Bijlage 1 DEF Gebiedsvisie vitaal buitengebied Oss 29 april 2021 drukkwaliteit.PDF
Tekst van het document
• Ook voor een gezonde bodem en een goede waterkwaliteit is het nodig dat alle partijen daarin samen optrekken: grondeigenaren, Waterschap, Brabant Water en wij als lokale overheid. • Het Waterschap is als eigenaar van de waterzuivering in Oijen bezig met het verbeteren van hun systemen om er zo voor te zorgen dat het effluent schoner wordt. • We gaan in regionaal verband aan de slag met het Schone Lucht Akkoord: een brede aanpak van diverse bronnen van luchtvervuiling. Binnen het akkoord werken we toe naar de advieswaarden voor fijn stof en NOx van de Wereldgezondheidorganisatie (WHO). Voor het buitengebied zijn binnenvaart en havens, landbouw en mobiliteit belangrijke maatregelen om uit te voeren.
53
Ideeën en inspiratie
Watermachine De Beerse Overlaat 2.0
Een ontwikkelingsrichting zou kunnen zijn om een nat gebied te ontwikkelen in (delen van) het tracé van de Beerse Overlaat en de Hertogswetering. Bijvoorbeeld het deel ten noorden van de stad, of een groter deel. Dit natte gebied zou ontwikkeld kunnen worden als een mozaïek van sloten, ondiep water, natte graslanden, bloemrijke graslanden en weilanden waar naast landbouw en natuur ruimte kan zijn voor bijzondere woonvormen, nieuwe vormen van natte landbouw (aquateelten) en extensieve recreatie. Deze zogenaamde watermachine kan meteen fungeren als een regenton voor Oss en Den Bosch.
Deze kaarten tonen de kwelgebieden in Oss en omgeving (bron: Atlas voor de leefomgeving). Te zien is dat de zandgronden droog zijn en de kwel vooral aanwezig is in een brede oost-westelijke strook in de overgang van zand naar polder.. Dit is van belang om rekening mee te houden bij de ontwikkeling van een klimaatadaptief buitengebied.
55
Thema Rijke Natuur
Wat speelt er Natuur draagt bij aan de kwaliteit van leven. Naast dat natuur op zichzelf al de moeite waard is om in de buurt te hebben, levert het veel op: gezondheid, schone lucht, bestuiving, bodemverbetering. De natuur in Oss heeft ruimte nodig om beter te functioneren zodat de afname van de biodiversiteit kan worden gestopt. Dit betekent dat we de opgave hebben om natuur en biodiversiteit in de natuurgebieden te versterken. En is het nodig dat we de natuur en biodiversiteit in woonwijken, agrarisch gebied, bedrijventerreinen en wegbermen verbeteren, meer natuurinclusief maken. Met biodiversiteit bedoelen we het de verscheidenheid van het aantal soorten dat ergens voorkomt en is een maatstaf voor de kwaliteit van de natuur. Wereldwijd neemt de biodiversiteit af. Zowel het aantal soorten (kwalitatief) als de hoeveelheid planten en dieren. Ecologische evenwichten raken verstoord. Dat raakt ook ons als mens, bijvoorbeeld via de risico’s die onze voedselvoorziening daarmee loopt. Ook in Oss hebben we de opgave de achteruitgang van biodiversiteit te stoppen en te verbeteren.
Global Goals
Citaat Jos Rademakers: “Mijns inziens betekent “werken mét de natuur” dat wij voor elk van de deelgebieden die binnen de gemeente te onderscheiden zijn, moeten denken vanuit het natuurlijke ontwikkelingsvermogen van de betreffende locatie. Door te starten vanuit de kansen en mogelijkheden ontstaat de ruimte om ons denken over de natuur niet te laten domineren over de problemen, achteruitgang, bedreiging van de natuur. “Natuurinclusief ontwikkelen” gaat dan ook over wat wij kunnen doen om de natuur in onze sterk verstedelijkte samenleving tot expressie te laten komen, en over welke kwaliteiten wij (als tijdelijke bewoners van dit stukje aarde) daar aan zouden kunnen ontlenen.”
Oss heeft aantrekkelijke natuurgebieden zoals de Maasuiterwaarden en Herperduin. Met het project Landschappen van Allure zijn op de dekzandrug de natuurlijke verbindingen verstevigd. In Landerij van Tosse werken veel vrijwilligers samen aan natuur, landschap en stadslandbouw. Veel waardevolle elementen zijn teruggebracht in het landschap en het beheer is verbeterd. Keent is al jaren een mooi voorbeeld van waardevolle procesnatuur in het landschap van de uiterwaarden, evenals Hemelrijkse Waard. Dit zien we ook terug in de visstand en de vogelpopulatie waaronder de water- en roofvogels. Ook in de Osse polders zijn specifieke natuurwaarden te vinden. Er ligt hier zo’n 80 hectare plasdras-land waar in grote getale weidevogels op af komen zoals kievitten, grutto’s en kluten. Deze boerenlandvogels nemen in Nationaal verband in aantallen dramatisch af. De polders vormen nu één van de belangrijkste hotspots in Brabant. Dit is voor een belangrijk deel te danken aan de samenwerking van boeren met vrijwilligers, Brabants Landschap en de Provincie aan het weidevogelbeheer. Ook liggen er enkele eendenkooien en ecologische verbindingszones zoals langs de Hertogswetering. Deze wordt door het Waterschap doorontwikkeld en gekoppeld aan het Otterproject.
In 2015 was Oss in samenwerking met onder andere Brabant Water en het Waterschap mede winnaar van de European Bee Award, die ging over betere omstandigheden voor (wilde) bijen. Dit neemt niet weg dat de bijendiversiteit in ons buitengebied relatief laag is. De biodiversiteit in Herperduin ontwikkelt zich positief maar het bos heeft te lijden onder verdroging en verzuring. Daarnaast zijn er vele kleinere natuurgebieden en verbindingen. 10% van de totale oppervlakte van Oss is natuurgebied. Dat is minder dan het gemiddelde van 12% voor heel Nederland. Het is wenselijk ons 57
59
natuurareaal robuuster te maken: meer natuur en betere verbindingen tussen natuurgebieden. Met onder andere het project Meanderende Maas zetten we daarin stappen en wordt er 600 ha natuur toegevoegd. Ook is een aandachtspunt dat de natuurwaarden in de natuurgebieden onder druk staan, vanwege klimaatverandering, doordat nog niet altijd alle maatregelen uitgevoerd zijn en soms door recreatie.
Wat is onze visie • We maken ons handelen in het buitengebied natuurinclusiever. Dit betekent dat we natuurwaarden willen versterken, niet alleen in Maas-, Maashorst- en agrarisch gebied maar ook in woongebieden, bedrijventerreinen, recreatiegebieden, en langs wegen.. Natuur kan hierbij de andere functies en het landschap versterken. • Onze natuurgebieden vormen een robuust netwerk van gebieden (Natuurnetwerk Oss) die met elkaar en met het stedelijke groen zijn verbonden. Dit maakt het voor zowel soorten als voor mensen een waardevol en florerend netwerk van groen en natuur dat altijd dichtbij is. • Natuur is in Oss nergens ver weg en in principe voor iedereen toegankelijk.
Wat gaan we doen • In 2017 hebben we de Osse routekaart Groen, Blauw, Natuur gemaakt. Die heeft als pijlers het natuurnetwerk verfijnen en versterken en de beleving van natuur te verbeteren. In vervolg op deze routekaart werken we aan een plan voor het NNO, het Natuur Netwerk Oss.
• Met de waterveiligheidsprojecten langs de Maas wordt er natuur toegevoegd middels een groot aaneengesloten natuurgebied, een riviernatuurpark langs de Maas, met rivier- en moeraslandschap. Ook de bakenbomenstructuur krijgt een nieuwe impuls en wordt daarmee veilig gesteld. • Als het gaat over natuurgebieden en verbindingen willen we moerasnatuur langs de Hertogswetering versterken, de verbinding tussen Herperduin en Keent robuuster maken en Noord-Zuid verbindingen realiseren, zoals via de Teefelse Wetering en Groene Dijk. • In het buitengebied staat het natuurinclusiever maken van de landbouw voorop. De landbouwsector wil daarmee aan de slag . Dat vraagt om verandering in de landbouw en om ondersteuning door de partijen eromheen. Door bijvoorbeeld bermen, randen van akkers en weilanden en oevers anders in te richten is al veel te bereiken. Dat vraagt ook aanpassing van het bermbeheer. • We bouwen samen met de grondeigenaren en gebruikers door aan de ontwikkeling van een robuust weidevogelgebied waarbij we de uitgangspunten van het Aanvalsplan Grutto zoveel als mogelijk toepassen (een kerngebied met daaromheen een groot aaneengesloten randgebied). • Natuur en biodiversiteit nemen we als als opgave mee bij de stedelijke uitbreidingen Oss-West, Ravenstein-Noord en Geffen-Oost.
