3.c Bijlagenboek 3 bij toelichting
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Stationskwartier Ravenstein - 2024 Bijlagen 19 t/m 33 bij toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Indexpagina bijlagen bij de toelichting (3)
Bestemmingsplan Stationskwartier Ravenstein – 2024 Bijlage 19
- Akoestische verkenning Station
Bijlage 20
- Trillingsonderzoek
Bijlage 21
- Nader trillingsonderzoek
Bijlage 22
- Explosievenonderzoek
Bijlage 23
- Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 24
- Verslag omgevingsdialoog
Bijlage 25
- Verslag vooroverleg
Bijlage 26
- Addendum watertoets
Bijlage 27
- Akoestisch onderzoek ontsluiting via De Rijt
Bijlage 28
- Akoestisch onderzoek hondenkennel Bendelaar
Bijlage 29
- Akoestisch onderzoek industrielawaai
Bijlage 30
- Landschapsplan met lir berekening
Bijlage 31
- Trillingen De Rijt
Besluit hogere waarde Bijlage 1 bij besluit hogere waarde
Bijlage 19
- Akoestische verkenning Station
Voor
:
Luuk Arends Buro SRO
Van
:
Peter van der Boom
Onderwerp
:
geluid station Ravenstein
Projectnummer :
23-069
Datum
donderdag 9 november 2023
:
Op verzoek van buro SRO is ten behoeve van een ruimtelijke toets onderzocht welke geluidbelasting te verwachten is op het nieuwbouwplan Stationskwartier t.g.v. het NSstation. Daartoe is contact opgenomen met Prorail ten behoeve van een inventarisatie van de mogelijke geluidbronnen. Daaruit is gebleken dat deze zullen bestaan uit parkerende personenauto’s op de parkeerplaats, zoals aangegeven op bijgaande tekening 1. Installaties (koelingen shop, omroepinstallaties e.d.) zijn akoestisch niet relevant. Voor een berekening van de geluidemissie van dit parkeerterrein is verondersteld (worst case) dat alle ca 70 parkeerplaatsen overdag en in de avond gevuld zijn en dat deze auto’s voor 50% overdag, 40% in de avond en 10% in de nacht over het terrein rijden (aankomst dan wel vertrek). Het gaat dan dus over 70, 56 en 14 autobewegingen per etmaal (doorgaande route). Uit een berekening van de ligging van de geluidcontouren met rekenmethode I voor wegverkeer blijkt dat de 50 dB(A)-contour (etmaal) op 9 m van de rijroute ligt, d.w.z. niet buiten het parkeerterrein. De 45 dB(A)-contour ligt op 22 m van de rijroute, d.w.z. op forse afstand van het bouwplan (zie ook tekening 1). Dat betekent dat m.b.t.
verkeer op de parkeerplaats van het station Ravenstein op/bij de nieuw te bouwen woningen voldaan wordt aan een goed woon- en leefklimaat zoals bedoeld in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de VNG (2009)..
Bijlage; Tekening 1 situatie Bladen 1 en 2 berekeningen
tekening 1 schaal project-nummer : 23 - 069 versie : nov 2023
Situatie-overzicht Stationskwartier
station
parkeerplaats
Indicatieve methode wegverkeer (SRM I, Reken en meetvoorschrift Geluid 2012), versie 3.0 (15-11-12) Project :
stationskwartier ravenstein
Projectnummer:
23-069
1-nov-23
d.d. bijlage:
I
blad:
1
© Adviesburo Van der Boom b.v., Zaadmarkt 87, 7201 DC, Zutphen Algemeen
Wegvak/straat
Verkeersgegevens
Intensiteit
openb weg
-
Waarneempunt
140,0 mvt/etm
Wegdektype
0 referentiewegdek
Percentage snelheid
dag uur%
Overdrachtgegevens
Berekening Emissie
Aantal periode
avond 4,2%
nacht
10,0%
dag
56,0
14,0
100,0% 100,0%
70,0
56,0
14,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
50
100,0%
Middelzwaar
50
0,0%
0,0%
0,0%
Zwaar
50
0,0%
0,0%
0,0%
Afstand tot wegas
9 meter
weghoogte
Afstand wegas-rand
2 meter
waarneemhoogte
5 meter
Objectfractie
0
afstand kruispunt
150 meter
0 meter
Zichthoek
127 graden
afstand rotonde/drempel
100 meter
bodemfactor
0,60
afstand rijlijn-waarneempunt
10,0 meter
(in dB(A))
Emissie
Cwegdek avond
nacht
Aftrek
Emissiegetal
art 3.5
dag
avond
nacht
Licht
54,59
58,39
49,36
0,00
1
53,59
57,39
48,36
Middelzwaar
0,00
0,00
0,00
0,00
2
-2,00
-2,00
-2,00
Zwaar
0,00
0,00
0,00
0,00
2
-2,00
-2,00
-2,00
53,59
57,39
48,36
Totaal
Geluidbelasting
nacht
70,0
Licht
dag
Berekening overdracht
avond
1,25%
Coptrek
-
Dafstand
9,98
Creflectie
-
Czichthoek
-
Dlucht Dbodem Dmeteo
1,73
Ldag
41,6 dB(A)
Lavond
45,4 dB(A)
Lnacht
36,3 dB(A)
Lden
46,0 dB
Etmaalwaarde (oud)
50,4 dB(A)
0,08 0,23
Indicatieve methode wegverkeer (SRM I, Reken en meetvoorschrift Geluid 2012), versie 3.0 (15-11-12) Project :
stationskwartier ravenstein
Projectnummer:
23-069
1-nov-23
d.d. bijlage:
I
blad:
2
© Adviesburo Van der Boom b.v., Zaadmarkt 87, 7201 DC, Zutphen Algemeen
Wegvak/straat
Verkeersgegevens
Intensiteit
openb weg
-
Waarneempunt
140,0 mvt/etm
Wegdektype
0 referentiewegdek
Percentage snelheid
dag uur%
Overdrachtgegevens
Berekening Emissie
Aantal periode
avond 4,2%
nacht
10,0%
dag
56,0
14,0
100,0% 100,0%
70,0
56,0
14,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
50
100,0%
Middelzwaar
50
0,0%
0,0%
0,0%
Zwaar
50
0,0%
0,0%
0,0%
Afstand tot wegas
22 meter
weghoogte
Afstand wegas-rand
2 meter
waarneemhoogte
5 meter
Objectfractie
0
afstand kruispunt
150 meter
0 meter
Zichthoek
127 graden
afstand rotonde/drempel
100 meter
bodemfactor
0,83
afstand rijlijn-waarneempunt
22,4 meter
(in dB(A))
Emissie
Cwegdek avond
nacht
Aftrek
Emissiegetal
art 3.5
dag
avond
nacht
Licht
54,59
58,39
49,36
0,00
1
53,59
57,39
48,36
Middelzwaar
0,00
0,00
0,00
0,00
2
-2,00
-2,00
-2,00
Zwaar
0,00
0,00
0,00
0,00
2
-2,00
-2,00
-2,00
53,59
57,39
48,36
Totaal
Geluidbelasting
nacht
70,0
Licht
dag
Berekening overdracht
avond
1,25%
Coptrek
-
Dafstand
13,50
Creflectie
-
Czichthoek
-
Dlucht Dbodem Dmeteo
2,93
Ldag
36,5 dB(A)
Lavond
40,3 dB(A)
Lnacht
31,3 dB(A)
Lden
40,9 dB
Etmaalwaarde (oud)
45,3 dB(A)
0,16 0,51
Bijlage 20
- Trillingsonderzoek
Rapport 2006006608-20211654h-1 12 juli 2021
TRILLINGSONDERZOEK Stedenbouwkundig plan spoorzone Ravenstein Bepaling kans op hinder t.g.v. railverkeer in nieuwbouw woningen
Opdrachtgever Buro SRO Oost B.V. Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG Arnhem
Namens dezen T.a.v. Luuk Arends, M.Sc.
Adviseur Fabio Calissi, M.Sc. Ad (Arie) Vreeswijk, M.Sc. INCE
INHOUDSOPGAVE
Blz.
