4. Toelichting bestemmingsplan Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein - 2023
Tekst van het document
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 1 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Bestemmingsplan Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023 Toelichting
Gemeente Oss, 5 november 2024
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 2 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding................................................................................................................................4 1.1 Aanleiding .....................................................................................................................................4 1.2 Plangebied ....................................................................................................................................4 1.3 Geldende bestemmingsplannen ...................................................................................................4 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ................................................................................................................6 2.1 Inleiding ........................................................................................................................................6 2.2 Historische betekenis ....................................................................................................................6 2.3 De Huidige situatie ........................................................................................................................8 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ...................................................................................................................9 3.1 Inleiding
........................................................................................................................................9 3.2 Voorzieningenkaart .......................................................................................................................9 3.3 Gebiedsvisie ...............................................................................................................................10 3.4 Programma Vidi Reo ..................................................................................................................19 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader .......................................................................................................20 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................20 4.2 Rijksbeleid ..................................................................................................................................22 4.3 Provinciaal beleid ........................................................................................................................23 4.4 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................26 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten
...........................................................................................................29 5.1 Landschap ......................................................................................................................................29 5.2 Natuur .........................................................................................................................................30 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ....................................................................................................33 5.4 Mobiliteit en parkeren .................................................................................................................39 5.5 Water ..........................................................................................................................................41 5.6 Defensie ......................................................................................................................................44 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................44 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ....................................................................................................60 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels
.....................................................................................................61 6.1 Algemeen ....................................................................................................................................61 6.2 Regels .........................................................................................................................................61 Hoofdstuk 7 Handhaving ........................................................................................................................63 7.1 Beleidskader ...............................................................................................................................63 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma..............................................................63 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht ..........................................................64 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ...........................................................................................65 8.1 Budget gebouw ...........................................................................................................................65 8.2 Budget openbare ruimte .............................................................................................................65 8.3 Budget gebiedsvisie
....................................................................................................................65 8.4 Budget onderhoud openbare ruimte ...........................................................................................66 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................................67 9.1 Omgevingsdialoog ......................................................................................................................67 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................68 9.3 Inspraak ......................................................................................................................................69 9.4 Zienswijzen .................................................................................................................................69
REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 3 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
TOELICHTING Bestemmingsplan Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 4 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding De gemeente Oss is van plan om ter plaatse van het Bovenste Hoornwerk en de Beneden Bleek in Ravenstein de realisatie van een nieuw gemeenschapshuis (Vidi Reo) met aanverwante buitenruimte mogelijk te maken. De gemeente ziet dit als een bijzondere kans om hiermee dit deel van de vesting weer beter zichtbaar en beleefbaar te maken. Deze ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro). 1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Ravenstein op het Bovenste Hoornwerk en aan De Beneden Bleek. De locatie maakt onderdeel uit van het hoornwerk aan de zuidkant van de kern. Op dit Hoornwerk wordt het plan gerealiseerd. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied globaal aan.
Ligging plangebied in omgeving (bron: Openstreetmap.org) 1.3 Geldende bestemmingsplannen Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan ‘Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023’ gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst. Naam bestemmingsplan
Datum vaststelling
Beschermd stadsgezicht Ravenstein 2013
20 juni 2013
Parapluplan Geitenhouderijen - 2019
5 maart 2020
Voorbereidingsbesluit huisvesting arbeidsmigranten Oss
15 februari 2022
Parapluplan Wonen - 2023
29 juni 2022
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 5 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Beschermd stadsgezicht Ravenstein – 2013 Op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Beschermd stadsgezicht Ravenstein – 2013’ gelden voor het plangebied de enkelbestemmingen ‘Groen’ en ‘Verkeer - Verblijf’. De gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn onder meer bestemd ten behoeve van groenvoorzieningen, speel- en verblijfsvoorzieningen en kunstobjecten en voorzieningen voor langzaam verkeer. Ter plaatse van de bestemming ‘Groen’ (met uitzondering van de strook in het zuidwesten van het plangebied) is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – kamperen’ van toepassing. Deze gronden zijn daarmee tevens bestemd ten behoeve van kamperen. De gronden met de bestemming ‘Verkeer – Verblijf’ zijn onder meer bestemd voor wegen en woonstraten, erven, pleinen en paden en parkeervoorzieningen.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Voor het gehele plangebied zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie historische kern’ (voor de instandhouding en bescherming van op of in de gronden aanwezige archeologische waarden) en ‘Waarde – Beschermd stadsgezicht’ (mede voor het behoud, herstel en het versterken van de cultuurhistorische waarden en elementen) van toepassing. Langs de zuidrand van het plangebied geldt tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Rijksmonumentaal terrein’, voor de instandhouding en bescherming van het rijksmonumentale terrein. Het noorden van het plangebied kent daarnaast nog de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk’. Ter plaatse van deze aanduiding zijn de gronden ook bestemd voor het onderhoud, de instandhouding en de versterking van de aangrenzende waterkering. Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan. Voorliggend plan maakt de realisatie van een gemeenschapshuis met buitenruimte mogelijk. Deze ontwikkeling is niet passend binnen de geldende bestemmingen ter plaatse van het plangebied. Het plan is daarmee in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Parapluplan Geitenhouderijen – 2019 Ter plaatse van het plangebied geldt het ‘Parapluplan Geitenhouderijen – 2019’. Dit plan heeft betrekking op het houden van geiten. In voorliggend plan is hiervan geen sprake.
Het parapluplan heeft daarmee geen verdere relevantie voor onderhavig initiatief. Parapluplan Wonen – 2023 Ter plaatse van het plangebied geldt het ‘Parapluplan Wonen – 2023’. Met dit plan wijzigt de gemeente Oss enkele regels/begripsbepalingen in de gemeente met betrekking tot wonen. Voorliggend plan maakt geen woonfuncties mogelijk. Het parapluplan heeft daarmee geen verdere relevantie voor onderhavig initiatief.
