Bijlage 1 Raad PDMS-#4995860-v1-Nota van zienswijzen.
Tekst van het document
Wij passen de toelichting als volgt aan: Paragraaf 6.2, toelichting op de regels, zal worden aangevuld met een toelichting op de toegevoegde aanduiding “vrijwaringszone”. Naar aanleiding van deze zienswijze hebben we een akoestisch onderzoek laten verrichten waarin is onderzocht of het bedrijf van indiener kan voldoen aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit en of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij de nieuw te bouwen woningen. Dit akoestisch onderzoek is als bijlage 21 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd en de conclusies zijn verwerkt in paragraaf 5.7.10 van de toelichting. Toelichting van de gemeenteraad 1. Zoals de indiener van deze zienswijze al geconstateerd heeft, hebben wij in het stedenbouwkundig plan dat is opgenomen in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan, rekening gehouden met een afstand van circa 50 meter tussen het bedrijf van reclamant en de nieuw te bouwen woningen die het ontwerpbestemmingsplan mogelijk maakt. Reclamant stelt terecht dat wij dit niet
Pagina 19 van 34
2.
3.
4.
5.
juist hebben opgenomen op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. Daarom hebben wij de verbeelding op dit punt aangepast. Ten aanzien van de twijfels van indiener over het kunnen voldoen aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit milieubeheer is het volgende van belang: aangezien het nieuwe plangebied niet binnen de richtafstand – conform de VNG-brochure –valt van het bedrijf, is akoestisch onderzoek niet nodig. In dat geval is ook de cumulatie niet van belang. Desondanks hebben wij aanvullend een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 21. Zie voor de conclusies van dit onderzoek hierna onder punt 2. Naar aanleiding van deze zienswijze is onderzocht welke geluidbelasting ontstaat op de omgeving van het bedrijf van indiener op de voorziene woningen. Onderzocht is zowel of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd als of voldoende akoestische ruimte resteert voor bedrijven. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit én dat er sprake is van een goed woonen leefklimaat bij de woningen. Verkeerslawaai kan ook cumulatief worden beoordeeld, zeker bij meerdere wegen. Dat is in dit geval echter niet aan de orde omdat alleen de Heesterseweg maatgevend is.
De overige wegen zijn namelijk al 30 kilometer zones en hebben geen bijdrage ten aanzien van cumulatief geluid. In het kader van het akoestisch onderzoek zijn de bedrijfscondities uitgebreid met het bedrijf besproken. Hieruit kwam naar voren dat nachtelijke activiteiten (het lossen van stikstof) slechts sporadisch plaatsvinden (minder dan 12 keer per jaar) en dit om die reden als een incidentele activiteit kan worden beschouwd. Dit is ook zo meegenomen in het akoestisch onderzoek. Uit voornoemd akoestisch onderzoek komt niet alleen naar voren dat het bedrijf aan de milieuregels voor geluid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer kan voldoen, maar ook dat bij de nieuw te bouwen woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Pagina 20 van 34
Zienswijze 7 Samenvatting zienswijze 1. De goot- en nokhoogten (respectievelijk 7 m en 11 m) van de nieuwe woningen in deelgebied 1 (grenzend aan het Brempad en de Berkenboog) en in een gedeelte van deelgebied 2 sluiten niet aan bij de goot- en nokhoogten van de reeds bestaande woningen in de Berkenboog (respectievelijk 3 of 4,5 m en 8 m). De indieners van deze zienswijze vragen om de goot- en nokhoogten aan te passen (te verlagen) aan die van de bestaande woningen omdat zij dit beter vinden passen bij een dorps karakter en omdat er zo een vloeiendere overgang ontstaat van oud naar nieuw. 2. De indieners van deze zienswijze verzoeken om in een gedeelte van deelgebied 1, grenzend aan het Brempad en de bestaande woningen, bouwvlakken met een maximum aantal woningen per bouwvlak op te nemen om op die manier een groot gedeelte van de onzekerheid bij de omwonenden weg te nemen. 3. Indieners verzoeken om voor dat gedeelte van het plan dat grenst aan het Brempad/Berkenboog een minimale afstand van 2 meter op te nemen tussen de voorgevel van een hoofdgebouw en de voorste perceelsgrens. 4. In het onderhavige ontwerpbestemmingsplan is bij de molenbiotoop uitgegaan van een invloed factor gesloten gebied. De indieners van deze zienswijze verzoeken om voor deelgebied 1 van het bestemmingsplan de invloed factor open of ruw toe te passen bij de molenbiotoopformule. 5.
Gevraagd wordt om tussen het Brempad en deelgebied 1 van de nieuwe woonwijk een groenstrook van minimaal 6 meter in het bestemmingsplan op te nemen. Dit om afstand tussen bestaande en nieuwe bebouwing te creëren, het landschappelijk karakter te versterken en het steegjesgevoel te voorkomen. 6. In het vigerende bestemmingsplan “Kom Geffen – 2016” zijn 8 wooneenheden opgenomen voor wat nu deelgebied 2 en 3 is in het ontwerpbestemmingsplan en waarin nu 20 wooneenheden zijn opgenomen. Omdat dit tot meer verkeersbewegingen, een grotere parkeerdruk en meer overlast voor de omliggende straten leidt, wordt gevraagd het aantal wooneenheden in met name deelgebied 2 te verlagen naar 13. 7. De indieners van deze zienswijze vinden de toevoeging van 310 woningen aan het dorp Geffen te veel en niet passend bij de dorpse schaal. Ze verzoeken dit aantal te reduceren tot een uitbreiding voor een dorpse schaal. 8. Door doortrekking van de Berkenboog met deelgebied 2 ontstaan er meer verkeersbewegingen in de Berkenboog met meer inschijnende koplampen in de bestaande woningen tot gevolg. Daarom vragen de indieners van deze zienswijze om de doodlopende situatie te handhaven ofwel ter plaatse een langzaam verkeerroute te realiseren. 9.