• Natuur zetten we in als koppelkans bij projecten zoals realisatie van recreatieve voorzieningen en saneringen van agrarische bebouwing. • Er is behoefte aan meer inzicht in de huidige – en potentiële waarde van de biodiversiteit en de kwaliteit van water en bodem in het Osse buitengebied. Met de pilot Biodiversiteitsthermometer gaan we dat onderzoeken.
61
Ideeën en inspiratie
Verbindingslijnen natuur en recreatie
In de huidige situatie lopen alle ecologische verbindingszones (Maas, Hertogswetering en dekzandrug) in oost-westelijke richting. Daartussen liggen de komgebieden. Een ontwikkelingsrichting zou kunnen zijn om in de toekomst de drie bestaande ecologische verbindingszones met elkaar te verbinden door dwarsverbindingen in noord-zuidelijke richting. Deze verbinden dan het Maasgebied via de polders met het dekzandgebied. Hiervoor zouden we vier oude dwarsdijken van de Beerse Overlaat kunnen benutten. De natuur kan zich hierlangs ontwikkelen en migreren. Daarnaast kunnen ze ook een recreatieve functie gaan hebben. Het zijn aantrekkelijke wandel- en fietsroutes tussen woongebieden en recreatiegebieden.
Deze kaart toont de huidige natuurgebieden in onze gemeente (bron: Gemeente Oss). Te zien is dat de natuurgebieden zich vooral in het noorden en zuiden◀bevinden en de onderlinge verbindingen in noord- zuidelijke richting 34 ▶ beperkt zijn.
Deze kaart toon de bijendiversiteit (bron: Atlas voor de leefomgeving). Opvallend is dat de bijendiverseit in stedelijke gebieden hoog is en in het buitengebied van Oss juist relatief laag. Bijen zijn gebaat bij een grote diversiteit aan bloemen en planten en plekken voor huisvesting.
63
Thema Ruimte voor Energie
Wat speelt er
Wat is onze visie
De energietransitie is onderdeel van het beleid om de klimaatverandering te vertragen en uiteindelijk stop te zetten . In het klimaatakkoord van Parijs en in afspraken met de Europese Unie is bepaald dat we in 2030 onze CO2 uitstoot met 49% terugbrengen en dat deze in 2050 bijna nul moet zijn. Om dat te bereiken hebben we in regionaal verband afgesproken dat we in Oss in 2030 11% energie hebben bespaard en 0,93 PJ duurzame energie opwekken. Die Osse energieopgave wordt deels ingevuld met de windmolens op industrieterrein Elzenburg De Geer en zonop-(bedrijfs)dak projecten. Ook zijn er enkele middelgrote zonnevelden in ontwikkeling (bijvoorbeeld bij de Mun en bij de RWZI bij Oijen). De rest van de opgave, circa 0,59 PJ, zal door middel van clustering van windmolens in de Duurzame Polder (Lithse en Geffense polder) worden ingevuld. Over dat project heeft de gemeenteraad in januari 2021 een principebesluit genomen. Er zijn veel vragen over en er is de nodige weerstand vanuit de omgeving tegen de komst van windmolens.
• Een groot deel van onze restant RES opgave voor 2030 landt in ons buitengebied. We kiezen er voor om deze rest opgave door middel van windenergie in te vullen vanwege de hoge opwekcapaciteit per windmolen en het relatief geringe ruimtebeslag over de grond. We realiseren onze energiedoelen en versterken tegelijkertijd onze landbouwkundige structuur door één gebied, namelijk de Duurzame Polder, aan te wijzen als gebied voor windmolens. Dit aanvullend aan de geplande windmolens bij Elzenburg de Geer. We kiezen niet voor windmolens in Stijbeemden. • Bestaande en nieuwe daken in het buitengebied worden zoveel als mogelijk benut voor zonnepanelen. We bieden ruimte voor zonnevelden op reststroken en gemengde gronden, zoals langs infrastructuur en in randen rondom de dorpskernen en bedrijventerreinen. We behouden goede agrarische gronden en werken niet mee aan zonnevelden op die gronden en in natuurgebieden.
We moeten ook verder kijken dan 2030. Zonne-energie en windenergie zijn nu de meest geijkte bewezen technieken. Maar we zullen ons de komende jaren ook gaan beraden op energieopwekking na 2030.
Global Goals
65
67
Wat gaan we doen
Deze kaarten tonen de zoekgebieden voor zon en wind in de regio Noordoost-Brabant (bron: RES). In Oss zijn vooral de komgebieden technisch geschikt voor zonnevelden en windmolens en de oeverwal en dekzand(rug) voor zonnevelden.
• We stellen samen met de gemeente Den Bosch en de provincie een programma op voor de Duurzame Polder waarbij we onderzoeken hoe we de ontwikkeling van windmolens realiseren en die kunnen combineren met een integrale gebiedsontwikkeling. Dat wil zegen dat energieopwekking in samenhang met andere waarden zoals agrarische ontwikkeling, natuurontwikkeling en klimaatadaptatie wordt opgepakt. Daarbij streven we er naar dat de windmolens op zo groot mogelijke afstand van de dorps- en woonkernen komen te staan met als uitgangspunt een minimale afstand van 2 kilometer. Draagvlak, evenredige verdeling van lusten en lasten en streven naar lokaal eigendom zijn belangrijk voor de maatschappelijke acceptatie.
• Initiatieven voor zonnevelden beoordelen we aan de hand van de Nota Grootschalige Opwekking van Zonne-energie in Oss. Deze gaat uit van maatwerk. We gaan niet actief op zoek naar nieuwe gemeentelijke grondposities voor grootschalige energie opwekking • Voor het stimuleren van zon op (agrarische) bedrijfsdaken werken we via een ondersteuningsprogramma. • We onderzoeken de mogelijkheden in het Osse buitengebied voor nieuwe ontwikkelingen zoals geothermie, aquathermie en energieopslag. Hoe en waar dit precies gaat landen, is afhankelijk van de technische ontwikkeling, de feitelijke realisatiemogelijkheden, het beleid van hoger overheden en het draagvlak voor deze technieken.
69
Thema Vrije Tijd, Landschap en Erfgoed
Wat speelt er De cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van het buitengebied van Oss maken het een aantrekkelijk gebied voor toerisme en recreatie. Dit draagt bij aan de eigenheid en identiteit van het gebied. Er zijn vele recreatieve en toeristische voorzieningen te vinden, met name in de omgeving van de Maas en in het zuidelijke dekzandgebied rondom Herperduin en ten zuiden van Oss en Geffen. Door de inwoners van Oss wordt het buitengebied hoog gewaardeerd. Citaat Lambert Verheijen: “Het Maasgebied is een nog niet ondekte parel”. Recreatie en toerisme in Nederland groeien. Dat is al langer zo, en deze periode van COVID19 leert dat de waarde van ontspanning in ‘de groene ruimte’ hoog is. Oss zet zich wat dat betreft nadrukkelijker op de kaart. Te beginnen bij eigen inwoners. Maar ook naar buiten. Er zijn de afgelopen jaren vele initiatieven in ons buitengebied geweest om nieuwe voorzieningen te realiseren of te verbeteren. Denk aan bezienswaardigheden, vrije tijdsondernemingen en bed & breakfast bij boerderijen en campings langs de Maas. Routes vormen een natuurlijke trekker voor wandelaars, fietsers, en gemotoriseerde bezoekers. Dat de recreatiedruk toeneemt, vertaalt zich bijvoorbeeld ook in het toenemende verkeer bijvoorbeeld op de Maasdijk. We willen deze groei van recreatie en toerisme faciliteren.
Vraag is hoe we voldoende evenwicht houden tussen groei van recreatie en wonen in de omgeving?