Inhoudsopgave 1. INLEIDING ......................................................................................................................... 1 1.1. Algemeen ................................................................................................................ 1 1.2. Gegevens ................................................................................................................. 1 2. SBR-RICHTLIJN B: HINDER VOOR PERSONEN IN GEBOUWEN ................................................ 2 3. METINGEN EN BEREKENING ................................................................................................ 4 3.1. Situatie en uitgangspunten ...................................................................................... 4 3.2. Trillingsmetingen ..................................................................................................... 5 3.3. Overdrachtsprognoses van de trillingen door de bodem .......................................... 7 3.4 Overdrachtsprognoses betreffende gebouwen .......................................................... 8 4. RESULTATEN TRILLINGSHINDER EN PROGNOSE ................................................................ 10 4.1. Meetresultaten ....................................................................................................... 10 4.2.
Berekening resultaten; overdracht in de bodem met Barkan formule ..................... 13 4.3.Prognose resultaten; overdracht van bodem naar vloer .......................................... 14 4.4. Toetsing trillingsimmissie; prognose ..................................................................... 15 4.5. Bespreking van de resultaten, hinder ..................................................................... 16 5. MOGELIJKE MAATREGELEN ............................................................................................... 17 6. CONCLUSIE ...................................................................................................................... 19
1. 2. 3. 4.
BIJLAGEN: MEETRESULTATEN BEREKENINGSBLADEN TERMEN EN DEFINITIES VAN SBR-B TEKENINGEN
© 2021 AV-CONSULTING B.V. ® Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt worden in de ruimste zin des woords zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van AV-CONSULTING B.V. Raadgevende Ingenieurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 1
1. INLEIDING 1.1. Algemeen In opdracht van de Gemeente Oss via Buro SRO Oost B.V. is door AV Consulting B.V. Raadgevende Ingenieurs een trillingsonderzoek uitgevoerd voor een nieuw stedenbouwkundig plan binnen de spoorzone te Ravenstein. Het stedenbouwkundig plan voorziet o.a. in trillingsgevoelige ruimten door de bouw van woningen op verschillende afstanden van het spoor. Doel van het onderzoek is het prognosticeren van de trillingsniveaus in de panden ten gevolge van het treinverkeer op de spoorlijn ’s-Hertogenbosch - Nijmegen. ProRail adviseert indicatief (zogenoemde quick scan) onderzoek te doen naar de te verwachten trillingsniveaus. Aanleiding voor het onderzoek is de zorgplicht van de opdrachtgever om mogelijk toekomstige hinder in de nieuwe panden, ten gevolge van de spoortrillingen te voorkomen of beperken. Ten behoeve van het onderzoek zijn er trillingsmetingen verricht conform de voorschriften uit de SBR-richtlijn B: “Hinder voor personen in gebouwen” gedurende ca. één representatieve week. Voor de overdracht van de trillingen door de bodem is gebruikgemaakt van de empirische formule van Barkan en van metingen in situ. Voor de overdracht van de trillingen door de bodem naar het gebouw en van gebouw naar de vloer zijn frequentie afhankelijke overdrachtsfuncties gebruikt. 1.2.
Gegevens Ten behoeve van het onderzoek is gebruik gemaakt van de navolgende gegevens: 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7)
De SBR-richtlijn B ''Hinder voor personen in gebouwen'' van de Stichting Bouwresearch. Document “Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen” d.d. mei 2019 van de van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Document “Maatregelcatalogus spoortrillingen” d.d. 8 januari 2016 van ProRail. Rapport M.2019.0471.00.R001, “Trillingsonderzoek spooronderdoorgang N226, Maarsbergen” d.d. 2 oktober 2019. Publicatie nr. 9/1995 “Rekenmodel voor de bepaling van trillingssterkte” van de Ministerie van Volkshuisvesting. Plattegrondtekening van het stedenbouwkundige plan in de spoorzone te Ravenstein door opgave van de opdrachtgever. Boormonsterprofiel nr. B45F0087 beschikbaar op DINOloket.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
Rapport 2006006608-20211654h-1
AV-Consulting B.V., RI
Bladzijde 2
2. SBR-RICHTLIJN B: HINDER VOOR PERSONEN IN GEBOUWEN De meet- en beoordelingsrichtlijn B, "Hinder voor personen in gebouwen" bevat richtlijnen voor het meten en beoordelen van hinder voor personen. De richtlijn maakt onderscheid in de functie van het gebouw, aard van de trillingsbron en in bestaande, gewijzigde en nieuwe situaties. In de Richtlijn vindt de beoordeling plaats door middel van A1, A2 en A3: 1. A1 is de onderste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax; 2. A2 is de bovenste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax; 3. A3 is de streefwaarde voor de trillingssterkte Vper. Voor de hoogte van de streefwaarden geldt in algemene zin dat A3<A1A2. Er wordt voldaan aan de streefwaarden indien: 4. De waarde van de maximale trillingssterkte in een ruimte (Vmax) kleiner is dan A1 of 5. De waarde van de maximale trillingssterkte van een ruimte (Vmax) kleiner is dan A2 waarbij de trillingssterkte over de beoordelingsperiode voor de ruimte (Vper) kleiner is dan A3. De procedure voor de beoordeling van Vmax en Vper is in het onderstaande stroomschema aangegeven.
Vmax < A1 ja
nee
voldoet
Vmax < A2 nee
ja
ja
ja
Vper < A3
voldoet niet nee
In de richtlijn zijn de streefwaarden onder andere gebaseerd op de functie van het gebouw waar de trillingen beoordeeld moeten worden en de aard van de trillingsbron. In de onderhavige situatie worden de optredende trillingen beschouwd als herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd. De situatie kan worden beschouwd als een nieuwe situatie aangezien het een nieuwbouwplan betreft. In tabel 1 zijn de streefwaarden opgenomen. Tabel 1: Overzicht streefwaarden hinder. Gebouwfunctie (SBR – B richtlijn) Wonen (nieuwe situatie)
Dag- en avond
Nacht
A1 [-]
A2 [-]
A3 [-]
A1[-]
A2 [-]
A3 [-]
0,1
0,4
0,05
0,1
0,2
0,05
Toetsing zal plaatsvinden voor zowel de dag-, avond- en nachtperiode aangezien het railverkeer plaatsvindt in deze perioden.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 3
Voor de afweging van de toelaatbaarheid van de trillingssterkte door railverkeer gedurende langere tijd kan bij overschrijding van de streefwaarden aanvullend gebruik worden gemaakt van de navolgende kwalificatie van de hinder zoals aangegeven in tabel 2. Tabel 2: Hinderkwalificatie voor railverkeer volgens SBR-richtlijn B. Vmax [-]
Hinderkwalificatie
< 0,1
Geen hinder
0,1 - 0,2
Weinig hinder (bestaande situatie)
0,2 - 0,8
Matige hinder
0,8 - 3,2
Hinder
> 3,2
Ernstige hinder
Het accepteren van (matige) trillingshinder door overschrijding van de streefwaarden kan onder meer afhankelijk zijn van de mate waarin de trillingssterkte voorkomt, de aanwezigheid van andere trillingsbronnen (de achtergrondtrillingen), de mogelijkheid tot het treffen van trillingsreducerende maatregelen en de historie. In geval van mogelijke hinder dienen de betrokken partijen te overleggen. Ernstige hinder is niet toelaatbaar. In bijlage 3 zijn termen en definities gegeven relaterend aan de SBR-richtlijn B.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 4
3. METINGEN EN BEREKENING 3.1. Situatie en uitgangspunten De opdrachtgever wil mogelijke trillingshinder ten gevolge van treinverkeer voor bewoners van de nieuwe woningen voorkomen. Uit de openbare gegevens uit o.a. www.ns.nl blijkt dat op dit traject het spoorverkeer bestaat uit reizigerstreinen - namelijk sprinters en intercity’s - en goederentreinen. In figuur 1 is de nieuwe situatie weergegeven.
Figuur 1: Plattegrondtekening van het plangebied. Het plangebied betreft woningen. Het aantal woningen, de positie, het funderingssysteem en de vloertypen van de woningen zijn in de onderwerpelijke situatie nog niet bekend. In de berekeningen wordt uitgegaan van “lichte gebouwen gefundeerd op staal”, en van vloervelden met grote overspanning – als worst-case scenario. Tussen de spoorlijn en het noordelijke gebied ten westen van de Stationspad ligt een sloot van ongeveer 4 meter breed. Tijdens de meetperiode was het onmogelijk om metingen uit te voeren in het gebied ten oosten van de Stationspad, zoals aangegeven door Buro SRO. Hier ligt geen sloot. Wij verwachten dat – omdat het onderzoek rekening houdt met een worst-case scenario – de prognose resultaten ook in dit gebied geldig zullen zijn.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 5
3.2. Trillingsmetingen Onbemande trillingsmetingen zijn uitgevoerd op het terrein ten noorden en ten zuiden van het spoor met twéé tri-axiale trillingsopnemers welke gemonteerd zijn op 1 meter lange metalen staven die in de grond zijn gedreven. Dit is een beproefde methode om laagfrequente trillingen in de bodem te kunnen meten. Een derde trillingsmeters is gebruikt om de mate van de overdracht van trillingsgolven in de grond te beoordelen; deze meter is vastgezet met twéé lange schroeven. Tijdens de metingen was het terrein niet in gebruik. De meetposities liggen op een denkbeeldige lijn loodrecht uit het spoor op de volgende meetposities: • • •
Op een afstand van ca. 15 meter (meetpositie 1, ten zuiden van het spoor); Op een afstand van ca. 25 meter (meetpositie 2, ten noorden van het spoor); Op een afstand van ca. 35 meter (meetpositie 3, ten noorden van het spoor).