De indieners van deze zienswijze vragen om de nieuwe verkeersroute tussen het Brempad en de Berkenboog te laten vervallen ofwel aan te passen naar een langzaam verkeerroute omdat er al is voorzien in een langzaam verkeerroute tussen Brempad en Berkenboog. 10. Verder verzoeken zij om te onderzoeken hoe de schaal van lichtvervuiling op de aansluitende natuur in verhouding staat tot de nieuwe woningbouw ontwikkeling. 11. Ook verzoeken zij te onderzoeken of de conclusies van alle uitgevoerde onderzoeken nog kloppen met het toe te voegen aantal woningen van 310 in plaats van 270. 12. Tot slot verzoeken de indieners van deze zienswijze om de uitslagen van de in 2021 onder de bewoners van Geffen gehouden enquêtes beter te laten aansluiten bij het onderhavige bestemmingsplan. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen de regels als volgt aan: Wij voegen de volgende zinsnede toe aan artikel 9.2.2 onder c: “tenzij op de verbeelding een andere goothoogte respectievelijk bouwhoogte is aangegeven. In dat geval geldt de op de verbeelding aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte”.
Pagina 21 van 34
Wij nemen in artikel 5.1 een nieuw onderdeel ‘j’ op luidende: “uitsluitend een pad en groenvoorzieningen ter plaatse van de aanduiding ‘pad’”.
Wij passen de verbeelding als volgt aan: Wij nemen aan de noordelijke rand van de bestemming “Woongebied” een maatvoeringsvlak op waarbinnen de goothoogte respectievelijk de bouwhoogte van grondgebonden woningen niet meer mag bedragen dan 4,5 respectievelijk 10 meter. Voor de percelen direct grenzend aan de achterkant van de woonpercelen aan de Berkenboog nemen we de bestemmingen ‘Wonen – Halfvrijstaand’ en ‘Tuin’ op én een bouwvlak. We geven het Brempad voor het gedeelte direct grenzend aan de achterkant van de woonpercelen aan de Berkenboog en ook de nieuwe verkeersverbinding tussen het Brempad en de Berkenboog de bestemming ‘Verkeer – Verblijf’ met een aanduiding ‘pad’ zodat hier alleen een voet-/fietspad met groen mogelijk is. Toelichting van de gemeenteraad 1. De maximale bouwhoogte van 11 m is gebaseerd op grondgebonden woningen van twee bouwlagen met een kap. Deze bouwvorm komt (naast woningen van één of anderhalve laag met kap) veelvuldig voor in het dorpse Geffen. Toch hebben we de bouwhoogten binnen het plan opnieuw bekeken naar aanleiding van deze en andere zienswijzen. Om tot een meer geleidelijke overgang tussen woonbuurt en landschap te komen en beter aan te sluiten bij de direct aangrenzende woningen aan de Berkenboog brengen we de maximale goothoogte aan de noordelijke rand (aan de zijde Middelveldsche Waterloop) terug tot 4,5 m en de bouwhoogte tot 10 m.
Dit komt overeen met de goothoogte zoals die in het bestemmingsplan is opgenomen voor de woningen aan de Berkenboog. Daar is de maximale nokhoogte in het bestemmingsplan wel wat lager (8 m). Voor de uitstraling, beleving van een woning is echter vooral de goothoogte bepalend. De nokhoogte is minder van invloed op het beeld. Voor wat betreft deelgebied 2 is in de bestaande, aangrenzende buurt en langs de Veldstraat al sprake van meer variatie in goot- en nokhoogten. Op beide plekken komen woningen van één bouwlaag met kap, anderhalve bouwlaag met kap en twee bouwlagen met kap voor. De woningen van maximaal twee bouwlagen met kap in het nieuwbouwplan sluiten hierop aan. Wij zien geen aanleiding om de maximale hoogte hiervan aan te passen. 2. Wij snappen dat de globale bestemming Woongebied enige onzekerheid met zich meebrengt. Voor grote delen van het plan is deze onzekerheid over waar precies welke woning komt geen probleem. Voor het gedeelte direct grenzend aan de achterkant van de woonpercelen aan de Berkenboog is deze onduidelijkheid echter niet gewenst. Voor de percelen direct grenzend aan de achterkant van de woonpercelen aan de Berkenboog nemen we daarom nu ook de bestemmingen Wonen en Tuin op én een bouwvlak. 3. Voor de beantwoording verwijzen wij naar punt 2.
Door het opnemen van een bouwvlak (op tenminste 2 m van de voorste perceelsgrens) wordt aan deze zienswijze tegemoet gekomen. 4. Voor de molenbiotoopformule wordt een n-factor gebruikt die geldt voor de hele cirkel van de molenbiotoop. Er is geen specifieke factor per ‘taartpunt’ van de cirkel. De factor wordt bepaald door het totaal van obstakels binnen de molenbiotoop. Hier is de molen voor meer dan driekwart omgeven door obstakels waardoor de factor n=50 (gesloten gebied) van toepassing is. 5. Zoals onder de beantwoording van punt 2 is aangegeven, is de onduidelijkheid die de globale bestemming Woongebied met zich meebrengt op deze plek aan het Brempad/Berkenboog niet gewenst. De bestemming Woongebied maakt feitelijk een invulling met woningen mogelijk op deze plek. Zoals in het verkavelingsplan (in de toelichting van het bestemmingsplan) is te zien, is dat echter niet de bedoeling. Het de bedoeling om het Brempad hier te behouden. We passen de verbeelding hierop aan. We geven betreffende strook de bestemming Verkeer – Verblijf met een aanduiding ‘pad’ zodat hier alleen een voet-/fietspad met groen mogelijk is. 6. De doortrekking van de Berkenboog is al opgenomen in het vigerende bestemmingsplan en is dus niet nieuw. In dat plan zijn twee bouwblokken opgenomen voor in totaal 8 woningen. In plaats daarvan zijn in het nu
Pagina 22 van 34
voorliggende plan verschillende kleinere bouwblokken opgenomen voor in totaal 12 woningen. Omdat de woning aan de Veldstraat 30 met het bijbehorende cafetaria inmiddels is vrijgekomen, is de verkaveling van deze gronden en een daarachter gelegen onbebouwd weiland, in samenhang bekeken met de aangrenzende woningbouwontwikkeling aan de Berkenboog die we hiervoor beschreven. De woning, cafetaria en bijgebouwen zullen worden gesloopt en ook hiervoor zullen nieuwe woningen in de plaats komen. Het gaat dan om 4 halfvrijstaande woningen aan de Veldstraat die deel zullen gaan uitmaken van het bebouwingslint aan die straat. En achter deze halfvrijstaande woningen zal aan de Acaciastraat op het onbebouwde weiland dan ook nog 1 vrijstaande woning worden gerealiseerd. Daarnaast vindt in deelgebied 3 nog een drietal ontwikkelingen op particuliere perceelsgedeelten plaats: hier kunnen 3 woningen worden gebouwd in de huidige achtertuinen van woningen aan de Veldstraat. Van deze 20 nieuwe woningen zijn er 4 gelegen aan en volledig georiënteerd op de Veldstraat en 4 gelegen aan en volledig georiënteerd op het Brempad. De overige 12 woningen liggen aan de Acaciastraat en doorgetrokken Berkenboog. Het betreft hier dus een toename van 4 woningen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan.
