CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

3.c Bijlagenboek 3 bij toelichting

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: B Vaststellen bestemmingsplan Stationskwartier Ravenstein - 202415.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Geen hinder

0,1 - 0,2

Weinig hinder (bestaande situatie)

0,2 - 0,8

Matige hinder

0,8 - 3,2

Hinder

> 3,2

Ernstige hinder

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 4

Het accepteren van (matige) trillingshinder door overschrijding van de streefwaarden kan onder meer afhankelijk zijn van de mate waarin de trillingssterkte voorkomt, de aanwezigheid van andere trillingsbronnen (de achtergrondtrillingen), de mogelijkheid tot het treffen van trillingsreducerende maatregelen en de historie. In geval van mogelijke hinder dienen de betrokken partijen te overleggen. Alleen ernstige hinder(Vmax > 3,2) is niet toelaatbaar. De uiteindelijke afweging omtrent de acceptatie van de overschrijding van de streefwaarde wordt gemaakt door de gemeente om een beperkte mate van trillingshinder te accepteren conform de afwegingen uit SBR richtlijn B. De ernst van de overschrijding kan beoordeeld worden aan de hand van de streefwaarden voor bestaande situaties. Tabel 3: Streefwaarden herhaald voorkomende trillingen gedurende langere tijd voor bestaande situaties

In bijlage 3 zijn termen en definities gegeven relaterend aan de SBR-richtlijn B.

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 5

De opdrachtgever wil mogelijke trillingshinder ten gevolge van treinverkeer voor bewoners van de nieuwe woningen voorkomen. Uit de openbare gegevens uit o.a. www.ns.nl blijkt dat op dit traject het spoorverkeer bestaat uit reizigerstreinen - namelijk sprinters en intercity’s - en goederentreinen. In figuur 1 is de nieuwe situatie weergegeven.

Figuur 1: Globale ligging van het plangebied.

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 6

Het plangebied betreft woningen. Het aantal woningen, de positie, het funderingssysteem en de vloertypen van de woningen zijn in de onderwerpelijke situatie nog niet bekend. In de berekeningen wordt uitgegaan van “op palen gefundeerd” aan de vloervelden en het gewicht van de gebouwen worden eisen gesteld welke afhankelijk zijn binnen welke trillingszone deze gebouwen gerealiseerd worden. Tussen de spoorlijn en het noordelijke gebied ten westen van de Stationspad ligt een sloot van ongeveer 4 meter breed. Tijdens de meetperiode was het onmogelijk om metingen uit te voeren in het gebied ten oosten van de Stationspad, zoals aangegeven door Buro SRO. Hier ligt geen sloot. Wij verwachten dat – omdat het onderzoek rekening houdt met een worst-case scenario – de prognose resultaten ook in dit gebied geldig zullen zijn.

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 7

Onbemande trillingsmetingen zijn uitgevoerd op het terrein ten noorden en ten zuiden van het spoor met twéé tri-axiale trillingsopnemers welke gemonteerd zijn op 1 meter lange metalen staven die in de grond zijn gedreven. Dit is een beproefde methode om laagfrequente trillingen in de bodem te kunnen meten. Een derde trillingsmeter is gebruikt om de mate van de overdracht van trillingsgolven in de grond te beoordelen. Tijdens de metingen was het terrein niet in gebruik. De meetposities liggen op een denkbeeldige lijn loodrecht uit het spoor op de volgende meetposities: • • •

Op een afstand van ca. 15 meter (meetpositie 1, ten zuiden van het spoor); Op een afstand van ca. 25 meter (meetpositie 2, ten noorden van het spoor); Op een afstand van ca. 35 meter (meetpositie 3, ten noorden van het spoor).

Figuur 2: Overzicht van de meetposities in het plangebied. Op basis van de meetresultaten op de meetposities 1 en 2 zijn de trillingsniveaus met hulp van de empirische formule van Barkan op verschillende afstanden vanaf het spoor berekend. De resultaten van het onderzoek dienen een indicatief antwoord te geven op de vraag of er kans op hinder is in de toekomstige gebouwen op verschillende afstanden van het spoor. Doel van de prognoseberekeningen is om trillingszones te bepalen. Hiertoe is een frequentie afhankelijke overdrachtsfunctie gebruikt voor de overdracht van de trillingen in de bodem naar de fundering en van de fundering naar de vloer. In figuren 3 t/m 5 op bladzijde 7 zijn de ondergrondse meetposities 2 en 3 weergeven.

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 8

Figuur 3: Foto van meetpositie 2 in het terrein, ten noorden van het spoor.

Figuur 4: Foto van de geofoon op meetpositie 2.

Figuur 5: Foto van meetpositie 3, ten noorden van het spoor.

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 9

In de onderhavige situatie is ervoor gekozen om gedurende ca. één representatieve week de trillingen te meten waardoor een goed beeld van de lokale situatie is verkregen. In de meetpunten wordt in één verticale en in twéé onderling loodrechte horizontale richtingen gemeten. De onbemande metingen zijn uitgevoerd van maandag 28 juni 2021 in de ochtend t/m de ochtend van maandag 5 juli 2021. Op de meetlocatie zijn in drie richtingen (één verticaal en twéé horizontaal) de optredende trillingen geregistreerd. De z-richting is verticaal, de xrichting loopt parallel aan de spoorbanen. Bij de metingen is gebruikgemaakt van de in tabel 4 vermelde meetapparatuur. Deze meetapparatuur voldoet aan de specificaties uit de SBR-B richtlijn. Tabel 4: Gebruikte meetapparatuur. Trillingsanalyzer

Profound

Vibra SBR +

3-D geophoon

Profound

Vibra SBR +

Wireless 8g Vibration Meter

AV-Consulting/Convergence Instruments

SBR/DIN-4150

Trillingen worden bepaald door een snelheidsamplitude in combinatie met de dominante frequentie. Door de trillingsbron ontstaan trillingen die onder te verdelen zijn in drie componenten namelijk Rayleighgolf (67% van de energie), schuifgolf (26% van de energie) drukgolf (7% van de energie). De Rayleigh golf is bepalend voor het treffen van maatregelen in het overdacht gebied in deze situatie. Rayleigh golven zijn het belangrijkst voor de excitatie van gebouwen, deze worden ook wel oppervlakte genoemd golven omdat ze aan het oppervlak van de bodem voorkomen. In ondergrondse lijnen, Rayleigh golven zijn ontstaan uit de grondoppervlakreflectie van P- en S-golven. Rayleigh-golven kunnen alleen voorkomen in een homogeen half-open medium of in meer gecompliceerd maar met een enkele schijnbare snelheid als functie van de frequentie. Naast de bovengenoemde golven zijn er in theorie nog andere golven mogelijk.

Figuur 6: Diverse trillingsgolven; drukgolf, schuifgolf en Rayleigh golf

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 10

Uit eerder onderzoek van ons bureau, rapport 2006006608-20211654h-3 is gebleken dat maatregelen in het overdrachtsgebied tussen het spoor en de woningen geen soelaas biedt. Uit de berekeningen bleek dat er géén dempend effect op de trillingsniveaus optreedt voor de dominante frequenties op of rond ca. 4 - 8 Hz. Op basis van de meetresultaten is de theoretische overdracht op basis van de empirische formule van Barkan bepaald en dus zijn de trillingsniveaus in de bodem op verschillende afstanden van het spoor berekend. Voor de overdracht van trillingen door de bodem wordt gebruikgemaakt van de formule van Barkan: n

r  V (r ) = V (r0 )  0  e − ( r −r0 ) r waarin: V(r) V(r0) r r0 n

amplitude trillingssnelheid op een afstand r van de bron amplitude trillingssnelheid op referentie afstand r0 van de bron afstand van bron tot ontvanger [m] referentie afstand tot de bron [m] parameter voor beschrijving geometrische uitbreiding [-] parameter voor beschrijving van de materiaaldemping [1/m]

De geometrische demping – n in de formule - is afhankelijk van het type golf en de richting vanuit de bron waarin de trillingsuitbreiding plaatsvindt. Voor de R (Rayleigh)-golven of oppervlaktegolven (n = 0,5) is de geometrische demping kleiner dan voor de P- (pressure) golven of compressiegolven en de S-(shear) golven of schuifgolven. Dit geeft voor de Rayleighgolven op grotere afstand van de bron ten opzichte van de P en S-golf de grootste energie (>67%). Uit het boormonsterprofiel beschikbaar op DINOloket alsmede uit waarnemingen in situ van de auteur van dit onderzoek blijkt dat op de locatie de bodem kleiachtig is. Daarom is voor de prognoseberekening de materiaaldemping – α in de formule – bepaald op α = 0,01 [1/m] en α = 0,02 [1/m] voor de lage frequenties. De theoretische materiaaldemping bedraagt α = 0,08 [1/m] voor trillingen met een dominante frequentie rond 30 Hz. Dit betekent dat trillingsgolven met dominante frequenties rond 30 Hz (of daarboven) snel gedempt worden met de toename van de afstand. De berekende overdracht van de trillingen in de bodem vanaf meetpositie nr. 2 tot meetpositie nr. 3 komt overeen met de gemeten waarden in situ. Zoals verwacht worden de trillingsgolven met een dominante frequentie rond 30 Hz snel gedempt in de bodem. Daarom zijn in de berekeningen de laagfrequente trillingsniveaus beschouwd.

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

Rapport 2006006608-20211654h-3

AV-Consulting B.V., RI

Bladzijde 11

Trillingen worden door de bodem overgedragen naar de gebouwconstructie. De mate van trillingsoverdracht hangt af van de wijze van funderen alsmede de massa en de stijfheid van het gebouw. Maatgevend voor de toetsing is de optredende trillingssterkte in het vloerveld. De constructiewijze, het materiaal en de overspanning van een vloer alsmede de belasting bepalen de ‘eigenfrequenties’ of resonantie frequenties van een vloerveld en de gevoeligheid voor trillingen. Uit het onderzoek blijkt dat de op de meetposities de meeste relevante opgetreden trillingen met betrekking tot het spoorverkeer een dominante frequenties hebben vanaf 4 Hz tot 8 Hz in de z-richting en 8 Hz in de x- en y-richting; zie bijlage 1. Deze frequenties komen overeen met de bekende spectra van trillingen afkomstig van goederen treinverkeer, uit de literatuur en uit onze meetervaring. Fundering en gebouwconstructie Bij de overgang van bodem naar gebouwfundatie treedt een verzwakking op van trillingen. Deze verzwakking wordt groter bij toenemende frequentie, waarbij de totale verzwakking zal afhangen van de spectrale verdeling. Voor lichte gebouwen zal de verzwakking minder zijn dan voor zwaar gebouw. In de prognose is rekening gehouden met de spectrale overdrachtswaarden uit tabel 5 die zijn gebaseerd op door TNO ontwikkelde empirische formules en eigen meetervaring.

Tabel 5: Trillingsoverdracht van bodem naar gebouw, verzwakking in dB.

Licht gebouw op staal

0

0

-1

-3

-8

Licht gebouw op palen

-2

-2

-3

-7

-12

Zwaar gebouw (Utiliteitsbouw)

-6

-6

-7

-9

-14

In de onderwerpelijke situatie is het gebouwtype voor de nieuwbouw als “gebouw op palen” beschouwd. Tussen zone 1 en 2 is gerekend met zware gebouwen met 4-5 bouwlagen, tussen zone 2 en 4 met “minder zware” grondgeboden woningen. Bij de dominante frequenties van ca. 4 en 8 Hz is de verzwakking 6 dB voor zware onderheide gebouwen met meerdere, dit is een factor van ca. 0,5 (Hf,xy en Hf,z in de berekeningen), voor onderheide grondgebonden woningen is de verzwakking 2 dB, dit een factor van ca. 0,8. Vloerconstructie Door resonanties zal de trillingssterkte in het midden van een vloerveld hoger zijn dan aan de randen. Voor de mate van resonantie zijn de demping en de ligging van eigenfrequenties van belang. Deze zijn afhankelijk van de constructiewijze, het materiaal en de vloeroverspanning. Voor niet stationaire trillingen, zoals bij railverkeer, is de verwachting dat de versterkingsfactoren wat lager zullen uitvallen dan vermeld in tabel 6. Dit geldt met name wanneer de afstand tot de trillingsbron klein is en de aanstoting slechts over een beperkt deel van de draagconstructie plaatsvindt. In de prognoses is gerekend met de gemiddelde vloerveldversterking als functie van de frequentie (zie tabel 5=6). In tabel 6 wordt de overdracht van gebouw naar vloer voor twee vloertypen gegeven. Deze waarden zijn gebaseerd op door TNO ontwikkelde empirische formules en eigen meetervaring.

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 12

Tabel 6: Gemiddelde vloerveldversterking als functie van de frequentie.

Grote overspanning (3 – 5 Hz)

10

8

7

5

4

Kleine overspanning (12 Hz – 16 Hz)

4

8

10

7

5

Voor zware vloeren (tussen zone 1 en zone 3) met een kleine overspanning is bij ca. 4 Hz een versterking van ca. 4 dB (zie verdere randvoorwaarden) en na zone 3 is gerekend met vloeren met grote overspanning met een versterking van ca. 4-8 dB. Cumulatie overdrachtsprognose: De cumulatieve overdrachtsfactoren Hfv zijn gegeven in tabel 7. Tabel 7: Cumulatieve overdrachtsfactoren Hfv per zone.

Vanuit buitenste rails Naam Omschrijving Hfv= 2,50 Na zone 4 op 76 meter 04Z Woningen ten Zuiden afstand 76[m] Hfv= 2,00 Na zone 3 op 67 meter 03Z Woningen ten Zuiden afstand 67[m] Hfv=1,28 Na zone 2 op 52 meter 02Z Woningen ten Zuiden afstand 52[m] Hfv=0,80 Na zone 1 op 37 meter 01Z Woningen ten Zuiden afstand 37[m] Hfv=0,80 Na zone 1 op 40 meter 01N Woningen ten Noorden afstand 40[m] Hfv=2,50 Na zone 4 op 105 meter 04N Woningen ten Noorden afstand 105[m] Hfv=1,28 Na zone 2 op 65 meter 02N Woningen ten Noorden afstand 65[m] Hfv= 2,00 Na zone 3 op 90 meter 03N Woningen ten Noorden afstand 90[m]

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 13

Gedurende de meetweek hebben stoortrillingen plaatsgevonden ten gevolge van o.a. de installatie en de-installatie van de instrumenten; deze zijn in de resultaten geïdentificeerd en geëlimineerd. De volledige meetgegevens op beide meetposities inclusief dominante frequenties, traces en spectra zijn in bijlage 1 opgenomen. In figuren 7 t/m 8 zijn de spectra van de meeste relevante trillingen (hoogst laagfrequente opgetreden trillingsniveaus in de nachtperiode) vanwege railverkeer weergegeven, gemeten op meetpositie 1 en 2.

Figuur 7: Spectrum op meetpositie 1 van twee van de meeste relevante trillingsniveaus vanwege railverkeer (goederentrein), de gemeten snelheidswaarde wordt bepaald in het tijdsdomein.

Figuur 8: Spectrum op meetpositie 2 van twee van de meeste relevante trillingsniveaus vanwege railverkeer (goederentrein), de gemeten snelheidswaarde wordt bepaald in het tijdsdomein. In tabel 8 zijn de hoogste meetwaarden voor de lage maatgevende frequenties gegeven, deze zijn ook maatgevend voor de prognoseberekeningen. Zie ook bijlage 1.

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 14

Tabel 8: Meetresultaten maatgevende voor de prognoseberekeningen hinder; dag-, avond- en nachtperiode.

1 (15 meter afstand) 2 (25 meter afstand)

Dagperiode

0,18

0,32

0,47

Avondperiode

0,20

0,32

0,47

Nachtperiode

0,33

0,48

0,61

Dagperiode

0,33

0,41

0,32

Avondperiode

0,29

0,41

0,32

Nachtperiode

0,37

0,41

0,32

Op basis van de meetresultaten op positie 1 en 2 is de theoretische overdracht op basis van de empirische formule van Barkan bepaald en dus zijn de trillingsniveaus in de bodem ter plaatse van de woningen op verschillende afstanden van het spoor berekend opgedeeld in zones waarbinnen randvoorwaarden worden gesteld aan de te bouwen woningen om te kunnen voldoen aan de streefwaarden uit de SBR-B.

Opgemerkt dient te worden dat de metingen slechts een momentopname zijn. De trillingsniveaus zijn o.a. afhankelijk van de spoorruwheid van het spoor en de rondheid van de wiel (dus onderhoud), bodemcondities en waterstanden, temperatuur en natuurlijk het gebruik van het spoor, snelheid type materieel en aantal bakken en de verkeersintensiteit op het spoor. Variaties in deze parameters kunnen makkelijk de resultaten met 30% beïnvloeden. Trillingen kunnen ook uitgedrukt worden in decibels. De referentiegrootheid voor trillingssnelheid bedraagt V0 = 1nm/s (10-9). In de praktijk kunnen de waarden afwijken van de meetresultaten, dit wordt uitgedrukt in een bepaalde onzekerheid. Voor de voorliggende metingen wordt deze onzekerheid ingeschat op ± 2 dB.

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 15

Bij trillingen is er sprake van een trillingsbron (spoorweg), een medium (grond) dat de trillingen doorgeeft, en een ontvanger (personen in de gebouwen). Trillingsreducerende maatregelen kunnen zijn: 1. Bij de bron; 2. In het medium (bodem); 3. Bij de ontvanger. Een indicatief overzicht van de mogelijke maatregelen voor nieuwbouw - inclusief kostprijs indicatie - is in tabel 10.4 van de “Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen” te vinden (tabel 9). Tabel 9: Overzicht van de mogelijke maatregelen voor nieuwbouw, tabel 10.4 van de “Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen”.

Uit eerder onderzoek van ons bureau rapport 2006006608-20211654h-2 is gebleken dat in deze situatie maatregelen in het overdrachtsgebied geen soelaas bieden om de trillingen in de bodem te dempen.

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 16

Voor het plangebied zijn zones berekend waarbinnen voor het beperken van trillingen randvoorwaarde zijn gesteld, waarbij verwacht wordt dat aan de streefwaarden uit de SBR-B zal kunnen worden voldaan. De berekende zones zijn gegeven in onderstaande figuur.

Figuur 9 : Berekende hinderzones op het vloerveld in de woningen uitgaande van de cumulatieve overdrachtsfactoren zijn gegeven in tabel 7. De resulterende trillingsniveaus zijn gegeven in tabel 10.

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

Rapport 2006006608-20211654h-3

AV-Consulting B.V., RI

Bladzijde 17

Tabel 10: Geprognosticeerde trillingsniveaus op zonegrens in de woning uitgaande van de gestelde randvoorwaarden en cumulatieve overdrachtsfactoren uit tabel 7. Prognose resultaat op de vloer Naam Omschrijving 04Z Woningen ten Zuiden afstand 76[m] 03Z Woningen ten Zuiden afstand 67[m] 02Z Woningen ten Zuiden afstand 52[m] 01Z Woningen ten Zuiden afstand 37[m] 01N Woningen ten Noorden afstand 40[m] 04N Woningen ten Noorden afstand 105[m] 02N Woningen ten Noorden afstand 65[m] 03N Woningen ten Noorden afstand 90[m]

Dag Vmax X= 0,10@8Hz Y= 0,15@8Hz Z= 0,06@8Hz X= 0,11@8Hz Y= 0,16@8Hz Z= 0,06@8Hz X= 0,10@8Hz Y= 0,15@8Hz Z= 0,06@8Hz X= 0,10@8Hz Y= 0,15@8Hz Z= 0,06@8Hz X= 0,19@8Hz Y= 0,15@8Hz Z= 0,18@4Hz X =0,10@8Hz Y = 0,08@8Hz Z= 0,18@4Hz X= 0,15@8Hz Y= 0,11@8Hz Z= 0,18@4Hz X =0,12@8Hz Y = 0,12@8Hz Z= 0,09@4Hz

Avond A1/A2 Nacht A1/A2 Vper A3 Vmax Norm Vmax Nom Norm X= 0,10@8Hz Y= 0,15@8Hz Z= 0,07@8Hz 0,1/0,4 X= 0,16@8Hz Y= 0,20@8Hz Z= 0,11@8Hz 0,1/0,2 0,01 0,05 X= 0,11@8Hz Y= 0,16@8Hz Z= 0,07@8Hz 0,1/0,4 X= 0,16@8Hz Y= 0,20@8Hz Z= 0,11@8Hz 0,1/0,2 0,01 0,05 X= 0,10@8Hz Y= 0,15@8Hz Z= 0,07@8Hz 0,1/0,4 X= 0,16@8Hz Y= 0,20@8Hz Z= 0,11@8Hz 0,1/0,2 0,01 0,05 X= 0,10@8Hz Y= 0,15@8Hz Z= 0,07@8Hz 0,1/0,4 X= 0,16@8Hz Y= 0,20@8Hz Z= 0,11@8Hz 0,1/0,2 0,01 0,05 X=0,19@32Hz Y= 0,15@32Hz Z= 0,16@4Hz 0,1/0,4 X= 0,19@8Hz Y= 0,15@8Hz Z= 0,20@4Hz 0,1/0,2 0,02 0,05 X=0,10@32Hz Y = 0,08@32Hz Z= 0,16@4Hz 0,1/0,4 X= 0,10@8Hz Y= 0,08@8Hz Z= 0,20@4Hz 0,1/0,2 0,02 0,05 X= 0,15@32Hz Y= 0,11@32Hz Z= 0,15@4Hz 0,1/0,4 X= 0,15@8Hz Y= 0,11@8Hz Z= 0,20@4Hz 0,1/0,2 0,02 0,05 X=0,12@32Hz Y = 0,09@32Hz Z= 0,16@4Hz 0,1/0,4 X= 0,12@8Hz Y= 0,09@8Hz Z= 0,20@4Hz 0,1/0,2 0,02 0,05

Uit tabel 10 blijkt dat verwacht wordt dat aan streefwaarden uit de SBR-B kan worden voldaan uitgaande van de gestelde randvoorwaarden voor het bouwen binnen de zones. De uiteindelijk trillingsniveaus in de woningen kunnen pas geprognosticeerd worden als de definitieve bouwvormen en materialisatie van de woningen bekend is. De genoemde afstanden zijn bepaald vanuit de buitenste spoorrails.

In het plangebied is het van belang dat de vloeren in de gebouwen de trillingen t.g.v. het spoor niet gaan versterken doordat deze vloeren worden aangestoten in hun eigenfrequentie. De gemeten dominante frequenties die in de bodem optreden t.g.v. het spoor staan vermeld in tabel 10. Hoe meer de eigenfrequentie van een vloer in de buurt komt van deze frequenties hoe sterker de vloer wil gaan meetrillen waardoor er een versterking van de trillingen optreedt (vloer resonantie). Geadviseerd wort om binnen de trillingszones tot een afstand van 90 meter in noordelijke richting en 67 meter in zuidelijke richting te zorgen dat de eigenfrequenties van de vloeren groter is dan > 20 Hz. Op grotere afstand > 15Hz. Een indicatie van de eigen frequentie van vloeren is gegevens in onderstaande tabel 11. Tabel 11: Eigenfrequenties vloeren Indicatieve tabel eigenfrequenties diverse vloerconstructies Eigenfrequentie Breedplaatvloer Breedplaatvloer vlgns Hicks 200 mm beton 300 mm beton 90mm zand+cement 90mm zand+cement Overspanning Scharnierend Scharnierend 5 13,85 20,78 7 7,07 10,6 9 4,28 6,41

Eigenfrequentie vlgns Hicks Overspanning 5 7 9

Tunnelbouw o.v. 200 mm beton 90mm zand+cement Ingeklemd 31,44 16,04 9,7

Tunnelbouw o.v. 300 mm beton 90mm zand+cement Ingeklemd 47,16 24,06 14,56

Breedplaatvloer 400 mm beton 90mm zand+cement Scharnierend 27,71 14,14 8,55

Breedplaatvloer 500 mm beton 90mm zand+cement Scharnierend 34,64 17,67 10,69

Breedplaatvloer 600 mm beton 90mm zand+cement Scharnierend 41,56 21,71 12,83

Tunnelbouw o.v. 400 mm beton 90mm zand+cement Ingeklemd 62,88 32,08 19,41

Tunnelbouw o.v. 500 mm beton 90mm zand+cement Ingeklemd 78,6 40,1 24,26

Tunnelbouw o.v. 600 mm beton 90mm zand+cement Ingeklemd 94,33 48,13 29,11

Eigenfrequentie Holle Kanaalplaat h=360mm Holle Kanaalplaat h=420mm Holle Kanaalplaat h=480mm Holle Kanaalplaat h=560mm vlgns Hicks 200+90mm afwerkvloer 260+90mm afwerkvloer 320+90mm afwerkvloer 400+90mm afwerkvloer Druklaag 70mm Druklaag 70mm Druklaag 70mm Druklaag 70mm Overspanning Scharnierend Scharnierend Scharnierend Scharnierend 5 16,46 21,4 26,34 32,92 7 8,4 10,92 13,44 16,8 9 5,08 6,6 8,13 10,16 Niet mogelijk (Wellicht) mogelijk berekenen bij bouwaanvraag

Ingeklemde vloeren hebben een hogere eigenfrequentie dan scharnierend opgelegde vloeren.

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 18

Geadviseerd wordt om in het gebied tussen het spoor en zone 1 (afstand noordzijde 40 meter en zuidzijde 37 meter) niet te bebouwen.

Zone 1 is het gebied tussen zone 1 en zone 2. Noordzijde gebied tussen 40 meter tot 65 meter vanuit het spoor Zuidzijde gebied tussen 37 meter tot 52 meter vanuit het spoor 1. Op betonpalen gefundeerd. 2. Fundering bij voorkeur ingepakt in EPS100 met een dikte van ca. 300 mm (verloren bekisting). 3. Zware gebouwen (bijvoorbeeld beton tunnelbouw) met meer dan 4 bouwlagen met bijbehorende zware betonfundering. 4. Zware dikke betonvloeren bij voorkeur ingeklemd, zoals tunnelbouw vloeren met een 1e eigenfrequentie > 20 Hz. Geen holle kanaalplaat vloeren. 5. Korte overspanning afhankelijk van inklemming en vloerdikte (zie tabel 11 ter indicatie van dikte). Bij voorkeur ingeklemde massieve betonvloeren. 6. Bij voorkeur langs richting van de bouwwerken loodrecht op het spoor of anders zorgen voor dragende massieve wanden in twee richtingen (loodrecht op het spoor en evenwijdig aan het spoor) met verzwaarde gevelbalk. 7. Gevels massief uitvoeren, dus geen HSB of vliesgevels.

Zone 2 is het gebied tussen zone 2 en zone 3. Noordzijde gebied tussen 65 meter tot 90 meter vanuit het spoor Zuidzijde gebied tussen 52 meter tot 76 meter vanuit het spoor 1. Op betonpalen gefundeerd. 2. Fundering bij voorkeur ingepakt in EPS100 met een dikte van ca. 300 mm (verloren bekisting). 3. Grondgebonden woningen (of zwaarder) bijvoorbeeld 2 bouwlagen + kap met verzwaarde betonfundering. 4. Massieve betonvloeren zoals bijvoorbeeld breedplaatvloeren met een 1e eigenfrequentie > 20 Hz. Zie tabel 11 ter indicatie van dikte. 5. Korte overspanning afhankelijk van inklemming en vloerdikte (zie tabel 11 ter indicatie). 6. Dragende wanden massief uitvoeren. 7. Gevels bij voorkeur massief uitvoeren, maar HSB-gevels zijn mogelijk in combinatie met zware vloeren.

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 19

Zone 3 is het gebied tussen zone 3 en zone 4. Noordzijde gebied tussen 90 meter tot 105 meter vanuit het spoor Zuidzijde gebied tussen 67 meter tot 76 meter vanuit het spoor 1. Op palen gefundeerd. 2. Grondgebonden woningen (of zwaarder) bijvoorbeeld 2 bouwlagen + kap. 3. Streven naar vloeren met een 1e eigenfrequentie > 15 Hz. Zie tabel 11 ter indicatie van dikte. 4. Overspanning afhankelijk van inklemming en vloerdikte (zie tabel 11 ter indicatie). 5. Dragende wanden massief uitvoeren.

Zone 4 is het gebied na zone 4 Noordzijde gebied tussen 105 meter tot 120 meter vanuit het spoor Zuidzijde gebied tussen 76 meter tot 80 meter vanuit het spoor 1. Bij voorkeur op palen gefundeerd.

Zone 5 is het gebied na zone 4 Noordzijde gebied vanaf het spoor > 120 meter Zuidzijde gebied vanaf het spoor > 80 meter. 1. Geen bijzonder eisen t.a.v. trillingen van het spoor

Trillingen kunnen ook uitgedrukt worden in decibels. De referentiegrootheid voor trillingssnelheid bedraagt V0 = 1nm/s (10-9). In de praktijk kunnen de waarden afwijken van de berekende resultaten, dit wordt uitgedrukt in een bepaalde onzekerheid. Voor de voorliggende prognose berekeningen wordt deze onzekerheid ingeschat op ± 2 dB. Van de bodem (en dus ook de fundering van het spoor) en het gebouw zijn de eigenschappen niet nauwkeurig bekend. Een zandlaag kan in verschillende periodes afgezet zijn, waardoor de stijfheid niet overal dezelfde is. In gebouwen geldt iets vergelijkbaars. Stijfheid van een gebouw kan in de tijd wijzigen, door bijvoorbeeld microscheuren, verbouwingen, zettingen van de fundering. Ten slotte moet nog aandacht worden besteed aan het ketengedrag van het systeem (spoor, grond, gebouw): In een berekening van dit systeem kan in elke stap een afwijking van de werkelijkheid optreden. Deze kleine afwijkingen kunnen later relatief grote gevolgen hebben als deze elkaar in de keten versterken. De gerapporteerde rekenonzekerheid is gebaseerd op een standaardonzekerheid, vermenigvuldigd met een dekkingsfactor k = 2, welke overeenkomt met een betrouwbaarheidsinterval van ongeveer 95%.

De uiteindelijk te treffen maatregelen en de uiteindelijke trillingsniveaus in de woningen kunnen pas geprognosticeerd worden als de definitieve bouwvormen en materialisatie van de woningen bekend is. In het kader van de bouwaanvraag zal derhalve in detail gekeken moet worden door een deskundige of streefwaarden inderdaad gehaald worden. PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

AV-Consulting B.V., RI

Rapport 2006006608-20211654h-3

Bladzijde 20

Uit de resultaten van het voorliggend onderzoek inzake hinder voor personen in gebouwen vanwege spoortrillingen kan het volgende worden geconcludeerd. •

De geprognosticeerde “hinderzone” ligt op 80 meter ten zuiden en 120 meter ten noorden van het spoor. Binnen deze zone wordt – zonder aanvullende maatregelen - ten minste matige trillingshinder geprognosticeerd vanwege railverkeer.

•

Maatregelen in het overdachtsgebied (water of grondscherm) tussen het spoor en de woningen bieden geen soelaas.

•

Maatregelen aan de woningen binnen deze zone zijn derhalve aangewezen. Binnen de voornoemd gebied zijn een aantal zones gedefinieerd. Binnen deze zones zijn randvoorwaarden gedefinieerd waarmee het de verwachting is dat - als deze randvoorwaarden in acht worden genomen - er voldaan zal kunnen worden aan de streefwaarde uit de SBR-richtlijn B.

•

Ten aanzien van de meetonzekerheid wordt verwezen naar hoofdstuk 4.2 en ten aanzien van de rekenonzekerheid naar hoofdstuk 6.7.

Raadgevende ingenieurs

PB.705,2800AS GOUDA

 0182–35 23 11 info@av-consulting.nl

 0182–35 47 11

BIJLAGE 1: MEETRESULTATEN 1A: Veff,max,30; Vper x-richting meetweek meetpositie 1 1B: Veff,max,30; Vper y-richting meetweek meetpositie 1 1C: Veff,max,30; Vper z-richting meetweek meetpositie 1 1D: Veff,max,30; Vper x-richting meetweek meetpositie 2 1E: Veff,max,30; Vper y-richting meetweek meetpositie 2 1F: Veff,max,30; Vper z-richting meetweek meetpositie 2 1G: Veff,max,30; Vper x-richting meetweek meetpositie 3 1H: Veff,max,30; Vper y-richting meetweek meetpositie 3 1I: Veff,max,30; Vper z-richting meetweek meetpositie 3 1J: Frequentie meetpositie 1 1K: Frequentie meetpositie 2 1L: Frequentie meetpositie 3 1M: Traces van hoogste trillingsniveaus meetpositie 1 1N: Spectrum van hoogste trillingsniveaus meetpositie 1 1O: Traces van hoogste trillingsniveaus meetpositie 2 1P: Spectrum van hoogste trillingsniveaus meetpositie 2 1Q: Traces van hoogste trillingsniveaus meetpositie 3 1R: Spectrum van hoogste trillingsniveaus meetpositie 3

0,8

1

1,2

1,4

0

0,2

0,4

0,6

veff,max

29 JUN

30 JUN

1 JUL

2 JUL

3 JUL

VIB00098 Ravenstein 1 2021-06-28

4 JUL

5 JUL

X v per

X v eff,max

1

0,6

0,8

0

0,2

0,4

veff,max

29 JUN

30 JUN

1 JUL

2 JUL

3 JUL

VIB00098 Ravenstein 1 2021-06-28

4 JUL

5 JUL

Y v per

Y v eff,max

0,4

0

0,05

0,1

0,15

0,2

0,25

0,3

0,35

veff,max

29 JUN

30 JUN

1 JUL

2 JUL

3 JUL

VIB00098 Ravenstein 1 2021-06-28

4 JUL

5 JUL

Z v per

Z v eff,max

1

0,6

0,8

0

0,2

0,4

veff,max

29 JUN

30 JUN

1 JUL

2 JUL

3 JUL

VIB00094 Ravenstein 2 2021-06-28

4 JUL

5 JUL

X v per

X v eff,max

1

0,6

0,8

0

0,2

0,4

veff,max

29 JUN

30 JUN

1 JUL

2 JUL

3 JUL

VIB00094 Ravenstein 2 2021-06-28

4 JUL

5 JUL

Y v per

Y v eff,max

0,4

0

0,05

0,1

0,15

0,2

0,25

0,3

0,35

veff,max

29 JUN

30 JUN

1 JUL

2 JUL

3 JUL

VIB00094 Ravenstein 2 2021-06-28

4 JUL

5 JUL

Z v per

Z v eff,max

2

0

0,5

1

1,5

Vtop,i [mm/s]

10

20 30

40

Frequency [Hz]

50

VIB00098 Ravenstein 1 2021-06-28

60

70

80

X velocity

Y velocity

Z velocity

2

0

0,5

1

1,5

Vtop,i [mm/s]

10

20

30

40

Frequency [Hz]

50

VIB00094 Ravenstein 2 2021-06-28

60

70

80

X velocity

Y velocity

Z velocity

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=92c73e20-496c-4a1e-9e27-071b69511f81