Global Goals Een andere trend, die hiermee samenhangt, is het grotere belang dat veel mensen hechten aan de identiteit van de eigen omgeving. Landschap is daarbij een belangrijk elementen. Het Osse buitengebied is daarin uniek. Juist door de combinatie van een heel
afwisselend landschap langs de Maas in samenhang met de stadjes en kernen. Met de uitvoering van de waterveiligheidsmaatregelen wordt “de leesbaarheid” van het oorspronkelijke meanderende landschap sterk vergroot. In de daaraan grenzende open polder is het landschap langs de Maas scherp te zien, zoals de silhouetten van de kerktorens. En aan de zuidzijde van onze gemeente gaat de polder vaak abrupt over in een ander landschap (Herperduin) of bebouwing (Geffen, Berghem, Oss). Een belangrijke kwaliteit van het landschap is de zichtbaarheid van de lange historie van Oss. De ontstaansgeschiedenis van water en bodem is nog goed terug te zien in de overgang van de hoge en droge Herperduin, de lage polder naar de Maas. De uiterwaarden, de vele wielen en hoger gelegen kernen langs de Maas geven aan hoe de Maas zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. Ook de vroegere invloed van de mens is goed af te lezen en nog zichtbaar in relicten. Denk aan de oude dwarsdijken in de Beerse Overlaat, de archeologische vondsten zoals bij Paalgraven en Vorstengrafdonk en de eendenkooien in de polder. En in de militaire en religieuze bouwwerken en kunstwerken die talrijk te vinden zijn in de omgeving van de Maas. In onze gemeente is een sterke en levendige gemeenschap continu in de weer met het erfgoed.
Vanwege deze rijkdom en de vele activiteiten is Oss in 2019 genomineerd als Beste erfgoedgemeente van Nederland. Citaat Erik van Nuland: “Verhalen moet verteld worden. Recreatie en toerisme is het (smeer)middel om dit te doen via routes (wandelen, fietsen) en beleefplekken past in alle deelgebieden. Er liggen volop kansen voor storytelling en routegebonden recreatie. Hier zou de gemeente grootschalig op in moeten zetten”.
71
73
Wat is onze visie
Wat gaan we doen
• In ons buitengebied zijn er in 2030 goede mogelijkheden en voorzieningen voor recreatie en toerisme. We zijn daarmee aantrekkelijk voor eigen bewoners om erop uit te trekken en voor toeristen om ons te bezoeken. Langs de Maas en haar omgeving en in het gebied rondom Herperduin en het gebied ten zuiden van Oss en Geffen is er daarom meer ruimte voor recreatie dan nu. • Die ruimte is er in kleinschalige voorzieningen in combinatie met grootschaligere hotspots zoals Lithse Ham, de jachthaven bij Lithoijen, de Geffense plas, de recreatieve poort de Kriekeput bij Herperduin en een tweede te ontwikkelen recreatieve poort bij Hoessenbosch. • Er zijn goede routestructuren in ons buitengebied. Er is een dichter netwerk dan nu, vooral in de vorm van mooie en veilige verbindingen zoals tussen Herperduin en de Maas en de stad en de Maas. Waarbij wandelen en fietsen voorop staan. • Oss heeft een grote rijkdom aan erfgoed: in archeologie, monumenten en landschap. Hier zijn we zuinig en trots op en we vertellen de verhalen door. De identiteit van plekken en gebieden is versterkt door erfgoed te behouden, te beschermen en te restaureren of reconstrueren. Met de verhalen vergroten we de aantrekkingskracht en met gerichte promotie brengen we dit onder de aandacht van inwoners en bezoekers. Daarmee is het erfgoed waarneembaar, beleefbaar en wordt het herkend.
• Voor de ontwikkeling van de jachthaven bij Lithoijen, de Litse Ham en Hoessenbosch lopen momenteel concrete projecten of verkenningen. We. Het initiatief daarvoor ligt telkens bij de eigenaren. Als gemeente faciliteren we en bewaken we een goede inpassing in de omgeving. Datzelfde geldt voor tal van kleinschaliger initiatieven. • We versterken de Noord-Zuid verbindingen in ons buitengebied, vooral door de erfdijken van de Beerse Overlaat meer zichtbaar te maken en te combineren met routes. We onderzoeken of we langs de Hertogswetering een recreatieve OostWest verbinding kunnen realiseren. • We verbeteren de structuur van paden en routes om ‘ommetjes’ nog beter mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door bij stedelijke uitbreidingen groene verbindingen te maken met het buitengebied en door samen met boeren paden langs agrarische gronden te realiseren. • Bij alle ruimtelijke projecten kijken we naar koppelkansen om ons erfgoed beter zichtbaar en/of beleefbaar te maken. • Voor erfgoed lopen allerlei initiatieven. We werken aan een integrale onderlegger voor behoud, beheer en bescherming van de aanwezige erfgoedwaarden; zowel kaderscheppend als ter inspiratie.
75
Ideeën en inspiratie Deze kaart toont de ‘heatmap’ van het fietsen in Oss en omgeving (bron: Strava, app die sporters gebruiken). Te zien is dat er veel wordt gefietst in Herperduin en op de Maasdijk.
Bottom-up ontwikkelingsgebied aan de Maas
Een idee voor de oeverwal is om in te gaan zetten op een bottom-up ontwikkeling van het gebied door ruimte te geven aan recreatieve ontwikkelingen die passen bij het landschap. Het kan gaan om campings, B&B, theetuinen en jachthavens op voorwaarde dat ze aan het landschap bijdragen. Mogelijkheden om bij te dragen zouden kunnen zijn: toevoegen van landschapselementen zoals boomgaarden, bosschages, erfbeplanting, bomenrijen, etc. Ook is het mogelijk om de rijke cultuurhistorie beter beleefbaar te maken. Onder andere de Zuiderwaterlinie, Kasteel Oijen, Heerlijkheid Dieden en Groenewoud in Lith bieden kansen op dit vlak. In dit idee is recreatie op de oeverwal de economische pijler voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied.
Deze kaart toont de ‘heatmap’ van het wandelen in Oss en omgeving (bron: Strava, app die sporters gebruiken). Opvallend is de vele looproutes vanuit het noordelijk deel van de stad richting de Maas.
Deze kaart toont de ‘heatmap’ van de watersport in Oss en omgeving (bron: Strava, app die sporters gebruiken). Oss heeft drie plekken die intensief voor watersport worden gebruikt.
77
Thema Prettig en Gezond Leven
Wat speelt er Dagelijkse leefomgeving Er wonen relatief weinig mensen in het buitengebied (zo’n 4.000 van de 93.000 inwoners), maar het buitengebied vormt voor veel mensen wel een belangrijk onderdeel van hun dagelijkse leefomgeving. De kwaliteiten van het buitengebied zijn vaak een belangrijke reden om daar of in de buurt te gaan wonen of de mogelijkheden te zoeken om daar te recreëren. Dat betekent ook dat er conflicten optreden met de functies in het buitengebied zoals landbouw en recreatie. De vraag is hoe gaan we daarmee omgaan. Leefklimaat Er zijn in Oss weinig overbelaste situaties als het gaat om leefklimaat in relatie tot veehouderij of recreatie. Er zijn wel lokale knelpunten. En door de uitbreiding van recreatieve voorzieningen neemt de spanning met het wonen in de omgeving toe. Denk aan het toenemende recreatieverkeer op de Maasdijk en de druk op Herperduin. Digitale bereikbaarheid Wonen in kleine kernen en in het buitengebied is steeds meer in trek. Dat heeft te maken met de woningmarkt en de verandering in woonwensen, met effecten van de COVID19 crisis, maar ook met de toenemende mogelijkheden om digitaal op afstand te werken. De digitale bereikbaarheid in het buitengebied is daarmee een belangrijk punt. Glasvezel wordt aangelegd. In de nabije toekomst zullen voorzieningen moeten worden aangelegd om de digitale bereikbaarheid ‘door de lucht’ te verbeteren (5G).