Gezien de beperkte toename van het aantal (op deze straat georiënteerde) woningen is geen onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen en inschijnende koplampen in de bestaande woningen te verwachten. De hoekwoningen, tweekappers en vrijstaande woningen hebben ieder parkeergelegenheid op eigen terrein. Voor de tussenwoningen wordt er voldoende parkeerruimte in openbaar gebied aangelegd. 7. Voor de bepaling van het woningbouwprogramma gebruikt de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dat houdt onder andere in dat er periodiek een strategische afweging prioritering van woningbouwprojecten plaatsvindt. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De provinciale prognose is berekend voor de totale gemeente. Wij vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de woningbouwopgave gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke aanwas in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein gaan we uit van extra programmering gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met onder andere hun goede bereikbaarheid en voorzieningen.
Oss heeft nog een flinke opgave om de plancapaciteit voor woningen voor de gehele gemeente uit te breiden binnen de kaders van de provinciale prognose. Daarom werken wij aan de versnelde planontwikkeling voor meerdere locaties in het stedelijke gebied en de landelijke kernen, waaronder ook dit plan in Geffen. Woningbouw binnen plangebied ’t Veld is vooral gericht op de woningbouwbehoefte van de kern Geffen. Voor Geffen wordt uitgegaan van een behoefte met een bandbreedte van 325 tot 430 woningen voor de periode van 2020-2035. Omdat er op inbreidings- en transformatielocaties binnen Geffen maar een capaciteit van circa 110 woningen is, zijn er al op korte termijn aanvullende plannen nodig. Het onderhavige plan past dan ook prima binnen de bandbreedte van de behoefte voor Geffen. Gezien de ligging van het plangebied gaan we er vanuit dat dit plan deels ook in de urgente vraag vanuit het stedelijk gebied OssBerghem zal voorzien. Door in een groene setting te bouwen en door met de gooten nokhoogtes van de met name aan de randen te bouwen woningen zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de bestaande woningen, wordt goed aangesloten bij het dorpse karakter van Geffen. 8. Voor de beantwoording van dit onderdeel van deze zienswijze verwijzen wij naar onze reactie op onderdeel 6 van deze zienswijze.
Aanvullend merken wij op dat er nu een logische ruimtelijke afronding ontstaat van de woonbuurt door het doortrekken van de bestaande woonstraten. Een afronding zoals deze naar alle waarschijnlijkheid bij de eerste woningbouwplannen al bedoeld was (maar tot op heden nog niet gerealiseerd). Het realiseren van een ‘knip’ (onderbreking van de straat zodat alleen langzaam verkeer er door kan) zou hier alleen overwogen kunnen worden als er een verkeerskundige noodzaak voor is. En die is er niet. Het gaat om een reguliere woonstraat waar alleen bestemmingsverkeer komt. 9. Op deze plek is een langzaam verkeerroute voorzien die aansluit op het nieuwe woningbouwplan. Dergelijke paden (voor voetgangers en fietsers) verbinden de verschillende buurten met elkaar en zorgen er voor dat de nieuwe uitbreiding logisch aansluit op het bestaande dorp. Deze verbinding is niet bedoeld voor
Pagina 23 van 34
autoverkeer. We zullen voor dit gedeelte van de bestemming Verkeer – verblijf daarom een aanduiding ‘pad’ opnemen zodat hier alleen een voet-/fietspad met groen mogelijk is. 10. Voor de beoordeling van dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1 onder 12c. 11. Voor de boordeling van dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1 onder 5. 12. Voor de beoordeling van dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 3 onder 2.
Pagina 24 van 34
Zienswijze 8 Samenvatting zienswijze 1. Omdat het agrarische perceel van de indienster van deze zienswijze ingeklemd ligt tussen woonpercelen, is zij van mening dat gekozen moet worden voor een volledige woonbestemming ofwel voor het niet ontwikkelen van het woongebied. 2. Indienster van deze zienswijze is van mening dat geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening nu een deugdelijke motivering ontbreekt voor de vraag in hoeverre bestemmingen naast elkaar kunnen bestaan. 3. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient tevens te worden beoordeeld of de bestemming volgens dat plan naar de dan geldende inzichten en aanwezige feiten en omstandigheden nog steeds een passende bestemming is. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met de concrete plannen van belanghebbende. Nu indienster regelmatig heeft aangegeven dat ook haar agrarisch bestemde perceel voorzien moet worden van een woonbestemming, wordt aan deze eis niet voldaan. 4. Omdat voor de bestemming woondoeleinden tot op de grens van het agrarische perceel van indienster gebouwd kan worden, brengt dit beperkingen met zich mee voor de bruikbaarheid van het agrarische perceel. Het voorliggende plan gaat hier niet op in. Er is geen rekening gehouden met de maximale gebruiksmogelijkheden van dit perceel noch met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond.
Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Toelichting van de gemeenteraad 1. Evenals de indienster van deze zienswijze zijn wij van mening dat het wenselijk is het perceel van indienster te bestemmen voor woningbouw. Wij hadden tot het laatst de intentie en de verwachting dat wij met indienster overeenstemming zouden kunnen bereiken over de verwerving van haar perceel. Dit is niet gelukt. Als gevolg daarvan hebben wij geen exploitatieplan in procedure gebracht. Een exploitatieplan is noodzakelijk om de mogelijkheid van kostenverhaal zeker te stellen. Gelet op onze planning voor de vaststelling van het bestemmingsplan is het nu niet meer mogelijk om het bestemmingsplan tezamen met een exploitatieplan vast te stellen. Tegelijkertijd is de behoefte aan woningbouw, en dus aan de vaststelling van dit bestemmingsplan, zeer urgent. Om die reden is een rechtstreekse bouwbestemming op het perceel van indienster op de korte termijn niet mogelijk, en zullen wij voor dit perceel de in het ontwerpplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid opnemen in het definitieve plan. Wij zullen dan, zo nodig, bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid, alsnog een exploitatieplan vaststellen. 2. Het perceel van indienster heeft een agrarische bestemming zonder bouwvlak.
Op basis van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering 2009 sluit de omschrijving ‘Akkerbouw en fruitteelt’ het beste aan bij de activiteiten op het perceel. Hiervoor geldt een grootste richtafstand van 30 meter waarbij geluid leidend is. De betreffende omschrijving (SBI-2008 011, 012, 013 – Akkerbouw en fruitteelt) is echter behoorlijk breed, omdat deze omschrijving gericht is op zowel akkerbouw als fruitteelt. Afhankelijk van de teelt verschilt de intensiteit van de activiteiten en de impact op de omgeving. SBI 011 betreft de teelt van eenjarige gewassen (granen en drooggeoogste zaden van peelvruchten); SBI 012 betreft de teelt van meerjarige gewassen; SBI 013 betreft de teelt van bloembollen, sierplanten en sierbomen. Het onderhavige perceel wordt gebruikt voor akkerbouw zonder het houden van dieren. Er vind ook geen fruitteelt plaats. Uit luchtfoto’s van de periode 2008 tot en met 2022 blijkt dat het perceel van indienster gebruikt wordt voor laag intensieve gewassen, in dit geval grasland/weide. Geen van de genoemde SBI omschrijvingen sluit op dit moment geheel aan bij de huidige activiteiten. Bestemmingsplan technisch is dit echter wel mogelijk. Vandaar dat gekozen is om deze richtafstanden als uitgangspunt te gebruiken.
Aangezien het betreffende perceel relatief klein van omvang is (minder dan 1 hectare), het perceel vanaf de zuidzijde betreden wordt (vanaf de Heesterseweg) en in
Pagina 25 van 34
combinatie met de lage frequentie van activiteiten, zien wij voldoende aanleiding om af te wijken van de globale richtafstand van 30 meter. Dit sluit ook aan bij de situatie in de omgeving van het plan en op andere plaatsen binnen onze gemeente. De nieuwe woningen zijn geen belemmerende factor voor het gebruik van het perceel, en het gebruik van het perceel zorgt niet voor een onwenselijke situatie ter hoogte van de beoogde woningen. 3. Voor de beoordeling van deze zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording hiervoor onder punt 1 en 2. 4. Voor de beantwoording van het eerste deel van deze zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording hiervoor onder punt 2. Verder geeft indienster van deze zienswijze in haar zienswijze heel nadrukkelijk aan een woonbestemming te wensen op haar perceel. Daarom zijn wij van mening dat een verandering van het bestaande gebruik van dit perceel zodanig onaannemelijk is, dat wij geen rekening hoeven te houden met een vorm van agrarisch gebruik waarbij spuitzones dienen te worden aangehouden.
Pagina 26 van 34
Zienswijze 9 Samenvatting zienswijze 1. Indieners van deze zienswijze zien graag dat er een type woonwagen komt op de woonwagenstandplaats. 2. Verder zijn zij van mening dat de ontsluiting van de nieuwe woonwijk op de Heesterseweg te dicht bij de erfgrens van Heesterseweg 37 komt. 3. Ze maken zich zorgen dat deze ontsluiting de snelroute naar Oss zal worden. 4. Ook vrezen ze veel overlast door de verkeersdrempels bij de Heesterseweg 37-39 waar nu al hard gereden wordt. 5. Tot slot vrezen ze voor waardevermindering van hun woning door toename van verkeersdrukte en het verdwijnen van het landelijke karakter van het gebied. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Toelichting van de gemeenteraad 1. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor de bouw van woonwagens: er geldt een maximale oppervlakte voor de bouw van een woonwagen op een standplaats en er is een maximale goot- en bouwhoogte voor woonwagens opgenomen. Bovendien wordt voor wat betreft de woonwagenstandplaatsen uitgegaan van de in Oss gebruikte standaardmaat voor een standplaats van 10 x 20 meter. De bouw van woonwagens dient binnen deze kaders plaats te vinden. In een bestemmingsplan kunnen geen eisen aan het uiterlijk van woonwagens worden gesteld.
