B3A_lokale steun in crisis_hoofdrapport_eindrapport_BEA_pdf_9mrt21.pdf
Tekst van het document
Breda
In Breda heeft de raad onder meer op 16 april en 14 mei 2020 gevraagd om uitwerking van scenario’s. Bij de bespreking van het tweede pakket corona-steunmaatregelen op 14 mei 2020 constateren fracties dat er maar één scenario is uitgewerkt. In de raadsbrief ‘Financieel inzicht en overzicht effecten’ van 7 mei 2020 verwijst het college naar door het Centraal Planbureau (CPB) opgestelde scenario’s, maar geeft aan dat het financiële effect van deze scenario’s lastig is in te schatten. De duur van de crisis is sterk bepalend. Het college licht op 14 mei 2020 toe dat het college probeert het meest realistische scenario te presenteren bij de kaderbrief en dat daarvoor voortschrijdend inzicht opgebouwd moet worden.
Oss
De raad van Oss vraagt op 4 juni 2020 om scenario’s waarin de financiële gevolgen van de coronacrisis en genomen maatregelen in kaart worden gebracht. Het college heeft de opdracht uitgevoerd en de analyse opgenomen in de programmabegroting 2021-2024. De gemeente heeft daartoe een onderzoek van AEF voor de VNG doorvertaald naar de gemeente Oss. AEF onderscheidt in dit onderzoek twee scenario’s: ‘best casescenario: er komt geen tweede golf en ‘worst case-scenario: er komt een tweede golf met een nieuwe lockdown voor twee maanden.
Tilburg
BEA heeft geen concrete raadsvragen of moties gevonden in Tilburg gericht op scenario-uitwerkingen. Het college bericht de raad op 26 januari 2021 dat de (dan vierde) monitor ‘Tilburg onder Corona’ inzicht biedt in de actualiteit van de crisis, de mogelijke handelingsperspectieven en de financiële gevolgen. Het college geeft aan dat met het vaccinatieprogramma een nieuwe fase van de crisis is aangebroken, die uitzicht biedt op het einde daarvan, en dat “we kunnen vooruitkijken over de effecten van corona (…) op de stad. Voor een aantal gebieden (…) kan daarbij in
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
21
BEA scenario’s worden gedacht. De gemeente (…) maakt daarbij gebruik van de expertise die er al is op het gebied van scenario-denken”. De conclusie is dat feitelijk door de vier gemeenten beperkt gebruik is gemaakt van scenario-analyses en dat de raad in geen van de gemeenten meerdere scenario’s is voorgelegd. Beheersing van Deze conclusie laat onverlet dat door colleges en raden wel aandacht is besteed aan risico’s
inzichtelijk maken van met name financiële risico’s en hoe deze kunnen worden beheerst. De volgende beelden illustreren dit: Op 19 mei 2020 stuurt het college in Arnhem een raadsbrief met als onderwerp ‘Aanpak en scenario’s coronacrisis’, met daarin aandacht voor de financiële en beleidsmatige impact van corona. Aangegeven is dat er een eerste impactanalyse is en dat wordt gewerkt aan een monitor en dashboard. Belangrijk is hoe de gemeente extra kosten en gederfde inkomsten kan dekken en dat daar nauw overleg over is met provincie en Rijk maar dat “ook voor hen geldt dat op dit moment nog geen toezeggingen gedaan kunnen worden” en dat er door beide bestuurslagen “op dagelijkse basis nieuwe beleidsregels worden uitgeschreven die impact hebben op de gemeente en onze inwoners”. Op 2 juni geeft het college in de raadsbrief ‘Arnhemse aanpak: de weg vooruit’ aan dat “bij een crisis met een impact zoals nu bij corona, de gemeente kan helpen dempen maar de gemeente is niet dé verzekeringsnemer van alle risico’s”. In Breda gaat de raad akkoord met het ter beschikking stellen van middelen voor het college bij het tweede pakket corona-steunmaatregelen in mei 2020 (gaat om € 6,8 miljoen die uit de reserves worden voorgefinancierd).
December 2020 schetst het college de financiële contouren van een derde steunpakket van € 8,63 waarover begin januari 2021 raadsvragen worden gesteld omdat de dekking nog niet volledig is geregeld en het college aangeeft dat de eigen reserves maximaal voor € 4,3 miljoen kunnen worden aangesproken afhankelijk van de van het Rijk te ontvangen compensatie. In Oss zijn in het voorjaar generieke uitgangspunten geformuleerd voor de rol die het college ziet voor de gemeente bij de corona-aanpak. Uitgangspunten zijn onder meer dat de gemeente inkomenssteun geeft aan inwoners maar geen omzetsteun aan bedrijven of sectoren en dat de gemeente een (ook financieel) gezonde organisatie is en wil blijven. In de opinienota waarin een en ander is uitgewerkt, geeft het college aan dat het voor 2020 benodigde extra budget nog niet precies ingeschat kan worden maar naar verwachting goed te overzien zijn en opgevangen kunnen worden. De onzekerheid schuilt volgens het college vooral in langetermijneffecten, vanwege extra uitgaven voor schuldhulpverlening en bijstand en gederfde inkomsten (parkeren, toerisme). Het college betrekt deze risico’s bij de uitwerking van de begroting voor het nieuwe jaar. In Tilburg is eind 2020 discussie over de financiële risico’s die de gemeente loopt, aan de hand van een door het college opgesteld raadsvoorstel d.d. 6 november 2020.
Het college merkt in het raadsvoorstel op dat “uit signalen blijkt dat het proces en de bijbehorende financiële verwerkingswijze niet voor iedereen voldoende helder zijn”. Het college heeft daarom een beslisboom en stroomschema opgesteld om transparant te ma-
22
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
BEA ken waarover het college kan besluiten en wat voorgelegd wordt aan de raad. Het college besluit als de maatregel al meegenomen is in een compensatiepakket van het Rijk, als de uitgaven gedekt kunnen worden uit ‘bestaande budgetten’ of als de lasten de € 75.000 niet overtreffen. Daarnaast wordt voorgesteld de financiële bevoegdheden van het college te verruimen om zo sneller maatregelen te kunnen treffen. De raad neemt op 4 december 2020 een amendement aan waarin het raadsvoorstel wordt overgenomen maar dat het mandaat van het college wordt beperkt tot 2021 en dat het maximale bedrag van het mandaat wordt begrensd tot € 500.000. Het globale beeld is dat het college in Breda het ruimste financiële mandaat heeft gekregen om maatregelen te treffen. In Tilburg heeft de raad enerzijds het college mandaat gegeven maar het mandaat ook duidelijk begrenst. In Oss en Arnhem is een en ander minder expliciet geregeld waarbij in Oss het college in het voorjaar uitgangspunten heeft opgesteld die bevorderen dat de gemeente financieel niet te veel hooi op de vork neemt.
4 . 2 U i t g a v e n g e me e n t e n i n pe r spe c t i e f v a n c o mpe n sa t i e d o o r h e t Ri j k De coronacrisis trekt een zware wissel op de gemeentelijke financiële huishouding. Diverse inkomsten vallen weg of vallen tegen (bijvoorbeeld parkeerinkomsten, toeristenbelasting) en daar staan voor de gemeente extra kosten tegenover. De extra kosten betreffen de kosten van de corona-stimuleringsmaatregelen, maar gemeenten hebben bijvoorbeeld ook extra kosten vanwege het toegenomen afvalaanbod dat verwerkt moet worden. Het Rijk heeft in overleg met de VNG een compensatiepakket voor gemeenten ontwikkeld2. Dit pakket biedt de gemeenten compensatie voor kosten die buiten hun invloedssfeer liggen en voor kosten die gemeenten maken uit het oogpunt van een maatschappelijk belang dat ook door het Rijk wordt onderschreven (bijvoorbeeld huurvrijstelling voor sportclubs, compensatie van de kosten van noodopvang voor kinderdagverblijven, enzovoort). Een deel van de compensatiemaatregelen zijn geoormerkt en andere vrij te besteden. Financiële risico’s voor gemeenten treden op wanneer de gemeente: Meer inkomsten derft dan door het Rijk worden gecompenseerd. Meer (extra) kosten maakt voor vitale voorzieningen dan het Rijk compenseert. Meer kosten maakt voor maatregelen dan door het Rijk wordt gecompenseerd. Ook maatregelen neemt die niet door het Rijk worden gecompenseerd.
