekend naar wegverkeerslawaai) ten hoogste 63 dB, excl. aftrek art. 110g Wgh ter plaatse van de dichtst bij het spoor gelegen appartementen (blok 3). Woon- en leefklimaat Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat het woon- en leefklimaat van de nieuwe woonbestemmingen in het planvoornemen ten gevolge het gecumuleerde weg-, rail- en industrielawaai zonder aanvullende (gevel) maatregelen niet voldoende is gewaarborgd. In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning activiteit ‘bouwen’ is een nadere toetsing van de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevels die belast zijn met een hogere geluidswaarde dan de voorkeursgrenswaarde aan de orde. Ontheffing hogere waarde De voorkeursgrenswaarden voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai worden overschreden.
Gezien de berekende wettelijke geluidbelastingen van ten hoogste 55 dB als gevolg van het wegverkeer op de Saal van Swanenbergsingel, van 55 dB van de Euterpelaan en 55 dB van de Palestrinastraat, ten hoogste 62 dB van het railverkeerslawaai ter plaatse van de onderzoeklocatie en ten hoogste 58dB(A) voor industrielawaai kunnen ontheffingen voor hogere waarde worden verleend. Conclusie Om het planvoornemen mogelijk te kunnen is het verlenen van een ontheffing hogere grenswaarde in verband met wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai nodig. Hiervoor moet een procedure doorlopen worden. Aanvullend geldt daarbij dat voor de woningen waarvoor een hogere grenswaarde wordt verleend voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning activiteit ‘Bouwen’ een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevels moet worden uitgevoerd. Hieruit moet blijken dat de karakteristieke geluidwering van de gevel zorgt voor een aanvaardbaar binnengeluidsniveau. Dit alles moet geborgd worden, bijv. via een voorwaardelijke verplichting in de regels van het nieuwe bestemmingsplan. Op basis van voorgaande kan het woon- en leefklimaat in het plangebied worden gewaarborgd. 3.3 Bodem Vastgelegd is dat in ruimtelijke plannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is.
Hierbij zijn enkele vragen relevant: • is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; • zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
15
•
wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers.
Toetsing Door Van Oort Bodemonderzoek is voor het planvoornemen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De samenvatting en advies van dit onderzoek zijn als volgt: “Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er milieutechnische bezwaren zijn tegen een woonbestemming en toekomstige nieuwbouw. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 en NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses (AS3000) zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV uit Rotterdam. Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen, bijmengingen of andere bijzonderheden waargenomen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de boven- en ondergrond niet verontreinigd zijn (<Aw). Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met cadmium (>Sw). De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.
Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit naar ons inziens geen belemmering te vormen voor een woonbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning.” De gemeente Oss heeft ingestemd met het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek en heeft geconcludeerd dat de bodem op de onderzochte plekken geschikt is voor de beoogde functies. Gezien ter plaatse van de bebouwde delen van het plangebied geen bodemonderzoek is uitgevoerd, moet dit nadat de sloop heeft plaatsgehad aanvullend nog gedaan worden. Dit onderzoek moet bij de aanvraag omgevingsvergunning i.v.m. de activiteit ‘Bouwen’ onderdeel uitmaken van de stukken die gepaard gaan met de aanvraag. Bodem vormt – mits na sloop een aanvullend verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd en hieruit blijkt dat de bodem geschikt is voor de beoogde functies - geen belemmering voor het planvoornemen. Ontplofbare Oorlogsresten WOII Het plangebied is geheel onverdacht van ontplofbare oorlogsresten uit WOII op basis van de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten en het daaraan gekoppelde vooronderzoek van AVG uit 2016. De afbeelding hieronder – een uitsnede van de kaart behorende bij dit onderzoek ter hoogte van het plangebied - maakt dit inzichtelijk. Dit wil zeggen dat de kans dat tijdens grondwerkzaamheden binnen het plangebied explosieven of munitie wordt gevonden zeer klein is.
Het is niet nodig om hier onderzoek naar te doen.
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
16
Ontplofbare oorlogsresten vormen geen belemmering voor het planvoornemen. 3.4 Luchtkwaliteit Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In het besluit NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Voor woningen wordt hierbij een ondergrens van 1500 woningen aangehouden voor locaties waarbij sprake is van één ontsluitingsweg.