Overigens is de verwachting dat Mooiland hier woonwagens van een zelfde type en met dezelfde afmetingen zal realiseren 2. Eén van de drie auto-ontsluitingen van de nieuwe woonwijk is geprojecteerd ten westen van het woonperceel Heesterseweg 37. De aansluiting op de Heesterseweg komt op ruime afstand (ca. 40 m) van de perceelsgrens van nr. 37. Tussen dit woonperceel en de nieuwe ontsluiting ligt nog een onbebouwd weiland. Op de beoogde plek kan een logische en verkeersveilige aansluiting op de Heesterseweg worden gerealiseerd. Het is niet duidelijk waarom dit te dicht bij de erfgrens van Heesterseweg 37 zou zijn. 3. De ontsluiting van deze nieuwe woonwijk op de Heesterseweg die het dichtst bij de woning van indieners is gesitueerd, is slechts één van de drie ontsluitingswegen van de nieuwe wijk. De westelijke buurt wordt uitsluitend ontsloten via de Veldstraat en de overige twee buurten via twee aansluitingen op de Heesterseweg. Afhankelijk van de situering van hun woning en hun bestemming, zullen de nieuwe bewoners de voor hun meest logische ontsluitingsweg kiezen. Dat zal dus niet altijd voor iedereen de oostelijke ontsluiting op de Heesterseweg zijn. Dit komt ook naar voren uit het verkeersonderzoek dat als bijlage bij de toelichting zit.
Uit het verkeersonderzoek blijkt eveneens dat de verwachte toename van het verkeer op de Heesterseweg in oostelijke richting (richting Oss) even groot zal zijn als de toename in zuidelijke richting (over de Papendijk naar de A59). Verder is in het verkeersonderzoek ook de verkeersveiligheid van onder andere dit deel van de Heesterseweg beoordeeld. Getoetst is of deze weg de (na realisatie van het plan) toegenomen verkeersintensiteit kan afwikkelen zonder dat er gevaarlijke situaties ontstaan. Hieruit komt naar voren dat de intensiteit op de Heesterseweg binnen de streefwaarde blijft en daardoor dus niet tot verkeersonveiligheid zal leiden. Tot slot is ook nog de verkeersafwikkeling op dit nieuwe kruispunt onderzocht en daaruit blijkt dat het kruispunt het verkeer zowel in de ochtend- als avondspits goed kan verwerken. 4. Gedacht wordt aan de aanleg van een plateau op het kruispunt van de nieuwe, meest oostelijk gelegen ontsluitingsweg, met de Heesterseweg. Hierdoor zouden de verkeersdrempels ter hoogte van de Heesterseweg 37-39 kunnen komen te vervallen. De feitelijke inrichting van wegen en kruispunten kan echter niet worden geregeld in een bestemmingsplan evenmin als het voorkomen dat mensen te hard rijden. 5. Wanneer een belanghebbende meent schade te lijden als gevolg van de realisatie van een bestemmingsplan, kan een verzoek om tegemoetkoming in planschade
Pagina 27 van 34
worden ingediend. Op deze verzoeken is de “Verordening advisering planschade gemeente Oss 2008” van toepassing. Eventuele verzoeken om tegemoetkoming in planschade kunnen pas in behandeling worden genomen wanneer het bestemmingsplan onherroepelijk is. Bij de inhoudelijke beoordeling wordt de vraag beantwoord of er sprake is van een wijziging van het planologisch regime. Als dit het geval is, wordt beoordeeld of belanghebbende daardoor in een nadeliger positie is komen te verkeren waardoor schade is of wordt geleden. Hiervoor moet bestemmingsplan ’t Veld Geffen – 2022 worden vergeleken met het voorheen geldende bestemmingsplan, waarbij in aanmerking moet worden genomen de maximale invulling van de planologische mogelijkheden, ongeacht of realisering hiervan heeft plaatsgevonden. Tenslotte wordt opgemerkt dat als sprake is van planschade, onderzocht wordt of de eigenaren ten tijde van de aankoop van hun woningen, op de hoogte waren of konden zijn van de planologische maatregel. In dat geval blijft de schade voor hun rekening.
Pagina 28 van 34
Zienswijze 10 Samenvatting zienswijze 1. De noodzaak voor de woningtypen woonwagenwoningen, appartementen en patio’s wordt niet onderbouwd. Ook kan gezien de toegestane oppervlakte voor de bouw van woonwagenwoningen niet meer van een beperkte schaal worden gesproken. En omdat de ruimtelijke uitstraling van een woonwagenkamp naar mening van de indiener van deze zienswijze anders is dan die van reguliere woningbouw, zijn de gevolgen voor het woon- en leefklimaat van reclamant niet voldoende gemotiveerd. 2. Indiener van deze zienswijze is van mening dat de landschappelijke inpassing van het plangebied middels een voorwaardelijke verplichting vastgelegd dient te worden in dit bestemmingsplanen en niet vooruit geschoven mag worden naar de vergunningsfase. 3. Het is niet duidelijk welke bijdrage daadwerkelijk wordt geleverd aan het reservefonds waardoor ook niet duidelijk is of dit bedrag afdoende is voor toetsing aan de kwaliteitsverbetering van het plan op basis van artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. 4. Uit de toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, komt naar voren dat de belangrijkste aandachtsgroepen starters en ouderen zijn. In het woningbouwprogramma komt dit niet terug. In Geffen ligt de grootste achterstand bij sociale huur en goedkope koop. Binnen het plan wordt echter maar 35% beschikbaar gemaakt voor deze doelgroepen.
Verder wordt het streven van 40% nultreden woningen of aangepaste woningen niet concreet gemaakt. 5. Er wordt in dit plan volgens de indiener van deze zienswijze gestreefd naar de volledige benutting van de bandbreedte in behoefte aan woningen tot 2035. Dit zou voor Geffen betekenen dat de woningbouwontwikkeling tot 2035 opgesoupeerd is en dat er niet meer kan worden ingespeeld op de werkelijke behoefte van de markt. Van de 110 woningen die al in harde plancapaciteit zijn vastgelegd, is niet duidelijk welke concrete plannen dit zijn. 6. Door de mogelijkheid tot een bedrijf aan huis kunnen meer gevoelige functies binnen het plan ontstaan waarmee geen rekening is gehouden in de milieuparagrafen van het plan. Bovendien is de bij de regels opgenomen lijst van toegestane functies niet nader onderbouwd op wenselijkheid en gevolgen voor de omgeving. 7. Door het mogelijk maken van bedrijven aan huis is er mogelijk ook sprake van meer vervoersbewegingen hetgeen tot een toename van o.a. geluidsemissies, stikstofemissies en fijnstof kan leiden. Door deze gevolgen niet te onderzoeken, is niet uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Mogelijk geldt er een plan-MER plicht. 8. In het onderhavige plan wordt volgens indiener van deze zienswijze gesteld dat er drie plannen partieel worden herzien, maar dat deze plannen tegelijkertijd ook alle drie van toepassing worden verklaard.