Verstedelijkingsopgave Het zwaartepunt van de verstedelijkingsopgave ligt in het bestaand stedelijk gebied en de planmatige stedelijke uitbreidingen. Voor deze gebiedsvisie gaan
we vooral uit van de plannen die vanuit de taskforce wonen en werken worden ontwikkeld: Oss (Noord) West, Ravenstein West en Geffen Oost. Die richten zich ook op geïnteresseerden van buiten. In de andere kernen staat de eigen woonbehoefte centraal. Met deze stedelijke uitbreidingen wordt de druk vanuit de stad en kernen op het buitengebied steeds groter. Dat kan botsen met de ontwikkelingsruimte voor de functies in het buitengebied, zoals landbouw, natuur en recreatie. De vraag is hoe die uitbreidingen worden aangelegd, zodat ze zo goed mogelijk aansluiten bij stad én buitengebied. Stoppende agrarsiche bedrijven We weten dat er binnen nu en tien jaar veel agrarische bedrijven gaan stoppen. Herontwikkeling is maatwerk, afhankelijk van de ligging en locatie. zodanig dat het past bij de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven of gebieden. Welke kansen zijn er voor nieuwe invulling van VAB’s? Verkeersstromen Het is noodzakelijk om de verschillende verkeersstromen in het buitengebied goed te begeleiden gelet op mogelijke conflicten tussen landbouwverkeer, bestemmingsverkeer, doorgaand verkeer en toeristisch verkeer. De vraag is hoe we zorgen voor een goede balans tussen al deze vormen van verkeer
Wat is onze visie • Het zwaartepunt van de verstedelijkingsopgave ligt in het bestaand stedelijk gebied en de nieuwe planmatige stedelijke uitbreidingen. De rest van het buitengebied heeft geen volkshuisvestelijke opgave. Afhankelijk van de ligging, bijvoorbeeld in een bebouwingconcentratie of stads- of dorps79
Tekeningen: uitbreiding Oss-West en uitbreiding Ravenstein 81
•
•
•
•
rand kunnen er incidenteel woningen worden toegevoegd mits er sprake is van een evenredige kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld sanering van een VAB locatie). Dat mag niet ten koste gaan van bestaande functies. De kwaliteit van het woon- en leefmilieu in het buitengebied verbetert door de verbetering van de kwaliteit van bodem, water en lucht. Nieuwe ontwikkelingen voor wonen, recreatie of landbouw leiden niet tot nieuwe knelpunten. Het buitengebied is een fijnmazig stedelijk uitloopgebied voor onder meer wandelen, fietsen, sporten en draagt zo bij aan de positieve gezondheid. Voor vrijkomende agrarische bedrijven bieden we locatie gebonden maatwerk: afhankelijk van de ligging en locatie variëren de herontwikkelings- mogelijkheden. Herontwikkeling vindt zo plaats dat het past bij de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven of gebieden. We hanteren een heldere hiërarchie in verkeerstructuren: de hoofdwegenstructuur in het buitengebied (Dorpenweg, Beatrixweg, N625 en N277) zorgt voor de verbinding tussen de dorpen, de stad Oss en de ontsluiting richting het rijks- en provinciaal hoofdwegennet. Op het tussenliggende wegennet ligt het primaat bij het landbouw- en bestemmingsverkeer. Op de Maasdijk is naast het bestemmingsverkeer ook een belangrijke rol weggelegd voor recreatieverkeer.
Wat gaan we doen? • De verstedelijkingsopgave landt in het stedelijk gebied en de planmatige grootschalige uitbreidingen (Oss-west, Ravenstein Stationskwartier en Geffen
’t veld). Losse woningbouwplannen en bijzondere woonvormen komen vanuit particuliere initiatieven. We bekijken of deze plannen voorzien in een behoefte die niet in het bestaand stedelijk gebied of binnen de planmatige uitbreidingen kan worden opgevangen en of ze zorgen voor een kwaliteitsverbetering van het buitengebied. • Onze aanpak van vrijkomende agrarische bebouwing is vastgelegd in het VAB beleid. De basis van die aanpak is locatie gebonden maatwerk: afhankelijk van de ligging variëren de herontwikkelingsmogelijkheden. De instrumenten voor functieverandering die we daarbij inzetten worden binnen de kaders van dat VAB beleid nader uitwerkt. • We zorgen voor een balans tussen een goede bereikbaarheid van het buitengebied en het faciliteren van doorgaand verkeer op de wegen waar dat thuishoort. Een goede doorstroming op het hoofdwegennet (A50/A59) moet voorkomen dat er geen sluipverkeer in het buitengebied ontstaat. Daarvoor zijn we mede afhankelijk van Rijk en Provincie. De positie van de Gewandeweg nemen we mee in de studie naar ontsluiting van Osswest. Over de Dorpenweg loopt er een verkenning naar terugdringen van vrachtverkeer. De Maasdijk wordt door zowel bestemmingsverkeer als recreatieverkeer gebruikt. Op sommige plekken en op sommige momenten wordt het door aanwonenden als (te) druk en als overlast ervaren.
De metingen op het gebied van intensiteiten, snelheden en geluidsproductie tonen echter nog geen structurele overschrijdingen aan. Vanuit het traject Meanderende Maas wordt op een aantal plekken het wegdek en profiel aangepakt. We kijken daarbij tegelijk of het mogelijk is de weginrichting te verbeteren en knelpunten op te lossen.
83
vertaald naar beoordeling leefklimaat
Deze kaart toont de beoordeling van het leefklimaat op basis van de belasting van geurhinder (bron: gemeente Oss). Te zien is dat over het algemeen het leefklimaat als goed wordt beoordeeld. Er zijn diverse plaatselijke situaties waar dat niet zo is, maar vaak zijn die niet gelegen in de buurt van woningen. Er zijn enkele specifieke overlastsituaties bij kernen.
Ideeën en inspiratie
Wonen in bosrijke omgeving
Door te investeren in nieuw bos zouden we een aantrekkelijk, gezond en groen woonmilieu kunnen ontwikkelen. Wonen in het bos biedt mogelijkheden voor exclusieve woonmilieus. Een idee zou kunnen zijn om nieuwe kleine bossen en coulissenlandschap te realiseren op de dekzandrand. Natuur, wonen en recreatie zouden hier dan samen kunnen opgaan .
40
Deze kaart toont de bestemmingen die vrijkomende agrarische bebouwing de afgelopen jaren heeft gekregen (bron: gemeente Oss). Veel gebouwen hebben een woonbestemming gekregen. Opvallend is dat in de polders nauwelijks bebouwing is vrijgekomen. Dat staat de komende jaren wel te gebeuren.
Deze kaart toont de prognose aan VAB’s in de provincie Brabant (bron: provincie Noord-Brabant). Te zien is dat in Oss naar verwachting veel boerderijen vrij gaan komen. 85
Thema Toekomstvaste Landbouw
Wat speelt er In Oss is 68% van het totale grondgebied in gebruik voor landbouw. Dat is duidelijk meer dan bijvoorbeeld het Brabants gemiddelde van 56% en het Nederlands gemiddelde van 59%. Er zijn ongeveer 400 veebedrijven, waarin melkvee dominant aanwezig is, en 50 akker- en tuinbouwbedrijven. De polder is ons grote agrarische gebied met klei, gras en koeien als hoofdkenmerken. In het dekzandgebied en op de oeverwallen van de Maas zijn er vaker intensieve veebedrijven en is er meer akker- en tuinbouw te vinden. Er is dus veel ruimte in Oss voor de landbouw. Die ruimte wordt wel minder. Door de verstedelijkingen door natuurontwikkeling in onder andere de uiterwaarden van de Maas. Tegelijkertijd worden vooral de melkveehouderijen steeds extensiever en meer grondgebonden. Daar is ruimte voor nodig. Anderzijds zijn er veel boeren die stoppen. De komende jaren zullen dat met name melkveebedrijven in de polder zijn. Dat geeft ruimte voor andere agrarische bedrijven om zich verder te ontwikkelen en biedt kansen om deze ontwikkeling te koppelen met de klimaat-, energie en natuuropgaven in ons buitengebied. Ook dat vraagt ruimte. En om ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen voor de boeren. De vraag hier is hoe we deze ontwikkelingen van de landbouw combineren met de andere opgaven en welke keuzes we daarin maken.