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
17
Verder is het relevant dat ter plaatse sprake is van een voor het planvoornemen aanvaardbare luchtkwaliteit. Toetsing Grenswaarden luchtkwaliteit Voor de meest voorkomende stoffen zijn de luchtkwaliteitsnormen als volgt:
In de tabel hieronder zijn de waarden weergegeven van NO2, PM10 en PM2,5 van het dichtstbijzijnde meetpunt (zie meetpunt (rood omcirkeld) op de afbeelding eronder). Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit in het plangebied aanvaardbaar is. De totale concentratie is als volgt: Stof
Waarde ter plaatse
NO2
17,5154 ug/m3
PM10
17,9305 ug/m3
PM2,5
10,5767 ug/m3
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
18
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Aangezien het hier een ruimtelijke ontwikkeling betreft die kleiner is dan hetgeen genoemd staat in de Regeling NIBM en het planvoornemen aan verkeersaantrekkende werking afneemt t.o.v. de vigerende situatie (-370 mvt/etmaal), kan geconcludeerd worden dat de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project NIBM is. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen, kantoren en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
19
bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Het planvoornemen betreft niet het mogelijk maken van een gevoelige bestemming zoals in het kader ‘luchtkwaliteit’ is bedoeld. Het besluit gevoelige bestemmingen is in onderhavige situatie niet aan de orde. Bedrijven Binnen de directe nabijheid van de locatie liggen geen veehouderijen of zijn andere bedrijven gevestigd die van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Conclusie Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het planvoornemen draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 3.5 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: -
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risico-ontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
20
Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Toetsing Door Antea Group is een onderzoek naar externe veiligheid in verband met het planvoornemen uitgevoerd. Het onderzoek kent de navolgende conclusie. “Het plangebied zal ruimte bieden voor 4575 m2 commerciële en maatschappelijke functies en 281 woningen (combinatie van grondgebonden, maisonnette en appartementen). De bestaande bebouwing zal worden geamoveerd.
In het kader van de ruimtelijke procedure dient onder andere het aspect externe veiligheid te worden beschouwd. In de omgeving van het plangebied bevinden zicht de risicobronnen: -
Spoorlijn Den Bosch- Nijmegen; LPG-tankstation de Ruwaard; A59.
Risicobeschouwing Spoorlijn Den Bosch- Nijmegen -
-
De spoorlijn heeft een 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontour van 0 meter. Het plangebied ligt op circa150 meter afstand van de spoorlijn. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden ten aanzien van het plaatsgebonden risico; De spoorlijn heeft geen plasbrandaandachtsgebied (PAG). Er gelden daarmee geen aanvullende eisenconform het Bouwbesluit; Het groepsrisico van de spoorlijn bevindt zich onder de oriëntatiewaarde en neemt nihil toe te gevolgevan de ontwikkeling. Verantwoording van het groepsrisico is conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transport-routes van toepassing.
LPG-tank station de Ruwaard -
LPG-tankstation de Ruwaard heeft een wettelijk vastgesteld invloedsgebied van 150 meter. De afstandvan de risicobron tot het plangebied bedraagt 280 meter. Het valt daarmee buiten het invloedsgebiedvan het LPG-tankstation.
A59 Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
21
-
De A59 heeft een invloedsgebied van 880 meter (stofcategorie: LT2). De afstand van de risicobron tothet plangebied bedraagt 2200 meter. Het valt daarmee buiten het invloedsgebied van de A59.
Verantwoording groepsrisico Verantwoording van het groepsrisico is voor de spoorlijn Den Bosch-Nijmegen verplicht. In deze rapportage is een aanzet gedaan voor de verantwoording van het groepsrisico. Het bevoegd gezag, de gemeenteraad van Oss, kan deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van de ruimtelijke procedure. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico stelt gemeente Oss in het kader van de ruimtelijke procedure de veiligheidsregio Brabant-noord in gelegenheid advies uit te brengen.” Advies Veiligheidsregio De Veiligheidsregio is gevraagd om op onderhavig plan te reageren. Dit hebben zijn op 13 september 2023 gedaan. De reactie van de Veiligheidsregio is hieronder (integraal) overgenomen. “Door adviesbureau Antea is een onderzoek extern veiligheid uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat met een beperkte groepsrisicoverantwoording kan worden volstaan. De paragraaf externe veiligheid in het bestemmingsplan en het onderzoek geven ons geen aanleiding tot het maken van op-of aanmerkingen. Dit advies vervolgt met een korte beschrijving van de scenario’s met daarbij het slachtoffer- en schadebeeld, een beoordeling t.a.v. de mate van zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid en sluit af met een advies.