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 6 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Rechtskracht Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest het bestemmingsplan ‘Beschermd stadsgezicht Ravenstein – 2013’, binnen het plangebied, haar rechtskracht.
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
2.1 Inleiding Het plangebied is gelegen aan de Maasdijk op het Bovenste Hoornwerk en De Beneden Bleek in Ravenstein, gemeente Oss. De locatie bevindt zich zuidoost van de oude kern en ten zuiden van de rivier de Maas. Het plangebied maakt onderdeel uit van de historische vestinggordel van Ravenstein en ligt net iets ten zuidoosten van het stadshart. In de omgeving van het plangebied bevinden zich voorts een jachthaven en woonwijk. Aan de oostkant van het plangebied bevinden zich nog enkele vrijstaande woningen en een horecagelegenheid. De contouren van de buitenwerken van het hoornwerk zijn nog aanwezig. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich een versterkte dijk met bomen en aan de zuidkant wordt het plangebied begrensd door de gracht. Ook aan de zuidkant bevindt zich een dichte bomenrij. Tussen de zijdes van het Hoornwerk bevindt zich een lager gelegen middenterrein. Het middenterrein behelst in de huidige situatie een grasveld met enkele paden en solitaire bomen. Het terrein werd gebruikt als camping, maar deze activiteiten zijn reeds beëindigd. Momenteel is het terrein afgesloten en betreft het een onbenut gebied. Aan de westzijde van het plangebied bevindt zich een gedeelte van het parkeerterrein Beneden Bleek. Via het parkeerterrein wordt het plangebied ontsloten door De Bleek. Navolgende afbeelding geeft de situatie globaal weer.
Luchtfoto plangebied (bron: PDOK viewer) 2.2 Historische betekenis Het plangebied is een bijzonder gebied omdat het een essentieel onderdeel is van de historische vesting die in het stadje aanwezig is geweest en waarvan de restanten nog steeds aanwezig zijn, zowel zichtbaar als onder de grond. Hoewel de vesting niet overal meer aanwezig is, is Ravenstein nog wel een echt
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 7 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
vestingstadje. Met een oud centrum, restanten van de vestingwerken, de grachten rondom en nog gedeeltelijk vrij liggende hoornwerken, Om de ontwikkeling van het Bovenste Hoornwerk in de juiste context te plaatsen is een gebiedsvisie gemaakt. Het doel van deze gebiedsvisie is om de ontwikkeling van het gebied als onderdeel van de ontwikkeling van de gehele vesting uit te werken. De gebiedsvisie is opgenomen in bijlage 1 en wordt in de toelichting gebruikt op relevante onderdelen. Het plangebied (het Bovenste Hoornwerk en de Beneden Bleek) dient in een bredere context bekeken te worden. Het maakt onderdeel uit van de historische vestingwerken rond het stadje Ravenstein. Samen met andere vestingsteden maakte Ravenstein onderdeel uit van de zuiderwaterlinie. Deze verdedigingslinie uit de 17e en 18e eeuw liep van Sluis in Zeeland tot aan Nijmegen.
De zuiderwaterlinie
Ten aanzien van de bestaande situatie kijken we naar het plangebied. Echter, is het in dit geval van belang een bredere context in acht te nemen. De ontwikkeling kan niet los worden gezien van de historische vesting waar het deel van uitmaakt. De stad Ravenstein heeft zich sinds 1360 ontwikkeld, met als basis een kasteel. De vestiging van het kasteel op deze locatie was gemotiveerd door het heffen van tol aan de 'strang', een zijarm van de Maas die langs het stadje liep. Het stadje ontstond in het grensgebied tussen Brabant, Gelre en Kleef. Ravenstein was lange tijd niet Hollands maar behoorde evenmin tot Brabant; het viel onder het Hertogdom Kleef. Als hoofdstad van het Land van Ravenstein fungeerde de stad als toevluchtsoord voor katholieke kloosters die verdreven werden door calvinistische bezetters. In 1814 werd het opgenomen in het Koninkrijk der Nederlanden.
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 8 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
De oorspronkelijke contouren van vestingstad CONCEPT cultuurhistorische waardenkaart okt 2023 bureau RAAP (voor legenda zie bijlage 2)
Begin zestiende eeuw worden de vestingwerken gemoderniseerd en uitgebreid met twee grote rondelen, alsmede bolwerken naar oud Italiaans vestingmodel aan de Maas. In de zeventiende eeuw wordt de stadsverdediging onder druk van de Republiek fors gereorganiseerd. Een aanzienlijk deel van de stad en de aangrenzende dorpsbebouwing wordt afgebroken om Ravenstein uit te bouwen tot een riviervesting naar Hollands model; geheel omringd door water. De binnendijkse bastions kregen de weinig Brabantse namen ‘Orange’, ‘Hollands’ en ‘Utrechts’. Aan de rivierzijde lagen buitendijks twee rondelen met daartussen een rechtgetrokken rivierfront. Eén Ravelijn lag in de Maasarm - ook wel de Binnenmaas of strang genoemd - die langs de vesting stroomt. Aan de buitenzijde van de brede vestinggracht lag een 2tal hoornwerken als vooruit geschoven posten. In 1672 - het zogeheten Rampjaar - vielen de Franse legers aan. De Fransen bevestigden de soevereiniteit van Ravenstein, echter onder de voorwaarde dat de vesting zou worden ontmanteld. Alleen de stadspoorten en het kasteel ontspringen de dans. De Maaspoort kreeg een nieuwe betekenis doordat langs de Maas een nieuwe dijk met een verkeersweg aangelegd wordt. Op de afgegraven stadswallen wordt een wandelpad aangelegd, die met zijn slingeringen het oude beloop van de vestingwerken volgt.