Global Goals
Het Rijk heeft een visie gemaakt op de ontwikkeling van landbouw in Nederland. ‘Kringlooplandbouw’ is het streven: het produceren van voedsel op een manier die past bij de ondernemer, het klimaat, de natuur en dierenwelzijn. Bij kringlooplandbouw komt zo min mogelijk afval vrij, is de uitstoot van schadelijke stoffen zo klein mogelijk en worden grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen benut. Dit moet bij gaan dragen aan een sterkere positie van de boer, meer waardering voor voedsel, meer samen-
werking tussen landbouw en natuur en een meer duurzame veehouderij. In de landbouw bestaan al diverse kringlopen en de sector wil er verdere stappen in zetten. Over de vraag hoe de overheid daarin verder wil gaan sturen, lopen moeilijke politieke discussies op Rijks- en Provinciaal niveau. De uitkomsten daarvan bepalen ons beleid als gemeente. In het verleden van Oss is de stad groot geworden door vormen van kringlooplandbouw. Uit onze landbouw is immers onze industrie ontstaan. Die verwevenheid is nu veel minder aanwezig. Zowel door de boeren als door de bewoners wordt aangegeven dat er behoefte is aan meer dialoog en begrip voor elkaar. De bewoners willen vaak meer grip op de ontwikkeling van de landbouw terwijl de boeren vertrouwen en regelruimte nodig hebben om te kunnen ontwikkelen. Opgaven zijn onder meer hoe de landbouw in Oss meer kan aansluiten op de lokale waarden en welke kringlopen lokaal/regionaal kunnen worden gesloten. Landbouw is nauw verweven met de klimaat- en natuuropgaven in ons buitengebied. De landbouw in Nederland heeft een belangrijke rol in het verbeteren van de biodiversiteit en kwaliteit van lucht, water en bodem. Ook in Oss. Waarbij we uitgaan van de specifieke Osse situatie. Zo is in Oss de milieuhinder door landbouw relatief beperkt en is de bodemvruchtbaarheid in de polder relatief goed.
De agrarische sector is als verreweg de grootste grondeigenaar dè speler in ons buitengebied die het verschil kan maken. We kijken ook naar de koppelkansen voor grootschalige energie-opwekking. Met onze keuze voor het mogelijk maken van windenergie in de Duurzame Polder sluiten we aan bij de primaire agrarische functie aldaar. Hier is de vraag: hoe kan de landbouw meer aansluiten op het ecologische systeem en diensten leveren aan andere opgaven?
87
89
Wat is onze visie
Wat gaan we doen
• In ons buitengebied heeft de landbouw een goed toekomstperspectief en daarvoor een goede landbouwkundige structuur: gebieden waar de landbouw zich kan ontwikkelen: economisch volhoudbaar, ecologisch verantwoord en maatschappelijk verbonden. We onderscheiden primaire agrarische gebieden waar de landbouwfunctie bovenliggend is. Daarnaast kennen we overige landbouwgebieden waar de onderliggende afweging van waarden anders ligt. • Dat toekomstperspectief is op Rijksniveau geschetst: kringlooplandbouw. Nadere invulling van wat dat betekent, ook voor ons als gemeente, moet nog volgen. Voor ons kunnen dat uiteenlopende vormen van landbouw zijn. Het vormgeven van businessmodellen is aan de agrariërs zelf. • In Oss leggen we de focus op de melkveehouderij. En we geven ruimte voor innovatie. • We koppelen deze ontwikkeling nadrukkelijk aan de opgaven van biodiversiteit, water, bodem en lucht. De landbouw r kan hieraan een grote bijdrage leveren. In 2030 zijn de kwaliteit van water, bodem en lucht in Oss verbeterd zoals in paragraaf 4.1 geformuleerd, mede door inspanningen van de agrarische sector. En vervult de agrarische sector als grondeigenaar een belangrijk rol in het verbeteren van het watersysteem om beter bestand te zijn tegen perioden van droogte en piekbuien.
• De ontwikkelmogelijkheden voor de landbouw verschillen per deelgebied zoals we die in deze gebiedsvisie hanteren. We maken daarbij de beweging door vanuit doelen te gaan werken in plaats vanuit ‘middelvoorschriften’. Dat betekent dat de landbouw ruimte krijgt om te ontwikkelen maar ook invulling dient te geven aan afgesproken doelen. Zoals schone lucht en geen overlast voor de omgeving in gebieden waar ook mensen wonen. En versterking van de biodiversiteit in de polder. Uiteraard geldt daarbij dat er overal een basiskwaliteit behaald moet worden op alle aspecten. We organiseren ‘tafels’ om met de landbouwsector, de omgeving en de ketenpartijen het gesprek te voeren over de doorontwikkeling, daar richting aan te geven en afspraken over te maken om te komen tot realisatie; • We ondersteunen pilots en faciliteren actief ontwikkelingen in de landbouw; • We ondersteunen de agrarische sector bij hun zoektocht naar nieuwe verdienmodellen, samen met de ketenpartijen en de andere overheden; • We zetten ons in voor een integrale aanpak in het project Duurzame Polder.
91
Deze kaart toont de huidige locaties van agrarische bedrijven naar type veehouderij (bron: gemeente Oss). Te zien is dat de melkveehouderij vooral gevestigd is in de poldergebieden.
Ideeën en inspiratie
Future landbouw in de Lithse Polder
Het noordelijk deel van de Lithse Polder zou in de toekomst het landbouwgebied van Oss en de regio kunnen worden waar meer ruimte gegeven wordt om te experimenteren met grootschalige innovaties. Dit Future landbouwgebied is toonaangevend en inspireert andere agrariërs over te stappen op nieuwe technieken en methoden. De landbouw hier draagt bij aan een innovatieve én duurzame voedselvoorziening voor de wereld. In dit concept zouden de gemeente en de provincie de agrariërs ruimte kunnen geven om te innoveren, experimenteren, ontwikkelen en te groeien door regels te verminderen. Dierenwelzijn, circulariteit en kringlooplandbouw zijn wel vanzelfsprekend.
Deze grafiek verbeeldt het ‘stuwmeer’ aan vrijkomende agrarische bedrijven in Oss (bron: CBS statline). Te zien is dat het aantal bedrijven in het gebied van de huidige gemeente gedaald is van ongeveer 450 naar 350 in de afgelopen 20 jaar. Landelijk stopt gemiddeld ieder jaar 3,2 procent van de agrarische bedrijven. Deze ontwikkeling is weergegeven met de Osse situatie in 2000 als uitgangspunt. De afwijking van het landelijk gemiddelde in Oss is behoorlijk groot en dit past ook in andere signalen dat er veel ondernemers ongeveer op hetzelfde moment begonnen zijn. Veel daarvan staan nu op het punt te stoppen. Dat betekent dat de komende jaren veel agrarische gronden en gebouwen vrij zullen komen. 93
5 De gebieden In dit hoofdstuk vertalen we de thema’s naar de deelgebieden. We maken onderscheid tussen drie deelgebieden en geven per deelgebied aan wat onze visie is op de ontwikkelingen in dat gebied in de komende 10 jaar. Die visie is telkens gebaseerd op de onderwerpen die we beschreven hebben in het hoofdstuk thema’s. Bijvoorbeeld: we hebben in hoofdstuk vier onze visie op de ontwikkeling van vrije tijd, landschap en erfgoed beschreven. Maar hoe werkt dat dan door in de verschillende delen van ons buitengebied? Dat beschrijven we in dit hoofdstuk. We verdelen hiervoor ons buitengebied in drie deelgebieden: • het Maasoevergebied, • het Poldergebied, • het Dekzandgebied. Deze indeling is gebaseerd op de geomorfologische eigenschappen en op de manier waarop we het gebied (als mens) gebruiken. Soms zoomen we binnen een deelgebied nog wat verder in als dat nodig is. Het oostelijke poldergebied bijvoorbeeld heeft net een ander karakter dan het westelijke poldergebied.