Dit leidt tot onduidelijkheid. 9. De berekening van de stikstofdepositie dient opnieuw te worden uitgevoerd met aanvulling van de punten uit deze zienswijze én met de meest recente versie van het rekenprogramma. 10. De aanvullende onderzoeken voor de soortenbescherming kunnen niet worden vooruitgeschoven omdat bij de vaststelling van het plan duidelijkheid dient te bestaan over de mogelijke maatregelen. Deze maatregelen moeten dan ook worden geborgd in het plan. 11. Door verschillende ontsluitingen mogelijk te maken op de Heesterseweg en Veldstraat ontstaan er drie tot vier kort na elkaar gelegen kruisingen. De gevolgen voor de verkeerskundige situatie zijn niet beschreven. Dit is onder andere van belang omdat het tegenover het plangebied gelegen bedrijventerrein ook op de Heesterseweg ontsluit. 12. De waterbergingsvoorzieningen die uit de watertoets volgen, moeten geborgd worden in het bestemmingsplan. 13. In de Milieuzoneringslijst wordt de pluimveehouderij van de indiener van deze zienswijze niet genoemd terwijl dit een categorie 4.1 bedrijf is. 14. Het geuronderzoek is niet correct uitgevoerd omdat de invoergegevens niet zijn bepaald volgens de laatste versie van de handleiding behorende bij het rekenmodel.
Pagina 29 van 34
15. De toename van het aantal vervoersbewegingen als gevolg van het plan, leidt tot een toename van de geluidsemissie van het wegverkeer en daarmee ook de geluidsbelasting. Of het plan daardoor invloed heeft op het woon- en leefklimaat van reclamant is niet goed beoordeeld. Dit is ook relevant voor de beoordeling van het ontwerpbesluit hogere grenswaarde. 16. De onderzoeken die ten grondslag liggen aan de gezondheidsparagraaf zijn niet op een juiste wijze opgesteld. Zie ook onder punt 14. Verder stelt de indiener van deze zienswijze dat het wél mogelijk is de emissiepunten van zijn bedrijf verder richting het plangebied te verplaatsen zonder dat er nieuwe objecten binnen de contour komen te vallen. Dit dient nader onderzocht te worden. 17. Omdat het op de agrarische gronden in de omgeving op basis van het daar geldende bestemmingsplan niet is uitgesloten om de gronden te gebruiken voor fruit- en/of boomgaarden, dient uitgegaan te worden van een 50 meter spuitzone. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond.
Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen de verbeelding als volgt aan: Wij nemen aan de zuidelijke rand van de bestemming “Woongebied” een aanduiding “vrijwaringszone” op Wij passen de regels als volgt aan: Aan artikel 9.2.1 voegen we een subonderdeel e toe dat als volgt luidt: “Binnen de gronden die zijn aangeduid als ‘vrijwaringszone’ is de bouw van woningen niet toegestaan”. Wij passen de toelichting als volgt aan: Wij hebben paragraaf 6.2, toelichting op de regels, aangevuld met een toelichting op de toegevoegde aanduiding “vrijwaringszone”. Naar aanleiding van deze zienswijze is een onderzoek ingesteld naar de geluidbelasting door wegverkeer op de onderhavige woningbouwlocatie Geffen ’t Veld. Dit onderzoek is als bijlage 14 aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd en in paragraaf 5.7.10 zijn de conclusies van dit onderzoek beschreven. Wij hebben naar aanleiding van deze zienswijze een nieuwe voortoets stikstofdepositie laten doen waarin we voor de volledigheid voor dit plan ook het effect van de realisatiefase hebben laten berekenen. Bovendien is voor wat betreft de gebruiksfase in de berekeningen van het huidige/bestaande gebruik sprake van een onderschatting van de stikstofuitstoot en in de berekeningen voor het toekomstige gebruik van een worst case situatie.
Dit nieuwe onderzoek is als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd (bijlage 3) en in paragraaf 5.2.2.2 van de toelichting zijn de conclusies van dit onderzoek beschreven. Toelichting van de gemeenteraad 1. De onderbouwing van de keuze voor de diverse woningtypen in dit plan is opgenomen in de toelichting bij dit bestemmingsplan. Waar het gaat om de zorg van indiener van deze zienswijze over aantasting van het woon- en leefklimaat van de omgeving merken wij het volgende op. Bij een bestemmingsplan staat de zorgvuldige toedeling van functies aan een gebied centraal. Dit bestemmingsplan staat in een deel van het plangebied woonwagenbewoning toe. Op voorhand valt niet in te zien waarom deze bestemming voor indiener tot ontoelaatbare hinder zou kunnen leiden. Daar komt bij dat wij in het stedenbouwkundig plan dat is opgenomen in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wél rekening hebben gehouden met de contouren milieuzonering, maar dit niet juist hebben doorvertaald naar de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. De verbeelding wordt op dit punt aangepast waardoor de bebouwing van onder andere de woonwagens niet binnen de contouren milieuzonering kan komen te liggen. 2.
Een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing van het plangebied is naar onze mening niet nodig omdat de verbetering van de landschappelijke kwaliteit al voldoende is geborgd. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bepaalt namelijk in artikel 3.9 dat de
Pagina 30 van 34
3.
4.
5.
