Bijlage 1 Raad PDMS-#4995860-v1-Nota van zienswijzen.
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan en ontwerpbesluit hogere waarde ‘’t Veld Geffen -2022’ I. INLEIDING Deze nota bevat de volgende onderdelen: een weergave van de gevolgde procedure een samenvatting van de reacties (‘zienswijzen’) over het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbesluit hogere waarde ons besluit over de zienswijzen een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het bestemmingsplan een toelichting op ons besluit een overzicht van de wijzigingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp die wij ambtshalve aanbrengen (dat wil zeggen: die niet het gevolg zijn van zienswijzen) Deze nota behoort bij het voorstel van burgemeester en wethouders aan ons, en bij ons besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen wij naw-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet digitaal aanbieden. Een uitzondering geldt voor gegevens van ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een bv of een vof) personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden Als het voor de uitoefening van een publieke taak moet, mogen wij persoonsgegevens wel digitaal aanbieden. Wij bieden deze nota digitaal aan. Daarom noemen wij geen naw-gegevens, behalve waar de wet dat toelaat.
II. PROCEDURE Iedereen kon het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbesluit hogere waarde met bijbehorende stukken van woensdag 27 april tot en met dinsdag 7 juni 2022 in het gemeentehuis bekijken. Ook stond het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken in deze periode op het internet. Dit hebben burgemeester en wethouders bekendgemaakt in Oss Actueel en de Staatscourant van dinsdag 26 april 2022 en op www.oss.nl. Van woensdag 27 april tot en met dinsdag 7 juni 2022 kon iedereen schriftelijk en mondeling op het ontwerpbestemmingsplan reageren. Op het ontwerpbesluit hogere waarde konden alleen belanghebbenden reageren. De gemeente heeft 10 reacties (‘zienswijzen’) ontvangen. Alle indieners konden hun zienswijze mondeling toelichten bij de Hoorcommissie Bestemmingsplannen. Dit hebben 4 indieners gedaan. Op 23 mei 2022 heeft de gemeente een inloopbijeenkomst gehouden over het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbesluit hogere waarde. Iedereen kon daar informatie over de stukken krijgen. Het was niet mogelijk om op de bijeenkomst een zienswijze in te dienen. III. ZIENSWIJZEN Wij vinden de zienswijzen ontvankelijk. ‘Ontvankelijk’ betekent dat de indieners aan alle eisen hebben voldaan om een zienswijze in te dienen. Op zienswijzen die niet ontvankelijk zijn, hoeven wij niet inhoudelijk in te gaan. Hieronder vatten wij alle ontvankelijke zienswijzen samen.
Daarna volgen per zienswijze ons besluit, een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het bestemmingsplan en een toelichting daarop.
Pagina 1 van 34
Het kan zijn dat wij een deel van een zienswijze niet of niet helemaal beschrijven. Dan hebben wij bij de beoordeling toch rekening gehouden met dat deel. Als wij vinden dat de indiener van een (ontvankelijke) zienswijze gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze gegrond. Als wij vinden dat de indiener geen gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze ongegrond. Wij kunnen een zienswijze ook gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaren. De gemeenteraad van Oss
Pagina 2 van 34
IV. BEOORDELING ZIENSWIJZEN Zienswijze 1 Samenvatting zienswijze 1. De indiener van deze zienswijze ziet graag dat afschermende, natuurlijke voorzieningen worden aangelegd tussen de nieuwe woonwijk en het aanliggende waardevolle gebied. 2. a) Indiener van deze zienswijze geeft aan dat er alleen een stikstofberekening is gemaakt van de gebruiksfase en dat stikstofemissies als gevolg van de realisatie van de woonwijk niet zijn meegenomen in de berekening. Indiener is van mening dat ook de realisatiefase berekend moet worden, omdat de vrijstellingsregeling voor het berekenen van de realisatiefase alleen geldt voor projecten en niet voor plannen. Omdat een berekening van de realisatiefase ontbreekt, kan het ontwerpbestemmingsplan niet de conclusie dragen dat de gebiedsbescherming de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg zit. b) Volgens indiener is de vrijstellingsregeling in de wet niet richtlijnconform en daarom juridisch niet houdbaar. Daarom mist een volledige stikstofberekening waarin ook de realisatiefase is berekend. c) Indiener geeft aan dat in het bestemmingsplan nergens regels zijn gesteld aan de plaatsing van verbrandingsinstallaties als houtkachels, pelletkachels of biomassaketels. Deze kunnen daarmee worden toegepast in in ieder geval een deel van de 310 woningen, als alternatieven voor de traditionele gasverbrandingsinstallaties.
Door deze alternatieve vormen van verwarming niet mee te nemen in de stikstofberekening, worden volgens indiener onvoldoende de maximale planologische mogelijkheden in beeld gebracht en wordt de mogelijke stikstofemissie van de gebruiksfase onderschat. d) Indiener van deze zienswijze geeft aan dat er binnen de in het bestemmingsplan opgenomen bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ hobbymatig agrarisch grondgebruik mogelijk wordt gemaakt, evenals het bouwen van schuilmogelijkheden voor vee. Daarmee is het houden en beweiden van vee toegestaan. De mogelijke aanwezigheid van vee is niet meegenomen in het worstcasescenario dat is gehanteerd voor de stikstofberekening, terwijl vee wel een belangrijke bron van stikstofemissie kan zijn. e) Indiener geeft aan dat in de bestemming 'Verkeer - Verblijf' de mogelijkheid opgenomen is voor de plaatsing van voorzieningen voor afvalinzameling en openbaar vervoer, wat indiceert dat deze vormen van vervoersbewegingen eveneens kunnen plaatsvinden in de nieuwe woonwijk. Het is onduidelijk of deze vormen van vervoersbewegingen, die mogelijk behoren tot een zwaardere verkeersklasse, zijn meegenomen in de stikstofberekening. f) Indiener geeft aan dat door de gebreken als hiervoor beschreven onder c, d en e de stikstofemissie in de stikstofberekening in de gebruiksfase flink is onderschat. 3.
Het is niet met zekerheid te stellen dat beschermde soorten de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zitten omdat veel vragen nog onbeantwoord zijn: a. Het ontwerpbestemmingsplan geeft geen duidelijkheid over de vraag of voldaan kan worden aan de eisen voor ontheffingverlening; b. Er is onvoldoende inzicht op de effecten op voorkomende beschermde soorten; c. De soortenrijkdom noordelijk van het plangebied moet goed onderzocht en beschermd worden in de planontwikkeling. 4. De plangrens van het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Indiener van deze zienswijze is van mening dat dit ontwerpbestemmingsplan het gehele gebied zou moeten bestrijken dat in de Gebiedsvisie is onderzocht. Daarmee kan ook worden voorkomen dat de bewoners van de nieuwe woonwijk straks bezwaar maken tegen een nieuw vast te stellen bestemmingsplan waarin de natuurwaarden van het ten noorden hiervan gelegen gebied worden verankerd.
Pagina 3 van 34
5. Indiener van deze zienswijze vraagt zich af of de uitbreiding van de plancapaciteit van circa 255 naar 310 woningen wel is toegestaan gelet op de onderzoeken die eerder hebben plaatsgevonden. 6. Er is geen deugdelijk onderzoek geweest naar een alternatieve locatie voor deze woningen mede in relatie tot de geldende structuurvisie Buitengebied Oss 2015. 7. Het bestemmingsplan geeft geen inzicht in het uitgiftebeleid van de gronden. 8. Hoe wordt voorkomen dat de toekomstige bewoners van de nieuwe woonwijk klachten gaan indienen over de ten noorden van het plangebied ontplooide activiteiten en gevestigde functies? Deze functies inclusief de geldende planologische mogelijkheden die deze functies hebben in het geldende bestemmingsplan moeten in dit bestemmingsplan worden veiliggesteld. 9. Bij de keuze voor de onderhavige locatie is onvoldoende naar de verkeersafwikkeling gekeken. 10. Indiener van deze zienswijze heeft een aantal vragen over het waterbeheer: a. Hoe is de afwatering richting de Maas geregeld? b. Hoe is de onderhoudsweg voorzien? c. Hoe wordt voorkomen dat het mogelijk vervuild water vanuit de woonwijk in de Middelveldsche Beek loopt? d. Welk effect heeft het geplande waterbeheer op dieren? 11. Waar zijn de zichtlijnen waarvan de gemeente Oss heeft beloofd dat deze voor dit gebied altijd aanwezig zullen zijn/blijven? 12.