95
Het Maasoevergebied
Het Maasoevergebied bestaat uit de Maas met de uiterwaarden, voormalige zandwinplassen (tegenwoordig recreatieplassen), dijken en de oeverwallen. De Maas kent een flinke fluctuatie, die zorgt voor robuuste natuurontwikkeling en vruchtbare uiterwaarden. De Maas met zijn uiterwaarden vormt een belangrijke oost-west ecologische verbindingszone. De waterkwaliteit van de Maas is in de afgelopen tientallen jaren verbeterd en sommige soorten vis zijn weer teruggekeerd in de Maas. De oeverwallen liggen iets hoger in het landschap en zijn ontstaan door afzettingen van de Maas. Van oudsher zocht de mens de hoger gelegen plekken in het landschap op om veilig te kunnen wonen. De meeste kleinere kernen en bebouwingsconcentraties van Oss liggen dan ook op de oeverwallen, van ‘t Wild tot Overlangel. Dat vraagt dat we met de inrichting van het buitengebied hier rekening moeten houden met het wonen en zorgen voor een goed woon- en leefklimaat. Het landschap langs de dijk is kleinschalig en pittoresk. Veel monumentale boerderijen liggen langs de Maasdijk en vormen een mooi contrast met de moderne polder waaraan dit gebied grenst. Er wordt veel gefietst en gewandeld op de 45 kilometer lange Maasdijk. Het contrast van de enigszins besloten oeverwal met de open, ruige riviernatuur en de enorme open polders maakt het landschap aantrekkelijk.
De oeverwal kent veel recreatie- ondernemers met een gevarieerd aanbod zoals terrassen, galeries, restaurants, sloep varen, B&B, solex rijden, bloementuin en fiets huren.
Global Goals Citaat Jos Rademakers: “Deze ruimtelijke rijkdom is een direct gevolg van hogere natuurlijke groeikracht van deze oeverwalzones. De bomen zijn hier hoger, de lindes op de dijken markeren de rijkere bodems. De bermen en dijktaluds zijn bloemrijker dan elders in de gemeente, de struwelen rijker gevuld met bessen en voller met vogel en hun gezang.”
Wat speelt er? In dit gebied zijn recreatieve voorzieningen te vinden en zijn er nieuwe ontwikkelingen gaande. Zoals de doorontwikkeling van bierbrouwerij Oijen, de plannen voor Lithse Ham en voor de jachthaven bij Lithoijen. Maar er zijn ook kleinschaligere voorzieningen. In dit gebied is veel erfgoed te vinden. Ook in het landschap zoals de bakenbomen. Onder de noemer ‘Zuiderwaterlinie’ brengen we veel van het hier gelegen erfgoed in één verhaallijn: van de forten en verdedigingswerken, de stadjes Megen en Ravenstein en de Lithse Paden tot de Beerse Overlaat. De andere historische verhaallijn wordt hier gevormd door het religieuze erfgoed. Dat erfgoed is goed beleefbaar vanuit het buitengebied maar is grotendeels in de kernen gelegen. En, niet te vergeten: onder de grond is in dit gebied ook vaak van alles te vinden (archeologie). De Maas is ook voor onze economie van belang. De Osse haven is een van de weinige havens in Nederland waar grotere schepen (‘klasse 5’) kunnen aanmeren. In het project Meanderende Maas wordt de monding van de haven in de Maas beter toegankelijk gemaakt. Waterveiligheid is in de komende jaren een belangrijk onderwerp in het Maasoevergebied. Het project Meanderende Maas is qua planvorming ver gevorderd. Dit plan koppelt maatregelen voor waterveiligheid aan gebiedsontwikkeling, zoals economie, natuur, erfgoed en recreatie en toerisme.
Dit is een aansprekend voorbeeld van de combinatie van aan grote opgave waterveiligheid met gebiedsontwikkeling. Waarbij van meet af aan maatschappelijke betrokkenheid van de omgeving in het proces is verankerd. Veelzeggend is dat de Deltacommissaris dit als een voorbeeldproject uitdraagt. Inmiddels is het volgende project rondom waterveiligheid van de Maas gestart waarin 97
Tekening Maasoevergebied 99
wij betrokken zijn: Ravenstein-Cuijk. En waarschijnlijk wordt er volgend jaar gestart met de eerste verkenningen voor het traject Bokhoven-Lith. In het project Meanderende Maas gaat het naast dijkversterking om het creëren van ruimte voor de rivier. Dat betekent voor dit gebied tevens grootschalige natuurontwikkeling: de uiterwaarden worden grotendeels als natuur ingericht. Daarvoor worden landbouwgronden uitgekocht of verplaatst.
Wat is onze visie Het Maasoevergebied is vooral een leefgebied. We versterken de kwaliteiten als leefgebied, met de nadruk op recreatie & toerisme en natuur in combinatie met het wonen in de kernen en bebouwingsconcentraties. Het landschap laat in dit gebied goed zien wat de onderliggende structuren van water en bodem zijn. Dat is nu al zo en daar bouwen we op voort. Dat krijgt gestalte doordat we landschap en erfgoed telkens als koppelkans bij ontwikkelingen meenemen. Dat leidt tot een hoog gewaardeerd kleinschalig landschap waarin veel historische structuren waarneembaar zijn. Landbouw is in dit gebied zeker aanwezig en past bij de kwaliteiten als leefgebied. Dat geldt ook voor de inpassing van nieuwe zonnevelden.
Wat gaan we doen
Dilemma’s
We participeren als gemeente in de waterveiligheidsprojecten langs de Maas. We bewaken daar telkens dat de omgeving goed wordt betrokken. We benutten de koppelkansen voor natuur en biodiversiteit, recreatie &toerisme, erfgoed en economie.
• Bij het project Meanderende Maas worden de uiterwaarden in het gebied tussen Lith en Ravenstein vrijwel volledig als natuur ingericht. Daarmee wordt de ecologische verbindingszone die de Maas op nationaal niveau is, versterkt. Hoe gaan we met de uiterwaarden om in de volgende trajecten voor waterveiligheid, Cuijk-Ravenstein en Bokhoven-Lith? Het is logisch om de uiterwaarden in die gebieden ook meer natuurlijk in te richten.
We geven ruimte aan recreatie en toerisme om zich verder te ontwikkelen. We maken het mogelijk dat de Lithse Ham en de jachthaven bij Lithoijen zich door kunnen ontwikkelen. Ook kleinschaliger recreatieve en toeristische voorzieningen kunnen zich (door)ontwikkelen. We willen meer kleine lig- en speelplekken aan de Maas mogelijk maken en onderzoeken hoe we de verbinding water-land kunnen versterken.
Anderzijds zijn de uiterwaarden nu goede, zeer vruchtbare, landbouwgebieden. • We willen dat recreatie en toerisme zich in dit gebied verder kan ontwikkelen. We merken dat dat kan knellen met mogelijke overlast voor omwonenden. Een belangrijk aandachtspunt is het verkeer op de dijk en parkeeroverlast. Hoe voorkomen we uitwassen van groei gemotoriseerd verkeer?
Het project de Meanderende Maas: dijkversterking, meer natuur, recreatie en nieuw landschap (bron: project Meanderende Maas).
Keent is nu al een mooi voorbeeld van natuurontwikkeling, landbouw en recreatie. Bij verdere natuurontwikkeling wegen we ook de mogelijkheden af voor natuurinclusieve landbouw. De kernen in dit gebied moeten de ruimte hebben om voor de eigen behoefte te kunnen groeien. Waar mogelijk via inbreiding maar als dat niet kan ook middels uitbreiding. Uiteraard dan wel goed ingepast. We willen in dit gebied buiten de bestaande kernen en bebouwingsconcentraties geen extra woonbebouwing mogelijk maken. Tenzij het gaat om passend maatwerk als gevolg van sanering van een VAB locatie.
101
Buitendijks
Natuurontwikkeling
Ooibos
Struinnatuur Struinroutes
Lithse Ham Dijken
Recreatie
Jachthaven Rivierdynamiek
Havenmonding Keent
Waterveiligheid
Landbouwinclusieve natuur Meanderende Maas
Maasmeanders
Flinke fluctuatie waterpeil Watersport
Biodiversiteit Zandwinningsplassen
Grootschalig landschap
Zuiderwaterlinie
Pontjes
Wandelen Strandjes
103
Oeverwal
Gericht op de Maas
Recreatieve route Lith-Megen-Ravenstein
Pareltjes langs de Maas
Verkeer op de dijk
Boomgaarden
Leefbaarheid Passende landbouw Landschappelijk raamwerk
Veel ondernemers
Ruimte om te ontwikkelen Veel initiatieven Recreatie als economische pijler Kleinschalig landschap Dorpen en stadjes Wonen
Landschapselementen Cultuurhistorie Zuiderwaterlinie
105
Het Poldergebied
Het poldergebied omvat het grootste deel van ons buitengebied en vormt de overgang van zand naar Maas. Van zuid naar noord bestaat het gebied steeds meer uit (zware) kleiige grond. Het gebied is grotendeels in gebruik voor landbouwdoeleinden, vooral door melkveehouders. Het gebied heeft een heel open karakter. De Hertogswetering vormt het verbindende element van oost naar west door het gebied. Ten noorden van de Hertogswetering is het gebied nog opener dan ten zuiden daarvan. Het gebied is onder te verdelen in een westelijk, een midden en een oostelijk gebied. Het westelijke deel is relatief jong; in de jaren 80 van de vorige eeuw heeft daar een grootschalige ruilverkaveling plaatsgevonden. In de westelijke polder zijn een waterwingebied en weidevogelgebieden gelegen. Het oostelijke deel is ouder qua indeling. De bedrijfsbebouwing van de landbouwbedrijven ligt hier telkens aan de randen van het open gebied, terwijl in het westelijke poldergebied de bebouwing meer verspreid door het gebied ligt. Het middengebied vormt een overgang tussen het oostelijke en het westelijke gebied. Een belangrijk element in dit deelgebied is de haven.