2.3 De Huidige situatie Van de 17de-eeuwse stadswallen en bastions is nog wel het globale verloop te zien, maar niet de oorspronkelijke vorm. Bij de meest noordelijke aansluiting op de dijk ligt een restant van een bolwerk, waarop een 19de-eeuwse theekoepel staat. In 1999 zijn de buitendijkse rondelen langs de dijk gedeeltelijk in oude staat teruggebracht. De Maasdijk ligt hier op het tracé van de vroegere riviermuur. De inlaat voor Maaswater is verdwenen. De bovenste en het benedenste hoornwerken zijn in de loop van de tijd hun omwalling kwijtgeraakt maar hun contour is nog duidelijk herkenbaar. Direct grenzend aan het Bovenste Hoornwerk ligt aan de Maasdijk het Veerhuis, daterend uit 1805, een restaurant genaamd Brass aan de Maas . Aan de andere kant van Ravenstein aan de Maasdijk ligt het ‘Benedenste Hoornwerk’. Deze wordt sinds 1868 doorsneden door de spoorlijn en dijk Nijmegen - ‘s-Hertogenbosch. Ook de strang wordt vanaf dat moment doorsneden. De vestingstad wordt heden ten dage dus omgeven door een aantal grootschalige, moderne elementen; het spoor en de spoordijk, woningen en bedrijven, de snelweg A50 en de mengvoederfabriek ‘de Heus’. De mengvoederfabriek ligt tussen het stadje en de rivier en bepaalt samen met de gedempte strang het huidige isolement van het stadje ten opzichte van het water.
We zien nu een brede ambitie om het verleden van Ravenstein op een passende manier zichtbaar te maken. Op veel punten van de vesting is dit reeds gebeurd. Dit heeft geleid tot het behoud van de historische elementen die het verleden zichtbaar maken. Hiermee wordt ook de recreatieve en toeristische aantrekkelijkheid versterkt. Projecten als de Zuiderwaterlinie, Meanderende Maas en diverse losse projecten dragen bij aan het terugbrengen van de historische elementen en de toeristische promotie. Zoomen we in op het plangebied, dan zien we een aantal veranderingen in de loop van de tijd. De aarden wallen zijn al lang niet meer aanwezig en het gebied laat in de geschiedenis vormen van tijdelijk gebruik zien. Zo is het als moestuin en als voetbalveld gebruikt. Het laatste gebruik was als camping waarna het enkele jaren braak heeft gelegen in afwachting van toekomstplannen. Het braakliggende stuk hoornwerk is altijd vrij gebleven van bebouwing. De huidige beplanting is een overblijfsel van de camping en is gericht op het afschermen van de camping.
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 9 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Luchtfoto (2013) van de stadscamping welke inmiddels weg is.
Om de ontwikkeling van het Bovenste Hoornwerk in de juiste context te ontwikkelen is een bredere gebiedsvisie opgesteld. Hieruit komen uitgangspunten voor de ontwikkeling van het hoornwerk. Dit wordt verder beschreven in het hoofdstuk 3, beoogde situatie.
Hoofdstuk 3
Beoogde situatie
3.1 Inleiding Het huidige plan is tot stand gekomen in een aantal stappen. Het beginpunt is het proces dat is doorlopen met de voorzieningenkaart wat in 2015 tot stand is gekomen en waarbij in overleg met de bewoners tijdens een presentatie in 2018 is gekozen voor een nieuw Vidi Reo op het Bovenste Hoornwerk. Vervolgens heeft een verdere uitwerking plaatsgevonden van het gebouw. Tijdens het proces werd duidelijk dat een gebiedsvisie nodig was. De functie van deze gebiedsvisie is om de ontwikkeling van het gebouw in de cultuurhistorische omgeving verder uit te werken. De gebiedsvisie geeft randvoorwaarden voor het gebouw van Vidi Reo en de inrichting van de omgeving. Het zorgt dat dit als een integraal onderdeel van de vesting van Ravenstein wordt ontwikkeld. Met de gebiedsvisie leggen we de plek van Vidi Reo vast en de (cultuurhistorische) context waarbinnen het gebouw ontwikkeld wordt. Dit wordt nu vastgelegd in dit bestemmingsplan. Na de vaststelling van dit bestemmingsplan wordt er voor het gebouw een definitief ontwerp gemaakt en komt er een definitief inrichtingsplan voor de buitenruimte. 3.2 Voorzieningenkaart De planvoorbereiding voor de nieuwbouw van gemeenschapshuis Vidi Reo heeft een langere tijd in beslag genomen. Het proces voor de uitwerking van de voorzieningenkaart heeft plaatsgevonden met de inwoners van Ravenstein.
Op 23 juni 2015 is het raadsbesluit genomen voor de voorzieningenkaart voor Ravenstein.
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 10 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Afbeelding: Dia uit presentatie voorzieningenkaart (2015) bijlage 7– hier werd afgewogen waar het gemeenschapshuis moest komen. Samen met de bevolking van Ravenstein werd gekozen voor het hoornwerk.
Hierbij werden drie locaties tegen elkaar afgewogen: de huidige locatie van Vidi Reo, de pastorie en de kerk en de locatie Beneden Bleek en Bovenste Hoornwerk. Gekozen is voor het Bovenste Hoornwerk. In oktober 2018 zijn de 3 locaties tijdens de openbare dorpsraadvergadering gepresenteerd en is er in een stemmingsronde (groen en rode bordjes) gestemd voor de locatie Bovenste Hoornwerk - Beneden Bleek. 3.3 Gebiedsvisie Op 2 maart 2022 heeft het college de locatiestudie voor het Hoornwerk vastgesteld. Bij de totstandkoming van de visie is meerdere keren afstemming gezocht met belanghebbenden. Deze input is gebruikt om de visie verder aan te vullen en om keuzes te maken over de ontwikkelrichting. De gebiedsvisie ging uit van twee ontwikkelingen die zouden gaan spelen, namelijk: de nieuwbouw van het gemeenschapshuis Vidi Reo en het versterken van de dijk in het kader van het Meanderende Maas project. Beide projecten zouden elkaar op een positieve manier kunnen beïnvloeden. Hier zat destijds een grote overlap omdat de dijkversterking toen nog op het binnentalud was gepland. De dijkversterking bleek later aan de andere zijde van de dijk te gaan plaatsvinden. Uiteindelijk is de ontwikkeling van het hoornwerk losgekoppeld van de Meanderende Maas. Wel is er aandacht voor hoe beide projecten elkaar beïnvloeden en of er mogelijk synergie te halen is bij de uitvoering.