Figuur 2: Overzicht van de meetposities in het plangebied. Op basis van de meetresultaten op de meetposities 1 en 2 zijn de trillingsniveaus met hulp van de empirische formule van Barkan op verschillende afstanden vanaf het spoor berekend. De resultaten van het onderzoek dienen een indicatief antwoord te geven op de vraag of er kans op hinder is in de toekomstige gebouwen op verschillende afstanden van het spoor. Doel van de prognoseberekeningen is om trillingscontouren te bepalen. Hiertoe is een frequentie afhankelijke overdrachtsfunctie gebruikt voor de overdracht van de trillingen in de bodem naar de fundering en van de fundering naar de vloer. In figuren 3 t/m 5 op bladzijde 6 zijn de ondergrondse meetposities 2 en 3 weergeven.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 6
Figuur 3: Foto van meetpositie 2 in het terrein, ten noorden van het spoor.
Figuur 4: Foto van de geofoon op meetpositie 2.
Figuur 5: Foto van meetpositie 3, ten noorden van het spoor.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 7
In de onderhavige situatie is ervoor gekozen om gedurende ca. één representatieve week de trillingen te meten waardoor een goed beeld van de lokale situatie is verkregen. In de meetpunten wordt in één verticale en in twéé onderling loodrechte horizontale richtingen gemeten. De onbemande metingen zijn uitgevoerd van maandag 28 juni 2021 in de ochtend t/m de ochtend van maandag 5 juli 2021. Op de meetlocatie zijn in drie richtingen (één verticaal en twéé horizontaal) de optredende trillingen geregistreerd. De z-richting is verticaal, de xrichting loopt parallel aan de spoorbanen. Bij de metingen is gebruikgemaakt van de in tabel 3 vermelde meetapparatuur. Deze meetapparatuur voldoet aan de specificaties uit de SBR-B richtlijn. Tabel 3: Gebruikte meetapparatuur. Omschrijving
Merk
Type
Trillingsanalyzer
Profound
Vibra SBR +
3-D geophoon
Profound
Vibra SBR +
Wireless 8g Vibration Meter
AV-Consulting/Convergence Instruments
SBR/DIN-4150
3.3. Overdrachtsprognoses van de trillingen door de bodem Op basis van de meetresultaten is de theoretische overdracht op basis van de empirische formule van Barkan bepaald en dus zijn de trillingsniveaus in de bodem op verschillende afstanden van het spoor berekend. Voor de overdracht van trillingen door de bodem wordt gebruikgemaakt van de formule van Barkan: n
r V (r ) = V (r0 ) 0 e − ( r −r0 ) r waarin: V(r) V(r0) r r0 n
amplitude trillingssnelheid op een afstand r van de bron amplitude trillingssnelheid op referentie afstand r0 van de bron afstand van bron tot ontvanger [m] referentie afstand tot de bron [m] parameter voor beschrijving geometrische uitbreiding [-] parameter voor beschrijving van de materiaaldemping [1/m]
De geometrische demping – n in de formule - is afhankelijk van het type golf en de richting vanuit de bron waarin de trillingsuitbreiding plaatsvindt. Voor de R (Rayleigh)-golven of oppervlaktegolven (n = 0,5) is de geometrische demping kleiner dan voor de P- (pressure) golven of compressiegolven en de S-(shear) golven of schuifgolven. Dit geeft voor de Rayleighgolven op grotere afstand van de bron ten opzichte van de P en S-golf de grootste energie (>67%). Uit het boormonsterprofiel beschikbaar op DINOloket alsmede uit waarnemingen in situ van de auteur van dit onderzoek blijkt dat op de locatie de bodem kleiachtig is. Daarom is voor de prognoseberekening de materiaaldemping – α in de formule – bepaald op α = 0,01 [1/m] en α = 0,02 [1/m] voor de lage frequenties. De theoretische materiaaldemping bedraagt α = 0,08 [1/m] voor trillingen met een dominante frequentie rond 30 Hz. Dit betekent dat trillingsgolven met dominante frequenties rond 30 Hz (of daarboven) snel gedempt worden met de toename van de afstand. De berekende overdracht van de trillingen in de bodem vanaf meetpositie nr. 2 tot meetpositie nr. 3 komt overeen met de gemeten waarden in situ. Zoals verwacht worden de trillingsgolven met een dominante frequentie rond 30 Hz snel gedempt in de bodem. Daarom zijn in de berekeningen de laagfrequente trillingsniveaus beschouwd.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
Rapport 2006006608-20211654h-1
AV-Consulting B.V., RI
Bladzijde 8
3.4 Overdrachtsprognoses betreffende gebouwen Trillingen worden door de bodem overgedragen naar de gebouwconstructie. De mate van trillingsoverdracht hangt af van de wijze van funderen alsmede de massa en de stijfheid van het gebouw. Maatgevend voor de toetsing is de optredende trillingssterkte in het vloerveld. De constructiewijze, het materiaal en de overspanning van een vloer alsmede de belasting bepalen de ‘eigenfrequenties’ of resonantie frequenties van een vloerveld en de gevoeligheid voor trillingen. Uit het onderzoek blijkt dat de op de meetposities de meeste relevante opgetreden trillingen met betrekking tot het spoorverkeer een dominante frequenties hebben vanaf 4 Hz tot 8 Hz in de z-richting en 8 Hz in de x- en y-richting; zie bijlage 1. Deze frequenties komen overeen met de bekende spectra van trillingen afkomstig van goederen treinverkeer, uit de literatuur en uit onze meetervaring. Fundering en gebouwconstructie Bij de overgang van bodem naar gebouwfundatie treedt een verzwakking op van trillingen. Deze verzwakking wordt groter bij toenemende frequentie, waarbij de totale verzwakking zal afhangen van de spectrale verdeling. Voor lichte gebouwen zal de verzwakking minder zijn dan voor zwaar gebouw.