6.
motivering die de uitvoering van kwaliteitsverbetering borgt op twee manieren kan: ófwel door het financieel, juridisch en feitelijk te borgen in het plan ófwel door dat de afspraken uit het regionaal overleg als bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken worden nagekomen. Zoals wij in paragraaf 4.3.2 van de toelichting op het bestemmingsplan uitvoerig hebben beschreven, hebben wij gekozen voor de tweede variant. Op die manier is dus voldaan aan de verplichting in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening van de provincie. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen dient er sprake te zijn van een storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in een vastgesteld landschapsversterkend project. De basisinspanning voor een stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied, in zoekgebied voor verstedelijking is een vaste afdracht per vierkante meter, te stellen op 1% van de uitgifteprijs. De gebiedsvisie “’t Veld Geffen” wordt betrokken bij de uitwerking van de gebiedsvisie Geffen-Oss en/of maakt mogelijk deel uit van de routekaart Groen, Blauw en Natuur (2017 vastgesteld door de raad). Het uitvoeringsprogramma van de routekaart Groen, Blauw en Natuur is echter nog niet vastgesteld.
De vaste afdracht vanuit het project ’t Veld Geffen van 1% van de uitgifteprijs zal worden aangewend voor de gebiedsvisie “’t Veld Geffen” en/of andere landschapsversterkende projecten binnen de gemeente Oss. Vanuit de grondexploitatie wordt ook een afdracht gedaan van € 11,25 per m² bruto vloer oppervlak aan de bestemmingsreserve ‘Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving’ conform de Nota Kostenverhaal. Vanuit deze reserve wordt een bijdrage gedaan aan diverse landschapsversterkende projecten binnen de routekaart Groen, Blauw en Natuur. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening van de provincie. De reserve groenfonds landelijk gebied wordt jaarlijks in de nota reserves geactualiseerd. In deze reserve worden zowel de inkomsten als de bestedingen vastgelegd. De nota reserves wordt gelijktijdig met de Programmabegroting jaarlijks in november aan de gemeenteraad voorgelegd. Bij de jaarrekening wordt gerapporteerd over de stand van zaken. Met de woningbouwontwikkeling Geffen ’t Veld wordt in belangrijke mate voorzien in de woonvraag van starters en ouderen. In Woonvisie Oss 2020 zijn indicatieve percentages opgenomen voor woningbouwsegmenten. Voor de sociale huursector gaat het om circa 20% voor de kernen in het landelijk gebied, waartoe Geffen ook behoort. Ook komt er 10% middeldure huur.
Naast het programma in de sociale huur wordt er met goedkope koop en ook middeldure koopwoningen tot de Nationale Hypotheek Garantie grens gericht op de woonvraag van de doelgroepen starters en ouderen. In het bestemmingsplan werken we met percentages en bij de uitwerking houden we rekening met deze percentages. Voor wat betreft het streven naar nultreden woningen of aangepaste woningen: met appartementen, patiowoningen en levensloopbestendig te maken woningen (als optie) wordt er met dit plan invulling gegeven aan dit streven om levensloopbestendige woningen toe te voegen. Volgens de huidige inschatting is circa 40% van de woningen onder deze noemer te scharen, waaronder alle sociale huurwoningen. Het bestemmingsplan is bewust globaal gehouden zodat ook op (middel)lange termijn bij eventuele gewijzigde inzichten op een veranderende vraag kan worden ingespeeld. Daarom is het niet mogelijk om een concreet getal te noemen per woonsegment. De richting is echter wel beschreven en op basis daarvan is het programma ook tot stand gekomen. Daarmee wordt de behoefte uit de Woonvisie Oss 2020 bediend. Het is niet mogelijk om voor alle woningen in de concrete plancapaciteit de locaties te noemen, omdat er soms nog geen sprake is van definitieve harde plannen, maar van locaties waar nog aan planontwikkeling wordt gewerkt en waar wel al stappen zijn gemaakt.
Het is onjuist dat de ruimte voor woningbouw tot 2035 volledig is opgesoupeerd: er is en blijft ruimte voor kleinschalige initiatieven. Met plan ’t Veld wordt ingespeeld op het grote tekort aan woningen, met een gevarieerd programma in diverse prijssegmenten. De mogelijkheid tot een bedrijf aan huis is gekoppeld aan de maximale bedrijfscategorie 1. De bij de regels opgenomen lijst van toegestane functies is opgesteld na onderzoek naar wenselijkheid en gevolgen voor de omgeving. Deze lijst vloeit, evenals de regels in het bestemmingsplan over de aan huis gebonden activiteiten, voort uit het beleid dat de gemeenteraad op 22 november 2012 over dit onderwerp heeft vastgesteld. Doel van deze beleidsnota was om te komen tot
Pagina 31 van 34
een duidelijk, eenduidig, werkbaar en toekomstbestendig beleid voor activiteiten die in de woonomgeving worden uitgeoefend. Deze beleidsregels dienen sindsdien ook als leidraad voor onze bestemmingsplannen en voor de toetsing van aanvragen bij afwijkingen van het bestemmingsplan. De in de lijst opgenomen toegestane functies vallen allemaal onder categorie 1 van de milieuzoneringslijst. Hiermee zijn alle functies uitgesloten die in een woonomgeving onwenselijk zijn en een negatieve impact kunnen hebben op de omgeving. 7. Voor de toelichting op dit onderdeel van de zienswijze wordt allereerst verwezen naar onze toelichting hiervoor onder punt 6. Daaraan kan hier nog worden toegevoegd dat een bedrijf aan huis van een dusdanig beperkte omvang is dat dit vergelijkbaar is met de impact van een burgerwoning. 8. Dit onderdeel van de zienswijze kunnen wij niet plaatsen. In tegenstelling tot hetgeen indiener stelt, gelden, zoals wij in hoofdstuk 1 van de toelichting hebben beschreven, binnen het plangebied twee verschillende bestemmingsplannen. Deze twee bestemmingsplannen verliezen na de inwerkingtreding van het onderhavige bestemmingsplan, binnen het plangebied, hun rechtskracht. 9. Vooralsnog willen wij het zekere voor het onzekere nemen door ook de bouwfase/aanlegfase worst-case te berekenen.