> Scenario’s De relevante scenario’s i.r.t het plangebied zijn een BLEVE en toxische wolk BLEVE Een BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tank doet oplopen of door een hoge mechanische impact de tankwand verzwakt en bezwijkt. Brandbaar gas komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Het slachtoffer-en schadebeeld is afhankelijk van de afstand tussen incidentlocatie en het plangebied. Het slachtoffer- en schade beeld wordt zichtbaar gemaakt in de tabel in de bijlage. Uit tabel 1 en 2 blijkt dat de kans op letaal- of ernstig letsel beperkt is Toxische wolk Een toxische wolk wordt veroorzaakt door een mechanische impact op de tank als gevolg van bijv. een ontsporing Hierdoor ontstaat een gat in de tank. waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stofvrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Uit tabel 3 blijkt dat de kans op letaal-of ernstig letsel beperkt is.
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
22
In algemeenheid geldt dat de kans op het plaatsvinden van dit type incidenten als gevolg van veiligheidsmaatregelen rondom het vervoer bijzonder klein is. > Beoordeling zelfredzaamheid Het plangebied ligt ingeklemd tussen de Euterpelaan en de spoorlijn. Dit betekent dat men afhankelijk vanaf de locatie waar een BLEVE in een andere richting moet vluchten. Uit de afbeelding op pagina 25 van het plan blijkt dat er voldoende mogelijkheden zijn om het plangebied is verschillende richtingen te ontvluchten. Het plangebied ligt binnen het bereik van een WAS sirene. Alarmering en instructies kunnen ook via NL Alert en andere social media worden gegeven. Voor het scenario toxisch is schuilen het beste handelingsperspectief. Nieuwe gebouwen bieden als gevolg van energieprestatie een prima bescherming tegen het binnen dringen van toxisch stoffen. Het is wel van belang dat ventilatieopeningen afgesloten kunnen worden. Gezien de aard en de activiteiten van de bestemming mag aangenomen worden dat de mate van zelfredzaamheid van de personen van het plangebied voldoende is. > Beoordeling bestrijdbaarheid Om effectief en efficiënt hulp te kunnen bieden zijn de opkomsttijd, de aanwezigheid van bluswater en de bereikbaarheid van belang. De opkomsttijd van de brandweer bedraagt ca. 6 minuten. Het plangebied kan via twee onafhankelijke routes bereikt worden.
Indien met de inrichting van het plangebied rekening wordt gehouden met de richtlijnen beschreven in de Handreiking bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen is er ook sprake van voldoende bereikbaarheid voor de hulpdiensten binnen het plangebied. Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. Tankwagens die LPG aanleveren zijn voorzien van een isolerende bekleding. Dit betekent dat afhankelijk van de vulgraad van de tank een explosie na 75 minuten kan plaats vinden. De brandweer zal om deze reden een redelijke tijd hebben om de tank te kunnen koelen en het gebied te ontruimen. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als goed beoordeeld. Spoorketelwagons zijn niet voorzien van een isolerende bekleding. Een BLEVE als gevolg van een mechanische impact op de tankwand is niet te bestrijden. Een BLEVE als gevolg van een hoge hittestraling kan na 15 minuten plaats vinden. Het is niet mogelijk om binnen dit tijdsbestek een effectieve koeling te starten. Om deze reden zullen de hulpdiensten defensief optreden. De bestrijdbaarheid voor dit scenario wordt als slecht beoordeeld.
> Advies Uit de beoordelingen volgt dat het beste ingezet kan worden op het optimaliseren van de zelfredzaamheid in het plangebied. Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
23
-
-
-
-
-
De individuele woningen worden waarschijnlijkheid van een eigen ventilatie unit worden voorzien. De bewoners moet bekend zijn op welke manier hun unit uit schakelen is. In het technisch ontwerp van de ventilatie units moet rekening worden gehouden dat dit op een simpele eenvoudige manier mogelijk is bijvoorbeeld d.m.v. een schakelaar of het verwijderen van een stekker. Er is sprake van twee verschillende handelingsperspectieven, vluchten v.s. binnen blijven én er is sprake van twee verschillende vluchtroutes Het is van belang om de aanwezige personen te wijzen op de verschillende handelingsperspectieven en voorkeurs vluchtroute bij een dreigende BLEVE en bij een toxische wolk. Informeer de toekomstige bewoners actief over de risico’s en het handelingsperspectief. Dit kan bijv. door het aanbieden van een informatiebrief / meterkastkaart door de ontwikkelende partij aan (potentiële) kopers / huurders. Deze informatie kan worden meegewogen in het besluit om zich hier te vestigen. De bewoners zijn zich bewuster van het risico en weten beter hoe te reageren op een dreiging. Dit heeft een positief effect op het veiligheidsbewustzijn en de mate van zelfredzaamheid. Belangrijke veiligheidswinst kan bereikt worden door het saneren van het LPG tankstation. Hiermee vervallen de risicocontouren liggend aan de route waarover LPG wordt aangevoerd.