Indiener van deze zienswijze wil graag weten hoe zijn bedenkingen, die hij eerder in brieven en emails kenbaar heeft gemaakt, zijn verwerkt in dit ontwerpbestemmingsplan. Het gaat om de volgende onderwerpen: a. Gezien de hiervoor beschreven tekortkomingen is een passende beoordeling noodzakelijk en daarmee de noodzaak tot het doorlopen van een formele MER-beoordelingsprocedure. b. Om het effect van de toename van huiskatten op de natuur te beperken, is het voorstel aangedragen van een bufferzone van 100 meter tussen de nieuw te bouwen huizen en het Ivo van Dinther pad. Onduidelijk is waarom deze oplossing niet mogelijk is. c. Er mist een lichtonderzoek waarin het effect van lichthinder op het omringende gebied wordt opgehelderd. d. Verder mist een onderzoek naar het effect van geluid tijdens de bouwfase en daarna op de omgeving én een onderzoek naar gift. 13. Indiener van deze zienswijze ziet graag dat aan de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan op pagina 11 nog een aantal bijzondere elementen aan de beschrijving wordt toegevoegd. Als bijzondere elementen worden dan genoemd: beekherstel, het voedselbos, recreatie, nog 4 ha in ontwikkeling van Groenfonds Geffen, 6 kikkerpoelen, circa 7000 bomen en struiken en ongeveer 810 ha natuurherstel en natuur inclusieve landbouw. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond.
Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen de toelichting als volgt aan: Wij hebben naar aanleiding van deze zienswijze een nieuwe voortoets stikstofdepositie laten doen waarin we voor de volledigheid voor dit plan ook het effect van de realisatiefase hebben laten berekenen. Bovendien is voor wat betreft de gebruiksfase in de berekeningen van het huidige/bestaande gebruik sprake van een onderschatting van de stikstofuitstoot en in de berekeningen voor het toekomstige gebruik van een worst case situatie. Dit nieuwe onderzoek is als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd (bijlage 3) en in paragraaf 5.2.2.2 van de toelichting zijn de conclusies van dit onderzoek beschreven. Wij hebben een nieuwe quickscan laten maken waarin de drie eerdere quickscans voor de verschillende deelgebieden zijn samengevoegd en waarin een nieuw veldbezoek is beschreven. Bovendien is een tweetal aanvullende onderzoeken verricht naar das, kleine marterachtigen en steenmarter. Deze rapporten zijn als bijlagen 1, 2 en 17 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd en de conclusies zijn verwerkt in paragraaf 5.2.2.2 van de toelichting.
Pagina 4 van 34
Toelichting van de gemeenteraad 1. Bij de invulling van het gebied wordt een natuurlijke overgang nagestreefd tussen de nieuwe woonbuurt en de natuurlijke groenzone rondom de Middelveldsche Waterloop en het Ivo van Dintherpad. Het realiseren van goede verbindingen en relaties tussen het nieuwe woongebied en deze groenzone is ook een uitgangspunt vanuit de gebiedsvisie. Een afschermende voorziening (bijvoorbeeld in de vorm van een grondwal) tussen woonbuurt en deze groenzone is wat ons betreft dus juist niet gewenst. De natuurlijke zone is in de bestaande situatie ca. 55 tot 85 m breed en biedt al een natuurlijke afscherming ten opzichte van het perceel van indiener. Deze zone zal ter plaatse van de nieuwe woonbuurt op een aantal plaatsen nog verder worden verbreed en via twee groene ‘aders’ in de nieuwe woonbuurt worden voortgezet. Aansluitend op het karakter van de natuurlijke groenzone zullen hier ook bomen en heesters worden geplant. Dat draagt bij aan de landschappelijke inpassing van de nieuwe woonbuurt en zorgt ook nog voor enige (aanvullende) afscherming. 2. a) Het klopt dat de vrijstelling van berekening van de realisatiefase alleen voor projecten geldt.
Bij een berekening voor een plan kan blijken dat er significant negatieve effecten zijn (al is de vraag op basis waarvan dat bepaald wordt: er is geen vastgesteld toetsingskader), waarna er geen vergunning Wet natuurbescherming (Wnb) nodig is voor dat effect als de omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Vanwege deze scheve situatie en het ontbreken van een vastgesteld toetsingskader was de aanlegfase niet berekend. Voor de volledigheid is het effect van de realisatiefase (aanlegfase) nu toch ook in beeld gebracht. Uit de berekening voor de aanlegfase volgt dat er geen sprake is van een bijdrage aan stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. Ook de stikstofuitstoot van het gebruik in de referentiesituatie was nog niet in de stikstofberekening meegenomen. In de nieuwe versie van de voortoets stikstof is het bestaande gebruik wel gemodelleerd en specifiek alleen de bemesting van de landbouwgronden. Stikstofuitstoot als gevolg van verkeersbewegingen, verwarming en andere activiteiten van de bedrijven Heesterseweg 35 en 35a zijn niet gemodelleerd, waarmee sprake is van een onderschatting van de stikstofuitstoot in de referentiesituatie. b) De vrijstellingsregeling is momenteel de geldende regeling, daarom is daar rekening mee gehouden. Toch is, zie voorgaand punt, de realisatiefase (aanlegfase) nu meegenomen in de berekening.
Uit de berekening voor de aanlegfase volgt dat er geen sprake is van een bijdrage aan stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. c) De berekening van de gebruiksfase is aangevuld met een stikstofbron voor het gebruik van de nieuwe woningen. Het is niet de verwachting dat in iedere woning een hout- of pelletkachel of biomassaketel wordt gerealiseerd. Sterker nog: het aandeel van dergelijke installaties is naar verwachting erg klein. In de nieuwbouwwoningen worden dergelijke installaties niet standaard ingebouwd in de woningen. Worst case is voor 50% van de woningen een stikstofuitstoot gemodelleerd waarmee het mogelijke gebruik van verbrandingsinstallaties als houtkachels, pelletkachels of biomassaketels is ondervangen evenals ander incidenteel en kleinschalige stikstofuitstoot. In de nieuwe versie van de voortoets stikstofdepositie is dit nader toegelicht. d) De gronden die in het nieuwe bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ hebben, hebben in de huidige situatie ook al deze bestemming. Daarmee verandert er niks aan de maximale toegestane stikstofemissie op deze grond. Bovendien mag er zonder milieuvergunning zowel nu als na vaststelling van de bestemmingsplanherziening alleen hobbymatig vee worden gehouden, wat inhoudt dat er slechts enkele dieren weiden.