In de prognose is rekening gehouden met de spectrale overdrachtswaarden uit tabel 4 die zijn gebaseerd op door TNO ontwikkelde empirische formules en eigen meetervaring. Tabel 4: Trillingsoverdracht van bodem naar gebouw, verzwakking in dB. Gebouw
Frequentie in Hz 16 32
4
8
63
Licht gebouw op staal
0
0
-1
-3
-8
Licht gebouw op palen
-2
-2
-3
-7
-12
Zwaar gebouw (Utiliteitsbouw)
-6
-6
-7
-9
-14
In de onderwerpelijke situatie is het gebouwtype voor de nieuwbouw als “licht gebouw op staal” beschouwd. Bij de dominante frequenties van ca. 4 en 8 Hz is de verzwakking nul; dit is een factor van ca. 1 (Hf,xy en Hf,z in de berekeningen). Vloerconstructie Door resonanties zal de trillingssterkte in het midden van een vloerveld hoger zijn dan aan de randen. Voor de mate van resonantie zijn de demping en de ligging van eigenfrequenties van belang. Deze zijn afhankelijk van de constructiewijze, het materiaal en de vloeroverspanning. Voor niet stationaire trillingen, zoals bij railverkeer, is de verwachting dat de versterkingsfactoren wat lager zullen uitvallen dan vermeld in tabel 5. Dit geldt wanneer de afstand tot de trillingsbron klein is en de aanstoting slechts over een beperkt deel van de draagconstructie plaatsvindt, zoals in de onderhavige situatie. In de prognoses is gerekend met de gemiddelde vloerveldversterking als functie van de frequentie (zie tabel 5). In tabel 5 wordt de overdracht van gebouw naar vloer voor twee vloertypen gegeven. Deze waarden zijn gebaseerd op door TNO ontwikkelde empirische formules en eigen meetervaring.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 9
Tabel 5: Gemiddelde vloerveldversterking als functie van de frequentie. Frequentie in Hz
Vloertype
4
8
16
32
63
Grote overspanning (3 – 5 Hz)
10
8
7
5
4
Kleine overspanning (12 Hz – 16 Hz)
4
8
10
7
5
Voor vloeren met grote overspanning is bij ca. 4 Hz een versterking van ca. 10 dB en bij ca. 8 Hz een versterking van ca. 8 dB. Voor onderwerpelijke situatie is een versterking in de z-richting van 10 dB / 8 dB en in de xen y-richting van 8 dB toegepast; dit is een factor van respectievelijk ca. 3,0 en van ca. 2,5 (Hv,z en Hv,xy in de berekeningen). Cumulatie overdrachtsprognose: De cumulatieve overdrachtsfactoren zijn gegeven in tabel 6. Tabel 6: Cumulatieve overdrachtsfactoren. Terrein
Hf,z
Hf,xy
Hv,z
Hv,xy
Hfv,z = Hf,z * Hv,z
Hfv,xy = Hf,xy * Hv,xy
Ten zuiden van het spoor
1,0
1,0
2,5
2,5
2,5
2,5
Ten noorden van het spoor
1,0
1,0
3,0
2,5
3
2,5
Nauwkeurigheidsmarge meten en rekenen In de praktijk kunnen de waarden afwijken van de berekende resultaten, dit wordt uitgedrukt in een bepaalde onzekerheid. Voor de voorliggende prognose berekeningen wordt deze onzekerheid ingeschat op ± 2 dB. Van de bodem (en dus ook de fundering van het spoor) en het gebouw zijn de eigenschappen niet nauwkeurig bekend. Een zand laag kan in verschillende periodes afgezet zijn, waardoor de stijfheid niet overal dezelfde is. In gebouwen geldt iets vergelijkbaars. Stijfheid van een gebouw kan in de tijd wijzigen, door bijvoorbeeld microscheuren, verbouwingen, zettingen van de fundering. Ten slotte moet nog aandacht worden besteed aan het ketengedrag van het systeem (spoor, grond, gebouw): In een berekening van dit systeem kan in elke stap een afwijking van de werkelijkheid optreden. Deze kleine afwijkingen kunnen later relatief grote gevolgen hebben als deze elkaar in de keten versterken. De gerapporteerde onzekerheid is gebaseerd op een standaardonzekerheid, vermenigvuldigd met een dekkingsfactor k = 2, welke overeenkomt met een betrouwbaarheidsinterval van ongeveer 95%.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 10
4. RESULTATEN TRILLINGSHINDER EN PROGNOSE 4.1. Meetresultaten Gedurende de meetweek hebben stoortrillingen plaatsgevonden ten gevolge van o.a. de installatie en de-installatie van de instrumenten; deze zijn in de resultaten geïdentificeerd en geëlimineerd. De volledige meetgegevens op beide meetposities inclusief dominante frequenties, traces en spectra zijn in bijlage 1 opgenomen. In figuren 6 t/m 9 zijn de spectra van de meeste relevante trillingen (hoogst laagfrequente opgetreden trillingsniveaus in de nachtperiode) vanwege railverkeer weergegeven, gemeten op meetpositie 1 en 2.
Figuur 6: Spectrum op meetpositie 1 van één van de meeste relevante trillingsniveaus vanwege railverkeer (goederentrein), de gemeten snelheidswaarde wordt bepaald in het tijdsdomein.
Figuur 7: Spectrum op meetpositie 1 van één van de meeste relevante trillingsniveaus vanwege railverkeer (goederentrein), de gemeten snelheidswaarde wordt bepaald in het tijdsdomein.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 11
Figuur 8: Spectrum op meetpositie 2 van één van de meeste relevante trillingsniveaus vanwege railverkeer (goederentrein), de gemeten snelheidswaarde wordt bepaald in het tijdsdomein.
Figuur 9: Spectrum op meetpositie 2 van één van de meeste relevante trillingsniveaus vanwege railverkeer (goederentrein), de gemeten snelheidswaarde wordt bepaald in het tijdsdomein. In tabel 7 zijn de hoogste meetwaarden als maximale effectieve trillingssnelheid, Veff,max, samengevat voor de dag-, avond- en nachtperiode. In tabel 8 zijn de hoogste meetwaarden voor de lage maatgevende frequenties gegeven, deze zijn ook maatgevend voor de prognoseberekeningen. Zie ook bijlage 1.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 12
Tabel 7: Meetresultaten hinder; dag-, avond- en nachtperiode. Meetpositie
Periode
Hoogst optredende meetwaarden van Veff,max [-] z-richting
x-richting
y-richting
Dagperiode
0,18
0,57*
0,47
Avondperiode
0,20
0,32
0,47
Nachtperiode
0,33
0,58*
0,61
Dagperiode
0,33
0,85*
0,69*
Avondperiode
0,29
0,66*
0,33*
Nachtperiode
0,37
0,82*
0,82*
1 (15 meter afstand)
2 (25 meter afstand)
* meetwaarde met dominante frequenties rond 30 Hz. Tabel 8: Meetresultaten maatgevende voor de prognoseberekeningen hinder; dag-, avond- en nachtperiode. Meetpositie
Periode
Hoogst optredende meetwaarden van Veff,max [-] z-richting
x-richting
y-richting
Dagperiode
0,18
0,32
0,47
Avondperiode
0,20
0,32
0,47
Nachtperiode
0,33
0,48
0,61
Dagperiode
0,33
0,41
0,32
Avondperiode
0,29
0,41
0,32
Nachtperiode
0,37
0,41
0,32
1 (15 meter afstand)
2 (25 meter afstand)
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 13
4.2. Berekening resultaten; overdracht in de bodem met Barkan formule Op basis van de meetresultaten op positie 1 en 2 is de theoretische overdracht op basis van de empirische formule van Barkan bepaald en dus zijn de trillingsniveaus in de bodem ter plaatse van de woningen op verschillende afstanden van het spoor berekend. In tabel 9 zijn de door de bodem berekende waarden van Veff,max in het zuidelijke gebied gegeven berekend vanuit meetpositie 1. In tabel 10 zijn de door de bodem berekende waarden van Veff,max in het noordelijke gebied gegeven, berekend vanuit meetpositie 2. De volledige berekeningen zijn in bijlage 2 opgenomen. Tabel 9: Berekend trillingsniveaus in de bodem op verschillende afstanden van het spoor, gebied ten zuiden van het spoor. Afstand van het spoor [m]
Identificatie
30
Nieuwe woningen ten zuiden van het spoor
80
Periode
Hoogst berekende waarde van Veff, max [-], in de bodem z
x
y
Dagperiode
0,09
0,17
0,25
Avondperiode
0,10
0,17
0,25
Nachtperiode
0,17
0,25
0,32
Dagperiode
0,02
0,04
0,06
Avondperiode
0,02
0,04
0,06
Nachtperiode
0,04
0,06
0,07
Tabel 10: Berekend trillingsniveaus in de bodem op verschillende afstanden van het spoor, gebied ten noorden van het spoor. Afstand van het spoor [m]
Identificatie
35
Nieuwe woningen ten noorden van het spoor
120
PB.705,2800AS GOUDA
Periode
Hoogst berekende waarde van Veff, max [-], in de bodem z
x
y
Dagperiode
0,76
0,71
0,55
Avondperiode
0,67
0,71
0,55
Nachtperiode
0,85
0,71
0,55
Dagperiode
0,17
0,07
0,05
Avondperiode
0,15
0,07
0,05
Nachtperiode
0,20
0,07
0,05
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 14
4.3. Prognose resultaten; overdracht van bodem naar vloer In tabel 11 zijn de waarden van Vmax middels de overdracht functie van de bodem naar vloer berekend, in het zuidelijke gebied. In tabel 12 zijn de waarden van Vmax middels de overdrachtfunctie van de bodem naar vloer berekend, in het noordelijke gebied. De volledige berekeningen zijn in bijlage 2 opgenomen. Tabel 11: Berekende trillingsniveaus op de vloeren van de toekomstige woningen op verschillende afstand van het spoor, gebied ten zuiden van het spoor. Afstand van het spoor [m]
Identificatie
30
Nieuwe woningen ten zuiden van het spoor
80
Periode
Hoogst berekende waarde van Vmax [-] z
x
y
Dagperiode
0,24
0,42
0,62
Avondperiode
0,26
0,42
0,62
Nachtperiode
0,43
0,63
0,80
Dagperiode
0,05
0,09
0,14
Avondperiode
0,06
0,09
0,14
Nachtperiode
0,10
0,14
0,18
Tabel 12: Berekend trillingsniveaus op de vloeren van de toekomstige woningen op verschillende afstand van het spoor, gebied ten noorden van het spoor. Afstand van het spoor [m]
Identificatie
35
Nieuwe woningen ten noorden van het spoor
120
PB.705,2800AS GOUDA
Periode
Hoogst berekende waarde van Vmax [-] z
x
y
Dagperiode
0,76
0,71
0,55
Avondperiode
0,67
0,71
0,55
Nachtperiode
0,85
0,71
0,55
Dagperiode
0,17
0,07
0,05
Avondperiode
0,15
0,07
0,05
Nachtperiode
0,20
0,07
0,05
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 15
4.4. Toetsing trillingsimmissie; prognose De hoogst berekende waarden voor de dag-, avond- en nachtperiode voor Vmax in de woningen ten zuiden van het spoor zijn gegeven in tabel 13. De toetsing voor hinder is eveneens gegeven in tabel 13. Tabel 13: Toetsing voor hinder in de toekomstige woningen ten zuiden van het spoor; dag-, avond- en nachtperiode. Afstand vanaf het spoor [m]
30
80
Periode
Vmax [-]
A1* [-]
Toetsing
A2* [-]
Toetsing
Dagperiode
0,62
0,1
Voldoet niet
0,4
Voldoet niet
Avondperiode
0,62
0,1
Voldoet niet
0,4
Voldoet niet
Nachtperiode
0,80
0,1
Voldoet niet
0,2
Voldoet niet
Dagperiode
0,14
0,1
Voldoet niet
0,4
Voldoet, wordt getoetst aan Vper
Avondperiode
0,14
0,1
Voldoet niet
0,4
Voldoet, wordt getoetst aan Vper
Nachtperiode
0,18
0,1
Voldoet niet
0,2
Voldoet, wordt getoetst aan Vper
* waarden uit de SBR-richtlijn.