Dit betekent dat bij de toekomstige ontwikkeling aan deze route van delen geen rekening meer hoeft te worden gehouden met externe veiligheidsrisico's in relatie met het vervoer en de verlading van LPG over de weg. Ook de veiligheidssituatie voor de woningen en andere objecten liggend aan deze wegen verbetert hierdoor. Houdt bij de inrichting van het plangebied rekening met de richtlijnen beschreven in de Handreiking bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen. Omdat er sprake is van hoogbouw dient in de gebiedsinrichting ook rekening worden gehouden met opstelmogelijkheden voor dit type hulpverlenings-voertuigen. Uit het plan blijkt dat onderwerpen zoals klimaatadaptie, duurzaamheid belangrijke thema's zijn bij de transformatie van het gebied. Onder de woongebouwen zal een parkeergarage voor 245 auto’s gesitueerd worden. Aangenomen kan worden dat dit op termijn grotendeels auto’s aangedreven door alternatieve energiebronnen zijn. Wij adviseren graag over de (nieuwe) risico’s en maatregelen die meegenomen kunnen worden in het ontwerp van het plan.”
Conclusie Door Antea Group is een onderzoek naar Externe Veiligheid uitgevoerd. Hieruit blijken geen belemmeringen voor het planvoornemen. Ook de Veiligheidsregio heeft positief geadviseerd. Externe veiligheid vormt – mits het advies van de Veiligheidsregio in acht wordt genomen - geen belemmering voor het planvoornemen. 3.6 Bedrijven- en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woonen leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uitvoeren. Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
24
Toetsing Het plangebied is gelegen op het bedrijventerrein Euterpelaan, een terrein met een oppervlakte van circa 18 hectare. Het bedrijventerrein kenmerkt zich door een menging van functies. Binnen dit gemêleerde karakter is plaats voor zowel lichte als zwaardere bedrijvigheid, woon-werkpercelen en sociaalmaatschappelijke functies. Qua karakteristiek en uitstraling zijn drie gebiedsdelen te onderscheiden. Langs de oost-, zuiden westkant van het bedrijventerrein bevinden zich de meer representatieve functies uit verhoudingsgewijs lagere milieucategorieën, zoals kantoren, (perifere) detailhandel en functies op het gebied van cultuur en ontspanning. Op het binnenterrein liggen vooral bedrijven uit de verhoudingsgewijs hogere milieucategorieën. Een overzicht van hindercontouren (o.b.v. een gemengd gebied) van de bestaande toegelaten functies binnen het bedrijventerrein Euterpelaan is weergegeven op de afbeelding hieronder.
Richtafstanden vormen in eerste instantie indicaties voor de aan te houden afstand tussen milieugevoelige bestemmingen en milieubelastende (bedrijfs)activiteiten. Aan de hand van aanvullend (concreet) maatwerk kan nader inzicht worden verkregen in de feitelijke en uiteindelijk maatgevende situatie. Op voorhand en in algemene zin gaat het daarbij om de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. In het plangebied worden zowel gevoelige als milieubelastende functies toegelaten. De milieubelastende functies zijn van dien aard dat ze nabij gevoelige functies kunnen worden uitgeoefend. Deze functies vormen met die reden geen belemmering voor de in het plangebied te realiseren gevoelige functies (woningen) dan wel eventuele gevoelige functies rondom het plangebied. Geluid De nieuwe gevoelige functies worden geprojecteerd binnen in acht te nemen richtafstanden van milieubelastende functies rondom het plangebied, waarvoor het geluidsaspect maatgevend is. Daarnaast zijn in het plangebied naast gevoelige functies ook milieubelastende functies voorzien die geluid produceren. Door Nipa Milieutechniek is onderzoek uitgevoerd naar industrielawaai waarin de nieuwe gevoelige functies in het plangebied zijn betrokken, alsook de nieuwe milieubelastende functies in het plangebied en de milieubelastende functies in de omgeving. Het onderzoek bevat ook de onderdelen
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
25
rail- en wegverkeerslawaai. Voor wat betreft het aspect industrielawaai kent het onderzoek de navolgende conclusie. “Uit de berekening volgt dat niet in alle rekenpunten wordt voldaan aan de toetsingswaarde (voorkeursgrenswaarde) voor de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van 50 dB(A) voor industrielawaai overeenkomstig hoofdstuk 2. De hoogste geluidbelasting van industrielawaai is 58 dB(A). Bij een geluidbelasting hoger dan 55 dB(A) moet in stap 3 van (conform bedrijven en milieuzonering) worden gemotiveerd waarom de geluidbelasting toelaatbaar is waarbij maatregelen en cumulatie van geluid aan de orde moet komen.” De Geluidnota Oss maakt het mogelijk om ten aanzien van industrielawaai een maximale ontheffingswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Lar, LT van 55 dB(A) toe te staan/ te vergunnen. Het gaat dan om een maximale ontheffingswaarde voor een woning in een woonwijk met hoge geluidsdruk. De Geluidnota voorziet in beginsel echter niet in de ontwikkeling van woningen op bedrijventerrein Euterpelaan. Met inachtname van de gebiedsvisie Euterpepark en in het kader van onderhavige planvorming heeft de gemeente Oss op ambtelijk niveau echter aangegeven uit te gaan van algemene uitgangspunten voor het verlenen van hogere grenswaarden uit haar beleid.