Bij bedrijfsmatig houden van vee is een milieuvergunning nodig en wordt op dat moment getoetst of het houden van vee mogelijk is zonder dat Natura 2000-gebied significant wordt aangetast. e) De berekening voor de gebruiksfase is aangevuld met 18 verkeersbewegingen van zwaar verkeer per dag verdeeld over verschillende routes. Hierdoor is rekening gehouden met afvalinzameling, bezorging en/of verhuizing. Dit is een overschatting van de hoeveelheid
Pagina 5 van 34
f)
zwaar verkeer die de nieuwe woningen met zich mee zullen brengen. Uit de nieuwe berekening van de gebruiksfase volgt dat er geen sprake is van een bijdrage aan stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/j ten opzichte van de referentiesituatie. Er zal geen sprake zijn van extra verkeersbewegingen van openbaar vervoer door de bestemmingsplanherziening. Op de weg waar in het nieuwe bestemmingsplan de bestemming ‘Verkeer – Verblijf’ komt te liggen, is nu ook al sprake van deze bestemming en bijbehorende bouwmogelijkheden. Er wordt alleen iets meer ruimte gereserveerd voor de verkeersfunctie. Uit de nieuwe berekening van de gebruiksfase waarin extra zwaar vrachtverkeer en stikstofuitstoot vanwege het gebruik van de woningen (o.a. houtkachels, pelletkachels en biomassaketels) is toegevoegd als gevolg van deze zienswijze en waarin de referentiesituatie nu ook is gemodelleerd, volgt dat er geen sprake is van een bijdrage aan stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/j ten opzichte van de referentiesituatie.
3. a. Om een actueel volledig beeld te krijgen, is er door Blom Ecologie voor het gehele gebied één nieuwe quickscan uitgevoerd. Zie bijlage 17. Of voldaan kan worden aan de eisen voor ontheffingverlening, zal moeten blijken uit aanvullend onderzoek of er daadwerkelijk een ontheffing benodigd is. Uit genoemd onderzoek van Blom Ecologie komt naar voren dat er geen reden is om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen van de Wet natuurbescherming niet verkregen zouden kunnen worden. b. Ten aanzien van de onderzoeken naar Flora en Fauna is in z’n algemeenheid het volgende van belang. Zoals in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan stond vermeld, zijn er in de periode 2020-2022 drie verschillende quickscans uitgevoerd verdeeld over drie deelgebieden. Intussen is er een nieuwe quickscan gemaakt, waarin de eerdere rapporten zijn samengevoegd en er een nieuw veldbezoek heeft plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat er aanvullend onderzoek plaats dient te vinden naar de aan- of afwezigheid van steenmarter, kleine materachtige, das, boom- en gebouwenbewonende vleermuizen, huismus en gierzwaluw. Voor vleermuizen, huismus en gierzwaluw geldt dat dit onderzoek enkel plaats dient te vinden ten behoeve van de sloop van de woningen aan de Veldstraat 30 en Heesterseweg 35.
Meer specifiek geldt dat voor de houtwal aan de noordzijde van het plangebied een beoordeling is gemaakt in de nieuwe quickscan (Fairhurst, 2022). Hieruit blijkt dat, doordat de aanwezige groenstrook behouden blijft, er enkel maatregelen getroffen dienen te worden om negatieve effecten op een mogelijk aanwezige essentiële vliegroute voor vleermuizen te voorkomen (Fairhurst, 2022). Indien dit niet mogelijk is, dient hier aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Mogelijk blijkt hieruit dat de groenstrook een essentiële functie vervult voor vleermuizen en dient hiervoor een ontheffing te worden aangevraagd. Verder blijkt uit de nieuwe quickscan, waarin een uitgebreide beoordeling is gemaakt voor uilen en andere jaarrond beschermde roofvogelsoorten, dat er geen nest- of rustplaatsen aanwezig zijn van de steenuil of kerkuil en dat het aan geschikte habitatonderdelen binnen de planlocatie ontbreekt. Negatieve effecten op deze soorten kunnen derhalve uitgesloten worden. Voor de das, kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) en de steenmarter is in de periode mei – juli 2022 aanvullend onderzoek uitgevoerd naar hun aanwezigheid in het zuidelijke en oostelijke deel van het plangebied.(zie bijlage 1 en 2 Aanvullend onderzoek ecologie Geffen ’t Veld Zuidoost door Blom Ecologie, 22 juli 2022 projectnummer 2022-0562).
Hieruit komt naar voren dat tijdens het onderzoek geen individuen en/of sporen van deze soorten zijn aangetroffen binnen het plangebied. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling leidt derhalve niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming en een ontheffing in het kader van die wet is derhalve niet nodig. Voor het noordwestelijk deel dient er nog aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Indien uit het vervolgonderzoek zou blijken dat er een ontheffing Wnb aangevraagd dient te worden, komt uit genoemd onderzoek van Blom Ecologie naar voren dat er geen reden is om aan te .
Pagina 6 van 34
4.
5. 6.
7.
8.
nemen dat eventueel benodigde ontheffingen van de Wet natuurbescherming niet verkregen zouden kunnen worden. c. Het voedselbos en terrein van Green Heart Nature Farm ligt buiten de planlocatie en de genoemde onderdelen als het voedselbos zelf, de poel, beekherstel, torenvalkast etc. eveneens. Deze structuren zullen binnen de beoogde ontwikkeling niet aangetast worden. Dit geldt ook voor de habitatonderdelen van de daar (mogelijk) voorkomende beschermde soorten. Daarnaast zal de beoogde ontwikkeling geen barrière vormen, op basis van huidig verspreidingsgebied en aanwezige groenstructuren, voor deze soorten om van andere delen uit Geffen zich te verplaatsen richting Green Heart Nature Farm. Alle adressen en genoemde soorten die worden aangehaald in de zienswijze vallen buiten de planlocatie en zullen geen hinder ondervinden van de beoogde ontwikkeling. Dit geldt eveneens voor omliggende onder de Wet natuurbescherming beschermde gebieden. Huidig gebruik is agrarisch (mais) en deels transport (bedrijf). Dit biedt vrij weinig mogelijkheden voor veel beschermde soorten. Dat het gebied van Green Heart Nature Farm natuurvriendelijk is ingericht, wil niet zeggen dat de huidige planlocatie veel potentie biedt voor de in de zienswijze genoemde soorten. Zeker bij afwezigheid van correcte inrichting en beheer.
Juist het natuurinclusief bouwen biedt veel meer mogelijkheden voor (beschermde) soorten, waaronder soorten die in de zienswijze worden aangehaald. Om de gewenste woningbouwontwikkeling aan de zuidkant van Geffen goed in te kunnen passen in een groter verband, is de Gebiedsvisie ’t Veld Geffen opgesteld. Binnen deze visie zijn vier deelgebieden te onderscheiden met elk hun eigen karakter. In de visie wordt per deelgebied de ontwikkelrichting beschreven. Voor het zuidelijke deel, in de Gebiedsvisie de Dorpse Woonbuurten genoemd, is het onderhavige bestemmingsplan opgesteld met het doel te voorzien in de grote vraag naar woningen. Het noordelijke deel daarentegen heeft een meer conserverend karakter. Eventuele initiatieven in dat gebied zijn nog onvoldoende uitgekristalliseerd om nu al in een bestemmingsplan op te kunnen nemen. In verband met de gewenste snelheid om te kunnen voorzien in de woningbehoefte, is er voor gekozen om nu alleen voor het deel waar de woningbouwontwikkeling zal plaatsvinden een bestemmingsplan te maken. De toekomstige bewoners van deze nieuwe woonwijk kunnen zich nu op basis van de Gebiedsvisie al een beeld vormen van het karakter en de ontwikkelrichtingen van de ten noorden van het plangebied gelegen deelgebieden. Dit schept nu al duidelijkheid ook al maken deze deelgebieden geen onderdeel uit van het onderhavige bestemmingsplan.