Belangrijke raakpunten zijn: de verkeersaansluiting aan de dijk en de aansluiting op het halfbastion die in het project Meanderende Maas zichtbaar wordt gemaakt. De locatie van de bebouwing op het hoornwerk en de landschappelijke setting zijn verder uitgewerkt in het ontwerp en de gebiedsvisie. De ingreep behelst naast het inpassen van het gebouw het opnieuw vormgeven en zichtbaar maken van dit deel van de vesting. Dit willen we graag op een manier doen die past bij Ravenstein en de vesting en een aantrekkelijke aanvulling vormt op de bestaande kwaliteiten. Daarbij kijken we ook naar belangrijke zaken als de groene ontwikkeling (recreatie, natuur, inpassing, historie), verkeer, aangrenzende gebieden, bodem en water.
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 11 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Vanuit een analyse zijn uitgangspunten opgesteld voor het ontwerp van de Beneden Bleek en het Bovenste Hoornwerk. Deze uitgangspunten zijn deels gebaseerd op de visie ‘Waterfront Ravenstein’ waarin een visie op de vesting is opgesteld. Belangrijke punten uit deze visie die we hebben overgenomen zijn: • Het helen van de vesting en het versterken van de relatie met de Maas; • Toerisme en recreatie ontwikkelen maar ‘geen tweede Heusden’ • Zichtbaar maken van de ‘gelaagde’ vesting van verschillende periodes
Afbeelding: Heusden vs Ravenstein: een harde reconstructie in Heusden en een ‘zachte’ informelere verbeelding.
In de gebiedsvisie wordt de vesting als geheel verder geanalyseerd. De dijk komt als een belangrijk structuur naar voren als as van waaruit het stadje wordt waargenomen. De dijk vormt een groene lijn (bomendijk). Aan beide kanten is er zicht op de vesting aan de ene kant en op de uiterwaarden aan de andere kant.
De vesting wordt beschreven als een ‘zachte’ vesting. We zien onderdelen uit meerdere perioden naast elkaar. Deze gelaagdheid kan worden benut. Het vertelt het unieke verhaal van deze vesting. De informele groene setting van de gracht, met de achterkanten van private eigendommen aan het water en openbaar groen kenmerkt de rand van het oude stadje.
In de huidige situatie zien we vooral in het plangebied (Beneden Bleek en Bovenste Hoornwerk) een aantal functies zoals parkeren, spelen, ontmoeten, honden uitlaatveldje etc. Deze voorzieningen
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 12 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
versterken eerder het beeld van een achteraf gebied in plaats van een onderdeel van een historische vesting. Visie op de ontwikkeling van de vesting Naar aanleiding van de analyse en de input van de belanghebbenden is er gekomen tot een aantal uitgangspunten en keuzes voor de ontwikkeling van de vesting in het algemeen en het Bovenste Hoornwerk en Beneden Bleek in het bijzonder. • Geen tweede Heusden Ravenstein is een ‘zachte’ vesting, met een landschappelijk, groene singel rondom. Daaraan liggen met name achterkanten en (groene) parkjes en tuinen. Wandelpaden maken het mogelijk kortere of langere rondjes te maken, afwisselend aan weerszijden van het water. De rand langs de Maas heeft het karakter van een groene wandelboulevard, waar de auto te gast is. • Relatie Ravenstein Maas versterken Zicht vanaf de dijk is cruciaal. Onder de bomen door zie je aan de ene kant de stromende rivier en de uiterwaarden, aan de andere kant is er zicht op de singelgracht en (oude) vestingwerken. Wandelpaden verbinden de binnenstad met de uiterwaarden. De versterkte dijk vormt een doorlopende lijn, waar de stad ‘aan opgehangen is’. Er wordt een duidelijkere verbinding gemaakt met de haven en het veer.
• Zichtbare en beleefbare gelaagdheid en zichtbare en beleefbare (contouren van) vesting-onderdelen Per plek aan de singel wordt onderzocht hoe de geschiedenis in elkaar steekt en welke aspecten gecombineerd kunnen worden met nieuwe ontwikkelingen. Reconstructie kan, maar is geen hard uitgangspunt. Inspiratie is dat wel: telkens wordt de vraag gesteld of er (nieuwe) relaties kunnen worden gelegd tussen verleden en toekomst en welke (nieuwe) functies op welke plek kunnen landen. • Toekomstige ontwikkelingen niet uitsluiten Met name de oorspronkelijke contouren en aard van de vestingonderdelen zijn leidend bij het zoeken naar nieuwe invullingen en leggen de basis voor heldere zones binnen het plangebied, die onderling nauw samenhangen. Elke zone krijgt een eigen programma en uitvoeringstraject waarbij voortdurend onderlinge afstemming plaatsvindt.
(bron: gebiedsvisie en inrichtingsplan Bovenste Hoornwerk Ravenstein)
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 13 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Inzoomen op plangebied Op dit moment is er sprake van een ontbrekende schakel in de vestinggordel ter hoogte van de Bleek. De continuïteit van de singel is weg, de situatie is onoverzichtelijk. De singelgracht maakt een haakse beweging en loopt van het centrum weg. De ontwikkeling van het gemeenschapshuis Vidi Reo biedt een kans om het zichtbaar en beleefbaar maken van de vesting ter hoogte van de Beneden Bleek en het Bovenste Hoornwerk te versterken en ad hoc incidenten uit het verleden te heroverwegen. Ontwikkelingen moeten inspelen op de (contouren en aard van de) vestingwerken en ontwikkelingen in de verdere toekomst niet frustreren. Ontwikkelingen zullen een grote impact hebben op het Bovenste Hoornwerk, de Beneden Bleek en de plek van het half-bastion.
