Bijlage 1 Aanvraagformulier incl vormvrije mer beoordeling en aanvullende gegevens (3)
Tekst van het document
6
7
Wat is de bebouwde oppervlakte van het terrein in m2 voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden?
0
Wat is de bebouwde oppervlakte van het terrein in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?
1
Seizoensgebonden en tijdelijke bouwwerken
Gaat het om een seizoensgebonden bouwwerk?
Ja Nee
Gaat het om een tijdelijk bouwwerk?
Ja Nee
Gebruik
Waar gebruikt u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor? Geef aan waar u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor gebruikt. Waar gaat u het bouwwerk voor gebruiken? Geef aan waar u het bouwwerk voor gaat gebruiken. 8
Wonen Overige gebruiksfuncties rwzi Wonen Overige gebruiksfuncties rwzi
Gebruiksfuncties
In onderstaande tabel staan in de eerste kolom mogelijke gebruiksfuncties die in een bouwwerk kunnen voorkomen. Vul voor alle gebruiksfuncties die voor u van toepassing zijn het aantal personen, de totale gebruiksoppervlakte en de totale vloeroppervlakte van het verblijfsgebied in m2 in hele getallen in.
9
Gebruiksfunctie
Aantal personen
Gebruiksoppervlakte (m2)
Verblijfsoppervlakte (m2)
Bijeenkomst
-
-
-
Cel
-
-
-
Gezondheidszorg
-
-
-
Industrie
-
-
-
Kantoor
-
-
-
Logies
-
-
-
Onderwijs
-
-
-
Sport
-
-
-
Winkel
-
-
-
Overige gebruiksfuncties
-
-
-
Uiterlijk bouwwerk/welstand
Beschrijf van de onderstaande onderdelen de materialen en kleuren die u voor het bouwwerk gebruikt. U mag het veld leeg laten als u materialen en kleuren in de bijlagen vermeldt
Datum: 19 juli 2023 11:19
Aanvraagnummer: 7949933
Bevoegd gezag: Provincie Noord-Brabant
Pagina 6 van 25
Onderdelen
Materiaal
Kleur
Gevels
-
-
- Plint gebouw
-
-
- Gevelbekleding
-
-
- Borstweringen
-
-
- Voegwerk
-
-
Kozijnen
-
-
- Ramen
-
-
- Deuren
-
-
- Luiken
-
-
Dakgoten en boeidelen
-
-
Dakbedekking
-
-
Vul hier overige onderdelen en bijbehorende materialen en kleuren in.
zie bijlagen en tekeningen voor meer informatie.
10 Mondeling toelichten
Ik wil mijn bouwplan mondeling toelichten voor de welstandscommissie/ stadsbouwmeester.
Datum: 19 juli 2023 11:19
Aanvraagnummer: 7949933
Ja Nee
Bevoegd gezag: Provincie Noord-Brabant
Pagina 7 van 25
Op welke gegevens en documenten is de verandering van invloed?
Zie bijlage
3 Bestemming
Zijn de (wijzigingen van de) activiteiten in overeenstemming met het bestemmingsplan?
Ja Nee
Is er al een vrijstelling of wijziging van het bestemmingsplan aangevraagd of in procedure?
Ja Nee
4 MER-(beoordelings)plicht
Voor sommige projecten is het vanwege de mogelijke impact op het milieu verplicht om een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Denk hierbij aan de aanleg of aanpassing van (water)wegen, de winning van delfstoffen, afvalverwerkings- en energiebedrijven en de chemische-, papier- en levensmiddelenindustrie. Ook activiteiten waarbij de bestemming van een terrein wordt gewijzigd (zoals de aanleg van een jachthaven) vallen onder de werkingssfeer van het Besluit milieueffectrapportage. Geldt voor uw activiteit de plicht om een milieueffectrapport op te stellen (m.e.r.-plicht)?
Ja Nee
Staat de activiteit vermeld in kolom 1 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage?
Ja Nee
Worden de drempelwaarden in kolom 2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage overschreden?
Ja Nee
Onder welke categorie van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage valt de aangevraagde activiteit?
zie bijlage
Geef de omvang van de door u aangevraagde activiteit in dezelfde eenheid als de waarde/capaciteit zoals genoemd in kolom 2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
zie bijlage
5 Toekomstige Ontwikkelingen
Datum: 19 juli 2023 11:19
Verwacht u ontwikkelingen binnen uw inrichting die voor de beslissing op de aanvraag van belang kunnen zijn?
Ja Nee
Verwacht u ontwikkelingen in de omgeving van uw inrichting die van belang kunnen zijn voor de bescherming van het milieu?
Ja Nee
Aanvraagnummer: 7949933
Bevoegd gezag: Provincie Noord-Brabant
Pagina 13 van 25
Let op. Het gaat om veranderingen die nu nog geen onderdeel zijn van de aanvraag. Verwacht u ontwikkelingen in de omgeving van uw inrichting die van belang kunnen zijn voor de bescherming van het milieu? - Hierbij kan worden gedacht aan de vestiging van nevenindustriën in de omgeving, en dergelijke.
Datum: 19 juli 2023 11:19
Aanvraagnummer: 7949933
Bevoegd gezag: Provincie Noord-Brabant
Pagina 15 van 25
Terugsturen van de aanvraag
U kunt de aanvraag of melding inclusief bijbehorende bescheiden per post versturen naar onderstaand adres van het bevoegd gezag. Het e-mailadres of contactformulier is alleen bedoeld voor het stellen van vragen en niet voor het indienen van een aanvraag of aanvullende gegevens. Bevoegd gezag omgevingsvergunning Naam:
Provincie Noord-Brabant
Bezoekadres:
Telefoonnummer:
Brabantlaan 1 's-Hertogenbosch Postbus 90151 5200 MC 's-Hertogenbosch 073-6812812
E-mailadres:
lvo@brabant.nl
Website:
www.brabant.nl
Postadres:
Datum: 19 juli 2023 11:19
Aanvraagnummer: 7949933
Pagina 25 van 25
Vormvrije m.e.r.beoordeling RWZI Oijen
Waterschap Aa en Maas 1 april 2022
Project Opdrachtgever
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Waterschap Aa en Maas
Referentie
RWZI Oijen Definitief 1 april 2022 116005/22-004.977
Projectcode
116005
Document Status Datum
Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Stationsweg 5 Postbus 3465 4800 DL Breda +31 (0)76 523 33 33 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Achtergrond- en doelstelling van het project
5
1.2
Contactgegevens initiatiefnemer en bevoegd gezag
5
1.3
Leeswijzer
5
2
WETTELIJK KADER
6
2.1
Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling
6
2.2
Toetsingskader m.e.r.-beoordeling
7
3
KENMERKEN VAN DE ACTIVITEITEN EN LOCATIE
8
3.1
Wijzigingen op hoofdlijnen
8
3.2
Nieuwbouw
9
3.3
Het project gebied
11
4
DE POTENTIËLE EFFECTEN
13
4.1
Bodem
13
4.2
Water
13
4.3
Luchtkwaliteit
13
4.4
Geluid
14
4.5
Geur
14
4.6
Trillingen
17
4.7
Natuur
17
4.8
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
20
4.9
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen
21
4.10
Productie van afvalstoffen
21
4.11
Risico van ongevallen, gelet op de gebruikte stoffen en technologieën
21
5
CONCLUSIE
23
1 INLEIDING 1.1
Achtergrond- en doelstelling van het project
Waterschap Aa en Maas dient renovatie en nieuwbouw werkzaamheden te verrichten op haar rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) te Oijen. Verschillende onderdelen van de RWZI worden aangepast. Voor een deel betreft het renovatiewerkzaamheden, voor een ander deel betreft het vervangen en toevoegen van onderdelen van het zuiveringsproces. Voor het realiseren van deze wijzigingen dient een omgevingsvergunning voor de activiteiten milieu, bouwen en afwijken bestemmingsplan verkregen te worden. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning.
1.2
Contactgegevens initiatiefnemer en bevoegd gezag
De initiatiefnemer van het project is Waterschap Aa en Maas. Waterschap Aa en Maas Pettelaarpark 70 5216 PP ’s-Hertogenbosch Het bevoegd gezag voor het beoordelen van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is de provincie Noord-Brabant. Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Brabant Postbus 90151 5200 MC 's-Hertogenbosch De taken van de provincie Noord-Brabant zijn gemandateerd aan de Omgevingsdienst Brabant-Noord.
1.3
Leeswijzer
Het volgende hoofdstuk gaat verder in op het wettelijk kader van de Wet milieubeheer en m.e.r.-beoordelingen. Gevolgd door hoofdstuk 3 waarin de kenmerken van het project en locatie beschreven zijn Daarna worden in hoofdstuk 4 de potentiële effecten uitgelegd en als laatst hoofdstuk 5 met de conclusie, tevens wordt hier advies gegeven of het opstellen van een milieueffectrapportage gewenst is.
5 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
2 WETTELIJK KADER In artikel 7.2 van de Wet milieubeheer (Wm) stelt dat bij Algemene maatregel van bestuur (Amvb) activiteiten worden opgenomen die: - belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; of - ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De betreffende Amvb is het Besluit milieueffectrapportage. Artikel 2, lid 1 van het Besluit milieueffectrapportage bepaalt dat in onderdeel C van de bijlage bij dit Besluit activiteiten staan genoemd welke significante nadelige effecten op het milieu kunnen hebben. Artikel 2, lid 2 van het Besluit milieueffectrapportage bepaalt dat in onderdeel D van de bijlage activiteiten staan genoemd voor welke het bevoegd gezag moet beoordelen of deze nadelige gevolgen op het milieu kunnen hebben. Voor deze gevallen geldt een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht.
2.1
Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling
De in hoofdstuk 1 beschreven voorgenomen activiteiten zijn getoetst aan het wettelijk kader. Hieronder volgt een samenvatting van de uitgevoerde toetsing. De ‘C-lijst’ bevat de volgende activiteit: C18.6 De oprichting, wijziging of uitbreiding van een rioolwaterzuiveringsinstallatie In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een capaciteit van meer dan 150.000 inwonerequivalenten. De ‘D-lijst’ bevat de volgende activiteit: D18.4 De oprichting, wijziging of uitbreiding van een rioolwaterzuiveringsinstallatie die deel uitmaakt van een inrichting. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een capaciteit van 50.000 inwonerequivalenten of meer. De RWZI Oijen heeft een capaciteit van 360.000 inwonerequivalenten. Door de realisatie van het voornemen verandert de capaciteit van de RWZI echter niet. Hierdoor is geen sprake van een direct m.e.r. of m.e.r.beoordelingsplicht voortkomend uit onderdeel C of D. Wel zijn de werkzaamheden een wijziging in de waterlijn van de RWZI. Aangezien dit een wijziging van een activiteit is die genoemd is in onderdeel D waarvoor de drempelwaarde niet wordt overschreden, dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt gelijktijdig ingediend met de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteiten milieu, bouwen en afwijken bestemmingsplan.
6 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
2.2
Toetsingskader m.e.r.-beoordeling
Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of bij een voorgenomen activiteit mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De milieugevolgen dienen te worden onderzocht op basis van de volgende punten1: - de kenmerken van de activiteit: · de omvang van het project; · cumulatie met andere projecten; · gebruik van natuurlijke hulpbronnen; · productie van afvalstoffen; · verontreiniging en hinder; · risico van ongevallen, gelet op de gebruikte stoffen en technologieën; - de plaats waar de activiteit wordt verricht: · bestaand grondgebruik; · relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen in het gebied; · het opname vermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder rekening houden met verschillende typen gebieden; - de potentiële aanzienlijke effecten van het project, in samenhang met de hierboven genoemde punten. In het bijzonder worden in overweging opgenomen: · het bereik van het effect; · eventueel grensoverschrijdend karakter van het effect; · de waarschijnlijkheid van het effect; · de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. Een m.e.r.-beoordeling kan leiden tot een van de volgende twee uitkomsten: - belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet worden uitgesloten.
In dit geval moet een m.e.r.-procedure doorlopen worden, inclusief het opstellen van een uitgebreide milieueffectrapportage; - belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op. Gemotiveerd wordt aangegeven dat geen m.e.r.-procedure doorlopen moet worden.
1
Deze punten zijn afkomstig uit bijlage III van de EU-richtlijn m.e.r. (85/337 EEG en 97/11/EG).
7 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
3 KENMERKEN VAN DE ACTIVITEITEN EN LOCATIE In dit hoofdstuk worden de kenmerken van de activiteit en de locatie beschreven, het eerste paragraaf geeft een korte uitleg over de wijziging, dit wordt gevolgd door de locatie en als laatste de cumulatie met andere projecten.
3.1
Wijzigingen op hoofdlijnen
De RWZI Oijen is een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) bestemd voor het zuiveren van stedelijk afvalwater afkomstig van huishoudens en bedrijven in Oijen en omgeving. Het afvalwater komt de RWZI Oijen binnen in de ontvangkelders, hier worden de grove bestandsdelen verwijderd. Vervolgens wordt in de zandvangers het zand verwijderd en gaat het water naar de voorbezinktanks voor het bezinken van het primair slib. Daarna wordt het water biologisch gezuiverd in de beluchtingscircuits. Als laatste komt het water in de nabezinktanks waar het secundair slib bezinkt en wordt het water via het effluentwerk op het oppervlaktewater wordt geloosd. Het slib wordt eerst ingedikt bij de slibindikking en vervolgens ontwaterd en afgevoerd naar en erkende verwerker. Op de zuivering vinden zowel renovatiewerkzaamheden als nieuwbouw werkzaamheden plaats. Een overzicht van de objecten van de RWZI is te zien in afbeelding 3.1. Deze afbeelding laat in het groen de bestaande objecten, in het geel de rennovatie objecten en in het blauw de objecten die gesloopt gaan worden.
8 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
Afbeelding 3.1 Schematisch overzicht tussen bestaande, nieuwbouw en sloop objecten
Renovatiewerkzaamheden De renovatiewerkzaamheden zijn niet vergunningplichtig en maken daarom geen onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning. Deze werkzaamheden zijn dan ook niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, maar worden volledigheidshalve kort toegelicht. De werkzaamheden betreffen het vervangen van onderdelen waar geen wijziging in de constructie of fundering plaatsvinden. De renovatiewerkzaamheden zijn: - renovatie van de voorbezinktank; - civieltechnische renovatie beluchtingstanks, nieuwe puntbeluchters en huisjes; - renovatie en schoonmaken van nabezinktanks; - renovatie van ingedikt slibgemaal op arbotechnisch aspect; - aanpassingen van slibverwerkingsgebouw voor H2S problemen; - renovatie van het effluentgemaal; - renovatie/verduurzaaming van bedrijfsgebouw.
3.2
Nieuwbouw
De nieuw te bouwen onderdelen zijn vergunningplichtig. Tabel 2.1 laat een overzicht zien van welke wijzigingen bij welke aangevraagde vergunningactiviteiten hoort. Influentwerk Het bestaande influentwerk is in slechte staat. Daarnaast is het vrijkomen van H2S een groot probleem en staat het huidige bouwwerk in de beschermingszone van de primaire waterkering. Vanwege deze redenen is besloten een nieuw influentwerk te realiseren met de bijbehorende leidingen en aansluitingen. Het nieuw te bouwen influentwerk bestaat uit: - twee ontvangputten; - verleggingen stamriool;
9 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
-
één ontvangstkelder; twee grofroosters; zes influentvijzels; zes fijnroosters, waar roostergoed verwijderd wordt; influentbemonstering; twee zandvangers; één verdeelwerk; twee containers voor afval grofroosters; twee containers voor afval zandwassers; twee containers voor afval van fijnroosters.
De grofroosters worden direct na de ontvangstkelder geplaatst. De grofroosters halen het grove vuil uit het influentwater. Dit grove vuil wordt afgevoerd naar een gesloten container. Het influent wordt omhoog gebracht met behulp van de influentvijzels. Vervolgens valt het water door zwaartekracht weer naar beneden door de roostergoedverwijdering om de minder grove deeltjes eruit halen. Het afgevangen roostergoed wordt afgevoerd en opgeslagen in een gesloten container. Na de roostergoedverwijdering worden twee vlakzandvangers gebouwd. Deze vlakzandvangers halen het zand en soortgelijke deeltjes uit het influent. Het zand wordt gewassen en vervolgens afgevoerd en opgeslagen in een gesloten container. Na de zandvanger verzamelt het influent zich in het verdeelwerk. Alle onderdelen zijn afgedekt en de lucht wordt afgezogen. De afgezogen lucht wordt behandeld in nieuwe lavafilters die bij het nieuwe influentwerk worden geplaatst. Deze lavafilters hebben een rendement van 90 %. Het nieuwe influentwerk heeft in tegenstelling tot het bestaande influentwerk geen apart deel voor RWA (regenwaterafvoer) en DWA (droogweerafvoer). Daarentegen is het hele ontwerp gebaseerd op een 2 straten principe, waarbij tijdens DWA de straten om-en-om bedreven worden en tijdens RWA beide straten in bedrijf zijn. Ook kunnen alle onderdelen gebypassed worden.
Tijdens de realisatie van het nieuwe influentwerk blijft het bestaande influentwerk in gebruik. Nadat het nieuwe influentwerk in bedrijf is genomen, wordt het bestaande influentwerk afgekoppeld en gesloopt. Verdeelwerk Het water wat van het influentwerk afkomt gaat naar het verdeelwerk. Het verdeelwerk verdeelt het water naar de verschillende beluchtingstanks. Inkoopstation Het inkoopstation is al gerealiseerd op de beoogde locatie, echter is dit gedaan met een tijdelijke vergunning en wordt deze nu met de wijzigingsvergunning voor permanent aangevraagd. Hiervoor worden tevens middenspanningskabels op het terrein verlegd. De aspecten veranderen verder niet. Opslagloods Een nieuwe loods wordt gebouwd voor opslag van materieel en materialen. De loods wordt gebruikt voor de opslag van reservematerialen zoals leidingen en pompen, gereedschappen en onderhoud aan leidingen en pompen. Opslag van materiaal of werkzaamheden die potentieel bodembedreigend zijn, vinden niet plaats in de loods. Geurbehandeling van slibverlading Tijdens de verlading van het slib van de slibbunkers in de vrachtwagens komt in korte tijd veel vuile lucht vrij. De huidige geurbehandelingsinstallatie kan deze pieklast niet verwerken, waardoor stankhinder richting de omgeving en een gevaarlijke situatie in de verladingshal kan ontstaan.
Om dit te voorkomen wordt naast de verladingshal een nieuwe geurbehandeling geplaatst. Deze nieuwe geurbehandelingsinstallatie bestaat uit een ventilator met een koolfilter opgesteld. Dit koolfilter heeft een rendement van 90 %.
10 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
Schakelgebouwen Drie nieuwe schakelgebouwen worden gerealiseerd die het oude schakelgebouw gaat vervangen. In de schakelgebouwen worden alle schakelkasten neergezet voor de aansturing van de gehele RWZI. Metaalzoutendoseringsinstallatie Voor het goed functioneren van het biologische proces is het soms nodig om metaalzouten te doseren op de afloop van de beluchtingcircuits. In de huidige installatie wordt dit ook gedaan. De huidige installatie is verouderd en wordt daarom geheel vervangen door een nieuwe tank ten noorden van het primairslibgemaal. De nieuwe opslag is een kunststof dubbelwandige tank met lekdetectiesysteem. Het vulpunt van de tank is direct nabij de tank aanwezig en voorzien van een lekbak. De tank wordt voorzien van de noodzakelijk beveiligingen, zoals bijvoorbeeld een overvulbeveiliging. Geurbehandeling voorbezinktank Verdeelwerk 2 en de voorbezinktanks worden afgezogen om ophoping van agressieve gassen te voorkomen. De vuile lucht wordt behandeld in lavafilters, dit zijn ronde kunststof tanks gevuld met poreuze stenen. De lavafilters vervangen de huidige filters en worden op een andere locatie geplaatst. Trappenhuis Bij de PACAS installatie komt een trappenhuis, dit wordt gebouwd om de PACAS installatie toegankelijk te maken voor personeel en onderhoud.
3.3
Het project gebied
De RWZI is gelegen aan de Parallelstraat 1 te Oijen. Het terrein van de RWZI staat bekend onder de kadastrale gemeente Oijen, sectie E, nummer 375 (eigendom waterschap Aa en Maas). Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 100.000 m² en is gelegen in gemeente Oss.
Afbeelding 3.2 Globale ligging RWZI Oijen (rood omcirkeld, bron: Google Maps)
De RWZI is gelegen ten zuidoosten van de Maas, nabij de kern Oijen in de provincie Noord-Brabant, zoals weergegeven in Afbeelding 3.2. In Afbeelding 3.3 1.2 is de globale begrenzing van de inrichting weergegeven. Het terrein van de RWZI is volledig omheind en bestaat uit diverse functionele gebouwen, bassins en aangelegde groenzones met een aantal doorkijken naar het omliggende landschap. Het terrein grenst aan de oostzijde aan de Parallelstraat. Daarachter zijn diverse gras- en akkerpercelen gelegen. Aan de westzijde grenst het terrein aan de Oijense Benedendijk. Aan de noordzijde van het terrein bevindt zich een brede groenstrook met houtopstanden met daarachter een bedrijfsbestemming van aanpalend bedrijf met een biomassavergistingsinstallatie. Het inkoopstation is oostelijk buiten het hekwerk van de inrichting gelegen, nabij de zuidelijke toegangspoort van de RWZI.
11 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
Afbeelding 3.3 Globale begrenzing inrichting (rood omlijnd, bron: Google Maps)
Cumulatie met andere projecten Verder zijn in de omgeving geen projecten bekend, waarmee sprake kan zijn van cumulatieve effecten.
12 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
4 DE POTENTIËLE EFFECTEN Dit hoofdstuk beschrijft de potentiële effecten van het project op het milieu en de omgeving.
4.1
Bodem
De bestaande bodem die gebruikt gaat worden is volgens het bodemonderzoek niet verontreinigd. Dit bodemonderzoek is terug te vinden in bijlage I van deze rapportage. Het doel van het onderzoek was het vaststellen van de milieu hygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie en de eventueel daaruit vrijkomende grond. Het verkennend bodemonderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Uit het bodem onderzoek is gebleken, dat geen verontreinigingen aanwezig zijn op de onderzoekslocatie. Dit betekent dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden om een MER te maken. Bodembescherming Bij het ontwerpen van de wijzigingen is rekening gehouden met de NRB (Nederlandse Richtlijn Bodembescherming) Dit betekent dat de activiteiten worden uitgevoerd conform de NRB en daardoor een aanvaardbaar risico wordt verwacht.
4.2
Water
Daarnaast is de RWZI gelegen naast een primaire waterkering. De te realiseren bouwwerken van het influentwerk installatie loopt door de beschermingszone van de waterkering. De verwachting is dat dit geen knelpunt vormt voor de stabiliteit van de waterkering, omdat deze werkzaamheden in de beschermingszone en niet in de kernzone van de waterkering is gelegen. Voor deze werkzaamheden is een projectplan Waterwet opgesteld, dat goedgekeurd dient te worden door het dagelijks bestuur van het Waterschap Aa en Maas. De verwachting is dat deze goedkeuring verleend wordt. De wijzigingen hebben ook effect op het kwaliteit van het effluent, echter is dit een positief effect. De wijzigingen zorgen voor een beter kwaliteit van het effluent. Voor het aspect water zijn geen bijzondere omstandigheden aan de orde, waardoor geen MER aan de orde is.
4.3
Luchtkwaliteit
Op het gebied van luchtkwaliteit worden geen nieuwe bronnen toegevoegd in vergelijking met de vergunde situatie. Dit betekend dat de bronnen die al aanwezig waren zoals de hoeveelheid vrachtverkeer en personenauto’s inclusief rijroutes niet veranderen door de wijzigingen. Ook zijn er geen aanpassingen in het gas gebruik van de verbrandingsinstallaties. De wijzigingen zorgen er juist voor dat er minder gas gebruikt gaat worden. Aangezien de wijzigingen geen effect hebben op de luchtkwaliteit is een onderzoek hiernaar niet nodig en kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve effecten zijn op de luchtkwaliteit. Voor het aspect luchtkwaliteit zijn geen bijzondere omstandigheden aan de orde, waardoor geen MER aan de orde is.
13 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
4.4
Geluid
Om de geluidsbelasting van de RWZI op woningen te bepalen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de omgeving na het doorvoeren van de wijzigingen. De nieuwe bronnen zijn het influentwerk, retourslibgemaal, lavafilters en puntbeluchters. Andere belangrijke bestaande bronnen zijn het beluchtingscircuit en de verdeelwerken. De mobiele bronnen bestaan uit vrachtwagens en personenwagens. Hier wordt alleen een samenvatting gegeven van het onderzoek, het volledige onderzoek is te vinden in bijlage II. Beoordelingskader De RWZI is gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Ter plaatse van de zonegrens mag het gecumuleerde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, als gevolg van alle inrichtingen gelegen op het gezoneerd industrieterrein, niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Aangezien de RWZI de enige inrichting is die is gelegen op het gezoneerde industrieterrein, kunnen de resultaten direct getoetst worden aan de zone. De RWZI beschikt over een vigerende omgevingsvergunning die 25 september 2021 is verleend door provincie Noord-Brabant. Hierin zijn de geluidsvoorschriften voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus opgenomen. In de vergunning zijn ook voorschriften opgenomen ten aanzien van de maximale geluidsniveaus ter plaatse van geluidgevoelige objecten.
De grenswaarden zijn: - 70 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur; - 65 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur; - 60 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. De geluidsbelasting als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van de inrichting (en andere activiteiten buiten de grens van de inrichting), wordt voor inrichtingen gelegen op een gezoneerd industrieterrein op basis van jurisprudentie niet getoetst. Indirecte hinder wordt niet verder behandeld. Resultaten Uit de resultaten van het onderzoek voor langtijdgemiddelde blijkt dat op meerdere toetspunten van de vigerende vergunning een toename berekend wordt. Hierdoor is de berekende waarde hoger dan de vergunde waarde. Uit de resultaten per bron blijkt dat dit niets te maken heeft met de voorgenomen wijzigingen, maar wordt veroorzaakt door de bestaande puntbeluchters. Dit is te verklaren dat door de actuele geluidsmetingen diverse bronnen hoger zijn dan eerder was aangenomen. Op de RWZI zijn reeds alle gebruikelijke maatregelen genomen om geluid te reduceren. De RWZI voldoet aan BBT. Daarnaast past de hogere berekende waarde binnen de geldende geluidszone. Hierdoor is de RWZI inpasbaar en voldoet aan het toetsingskader. Uit de resultaten voor de maximale geluidsniveaus blijkt dat ruimschoots voldaan wordt aan de vergunde waarden voor maximale geluidsniveaus.
Voor het aspect geluid zijn geen bijzondere omstandigheden aan de orde, waarvoor een MER opgesteld moet worden.
4.5
Geur
In de voorgenomen wijzigingen worden een aantal nieuwe geurbronnen gerealiseerd, namelijk het gehele influentwerk met bijbehorende containers voor de afvalstoffen. Deze bronnen zijn allemaal afgedekt en worden afgezogen. De afgezogen lucht wordt behandeld in de nieuw te realiseren lavafilters voor de voorbezinktank. Deze filters hebben een rendement van 90 %. Naast deze aanpassing worden de geurbehandeling van de slibverlading aangepast middels het plaatsen van een geurbehandeling met actiefkoolfilters. Deze filters hebben een rendement van 90 %. De geursituatie met deze aanpassing is in beeld gebracht in een geuronderzoek, dat opgenomen is in bijlage III van deze aanvraag. Toetsingskader Activiteitenbesluit De geurvoorschriften voor RWZI’s komen voort uit de Wet milieubeheer en zijn vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de bijbehorende Activiteitenregeling milieubeheer in de
14 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
paragraaf ‘Behandeling van stedelijk afvalwater’. De geurvoorschriften hebben betrekking op geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten. Bij het vaststellen van de voorschriften wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande of nieuwe situaties. De normstelling voor de geurbelasting van RWZI’s is vastgelegd in het Activiteitenbesluit. Voor nieuwe situaties is de geurbelasting maximaal 0,5 ouE/m3 als 98-percentiel ter hoogte van geurgevoelige objecten. Op gezoneerde industrieterreinen, bedrijventerreinen en buiten de bebouwde kom is een hogere geurbelasting van 1,0 ouE/m3 als 98-percentiel toegestaan. Voor bestaande situaties (voor 1 februari 1996) mag de geurbelasting ter plaatse van een geurgevoelig object niet meer bedragen dan 1,5 ouE/m3 als 98-percentiel. Voor geurgevoelige objecten gelegen op gezoneerde industrieterreinen, bedrijventerreinen en buiten de bebouwde kom is dit 3,5 ouE/m3 als 98-percentiel. Bij verandering van de bestaande situatie mag de geurbelasting ter plaatse van een geurgevoelig object niet verslechteren, tenzij aan de waarden voor nieuwe situaties wordt voldaan. Voor de RWZI Oijen wordt getoetst aan de normstelling voor bestaande situaties. Resultaten RWZI Oijen Activiteitenbesluit In het geuronderzoek zijn de geurcontouren berekend voor bestaande situaties.
Afbeelding 4.1 toont de geurcontouren, waaruit blijkt dat binnen de 1,0 OUe/m3, voor 98-percentielwaarde, zijnde de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit, geen geurgevoelige objecten (GGO’s) zijn gelegen. De RWZI Oijen voldoet ook na de wijzigen aan het Activiteitenbesluit. Afbeelding 4.1 Geurcontouren RWZI Oijen 98 % toetsing activiteiten besluit bestaande situatie
Toetsingskader Beleidsregels Provincie Noord-Brabant Naast het Activiteitenbesluit toetst de Provincie Noord-Brabant inrichtingen niet zijnde veehouderijen aan haar eigen beleidsregels voor geur. De provincie gaat bij de beoordeling van de geurbelasting uit van de hedonisch gewogen geurbelasting. De geurconcentratie die hoort bij de hedonische waarde van -1 vormt in het provinciale geurbeleid een belangrijke referentiewaarde.De provincie hanteert bij de beoordeling van de hedonisch gewogen geurbelasting bij geurgevoelige objecten voor bestaande activiteiten de volgende richten streefwaarden die opgenomen zijn in tabel 3.2.
15 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
Tabel 4.1 Bestaande situatie Omgevingscategorie
98-percentiel
99,9 percentiel
Richtwaarde OUE(H)/m3
Grenswaarde OUE(H)/m3
Richtwaarde OUE(H)/m3
Grenswaarde OUE(H)/m3
wonen
1,0
2,0
10
20
gemengd
2,0
4,0
20
40
overig
10
10
100
100
De provincie hanteert bij de beoordeling van de hedonisch gewogen geurbelasting bij geurgevoelige objecten voor nieuwe activiteiten de volgende richt- en streefwaarden opgenomen in tabel 3.3.
Tabel 4.2 nieuwe situatie Omgevingscategorie
98-percentiel
99,9 percentiel
Richtwaarde OUE(H)/m3
Grenswaarde OUE(H)/m3
Richtwaarde OUE(H)/m3
Grenswaarde OUE(H)/m3
wonen
0,5
1,0
5,0
10
gemengd
1,0
2,0
10
20
overig
10
10
100
100
Een geurgevoelig object is een woning dan wel een locatie waar meerdere mensen zich gedurende een groot gedeelte van de dag bevinden en waar blootstelling aan geur tot hinder kan leiden. De omgevingscategorie ‘Wonen’ omvat: woningen, ziekenhuizen en sanatoria, bejaarden en verpleeghuizen, woonwagenterreinen, asielzoekerscentra, dagverblijven, scholen, alsmede objecten die met bovengenoemde geurgevoelige objecten gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de functie van het object, de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daar aanwezig is en de omgeving van het object. De omgevingscategorie ‘Gemengd’ omvat: bedrijfswoningen, woningen in het landelijk gebied, verspreid liggende woningen, recreatiegebieden voor dagrecreatie, accommodaties voor verblijfsrecreatie, zelfstandige kantoren, winkels alsmede objecten die met bovengenoemde geurgevoelige objecten gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de functie van het object, de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daar aanwezig is en de omgeving van het object. Als laatste omvat de omgevingscategorie ‘Overig’: geurgevoelige objecten voor zover die niet behoren tot de omgevingscategorieën, bedoeld onder b en c.
Resultaten RWZI Oijen Beleidsregels Noord- Brabant Voor de beoordeling aan de beleidsregels van Noord-Brabant is worst case getoetst aan de normen voor een nieuwe activiteit. Het gebied in de directe omgeving van de inrichting is aan te merken als gemengd gebied. In het geurrapport zijn de geurcontouren berekend voor een nieuwe situatie. Deze zijn weergeven in Afbeelding 4.2 .
16 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
Afbeelding 4.2 Geurcontouren 98-percentiel (links) en 99-percentiel (rechts) nieuwe situatie beleidsregels Noord-Brabant
Uit het geuronderzoek blijkt dat geen woningen zijn die een hedonisch gewogen geurbelasting hebben van meer dan 1 OUE/m3 98% en 10 OUE/m3 99,99%. Hiermee wordt voldaan aan de richtlijnen, zoals die zijn opgenomen in de beleidsregels van provincie Noord-Brabant. De RWZI Oijen voldoet hiermee aan de beleidsregels van de provincie Noord-Brabant. Voor het aspect geur zijn geen bijzondere omstandigheden aan de orde, waardoor geen MER aan de orde is.
4.6
Trillingen
De voorgenomen wijzigingen leveren geen extra trillingen op ten opzichte van de vergunde situatie en veroorzaken dan ook geen nieuwe trillingsrisico’s. Voor het aspect trillingen zijn geen bijzondere omstandigheden aan de orde, waardoor geen MER aan de orde is.
4.7
Natuur
Om te bepalen wat voor effect de wijzigingen op de natuur heeft is een natuuronderzoek uitgevoerd. Dit is gedaan voor gebiedsbescherming Natura-2000 gebied, soortbescherming en het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en gebieden buiten NNB. In deze paragraaf is alleen een samenvatting gegeven van het onderzoek, het volledige onderzoek is te vinden in bijlage IV. Natura-2000 Bescherming van Natura 2000-gebieden vindt plaats op grond van de Wet natuurbescherming. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Om dit toetsbaar te maken, kent de Wet natuurbescherming (Wnb) een goedkeuringsvereiste voor plannen die significante gevolgen voor de betreffende gebieden zouden kunnen hebben (artikel 2.7, eerste lid, Wnb) en een vergunningsplicht voor projecten en andere handelingen die (significant) negatieve gevolgen voor de betreffende gebieden zouden kunnen hebben (artikel 2.7, tweede lid, Wnb). Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied Rijntakken ligt op een afstand (hemelsbreed) van circa 5,5 kilometer, zie Afbeelding 4.3. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura-2000 gebied. De Natura 2000gebieden liggen op een aanzienlijke afstand tot het plangebied. Hierdoor zijn geen effecten te verwachten voor vernietiging van het gebied of effecten van beweging, licht en geluid.
In de gebruiksfase neemt het aantal bezoekers, of transportbewegingen niet toe. Hierdoor vindt geen toename van stikstofdepositie plaats in de gebruiksfase. Echter, leiden de voorgenomen ontwikkelingen in
17 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
de aanlegfase wel tot stikstofdepositie. Negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden zijn als gevolg van deze toename niet op voorhand uitgesloten en zijn nader onderzocht in een stikstofdepositie onderzoek. Echter, op grond van artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming worden de gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door bij algemene maatregel van bestuur (artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming) aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van artikel 2.7 lid 2 Wnb. Op grond hiervan worden de activiteiten in de bouw- en aanlegfase vrijgesteld van vergunningplicht.
Afbeelding 4.3 Natura-2000 gebieden gelegen bij RWZI Oijen
Soortbescherming In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Het gaat daarbij niet om de bescherming van individuele planten of dieren maar om waarborgen om te voorkomen dat het voortbestaan van soorten planten of dieren niet in gevaar komt en dat vaste rustof verblijfplaatsen en groeiplaatsen niet opzettelijk worden vernield of verstoord. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het ‘nee, tenzij’ principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen van en/of de functionele leefomgeving van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen.
Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor eventueel aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend kan worden. In 2018 en 2021 is door SWECO een onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten op de RWZI Oijen. uit de natuurtoets is gebleken dat er geen noodzaak is voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek naar amfibieën, reptielen, vissen en vleermuizen. Echter is het worden er twee (potentiële) nesten van de sperwer aangetast. Een van de nesten is grotendeels uit de boom gewaaid. Het andere sperwernest (meest oostelijke) is wel functioneel.
18 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
Effecten op jaarrond beschermde rust- en nestplaatsen van de sperwer zijn niet uit te sluiten. Door buiten het broedseizoen (de periode van circa maart tot augustus) te werken óf tijdig preventieve maatregelen te nemen wordt verstoring van algemene broedvogels voorkomen en in overeenstemming met de Wet natuurbescherming gehandeld. Aangezien effecten niet zijn te voorkomen wordt een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd. De verwachting is dat deze ontheffing verleend wordt. Ter hoogte van de geplande bebouwing is zeer beperkt geschikt leefgebied voor de das aanwezig. Aan de noordzijde van het terrein zijn wel actieve burchten aanwezig. De plannen kunnen de dassen in aanleg- en gebruiksfase negatief beïnvloeden. Door te werken tussen zonsopkomst en zonsondergang, zo kort mogelijk te werken, zo min mogelijk geluid, licht en trillingen te veroorzaken, geen werkzaamheden binnen een straal van 50 meter van de burchten tijdens kraamperiode (december t/m juni) en geen werkzaamheden binnen een straal van 20 meter van de burchten. Met deze maatregelen wordt verstoring van de dassenburcht voorkomen en in overeenstemming met de Wet natuurbescherming gehandeld. De geplande werkzaamheden leiden niet tot directe fysieke aantasting van leefgebied. Bijlage V laat een volledig overzicht zien over de dassenburchten op het terrein.
Natuurnetwerk Brabant (NNB) Artikel 1.12, lid 2, van de Wnb stelt dat de provincies verantwoordelijk zijn voor de instandhouding en totstandkoming van het Natuur Netwerk Nederland. Het natuurnetwerk wat betrekking heeft op het project valt onder Natuur Netwerk Brabant (NNB), zoals opgenomen in de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant. De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant bepaald dat een bestemmingsplan de aantasting van ecologische waarden en kenmerken in het NNB waar mogelijk beperkt.
Afbeelding 4.4 Locatie NNB naast RWZI, met rood gemarkeerd
Afbeelding 4.4 geeft de ligging van de RWZI ten opzichte van NNB-gebied weer. De RWZI grens direct aan NNB-gebied. De werkzaamheden vinden volledig plaats op het terrein van de RWZI, en daarmee buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant. Zij gaan niet ten koste van enig oppervlak daarvan.
19 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
4.9
Gebruik van hulpbronnen
Voor de voorgenomen wijzigingen wordt alleen voor de metaalzouten tank metaalzouten gebruikt. Deze metaalzouten worden opgeslagen conform PGS 31. Daarmee worden negatieve effecten op het milieu door hulpbronnen voorkomen en is geen MER aan de orde.
4.10
Vrijkomen van afvalstoffen
Door de wijzigingen veranderd de hoeveelheid afvalstromen. Dit zijn deels afvalstromen die vrijkomen binnen de inrichting voorkomen bij het huidige influentwerk. Tabel 4.3 laat een overzicht zien van deze afvalstoffen, de opslagwijze en maximale opslag.
Tabel 4.3 Overzicht van afvalstoffen verwerking van de wijzigingen Afvalstof
Opslagvoorziening
Maximale opslag
Hoeveelheid per jaar
Afvalinzamelaar
3
roostergoed
container, 2 stuks
24 m per container
12 keer per jaar lediging
erkende inzamelaar
zand
container, 2 stuks
17 m3 per container
52 keer per jaar lediging
erkende inzamelaar
grof vuil
container 2 stuks
24 m3 per container
12 keer per jaar lediging
erkende inzamelaar
Tijdens de aanlegfase komt afval vrij van de bouw. Het bouwafval wordt conform gelde wet- en regelgeving afgevoerd. Doordat het afval naar een erkende inzamelaar wordt gegaan kunnen geen effecten plaats vinden in het milieu waardoor een MER niet aan de orde is.
4.11
Externe veiligheid
Door de voorgenomen wijzigingen treedt geen aanpassing op voor het aspect externe veiligheid zowel voor een effect buiten of binnen de RWZI. Aan de noordkant van de RWZI zit een BRZO inrichting, zoals te zien is op Afbeelding 4.6 vallen de risico contouren niet binnen de RWZI. Ook is de zuivering geen kwetsbaar object of beperkt kwetsbaar object waardoor toetsing aan risico afstanden niet nodig is. Hierdoor is voor het aspect externe veiligheid geen bijzondere omstandigheden aan de orde waarvoor een MER noodzakelijk is.
21 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
Afbeelding 4.6 risicocontouren van het gebied bij RWZI Oijen (Bron: risicokaart)
22 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
5 CONCLUSIE Voor het realiseren van de nieuwbouw van de RWZI is in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling de effecten op het milieu en de omgeving in beeld gebracht. Uit de beoordeling van deze effecten blijkt dat op geen enkel aspect sprake is van bijzondere omstandig heden waarvoor een MER aan de orde is.
23 | 23
Witteveen+Bos | 116005/22-004.977 | Definitief
Witteveen
Bos
Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant P/a Omgevingsdienst Brabant Noord Postbus 88 5430 AB CUIJK
Uw referentie
15 februari 2023 -
Referentie
11600 5_2 3-002.792
Datum
Behandeld door
Telefoon en e-mail Onderwerp
/ @aaenmaas.nl Aanvullingen aanvraag revisievergunning rwzi Oijen
Geachte heer / mevrouw, Op 5 april 2022 heeft Waterschap Aa en Maas voor de uitbreidingen op rwzi Oijen gelegen aan de Parallelstraat 1 te Oijen een aanvraag ingediend voor een vergunning Wet algemene bepaling omgevingsrecht voor de activiteiten bouwen, milieu en afwijken bestemmingsplan. De ingediende aanvraag is bij u bekend onder kenmerk Z/172440. Middels deze brief wensen wij de ingediende aanvraag aan te vullen. Deze aanvullingen hebben wij als volgt opgebouwd: Als bijlage bij deze brief treft u een overzicht van de door u gemaakte verzoek tot aanvullingen. In dit overzicht hebben we aan de hand van de brief van 21 oktober 2022 aangegeven op welke wijze we deze verwerkt hebben en op welke plek u de aanpassing kan terugvinden; 1 de documenten zijn aangepast naar aanleiding van uw brief van 21 oktober 2022 en zijn als nieuw
document toegevoegd aan de aanvulling. Het betreft alleen de aangepaste documenten, de documenten waar geen aanpassing heeft plaatsgevonden zijn niet opnieuw ingediend. In bijlage II van deze brief is een documenten lijst toegevoegd waarin is aangegeven welke documenten zijn aangepast en opnieuw zijn ingediend. De volgende onderdelen zijn gewijzigd in de aanvraag middels deze aanvulling: 1 het waterschap wenst dat de loods geen onderdeel meer is van de aanvraag. De relevante documenten en tekening zijn hierop aangepast. De loods wordt op later moment aangevraagd, waarbij de gegevens opmerkingen uit uw verzoek om aanvullingen meegenomen worden; 2 de schakelgebouwen worden toegevoegd aan de aanvraag. Hierbij wordt verzocht de kruimelgevalregeling (artikel 4, van bijlage II van het Bor) toe te passen. Een en ander wordt in vervolg van deze brief nader onderbouwd.
Witteveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Stationsweg 5 | Postbus 3465 | 4800 DL Breda |
| www.witteveenbos.com | KvK 38020751
Datum
15 februari 2023
Referentie
1 1 6 0 0 5 3 -0 0 2 . 9 2
Met het tijdig indienen van deze aanvulling hebben wij invulling gegeven aan uw verzoek van 21 oktober 2022. Wij willen u verzoeken op basis van ingediende en aangevulde informatie de vergunning te verlenen voor de inrichting rwzi Oijen.
Indien u naar aanleiding van deze aanvulling nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de heer g. B. , via telefoonnummer of per e-mail: . @aaenmaas.nl
Hoogachtend,
Omgevingsmanager
Bijlage(n)
2|2
Overzicht wijze van verwerking verzoek tot aanvullingen 22 oktober 2022 Documentenlijst
I BIJLAGE: OVERZICHT WIJZE VAN VERWERKING VERZOEK TOT AANVULLINGEN 22 OKTOBER 2022
Witteveen+Bos | 116005_23-002.792 | Bijlage I
Tabel 1
Onderwerp
Onderdeel
Opmerkingen
Wijze van verwerking
1. Het bouwen van een bouwwerk
1.1 Samenhang
De terminologie en 'nummering' (A, B, C etc.) van de bouwwerken gebruikt in de tabel bij afbeelding 2.1 van de toelichting op de aanvraag komen niet overeen met de verdere beschrijving van de bouwwerken in het vervolg van dit hoofdstuk. Voor het overzicht en duidelijkheid is het wenselijk dit op elkaar af te stemmen en de 'nummering' van de bouwwerken terug te laten komen in de beschrijving.
De terminologie is uniform gemaakt door het document, ook is afbeelding 2.1 aangepast.
Er zijn bouwkundige tekeningen ingediend van een 'Slibbuffer'. Het is niet duidelijk welk bouwwerk wordt bedoeld en of dit een nieuw te plaatsen bouwwerk is. Op afbeelding 2.1 in de toelichting op de aanvraag komt geen 'slibbuffer' voor.
Afbeelding 2.1 is aangepast en de slibbuffer is toegevoegd aan de aanvraag.
"De tekening in de toelichting op de aanvraag (afbeelding 2.1) komt niet overeen met tekening ""116005_3_1_3704_-_Totaaloverzicht_pdf.pdf"" en ""tekening _nieuwe_en_aan_te_passen_constructie_pdf.pdf"". Er dient een eenduidige situatietekening overgelegd te worden met de wijzigingen op het terrein. Enkele voorbeelden zijn: oppervlakte van bouwwerk E, vorm en oppervlakte van bouwwerk G, het ontbreken van de trafo's bij NT-4, bouwwerk L ontbreekt etc. Wordt bouwwerk I vervangen of vernieuwd? Op de tekening van het totaaloverzicht is dit bouwwerk deels oranje gekleurd. "
De situatie tekening (116005.3.1.3704) en afbeelding 2.1 zijn beide bijgewerkt. Afbeelding 2.1 is een schematische weergave en daarmee niet zo volledig als de situatie tekening. Zo zijn bijvoorbeeld de trafo’s niet aangegeven op de schematische weergave, maar wel op de situatie tekening. In de bestaande situatie zijn er 3 slibindikkers (bouwwerk I). In de nieuwe situatie blijft hiervan 1 bestaand, wordt er 1 gesloopt en wordt er 1 vervangen door een slibbuffer.
1.2 Verguningplichtige
Op blz. 6 van de toelichting van de aanvraag staat dat er renovatiewerkzaamheden plaats vinden. Deze werkzaamheden zouden cursief vermeld worden, omdat ze niet vergunningplicht zijn. Er zijn geen renovatiewerkzaamheden cursief vermeld. Zijn alle renovatiewerkzaamheden dan vergunningplicht en maken deze dan ook allemaal onderdeel uit van de aanvraag? Dat is nu niet duidelijk.
De tekst is aangepast in paragraaf 1.6 Hieruit blijkt dat de renovatiewerkzaamheden niet vergunningplichtig zijn.
1.3 Bestemmingsplan
Weergave bouwvlak op de situatietekening. Er is aangegeven dat bepaalde bouwwerken (deels) buiten het bouwvlak worden gerealiseerd. Door het ontbreken van het bouwvlak op de situatietekening is het niet helemaal duidelijk welke dat zijn. Ook is nu niet duidelijk welke 'aanlegwerkzaamheden' binnen dan wel buiten het bouwvlak plaats vinden.
Het bouwvlak is toegevoegd op afbeelding 2.1 en op de tekening van bijlage xx
Overzicht van de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen. Door de bouw van verschillende nieuwe gebouwen neemt de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen toe. Op grond van artikel 5.2 lid o van het bestemmingsplan mag de totale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen maximaal 3.500 m2 bedragen. Het is nu niet duidelijk wat de totale oppervlakte is van de nieuwe, aangevraagde situatie. Een overzicht aan m2 aan bedrijfsgebouwen van de bestaande situatie en van de nieuwe situatie ontbreken.
In de huidige situatie is er 3.080 m2 aan gebouwen aanwezig, in de toekomstige situatie wordt het bebouwd oppervlak van gebouwen 2.319 m2. De reden dat dit verlaagd wordt komt door het nieuwe influentwerk geen gebouw meer is en het bestaande influentwerk wordt gesloopt nadat het nieuwe in gebruik is genomen. Dit is toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing.
Witteveen+Bos | 116005_23-002.792 | Bijlage I
Onderwerp
Onderdeel
Opmerkingen
Wijze van verwerking
1.4 Omgevingsvergunning uitvoeren van werken
Op grond van artikel 38.119 van het bestemmingsplan (gebiedsaanduiding 'overige zoneoeverwal') is er een omgevingsvergunning nodig voor het uitvoeren van werken en van werkzaamheden voor o.a. het aanbrengen van erfverharding en leidingen buiten het bouwvlak. De aanvraag voor deze activiteit en bijbehorend toelichting en onderbouwing ontbreken. Zie de resultaten van de beoordeling aan het bestemmingsplan voor een andere toelichting.
Dit is niet toegevoegd aan de aanvullingen dit komt omdat de uitbreidingen op de rwzi vallen onder de uitzondering van artikel 38.119.1 lid b, sub 4 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss 2020’. Deze uitzondering stelt dat het verbod niet geldt voor werken die geen bouwwerk zijn en werkzaamheden binnen bestemmingsvlak 'bedrijf’. Aangezien alle werkzaamheden binnen het bestemmingsvlak vallen, is een omgevingsvergunning uitvoeren van werken niet van toepassing voor de gebiedsaanduiding overige zone - oeverwal.
Op grond van artikel 38.135.4 van het bestemmingsplan (gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk') is er een omgevingsvergunning nodig voor het uitvoeren van een werk of van werkzaamheden voor het aanbrengen van erfverharding en leidingen op gronden met deze aanduiding. De aanvraag voor deze activiteit en bijbehorend toelichting en onderbouwing ontbreken. Zie de resultaten van de beoordeling aan het bestemmingsplan voor een andere toelichting.
De omgevingsvergunning uitvoeren van werken binnen de gebiedsaanduiding vrijwaringszone - dijk is toegevoegd aan de aanvraag in hoofdstuk 5 en op het aanvraagformulier.
1.5 Loods (A)
Een bouwkundige plattegrond van de loods (A) ontbreekt. Ook ontbreken de gebruiksfunctie en de maatvoering van de bouwhoogte op tekening. Daarnaast klopt de opgegeven oppervlakte (biz. 24 van de toelichting) niet. Dat is de netto oppervlakte en niet de bruto oppervlakte (buitenmaten van het gebouw).
De loods (A) is geen onderdeel meer van de aanvraag. De aanvraag is hierop aangepast.
1.6 Lavafilter (B)
Bouwkundige gegevens van de lavafilters (B) bij bouwwerk P ontbreken. Dat zijn tekeningen van de plattegronden, doorsneden en aanzichten. De tekeningen behoren op schaal te zijn en voorzien van maatvoering.
De lavafilters zijn werktuigbouwkundige installaties gefundeerd op een betonvloer. Om de maatvoering hiervan inzichtelijk te maken is tekening 116005.3.1.3811 bijgevoegd. De berekening van de constructie en de fundering van de aanpassing geurbehandeling zijn in separate documenten vastgelegd vanwege een splitsing van de scope in de aanbestedingsstrategie. Deze documenten waren niet bijgevoegd bij de originele aanvraag en worden daarom nu meegezonden.
1.7 Geurbehandeling (D)
De installaties behorende bij de geurbehandeling (D) bij gebouw (C) zijn op tekening niet voorzien van maatvoering. Ook is onduidelijk of de berekening van de fundering onderdeel uitmaakt van de ingediende constructiegegevens. Dit omdat in de berekening (weer) net wat andere benamingen worden gehanteerd voor de bouwwerken.
Witteveen + Bos | 116005_23-002.792 | Bijlage I
Om de maatvoering van de geurbehandelingsinstallaties bij het slibverwerkingsgebouw inzichtelijk te maken zijn de onderstaande tekeningen aangepast en bijgevoegd: - 116005.3.1.3981 - Gevelaanzichten slibverwerkingsgebouw; - 116005.3.1.3982 - Plattegronden slibverwerkingsgebouw; - 116005.3.1.3983 - Doorsneden slibverwerkingsgebouw.
Onderwerp
Onderdeel
Opmerkingen
Wijze van verwerking
1.8 Schakelgebouwen (E)
De bouwhoogte van schakelgebouw (3) staat niet juist op tekening. De som van de opgegeven hoogtematen van de verschillende onderdelen is niet gelijk aan de som van de dakhoogte boven maaiveld. Verder is in het renvooi de verkeerde hoogtemaat gegeven voor het maaiveld t.o.v. NAP. Ook wordt in het renvooi aangegeven dat dit schakelgebouw bij het slibverwerkingsgebouw wordt geplaatst. Schakelgebouw (3) wordt toch naast bedrijfsgebouw (A) geplaatst?
De bouwhoogte van schakelgebouw 3 was inderdaad niet juist aangegeven op tekening, daarom is tekening 116005.3.1.3827 aangepast en bijgevoegd.
1.9 Trappenhuis (G)
Constructieberekening c.q. toelichting van de constructie van het trappenhuis bij de Pacasinstallatie ontbreekt bij de ingediende constructieberekening.
1.10 Bedrijfsgebouw (M)
1.11 Aluminiumchloride (O)
Bouwbesluitgegevens van bedrijfsgebouw (M) ontbreken. Dat zijn een opgave van de gebruiksfunctie(s) van de verschillende ruimten, de wijze van ventileren, een ventilatieberekening en een daglichtberekening. Ook ontbreken de Re-waarden van de vernieuwde uitwendige scheidingsconstructie van het gebouw. Omdat er sprake is van ingrijpende renovatie zijn op grond van artikel 5.6 lid 4 van het Bouwbesluit de nieuwbouweisen van toepassing.
Voor de gevraagde informatie zijn de eisen voor nieuwbouw toegepast op grond van het bouwbesluit. Om dit aan te tonen en de gevraagde gegevens te verstrekken is een bouwbesluittoetsdocument opgesteld en bijgevoegd.
De metaalzouten opslag en doseringsinstallatie zijn werktuigbouwkundige installaties gefundeerd op een betonvloer. Om de maatvoering hiervan inzichtelijk te maken is tekening 116005.3.1.3801 bijgevoegd.
Het is onduidelijk of het influentwerk aangemerkt kan worden als een gebouw of een bouwwerk, geen gebouwen zijnde. Het bouwwerk is voorzien van wanden en een dak, maar het is onduidelijk of het bouwwerk ook toegankelijk is voor mensen. Indien dat laatste het geval is, is er sprake van een gebouw. Dit dient nader toegelicht te worden.
Het influentwerk is een bouwwerk geen gebouw zijnde. Het bouwwerk is namelijk bij reguliere bedrijfsvoering gevuld met afvalwater en niet voor persoenen toegankelijk. Voor onderhoudswerkzaamheden zijn luiken en een enkele (deur)opening aanwezig. Hierdoor wordt het niet gezien als een gebouw. Dit is aangegeven in de aanvraag onder paragraaf 2.2
Bouwkundige tekeningen en constructiegegevens van dit bouwwerk ontbreken.
Dit bouwwerk is reeds gebouwd op basis van eerder verleende vergunning, het wordt dus ook niet voor het onderdeel bouwen aangevraagd.
Wat is de hoogte van het maaiveld t.o.v. NAP rondom het verdeelwerk (V)? Er zit verschil tussen het renvooi (6,0 m + NAP) en de doorsnedetekening (6,2 m + NAP).
Tekening 116005.3.1.3831 is aangepast en bijgevoegd aan de nieuwe aanvraag.
1.13 Elektra station (U)
Witteveen + Bos | 116005_23-002.792 | Bijlage I
De berekening van de constructie en de fundering van de PACAS met trappentoren zijn in separate documenten vastgelegd vanwege een splitsing van de scope in de aanbestedingsstrategie. Deze documenten waren niet bijgevoegd bij de originele aanvraag en worden daarom nu meegezonden.
Bouwkundige gegevens van aluminiumchloride tanks (O) ontbreken. Dat zijn tekeningen van de plattegronden, doorsneden en aanzichten. De tekeningen dienen op schaal te zijn en voorzien van maatvoering.
1.12 Influentwerk (T)
1.14 Verdeelwerk (V)
Schakelgebouw 3 is niet naast het bedrijfsgebouw gesitueerd, maar ten noorden van de bestaande loods. Het schakelgebouw dat naast het bedrijfsgebouw is gesitueerd is schakelgebouw 2.
Onderwerp
Onderdeel
Opmerkingen
Wijze van verwerking
2. Bestemmingspla n
2.1 Vigerend bestemmingsplan
De activiteit is gelegen op gronden waarvoor het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss 2020' is vastgesteld en de volgende bestemmingen en aanduidingen van toepassing zijn: • Enkelbestemming 'Bedrijf • Dubbelbestemming 'Leiding - riool' • Functie aanduiding 'Waterzuiveringsinstallatie' • Gebiedsaanduidingen: o Geluidzone - industrie begrenzing geluidsgezoneerd industrieterrein o Overige zone - dijkzone woningen o Overige zone - gemengd landelijk gebied o Overige zone - Inrichtingsplan 83 o Overige zone - oeverwal o Vrijwaringszone- dijk
Een lijst met alle vigerende bestemmingen en aanduidingen is toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing in paragraaf 1.3
2.2 Strijdigheid Enkelbestemming 'Bedrijf'
(zie antwoord opmerking 1.3) In de huidige situatie is er 3.080 m2 aan gebouwen, in de toekomstige situatie wordt het 2.319 m2. Dit is toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing.
1. Algemeen: bebouwingsoppervlakte Op grond van artikel 5.2 lid o mag de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen op het perceel maximaal 3.500 m' bedragen. Een duidelijk overzicht van de huidige oppervlakte aan gebouwen en de oppervlakte aan gebouwen van de nieuwe situatie ontbreekt. Dit is nu niet beoordelaar. Het gaat hierbij om de bruto oppervlakte van gebouwen. Het lijkt alsof in tabel 4.1 van de toelichting op de aanvraag voor b.v. de loods (A) de netto oppervlakte is gegeven. 2. Loods (A) Dit gebouw is in strijd met artikel 5.2 lid d, omdat het deels buiten het bouwvlak is gelegen.
Daarnaast is de loods (A) geen onderdeel meer van deze aanvraag. De aanvraag is hierop aangepast. De vragen over de eerder ingediende Tabel 4.1 zijn verwerkt in tabel 6.1 hierin zijn de netto afmetingen aangepast naar de bruto afmeti ngen. De loods is geen onderdeel meer van de aanvraag. De aanvraag is hierop aangepast.
Het is niet mogelijk om medewerking te verlenen voor deze strijdigheid met toepassing van een binnenplanse of kleine buitenplanse afwijkingsmogelijkheid. Er kan alleen medewerking worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3 van de Wabo. 3. Lavafilter (B) Het lavafilter bij bouwwerk (P) zijn niet beoordeelbaar, omdat gemaatvoerde bouwkundige tekeningen ervan ontbreken. Het lavafilter bij het influentwerk (T) is in strijd met artikel 5.2 lido van het bestemmingsplan. Op grond van dit artikel mogen overige bouwwerken, die geen gebouw zijn maximaal 3 meter hoog zijn. Het lavafilter heeft een bouwhoogte van 4,37 meter.
Witteveen + Bos | 116005_23-002.792 | Bijlage I
De tekeningen zijn toegevoegd in het OLO. Daarnaast is de bouwhoogte van de lavafilters toegevoegd als binnenplanse afwijking in de aanvraag.
Onderwerp
Onderdeel
Opmerkingen
Wijze van verwerking
Het is mogelijk om toepassing van artikel 2.12 eerste lid, onder a, sub 1 van de Wabo en artikel 39.1 van het bestemmingsplan medewerking te verlenen voor het toestaan van een bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot een hoogte van niet meer dan 10 meter, mits aan de in dit artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan. 4. Geurbehandeling (D) De geurbehandeling bij bouwwerk (C) is niet beoordeelbaar, omdat gemaatvoerde bouwkundige tekeningen van dit bouwwerk ontbreken.
De bouwkundige tekeningen zijn toegevoegd in het OLO.
5. Schakelgebouwen (E) Het schakelgebouw bij influentwerk (T) is in strijd met artikel 5.2 lid d van het bestemmingsplan, omdat dit gebouw buiten het bouwvlak is gelegen.
De schakelgebouwen vallen onder de planologische activiteiten van bijlage 2, artikel 4, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 4.2 van de aanvraag.
Het is niet mogelijk om medewerking te verlenen voor deze strijdigheid met toepassing van een binnenplanse of kleine buitenplanse afwijkingsmogelijkheid. Er kan alleen medewerking worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3 van de Wabo. 6. Trappenhuis PACAS-installatie (G) Dit bouwwerk, geen gebouwen zijnde is in strijd met artikel 5.2 lid o van het bestemmingsplan. Op grond van dit artikel mogen overige bouwwerken, die geen gebouw zijn maximaal 3 meter hoog zijn. Het trappenhuis heeft een hoogte van 13,067 meter (waarbij het traphekje van 1,2 meter op het bouwwerk is aangemerkt als ondergeschikt bouwdeel).