Wat speelt er In dit gebied komen veel onderdelen van de grote opgaven in ons buitengebied samen: de transitie van de landbouw, de energietransitie, wateropgave (zowel kwalitatief als kwantitatief) en verbetering van bodemkwaliteit en biodiversiteit. Global Goals Met het besluit voor de invulling van de resterende opgave voor energie-opwekking volgens de Regionale Energie Strategie heeft de gemeenteraad een duidelijke keuze gemaakt: • concentratie in het westelijk poldergebied, • niet (ook) in Stijbeemden,
• door middel van windenergie, • en niet (ook) met grootschalige zonnevelden, • me als uitgangspunt: afstand tenminste 2 km van de bebouwde kommen. Een deel van het westelijk poldergebied is onderdeel van de Duurzame Polder. Hier gaat een integrale gebiedsontwikkeling plaatsvinden waar grootschalige energieopwekking gecombineerd wordt met ontwikkeling van de landbouw. Dit beïnvloedt het landschap maar biedt mogelijk ook kansen voor natuurontwikkeling en klimaatadaptatie. De volgende stap is dat mogelijke ontwikkelperspectieven onderzocht gaan worden die uiteindelijk moeten uitmonden in een voorkeursalternatief. Het eerder in gang gezette omgevingsparticipatie-traject wordt hierop aangepast. Dit loopt afzonderlijk van de participatie over deze gebiedsvisie. Het waterwingebied ten zuiden van Maren-Kessel is een belangrijke voorziening. We verwachten dat deze drinkwaterwinning voor Brabant Water naar de toekomst een belangrijke voorziening is en blijft. Er is geïnvesteerd in de installatie en het zou een aantrekkelijke locatie voor Brabant Water kunnen zijn om ook in rivierwater te voorzien voor industrieel gebruik. Aandachtspunt is de hoeveelheid stoffen uit mest en gewasbeschermingsmiddelen die Brabant Water in het gebied in het grondwater aantreft. Het poldergebied, zowel het westelijke als het oostelijke, is een belangrijk weidevogelgebied.
In de loop van de tijd zijn daarvoor vele ‘voorzieningen ontstaan: plas-drasgebieden, eendenkooien en passend beheer door agrariërs in samenwerking met natuurverenigingen en overheid. Kenmerkend voor het gehele poldergebied is dat er nauwelijks bewoners zijn zonder (landbouw)bedrijf. Er zijn ook weinig recreatieve voorzieningen, met uitzon-
107
Tekening Poldergebied 109
dering van verkoop aan huis, enkele terrassen en soms een bed and breakfast bij agrarische bedrijven. De polder is landschappelijk door zijn openheid een heel herkenbaar gebied en wordt zo ook gewaardeerd.
Wat is onze visie Wij kiezen in de polder primair voor de doorontwikkeling als landbouwgebied. Dus als productiegebied. We verbeteren de kwaliteit van water, bodem, lucht en versterken de biodiversiteit. Dat bereiken we vooral in samenhang met de transitie van de landbouw richting kringlooplandbouw. Ook zorgen we voor energieopwekking in de vorm van windmolens conform het besluit van de gemeenteraad over de Duurzame Polder.
Wat gaan we doen In het poldergebied bieden we de agrarische sector de ruimte om zich verder te ontwikkelen. Het westelijke poldergebied, grotendeels ook het plangebied van de Duurzame Polder, leent zich goed als pilotgebied voor landbouw, kringlopen en natuurinclusiviteit. In het poldergebied bevinden zich voornamelijk melkveebedrijven. Vanwege nationale en provinciale eisen worden die steeds meer ‘grondgebonden’. Dat geeft koppelkansen met de belangen bij water, bodem en biodiversiteit. Ook meer grootschalige experimenten en voorzieningen passen hier, onder andere vanwege het ontbreken van burgerwoningen in het gebied zelf. In het midden en het oostelijke poldergebied zijn we meer terughoudend in de expansieruimte. Omdat de bedrijfsbebouwing daar vooral aan de randen is gesitueerd, ligt die veel vaker dichterbij woonbebouwing. In die deelgebieden is meer ruimte voor verbreding met nevenactiviteiten.
De transitie in de landbouw is primair aan de sector zelf. Om de hier geschetste ontwikkelingen in ons poldergebied mogelijk te maken is er meer nodig. Het vraagt om goede ondersteuning van alle partijen om de agrarische bedrijven heen: de ketenpartijen en de overheden. Dan gaat het om ruimte bieden, het zoveel mogelijk beperken van belemmeringen en samen met hogere overheden en andere partijen meedenken over een volhoudbaar ondernemersklimaat. Om de gevraagde en gewenste ontwikkelingen te ondersteunen willen we in de poldergebieden meer regelruimte bieden. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om het bouwkavel te vergroten, mits dat gepaard gaat met een stevige verduurzaming. We willen dat de biodiversiteit ook in de polder verbetert. Het gaat dan om de combinatie van bodemkwaliteit, waterkwaliteit en diversiteit van flora en fauna, gekoppeld aan het landbouwkundige gebruik. Daarnaast versterken we de ecologische structuren in het poldergebied. Via robuuste uitvoering van de ecologische verbindingszone de Hertogswetering en het aanleggen van dwarsverbindingen van Zuid naar Noord. En het verbeteren van de biodiversiteit van bermen en slootranden is een belangrijke maatregel. Het poldergebied kampt nog niet met forse droogteproblematiek. Toch vraagt de hydrologische situatie, om aandacht.
Daar zijn twee redenen voor: naar verwachting neemt de droogteproblematiek toe en het is de vraag wat de polder kan en moet betekenen voor het tegengaan van verdroging van het dekzandgebied. Dit moet eerst nader onderzocht worden. Het is goed al na te gaan denken over mogelijkheden voor vernatting, bijvoorbeeld de zone rondom de Hertogswetering, en de combinatie met natte teelten, natuurontwikkeling en wellicht ook recreatie. Het waterwingebied ten zuiden van Maren-Kessel vraagt om goede bescherming. Het versterken van
Dwarsdijken
Wandelen en fietsen Biodiversiteit
Beerse Overlaat
Verbindingen Groene Dijk
Teefelensche Wetering
Erfdijk
Kanaalzone Herpen-Maas Geffen-Maas
Recreatieve verbindingen
Maas-Maashorst
Ecologische verbindingen Dwars door verschillende landschappen 111
de kwaliteit van water en bodem in en om dit gebied is daarmee nog belangrijker dan in de rest van het gebied. Net als de infiltratie van water, zodat het grondwater in voldoende mate aangevuld wordt. Het Waterschap is de leidende partij in de verkenning hoe we de hydrologische situatie in de polder moeten aanpakken. Samen met de grondeigenaren en ons. Daarvoor verkennen we met elkaar wat er nu speelt en wat er straks kan gaan spelen. De komende jaren zullen in het poldergebied veel boeren stoppen. Hun gronden zijn en blijven waardevol voor landbouw en willen wij daarvoor beschikbaar houden. Ons VAB beleid schetst de kaders voor functieverandering en transformatie van vrijkomende agrarische bedrijven. In het westelijk poldergebied streven we naar behoud van agrarische productiepotentie en staan we functieverandering naar wonen of gebiedsvreemde functies in principe niet toe. Ook omdat dit botst met de opgave voor grootschalige energie opwekking. In het oostelijke en het middelste deel is aan de randen van de polder meer ruimte voor verbreding of omschakeling. Het landschap van de polder is in de loop van de tijd regelmatig veranderd. De inrichting van de westelijke polder dateert uit de jaren 80 van de vorige eeuw. Het open karakter met vergezichten is altijd kenmerkend geweest en behouden we zoveel mogelijk.