Het Bovenste Hoornwerk diende ooit ter verdediging van de stad en fungeerde als kogelvanger en geschutsplek in tijden van gevaar. In rustige tijden was het waarschijnlijk een gebied voor (tijdelijke) groene functies zoals bleek, weiland of moestuin. Reconstructie van de oorspronkelijke vorm met grondlichamen is niet het eerste doel. Wel wordt onderzocht wat kan passen bij de aard en kenmerken van het Bovenste Hoornwerk. Die kenmerken zijn: • Vooruitgeschoven post, met naar binnen geklapte punt; • Open terrein, voor meerdere functies inzetbaar (flexibel); • Drie min of meer dichte zijden en een open ‘keel’ richting stad; • Duidelijke zichtrelatie tussen stad en Bovenste Hoornwerk; • Buitencontouren redelijk intact: noordzijde valt samen met dijk, zuidzijde met gracht tussen Bovenste Hoornwerk en woonwijk, oostzijde met dichte enclave van Veerhuis, enkele woningen, Jeugdwerkterrein en gracht; • ‘Keel’ is nu niet helder gedefinieerd, historische kaarten laten knik parallel aan het half-bastion zien, exacte positie oorspronkelijke westrand van het Bovenste Hoornwerk is niet bekend.
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 14 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Het half-bastion verving waarschijnlijk het meer naar het westen gelegen rondeel uit eerdere tijden. Tussen beide zijn restanten van een tunnel (holle beer) aangetroffen. Reconstructie van de oorspronkelijke vorm van het half-bastion wordt opgepakt vanuit de dijkversterking. De aansluiting hierop wordt mogelijk gehouden door deze ruimte vrij te houden. Op dit moment is er geen programma om hier in te vullen. De Beneden Bleek was ooit een gracht. Het water terugbrengen is niet het eerste doel. Bovendien is er vervuilde grond gebruikt om destijds de gracht te dempen. De wijze van inrichten heeft wel direct relatie met het zicht op de vesting. Voorgesteld wordt daarom het uitgangspunt ‘Laag, leeg en open’ aan te houden voor de Beneden Bleek. Verkeer Op de Beneden Bleek ligt het belangrijkste parkeerterrein van Ravenstein. De parkeercapaciteit wordt hier in de huidige situatie al benut. Voor Vidi Reo is aanvullende parkeercapaciteit nodig. Het parkeerterrein is ontsloten via het oude centrum. Er zijn voor de nieuwe functie 45 extra parkeerplaatsen nodig. Er zitten in de ontwikkeling een aantal ingrijpende keuzes ten aanzien van verkeer en parkeren: • Parkeren op huidige locatie op het Bovenste Hoornwerk – beide opties hebben verschillende voor- en nadelen. Gekozen is om de Beneden Bleek te behouden voor de parkeerfunctie.
De gewenste openheid / leegheid van het Bovenste Hoornwerk is hiervoor een belangrijk argument. Daarnaast is de dijkafrit op deze manier beter aan te sluiten zonder de kenmerken van het hoornwerk aan te tasten. Belangrijke nadelen zijn het zicht op het parkeerterrein en het onderbreken van de groene vesting op dit punt. Vooral het argument het Bovenste Hoornwerk als open en leeg te behouden is hierbij bepalend geweest om het parkeren op de Beneden Bleek te houden. Aandachtspunt is het maken van de verbinding met de vesting en het centrum. Het parkeerterrein mag zo min mogelijk een barrière vormen. • Nu komen we er op uit dat het open karakter/ de leegte van het Bovenste Hoornwerk belangrijker is. • Voor de bouw van Vidi Reo zal een bouwweg aangelegd worden. Deze zal daarna de ontsluiting worden van het parkeerterrein. Het grote voordeel hiervan is dat er een stap gezet kan worden in het autoluwer maken van het centrum. Gekozen wordt om een directe aansluiting op de dijk te maken. Aandachtspunt bij de uitwerking is een verkeersveilige aansluiting op de dijk en de aansluiting op het centrum. Locatie gebouw Onderzocht is welke positie de nieuwbouw kan innemen en hoe dit past bij de uitgangspunten. De ruimtelijke relatie tussen het centrum en Vidi Reo, de kansen om aan te sluiten op oude structuren leiden er toe dat de zuidzijde van het hoornwerk de beste beoordeelde plek blijft.
Een voorgestelde locatie op / aan het halfbastion is ook onderzocht. Om dit binnen de contouren te realiseren bleek niet haalbaar.
Afbeelding: de bouwmassa op vier verschillende afgewogen posities
Groen en Water Het groene karakter is een gewaardeerd onderdeel van de vesting. In de huidige situatie is er al veel waardevol groen aanwezig. Aanvankelijk waren er maatregelen voorzien voor de dijkverzwaring op het
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 15 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
noordelijk talud die ten koste zou gaan van veel bomen. Dit is niet doorgegaan omdat er ook noordelijker buiten het plangebied mogelijkheden waren. Langs de noordzijde willen we het groen gaan door ontwikkelen van de huidige afschermde beplanting naar een beplanting met meer doorzichten. Hiermee kunnen we met behoud van waardevolle bomen toewerken naar de gewenste dubbele bomenrij zonder dat we in één keer veel moeten kappen. Voor de ontsluitingsweg is wel een doorgang nodig die ten koste van bomen zal gaan. De private gronden aan de oostzijde zijn goed ‘ingepakt’ met beplanting. Dit deel blijft zo gehandhaafd. Gekeken wordt in hoeverre het groen hier aangevuld kan worden zodat overlast richting bewoners zo veel mogelijk beperkt kan worden. Er zal geprobeerd worden het groen langs de zuidzijde zal gedeeltelijk te handhaven. Hier moet nog een uitwerking worden gemaakt over hoe het gebouw, het te maken talud en het groen het beste gecombineerd kunnen worden. De afschermende beplanting tussen de huidige parkeerplaats en het hoornwerk zal grotendeels verdwijnen. Deze structuur sluit niet aan bij de gewenste openheid van de ‘keel’ van het hoornwerk. Wel zal nog worden onderzocht welke bomen uit deze boomstrook als solitaire boom of als cluster gehandhaafd kunnen worden. Op het Bovenste Hoornwerk zelf staat één mooie solitaire eik. Deze wordt behouden.