Uit deze berekening en het geactualiseerde stikstofonderzoek blijkt dat als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden zowel in de gebruiksfase als in de aanlegfase niet toeneemt. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. 10. Voor onze reactie op deze zienswijze verwijzen we hier naar onze toelichting op onderdeel 3 van zienswijze 1. 11. Ten behoeve van deze planontwikkeling is een verkeersonderzoek gedaan door een gespecialiseerd buro. Dit onderzoek is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. In dat onderzoek zijn de verkeerseffecten, verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling op de diverse kruispunten als gevolg van de beoogde woningbouwontwikkeling in beeld gebracht. Uit dat onderzoek komt onder andere naar voren dat alle onderzochte kruispunten het verkeer zowel in de ochtend- als avondspits goed kunnen verwerken. Aangezien de indiener van deze zienswijze niet nader onderbouwt waarom de nieuwe situatie niet geschikt zou zijn om de benodigde hoeveelheid verkeer te verwerken, hebben wij geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies uit dit verkeersonderzoek. 12. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een Waterparagraaf opgesteld die als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen.
Uit de waterparagraaf blijkt dat in het plangebied aan de bergingseis kan worden voldaan. De waterbergingsvoorzieningen die volgen uit de waterparagraaf worden vervolgens in samenspraak met het waterschap concreet uitgewerkt in een inrichtingsplan. Een bestemmingsplan is hiervoor niet het geëigende plan. 13. Het bedrijf van reclamant is niet opgenomen in de bij dit bestemmingsplan behorende milieuzoneringslijst omdat het bedrijf buiten het plangebied ligt. Uiteraard is bij de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met of betrekking hebben op deze ruimtelijke ontwikkeling wel rekening gehouden met het bedrijf van de indiener van deze zienswijze. 14. In het voor ons uitgevoerde geuronderzoek is gebruik gemaakt van dezelfde invoerparameters als in de vigerende vergunning voor het pluimveebedrijf. Dit om zo veel mogelijk aan te haken bij de vigerende vergunning. Deze werkwijze is gebruikelijk en geeft een zo eerlijk mogelijke vergelijking. Wij hebben navraag gedaan bij het bureau dat dit onderzoek voor ons heeft uitgevoerd, en er is nogmaals bevestigd dat dit de correcte werkwijze is. 15. Naar aanleiding van deze zienswijze is de geluidbelasting op de gevels bepaald met behulp van het akoestisch onderzoek “Geluidbelasting wegverkeer woningen plan Geffen-Zuidoost te Geffen” van 6 oktober 2022.
In het onderzoek is de volledige verkeersgeneratie 2022 van plan ’t Veld meegenomen. De Doelen is een fietsstraat die niet is opgenomen in het verkeersmodel van de gemeente. Deze weg heeft een lage verkeersintensiteit en is akoestisch niet relevant. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting in alle rekenpunten ruim lager ligt dan de waarde van 53 dB zonder aftrek. Bij een geluidbelasting tot 53 dB zijn alle gevels geluidluw voor de geluidbelasting door wegverkeer. Ter plaatse van de bestaande woning aan de Doelen 2 zal voor wat betreft de geluidbelasting door wegverkeer dan ook sprake blijven van een goed woon- en leefklimaat. In het hiervoor genoemde akoestisch onderzoek is ook de bepaling van de hogere grenswaarden meegenomen. Voor de
Pagina 32 van 34
woningen met een geluidbelasting van meer dan 48 dB door wegverkeer op de Heesterseweg, dient (en zal) een hogere waarde te worden aangevraagd. Aan de voorwaarden voor het verlenen van hogere waarden kan eenvoudig worden voldaan. 16. Indiener van deze zienswijze onderbouwt niet waarom de onderzoeken niet op een juiste wijze zouden zijn opgesteld. Daarom hebben wij geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies uit deze onderzoeken. 17. Het is juist dat de geldende bestemmingsplannen het gebruik voor fruit- en of boomgaarden binnen de agrarische bestemmingen niet uitsluiten. Feitelijk is de situatie voor de agrarische gronden rondom het plangebied van ’t Veld echter zodanig dat (op één na) alle aangrenzende percelen die niet bestemd zijn tot natuur of groen, onze eigendom zijn. En wij zullen geen gewassen gaan spuiten. Het enige aangrenzende agrarische perceel dat dan nog overblijft, is eigendom van de indiener van deze zienswijze en is nu niet in gebruik als fruit- of boomgaard. Wij zijn dan ook van mening dat het aspect spuitzonering geen belemmering vormt voor onderhavig plan.
Pagina 33 van 34
V. AMBTSHALVE WIJZIGINGEN Hiervóór hebben wij bij de behandeling van de zienswijzen al wijzigingen (al dan niet ambtshalve) ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan benoemd. Daarnaast bevat het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan enkele ambtshalve wijzigingen, waarvan wij hieronder de belangrijkste noemen: Verbeelding: Aan de oostzijde van het plan zijn twee bouwvlakken iets verschoven. Voor het woongebouw aan de zuidzijde van het plangebied is de maximale bouwhoogte verhoogd van 13 naar 14 meter in verband met meer flexibiliteit bij de uitvoering van het bouwplan. Regels: In artikel 13.2 (wetgevingszone – wijzigingsgebied 1) is een nieuw sub-lid h tussengevoegd, luidende: “het te realiseren woningbouwprogramma moet volkshuisvestelijk akkoord bevonden worden”. Aan artikel 13.2 (wetgevingszone – wijzigingsgebied 1) is een nieuw sub-lid l toegevoegd, luidende: “het kostenverhaal is verzekerd”. Toelichting: Paragraaf 1.3: de datum van vaststelling van bestemmingsplan “Kom Geffen – 2016’ is gewijzigd. Hier stond een foutieve datum. De watertoets is geactualiseerd. Dit is verwerkt in paragraaf 5.5.2. van de toelichting. De volledige rapportage is toegevoegd als bijlage 7 bij de toelichting.
Hoofdstuk 8: aan dit hoofdstuk is een alinea toegevoegd over het kostenverhaal voor de gronden met de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 1’. Paragraaf 9.4: deze paragraaf is geactualiseerd naar aanleiding van de ingediende zienswijzen.
Pagina 34 van 34