Aan de andere kant kunnen gemeenten ook geld overhouden aan de coronacrisis wanneer zij door het Rijk meer gecompenseerd krijgen dan ze uitgeven. Dat kan het geval zijn wanneer gemeenten bijvoorbeeld ambtenaren die het door de coronacrisis minder druk hebben, inzetten voor de uitvoering van een bewerkelijke maatregel als de Tozo. De tot dusver bekende compensatie van het Rijk voor gemeenten resulteert in extra inkomsten voor de vier gemeenten van circa € 7,3 miljoen voor Oss tot tussen € 22,5 en 2 Zie bijlage I voor een toelichting hierop.
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
23
BEA € 23 miljoen voor Arnhem en Tilburg: Pakket
Jaar
Doel
Arnhem
Breda
Oss
Tilburg
1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
2020 2020 2020 2020 2020 2020 2020 2020 2020 2020
Lokale culturele voorzieningen Inhaal Jeugd Inhaal Wmo mutatie Participatie Toeristen/parkeerbelasting Eigen bijdrage Wmo Noodopvang kinderen ouders cruciaal beroep mutatie Maatschappelijke opvang mutatie Vrouwenopvang mutatie Voorschoolse voorziening peuters
€ 707.996,28 € 427.751,46 € 127.261,81 € 1.335.972,37 € 1.888.000,00 € 228.606,87 € 191.038,76 € 2.098.441,01 € 246.212,07 € 83.901,92
€ 715.720,00 € 326.616,88 € 119.646,77 € 1.137.906,94 € 2.039.000,00 € 229.434,51 € 211.997,47 € 1.590.228,81 € 246.342,66 € 81.024,31
€ 307.296,35 € 196.995,09 € 71.143,98 € 894.353,21 € 364.000,00 € 105.833,17 € 108.665,38 € 828.847,13 € 0,00 € 41.574,14
€ 873.743,25 € 473.029,37 € 151.125,81 € 1.441.345,76 € 1.806.000,00 € 197.650,79 € 239.599,20 € 1.963.775,14 € 176.304,41 € 102.133,97
2 2 2 2 2 2 2 2 2
2020 2020 2020 2020 2020 2020 2020 2020 2021
Schrappen opschalings korting 2020 Lokale culturele voorzieningen Buurt- en dorpshuizen Vrijwilligers organisaties Toezicht en handhaving mutatie Participatie extra kosten verkiezingen Precario belasting & markt-/evenementenleges Schrappen opschalings korting 2021
€ 758.191,85 € 704.130,34 € 207.786,79 € 66.394,54 € 462.676,15 € 742.206,87 € 217.334,00 € 191.971,00 € 1.733.009,95
€ 711.211,96 € 703.318,57 € 188.834,75 € 75.679,71 € 507.175,30 € 632.170,52 € 280.530,00 € 235.466,00 € 1.625.627,33
€ 352.511,15 € 303.854,16 € 83.257,36 € 37.670,26 € 230.241,19 € 496.862,89 € 149.513,00 € 50.456,00 € 805.739,78
€ 933.917,35 € 877.476,27 € 257.226,56 € 85.350,03 € 627.205,04 € 800.747,64 € 221.958,00 € 153.274,00 € 2.134.668,22
3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3
2020 2020 2020 2020 2020 2020 2020 2020 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2021
Continuïteit van zorg (COVID 19) 2020 Compensatie quarantainekosten 2020 Aanvullende pakket re-integratiekosten 2020 Gemeentelijk schuldenbeleid 2020 Bijzondere bijstand 2020 Continuïteit van zorg beschermd wonen 2020 Crisisdienstverlening 2020 Jeugd aan zet Aanvullende pakket re-integratiekosten 2021 Gemeentelijk schuldenbeleid 2021 Bijzondere bijstand 2021 Impuls re-integratie 2021 Cultuurmiddelen 2021 Crisisdienstverlening 2021 Extra kosten verkiezingen 2021
€ 222.519,78 € 49.058,81 € 914.968,68 € 217.730,64 € 75.680,91 € 228.900,72 € 455.436,00
€ 205.869,98 € 44.441,56 € 408.368,53 € 185.959,23 € 64.871,04 € 109.956,35 € 475.907,00
€ 123.730,29 € 19.377,84 € 130.451,60 € 75.018,83 € 25.965,54 € 61.669,31 € 0,00
€ 265.323,79 € 61.131,12 € 710.293,26 € 258.555,84 € 90.233,78 € 184.725,92 € 441.358,00
€ 2.104.331,33 € 445.120,32 € 154.719,21 € 1.123.694,55 € 2.751.532,39 € 1.302.935,00 € 186.179,90
€ 939.204,48 € 380.168,03 € 132.619,92 € 501.526,99 € 2.184.174,91 € 1.626.654,00 € 231.676,85
€ 300.024,91 € 153.365,66 € 53.082,97 € 160.210,68 € 576.131,45 € 0,00 € 118.534,35
€ 1.633.599,48 € 528.581,82 € 184.470,54 € 872.327,85 € 2.628.929,75 € 1.288.013,00 € 263.440,92
1 2 3
Totalen 2020 Totaal 1e pakket 2020 2020 Totaal 2e pakket 2020 2020 Totaal 3e pakket 2020
€ 7.335.182,53 € 3.350.691,54 € 2.164.295,55
€ 6.697.918,36 € 3.334.386,81 € 1.495.373,68
€ 2.918.708,45 € 1.704.366,01 € 436.213,41
€ 7.424.707,70 € 3.957.154,89 € 2.011.621,72
2 3
2021 Totaal 2e pakket 2021 2021 Totaal 3e pakket 2021
€ 1.733.009,95 € 8.068.512,70
€ 1.625.627,33 € 5.996.025,17
€ 805.739,78 € 1.361.350,02
€ 2.134.668,22 € 7.399.363,36
1+2+3 1+2+3 1+2+3
2020 Totale steun 2020 2021 Totale steun 2021 20+21 Totale steun 2020 + 2021
€ 12.850.169,63 € 11.527.678,85 € 9.801.522,65 € 7.621.652,49 € 22.651.692,28 € 19.149.331,34
Inwoners 1-1-2020 Totale steun 2020 + 2021 per inwoner
161.350 € 140,39
€ 5.059.287,87 € 13.393.484,30 € 2.167.089,80 € 9.534.031,58 € 7.226.377,67 € 22.927.515,88
184.070 € 104,03
91.915 € 78,62
219.797 € 104,31
Het overzicht levert de volgende conclusies op: De compensatiebijdragen van het Rijk variëren omgerekend naar inwoner van € 78,62 voor Oss tot € 140,39 voor Arnhem. De compensatie van het Rijk voor ondernemingen, waaronder zzp’ers en waarbij veel maatschappelijke organisaties kwalificeren als onderneming, telt op tot circa € 48 miljard (zie bijlage I). Dat is omgerekend naar inwoner circa € 2.750 voor drie nu bekende steunpakketten (waarbij steunpakket 3 doorloopt in 2021), grotendeels als gift en deels als lening. De compensatie van het Rijk voor gemeenten wordt door gesprekspartners voor het re-
24
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
BEA kenkameronderzoek gekwalificeerd als wellicht niet volledig kostendekkend maar wel “ruimhartig”. Een definitief beeld van de financiële consequenties van de coronacrisis voor gemeenten is nog niet te geven. Ten eerste zijn de feitelijke kosten door de gemeenten nog niet definitief vastgesteld en ten tweede is er nog onzekerheid over de definitieve compensatiebedragen die de gemeenten van het Rijk ontvangen.