Om het groene karakter van de vesting verder te versterken kan in het gebied aanvullend worden aangeplant. Hierbij zal wel de openheid van de Beneden Bleek en de openheid van het hoornwerk leidend zijn. Er moet voor plantplaatsen dan vooral aan de randen worden gezocht. Uitgangspunt is het aanplanten van inheemse bomen en het creëren van leefgebied voor inheemse soorten. De bouw van Vidi Reo geeft ook de kans om natuur inclusief te werken. Deze plek biedt kansen voor het maken van verblijfplaatsen voor vleermuizen. Maar ook het leefgebied van de bever is een belangrijk uitgangspunt. Bij het ontwerp van het gebouw zal hier rekening mee gehouden worden. Het opvangen van water is een belangrijk aandachtspunt in dit plan. Voorkomen moet worden dat water direct op de gracht wordt afgevoerd maar dat het op het terrein kan worden opgevangen. Hierbij moet het geen overlast geven op het eigen terrein of op dat van naastgelegen percelen.
Het inrichtingsplan Bovenste Hoornwerk en Beneden-Bleek 18-10-2024
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 16 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Beschermd stadsgezicht De gebiedsvisie (datum 23-10-2023, zie bijlage 1a) is in december 2023 besproken met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Het Bovenste Hoornwerk is aangewezen als Rijksmonument (Rijks monumentaal terrein monumentnummer 32372) en maakt onderdeel uit van de vesting Ravenstein dat ook is aangewezen als Rijks beschermd stadsgezicht. De bouw van Vidi Reo en andere ingrepen zijn wijzigingen aan dit rijksmonument. Voor het wijzigen van een rijksmonument is een omgevingsvergunning nodig en moet het RCE om advies gevraagd worden. Voor de realisatie van Vidi Reo is de wijziging van een bestemmingsplan noodzakelijk en uiteindelijk ook een omgevingsvergunning voor wijziging van het Rijksmonument. (vergunning bouwen). Voor de haalbaarheid van het plan is het nodig om te onderzoeken of die omgevingsvergunning überhaupt verleend kan worden. Daarom is er in een eerder stadium advies gevraagd aan de RCE. De RCE heeft per brief van 29 november 2022 een pre advies geleverd. (zie bijlage 3). Het advies luidt: “in basis voorstelbaar, maar nog onvoldoende onderbouwd”. In september 2023 is er aanvullend overleg geweest met de RCE en is de gebiedsvisie en het ontwerp aangepast n.a.v. het kritische advies van de RCE. Op basis daarvan is een aanvullende studie verricht; Inrichting Bovenste Hoornwerk Ravenstein (oktober 2023, bijlage 1a).
Hierin is de gebiedsvisie verder uitgewerkt en is de samenhang met de ontwikkeling van de vesting verder uitgewerkt. in december 2023 is er wederom aanvullend overleg geweest met de RCE en is de gebiedsvisie en het ontwerp aangepast n.a.v. het kritische advies van de RCE. Op basis van deze plannen is er een nieuw advies opgesteld door de RCE (d.d. 02-02-2024 zie bijlage 3) waarbij de conclusie als volgt is: “Gelet op het voorgaande is de conclusie dat het plan is basis voorspelbaar is. Het gebrek aan samenhang in de gebiedsvisie is door verdere analyse en onderzoek verder gedefinieerd en becommentarieerd. De keuzes als ook de samenhang overtuigen. De som der delen lijkt inderdaad meer te zijn dan ‘slechts’ een gebouw. Het door ontwikkelde en verder uitgewerkte plan wordt met belangstelling tegemoet gezien.’ Het RCE heeft nadrukkelijk gevraagd om de feitelijke ruimtelijke betekenis van het hoornwerk en het halfbastion. Belangrijke kenmerken van het hoornwerk zijn de randen en de lege ruimte binnenin. Het groene karakter en de relatie met de omgeving is belangrijk om het gebouw te kunnen beoordelen. In het inrichtingsplan van oktober 2023 wordt de gebiedsvisie van eind 2021 verder uitgewerkt. Het document Inrichting Bovenste Hoornwerk Ravenstein (mei 2024) is als bijlage 1b toegevoegd.
Hieruit blijkt dat er een uitgebreide analyse heeft plaatsgevonden van kansen en knelpunten op gebied van: • De historische context • Water en groen; • Stedenbouwkundige en ruimtelijke opbouw; • Verkeerssituatie (infrastructuur en route). Dit heeft geleid tot het definiëren van het bestemmingsvlak en dat is hieronder in enkele beelden uiteengezet.
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 17 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Afbeeldingen: gebiedsvisie oktober 2023 – bijlage 1a
Conclusie : Deze analyse heeft geleid tot de bovenstaande begrenzing van functies welke in het bestemmingsplan wordt vastgelegd. Hierbij zien we een basis van een groene functie. Hierop een verkeersfunctie voor het parkeerterrein en de aansluiting op de dijk. In oranje de functie Gemengd waarbinnen de bebouwing zal komen.
Afbeelding: inkijk gebiedsvisie inrichtingsplan 2024
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 18 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Afbeelding: impressie voorontwerp 2024 - zicht vanaf het Doolhof
Afbeelding: Impressie voorontwerp 2024 - zicht vanaf de Maasdijk
Afbeelding: impressie voorontwerp 2024 - de leegte van het Bovenste-Hoornwerk
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 19 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Afbeelding: plan in vogelvlucht voorontwerp 2024
3.4 Programma Vidi Reo Het gemeenschapshuis Vidi Reo kent vele gebruikers die allemaal een nieuwe plek zullen krijgen. Een gemeenschapshuis maakt het mogelijk dat iedereen elkaar kan ontmoeten en mee kan doen aan activiteiten. Het gemeenschapshuis biedt mogelijkheden om buurtbewoners te ontmoeten en hun dag zinvol te besteden. Zo zorgt het ervoor dat mensen vitaler blijven en minder snel gebruik hoeven te maken van zorg van een zorgaanbieder. De vrijwilligers krijgen daarin hulp van (zorg)professionals als dat nodig is. Daarbij sluit het gemeenschapshuis aan bij de behoeften in het Stadje Ravenstein.
Afbeelding: zichtlijn vanaf de Beneden-Bleek naar voorgevel gemeenschapshuis
Op dit moment is rekening gehouden met de volgende gebruikers in Vidi Reo: • Thuis in de buurt; • Ons welzijn; • de Ouderenbond: met ruimte onder andere voor biljarten, bridgen, gymmen, hobbyclub, kaarten; • een jongerensoos Madhouse; • OBK: (Oefening Baart Kunst) stadsharmonie; • Big Band Ravenstein BBR; • Mix of Music zangkoor met circa 50 leden; • andere muziekverenigingen; • Krulkracht, dagbesteding van een sociaal maatschappelijke dienstverlener; Daarnaast zijn er ook nog algemene voorzieningen zoals een huiskamer, een keuken, een bar, een grote zaal en meerdere spreekkamers. Gezamenlijk levert dit een ruimtevraag op van maximaal 1500 m2 aan bebouwing. De bebouwing heeft een maximale hoogte van 5,5 meter. Plaatselijk is de bebouwing hoger vanwege het functioneren van de zaal een grotere hoogte nodig is. Voor 45% van het gebouw wordt daarom een maximale hoogte van 8,5 meter mogelijk gemaakt. Bij de entree op de kopgevel komt een buitenterras.
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 20 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Impressies Voorontwerp 2024 gebouw en gebied
Impressies Voorontwerp 2024 gebouw
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: • Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; • Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en project afwijkingsbesluit; • Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; • Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; • De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; • Voor de realisering van projecten kan een project afwijkingsbesluit genomen worden; • Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheer verordening te maken in plaats van een bestemmingsplan;
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 21 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
• Er is een drempel voor planschade van 2%; • De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; • Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen. Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig.
Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een project afwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”.
Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouw locaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Planspecifiek Het plan (Vidi Reo) maakt de realisering van een nieuw gemeenschapshuis van circa 1.500 m2 mogelijk. Het betreft de verplaatsing van het bestaande gemeenschapshuis dat reeds in de omgeving gelegen was. De oppervlakte van het gebouw neemt beperkt toe (ca. 450 m2). Daarmee is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Een nadere toetsing aan de ladder is niet nodig. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 22 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: • Rijksvaarwegen • Grote rivieren • Defensie • Hoofdwegen en landelijke spoorwegen • Elektriciteitsvoorziening • Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen • Natuurnetwerk Nederland • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro.
Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijks vaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. 4.2
Rijksbeleid
4.2.1 De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: • Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; • De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; • De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; • De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden;
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 23 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
• Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; • Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Planspecifiek Het plan voorziet in het mogelijk maken van een gemeenschapshuis op een open terrein binnen de bebouwde kom van Ravenstein. Daarmee is sprake van duurzaam ruimtegebruik. Dit terrein maakt onderdeel uit van de vestingwerken van Ravenstein en door realisatie van dit plan komen die cultuurhistorische kwaliteiten weer meer tot leven en wordt het gebied onderdeel van het centrum. De opvang van het regenwater wordt meegenomen in het ontwerp van de inrichting. Het dak wordt deels voorzien van zonnepanelen en zal deels voorzien worden van natuurlijke afwerking. Door het plan te voorzien van een afrit vanaf de Maasdijk zal het verkeer in het centrum van het stadje afnemen wat voor een verkeersluwer centrum zorgt. Van de andere speerpunten is in voorliggend plan geen sprake. Daarmee staat de NOVI voorliggend initiatief niet in de weg. 4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: • Werken aan de Brabantse energietransitie • Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant • Werken aan de slimme netwerkstad • Werken aan een concurrerende, duurzame economie
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 24 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Planspecifiek Met voorliggend plan wordt de realisatie van een gemeenschapshuis op een onbenut terrein in de bebouwde kom van Ravenstein mogelijk gemaakt. Het gemeenschapshuis dient als ontmoetingsplaats en herbergt verschillende stedelijke functies met maatschappelijke en economische waarde. Het plan levert daarmee een bijdrage in het versterken van het stedelijk netwerk van Brabant in ruimtelijk, sociaal en economisch opzicht. Daarmee is het plan passend binnen de provinciale opgaven te werken aan (slimme) netwerkverbanden en een concurrerende, duurzame economie. Doordat we de cultuurhistorie op de locatie gaan verbeelden zal deze ontwikkeling ook bijdragen aan cultuuraantrekkelijkheid. Ook het toevoegen van maatregelen omtrent ecologie zorgen ervoor dat dit passend is binnen de omgevingsvisie. Het plan is passend binnen de Omgevingsvisie. 4.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kader stellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd.
Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die in werking treedt als de Omgevingswet in werking treedt. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: • Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gedaan door een melding. • Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
Planspecifiek Navolgend worden de relevante thema’s/kaarten uit de Omgevingsverordening toegelicht: Stedelijke ontwikkeling en erfgoed Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de bij dit thema horende kaart. Hierop is te zien dat het plangebied gelegen is binnen ‘Stedelijk gebied’ en een zone aangemerkt als ‘Landelijke kern’.
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 25 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Uitsnede kaart ‘Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Op grond van artikel 3.42 uit de verordening dient voorliggend plan te onderbouwen dat onderhavige ontwikkeling passend is binnen regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Met voorliggend plan wordt een lege plek in de bebouwde kom benut, waarmee sprake is van duurzaam ruimtegebruik. Het plan voorziet in een vraaggerichte ontwikkeling en is daarmee passend binnen de regionale afspraken. Tevens dient er sprake te zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling. In hoofdstuk 3 is toegelicht dat het plan voorziet in het toevoegen van verschillende duurzame elementen. Daarmee voldoet het plan aan artikel 3.42. Natuur en stiltegebieden Het plangebied is gelegen op circa 50 meter ten zuiden van Natuur Netwerk Brabant (NNB). Op grond van de verordening dient aangetoond te worden dat van externe werking van het plan op NNB geen sprake is. Ziet voor meer informatie hierover paragraaf 5.2. Watersystemen, -veiligheid en –berging Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de bij dit thema horende kaart. Hierop is te zien dat het plangebied gelegen is binnen een ‘Aangewezen gebied voor peilbesluit’ en een zone aangemerkt met ‘Norm wateroverlast Stedelijk gebied’. Dit betreft instructieregels voor de waterschappen. Op het aspect water wordt nader ingegaan in paragraaf 5.5.
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 26 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
Uitsnede kaart ‘Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en –berging’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Conclusie Het plan is passend binnen de Omgevingsverordening. 4.3.4 Interprovinciale structuurvisie Meanderende Maas Met de Interprovinciale structuurvisie (IPSV) Meanderende Maas worden kaders geschept om de historische Maasdijk tussen Ravenstein en Lith te verbeteren, de Maas meer ruimte te geven en het omliggende gebied te ontwikkelen. In de Structuurvisie is het samenhangend pakket van maatregelen opgenomen ten behoeve van de veiligheid, aantrekkelijkheid en natuur van het gebied. Het document geeft al voor een groot deel en concreet invulling aan het toekomstbeeld, een langetermijnperspectief tot 2050 voor Meanderende Maas. Het document beschrijft de kansen die gebiedsontwikkeling biedt met betrekking tot het herstellen van landschappelijke en natuurlijke betekenis van de oude natuurlijke meanders, in combinatie met de noodzakelijke versterking van de dijk. In de IPSV wordt per dijksectie weergegeven wat voor type dijk het betreft, wat het hoogtetekort is en welke maatregelen er zijn voor stabiliteit en piping. Ook wordt aangegeven of er nog bijzonderheden zijn, zoals bomen of ene kademuur. Planspecifiek Met voorliggend plan wordt een gemeenschapshuis mogelijk gemaakt buiten het door de structuurvisie begrensde gebied. De bouw van het gemeenschapshuis heeft daarmee geen invloed op de beoogde dijkversterkingen langs de Maas.
Het binnenterrein wordt landschappelijk op een passende wijze ingericht. Hierbij wordt de verbinding gezocht met de beoogde dijkversterking. Gelet op de ruime omvang van het binnenterrein zijn hiervoor voldoende mogelijkheden. Geconcludeerd wordt dat het plan passend is binnen de IPSV. De planning van de werkzaamheden voor de Meanderende maas en Vidi Reo zullen op elkaar afgestemd worden. 4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Gebiedsvisie Stadjes en Kernen Op 15 juni 2023 heeft de gemeenteraad van de gemeente Oss ingestemd met de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied als bouwsteen voor de nieuwe omgevingsvisie. De gebiedsvisie Stadjes en Kernen vormt (net als de gebiedsvisie Vitaal Buitengebied) een tussenstap tussen de vigerende structuurvisies en de nog te ontwikkelen gemeente brede omgevingsvisie. De visie gaat met name in op de fysieke leefomgeving in de dorpskommen en hoe die de leefbaarheid bevordert. En dan vooral op woningbouw en ondernemerschap die aansluiten bij het karakter van elke
Hoornwerk Vidi Reo Ravenstein – 2023, pag. 27 van 69 Vastgesteld 12 december 2024
kern en voldoende voorzieningen op een redelijke afstand die goed benut worden. Nieuwe ondernemers in de kernen zijn ‘fijne buren’. Ze krijgen de ruimte om te ondernemen en innoveren, als ze zo goed als geen overlast veroorzaken en echt wat toevoegen aan het dorpsleven. Inwoners en ondernemers krijgen ruimte voor initiatieven, als die aansluiten bij wat in de kern nodig is en wat de bewoners willen. Draagvlak, duurzaamheid en samenwerking zijn dan belangrijker dan het strikt hanteren van de regels. Hier is maatwerk en overleg nodig en dat zal niet vanzelf gaan. De gemeente gaat met inwoners en ondernemers een goede manier ontwikkelen om daarbij de kwaliteit van de kernen in stand te houden of te verbeteren. Voor de jongste en oudste inwoners nodigt de directe omgeving uit om te bewegen en ontmoeten. Voor pakweg 8 tot 80 mag dat wat meer op afstand zijn, maar wel veilig bereikbaar. We kijken naar verkeer, groen en de (culturele) identiteit van de kernen. Belangrijk daarbij is om de kern herkenbaar en eigen te houden: zowel het uiterlijk als de sociale structuur. Het koesteren van het dorpsgezicht betekent ook dat niet zomaar alles gebouwd kan worden. Vitale gemeenschappen vragen een bescheiden overheid en andere vormen van participatie. We nodigen nieuwe groepen uit om zich in te zetten en uit te spreken over hun leefomgeving. We versterken de dialoog met de samenleving.