In alle relevante onderzoeken is rekening gehouden met een woningbouwaantal van 310. In tegenstelling tot hetgeen indiener van deze zienswijze stelt, ligt er een gedegen ruimtelijke afweging ten grondslag aan de keuze voor de onderhavige woningbouwlocatie. Er is gekeken naar logische uitbreidingslocaties. Uitbreidingen aan andere zijden van het dorp zijn afgevallen in verband met ruimtelijke beperkingen, respectievelijk de gemeentegrens en het spoor. Verder kan over de Structuurvisie Buitengebied Oss 2015 worden gesteld dat deze is vastgesteld in een tijd dat er sprake was van crisis op de woningmarkt terwijl er nu juist sprake is van woningnood. De Wet op de Ruimtelijke Ordening stelt de gemeente in staat bestemmingsplannen te maken. Een bestemmingsplan is de ruimtelijke vertaling van het gemeentelijk beleid, waaronder het woonbeleid. Met een bestemmingsplan kan echter alleen de bestemming worden geregeld, niet de toewijzing. Ook waar een gemeente maar een beperkt aantal woningen mag bouwen, afgestemd op de lokale behoefte, is het niet mogelijk dit maximaal aantal te bouwen woningen op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening toe te wijzen aan lokale gegadigden. Toewijzing op zich is namelijk niet ruimtelijk relevant. De gemeente zal binnen het plan bovendien zelf een aantal bouwkavels uitgeven.
De wijze van uitgifte zal tijdig gepubliceerd worden zodat iedereen die geïnteresseerd is de kans heeft zijn belangstelling kenbaar te maken. Wij kunnen niet voorkomen dat toekomstige bewoners klachten gaan indienen over ten noorden van het plangebied gevestigde functies en ontplooide activiteiten. Wel is het zo dat de aanwezige functies allemaal geregeld zijn in de actuele en in werking getreden bestemmingsplannen voor het buitengebied zodat mensen,
Pagina 7 van 34
voordat ze in het onderhavige plangebied gaan wonen, al op de hoogte kunnen zijn van de ten noorden van hun woonomgeving aanwezige functies. Nog los van het hiervoor onder 4 gestelde, zouden we mensen bovendien juist in de gelegenheid stellen zienswijzen in te dienen tegen de bestemmingen van de gevestigde functies als we die in het onderhavige bestemmingsplan opnieuw zouden bestemmen. 9. De nieuwe woonbuurt wordt op de Veldstraat en Heesterseweg ontsloten. Het onderzoek dat als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen toont aan dat het extra verkeer als gevolg van deze uitbreiding goed en veilig op deze wegen kan worden afgewikkeld. De genoemde rotonde bij Het Woud ligt op ca. twee kilometer afstand en vormt in die zin geen direct onderdeel van dit plan. We onderschrijven dat het verkeersbeeld op deze rotonde druk is maar er is geen sprake van overbelasting. De invloed van de nieuwe wijk op de verkeersafwikkeling op deze rotonde is beperkt. 10. a) De afwatering richting de Maas blijft ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. De afwatering naar de Maas vindt plaats via meerdere watergangen. b) Het onderhoudspad valt buiten het plangebied en blijft behouden (de huidige situatie verandert niet).
c) Het afstromend hemelwater afkomstig van het nieuwe verhard oppervlak komt in de wadi’s terecht waar het infiltreert en in extreme gevallen (uitzonderlijke situatie) zal een deel van het hemelwater via de overstort in de beek/watergang worden afgevoerd. Het mogelijk vervuilde hemelwater infiltreert in de wadi’s waar de verontreinigde stoffen zullen accumuleren (verzamelen). Hier wordt rekening mee gehouden in het beheer en onderhoud van de wadi’s door de gemeente (monitoren en mogelijk maatregelen nemen). Wanneer in een extreme neerslagsituatie (uitzonderlijke situatie) de overstort in werking treedt, zal een deel van dit afstromend hemelwater in de beek terecht komen. De concentratie van de verontreinigde stoffen zal in deze situatie echter laag zijn door het verdunnend effect van de extreme neerslagsituatie (grote hoeveelheid water). d) Er is geen directe verbinding met de waterloop buiten het gebied. Ook is het toenemen van vervuiling niet aannemelijk omdat de agrarische functie komt te vervallen en dit zal leiden tot minder belasting met vermestende stoffen en eventueel toegepaste bestrijdingsmiddelen. 11. Het is niet helemaal duidelijk op welke zichtlijnen indiener doelt. Mogelijk worden de doorzichten vanaf de Heesterseweg op het achterliggende landschap bedoeld zoals die zijn opgenomen in de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015.
Deze visie Buitengebied is destijds echter niet opgesteld met het oog op een mogelijke uitbreiding van de woonkern Geffen op deze plek. Betreffende zichtlijnen komen inderdaad deels te vervallen door de transformatie van agrarisch gebied naar woongebied. Door de ‘groene aders’ binnen het nieuwe woongebied blijven er echter wel degelijk doorzichten naar het achterliggende landschap behouden. 12. a. Zoals hiervoor gemotiveerd is beschreven is er naar onze mening geen sprake van tekortkomingen en kan op basis van alle zorgvuldig gedane onderzoeken worden geconcludeerd dat dit plan niet leidt tot milieueffecten van een zodanige omvang dat een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure nodig is. b. Wanneer een zone van 100 m aangehouden moet worden tot de Middelveldsche Waterloop en het Ivo van Dintherpad vervalt nagenoeg de helft van de woningbouwlocatie. Met het vervallen van bijna de helft van de woningbouwlocatie kunnen we niet meer voldoen aan de woningbouwbehoefte. Bovendien is er juist gezocht naar een natuurlijke verweving van de nieuwe woonbuurt met het aangrenzende landschap. Het realiseren van een ‘bufferzone’ tussen de nieuwe woonbuurt en de Middelveldsche Waterloop doet dat teniet. c. Het is juist dat er nu geen licht schijnt vanuit het onderhavige plangebied dat nu een agrarisch gebruik kent, maar straks, na realisatie van de beoogde woonwijk, wel.
Dit effect kan worden verminderd door hiermee rekening te houden bij de inrichting van de nieuwe woonwijk.
Pagina 8 van 34
13.
De beschermde natuurwaarden zijn onderzocht in het natuuronderzoek. Hieruit komt naar voren dat de Wet natuurbescherming niet wordt overtreden en ook dat geen ontheffingen nodig zijn. Maar natuurwaarden spelen breder dan de paar beschermde soorten die er wel of niet zitten. Het gebied waar het om gaat is een kleinschalig landschap met diverse lichtbronnen zoals straatverlichting, verspreide bebouwing, bedrijfsbebouwing etc. Het gebied is dus niet vrij van ‘lichtvervuiling’. Gevoelige soorten zullen zich terugtrekken in de donkerdere delen. Vooral de noordelijke overgangszone van de nieuwe woonbuurt (ten zuiden van de Middelveldsche Waterloop) zal meer te maken krijgen met lichthinder. Hier wordt groen aangelegd dat veel van het uitstralende licht zal afschermen. Het optimaliseren van deze groenzone hierop zal bij de verdere uitwerking van de plannen nog plaatsvinden. Hoewel een zeker effect wel te verwachten is voor wat betreft lichtvervuiling, zal dit niet leiden tot een totaal andere situatie voor de bestaande natuurwaarden. Er is hier immers sprake van een gemengd gebied waar al verlichting aanwezig is bij de bestaande gebouwen en langs de wegen in het gebied.
Met een goede inpassing zullen wij de lichtvervuiling die er ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling bijkomt, zoveel mogelijk afschermen en zullen nieuwe plekken worden ontwikkeld in het landschap waar geen of minder lichtvervuiling plaatsvindt. Er zal breder in het gebied voldoende dekking zijn voor de voorkomende soorten om blijvend gebruik te maken van het gebied. Verder is het mogelijk om de straatverlichting zo aan te passen dat lichthinder zoveel mogelijk wordt beperkt. d. Voor onze toelichting op het onderdeel van deze zienswijze dat gaat over het effect van geluid tijdens de bouwfase, verwijzen wij hier naar onze toelichting op onderdeel 2 van deze zienswijze. Voor wat betreft het gebruik van gift is voor dit bestemmingsplan relevant dat de agrarische gronden die aan de noordzijde grenzen aan het plangebied ofwel bestemd zijn tot natuur of groen ofwel in onze eigendom zijn. En wij zullen geen gewassen gaan spuiten. Wij zijn dan ook van mening dat het aspect gift geen belemmering vormt voor onderhavig plan. Het toevoegen van de genoemde elementen maakt het verhaal er niet duidelijker op en bovendien klopt dit ook niet. De genoemde elementen behoren tot het ‘landelijk uitloopgebied’ en niet tot de ‘centrale groenzone’ zoals deze in de gebiedsvisie Geffen ’t Veld is opgenomen.
Pagina 9 van 34
Zienswijze 2 Samenvatting zienswijze Deze zienswijze komt inhoudelijk grotendeels overeen met de zienswijze onder 1 met uitzondering van 2 onderdelen: 1. Het onderdeel over het onderzoek naar de soortenrijkdom noordelijk van het plangebied (onderdeel 3 c van de samenvatting van zienswijze 1), komt in deze zienswijze niet terug. 2. Verder wordt in deze zienswijze aangegeven dat de vrees bestaat dat toekomstige bewoners overlast zullen ondervinden van de activiteiten van de imkerij en het bijenmuseum met dagbesteding dat zich aan de rand van het plangebied bevindt. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen de toelichting als volgt aan: Wij hebben naar aanleiding van deze zienswijze een nieuwe voortoets stikstofdepositie laten doen waarin we voor de volledigheid voor dit plan ook het effect van de realisatiefase hebben laten berekenen. Bovendien is voor wat betreft de gebruiksfase in de berekeningen van het huidige/bestaande gebruik sprake van een onderschatting van de stikstofuitstoot en in de berekeningen voor het toekomstige gebruik van een worst case situatie. Dit nieuwe onderzoek is als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd (bijlage 3) en in paragraaf 5.2.2.2 van de toelichting zijn de conclusies van dit onderzoek beschreven.
Wij hebben een nieuwe quickscan laten maken waarin de drie eerdere quickscans voor de verschillende deelgebieden zijn samengevoegd en waarin een nieuw veldbezoek is beschreven. Bovendien is een tweetal aanvullende onderzoeken verricht naar das, kleine marterachtigen en steenmarter. Deze rapporten zijn als bijlagen 1, 2 en 17 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd en de conclusies zijn verwerkt in paragraaf 5.2.2.2 van de toelichting. Toelichting van de gemeenteraad Voor de beoordeling van deze zienswijze verwijzen wij allereerst naar de beantwoording van zienswijze 1 met uitzondering van de beoordeling van het onderdeel dat gaat over het onderzoek naar de soortenrijkdom noordelijk van het plangebied (onderdeel 3 c van de hiervoor beschreven zienswijze 1). Voor het deel van deze zienswijze dat betrekking heeft op de buiten het plangebied gelegen imkerij en het bijenmuseum, verwijzen wij hier naar de beantwoording van zienswijze 5, onderdelen 2 en 4 verderop in deze Nota van Zienswijzen.
Pagina 10 van 34
Zienswijze 3 Samenvatting zienswijze 1. Het ontwerpbestemmingsplan biedt geen enkele zekerheid dat er afschermende, natuurlijke voorzieningen worden aangelegd tussen de nieuwe woonwijk en het aangrenzende gebied. 2. De maximale bouwhoogte van 11 meter sluit niet aan bij het dorpse karakter van Geffen en is ook niet in overeenstemming met de uitkomsten van de omgevingsdialoog. Door de gestapelde bouw kan de vrijheid en privacy van de indieners van deze zienswijze ernstig beperkt worden. Verder zal de nieuwe bebouwing de huidige zichtlijnen die als waardevol bestempeld worden, vernietigen. 3. Indieners van deze zienswijze vrezen lichthinder door inschijnend licht van motorvoertuigen op hun woning. Tevens vrezen zij dat lichtvervuiling een verstorend effect op de natuurlijke omgeving tussen de nieuwe woonwijk en het ten noorden daarvan gelegen gebied zal hebben. Dit effect is niet onderzocht. Gevraagd wordt dit alsnog te onderzoeken en uit te sluiten dat door lichtvervuiling nadelige invloed ontstaat op de natuurlijke omgeving. Ook wordt gevraagd om een natuurlijke buffer te realiseren en op te nemen in het onderhavige plan. 4. a. Voor A-watergangen in het beheer van het waterschap geldt aan weerszijden van de watergang een 5 meter obstakelvrije zone. Voor een gedeelte van de watergang ten noorden van het plangebied is er nu al geen 5 meter obstakelvrije zone.
Hoe gaan deze eisen in de nieuwe situatie wel gerealiseerd worden? b. Bovendien is in de huidige situatie na langdurige regenval al regelmatig wateroverlast door sterk stijgend grondwater en omdat de huidige watergang dan onvoldoende capaciteit heeft om overtollig water af te voeren. De aanleg van de nieuwe woonwijk zal een negatief effect hebben op de infiltratie over het gehele gebied van water. c. Gevraagd wordt om nader onderzoek te doen naar de capaciteit van de waterafvoer buiten het plangebied om meer overlast te voorkomen. d. Tot slot wordt gevraagd om zekerheid dat het stroomgebied van de Middelveldsche Waterloop niet vervuild zal gaan worden doordat stoffen vanuit de nieuwe woonwijk met het water meegevoerd zullen gaan worden. 5. a. In de berekening van de stikstofuitstoot zijn nu niet alle bronnen van stikstof meegenomen waardoor deze berekening niet klopt. Gevraagd wordt deze berekening daarom opnieuw uit te voeren. b. Daarnaast zijn de indieners van deze zienswijze van mening dat er geen nieuwe bron van stikstof mag bijkomen tenzij deze gecompenseerd wordt met een anderzijdse afname. Waar wordt deze afname van stikstofuitstoot gerealiseerd? 6.
De realisatie van de nieuwe woonwijk zal tot een toename van geluidsoverlast en tot een sterke toename van het gebruik van het Ivo van Dintherpad leiden hetgeen de overlast en de druk op de natuurlijke omgeving zal vergroten. Het woongenot van de indieners van deze zienswijze zal hierdoor verminderen. 7. De plangrens van het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Indieners van deze zienswijze zijn van mening dat dit ontwerpbestemmingsplan het gehele gebied zou moeten bestrijken dat in de Gebiedsvisie is onderzocht. Daarmee kan ook worden voorkomen dat de bewoners van de nieuwe woonwijk straks bezwaar maken tegen een nieuw vast te stellen bestemmingsplan waarin de natuurwaarden van het ten noorden hiervan gelegen gebied worden verankerd. 8. Indiener van deze zienswijze vraagt zich af of de uitbreiding van de plancapaciteit van circa 255 naar 310 woningen wel is toegestaan gelet op de onderzoeken die eerder hebben plaatsgevonden. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond.
Pagina 11 van 34
Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen de regels als volgt aan: Wij voegen de volgende zinsnede toe aan artikel 9.2.2 onder c: “tenzij op de verbeelding een andere goothoogte respectievelijk bouwhoogte is aangegeven. In dat geval geldt de op de verbeelding aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte.” Wij passen de verbeelding als volgt aan: Wij nemen aan de noordelijke rand van de bestemming “Woongebied” een maatvoeringsvlak op waarbinnen de goothoogte respectievelijk de bouwhoogte van grondgebonden woningen niet meer mag bedragen dan 4,5 respectievelijk 10 meter. Wij passen de toelichting als volgt aan: Wij hebben naar aanleiding van deze zienswijze een nieuwe voortoets stikstofdepositie laten doen waarin we voor de volledigheid voor dit plan ook het effect van de realisatiefase hebben laten berekenen. Bovendien is voor wat betreft de gebruiksfase in de berekeningen van het huidige/bestaande gebruik sprake van een onderschatting van de stikstofuitstoot en in de berekeningen voor het toekomstige gebruik van een worst case situatie. Dit nieuwe onderzoek is als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd (bijlage 3) en in paragraaf 5.2.2.2 van de toelichting zijn de conclusies van dit onderzoek beschreven.
Verder hebben we in hoofdstuk 6 van de toelichting (de toelichting op de regels) bij de toelichting op de bestemming ‘woongebied’ ook het maatvoeringsvlak benoemd. Toelichting van de gemeenteraad 1. Voor de beoordeling van deze zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1 onder punt 1. 2. Wij zijn van mening dat de omwonenden uitvoerig bij de planvorming betrokken zijn geweest. Al in een vroeg stadium is een uitgebreide omgevingsdialoog met de omgeving gevoerd waarin onder andere enkele ontwikkelingsopties zijn voorgelegd. De opmerkingen en input uit de omgevingsdialoog zijn nadrukkelijk meegewogen bij de te maken keuzes en terug te vinden in het nu voorliggende bestemmingsplan. Dat betekent echter niet dat alle wensen een op een zijn vertaald in het bestemmingsplan. De omgevingsdialoog is immers slechts één van de onderdelen waarop een bestemmingsplan is gebaseerd en is een middel om inzicht te krijgen. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de omgevingsdialoog dat overeenstemming met eenieder moet worden bereikt over een plan. De maximale bouwhoogte van 11 m is gebaseerd op grondgebonden woningen van twee bouwlagen met een kap. Deze bouwvorm komt (naast woningen van één of anderhalve laag met kap) veelvuldig voor in het dorpse Geffen. Toch hebben we de bouwhoogten binnen het plan opnieuw bekeken naar aanleiding van deze en andere zienswijzen.
Om tot een meer geleidelijke overgang tussen woonbuurt en landschap te komen brengen we de maximale goothoogte aan de noordelijke rand (aan de zijde Middelveldsche Waterloop) terug tot 4,5 m en de bouwhoogte tot 10 m. Dit komt overeen met een woning van anderhalve laag met kap. Gestapelde woningen (appartementen) zijn slechts op twee plaatsen – die als zodanig op de verbeelding zijn aangeduid – toegestaan. De dichtstbijzijnde locatie waar gestapelde woningen mogelijk zijn, ligt op een afstand van 180 meter tot de woning van de indieners van deze zienswijze. De hoogte van dit woongebouw mag maximaal 10 meter bedragen. Tussen de nieuw geprojecteerde woonwijk en de woning van reclamanten wordt bovendien nog, aansluitend aan het al bestaande groen rondom de Middelveldsche Waterloop, een groenzone gerealiseerd binnen de begrenzing van het nieuwe plan. Gezien het vorenstaande zijn wij van mening dat vrijheid en privacy van de indieners van deze zienswijze niet onevenredig worden aangetast. Overigens kunnen op grond van vaste jurisprudentie aan een bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. Aan de situatie zoals die was toen indieners hun woning kochten, konden en mogen zij niet de verwachting ontlenen dat hun uitzicht in de toekomst nooit zou wijzigen.
Voor de beoordeling van het deel van de zienswijze dat betrekking heeft op de zichtlijnen, verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1 onder punt 11. 3. Of en in hoeverre er sprake zal zijn van inschijnende koplampen in de woning van reclamanten is afhankelijk van het wegenpatroon en zal zich in dit geval alleen
Pagina 12 van 34
kunnen voordoen bij van zuid naar noord rijdende auto’s. Verder is in dit geval van belang te vermelden dat de woning van reclamanten op een afstand van minimaal 170 tot de dichtstbijzijnde woningbouwmogelijkheid is gelegen. En, zoals hiervoor onder punt 2 ook al is vermeld, wordt tussen de nieuw geprojecteerde woonwijk en de woning van reclamanten bovendien nog, aansluitend aan het al bestaande groen rondom de Middelveldsche Waterloop, een groenzone gerealiseerd binnen de begrenzing van het nieuwe plan. Als er gezien het vorenstaande al sprake zou zijn van inschijnende koplampen, zal dat sterk gereduceerd worden door het reeds bestaande en nieuw aan te leggen groen aan de noordzijde van het plangebied. Voor de beoordeling van het onderdeel van deze zienswijze dat betrekking heeft op de effecten van lichtvervuiling op de natuurlijke omgeving verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1 onder 12c. Verder is het mogelijk om de straatverlichting zo aan te passen dat lichthinder door straatverlichting in de nieuwe buurt zoveel mogelijk wordt beperkt. 4. a. b.
c.
Bij de inrichting van het terrein binnen het plangebied houden we rekening met een 5 meter brede onderhoudsstrook. Formeel wordt hier afstromend hemelwater beschreven dat wateroverlast veroorzaakt (geen grondwater). De verwachte hoge grondwaterstand in Geffen is circa 0,8 tot 1,5 m -mv en zal naar verwachting geen overlast veroorzaken. Het afstromend water via het verhard oppervlak wordt niet sneller afgevoerd naar de watergang dan nu het geval is. Het afstromend hemelwater afkomstig van het nieuwe verhard oppervlak komt in de wadi’s terecht waar het infiltreert. Dit is gedimensioneerd op een extreme bui die 1 keer in de 100 jaar valt (60 mm in een uur). In een extreme neerslagsituatie zal een deel van dit afstromend hemelwater via de overstort in de beek/watergang vertraagd worden afgevoerd.
Het afstromend water via het verhard oppervlak wordt niet sneller afgevoerd naar de watergang dan nu het geval is. Binnen het plangebied bergen en infiltreren we 60 mm. Het afstromend hemelwater afkomstig van het nieuwe verhard oppervlak komt in de wadi’s terecht waar het infiltreert. In 95% van de neerslagsituaties wordt geen hemelwater in de watergang geloosd maar wordt dit opgevangen en geïnfiltreerd in het plangebied. In extreme neerslaggevallen (groter dan 60 mm in een uur) zal een deel van het hemelwater via de overstort in de beek/watergang worden afgevoerd. De Middelveldsche waterloop valt geregeld droog en krijgt in de toekomstige situatie niet meer water dan de huidige situatie. d. Het mogelijk vervuilde hemelwater infiltreert in de wadi’s waar de verontreinigde stoffen zullen accumuleren (verzamelen). Hier wordt rekening mee gehouden in het beheer van de wadi’s door de gemeente (monitoren en mogelijk maatregelen nemen). In een extreme neerslag situatie (uitzonderlijke situatie groter dan bui T=100) zal een deel van dit afstromend hemelwater via de overstort in de beek terecht komen. De concentratie van de verontreinigde stoffen zal in deze situatie echter laag zijn door het verdunnend effect van de neerslagsituatie (grote hoeveelheid water). 5.
Voor een uitgebreide toelichting op dit onderdeel van deze zienswijze, verwijzen wij allereerst naar onze toelichting op zienswijze 1 onder 2. In aanvulling daarop willen wij nog het volgende vermelden. a.
Met betrekking tot het uitgevoerde stikstofonderzoek en mogelijke extra bronnen: Vooralsnog willen wij het zekere voor het onzekere nemen door ook de bouwfase/aanlegfase worst-case te berekenen. Voor mogelijke onvoorziene stikstofbronnen is geen exacte benadering mogelijk in de berekeningen. Daarom is in de stikstofberekening voor de gebruiksfase een extra bron opgenomen als worst-case bepaling. De woningen worden conform het Bouwbesluit gasloos uitgevoerd. Daarmee is er over het algemeen geen sprake van een verbrandingsinstallatie in het huis. Ammoniakemissies als gevolg van menselijk gebruik, huisdieren e.d. worden niet aan woningbouw toegerekend en blijven conform het document “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2019” buiten beschouwing. Mogelijke stikstofuitstoot door de toekomstige woningen en bijgebouwen is kleinschalig en incidenteel. Wat onder deze kleinschalige en incidentele uitstoot valt is bijvoorbeeld het gebruik van een hout- of pellet kachel of biomassaketels. Aangezien dit plan enkel nieuwbouwwoningen betreft waarin dergelijke installaties niet standaard worden ingebouwd, zal het percentage woningen dat één van deze manieren van verwarming gebruikt erg klein zijn. Ook omdat per 1 januari 2020 de
Pagina 13 van 34
ISDE-subsidie op biomassaketels en pelletkachels is komen te vervallen is de verwachting dat het aandeel van de woningen met een dergelijke installatie in dit plan klein zal zijn. Om in de berekening toch rekening te houden met het gebruik van dergelijke installaties en eventueel ander incidenteel en kleinschalige stikstofuitstoot, is er worst case voor 50% van de nieuwe woningen (155 woningen) toch een stikstofuitstoot gemodelleerd. Hiervoor is aangesloten bij de standaard emissiefactoren per indicator die zijn afgeleid van gegevens uit de Emissieregistratie, die in de Aeriuscalculator voorheen onder de categorie ‘Plan’ werden gebruikt voor de functies wonen, werken en winkels. Specifiek is gebruik gemaakt van de emissiefactor voor vrijstaande woningen (nieuwbouw): een uitstoot NOx van 3,03 kg/j. Ook omdat in het plan maar een deel van de woningen als vrijstaand wordt gerealiseerd en dit het woningtype is met de hoogste emissiefactor, is er sprake van een worst case. Voor 155 woningen is deze uitstoot gemodelleerd, middels een vlakbron over het gehele plangebied met een uitstoothoogte van gemiddeld 8 meter. Uit deze berekening en het geactualiseerde stikstofonderzoek blijkt dat als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied de stikstofdepositie op de Natura 2000gebieden zowel in de gebruiksfase als in de aanlegfase niet toe neemt.
Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. b. Met betrekking tot compenseren door afname: Het huidige plan voldoet aan de vereisten in de Wet natuurbescherming en Wet stikstofreductie en natuurverbetering, waarmee is gewaarborgd dat als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied de stikstofdepositie op de Natura 2000gebieden zowel in de gebruiksfase als in de aanlegfase niet toe neemt. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. 6. Het is zeer waarschijnlijk dat het Ivo van Dintherpad na realisatie van de beoogde nieuwe woonwijk intensiever gebruikt zal gaan worden. Wij zijn echter niet van mening dat dit per definitie gaat leiden tot (meer) overlast. Overigens wordt in het plangebied ook nieuw groen aangelegd dat zal uitnodigen om ook hier te wandelen. Een bestemmingsplan regelt echter niet hoeveel mensen van een bepaalde voorziening zoals een voetpad gebruik mogen maken. Ook het voorkomen van eventuele overlast van mensen of honden kan niet in een bestemmingsplan worden geregeld. Wanneer er daadwerkelijk sprake is van overlast zal dat door middel van handhaving moeten worden opgelost. 7. Voor de beoordeling van deze zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1 onder punt 4. 8.
Voor de beoordeling van deze zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1 onder punt 5.
Pagina 14 van 34
Zienswijze 4 Samenvatting zienswijze 1. De indiener van deze zienswijze heeft bezwaar tegen de toegestane nokhoogte van 11 meter van de nieuw te bouwen woningen zowel achter als naast zijn woning. Zijn eigen woning heeft een nokhoogte van 8 meter en in het geldende plan mocht er op het perceel achter hem slechts een bijgebouw met een nokhoogte van 5 meter worden gebouwd. Het uitzicht wordt hierdoor nadelig beïnvloed. Door de situering van de nieuwe woning op het perceel achter dat van de indiener van deze zienswijze wordt de privacy in zijn tuin aangetast doordat er waarschijnlijk een raam komt aan zijn tuinzijde. 2. Deze zienswijze ziet ook op de wijze waarop de nieuwe woningen worden ontsloten op het bestaande wegennet. De Veldstraat is niet geschikt voor zoveel verkeer. 3. Een suggestie voor een andere verkeersinrichting is om de Heesterseweg als doorgaande weg in te richten, een centrale weg in de nieuw te bouwen wijk ter plaatse van de “langzaam verkeer” route te situeren en de “langzaam verkeer” route langs de rand van de nieuwbouwwijk te laten lopen. En met een tweede “langzaam verkeer” route langs de andere zijde van de nieuwbouwwijk zou daar een betere aansluiting op het Kraaijeven richting de Geffense Plas komen.
In combinatie met een rotonde ter plaatse van de kruising Heestersweg en Veldstraat (en hoge drempels aan het begin van de Veldstraat en de nieuwe woonwijk) zal dit tot een betere verkeersdoorstroming leiden. 4. Met de komst van 260 nieuwe woningen is het huidige park erg klein en zal er aandacht moeten komen voor meer wandelroutes en honden uitlaatgelegenheden. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Toelichting van de gemeenteraad 1. Een maximale nokhoogte van 11 m is toegestaan bij de woningen naast het perceel van indiener. Hier is uitgegaan van woningen van maximaal twee bouwlagen met een kap. Tussen het perceel van indiener en deze woningen komt nog een straat met een kleine groenplek waardoor er enige afstand is tussen deze woningen en die van de indiener. Voor de woning achter het perceel van indiener is een maximale goothoogte van 3,5 m en een maximale bouwhoogte van 10 m toegestaan. Hier kan een woning van één bouwlaag met kap worden gerealiseerd, vergelijkbaar met de woning van indiener. Gezien het vorenstaande zijn wij van mening dat het uitzicht en de privacy van indiener van deze zienswijze niet onevenredig worden aangetast. Overigens kunnen op grond van vaste jurisprudentie aan een bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend.
Aan de situatie zoals die was toen reclamanten hun woning kochten, konden en mogen zij niet de verwachting ontlenen dat hun uitzicht in de toekomst nooit zou wijzigen. Een recht op vrij uitzicht bestaat niet. Als indieners van deze zienswijze het ongewenst vinden dat er vanuit de nieuw te bouwen woning zicht ontstaat op hun tuin, kunnen ze overwegen om bijvoorbeeld bomen te planten om op die manier inkijk te beperken. 2. Ten behoeve van deze planontwikkeling is een verkeersonderzoek gedaan door een gespecialiseerd buro. Dit onderzoek is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. In dat onderzoek zijn de verkeerseffecten, verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling als gevolg van de beoogde woningbouwontwikkeling in beeld gebracht. Uit dat onderzoek komt onder andere naar voren dat de verkeersintensiteiten op de Veldstraat binnen de streefwaarden blijven en daarmee niet tot verkeersonveiligheid leiden. De beoogde woningbouwontwikkeling geeft volgens dit onderzoek ook geen aanleiding tot aanpassingen van het wegprofiel van de Veldstraat. Tevens blijkt dat alle onderzochte (nieuwe) kruispunten (dus ook die op de Veldstraat) het verkeer zowel in de ochtend- als avondspits goed kunnen verwerken. Aangezien de indiener van deze zienswijze niet nader onderbouwt waarom de Veldstraat niet geschikt zou zijn om de benodigde hoeveelheid verkeer te verwerken, hebben wij
Pagina 15 van 34
geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies uit dit verkeersonderzoek. 3. Het verkeersonderzoek (zoals hiervoor onder 2 besproken) geeft geen aanleiding om de gekozen verkeersstructuur te wijzigen. Wij hebben de suggestie voor een andere verkeersinrichting echter wel bekeken maar we zijn niet van mening dat dit leidt tot een betere verkeersstructuur of een beter stedenbouwkundig plan. We houden daarom vast aan de gekozen verkeerskundige opzet. 4. Zoals in de toelichting bij het bestemmingsplan al is beschreven, is de centrale groenzone het leidende en verbindende element geweest voor de planvorming van het onderhavige bestemmingsplan. Deze centrale groenzone strekt zich uit van het gebied rondom de molen, via de Middelveldsche Waterloop en het Ivo van Dintherpad tot aan het gebied rondom het bijenteeltmuseum-imkerij. Het realiseren van goede verbindingen en relaties tussen het nieuwe woongebied en deze groenzone is een uitgangspunt geweest vanuit de gebiedsvisie. Het nieuwe woongebied is daarom opgedeeld in drie woonbuurten die door een tweetal brede, groene aders van elkaar ‘gescheiden’ zijn. Binnen de in noord-zuidrichting gelegen groenstroken liggen ook paden voor langzaam verkeer (voetgangers en fietsers). Deze sluiten aan op de bestaande straten en paden in de omgeving.