4 . 3 W i sse l e n d e a a n d a c h t v o o r f o r mu l e r e n u i t g a n g spu n t e n v o o r i n ze t g e me e n t e De vier gemeenten hebben de uitgangspunten voor de vraag welke rol de gemeente wil spelen en welke steunmaatregelen zij wel en of niet wil nemen, verschillend uitgewerkt. In Oss zijn in het voorjaar van 2020 richtinggevende generieke uitgangspunten geformuleerd. In Breda zijn bij het eerste en tweede steunpakket op het niveau van soorten maatregelen uitgangspunten geformuleerd. In Arnhem heeft het college medio mei 2020 focus aangebracht in de gemeentelijke inzet en deze uitgewerkt in een ‘afwegingskader corona 2020-2021’ medio oktober 2020. In de gemeente Tilburg lijken uitgangspunten voor de invulling van coronasteunmaatregelen minder expliciet uitgewerkt en vastgelegd. Generieke
In een vroeg stadium van de coronacrisis hebben directieteam en college zich gebogen
uitgangspunten over de vraag wat bij de te nemen steunmaatregelen het uitgangspunt zou moeten zijn. in Oss
De volgende uitgangspunten zijn vanaf het voorjaar 2020 door Oss gehanteerd: 1. Inkomenssteun voor wie dat nodig heeft, geen omzetsteun aan bedrijven of sectoren. 2. Helpen verdienen is beter dan helpen besparen. 3. Op naar werk. 4. We investeren in samenleven. 5. We investeren in zorgcontinuïteit. 6. We zijn en blijven een gezonde organisatie. Deze uitgangspunten zijn later vastgelegd in een in juni 2020 met de raad besproken opinienota COVID-19. Door gesprekspartners is aangegeven dat de duidelijke uitgangspunten ‘rust hebben gebracht’. Het was duidelijk waarom de gemeente bepaalde initiatieven wel zou kunnen en willen steunen en andere niet. Het voorkwam dat bij elke afzonderlijke vraag om ondersteuning van de gemeente door de gemeente ‘vanaf nul’ moest worden nagedacht over de te hanteren uitgangspunten en beoordelingscriteria.
In Breda focus
De gemeente Breda heeft bij het eerste en vooral bij het tweede pakket maatregelen met
op effectiviteit
name op het niveau van soorten maatregelen uitgangspunten voor haar rol en inzet
& doelmatigheid geformuleerd: Effectiviteit en doelmatigheid (niet met zoveel woorden benoemd, maar er zijn diverse
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
25
BEA uitgangspunten op operationeel niveau die hier betrekking op hebben). Rechtvaardigheid, bijvoorbeeld als er ‘schrijnende gevallen’ zijn die geen beroep kunnen doen op landelijke regelingen maar waarbij wel sprake is van levensvatbaarheid. Proportionaliteit. De middelen staan in verhouding tot de maatschappelijke behoefte. Mogelijkheid open willen houden voor het toepassen van maatwerk. Keuze voor generieke maatregelen boven bewerkelijke maatwerkmaatregelen. Rechtmatigheid en het voorkomen van willekeur. Het uitgangspunt van effectiviteit en doelmatigheid van de gemeentelijke inzet is op diverse momenten en in verschillende documenten nader uitgewerkt, onder meer langs de volgende lijnen: Maatregelen zijn aanvullend op Rijksmaatregelen. Maatregelen stapelen is echter niet de bedoeling. Aanvragers dienen levensvatbaar te zijn om te borgen dat geld niet wordt ‘weggegooid’. Steun aan regionaal werkende zorgaanbieders kan worden verleend onder de voorwaarde dat ook andere gemeenten waar de instelling voor werkt meedoen. Als ondersteuning structureler wordt, worden extra eisen gesteld aan toekenning. Onderdeel daarvan is dat ook andere stakeholders hun inbreng moeten leveren. Tegenover ondersteuning staat dat de aanvrager zo mogelijk een tegenprestatie levert en dat, als het uitgangspunt ‘behoud van werk’ is, er geen ontslagen volgen.
Het college geeft verder in de toelichting op het tweede pakket steunmaatregelen van mei 2020 aan dat het verwacht dat ondersteuning het meest effectief is als deze gericht is op het verkleinen van de vaste lasten, het verlenen van directe steun in acute situaties en door vrijwilligersorganisaties en verenigingen te ondersteunen met kennis en expertise. Daarnaast kunnen publieke of private prestatieafspraken (subsidies en contracten) worden aangepast om de continuïteit van betreffende bedrijven of instellingen te borgen. Arnhems
Het Arnhemse college heeft op 13 oktober een raadsbrief getiteld ‘Arnhems afwegings-
afwegingskader kader corona 2020-2021’ toegezonden aan de raad. De aanleiding is dat de raad in een corona 2020-
motie van 2 september 2020 aandacht vraagt voor de gevolgen van uitstel van betaling
2021
voor gesubsidieerde instellingen in Arnhem. Als op uitstel geen afstel volgt, kunnen instellingen in de (financiële) problemen komen op het moment dat alsnog moet worden betaald. Met het afwegingskader wordt de raad geïnformeerd over en betrokken bij door het college te maken afwegingen ten aanzien van al dan niet gesubsidieerde verenigingen en organisaties. Het afwegingskader ziet niet op de bredere afweging die gemaakt kan of moet worden tussen, bijvoorbeeld, het ondersteunen van verenigingen en organisaties enerzijds versus het ondersteunen van andere door de coronacrisis getroffen doelgroepen (bijvoorbeeld bedrijven die omzet hebben verloren of inwoners met uiteenlopende problematieken). De raadsbrief met het afwegingskader bevat onder meer de volgende uitgangspunten:
26
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
BEA De aanvrager dient eerst beroep te doen op Rijksregelingen (die zijn ‘voorliggend’). Keuze voor generieke maatregelen en hanteren van een afwegingskader voor maatwerk. Gemeente zal ondersteuning eerder overwegen als zonder dat het risico bestaat dat bedrijven en instellingen vanwege corona hun maatschappelijke of economische bijdrage aan de samenleving niet meer kunnen leveren. Kwijtschelding (geheel of deels) van uitgestelde huur of gemeentelijke belasting is mogelijk als organisaties zonder in gevaar komen en hun bijdrage aan de samenleving niet meer kunnen leveren en de gemeente mogelijk later huur- of belastinginkomsten mist. Tegenover ondersteuning staat dat de aanvrager kijkt of alternatieve inzet mogelijk is. Op deze manier hoopt het college te borgen dat de in te zetten middelen effectief en doelmatig worden ingezet en dat een en ander recht doet aan “wat wij maatschappelijk en sociaaleconomisch van groot belang vinden”.
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
27
BEA 5 Betrokkenheid van de raad De vierde en vijfde deelvraag waarop het voorliggende onderzoek zich richt, gaat in op de betrokkenheid van de raad bij het formuleren van corona-steunmaatregelen. De vierde deelvraag kijkt daarbij terug en de vijfde deelvraag sorteert voor op de zesde en laatste deelvraag (te behandelen in hoofdstuk 6) gericht op ‘lessons learned’. Relevante deelvragen
Op welke wijze kwamen de raden in de deelnemende gemeenten in positie voor de uitvoering van hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken ten aanzien van coronasteunmaatregelen? Op welke wijze kunnen de raden in de deelnemende gemeenten hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken ten aanzien van verder crisisbeleid in de komende jaren verstevigen?
Samengevat zijn de conclusies : In zowel Arnhem, Breda, Oss als Tilburg heeft het college in de eerste periode besluiten genomen zonder de raad actief te betrekken. De raad werd achteraf geïnformeerd. In de loop van het voorjaar en tegen de zomer verandert dit beeld. De raad wordt weer actiever betrokken en de reguliere vergadercyclus van beeldvormend, oordeelsvormende en besluitvormende raadsoverleg wordt hervat. In alle vier de gemeenten zijn de raden vanaf het begin van de crisis zeer betrokken op het coronadossier. Wel is er een verschil in de mate waarin raden raadsvragen stellen en moties indienen. In Oss en Tilburg kiest de raad aanvankelijk een terughoudender opstelling dan in Arnhem en Breda). In de loop van 2020 vlakken deze verschillen af. In enkele gemeenten is er expliciet discussie over de rolverdeling tussen college en raad, vanuit het gevoel van de raad dat hij te lang te weinig betrokken is bij relevante besluitvorming. In Breda is dit het geval vanaf september 2020 naar aanleiding van raadsvragen over de wens van de raad om actiever betrokken te worden. In Tilburg verandert de opstelling en betrokkenheid van de raad mede als gevolg van een informatiedebat over de coronamaatregelen in mei 2020.
5 . 1 Ra a d a a n v a n k e l i j k n i e t a c t i e f b e t r o k k e n , c o l l e g e v e r a n t wo o r d t a c h t e r a f In zowel Arnhem, Breda, Oss als Tilburg heeft het college in de eerste periode van de coronacrisis besluiten genomen zonder de raad actief te betrekken. De raad werd achteraf geïnformeerd. Het moment waarop de raad weer actiever betrokken wordt bij het nadenken over lokale corona-steunmaatregelen en de besluitvorming daarover, varieert. In Arnhem wordt de raad medio april 2020 actief betrokken bij de te kiezen aanpak en instrumentatie. Ook in Breda is de raad vanaf medio april 2020 weer actief betrokken en is de reguliere vergadercyclus hersteld (met resp. beeldvormende, oordeelsvormende en besluitvormende overleggen over het tweede corona-steunpakket). In alle vier de gemeenten is vanaf de start door het college intensief en frequent gecommuniceerd over de gevolgen van de coronacrisis, de uitdagingen die voorliggen en de genomen besluiten.
28
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
BEA Betrokkenheid raad in eerste periode van crisis , globale beelden Arnhem
Beelden: Van medio maart tot medio april 2020 wordt de raad vooral achteraf geïnformeerd over genomen maatregelen. De informatievoorziening aan de raad is wel intensief (frequente raadsbrieven). De gemeenteraad in Arnhem stelt vanaf het begin veel vragen en raadsfracties dienen diverse moties in. Medio april 2020 zijn er politieke avonden met discussie in de raad en met het college over de gekozen aanpak en daarbij gelegde lokale accenten. Vergeleken met andere gemeenten is dit relatief vroeg. In een raadsbrief van 19 mei 2020 licht het college de genomen maatregelen en besluiten toe en hoe de raad de komende tijd wordt geïnformeerd over en betrokken bij het coronadossier en ook hoe zij haar rol kan spelen bij het opstellen van de begroting 2021-2024. Op 24 juni 2020 is er weer een informatieve politieke avond over corona met als onderlegger voor discussie, en later besluitvorming ook in de raad, over de perspectiefnota, raadsbrief ‘aanpak en scenario’s coronacrisis’ van 19 mei, de raadsbrief ‘Arnhemse aanpak, de weg vooruit’ van 2 juni, een coronadashboard en een notitie ‘Arnhems corona-noodplan, investeren in een sociale toekomst’.
Breda
Beelden: Over het eerste pakket steunmaatregelen van 24 maart 2020 wordt de raad achteraf geïnformeerd. Wel is er op 9 april 2020 een oordeelsvormende raadsoverleg over het eerste pakket maatregelen. Net als in Arnhem uiten raadsfracties hun betrokkenheid bij het dossier vanaf de start in de vorm van raadsvragen en moties. Bij het uitwerken van het tweede pakket maatregelen voor de middellange termijn is weer sprake van de reguliere vergadercyclus van de raad (16 april 2020 beeldvormende vergadering Bredaas Beraad, 14 mei oordeelsvormende vergadering en 28 mei besluitvormend). Op 28 mei 2020 wordt unaniem een raadsvoorstel aangenomen met akkoord op het tweede pakket steunmaatregelen en daarvoor beschikbaar te stellen middelen (€ 6,83 miljoen, te dekken uit de algemene reserves). De raad geeft hiermee het college ruim mandaat.
Oss
Beelden: Raadsfracties hebben aan het begin van de coronacrisis besproken terughoudend te zijn met het stellen van raadsvragen. Tussen fracties was een ‘understanding’ dat op het corona-dossier geen politiek zou moeten worden bedreven, onderlinge verschillen op dit dossier werden als beperkt ingeschat. Nadat fysiek vergaderen in maart 2020 niet meer mogelijk was en digitaal vergaderen wettelijk nog niet geregeld, was er wekelijks over-
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
29
BEA leg tussen college en fractievoorzitters. Bij raadsfracties was het gevoel buitenspel te staan en met deze keuze is hierop ingespeeld. De raad heeft haar kaderstellende rol kunnen vervullen met name in een debat op 4 juni 2020, waarin de door het college opgestelde opinienota COVID-19 is besproken, inclusief daarin opgenomen uitgangspunten over hoe de gemeente Oss wil acteren op het coronadossier en met name wat betreft corona-steunmaatregelen. Tilburg
Beelden: Evenals in Oss heeft de raad in Tilburg zich aanvankelijk terughoudend opgesteld wat betreft raadsvragen of indienen van moties. Het college kreeg van de raad ruimte “te doen wat nodig was”. Bij de eerste corona-steunmaatregelen was de raad in Tilburg niet actief betrokken. Op 1 mei 2020 heeft het college de tot 17 april 2020 genomen maatregelen samengevat, waarna deze besproken is in een informatiedebat met de raad op 18 mei. Dit moment markeert de overgang in Tilburg van een crisisaanpak, waarbij de raad vooral achteraf werd geïnformeerd, naar een intensievere betrokkenheid van de raad.
Het algemene beeld uit het onderzoek is dat raadsfracties in het algemeen begrip hebben voor het achteraf informeren over genomen maatregelen in de eerste periode van de coronacrisis, gelet op de aanwezige urgentie. Er is ook waardering voor de frequente en uitgebreide informatievoorziening van college aan de raad over de genomen maatregelen. De tevredenheid over de informatievoorziening laat onverlet dat raadsleden in de eerste periode van de coronacrisis soms een gevoel van ‘machteloosheid’ hadden en moeite hadden goed te volgen welke maatregelen door het college werden genomen. Behalve de grote hoeveelheid informatie die raadsleden moesten verwerken, speelde hierbij wellicht ook de vorm mee waarin deze werd aangeboden. Het bundelen van maatregelen in een beperkt aantal pakketten, waartoe in Breda is besloten (gericht op respectievelijk de korte, middellange en lange termijn), kan het overzicht bevorderen. Onvrede ontstaat als de periode van beperkte betrokkenheid van de raad langer duurt of als het college besluiten neemt waarvan althans een deel van de raad vindt dat deze verder gaan dan het strikt uitvoeren van corona-gerelateerde crisismaatregelen. Zo ontstond in Tilburg heftige discussie over de corona-steunmaatregel ‘verantwoord verplaatsen’. De strekking daarvan (o.a.
instellen 30 km/uur-zones voor auto’s binnen de ring) werd door een deel van de raad niet meer werd gezien als corona-steunmaatregel ‘sec’ maar als een politiek voorstel waarover in de raad debat hoort plaats te vinden. In Breda initieerde een fractie begin september 2020 met een bespreeknotitie discussie over de wijze waarop de raad tot dan betrokken was op het coronadossier. De aandacht richtte zich op de burgemeestersbevoegdheden en op de bredere wens om als raad meer
30
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
BEA en actiever betrokken te worden bij het coronadossier en met name meer keuzemogelijkheden voorgelegd te krijgen vanuit het college. In het Bredaas Beraad van 19 november 2020 is daarover verder gesproken. De burgemeester reageert met het volgende voorstel: Bij losstaande spoedeisende beslissingen informeert de burgemeester achteraf omdat overleg vooraf praktisch niet haalbaar is. Als besluiten zien op meer dan één casus, meer beleidsmatig van aard zijn of voor langere tijd gelden, wordt de raad in principe vooraf betrokken in een openbare sessie. Uiteindelijk is de afweging aan de burgemeester als bestuursorgaan, waarover deze zich achteraf verantwoordt. De burgemeester vraagt om begrip als, door onvoorspelbaarheid en/of urgentie, alsnog moet worden afgeweken van ‘hoe het zou moeten’.
5 . 2 I n v l o e d v a n r a a d d o o r mi d d e l v a n r a a d sv r a g e n , mo t i e s e n a me n d e me n t e n De invloed van de raad blijkt onder meer uit gestelde vragen en ingediende moties en amendementen. Voor alle vier gemeenten zijn diverse voorbeelden te noemen waar door middel van raadsvragen, moties of amendementen wezenlijke zaken in gang zijn gezet wat betreft corona-steunmaatregelen. Een verre van uitputtende selectie ter illustratie: Voorbeelden van aanvaarde moties , een selectie Arnhem
Motie ‘Scenario’s voor morgen’.
Motie ‘Herstelagenda cultuurmakers’.
Motie ‘Meer en beter onderbouwen’.
Motie ‘Onderwijsachterstanden tegengaan’.
Motie ‘Corona vergroot kloof tussen arm en Rijk, gemeente moet die kloof verkleinen’.
Breda
Motie ‘Noodfonds verenigingen en organisaties’.
Motie ‘Herstelplan voor zwaar getroffen sectoren’.
Motie ‘Herstelplan armoede, verklein de tweedeling in de stad’.
Motie ‘Een toegankelijk1,5 meter-samenleving’. Oss
Motie ‘Heuvel’, gericht op positie van horeca- en marktondernemers aldaar.
Motie ‘Juist niet bezuinigen in coronatijd’.
Motie ‘Lobby coronalasten buiten de begroting’, om deze als incidentele posten in de begroting op te nemen zodat deze niet per se hoeft te sluliten.
Motie ‘scenario’s steunpakket Oss’, gericht op het uitwerken ook via scenario’s van structurele en incidentele effecten van corona voor de gemeente Oss, de inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen.
Tilburg
Motie ‘Corona-aanpak, de volgende stap’, waarin alle fracties in de raad het college oproepen waar mogelijk elke 14 dagen in gesprek te gaan met de raad over de gevolgen en effecten van de coronacrisis, zodat de raad noodzakelijke besluiten kan nemen over de lokale corona-(steun)maatregelen.
Motie ‘Gezonder de crisis uit’, gericht op het actief inspelen met uitvoeringsprogramma ‘Positieve gezondheid’ op de gezondheidsimpact van corona.
Motie ‘Lokale steun voor startende ondernemers’, waarin het college wordt opgedragen aanvullend op de landelijke steunmaatregelen te komen met
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
31
BEA lokale (steun)maatregelen om startende ondernemers, met name in de horeca, die onvoldoende geholpen zijn met de landelijke maatregelen.
Het niet als uitputtend bedoelde overzicht illustreert de inhoudelijke diversiteit. Enkele terugkerende aandachtspunten waar raden via moties aandacht voor vragen zijn: Verbeteren van de informatievoorziening door college aan raad, bijvoorbeeld door periodiek met elkaar in gesprek te gaan over gevolgen en effecten van corona. Dit verzoek in Tilburg sluit aan bij hierover in Breda gevoerde discussies tussen raad en college. Aandacht voor het opstellen van een ‘herstelplan’ en op herstel gerichte maatregelen. Uitwerken van (financiële en/of beleidsmatige) scenario’s zodat gemeenteraden wat betreft coronamaatregelen ‘wat te kiezen’ hebben en meer inzicht ontwikkelen in de impact van corona en van eventuele corona-steunmaatregelen.
5 . 3 K a d e r s st e l l e n e n c o n t r o l e r e n : t e r u g k i j k e n e n v o o r u i t zi e n Kaderstellende De hiervoor weergegeven moties laten zien dat de raden op die manier invulling geven aan rol
zowel de kaderstellende als controlerende rol. Ten aanzien van de kaderstellende rol kunnen in bredere zin de volgende constateringen worden gedaan: In de eerste periode van de coronacrisis was feitelijk van kaderstelling door de raad niet of nauwelijks sprake. Het college trof maatregelen en informeerde de raad achteraf. Via moties hebben de raden in alle vier gemeenten, in de ene vaker dan in andere, bijgedragen aan kaderstelling. Bijvoorbeeld door (extra) aandacht te vragen voor kwetsbare groepen inwoners of door de coronacrisis getroffen ondernemers en instellingen. Gaandeweg het voorjaar heeft de raad in de vier gemeenten weer meer en actievere betrokkenheid bij het coronadossier. Raden worden weer in de gelegenheid gesteld om voorstellen van het college aan te nemen of te verwerpen. In geen van de gemeenten heeft het college aan de raad op het coronadossier meerdere alternatieven voorgelegd om over te besluiten.
Controlerende
De controlerende rol van de raad is op het coronadossier lastig in die zin dat er door de
rol
colleges geen scherp geformuleerde ambities zijn geformuleerd. Het is voor de raad dan niet mogelijk om te toetsen of de gemeente ‘nog op schema ligt met de uitvoering’. De controlerende rol krijgt daarmee feitelijk grotendeels het karakter van aandacht vragen voor aspecten van de corona-aanpak waarvan de raad het vermoeden heeft dat extra aandacht of inzet gewenst is. De controlerende rol van de raad komt dan in het verlengde te liggen van de kaderstellende rol. De raad kan ook controleren of door het college geformuleerde uitgangspunten worden nageleefd. De in het onderzoek verzamelde raadsvragen en moties bevatten geen duidelijke voorbeelden waarbij langs deze weg door de raden invulling is gegeven aan de controlerende rol door het college aan te spreken op het naleven van de geformuleerde uitgangspunten. Met betrekking tot de financiële consequenties van corona voor de gemeente hebben de raden hun controlerende rol meer inhoud kunnen geven. Er is in de vier gemeenten door
32
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
BEA de raden via raadsvragen en moties aandacht gevraagd voor het toelichten op en inzichtelijk maken van de (financiële en overige) impact van corona op de gemeente. Deze vragen hebben eraan bijgedragen dat het college de raad heeft voorzien met financiële overzichten en monitors waarin de financiële gevolgen werden meegenomen. Daarnaast hebben gemeenten geïnvesteerd in monitors en peilingen om inzicht te genereren in de mate waarin gebruik is gemaakt van voorzieningen en hoe economische sectoren zich ontwikkelen ondanks de coronacrisis (zoals in Arnhem, Breda, Oss en Tilburg). Daarnaast zijn er peilingen onder inwoners over hoe zij de coronacrisis ervaren in Tilburg en Breda, en inventariseert de gemeente Arnhem met het coronadashboard ook het effect van corona op het welzijn van inwoners naast de impact op de economie en ondernemers. Het onderzoek levert wat betreft kaders stellen en controleren de volgende beelden op: Toelichting op invulling kaderstellende en controlerende rol van de raad Beeld: Arnhem Er is door de gemeenteraad in Arnhem een groot aantal raadsvragen geformuleerd, vanaf de start van de coronacrisis, en er is regelmatig gebruik gemaakt van de mogelijkheid via moties accenten te leggen. De raad is betrokken bij het afwegingskader corona 2020-2021 en de ‘Arnhemse aanpak’ en heeft met beide documenten ingestemd.
De raad heeft per motie het college gevraagd door het opstellen van scenario’s stuurinformatie te genereren en inzicht te ontwikkelen in de mogelijke gevolgen van corona en de financiële risico’s. Beeld: Breda De Bredase raad stelde vanaf het begin veel raadsvragen en diende diverse moties in. Zowel bij het 1e als 2e maatregelenpakket was er sprake van een levendige discussies in de raad. Desondanks is er bij een deel van de raad gevoel “langs de zijlijn te staan”. De raad stelt onder meer vragen over de informatiepositie van de raad, de rolverdeling met het college en wenselijkheid van scenario’s. Een raadslid neemt initiatief om als raad actiever betrokken te worden bij besluitvorming over corona-aanpak en (steun)maatregelen. De aandacht richt zich daarbij ook op specifieke burgemeestersbevoegdheden in geval van crisis. De burgemeester heeft medio december 2020 op deze aspecten gereageerd in een brief aan de raad. Bij de behandeling van het tweede en derde maatregelenpakket in mei 2020 en januari 2021 is de reguliere cyclus van beeldvormende, oordeelsvormende en besluitvormende raadsoverleg weer hervat. De voor het onderzoek aan raadsfracties voorgelegde vragen en met hen belegde sessie toont dat er waardering is voor het snelle handelen van het college, waarbij aanvankelijk vooral achteraf is geïnformeerd.
Wenspunten blijven het ontbreken van scenario-uitwerkingen. Beeld: Oss In de eerste weken van de coronacrisis waren fysieke raadsvergade-
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
33
BEA
Tilburg
ringen niet mogelijk en was wettelijk nog niet geregeld dat er digitaal vergaderd kon worden. In die periode is er door het college wekelijks overlegd met de fractievoorzitters. De in deze periode door het college genomen besluiten zijn achteraf niet voorgelegd aan de gemeenteraad ter goedkeuring. De inschatting was dat de gemeenteraad zich kon vinden in de genomen besluiten. De raad heeft zelf ook niet gevraagd om alsnog over deze collegebesluiten te vergaderingen of het college hierover aangesproken. Vanaf 16 april 2020 hebben digitale raadsvergadering plaatsgevonden. In het eerste overleg op 16 april is het onderwerp corona niet inhoudelijk besproken. De fracties in de gemeenteraad van Oss hebben in de periode daarna wel op diverse momenten raadsvragen gesteld over corona en steunmaatregelen en hierover moties ingediend maar minder dan in met name Arnhem en Breda. De raad heeft in juni 2020 de door het college opgestelde ‘opinienota’ besproken en de daarin opgenomen uitgangspunten bij te nemen corona-steunmaatregelen goedgekeurd en is zo akkoord gegaan met belangrijke kaders bij de uitwerking van corona-steunmaatregelen.
Beeld: De raad heeft in een motie van 25 mei 2020 unaniem uitgesproken dat het college zo mogelijk elke 14 dagen met de raad in gesprek gaat over gevolgen en effecten van de coronacrisis, zodat de Raad besluiten kan nemen over lokale maatregelen die nodig zijn. Met de motie van 25 mei 2025 spreekt de raad ook uit in te stemmen met de tot dan door het college genomen maatregelen. Tot dan was de betrokkenheid van de raad vooral passief, in die zin dat de raad bij genomen maatregelen achteraf werd geïnformeerd. Verder beperkt de raad op 14 december 2020 het mandaat van het college tot € 75.000 per maatregel en tot € 500.000 in totaal geldend voor 2021. In de periode daarvoor naam de raad ook besluiten over coronasteunmaatregelen, waarbij dit vooral maatregelen betreft met financiële gevolgen voor de gemeente (o.a. vrijstelling precario voor terrassen, wijziging legesverordening, regeling leges evenementen). In een informele sessie met raadsleden voor het voorliggende onderzoek is gebleken dat de meeste raadsleden positief oordelen over de informatievoorziening door het college en dat raadsfracties terughoudend waren met indienen van raadsvragen om het college ruimte te geven. Gaandeweg 2020, in de periode van mei en juni 2020, is de normale verhouding tussen raad en college weer hersteld.
Volksvertegen- Het rekenkameronderzoek levert op dat de meeste raadsfracties gedurende de woordigende
coronacrisis door allerlei maatschappelijke organisaties, al dan niet gesubsidieerde
rol
instellingen, bedrijven, zzp’ers en inwoners zijn benaderd met vragen over corona en met op dat vlak ervaren problemen. Op basis van antwoorden op aan raadsleden voor het voor-
34
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
BEA liggende onderzoek voorgelegde vragen kan worden gesteld dat zij met name ook vanuit sectoren als horeca, cultuur, sport en zorg benaderd zijn met vragen. Ook het lokale MKB heeft, via de lokale ondernemersverenigingen en ook op het niveau van individuele bedrijven, raadsleden benaderd. Raadsleden geven aan dat in voorkomende gevallen bedrijven bijvoorbeeld zijn doorverwezen naar een ondernemersloket. Het laat zien dat raadsleden ook gedurende de coronacrisis hun volksvertegenwoordigende rol zijn blijven vervullen. Allerlei (groepen) inwoners weten raadsleden te vinden, van studenten (over het wegvallen van bijverdiensten in relatie tot studieschulden) tot ouderenorganisaties (over subsidiemogelijkheden). Raadsleden geven aan zelf ook actief inwoners, bedrijven of instellingen te hebben opgezocht om te kijken hoe de coronacrisis hun raakt. Op een ander niveau trekken raadsleden, en een enkele keer volledige raden, aan de bel over hun zorg of zij hun volksvertegenwoordigende rol nog wel goed kunnen uitoefenen. Eind mei steunt de volledige raad van Tilburg een motie waarin het college wordt opgeroepen waar mogelijk elke 14 dagen in gesprek te gaan met de raad over de gevolgen en effecten van de coronacrisis, zodat de raad de besluiten kan nemen over lokale maatregelen die nodig zijn.
In de overwegingen in de motie wordt er expliciet aan gerefereerd dat “raadsleden verantwoordelijkheid hebben als volksvertegenwoordigers van de samenleving”. Ook in Breda is er expliciet gediscussieerd over de positie van de raad en hoe de raad ook in tijden van corona in positie kan komen en blijven.
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
35
BEA 6 Leereffecten De zesde deelvraag in het onderzoek richt zich op het lerend vermogen van de gemeenten. Relevante deelvraag
Wat kunnen de deelnemende gemeenten van elkaar leren bij het versterken van de kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken van de raden?
Samengevat zijn de conclusies : Elke gemeente lijkt te kunnen leren van in één van de vier andere gemeenten opgedane ervaringen en daar (succesvol) toegepaste aanpakken of beleidsmatige ideeën.
6 . 1 D o o r b e t r o k k e n e n a l s po si t i e f e r v a r e n pr a k t i j k e n De uitgevoerde inventarisatie heeft diverse praktijken opgeleverd waar betrokkenen positief op terugkijken. Betrokkenen kunnen zijn raadsleden, portefeuillehouders en ambtelijke betrokkenen. Weergegeven zijn ervaringen waarvan BEA op basis van gevoerde gesprekken inschat dat deze breed worden gedeeld in de betreffende gemeente. De geïnventariseerde ‘good practices’ vormen mede de basis voor onderling uit te wisselen leereffecten. Overzicht van door gemeenten gemaakte keuzes die terugkijkend kunnen worden beschouwd als ‘succes’ , waar andere gemeenten mogelijk van kunnen leren. Als positief ervaren aspecten van corona-aanpak en betrokkenheid raad: Arnhem Kiezen voor collegiale verantwoordelijkheid voor corona-crisisaanpak met op elk thema twee portefeuillehouders betrokken. Opstellen van een ‘Arnhems afwegingskader corona 2020-2021’, met uitgangspunten voor door de gemeente te vervullen rol en focus. Initiatief ‘Voor elkaar in Arnhem’, waarmee de samenwerking tussen aanbieders op het terrein van welzijn en zorg is bevorderd en waardoor de hulpvraag van kwetsbare inwoners kon worden verbonden met het beschikbare aanbod aan vrijwilligers en buurtinitiatieven. Zomer 2020 is er al een aanzet voor een corona-herstelagenda.
Als positief ervaren aspecten van corona-aanpak en betrokkenheid raad: Breda Het vroeg in de coronacrisis ingestelde BroodNood-fonds voorzag in een wezenlijke behoefte, gelet op het gebruik dat er van is gemaakt. Bij het eerste entweede pakket corona-steunmaatregelen formuleerde het college voor soorten maatregelen uitgangspunten over de inzet van de gemeente, met oog voor effectiviteit en doelmatigheid. De keuze voor een beperkt aantal steunpakketten draagt bij aan transparantie en bevordert een heldere fasering van maatregelen. Het agenderen in de raad van de rolverdeling tussen college en raad, inclusief burgemeestersbevoegdheden, waarbij een werkbare modus is gevonden om de raad actiever te betrekken bij besluitvorming. Als positief ervaren aspecten van corona-aanpak en betrokkenheid raad: Oss
36
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
BEA
Tilburg
In vroeg stadium van de coronacrisis als gemeente uitgangspunten formuleren over de te kiezen rol en het soort maatregelen dat de gemeente wel en welke maatregelen de gemeente niet wil nemen. Nauwe samenwerking van college en directieteam over coronamaatregelen, zodat de ‘staande organisatie’ de crisis goed kon managen. Uitvoeren van de Tozo-maatregel met vooral eigen medewerkers, zodat de gemeente hier financieel voordeel uit haalde. Als positief ervaren aspecten van corona-aanpak en betrokkenheid raad: De gemeenteraad heeft op 25 mei 2020 het college zowel ruimte gegeven om zijn rol te kunnen vervullen bij de aanpak van de coronacrisis maar tegelijkertijd deze ruimte wel begrensd (zowel financieel als wat betreft de vraag wanneer een besluit ‘langs de raad moet’). Een combi-portefeuillehoudersoverleg op vrijdag, ter voorbereiding van besluitvorming in het college de dinsdag erna, en een ambtelijk ‘corona forum’, als ambtelijke organisatiedoorsnijdende overlegtafel. De monitor ‘Tilburg onder corona’ met informatie over gevolgen van corona (ook financieel) en welke maatregelen de gemeente neemt.
6 . 2 ‘ Ha l e n /b r e n g e n ’ - ma t r i x, wa t k u n n e n g e me e n t e n v a n e l k a a r l e r e n ? Het door de gemeente Oss vroegtijdig formuleren van algemene uitgangspunten kan inspiratie vormen voor de andere B3A-gemeenten. Ook het expliciet bespreken daarvan met de raad inspireert, net als de expliciete discussie in Breda over de rolverdeling van college en raad. Hetzelfde geldt voor het snel na de eerste crisisperiode hervatten van de reguliere vergadercyclus van de raad in Arnhem en Breda. De wijze waarop de raad in Tilburg het college enerzijds ruimte gaf en anderzijds het mandaat begrensde bevat ook leereffecten. Wat gemeenten van elkaar kunnen leren, is samengevat in onderstaande overzicht:
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
37
BEA Bij de ‘vulling’ van de corona-aanpak is gebleken dat het BroodNood-fonds in Breda in een behoefte voorziet. Een meerwaarde leverde ook het zoeken van samenwerking met maatschappelijke partners in Tilburg (met het convenant ketensolidariteit horeca). De aanzetten voor een herstelagenda in Arnhem en Breda, en in mindere mate Tilburg, kunnen Oss inspireren hier ook expliciet werk van te maken, inspelend op het aflopen van de huidige lockdown.
38
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
BEA Bijlage I: corona-steunmaatregelen van het Rijk Gemeenten hebben hun rol in de sociaaleconomische ondersteuning van burgers en bedrijven vooral gezien als aanvullend op de ondersteuning van het Rijk. Gemeenten hebben, anders dan het Rijk, niet de middelen om een grootschalig ondersteuningsbeleid te financieren. Wel zijn ze, beter dan het Rijk, in staat om bij de ondersteuning maatwerk te realiseren en te voorkomen dat bepaalde groepen tussen wal en schip vallen. De gemeentelijke maatregelen kunnen echter niet goed worden begrepen zonder inzicht in de rol van de Rijksoverheid. In deze bijlage is een inventarisatie opgenomen van de corona-steunmaatregelen van de Rijksoverheid. De informatie is afkomstig uit de brieven over de noodpakketten die het kabinet aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. De bijlage is bedoeld als overzicht en bevat dan ook beperkte informatie over de inhoud van de maatregelen en indicaties voor de bedragen die met de verschillende maatregelen zijn genoemd. Een volledig overzicht is pas te verwachten als het stof rond de coronacrisis is opgetrokken. Accent
Het accent van de corona-steunmaatregelen van het Rijk ligt op: Bieden van directe financiële ondersteuning voor bedrijven en ondernemers, bijvoorbeeld: Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW). Tegemoetkoming ondernemers in getroffen sectoren (TOGS), later opgevolgd door de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Verruimen van al beschikbare kredietfaciliteiten en borgstellingsregelingen, om bedrijven in staat te stellen bij andere partijen (zoals banken) te kunnen lenen om op die manier de coronacrisis te kunnen overleven. Voorbeelden zijn: BMKB-C tijdelijke faciliteit onder de BMKB. GO-C verruiming regeling Garantie Ondernemingsfinanciering. Rentekorting kleine ondernemers op microkredieten Qredits. Tijdelijke verruiming Borgstelling MKB Landbouwkredieten. COL Corona overbruggingslening. KKC (Klein Krediet Corona), overheidsgarantie op bankkredieten aan het MKB.
Snelle actie
De Rijksoverheid heeft al op 18 maart 2020 diverse maatregelen afgekondigd gericht op bedrijven en zelfstandigen: Tijdlijn van genomen maatregelen : 1 maart 2020 tot heden Beknopte toelichting op maatregel datum 18-3-2020
Tozo 1 inkomenssteun voor ondernemers; NOW 1 inkomenssteun voor werknemers; TOGS tegemoetkoming ondernemers in getroffen sectoren;
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
39
BEA
25-4-2020 7-5-2020 20-5-2020
doorlopend maatwerk 28-8-2020
40
Versoepeling inning, boetes en rente Belastingdienst 1; BMKB-C tijdelijke faciliteit onder de BMKB; GO-C verruiming regeling Garantie Ondernemingsfinanciering; Rentekorting kleine ondernemers op microkredieten Qredits; Tijdelijke verruiming Borgstelling MKB Landbouwkredieten; COL Corona overbruggingslening
KKC (Klein Krediet Corona), overheidsgarantie op bankkredieten aan het MKB; Tozo 2 NOW 2 TVL 1 tegemoetkoming vaste lasten MKB Tweede tranche COL Continuering BMKB-C en GO-C Versoepeling inning, boetes en rente Belastingdienst 2; Steunmaatregelen internationaal opererend Nederlands bedrijfsleven;
Tozo 3 NOW 3 TVL 2 steunpakket culturele sector; tegemoetkoming dierentuinen
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
zelfstandige ondernemers
werkgevers
ondernemers in getroffen sectoren
alle ondernemingen
MKB
MKB
KB
ondernemers land- en tuinbouw
innovatieve bedrijven
MKB
internationaal opererend bedrijfsleven
instellingen culturele sector
landelijke publieke omroep
dierentuinen
TOZO-lening
NOW
TOGS/TVL
Belastingdienst
BMKB-C
GO-C
Qredits-C
ML-C
COL
KKC
Steunmaatregelen
Steunpakket
Programmakosten
Tegemoetkoming
Totaal
zelfstandige ondernemers
TOZO-gift
reisbranche
evenementenbranche
Doelgroep
Maatregel
P
P
P
P
O
O
P
P
O
O
O
O
O
O
Plafond/ open einde
L
G
G
G
L
L
L
L
L
L
G
G
G
L
G
Gift/ Lening
?
?
?
?
6
1.100
10.000
2.000
1.500
NP 1.0
360
713
150
10.000
1.500
1.000
10.000
400
700
NP 2.0
160
0
39
19
482
1820
5.400
610
NP 3.0
47.799
39
19
842
0
713
150
0
6
11.100
1.500
0
2.820
25.400
2.400
2.810
Totaal
Begrote cq beschikbare middelen (mln euro)
BEA
O v e r zi c h t c o r o n a - st e u n ma a t r e g e l e n Ri j k so v e r h e i d : n o o d pa k k e t 1 , 2 e n 3
41
BEA T i j d e l i j k e o v e r b r u g g i n g sr e g e l i n g ze l f st a n d i g o n d e r n e me r s (T o zo ) De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is bedoeld voor zelfstandig ondernemers met en zonder personeel. De maatregel kreeg in het eerste noodpakket een looptijd 18 maart tot en met 31 mei 2020. De regeling bestaat uit twee delen: Een aanvullende uitkering voor levensonderhoud voor het geval het inkomen van de ondernemer door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum daalt. Een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). De Tozo behelst een versoepeling van de voorwaarden waaraan een ondernemer moet voldoen om voor bijstandsverlening in aanmerking te komen. Er wordt geen toets gedaan op de levensvatbaarheid van de onderneming, er is geen partnertoets en er is geen vermogenstoets. De regeling wordt uitgevoerd door de gemeenten. Gemeenten zullen volledig worden gecompenseerd voor het extra beroep op aanvullende bijstand, bedrijfskapitaal en uitvoeringskosten.
Bij de presentatie van het eerste noodpakket raamde het Rijk de kosten van de regeling op maximaal € 1,5 tot € 2 mrd voor inkomensondersteuning (inclusief uitvoeringskosten) en € 2 mrd voor bedrijfskapitaal. In het tweede noodpakket is de maatregel verlengd tot en met 31 augustus 2020. Daarbij zijn aanpassingen doorgevoerd in de voorwaarden. Voor de aanvullende uitkering gaat een partnertoets gelden. Voor de lening geldt een hoger maximumbedrag. Een ondernemer komt niet meer in aanmerking voor een lening als hij in surseance van betaling of faillissement verkeert. Het Rijk verwachtte ten tijde van het tweede noodpakket dat de kosten voor de maatregel voor 2020 als geheel € 0,7 mrd zouden bedragen voor inkomenssteun en € 0,4 mrd voor kapitaalverstrekkingen. Deze bedragen zijn inclusief uitvoeringskosten. In het derde noodpakket is de maatregel verlengd tot 1 juli 2021. Per 1 oktober 2020 is een beperkte vermogenstoets ingevoerd in de vorm van een toets op beschikbare geldmiddelen. Per 1 januari wil de Rijksoverheid ondernemers meer gaan ondersteunen bij de voorbereiding op een nieuwe toekomst. Die ondersteuning wordt een taak van de gemeenten, die daartoe het instrumentarium van de Participatiewet zullen inzetten. Op 1 juli 2021 zal de Tozo ophouden te bestaan en zal de reguliere Bbz van toepassing zijn.
T i j d e l i j k e n o o d ma a t r e g e l o v e r b r u g g i n g v o o r we r k b e h o u d (N O W ) NOW staat voor Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud. Deze noodmaatregel vervangt tijdelijk de werktijdverkorting-regeling, die als gevolg van de coronacrisis onder te grote druk was komen te staan. De eerste versie van de NOW is opgenomen in het eerste noodpakket dat de regering op 17 maart 2020 heeft gepresenteerd. De regeling wordt uitgevoerd door het UWV. Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies kunnen, gerelateerd aan het omzetverlies, kunnen bij het UWV voor een periode van drie maanden een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen
42
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
BEA ter hoogte van 90% van de loonsom. Per werknemer geldt een maximum van tweemaal het maximumdagloon voor de werknemersverzekeringen. De werkgever ontvangt daarbij een forfaitaire opslag voor werkgeverslasten van 30%. Bij de aanvraag committeert de werkgever zich vooraf aan de verplichting géén ontslag om bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt. Wanneer de werkgever toch ontslag aanvraagt om bedrijfseconomische redenen, wordt een correctie toegepast ter grootte van 150% van de loonsom van de ontslagen werknemers. In het tweede noodpakket, dat op 20 mei 2020 is gepresenteerd, blijft de NOW gedurende de maanden juni, juli, augustus en september van kracht. Wel wordt een aantal aanpassingen doorgevoerd. De forfaitaire opslag voor werkgeverskosten gaat omhoog van 30% naar 40%. De correctie bij ontslag om bedrijfseconomische redenen wordt bijgesteld van 150% tot 100%. Wel moet de werkgever bij een ontslag van meer dan 20 werknemers een akkoord bereiken over de ontslagen met een vertegenwoordiging van de werknemers. Bovendien wordt als aanvullende voorwaarde in de regeling opgenomen dat de werkgever zich inspant om werknemers te stimuleren om aan om- of bijscholing te doen. In het derde noodpakket wordt een geleidelijke afbouw van de NOW-regeling aangekondigd.
De looptijd van negen maanden is onderverdeeld in drie tranches van drie maanden. In de eerste tranche (het vierde kwartaal van 2020) wordt de tegemoetkoming verlaagd van 90% naar 80% van de loonsom. In de tweede tranche wordt het vergoedingspercentage verlaagd naar 70% en in de derde tranche naar 60%. De correctie bij ontslag om bedrijfseconomische redenen wordt geschrapt. In de derde tranche wordt het maximaal te vergoeden loon per werknemer verlaagd van twee maal het dagloon naar eenmaal het dagloon.
T e g e mo e t k o mi n g o n d e r n e me r s g e t r o f f e n se c t o r e n (T O G S )… In het eerste noodpakket kondigt het kabinet aan dat er een noodloket komt voor een tegemoetkoming in de vorm van een gift voor de eerste nood bij ondernemers die direct zijn getroffen door overheidsmaatregelen ter bestrijding van de coronacrisis en die hun omzet daardoor geheel of grotendeels zien verdwijnen. De maatregel is slechts toegankelijk voor ondernemers uit een beperkt aantal sectoren. Het noodloket krijgt later de naam Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS). Via de TOGS kon een specifieke groep getroffen ondernemers een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 netto krijgen waarmee ze hun vaste lasten konden betalen. Voor de regeling komen ondernemers in aanmerking. Vooral kappers en ondernemers in de horeca maakten gebruik van de regeling. Bijna een kwart van de TOGSuitkeringen ging naar bedrijven uit deze sectoren.
Corona-steunmaatregelen – genomen maatregelen en rol van de raad
43
BEA … e n o pv o l g e r T e g e mo e t k o mi n g v a st e l a st e n M K B (T V L ) In het tweede noodpakket wordt de TOGS vervangen door de TVL (tegemoetkoming vaste lasten MKB). De TVL is bedoeld voor bedrijven in dezelfde sectoren als de TOGS. De TVL biedt deze bedrijven een tegemoetkoming die afhankelijk is van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten en de mate van omzetderving. De vergoeding kan oplopen tot € 20.000 voor drie maanden. In het derde noodpakket kondigt het kabinet een verlenging van de TVL aan met negen maanden. De voorwaarden worden geleidelijk aangescherpt. In het vierde kwartaal van 2020 komen (net als in de eerste en tweede periode) bedrijven uit getroffen sectoren in aanmerking als ze meer dan 30% omzetverlies hebben geleden. In het eerste kwartaal van 2021 wordt dit verhoogd tot 40% en in het tweede kwartaal van 2021 tot 45%. De vergoeding blijft gelijk aan 50% van de vaste lasten, maar om de grotere MKB-bedrijven beter te bedienen wordt het maximumbedrag verhoogd tot € 90.000 per drie maanden.
V e r l a g i n g v o o r l o pi g e a a n sl a g e n , u i t st e l v a n b e t a l i n g e n v e r l a g i n g b o e t e r e n t e Op 12 maart 2020 heeft het kabinet aangekondigd dat de Belastingdienst bijzonder uitstel van betaling zal verlenen aan alle ondernemers die door de coronacrisis in liquiditeitsproblemen zijn gekomen of zullen komen. In het eerste noodpakket voegt het kabinet daaraan andere maatregelen toe. Zo wordt de invorderingsrente verlaagd van 4% tot 0,1% en kunnen ondernemers op verzoek een verlaging krijgen van de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. In het tweede noodpakket is de periode waarin ondernemers uitstel van betaling kunnen aanvragen verlengt tot 1 september 2020. Bovendien wordt het mogelijk gemaakt om uitstel van betaling aan te vragen voor betalingsverplichtingen op grond van EUdouanewetgeving. De verlaging van de invorderingsrente wordt verlengd tot 1 oktober 2020. In het derde noodpakket is voorzien in een geleidelijke afbouw van de fiscale maatregelen die in de eerste twee pakketten zijn geïntroduceerd.
K r e d i e t v e r l e n i n g , b o r g st e l l i n g e n g a r a n t i e r e g e l i n g Het kabinet heeft verschillende maatregelen getroffen om de toegang van het MKB tot de kapitaalmarkt open te houden. In het eerste noodpakket gaat het om de volgende maatregelen: Er is een tijdelijke faciliteit gecreëerd onder de Borgstellingsregeling voor het MKB (BMKB) voor kleine en middelgrote bedrijven die zijn getroffen door de coronamaatregelen. Onder deze faciliteit kunnen in de kern gezonde bedrijven een hogere borgstelling verkrijgen voor af te sluiten kredieten. Het kabinet heeft het garantiebudget van de regeling Garantie Ondernemersfinancie-