De hoogst berekende waarden voor de dag-, avond- en nachtperiode voor Vmax in de woningen ten noorden van het spoor zijn gegeven in tabel 14. De toetsing voor hinder is eveneens gegeven in tabel 14. Tabel 14: Toetsing voor hinder in de toekomstige woningen ten noorden van het spoor; dag, avond- en nachtperiode. Afstand vanaf het spoor [m]
35
120
Periode
Vmax [-]
A1* [-]
Toetsing
A2* [-]
Toetsing
Dagperiode
0,76
0,1
Voldoet niet
0,4
Voldoet niet
Avondperiode
0,71
0,1
Voldoet niet
0,4
Voldoet niet
Nachtperiode
0,85
0,1
Voldoet niet
0,2
Voldoet niet
Dagperiode
0,17
0,1
Voldoet niet
0,4
Voldoet, wordt getoetst aan Vper
Avondperiode
0,15
0,1
Voldoet niet
0,4
Voldoet, wordt getoetst aan Vper
Nachtperiode
0,20
0,1
Voldoet niet
0,2
Voldoet, wordt getoetst aan Vper
* waarden uit de SBR-richtlijn.
De hoogst berekende waarden voor Vper zijn opgenomen in tabel 15 en 16 voor de dag, avonden- nachtperiode. De toetsing voor hinder voor de dag, avond- en- nachtperiode is in tabel 15 en 16 gegeven.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 16
Tabel 15: Toetsing voor hinder (Vper) in de toekomstige woningen ten zuiden van het spoor; dag-, avond- en nachtperiode. Afstand vanaf het spoor [m]
80
Periode
Vper [-]
A3* [-]
Toetsing
Dagperiode
0,01
0,05
Voldoet
Avondperiode
0,01
0,05
Voldoet
Nachtperiode
0,01
0,05
Voldoet
Tabel 16: Toetsing voor hinder (Vper) in de toekomstige woningen ten noorden van het spoor; dag-, avond- en nachtperiode. Afstand vanaf het spoor [m]
120
Periode
Vper [-]
A3* [-]
Toetsing
Dagperiode
0,02
0,05
Voldoet
Avondperiode
0,02
0,05
Voldoet
Nachtperiode
0,02
0,05
Voldoet
4.5. Bespreking van de resultaten, hinder De resultaten van de worst-case prognose-berekeningen zijn in tabel 17 samengevat, inclusief toetsing aan SBR-B en hinderkwalificatie. Tabel 17: Samenvatting van de prognoseresultaten op verschillende afstanden van de spoorbaan in de toekomstige woningen. Identificatie
Nieuwe woningen ten zuiden van het spoor
Nieuwe woningen ten noorden van het spoor
PB.705,2800AS GOUDA
Afstand tussen nieuwbouwen en spoorbaan [m]
Voldaan aan SBR-B voor woningen
Hinderkwalificatie
< 30
Nee, maatregelen noodzakelijk
Hinder
30 ≤ afstand < 80
Nee, maatregelen noodzakelijk
Matige hinder
≥ 80
Ja
Weinig tot matige hinder
< 35
Nee, maatregelen noodzakelijk
Hinder
35 ≤ afstand < 120
Nee, maatregelen noodzakelijk
Matige hinder
≥ 120
Ja
Weinig tot matige hinder
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 17
5. MOGELIJKE MAATREGELEN Bij trillingen is er sprake van een trillingsbron (spoorweg), een medium (grond) dat de trillingen doorgeeft, en een ontvanger (personen in de gebouwen). Trillingsreducerende maatregelen kunnen zijn: 1. Bij de bron; 2. In het medium (bodem); 3. Bij de ontvanger. 1. Maatregelen bij de bron (spoor en baanlichaam) is waarschijnlijk geen optie. 2. Mogelijke maatregelen in de bodem zijn als volgt: -
Een optie is de plaatsing een trillingsscherm van enige afmetingen (dikte en diepte) tussen de spoorbaan en de woningen, nabij de woningen of naast het baanlichaam; Een ander optie is het creëren van een open diepe sleuf in de grond van enige afmetingen (dikte en diepte) tussen de spoorweg en de woningen.
Nader onderzoek is nodig om de haalbaarheid, het dempende effect en de afmetingen van een dergelijk maatregelen te berekenen. Gezien de afmetingen van het plangebied lijkt het erop dat het plaatsen van een trillingsscherm in de bodem onhaalbaar zullen zijn. 3. Mogelijke maatregelen bij de ontvanger zijn gerelateerd aan de afstand tussen bron en ontvanger en aan het funderingssysteem en de bouwelementen van de panden. In deze situatie lijkt het mogelijk om woningen op een voldoende grote afstand (minimaal 80 meter ten zuiden en minimaal 120 meters ten noorden, volgens de berekeningen) van de spoorweg te projecteren om trillingshinder te voorkomen. Maatregelen in de vorm van afstand tussen de spoorlijn en de woningen verdienen derhalve de voorkeur. Bij de overgang van bodem naar gebouwfundatie treedt een verzwakking op van trillingen dus mogelijke maatregelen bij de ontvanger (nieuwbouw) zijn als volgt: -
-
-
Een optie is de plaatsing of een trillingsisolatie laag (dikke verloren bekisting van PUR) rond en beneden de nieuwe fundering. Deze maatregel heeft vooral effect bij een nieuwe fundering "op staal"; Een optie is het gebruik van een minder trillingsgevoelig funderingssysteem (bijvoorbeeld op palen) in combinatie met het gebruik van vloerconstructies met bepaalde eigenfrequentie buiten het gebied van de spoortrillingen; Een andere optie kan zijn het uitvoeren van gebouwen met minimaal 4 bouwlagen in combinatie de toepassing van bouwmaterialen-/bouwtechnologieën met voldoende massa en stijfheid.