Bij alle ontwikkelingen die er gaan plaatsvinden bekijken we of we de cultuurhistorische elementen kunnen versterken. Zoals dwarsdijken en het aangeven van de begrenzing van het overloopgebied van de Beerse Overlaat. Het gebied rondom het kanaal en het Ossemeer is een belangrijk uitloopgebied voor de stad en als verbinding naar de Maas. Dit kan verder versterkt worden. Bijvoorbeeld door het gebied van het waterwinbos op te waarderen.
Aan de noordwestkant van de stad is uitbreiding voorzien voor woningbouw. Het idee is dat op zo’n manier te doen dat stad en buitengebied verbonden zijn met elkaar, vooral door de bestaande groene zones in de stad door te trekken en zo te verbinden met het buitengebied. Op deze manier ontstaan nieuwe en betere mogelijkheden om ‘ommetjes’ te maken in het poldergebied. Dat kan ook aan de noordzijde van de stad. Behalve om goede voorzieningen vanuit de stad vraagt dat ook om de realisatie van paden in het poldergebied. Het oostelijke poldergebied wordt qua landschap hoog gewaardeerd en is een belangrijke schakel tussen Herperduin en de Maas. Die verbinding proberen we te versterken. Desgewenst en zo mogelijk faciliteren we de verplaatsing van agrarische bedrijven naar de (met name de westelijke) polder om elders ontwikkelingen voor wonen, natuur of recreatie beter mogelijk te maken. In de Duurzame polder gaan we voor de realisatie van windturbines zoals besloten door de gemeenteraad.
Behoud van het landschap Bloemrijke akkerranden en bermen Grasland Komgebied Klei
Boeren
Weidevogels Relatief open
Polder
Kringlooplandbouw Veehouderij
Dilemma’s • Hoe combineren we het uitgangspunt dat de polder ons primaire landbouwgebied is met mogelijke ruimtereserveringen voor water en voor robuustere natuurverbindingen? • Het landschap verandert door het plaatsen van windmolens. Hoe zorgen we ervoor dat inwoners en bezoekers het landschap hoog blijven waarderen? • Door de geplande woningbouw bij Oss NoordWest blijft er minder ruimte over voor opgaves als natuur en water. Hoe kunnen we dit voor deze opgaven compenseren?
Rivierduinen
Erfdijk Groene Dijk
Ketenontwikkeling Pilots en innovaties
Teeffelensche Wetering
Doelgerichte regels Goede landbouwgrond 113
Grootschalig
Export
Ketenontwikkeling
Hightech landbouw Testopstellngen
Doelgerichte regels Samenwerking WUR/HAS Landbouwontwikkeling
Openheid Weidevogels Eendenkooien
Pilots Klimaatverbetering
Circulair
Klei Goede landbouwgrond
Kringlooplandbouw Windmolens Duurzame Polder
Veehouderij
Verbindingen natuur/recreatie Mestverwerking Grasland Polder
Ruimte om te innoveren Dierenwelzijn Natuurinclusief
115
Het Dekzandgebied
Het dekzandgebied bestaat in feite uit twee delen: de dekzandrand en de dekzandrug. De dekzandrand vormt de overgangszone van het lager gelegen kleigebied naar de hoger gelegen dekzandrug. Op de dekzandrand liggen de stedelijke zone Oss-Berghem en de kernen Geffen en Herpen evenals enkele bebouwingsconcentraties en veel verspreide bewoning. Buiten de stedelijke zone heeft het gebied een kleinschalig en half open tot gesloten karkater. In het gebied wordt ook landbouw bedreven, maar dat heeft een ander karakter dan de landbouw in de polder. Vanwege de grondslag (zand) bevinden zich hier meer varkenshouderijen en akker- en tuinbouwbedrijven. De dekzandrug is het hoger gelegen zandgebied en bestaat uit het natuuren recreatiegebied van Herperduin in het oosten en het gebied ten zuiden van Oss en Geffen. Het oostelijke deel is een natuurgebied, het westelijke deel een afwisseling van landbouw, natuur en wonen en bedrijvigheid in een kleinschalig landschap. Het industrieterrein Vorstengrafdonk en motorsport terrein Nieuw Zevenbergen liggen ook in dit gebied.
Wat speelt er?
Global Goals
Het dekzandgebied tussen Geffen en Herpen wordt ook wel de Groene Long van Oss genoemd. Het gebied bestaat uit een aaneenschakeling van waardevolle kleinschalige landschappen en natuurgebieden zoals de Geffense Bosjes, het Vierwindenbos, de Rijsvennen en Herperduin. In het landschap is via het project Landschappen van Allure de afgelopen jaren flink geïnvesteerd. Het westelijk deelgebied is zo een heel afwisselend gebied geworden waarin sterke relaties tussen stad en buitengebied zijn ontstaan, bijvoorbeeld via Landerij VanTosse. Het is ook een veel gebruikt wandel- en fietsgebied. Het dekzandgebied en dan vooral de dekzandrug is een belangrijk gebied voor recreatie en toerisme.
Vooral in en om Herperduin en bij de Geffense Plas. In beide gebieden vragen de recreatieve behoeften om doorontwikkeling van deze voorzieningen. Ook om de recreatieve druk meer te kunnen spreiden. Verdroging is een belangrijk thema in dit gebied. De grondslag van zand zorgt voor een snelle infiltratie waardoor cultuurtechnische ingrepen zoals sloten en greppels weinig effect hebben. Herperduin lijdt zichtbaar onder verdroging. De ontwikkelingsmogelijkheden voor intensieve veehouderij zijn bepekt door de natuurwaarden en de nabijheid van bewoningsconcentraties. Tegelijkertijd biedt het gebied kansen voor akker- en tuinbouw. De nabijheid van de stad maakt het gebied interessant voor landbouw die directe verbindingen met de stad maak.
Wat is onze visie De kracht van dit deelgebied is de combinatie van natuur met andere functies. Daarmee is dit gebied vooral een leefgebied. In Herperduin met recreatie en toerisme en in het gebied ten zuiden van Oss en Geffen en ook Herpen met landbouw, wonen en recreatie. We behouden en versterken deze kwaliteiten. Ook door de natuur verder te ontwikkelen. Ðat vraagt vooral om verbetering van het systeem van water en bodem, waarbij hier verdroging het belangrijkste op te lossen probleem is.
Wat gaan we doen Voor Herperduin zetten we in op de ontwikkeling als natuurgebied in combinatie met het aantrekkelijk faciliteren van het recreatief gebruik. Voor de natuurkwaliteiten is het essentieel om de verdroging tegen te gaan. De recreatiedruk willen we begeleiden door de inrichting van het gebied, de padenstructuur en door recreatieve voorzieningen aan de rand.
117
Tekening Dekzandgebied 119
We onderzoeken de mogelijkheden om Herperduin beter en robuuster met Keent te verbinden. In de eerste plaats voor de natuur maar daarnaast ook als recreatieve verbinding. Het beter zichtbaar maken van de historische Erfdijk kan hier ook aan bijdragen.
duidelijk te zien in het landschap. Daarbij vraagt de specifieke wijze waarop deze gronden worden bewerkt en wat dat doet met de grond(water) kwaliteit aandacht. In dit gebied is ook ruimte voor nieuwe landbouwconcepten zoals voedselbossen herenboeren.
We proberen samen met het waterschap en andere partijen de verdere verdroging van Herperduin te voorkomen. Onder andere door de variatie van bossoorten en variatie in open- en geslotenheid verbeteren. Het tegengaan van verdroging van Herperduin vraagt ook om maatregelen in het aangrenzende gebied. Voor het gebied net ten noorden van Herperduin zien we mogelijkheden om het in combinatie met hydrologische maatregelen te ontwikkelen tot een kleinschalig ‘coulissenlandschap’, waar natuur, landbouw en kleinschalige woonclusters samengaan. Koolwijk is daar een goed voorbeeld van.