Vanuit het vertrekpunt dat bestaande bedrijvigheid op bedrijventerrein Euterpelaan maatgevend is voor het aspect industrielawaai vormen de uitgangspunten op basis waarvan deze bedrijven zijn gevestigd de basis voor het akoestisch toetsingskader in het plangebied. Op basis hiervan wordt de woonomgeving van de bedrijvigheid getypeerd als ‘Burgerwoningen op een niet-gezoneerd industrieterrein’, waarvoor de geluidwaarde ‘streven naar 55 dB(A) doch maximaal 65 dB(A)’ geldt. Voor de gevels van de woningen aan de noordzijde van het plangebied wordt de maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau niet overschreden. Voor enkele andere gevels in het plangebied wel tot een maximale waarde van 58dB(A). De geluidsbelasting overschrijdt dan wel de maximale ontheffingwaarde, maar dit is van tijdelijke duur omdat toegewerkt wordt naar een volledige transformatie van het bedrijventerrein tot een aantrekkelijk woonwerkgebied. En, er kan een aanvaardbaar binnengeluidsniveau worden gecreëerd van 33 dB(A). Een gevel van een woning/appartement heeft bij de toepassing van een ventilatiesysteem met natuurlijke toevoer en mechanische afvoer in de basis een minimale geluidwering van 20 dB(A). Door toepassen een gebalanceerd ventilatiesysteem wordt in de regel al een geluidwering van de gevel van 25 dB(A) bereikt.
Op basis van deze motivatie ligt een hogere geluidgrenswaarde voor het aspect industrielawaai in de rede. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd en bedrijvigheid wordt niet in haar bedrijfsvoering belemmerd. Omdat in de motivering voor het verlenen van een hogere geluidgrenswaarde niet alleen het aspect ‘maatregelen’, maar ook het aspect cumulatie betrokken moet worden en de aspecten weg- en railverkeerslawaai in onderhavige situatie ook relevant zijn wordt voor de integrale eindconclusie en motivatie verwezen naar paragraaf 3.2 van deze m.e.r.aanmeldnotitie.
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
26
Geurhinder Het aspect geurhinder is ter hoogte van het gedeelte van bedrijventerrein Euterpepark waar het planvoornemen is gelegen niet aan de orde en vormt met die reden geen belemmering voor het planvoornemen. Voor de motivatie hiervan wordt verwezen naar paragraaf 3.9 van deze m.e.r.-aanmeldnotitie. Gevaar Het aspect gevaar afkomstig van inrichtingen is in onderhavige situatie alleen vanuit het tankstation met LPG aan de Euterpelaan 33 mogelijk aan de orde. Uit onderzoek dat in verband met het aspect externe veiligheid voor onderhavige planvoornemen is uitgevoerd blijkt dat deze inrichting geen belemmering voor het planvoornemen vormt. Een en ander is nader uiteengezet in paragraaf 3.5 van deze m.e.r.-aanmeldnotitie. Voor de motivatie van dit aspect wordt met die reden verwezen naar die paragraaf. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt op basis van voorgaande en hetgeen in paragrafen 3.2, 3.9 en 3.5 van deze m.e.r.-aanmeldnotitie geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. 3.7 Water Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. De gemeente dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen.
Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Aa en Maas, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer van regionale wateren. Beleidskader De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in december 2022 een Water- en Rioleringsprogramma vastgesteld (WRP 2023-2029). Het programma biedt een kader voor de gemeentelijke watertaken en regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater, doelmatige verwerking van afvloeiend (overtollig) hemelwater en overtollig grondwater. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. In bebouwd gebied vraagt de zorg voor oppervlaktewater extra aandacht.
De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ‘Obrechtstraat/Palestrinastraat Oss- 2024’ Pittiger in planologie
27
Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd.