CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

9 Bijlage Explosievenonderzoek.PDF

Gemeenteraad 11 maart 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststellen bestemmingsplan Partiele Herziening Kom Geffen - 201615.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

28

Verhagen, R., Zoiets dè vergitte nie (Geffen 2012) 31. Verhagen, R., Zoiets dè vergitte nie (Geffen 2012) 22. 30 Verhagen, R., Zoiets dè vergitte nie (Geffen 2012) 33. 31 Verhagen, R., Zoiets dè vergitte nie (Geffen 2012) 33-34, 78. 32 Verhagen, R., Zoiets dè vergitte nie (Geffen 2012) 34-36. 29

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

22

Afbeelding 4: het gebied waar de Duitse aanval plaatsvond. Het onderzoeksgebied is gelegen op meer dan driehonderd meter afstand zuidwestelijk van de Runrotstraat.

11 oktober 1944 De Papendijk lag overdag onder Duits geschutvuur. Rond 21:00 uur beschoten Duitse troepen Geffen en Oss. Vanuit Nuland vielen Duitse troepen opnieuw Geffen aan. Zij zouden ten noorden van de spoorlijn richting Oss zijn opgetrokken. Een half dozijn Duitse militairen bereikten Oss en werden snel weer teruggedreven door Britse troepen.33 [RAP_441011B] 21 oktober 1944 In de nacht en ochtend vielen veel granaten op Geffen. [RAP_441021A] Gedurende de dag verzamelden zich veel Britse tanks, pantserwagens en “vuurwerpers” in Geffen. Ze werden geconcentreerd langs de Loonsestraat (de startlijn van de geplande aanval). Bij Geffen werd het 6th Battalion Royal Welch Fusiliers (53rd (Welsh) Infantry Division) gepositioneerd.34 [Historische context] 22 oktober 1944 Geffen werd bevrijd door Britse troepen.35 [Historische context] De Britse 160th Brigade (53rd Welsh Infantry Division), ondersteund door Britse Cromwell tanks van het 5th Royal Inniskilling Dragoon Guards regiment (7th Armoured Division) en gepantserde vlammenwerpergevechtsvoertuigen van 141st Regiment Royal Armoured Corps (53rd Welsh Infantry Division), viel aan richting Den Bosch. Het startpunt van deze brigade was noordelijk van de spoorlijn Nijmegen-Den Bosch ter hoogt van Geffen. Ten zuiden van de spoorlijn, op de weg van Oss, rukte de Britse 71st Brigade (53rd Welsh Infantry Division) op.

Door de inzet van Churchill-Crocodile vlammenwerpertanks sloeg de paniek snel toe in de gelederen van de Duitse troepen (Grenadier Regiment 745, 712. Infanterie Division), waardoor hun weerstand niet groot was. In de openingsfase van de aanval werden reeds vijfhonderd Duitse militairen (vrijwel allemaal van Grenadier Regiment 745) krijgsgevangen gemaakt. 36 [Historische context] Duits granaatvuur kwam terecht achter de oprukkende Britten in Geffen.37 [RAP_441022A]

33

Verhagen, R., Zoiets dè vergitte nie (Geffen 2012) 37. Verhagen, R., Zoiets dè vergitte nie (Geffen 2012) 38-39. 35 Verhagen, R., Zoiets dè vergitte nie (Geffen 2012) 40. 36 Didden, J. en M. Swarts, Autumn Gale Herbst Sturm. Kampfgruppe Chill, schwere Heeres Panzerjäger-Abteilung 559 and the German recovery in the autumn of 1944 (Drunen 2013) 373-376. 37 Verhagen, R., Zoiets dè vergitte nie (Geffen 2012) 40-41. 34

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

23

22/23oktober 1944 Het bevrijdingsproces van de gemeente Geffen duurde van 22 oktober 1944 tot 23 oktober 1944. Als officiële bevrijdingsdatum staat 23 oktober 1944.38 [Historische context] De verklaring hiervoor is volgens een Britse getuige dat op 22 oktober 1944 de doorbraak van de Duitse linies door Britse troepen werd gerealiseerd, maar dat de Duitse weerstand op andere plaatsen in de gemeente nog te sterk was. De volgende dag werden de laatste Duitse troepen uit Geffen teruggedrongen.39 [Historische context] Aanvullende gegevens uit TNA UK betreffende de bevrijding van Geffen Op 22 oktober 1944 om 06.30 uur werd Operation Alan I, als onderdeel van Operation Pheasant, ingezet. De 53rd Welsh Division zou vanaf de rechter flank naar ’s-Hertogenbosch oprukken. Geffen is niet opgenomen in de tabel met codenamen voor locaties. Nuland op positie E.4050 wel met code Carlton. De voorste troepen bereikten dezelfde dag een positie 3 mijl ten oosten van ’s-Hertogenbosch.40 [Historische context] Geffen was niet opgenomen in de artillerie doelen van de artillerieregimenten van de 53rd Welsh Division. De 53rd Welsh Division werd tevens ondersteund door 3rd Army Group Royal Artillery.41 [Historische context] Geffen was niet opgenomen in de artilleriedoelen van de 3rd Army Group Royal Artillery. 42 [Historische context] De startlijn van Operation Alan lag iets ten westen van Geffen.

De 160th Infantry Brigade bevond zich in Geffen zelf, de 71st Infantry Brigade ten zuiden van Geffen, de 158th Infantry Brigade volgde als reserve langs het midden van de frontlijn van de beide andere Brigades. De Pan aanvoerroute liep van positie E.428515 naar E.425414 naar E.418512 door Geffen. 43 [Historische context] De dichtstbijzijnde doelwitten voor artillerie lagen bij Nuland.44 [Buiten onderzoeksgebied] Van de 160th Infantry Brigade verzamelde de 6th Battalion Royal Welch Fusiliers zich in Geffen op positie E.4152. De eerste gevechtshandelingen vonden bij Nuland plaats.45 [Historische context] Door de 6th Battalion Royal Welch Fusiliers werd om 07.50 uur contact gemaakt met de Duitse 712e Divisie. De 4th Battalion Welch Regiment volgde de opmarsroute ten zuiden van de spoorlijn Oss-‘s-Hertogenbosch.46 [Historische context] De 4th Battalion Royal Welch Regiment bevond zich op de avond van 21 oktober 1944 in het verzamelgebied op positie E.460526. De startlijn voor Operation Alan van lag op de lijn E.416513-E.418507. Commandoposten waren ingericht op posities E.419512, E.422515 en E.460526. Na de start van de opmars om 06.30 uur met ondersteuning van tanks en Crocodiles werd na 20 minuten het eerste doel Toe bereikt en om 07.00 uur waren de troepen in Nuland bereikt. Daarbij werd een tank uitgeschakeld door een bazooka.

[Historische context] Een andere tank liep op positie E.412511 op een mijn.47 [Buiten onderzoeksgebied] Van de 71st Infantry Brigade bevond de 1st Battalion Light Infantry ten zuiden van Geffen. Om 08.35 uur werden de eerste gevechtshandelingen gemeld op positie E.413497 waar 2 carriers onbruikbaar raakten.48 [Buiten onderzoeksgebied] 38

NIMH, toeg. nr. 420, inv. nr. 31. Verhagen, R., Zoiets dè vergitte nie (Geffen 2012) 80. TNA Londen, WO171/311 War Diary XII Corps GS October-December 1944. 41 TNA Londen, WO171/314 War Diary XII Corps RA September-December 1944. 42 TNA Londen, WO171/906 War Diary 3rd AGRA, September-December 1944. 43 TNA Londen, WO171/554 War Diary 53rd Welsh Division GS, September-October 1944. 44 TNA Londen, WO171/560 War Diary 53rd Welsh Division RA, September-October 1944. 45 TNA Londen, WO171/694 War Diary 160th Infantry Brigade, October-November 1944. 46 TNA Londen, WO171/1390 War Diary 6th Battalion Royal Welch Fusiliers, September-December 1944. 47 TNA Londen, WO171/1385 War Diary 4th Battalion Welch Regiment, September-December 1944. 48 TNA Londen, WO171/655 War Diary 71st Infantry Brigade, September-October 1944. 39 40

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

24

De 1st Battalion Highland Infantry bevond zich op de avond van 21 oktober in het verzamelgebied op positie E.435504. Om 06.30 uur werd de opmars gestart en lichte tegenstand ondervonden tot aan de rand van een bos om positie E.405495. Om 08.30 uur werd er vanuit huizen geschoten op positie E.4086497 en E.408494.49 [Buiten onderzoeksgebied]

Afbeelding 5: Britse militairen trekken op door de Groenstraat in Geffen in het tijdsbestek dat het dorp werd bevrijd. Molen de Vlijt is te zien op de achtergrond.50

Na 23 oktober 1944 Rijksweg 36 te Geffen stond op de lijst ten behoeve van ‘bomopruiming’. 51 [Buiten onderzoeksgebied] 3 februari 1945 In de Polder De Brand, op de grens Oss-Geffen in Geffen, stort een V.1 neer. 52 [Buiten onderzoeksgebied] 6 februari 1945 Bij het demonteren van een nog niet ontploft projectiel werd een smidsknecht verwond. Het projectiel kwam onverwachts tot ontploffing. De smidsknecht moest enige vingers missen en werd aan het gezicht verwond.53 [Locatie onbekend] 1 maart 1945 Om 06:25 uur kwam in de zogenaamde “Geffense Weivree” een V.1 neer. Er was enige glasschade aan gebouwen in de Broekstraat en de Bergstraat.54 [Buiten onderzoeksgebied]

49

TMA WO171/1309 War Diary 1st Battalion Highland Infantry, September-December 1944. https://beeldbankwo2.nl/nl/beelden/detail/23b9342c-025a-11e7-904b-d89d6717b464/media/28f2bd0a-037d-722e-6c7a71a647e68410?mode=detail&view=horizontal&q=geffen&rows=1&page=1 51 BHIC, toeg. nr. 127, inv. nr. 307. 52 Verhagen, R., Zoiets dè vergitte nie (Geffen 2012) 44. 53 De Sirene van 6 februari 1945. 54 BHIC, toeg. nr. 127, inv. nr. 461. 50

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

25

3.6

Naoorlogse periode – heden Direct na de Tweede Wereldoorlog werd aangevangen met het opruimen van CE. In eerste instantie werd door het Militair Gezag (MG) aan de (plaatsvervangende) burgemeesters van de gemeenten gevraagd om een opgave te doen van mogelijk aanwezige mijnen en munitie. De ruimingen van mijnen en munitie werd in de eerste jaren uitgevoerd door de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD). Vanaf ongeveer 1947 werd ook regelmatig de Hulpverleningsdienst (HVD) ingeschakeld bij het ruimen van explosieven. Tot ongeveer 1970 heeft de HVD ruimingen uitgevoerd. 30 juli 1945 In de gemeente Geffen zouden nog gevaarlijke projectielen liggen.55 [Locatie onbekend] Mijnenvelden Er werden gedurende de oorlog verspreid over Nederland Duitse mijnenvelden aangelegd. Alle informatie van die mijnenvelden werd gedocumenteerd in een zogenoemd legrapport. Dit gebeurde vrij nauwkeurig. Na WOII zijn veel velden geruimd; de ruimrapporten van die velden zijn gemakkelijk te vergelijken met de legrapporten als het gaat om mogelijk achtergebleven mijnen. Onderzoek bij de EODD leverde geen informatie op. Binnen het onderzoeksgebied werden geen mijnenvelden aangetroffen.

MORA's/ UO's Van 1971 tot op heden houdt de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) zich bezig met het ruimen van CE in Nederland en worden de munitievondsten systematisch (per gemeente) bijgehouden in de ruimrapporten, de MORA's/ UO's. Onderzoek bij de EODD leverde geen informatie op. Binnen het onderzoeksgebied werden geen MORA's aangetroffen.

3.7

Luchtfoto-analyse De geraadpleegde luchtfoto’s uit de verschillende collecties zijn gegeorefereerd in GIS en geanalyseerd op sporen van oorlogshandelingen zoals schade aan het landschap/ gebouwen, kraters, (sporen van) neergekomen vliegtuigen, loopgraven, mangaten, bunkers, verdedigingswerken, (geschut)stellingen, tankgrachten en mijnenvelden. Het optimaliseren van de luchtfoto interpretatie wordt gedaan aan de hand van fotobestanden in TIFF in plaats van in JPG en het bestuderen van foto's in 3D. De luchtfotodekking is te vinden in bijlage 3. Voor het classificeren van objecten op luchtfoto's zijn door de historisch onderzoekers en de twee luchtfoto-analisten de zogenoemde betrouwbaarheidsniveaus toegepast.

• •

Waarschijnlijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object. Het object is in de kaart ingetekend en indien van toepassing, afgebakend. Mogelijk: de foto-analisten zijn overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object. Niet in alle gevallen kon op basis van de luchtfoto de oorzaak worden vastgesteld van een object in het landschap of in de bebouwing. Om een verklaring te kunnen geven voor het ontstaan van de verstoring is naar een oorzaak gezocht in de geraadpleegde literatuur en archieven. Indien er geen oorzaak kon worden vastgesteld, is het waargenomen object aangemerkt als 'mogelijk'.

Verderop in deze paragraaf zijn kort de indicaties gegeven die op de luchtfoto's werden waargenomen. Daarin komen de betrouwbaarheidsniveaus ook aan bod. Voor het georefereren van luchtfoto's wordt gewerkt met ArcGIS. Er worden minimaal 10 punten (controlepoints) gebruikt om de basiskaart (bestaande uit gegevens van Esri, Kadaster, CBS, Rijkswaterstaat en gemeenten (zoals de BGT) en de luchtfoto op elkaar te leggen. Deze Second 55

BHIC, toeg. nr. 127, inv. nr. 307.

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

26

Order Polynomial methode wordt standaard gebruikt voor de nauwkeurigheid van de georeferentie. Indien een foto lastig met de eerste methode te georefereren is, wordt de Third Order Polynomial methode nog toegepast. Luchtfotodekking 19 september 1944 Op deze luchtfotodekking is een niet definieerbare verstoring waargenomen op dertig meter afstand ten noorden van het westelijke deel van het onderzoeksgebied onderzoeksgebied. Niet definieerbare verstoringen zijn verstoringen in het landschap waarvan de oorzaak niet vastgesteld kan worden. In de geraadpleegde bronnen zijn geen concrete aanwijzingen gevonden die de verstoring in het onderzoeksgebied zou kunnen verklaren. Ook is op basis van de luchtfoto niet vast te stellen wat de verstoring veroorzaakt heeft. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de waargenomen niet definieerbare verstoring veroorzaakt is door CE. De niet definieerbare verstoring is niet opgenomen in de rapportage van de gemeentelijke CErisicokaart voor de gemeente Oss.

Afbeelding 6: uitsnede van de luchtfoto van 19 september 1944 (KAD sortieref. 106G-3001, fotonr. 3213) met daarop aangegeven de niet definieerbare verstoring op dertig meter noordelijk van het westelijke deel van het onderzoeksgebied.

Luchtfotodekking 28 september 1944 Op deze luchtfotodekking zijn geen nieuwe indicaties van oorlogshandelingen waargenomen ten opzichte van de luchtfoto van 19 september 1944. Hieronder is echter een uitsnede weergegeven waarop, even zuidelijk van het onderzoeksgebied, verstoringen in het landschap te zien zijn die mogelijk als gevolg van oorlogshandelingen zouden kunnen worden geïnterpreteerd. Deze sporen zijn echter niet veroorzaakt door oorlogshandelingen maar door landbouwactiviteit.

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

27

Afbeelding 7: luchtfoto van 28 september 1944 (NCAP sortieref. 400-1136, fotonr. 3177) met daarop aangemerkt de sporen van landbouwactiviteit even ten zuiden van het onderzoeksgebied. Het betreft hier geen sporen van oorlogshandelingen.

Luchtfoto van 6 oktober 1944 Op deze luchtfotodekking zijn sporen van oorlogsschade rondom het onderzoeksgebied waargenomen. Het gaat om enkele vernielde gebouwen op 45 meter afstand ten oosten van het onderzoeksgebied en ten minste dertig meter ten zuidwesten van het onderzoeksgebied. Ter vergelijking met de situatie voor het ontstaan van de oorlogsschade zijn ook enige uitsneden van de luchtfoto van 28 september 1944 weergegeven. Eveneens is wederom een uitsnede weergegeven van de verstoringen in het landschap ten zuiden van het onderzoeksgebied, die mogelijk als gevolg van oorlogshandelingen zouden kunnen worden geïnterpreteerd. Deze sporen zijn echter niet veroorzaakt door oorlogshandelingen maar door landbouwactiviteit.

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

28

Afbeelding 8: luchtfoto van 6 oktober 1944 (NCAP sortieref. 4-0993, fotonr. 4153) waarop de oorlogsschade aan het gebouw op 45 meter afstand oostelijk van het onderzoeksgebied waargenomen is.

Afbeelding 9: luchtfoto van 28 september 1944 (NCAP sortieref. 400-1136, fotonr. 3177) waarop hetzelfde gebouw als in afbeelding 8 weergegeven is.

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

29

Afbeelding 10: luchtfoto van 6 oktober 1944 (NCAP sortieref. 4-0993, fotonr. 4153) waarop de oorlogsschade aan de gebouwen op ten minste dertig meter zuidwestelijk van het onderzoeksgebied waargenomen is.

Afbeelding 11: luchtfoto van 28 september 1944 (NCAP sortieref. 400-1136, fotonr. 3177) waarop dezelfde gebouwen als bij afbeelding 10 zijn weergegeven.

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

30

Afbeelding 12: luchtfoto van 6 oktober 1944 (NCAP sortieref. 4-0993, fotonr. 4153) met daarop aangemerkt de sporen van landbouwactiviteit even ten zuiden van het onderzoeksgebied. Het betreft hier geen sporen van oorlogshandelingen.

Luchtfoto van 25 november 1944 Ten opzichte van de vorige luchtfotodekking zijn op deze luchtfotodekking geen nieuwe sporen van oorlogshandelingen waargenomen. De hieronder weergegeven afbeeldingen dienen slechts ter verduidelijking van de waargenomen oorlogsschade op de luchtfoto van 6 oktober 1944.

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

31

Afbeelding 13: luchtfoto van 25 november 1944 (KAD sortieref. 106G-3633, fotonr. 4082) waarop de oorlogsschade aan het gebouw op 45 meter afstand ten oosten van het onderzoeksgebied beter te zien is dan op de luchtfoto van 6 oktober 1944 (NCAP sortieref. 4-0993, fotonr. 4153). Het gaat hier niet om een nieuw waargenomen oorlogshandeling ten opzichte van de luchtfoto van 6 oktober 1944.

Afbeelding 14: luchtfoto van 25 november 1944 (KAD sortieref. 106G-3633, fotonr. 4082) waarop de oorlogsschade aan het gebouw op ten minste dertig meter afstand ten oosten van het onderzoeksgebied beter te zien is dan op de luchtfoto van 6 oktober 1944 (NCAP sortieref. 4-0993, fotonr. 4153). Het gaat hier niet om een nieuw waargenomen oorlogshandeling ten opzichte van de luchtfoto van 6 oktober 1944.

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

32

3.8

Leemten in kennis Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: • • • • •

3.9

De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1945 CE zijn niet volledig; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1945-1970 zijn niet volledig; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen; Websites veranderen continue door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het web; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen. In de omgeving van het onderzoeksgebied werd op de luchtfoto’s een niet definieerbare verstoring waargenomen. Niet definieerbare verstoringen zijn verstoringen in het landschap waarvan de oorzaak niet vastgesteld kan worden. In de geraadpleegde bronnen zijn geen concrete aanwijzingen gevonden die de verstoring in het onderzoeksgebied zou kunnen verklaren. Ook is op basis van de luchtfoto niet vast te stellen wat de verstoring veroorzaakt heeft. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de waargenomen niet definieerbare verstoring veroorzaakt is door CE.

Inventarisatiekaart Alle relevante gegevens met een geografisch component uit de geraadpleegde bronnen zijn ingetekend op een inventarisatiekaart in GIS, waarin ook de resultaten van de geanalyseerde (en gegeorefereerde) luchtfoto’s zijn verwerkt. De volgende oorlogshandelingen zijn ingetekend: • • • • • • •

Niet definieerbare verstoring; Crashes; Artilleriebeschieting (indicatief locatie); Artilleriebeschieting (indicatief langs lijn); Mijnen (indicatief langs lijn); Mitrailleurbeschietingen (indicatief langs lijn); Oorlogsschade.

In de onderstaande afbeelding (zie ommezijde) is de inventarisatiekaart voor het onderzoeksgebied weergegeven. Op de A1 kaarten (losbladig, bijlage 4) zijn ook de corresponderende unieke nummers weergegeven.

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

33

Afbeelding 15: inventarisatiekaart van het onderzoeksgebied.

Afbeelding 16: inventarisatiekaart van het onderzoeksgebied (ingezoomd).

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

34

4 ANALYSE GEGEVENS 4.1

Inleiding analyse: verdacht of onverdacht gebied Op basis van de geraadpleegde gegevens kan worden vastgesteld of een onderzoeksgebied verdacht of onverdacht is. Indien er in het onderzoeksgebied geen oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden en/of indien er geen CE in/op de (water)bodem zijn achtergebleven, is een gebied onverdacht. Als uitgangspunten voor de conclusie verdacht of onverdacht wordt bijlage 2 als leidraad gebruikt voor aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied. Verder wordt gebruik gemaakt van kennis en ervaring door het maken van een beredeneerde inschatting. • •

Verhoogde kans op CE: VERDACHT (bij specifieke meldingen van CE en bij oorlogshandelingen of militaire aanwezigheid en daardoor aanwezigheid van CE) Geen verhoogde kans op CE: ONVERDACHT (bij alle andere gevallen dan verdacht en bij contra-indicaties op verdachte gebieden).

Indien van de bovengenoemde richtlijnen (zie bijlage 2) voor de horizontale afbakening wordt afgeweken, is dit gemotiveerd. 4.2

Indicaties Er zijn aanwijzingen dat het onderzoeksgebied, en de directe omgeving daarvan, betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Op de inventarisatiekaart (afbeelding 15 en de A1 CE inventarisatiekaart in bijlage 4 (losbladig)) zijn oorlogshandelingen ingetekend die mogelijk relevant zijn voor het onderzoek, maar die niet tot de afbakening van een verdacht gebied hebben geleid. In de onderstaande tabel is de analyse per gebeurtenis te lezen. Uitgebreidere meldingen zijn opgenomen in hoofdstuk 3. RAP-nummer RAP_420724A

Datum 24-07-1942

Gebeurtenis Vliegtuigcrash

RAP_440315A

15-03-1944

Vliegtuigcrash

RAP_440925A

25-09-1944

Grondgevechten

RAP_440927A

27-09-1944

Beschieting en grondgevechten

Analyse Het kruispunt Rijksweg-Weerscheut, de in de beschikbare bronnen geïndiceerde crashlocatie van de Britse Stirling bommenwerper, is gelegen ongeveer 800 meter zuidelijk van de dichtstbijzijnde rand van het onderzoeksgebied. De luchtfoto van 19 september 1944 (KAD sortieref. 106G3001, fotonr. 3213) is geanalyseerd op sporen van een vliegtuigcrash in en in de omgeving van het onderzoeksgebied maar deze werden niet waargenomen. De in de geraadpleegde gegevens geïndiceerde crashlocatie, namelijk Schotsheuvel, is gelegen op ongeveer een kilometer ten zuidwesten van de dichtstbijzijnde rand van het onderzoeksgebied. De luchtfoto van 19 september 1944 (KAD sortieref. 106G-3001, fotonr. 3213) is geanalyseerd op sporen van een vliegtuigcrash in en in de omgeving van het onderzoeksgebied maar deze werden niet waargenomen. Uit de geraadpleegde gegevens kwamen geen concrete indicaties naar voren dat het onderzoeksgebied getroffen is door de schermutselingen tussen Duitse en Britse troepen op deze datum. De luchtfoto van 28 september 1944 (NCAP sortieref. 400-1136, fotonr. 3177) is bestudeerd op eventuele sporen van grondgevechten in het landschap in en om het onderzoeksgebied. Dergelijke sporen werden niet waargenomen. De melding van de Britse beschietingen, afkomstig uit literatuurstudie, is niet nauwkeurig genoeg om vergaande

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

35

RAP-nummer

Datum

Gebeurtenis

RAP_440929A

29-09-1944

Beschieting

RAP_440930A

30-09-1944

Beschieting en grondgevechten

Analyse conclusies aan te verbinden: er kwamen geen concrete aanwijzingen uit dat het onderzoeksgebied getroffen zou zijn. De luchtfoto van 28 september 1944 (NCAP sortieref. 400-1136, fotonr. 3177) is bestudeerd op sporen van geschutinslagen maar deze werden niet waargenomen in en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. De geïndiceerde locaties van de frontlijn, De Beemd-BroekhoekGroes, lagen destijds allen in de toenmalige gemeente Heesch en was dus ruim buiten de omgeving van het onderzoeksgebied gelegen (meer dan drie kilometer oostelijk). Broekhoek, de geïndiceerde locatie waar grondgevechten werden gevoerd tussen Duitse en Britse troepen, is gelokaliseerd op meer dan drie kilometer ten oosten van het onderzoeksgebied. Uit de geraadpleegde gegevens kwamen geen concrete aanwijzingen naar voren dat het onderzoeksgebied of de directe omgeving daarvan op deze datum zijn getroffen door het vermelde Britse granaatvuur. De enige gegeven locatiespecificatie, namelijk het Duitse veldgraaf aan de Veldstraat (Geffen), ten minste 800 meter afstand (noord)noordoost van de buitenste rand van het onderzoeksgebied verwijderd. De luchtfoto van 6 oktober 1944 (NCAP sortieref. 4-0993, fotonr. 4153) is bestudeerd op sporen van beschietingen in en in de nabije omgeving van het onderzoeksgebied maar deze werden niet waargenomen.

De weg Papendijk liep ten tijde van de Tweede Wereldoorlog op het dichtste punt op ongeveer 80 meter afstand oostelijk van de dichtstbijzijnde rand van het onderzoeksgebied. Echter was de noord-zuid lopende weg vele honderden meters lang. In geraadpleegde gegevens is geen verdere locatiespecificering van de geschutinslagen vermeld. Uit de gegevens werd overigens niet ondubbelzinnig duidelijk of de buurtschap Papendijk of de weg Papendijk werd bedoeld als de locatie waar als gevolg van schotenwisseling tussen Duitse en Britse troepen enkele boerderijen in brand vlogen. De enige gespecificeerde locatie waar schade ontstond als gevolg van de schotenwisseling, namelijk langs de Koksteeg in buurtschap Vinkel, is gelegen op ten minste 940 meter van de rand van het onderzoeksgebied. Voorts is uit de beschikbare bronnen niet duidelijk geworden op welke exacte locatie in Geffen de Duitse patrouille werd beschoten door het Britse 1st Bataillon Coldstream Guards. De melding is te weinig concreet om daaruit conclusies te trekken voor het onderzoeksgebied. Om eventuele sporen van de beschieting en de grondgevechten te analyseren is de luchtfoto van 6 oktober 1944 (NCAP sortieref. 4-0993, fotonr. 4153) geraadpleegd. Op deze luchtfoto zijn echter geen sporen van gevechten of beschietingen waargenomen in en in de meest directe omgeving van het onderzoeksgebied.

Wel is er oorlogsschade aan enkele gebouwen op 45 meter ten oosten en ten minste dertig meter zuidwestelijk van het onderzoeksgebied waargenomen. Aan de aard van de schade is het waarschijnlijk dat deze gebouwen door brand zijn verwoest. Er

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

36

RAP-nummer

Datum

Gebeurtenis

RAP_441009A

09-10-1944

Landmijnen

RAP_441011A

10/11-101944

Beschieting, landmijnen en grondgevechten

RAP_441011B

11-10-1944

Beschieting en grondgevechten

RAP_441021A

21-10-1944

Beschieting

RAP_441022A

22-10-1944

Beschieting

Analyse zijn geen concrete sporen op de luchtfoto van 6 oktober 1944 waargenomen dat de gebouwen zijn vernield door CE. De in de literatuur geïndiceerde locatie van de door Britse troepen gelegde landmijnen, namelijk Papendijk, is gelegen op ten minste 90 meter van de dichtstbijzijnde rand van het onderzoeksgebied. Er is bij de EODD nagegaan of er met betrekking tot het onderzoeksgebied relevante informatie beschikbaar was omtrent mijnenvelden. Onderzoek bij de EODD leverde echter geen informatie op: binnen het onderzoeksgebied werden geen mijnenvelden aangetroffen. Uit de geraadpleegde gegevens kwamen geen concrete indicaties naar voren dat er mijnen in of direct bij het onderzoeksgebied zouden zijn gelegd. Er is bij de EODD nagegaan of er met betrekking tot het onderzoeksgebied relevante informatie beschikbaar was omtrent mijnenvelden. Onderzoek bij de EODD leverde echter geen informatie op: binnen het onderzoeksgebied werden geen mijnenvelden aangetroffen. Er werden in de geraadpleegde gegevens geen concrete aanwijzingen gevonden dat het onderzoeksgebied of de nabije omgeving getroffen zijn door het geschutvuur van deze datum.

De in de beschikbare bronnen geïndiceerde locaties van grondaanval door Duitse troepen en de gevechten tussen Duitse en Britse troepen zijn gelegen op ten minste driehonderd meter noordelijk en noordoostelijk van de bovenste rand van het onderzoeksgebied. De luchtfoto van 25 november 1944 (KAD sortieref. 106G-3633, fotonr. 4082) is geanalyseerd op sporen van geschutvuur en grondgevechten maar er werd niets wat hier op duidde waargenomen. In de geraadpleegde gegevens werden geen voldoende concrete aanwijzingen gevonden dat het onderzoeksgebied zou zijn getroffen door geschutvuur. De vermelding in de literatuur is te vaag bevonden om sluitende gevolgtrekkingen te maken. Uit de geraadpleegde gegevens is verder kunnen opmaken dat de aanval van Duitse troepen op deze datum noordelijk van de spoorlijn in de gemeente Geffen plaatshad. Deze spoorlijn is gelegen op ruim 900 meter ten noorden van de dichtstbijzijnde rand van het onderzoeksgebied. De luchtfoto van 25 november 1944 (KAD sortieref. 106G-3633, fotonr. 4082) is geanalyseerd op sporen van geschutvuur en grondgevechten maar er werd niets wat hier op duidde waargenomen. De uit de beschikbare bronnen geïndiceerde locatie waar de granaten neerkwamen, namelijk Geffen, is te onduidelijk om conclusies uit te trekken. Ter controle is de luchtfoto van 25 november 1944 (KAD sortieref. 106G-3633, fotonr.

4082) is geanalyseerd op sporen van geschutvuur maar er werd niets wat hier op zou kunnen duiden waargenomen. Er is uit de geraadpleegde bronnen en documenten niet concreet bekend geworden waar de granaten terechtkwamen, maar gezien de positionering van Britse troepen bij de start van de aanval bestond er een mogelijkheid dat het onderzoeksgebied

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

37

RAP-nummer

Datum

Gebeurtenis

Analyse getroffen zou zijn. De luchtfoto van 25 november 1944 (KAD sortieref. 106G-3633, fotonr. 4082) is geanalyseerd op sporen van geschutvuur in en bij het onderzoeksgebied maar er werd niets waargenomen.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat er niet kan worden uitgesloten dat er in onverdachte gebieden CE worden aangetroffen. Op basis van de geraadpleegde gegevens zijn voor de onverdachte gebieden geen/onvoldoende aanwijzingen aangetroffen in de geraadpleegde bronnen dat er een verhoogde kans is op het aantreffen van CE. In de onderstaande afbeelding is de CE-bodembelastingkaart van het onderzoeksgebied weergegeven.

Afbeelding 17: CE-bodembelastingkaart onderzoeksgebied. Er zijn geen verdachte gebieden. Het onderzoeksgebied is onverdacht op CE.

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

38

5 CONCLUSIE EN ADVIES 5.1

Conclusie Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties is vastgesteld dat het onderzoeksgebied en de omgeving daarvan betrokken is geweest bij oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er zijn echter geen concrete indicaties aangetroffen in de beschikbare gegevens en op de geraadpleegde luchtfoto’s, waardoor er sprake is van een verhoogde kans bestaat op het aantreffen van CE uit de Tweede Wereldoorlog in het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied is om deze reden onverdacht verklaard op CE of restanten van CE. Hiermee wijkt de conclusie voor het onderzoeksgebied af van de CE-bodembelastingkaart van de gemeente Oss waarin het onderzoeksgebied verdacht is verklaard op artillerie- mortier- of raketbeschieting.

5.2

Leemten in kennis Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: • • • • •

5.3

De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1945 CE zijn niet volledig; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1945-1970 zijn niet volledig; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen; Websites veranderen continue door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het web; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen; In de omgeving van het onderzoeksgebied werd op de luchtfoto’s een niet definieerbare verstoring waargenomen. Niet definieerbare verstoringen zijn verstoringen in het landschap waarvan de oorzaak niet vastgesteld kan worden. In de geraadpleegde bronnen zijn geen concrete aanwijzingen gevonden die de verstoring in het onderzoeksgebied zou kunnen verklaren. Ook is op basis van de luchtfoto niet vast te stellen wat de verstoring veroorzaakt heeft. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de waargenomen niet definieerbare verstoring veroorzaakt is door CE.

Advies Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek en de conclusies is het onderzoeksgebied onverdacht verklaard op het aantreffen van CE of restanten van CE in de bodem. De voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden zonder dat vervolgstappen noodzakelijk zijn in de CE-opsporing. De werkzaamheden kunnen derhalve regulier worden uitgevoerd.

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

39

6 BIJLAGEN Bijlage 1

Overzicht beoordelen/evalueren inventarisatie (WSCS-OCE)

In het WSCS-OCE staat vermeld dat de indicaties en contra-indicaties uit de inventarisatie-resultaten dienen te worden beoordeeld en dat op basis hiervan de volgende punten gemotiveerd vastgesteld moeten worden: • Of er sprake is van een CE verdacht gebied, en zo ja: • De (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke CE; • De horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Bij de beoordeling en evaluatie van de resultaten van de inventarisatie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Indien sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie VERDACHT gerapporteerd. Indien er geen sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie ONVERDACHT gerapporteerd; 2. De conclusie wordt vastgesteld op basis van twee of meer onafhankelijke verifieerbare bronnen. Indien een indicatie in slechts in bron is aangetroffen, wordt dit duidelijk aangegeven in de rapportage. Hierin wordt gerapporteerd hoe de betrouwbaarheid van de bronnen is ingeschat; 3. Indicaties en/of contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van CE op de projectlocatie en/of in het onderzoeksgebied. Voor de locatieverwijzing gelden de volgende uitgangspunten: a.

Indicaties en/of contra-indicaties moeten worden vertaald naar een locatie in de huidige topografie; b. Waar sprake is van onduidelijkheid/onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing, wordt dit gedocumenteerd; c. Bij gebruikmaking van indicaties en/of contra-indicaties uit geschreven bronnen, dient de locatieverwijzing uit het bronbestand in de rapportage ongewijzigd te worden overgenomen. 4. Bij het vaststellen van de conclusie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, wordt bijlage 3 van het WSCS-OCE als leidraad gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken; b. Als er geen indicaties zijn die wijzen op de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, is de conclusie ONVERDACHT; c. Als er indicaties zijn dat bij oorlogshandelingen binnen de grenzen van de projectlocatie en/of onderzoeksgebied bepaalde hoofdsoorten CE zijn gebruikt/betrokken geweest, dan is (een deel van) de projectlocatie en/of onderzoeksgebied VERDACHT op de aanwezigheid van deze hoofdsoorten CE, tenzij op basis van contra-indicaties het tegendeel kan worden bewezen. 5. Het verdachte gebied wordt horizontaal en verticaal afgebakend, gespecificeerd per (sub)soort CE, hoeveelheid en verschijningsvorm van vermoedelijke CE.

Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 3 van het WSCSOCE gehanteerd; b. Uitgangspunten voor de verticale afbakening: i. Bij het bepalen van de verticale afbakening dient specifiek rekening te worden gehouden met: bodemweerstand, verwachte indringingsnelheid en –hoek, gewicht, vorm en diameter CE; ii. Voor het berekenen van de penetratiediepte wordt gebruik gemaakt van een rekenmethode waarin ten minste rekening gehouden wordt met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem;

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

40

iii. Indien sprake is van grondverzet/grondroering in de periode 1945 tot heden, wordt op basis daarvan bepaald of, en zo ja, tot welke diepte minus maaiveld (gerelateerd aan NAP), de aanwezigheid van CE kan worden uitgesloten; iv. De verticale afbakening wordt zodanig uitgedrukt dat deze is te herleiden tot de diepte ten opzichte van NAP; c. Uitgangspunten horizontale afbakening: i. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt de tolerantie gemotiveerd, gebaseerd op het beschikbare bronnenmateriaal; ii. Het verdachte gebied wordt weergegeven in RD-coördinaten; d. Onder de verschijningsvorm wordt verstaan de wijze waarop CE in het verleden in de (water)bodem zijn terechtgekomen, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in: afgeworpen, verschoten, gegooid, gelegd, weggeslingerd, opgeslagen, gedumpt, begraven (inclusief redepositie), als restant uit springputten of explosie en als onderdeel van (vliegtuig)wrakken en/of gezonken vaartuigen.

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

41

Bijlage 2

Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek

In onderstaand overzicht is de horizontale afbakening van het verdachte gebied weergegeven zoals deze is opgenomen in het WSCS-OCE. Indicatie

Algemene omschrijving

Verdedigingswerk

✗

Geschutopstelling (statisch en mobiel)

Groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen, rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld weerstandskern of steunpunt) Opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of andere (semi)automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk Locatie van geschut, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.

Munitieopslag in open veld Loopgraaf

Locatie van munitievoorraad in het open veld, niet zijnde binnen een verdedigingswerk Militaire loopgraaf

✗ ✗

Tankgracht of –geul

Een diepe (al dan niet droge) gracht of geul met steile wanden, aangebracht om pantservoertuigen tegen te houden Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD géén landmijnen aangetroffen Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD, of bij naoorlogse activiteiten landmijnen aangetroffen. Geregistreerd mijnenveld, waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geregistreerd mijnenveld waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Niet alle volgens het mijnenlegrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geen feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Mijnenlegrapport aanwezig. Niet alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Versperringen, zoals strandversperringen en drakentanden Militaire werken zoals woononderkomen of werken met een burgerdoel zoals schuilbunker

Wapenopstelling

Landmijnen verdacht gebied

Landmijnen verdacht gebied

Mijnenveld Mijnenveld

Mijnenveld

Versperringen Infrastructuur zonder geschutsopstelling of munitievoorraad Schuilloopgraaf Kampementen

Mangat Vernielingslading Artillerie-, mortierof raketbeschieting Raketbeschieting inslagenpatroon bekend

Uitgangspunt conclusie Verdacht Onverdacht

✗

Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied Het grondgebied binnen de grenzen van het verdedigingswerk is verdacht. De grenzen worden bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Locatie van de wapenopstelling 25 meter rondom het hart van de geschutopstelling, maar niet verder dan een eventuele aangrenzende watergang. Locatie van de veldopslaglocatie

✗

✗ ✗

Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Niet verdacht, tenzij er aanwijzingen zijn dat er mogelijk munitie in gedumpt is. n.v.t.

De grenzen zoals aangegeven in het ruimrapport

✗

✗

n.v.t. De grenzen zoals aangegeven in het mijnenlegrapport en/of ruimrapport.

✗

✗

n.v.t.

✗ ✗

Tenzij er indicaties zijn dat CE onderdeel uitmaken van de versperring. Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen

Loopgraaf voor burgerbevolking om in te schuilen Grondgebied met onderkomens zoals tenten

✗ ✗

n.v.t.

Gat in grond met schuilfunctie, niet in gebruik genomen als schuttersput Locatie van aangebrachte vernielingslading

✗

Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpersysteem Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers

✗ ✗

Locatie van vernielingslading

✗

Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoever de maximale horizontale verplaatsing is. Situationeel te bepalen

Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom

Vliegtuig die niet in werking is getreden

✗

Crashlocatie vliegtuig Krater van gedetoneerde incidentele luchtafweergranaat Inslagpunt van een V.1 wapen

Aanwezigheid van CE vanwege de crash

✗

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een incidentele luchtafweergranaat bevindt. Gebied dat is getroffen door de inslag van een V.1 wapen

Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van munitieopslag of nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen. n.v.t.

Situationeel te bepalen

✗ ✗

Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft. 15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond.

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

42

Indicatie

Algemene omschrijving

Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.1 wapen Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.2 wapen Dumplocatie van munitie en/of toebehoren Ongecontroleerde (massa)explosie

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.1 wapen bevindt.

✗

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.2 wapen bevindt.

✗

Situationeel te bepalen

Dumplocatie van CE en/of toebehoren in landbodem of op waterbodem

✗

(Sympathische) detonatie van explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitietrein Eén of meerdere springputten

✗

Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water Situationeel te bepalen

Locatie van in werking gestelde vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en) Gebied dat is getroffen door een bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.

✗

Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen

✗

Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen

✗

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn58.

Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen.

✗

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel59

Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn of treinstel op deze spoorlijn te treffen

✗

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 80 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn60

Vernietigingslocatie voor CE

Vernielingslading (in werking gesteld) Tapijtbombardement

Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Duikbombardement op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend

Uitgangspunt conclusie Verdacht Onverdacht

✗

✗

Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied 50 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieve componenten.

De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en). Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen. Op basis van een analyse van het inslagenpatroon56 wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel57.

56

Verzameling van de locaties van inslagen van één bepaald toestel of één bepaald bombardement. Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50% van de vliegtuigbommen binnen 119 meter neer is gekomen en de maximaal gemeten afstand t.o.v. het doel 181 meter was. 58 Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50 % van de vliegtuigbommen binnen 46 meter neer is gekomen en de maximaal afstand t.o.v. het doel 91 meter was. 59 Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322).

Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel (gebouwen) waarbij opgemerkt moet worden dat de gemiddelde spreiding van de raketten t.o.v. het middelpunt van een salvo 69 meter was, en dat de gemiddelde afstand van het middelpunt van een salvo t.o.v. het doel 39 meter was. 60 Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de maximale afstand gemeten n.a.v. luchtfoto-interpretatie. 57

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

43

Bijlage 3

Dekking geraadpleegde luchtfoto’s

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

44

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

45

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

46

Bijlage 4

A1 Inventarisatiekaart (losbladig)

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

47

Bijlage 5

A1 CE-Bodembelastingkaart (losbladig)

19P037 definitief rapport VO CE Groenstraat Geffen d.d. 20 mei 2019

48

Inventarisatiekaart - VO Groenstraat Geffen 160000

161600

RAP_441021A RAP_441022A A RAP_440930A RAP_440929A RAP_440927A

416900

RAP

416900

_44 0

925A

$

RAP_

44 101 1A

416000

416000

!

RAP _44 1011 B RAP _44 100

o

"

RAP_420724A

Artilleriebeschieting

Crash

Mijnen Mitrailleurbeschietingen

Controleur:

Thierry van den Berg

Datum:

6-5-2019

Legenda

! "

o

o

"

A Artilleriebeschieting $

Oorlogsschade

VO Groenstraat Geffen 19p037 Inventarisatiekaart Gemeente Oss Marloes Offringa

415100

Onderzoeksgebied

0

160000

90

180

360 meter

Bombs Away B.V. Museumlaan 2 3581 HK Utrecht

±

Postbus 1148 3500 BC Utrecht

www.bombsaway.nl Esri Nederland, info@bombsaway.nl Community Map Contributors 161600

415100

9A Niet definieerbare verstoring

Projectnaam: Projectnummer: Onderwerp: Opdrachtgever: Tekenaar:

RAP_440315A

CE-Bodembelastingkaart - VO Groenstraat Geffen

416000

Legenda

415100

Onderzoeksgebied

0

160000

75

150

300 meter

Projectnaam: Projectnummer: Onderwerp: Opdrachtgever: Tekenaar:

VO Groenstraat Geffen 19p037 CE-Bodembelastingkaart Gemeente Oss Marloes Offringa

Controleur:

Thierry van den Berg

Datum:

6-5-2019

Bombs Away B.V. Museumlaan 2 3581 HK Utrecht

±

Postbus 1148 3500 BC Utrecht

www.bombsaway.nl Esri Nederland, info@bombsaway.nl Community Map Contributors 161600

415100

416000

416900

161600

416900

160000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=ccfa36dd-9e08-44ab-801d-8f5367341e3e