Een indicatief overzicht van de mogelijke maatregelen voor nieuwbouw - inclusief kostprijs indicatie - is in tabel 10.4 van de “Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen” te vinden (tabel 18 op bladzijde 18 van dit rapport). Aanvullend onderzoek is nodig om het frequentie afhankelijke dempend effect, de aard en soort en de kosten van een bepaalde maatregel te berekenen. Hierbij is echter ook de inbreng van de gemeente, planontwikkelaar en mogelijk architect noodzakelijk.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 18
Tabel 18: Overzicht van de mogelijke maatregelen voor nieuwbouw, tabel 10.4 van de “Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen”.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-1
Bladzijde 19
6. CONCLUSIE Uit de resultaten van het voorliggend indicatief onderzoek inzake hinder voor personen in gebouwen, kan het volgende worden geconcludeerd: Samenvatting van de prognoseresultaten op verschillende afstanden van de spoorbaan in de woningen. Identificatie
Nieuwe woningen ten zuiden van het spoor
Nieuwe woningen ten noorden van het spoor
Afstand tussen nieuwbouwen en spoorbaan [m]
Voldaan aan SBR-B voor woningen
Hinderkwalificatie
< 30
Nee, maatregelen noodzakelijk
Hinder
30 ≤ afstand < 80
Nee, maatregelen noodzakelijk
Matige hinder
≥ 80
Ja
Weinig tot matige hinder
< 35
Nee, maatregelen noodzakelijk
Hinder
35 ≤ afstand < 120
Nee, maatregelen noodzakelijk
Matige hinder
≥ 120
Ja
Weinig tot matige hinder
Het is de verwachting dat in de toekomstige nieuwbouwen tot een afstand van ca. 80 meter ten zuiden en 120 meter ten noorden van het spoor ten minste matige trillingshinder zal optreden vanwege railverkeer. Er dienen maatregelen te worden genomen (zie hoofdstuk 5 voor een overzicht van de mogelijkheden) om trillingshinder in de nieuwe gebouwen te voorkomen. Maatregelen in de vorm van afstand tussen de spoorlijn en de woningen verdienen hierbij de voorkeur. Aanvullend onderzoek is nodig om het frequentie afhankelijke dempend effect, de aard en soort en de kosten van een bepaalde maatregel te berekenen. Hierbij is echter ook de inbreng van de gemeente, planontwikkelaar en de architect noodzakelijk.
AV-CONSULTING B.V. Raadgevende ingenieurs
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
BIJLAGE 1: MEETRESULTATEN 1A: Veff,max,30; Vper x-richting meetweek meetpositie 1 1B: Veff,max,30; Vper y-richting meetweek meetpositie 1 1C: Veff,max,30; Vper z-richting meetweek meetpositie 1 1D: Veff,max,30; Vper x-richting meetweek meetpositie 2 1E: Veff,max,30; Vper y-richting meetweek meetpositie 2 1F: Veff,max,30; Vper z-richting meetweek meetpositie 2 1G: Veff,max,30; Vper x-richting meetweek meetpositie 3 1H: Veff,max,30; Vper y-richting meetweek meetpositie 3 1I: Veff,max,30; Vper z-richting meetweek meetpositie 3 1J: Frequentie meetpositie 1 1K: Frequentie meetpositie 2 1L: Frequentie meetpositie 3 1M: Traces van hoogste trillingsniveaus meetpositie 1 1N: Spectrum van hoogste trillingsniveaus meetpositie 1 1O: Traces van hoogste trillingsniveaus meetpositie 2 1P: Spectrum van hoogste trillingsniveaus meetpositie 2 1Q: Traces van hoogste trillingsniveaus meetpositie 3 1R: Spectrum van hoogste trillingsniveaus meetpositie 3
0,8
1
1,2
1,4
0
0,2
0,4
0,6
veff,max
29 JUN
30 JUN
1 JUL
2 JUL
3 JUL
VIB00098 Ravenstein 1 2021-06-28
4 JUL
5 JUL
X v per
X v eff,max
1
0,6
0,8
0
0,2
0,4
veff,max
29 JUN
30 JUN
1 JUL
2 JUL
3 JUL
VIB00098 Ravenstein 1 2021-06-28
4 JUL
5 JUL
Y v per
Y v eff,max
0,4
0
0,05
0,1
0,15
0,2
0,25
0,3
0,35
veff,max
29 JUN
30 JUN
1 JUL
2 JUL
3 JUL
VIB00098 Ravenstein 1 2021-06-28
4 JUL
5 JUL
Z v per
Z v eff,max
1
0,6
0,8
0
0,2
0,4
veff,max
29 JUN
30 JUN
1 JUL
2 JUL
3 JUL
VIB00094 Ravenstein 2 2021-06-28
4 JUL
5 JUL
X v per
X v eff,max
1
0,6
0,8
0
0,2
0,4
veff,max
29 JUN
30 JUN
1 JUL
2 JUL
3 JUL
VIB00094 Ravenstein 2 2021-06-28
4 JUL
5 JUL
Y v per
Y v eff,max
0,4
0
0,05
0,1
0,15
0,2
0,25
0,3
0,35
veff,max
29 JUN
30 JUN
1 JUL
2 JUL
3 JUL
VIB00094 Ravenstein 2 2021-06-28
4 JUL
5 JUL
Z v per
Z v eff,max
2
0
0,5
1
1,5
Vtop,i [mm/s]
10 20
30
40
Frequency [Hz]
50
VIB00098 Ravenstein 1 2021-06-28
60
70
80
X velocity
Y velocity
Z velocity
2
0
0,5
1
1,5
Vtop,i [mm/s]
10 20
30
40
Frequency [Hz]
50
VIB00094 Ravenstein 2 2021-06-28
60
70
80
X velocity
Y velocity
Z velocity
0
0,2
0,4
0,6
-0,6
-0,4
-0,2
Vtop,i [mm/s]
-1,5
-1
time [s]
-0,5
Velocity Trace: 2021-06-29 00:34:39
0
X trace
Y trace
Z trace
0
0,2
0,4
0,6
-0,6
-0,4
-0,2
Vtop,i [mm/s]
-1,5 -1
-0,5
time [s]
Velocity Trace: 2021-06-29 03:28:21
0
X trace
Y trace
Z trace
BIJLAGE 2: BEREKENINGSBLADEN 2A: Berekening trillingsniveaus gebouwen zuid op afstand 30 m 2B: Berekening trillingsniveaus gebouwen zuid op afstand 80 m 2C: Berekening trillingsniveaus gebouwen zuid op afstand 35 m 2D: Berekening trillingsniveaus gebouwen zuid op afstand 120 m
AV Consulting BV
9-7-2021
Trillingsniveaus door spoorverkeer; spoorzone Ravenstein
Opdrachtgever: Buro SRO
Formule van Barkan
Rekenmodel met Barkan formule en frequentie afhankelijke overdrachtfuncties Wonigen op 30 afstand van het spoor, ten zuiden.
Invoergegevens berekeningen:
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
α [1/m] X
α [1/m] Y
Overdrachtfactor bodem - vloer Z
Overdrachtfactor bodem - vloer X
Overdrachtfactor bodem - vloer Y
15
30
0,5
0,02
0,02
0,02
2,5
2,5
2,5
Dagperiode
Z-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,18
15
30
0,5
0,02
Veff,max
0,094
8
Vper
0,03
15
30
0,5
0,02
Vper
0,016
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,24
Vper
0,04
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] X
VR [-]
Frequentie [HZ]
X-richting VR0 [-] Veff,max
0,32
15
30
0,5
0,02
Veff,max
0,168
8
Vper
0,04
15
30
0,5
0,02
Vper
0,021
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,42
Vper
0,05
VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Y
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,47
15
30
0,5
0,02
Veff,max
0,246
8
Vper
0,04
15
30
0,5
0,02
Vper
0,021
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,62
Vper
0,05
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
VR [-]
Frequentie [HZ]
Y-richting
Avondperiode
Z-richting VR0 [-] Veff,max
0,20
15
30
0,5
0,02
Veff,max
0,105
8
Vper
0,03
15
30
0,5
0,02
Vper
0,016
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,26
Vper
0,04
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] X
VR [-]
Frequentie [HZ]
X-richting VR0 [-] Veff,max
0,32
15
30
0,5
0,02
Veff,max
0,168
8
Vper
0,04
15
30
0,5
0,02
Vper
0,021
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,42
Vper
0,05
Y-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Y
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,47
15
30
0,5
0,02
Veff,max
0,246
8
Vper
0,04
15
30
0,5
0,02
Vper
0,021
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,62
Vper
0,05
Nachtperiode
Z-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,33
15
30
0,5
0,02
Veff,max
0,17
8
Vper
0,03
15
30
0,5
0,02
Vper
0,02
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,43
Vper
0,04
X-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] X
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,48
15
30
0,5
0,02
Veff,max
0,25
8
Vper
0,04
15
30
0,5
0,02
Vper
0,02
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,63
Vper
0,05
Y-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Y
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,61
15
30
0,5
0,02
Veff,max
0,32
8
Vper
0,04
15
30
0,5
0,02
Vper
0,02
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,80
Vper
0,05
AV Consulting BV
9-7-2021
Trillingsniveaus door spoorverkeer; spoorzone Ravenstein
Opdrachtgever: Buro SRO
Formule van Barkan
Rekenmodel met Barkan formule en frequentie afhankelijke overdrachtfuncties Wonigen op 80 meters afstand van het spoor, ten zuiden.
Invoergegevens berekeningen:
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
α [1/m] X
α [1/m] Y
Overdrachtfactor bodem - vloer Z
Overdrachtfactor bodem - vloer X
Overdrachtfactor bodem - vloer Y
15
80
0,5
0,02
0,02
0,02
2,5
2,5
2,5
Dagperiode
Z-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,18
15
80
0,5
0,02
Veff,max
0,021
8
Vper
0,03
15
80
0,5
0,02
Vper
0,004
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,05
Vper
0,01
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] X
VR [-]
Frequentie [HZ]
X-richting VR0 [-] Veff,max
0,32
15
80
0,5
0,02
Veff,max
0,038
8
Vper
0,04
15
80
0,5
0,02
Vper
0,005
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,09
Vper
0,01
VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Y
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,47
15
80
0,5
0,02
Veff,max
0,055
8
Vper
0,04
15
80
0,5
0,02
Vper
0,005
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,14
Vper
0,01
VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,20
15
80
0,5
0,02
Veff,max
0,024
8
Vper
0,03
15
80
0,5
0,02
Vper
0,004
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,06
Vper
0,01
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] X
VR [-]
Frequentie [HZ]
Y-richting
Avondperiode
Z-richting
X-richting VR0 [-] Veff,max
0,32
15
80
0,5
0,02
Veff,max
0,038
8
Vper
0,04
15
80
0,5
0,02
Vper
0,005
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,09
Vper
0,01
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Y
VR [-]
Frequentie [HZ]
Y-richting VR0 [-] Veff,max
0,47
15
80
0,5
0,02
Veff,max
0,055
8
Vper
0,04
15
80
0,5
0,02
Vper
0,005
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,14
Vper
0,01
Nachtperiode
Z-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,33
15
80
0,5
0,02
Veff,max
0,039
8
Vper
0,03
15
80
0,5
0,02
Vper
0,004
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,10
Vper
0,01
X-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] X
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,48
15
80
0,5
0,02
Veff,max
0,057
8
Vper
0,04
15
80
0,5
0,02
Vper
0,005
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,14
Vper
0,01
Y-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Y
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,61
15
80
0,5
0,02
Veff,max
0,072
8
Vper
0,04
15
80
0,5
0,02
Vper
0,005
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,18
Vper
0,01
AV Consulting BV
9-7-2021
Trillingsniveaus door spoorverkeer; spoorzone Ravenstein
Opdrachtgever: Buro SRO
Formule van Barkan
Rekenmodel met Barkan formule en frequentie afhankelijke overdrachtfuncties Wonigen op 35 meters afstand van het spoor, ten noorden.
Invoergegevens berekeningen:
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
α [1/m] X
α [1/m] Y
Overdrachtfactor bodem - vloer Z
Overdrachtfactor bodem - vloer X
Overdrachtfactor bodem - vloer Y
25
35
0,5
0,01
0,02
0,02
3
2,5
2,5
Dagperiode
Z-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,33
25
35
0,5
0,01
Veff,max
0,252
4
Vper
0,03
25
35
0,5
0,01
Vper
0,023
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,76
Vper
0,07
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] X
VR [-]
Frequentie [HZ]
X-richting VR0 [-] Veff,max
0,41
25
35
0,5
0,02
Veff,max
0,284
8
Vper
0,04
25
35
0,5
0,02
Vper
0,028
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,71
Vper
0,07
VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Y
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,32
25
35
0,5
0,02
Veff,max
0,221
8
Vper
0,04
25
35
0,5
0,02
Vper
0,028
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,55
Vper
0,07
VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,29
25
35
0,5
0,01
Veff,max
0,222
4
Vper
0,03
25
35
0,5
0,01
Vper
0,023
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,67
Vper
0,07
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] X
VR [-]
Frequentie [HZ]
Y-richting
Avondperiode
Z-richting
X-richting VR0 [-] Veff,max
0,41
25
35
0,5
0,02
Veff,max
0,284
32
Vper
0,04
25
35
0,5
0,02
Vper
0,028
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,71
Vper
0,07
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Y
VR [-]
Frequentie [HZ]
Y-richting VR0 [-] Veff,max
0,32
25
35
0,5
0,02
Veff,max
0,221
32
Vper
0,04
25
35
0,5
0,02
Vper
0,028
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,55
Vper
0,07
Nachtperiode
Z-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,37
25
35
0,5
0,01
Veff,max
0,283
4
Vper
0,03
25
35
0,5
0,01
Vper
0,023
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,85
Vper
0,07
X-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] X
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,41
25
35
0,5
0,02
Veff,max
0,284
8
Vper
0,05
25
35
0,5
0,02
Vper
0,035
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,71
Vper
0,09
Y-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Y
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,32
25
35
0,5
0,02
Veff,max
0,221
8
Vper
0,04
25
35
0,5
0,02
Vper
0,028
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,55
Vper
0,07
AV Consulting BV
9-7-2021
Trillingsniveaus door spoorverkeer; spoorzone Ravenstein
Opdrachtgever: Buro SRO
Formule van Barkan
Rekenmodel met Barkan formule en frequentie afhankelijke overdrachtfuncties Wonigen op 120 afstand van het spoor, ten noorden.
Invoergegevens berekeningen:
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
α [1/m] X
α [1/m] Y
Overdrachtfactor bodem - vloer Z
Overdrachtfactor bodem - vloer X
Overdrachtfactor bodem - vloer Y
25
120
0,5
0,01
0,02
0,02
3
2,5
2,5
Dagperiode
Z-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,33
25
120
0,5
0,01
Veff,max
0,058
4
Vper
0,03
25
120
0,5
0,01
Vper
0,005
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,17
Vper
0,02
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] X
VR [-]
Frequentie [HZ]
X-richting VR0 [-] Veff,max
0,41
25
120
0,5
0,02
Veff,max
0,028
8
Vper
0,04
25
120
0,5
0,02
Vper
0,003
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,07
Vper
0,01
VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Y
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,32
25
120
0,5
0,02
Veff,max
0,022
8
Vper
0,04
25
120
0,5
0,02
Vper
0,003
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,05
Vper
0,01
VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,29
25
120
0,5
0,01
Veff,max
0,051
4
Vper
0,03
25
120
0,5
0,01
Vper
0,005
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,15
Vper
0,02
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] X
VR [-]
Frequentie [HZ]
Y-richting
Avondperiode
Z-richting
X-richting VR0 [-] Veff,max
0,41
25
120
0,5
0,02
Veff,max
0,028
8
Vper
0,04
25
120
0,5
0,02
Vper
0,003
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,07
Vper
0,01
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Y
VR [-]
Frequentie [HZ]
Y-richting VR0 [-] Veff,max
0,32
25
120
0,5
0,02
Veff,max
0,022
8
Vper
0,04
25
120
0,5
0,02
Vper
0,003
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,05
Vper
0,01
Nachtperiode
Z-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Z
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,37
25
120
0,5
0,01
Veff,max
0,065
4
Vper
0,03
25
120
0,5
0,01
Vper
0,005
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,20
Vper
0,02
X-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] X
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,41
25
120
0,5
0,02
Veff,max
0,028
8
Vper
0,05
25
120
0,5
0,02
Vper
0,003
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,07
Vper
0,01
Y-richting VR0 [-]
R0 [m]
R [m]
n [-]
α [1/m] Y
VR [-]
Frequentie [HZ]
Veff,max
0,32
25
120
0,5
0,02
Veff,max
0,022
8
Vper
0,04
25
120
0,5
0,02
Vper
0,003
-
Vmax
Prognose trillingsniveaus (op de vloer) [-] 0,05
Vper
0,01
BIJLAGE 3: TERMEN EN DEFINITIES VAN SBR-B
BIJLAGE 4: TEKENINGEN
Bijlage 21
- Nader trillingsonderzoek
Rapport 2006006608-20211654h-3 10 mei 2023
TRILLINGSONDERZOEK Stedenbouwkundig plan spoorzone Ravenstein Randvoorwaarden teneinde te voldoen aan de streefwaarden uit de SBRrichtlijn B: “Hinder voor personen in gebouwen”. in nieuwbouw woningen
Gemeente Oss Postbus 5 5340 BA ISS
Ad (Arie) Vreeswijk, M.Sc. INCE
.