Hierdoor ontstaan mogelijkheden voor ommetjes of kunnen bestaande wandelroutes (Ivo van Dintherpad) verbeterd en uitgebreid worden. De precieze inrichting van het gebied, waaronder hondenuitlaatgelegenheden, zal nader worden uitgewerkt in een inrichtingsplan.
Pagina 16 van 34
Zienswijze 5 Samenvatting zienswijze 1. Gezien het uitgangspunt van de toelatingsplanologie is het volgens de indiener van deze zienswijze niet uitgesloten dat op gronden met de aanduiding “groenvoorziening” in plaats van groenvoorzieningen woningen worden gerealiseerd. 2. Indiener vreest dat toekomstige bewoners overlast zullen ondervinden van de activiteiten van het museum en de imkerij en dat klachten hierover zijn activiteiten zullen belemmeren. 3. Het in de Gebiedsvisie genoemde uitgangspunt van “Dorpse Woonbuurten” waarbij meerdere kleine buurten van elkaar worden gescheiden door groenzones, is niet vertaald naar de planregels. Met dat uitgangspunt zou de woningbouw op grotere afstand van het perceel van indiener komen te liggen. Dit is ook niet in overeenstemming met het stedenbouwkundig plan zoals weergegeven op pagina 11 van de plantoelichting. 4. De concrete uitbreidingsplannen die de indiener van deze zienswijze heeft op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied Oss – 2020” zijn in dit ontwerpbestemmingsplan niet kenbaar onderzocht. Niet duidelijk is of en in hoeverre deze uitbreidingsplannen met dit plan worden doorkruist. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond.
Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen de regels als volgt aan: In artikel 9.3.3 onder a plaatsen we de zinsnede “…die deel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur…” tussen haakjes en voegen we toe dat woningen binnen dit gebied zijn uitgesloten. Toelichting van de gemeenteraad 1. In het ontwerpbestemmingsplan is in artikel 9.3.3 onder a expliciet geregeld dat “binnen de aanduiding ‘groenvoorziening’ uitsluitend een groenvoorziening die deel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur gerealiseerd mag worden”. De bouw van woningen is binnen deze zone dus uitgesloten. Wij zijn het echter met indiener eens dat de regeling op dit punt wellicht niet geheel duidelijk is. Wij zullen de regeling naar aanleiding hiervan aanpassen door de zinsnede “…die deel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur…” tussen haakjes te plaatsen en door de toevoeging dat woningen binnen dit gebied zijn uitgesloten. 2. Door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies zoals wonen, kan hinder en gevaar worden voorkomen. Daarom heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de handreiking Bedrijven en milieuzonering opgesteld. Deze handreiking geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te bepalen.
Het doel van deze milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen én om bedrijven voldoende zekerheid te bieden om hun activiteiten duurzaam uit te kunnen voeren. Op grond van de handreiking van de VNG geldt voor het fokken en houden van bijen een richtafstand van 30 meter en voor musea 10 meter. Het perceel van reclamant bevindt zich op een afstand van ruim 50 meter tot de dichtstbijzijnde bouwmogelijkheid voor woningen. Aan de richtafstanden wordt derhalve ruimschoots voldaan. Zie in aanvulling hierop ook de beantwoording van deze zienswijze onder 1 en 4. 3. Voor de beoordeling van dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van onderdeel 1 van deze zienswijze. 4. De uitbreidingsplannen van de indiener van deze zienswijze zijn meegenomen in bestemmingsplan “Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss – 2021”. Dat bestemmingsplan is vastgesteld op 16 december 2021. De uitbreidingsplannen zagen op een uitbreiding van het bestemmingsvlak in noordelijke en oostelijke richting en een aanduiding ‘parkeren’ in de noord-oosthoek van het perceel, dus juist verder van de nieuwe woonwijk af. Er is een uitbreiding van de bebouwing voor het museum toegestaan van 130 m2 die op het hele perceel is toegestaan, zij het dat hiervoor een bouwgrens is opgenomen waarbinnen moet worden gebouwd.
Pagina 17 van 34
Daarnaast is een inrichtingsplan opgenomen dat moet worden uitgevoerd en dat vooral ziet op inpassing aan de randen van het perceel. Doordat aan de noordzijde van het te ontwikkelen plangebied ’t Veld een brede groenzone wordt gerealiseerd, zal er in de nieuwe situatie een afstand van ruim 50 meter tussen het perceel van het bijenmuseum en de dichtstbijzijnde bouwmogelijkheid voor woningen zijn. De uitbreidingsmogelijkheden voor het bijenmuseum zullen derhalve niet zorgen voor extra belemmeringen en de bedrijfsvoering van het museum zal geen belemmeringen ondervinden van de nieuwe woonwijk.
Pagina 18 van 34
Zienswijze 6 Samenvatting zienswijze 1. Volgens het ontwerpbestemmingsplan bedraagt de afstand tussen het milieucategorie 3.2 bedrijf van reclamant en het plandeel waar nieuwe woningen gebouwd mogen worden, slechts 20 meter. Deze afstand is te kort. Op de kaart van het stedenbouwkundig plan staan de woningen ter hoogte van het bedrijf van deze reclamant op circa 50 meter maar ook deze afstand is mogelijk niet toereikend. Volgens vaste jurisprudentie moet bij de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een bestemmingsplan namelijk worden uitgegaan van de maximale mogelijkheden die de planregels bieden. Ook moet bij een bestemmingsplanprocedure niet alleen worden gekeken naar het geluid op de gevel maar ook naar het geluid op de buitenruimten van woningen. Hierdoor is het twijfelachtig of het bedrijf van reclamant nog aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit milieubeheer kan voldoen als de woningen er eenmaal staan. Dit klemt temeer omdat er in de directe omgeving van het plangebied nu geen woningen of andere gevoelige ruimten aanwezig zijn die reclamant in zijn bedrijfsvoering beperken. 2. Er is onvoldoende onderzoek naar industrielawaai gedaan. De gemeente heeft verzuimd specifiek akoestisch onderzoek te verrichten naar het geluid dat individuele bedrijven maken.
Hieruit zou namelijk moeten blijken of deze bedrijven bij uitvoering van het onderhavige plan naar redelijke verwachting aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit kunnen voldoen. 3. Ook heeft de gemeente verzuimd de cumulatieve geluidbelasting te onderzoeken. 4. Voor het bedrijf van de indiener van deze zienswijze is mede van belang dat laden en lossen ook geregeld in de nachtperiode plaatsvindt. 5. Tot slot dient bij de geluidsonderzoeken niet alleen te worden beoordeeld of door de bedrijven aan de milieuregels voor geluid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer kan worden voldaan, maar moet ook beoordeeld worden of het geluid van bedrijven niet in de weg staat aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de buitenruimtes bij de nieuwe woningen. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen de verbeelding als volgt aan: Wij nemen aan de zuidelijke rand van de bestemming “Woongebied” een aanduiding “vrijwaringszone” op. Wij passen de regels als volgt aan: Aan artikel 9.2.1 voegen we een subonderdeel e toe dat als volgt luidt: “Binnen de gronden die zijn aangeduid als ‘vrijwaringszone’ is de bouw van woningen niet toegestaan”.