Inhoudsopgave 1. INLEIDING ......................................................................................................................... 1 1.1. Algemeen ................................................................................................................ 1 1.2. Gegevens ................................................................................................................. 1 2. SBR-RICHTLIJN B: HINDER VOOR PERSONEN IN GEBOUWEN ................................................ 2 2.1. Inleiding .................................................................................................................. 2 2.2. Streefwaarden uit de SBR-B ...................................................................................... 3 3. METINGEN EN BEREKENING ................................................................................................ 5 3.1. Situatie en uitgangspunten ...................................................................................... 5 3.2. Trillingsmetingen ..................................................................................................... 7 3.3. Overdrachtsprognoses van de trillingen door de bodem .......................................... 9 3.4 Overdrachtsprognoses betreffende gebouwen ........................................................ 11 4.
RESULTATEN TRILLINGSHINDER EN PROGNOSE ................................................................ 13 4.1. Meetresultaten ....................................................................................................... 13 4.2. Nauwkeurigheidsmarge metingen .......................................................................... 14 5. MOGELIJKE MAATREGELEN ............................................................................................... 15 6. PROGNOSES NA MAATREGELEN AAN DE WONINGEN ........................................................ 16 6.1. Hinder zones ......................................................................................................... 16 6.2. Vloer resonanties ................................................................................................... 17 7. RANDVOORWAARDEN BOUWEN VAN WONINGEN ............................................................. 18 6.1. Zone 0 ................................................................................................................... 18 6.2. Zone 1 ................................................................................................................... 18 6.3. Zone 2 ................................................................................................................... 18 6.4.
Zone 3 ................................................................................................................... 19 6.5. Zone 4 ................................................................................................................... 19 6.6. Zone 5 ................................................................................................................... 19 6.7. Nauwkeurigheidsmarge berekeningen ................................................................... 19 6.8. Disclaimer .............................................................................................................. 19 7. CONCLUSIES .................................................................................................................... 20
© Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt worden in de ruimste zin des woords zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van AV-CONSULTING B.V. Raadgevende Ingenieurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-3
Bladzijde 1
In opdracht van de Gemeente Oss is door AV Consulting B.V. Raadgevende Ingenieurs een trillingsonderzoek uitgevoerd voor een nieuw stedenbouwkundig plan binnen de spoorzone te Ravenstein. Het stedenbouwkundig plan voorziet o.a. in trillingsgevoelige ruimten door de bouw van woningen op verschillende afstanden van het spoor. Het onderzoek is een vervolg op een eerdere onderzoek waarin o.a. is gekeken naar maatregelen in het overdachtsgebied, tussen het spoort en geprojecteerde woningen. Doel van het onderzoek is het prognosticeren van de trillingsniveaus in de panden ten gevolge van het treinverkeer op de spoorlijn ’s-Hertogenbosch - Nijmegen. In het onderzoek worden randvoorwaarden aan stedebouwkundigplan geadviseerd teneinde te voldoen aan de streefwaarden uit de SBR-richtlijn B: “Hinder voor personen in gebouwen”. ProRail adviseert indicatief onderzoek te doen naar de te verwachten trillingsniveaus. Aanleiding voor het onderzoek is de zorgplicht van de opdrachtgever om mogelijk toekomstige hinder in de nieuwe panden, ten gevolge van de spoortrillingen te voorkomen of beperken. Ten behoeve van het onderzoek zijn er trillingsmetingen verricht conform de voorschriften uit de SBR-richtlijn B: “Hinder voor personen in gebouwen” gedurende ca. één representatieve week.
Voor de overdracht van de trillingen door de bodem is gebruikgemaakt van de empirische formule van Barkan en van metingen in situ. Voor de overdracht van de trillingen door de bodem naar het gebouw en van gebouw naar de vloer zijn frequentie afhankelijke overdrachtsfuncties gebruikt.
Ten behoeve van het onderzoek is gebruik gemaakt van de navolgende gegevens: 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9) 10) 11) 12) 13)
De SBR-richtlijn B ''Hinder voor personen in gebouwen'' van de Stichting Bouwresearch. Document “Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen” d.d. mei 2019 van de van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Document “Maatregelcatalogus spoortrillingen” d.d. 8 januari 2016 van ProRail. Rapport M.2019.0471.00.R001, “Trillingsonderzoek spooronderdoorgang N226, Maarsbergen” d.d. 2 oktober 2019. Publicatie nr. 9/1995 “Rekenmodel voor de bepaling van trillingssterkte” van de Ministerie van Volkshuisvesting. Plattegrondtekening van het stedenbouwkundige plan in de spoorzone te Ravenstein door opgave van de opdrachtgever. Boormonsterprofiel nr. B45F0087 beschikbaar op DINOloket. Bijlage IV behorende bij hoofdstuk 4 van het “Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012”. Gegevens van het spoorverkeer uit het geluidregister spoor. Publicatie “Simplified design for vibration screening by open and in-filled trenches” van S. Ahmad en T. M. Al-Hussaini (ASCE). Rapport “Trillingsonderzoek Doorstroomstation Utrecht, Onderzoek naar mitigerende maatregelen” d.d. 2 december 201 van Ingenieursbureau Movares. Hölscher, Waarts “Reliability of vibration predictions and reducing measures”, rapport DC-01.05.02-20. TNO-onderzoeken 02109 en 02107, d.d. mei 2009.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
Rapport 2006006608-20211654h-3
AV-Consulting B.V., RI
Bladzijde 2
De meet- en beoordelingsrichtlijn B, "Hinder voor personen in gebouwen" bevat richtlijnen voor het meten en beoordelen van hinder voor personen. De richtlijn maakt onderscheid in de functie van het gebouw, aard van de trillingsbron en in bestaande, gewijzigde en nieuwe situaties. In de Richtlijn vindt de beoordeling plaats door middel van A1, A2 en A3: 1. A1 is de onderste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax; 2. A2 is de bovenste streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax; 3. A3 is de streefwaarde voor de trillingssterkte Vper. Voor de hoogte van de streefwaarden geldt in algemene zin dat A3<A1A2. Er wordt voldaan aan de streefwaarden indien: 4. De waarde van de maximale trillingssterkte in een ruimte (Vmax) kleiner is dan A1 of 5. De waarde van de maximale trillingssterkte van een ruimte (Vmax) kleiner is dan A2 waarbij de trillingssterkte over de beoordelingsperiode voor de ruimte (Vper) kleiner is dan A3. De procedure voor de beoordeling van Vmax en Vper is in het onderstaande stroomschema aangegeven.
ja
nee
nee
ja
ja
ja nee
In de richtlijn zijn de streefwaarden onder andere gebaseerd op de functie van het gebouw waar de trillingen beoordeeld moeten worden en de aard van de trillingsbron. In de onderhavige situatie worden de optredende trillingen beschouwd als herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd. De situatie kan worden beschouwd als een nieuwe situatie aangezien het een nieuwbouwplan betreft. In tabel 1 zijn de streefwaarden opgenomen. Tabel 1: Overzicht streefwaarden hinder.
Wonen (nieuwe situatie)
0,1
0,4
0,05
0,1
0,2
0,05
Toetsing zal plaatsvinden voor zowel de dag-, avond- en nachtperiode aangezien het railverkeer plaatsvindt in deze perioden.
PB.705,2800AS GOUDA
0182–35 23 11 info@av-consulting.nl
0182–35 47 11
AV-Consulting B.V., RI
Rapport 2006006608-20211654h-3
Bladzijde 3
De normen voor trillingen uit de SBR-richtlijn B worden streefwaarden genoemd en zijn dus geen grenswaarden. De reden hiervoor is omdat de beoordeling van trillingshinder een subjectief element bevat. De ondervonden hinder is o.a. afhankelijk van de gevoeligheid van het individu voor trillingen, de omstandigheden waaronder de trillingen worden ondervonden (slapen, werken, studeren), de tijdsduur en tijdsstip, type trillingen, gewenning enz. De streefwaarden uit de SBR-B zijn zodanig gekozen dat slechts een klein percentage (ca. 5%) hinder zal ondervinden uitgaande van de “gemiddelde” gevoelsdrempel van 0,1 [mm/s]. Bij de prognose van trillingen wordt meestal een veiligheidsfactor gehanteerd d.w.z. voor 95% van de trillingsprognoses zal het werkelijke niveaus onder deze waarde liggen. De SBR richtlijn B is derhalve nogal conservatief. Onderstaande grafiek geeft een indruk van het percentage gehinderden als functie van de trillingssterkte.
Grafiek 1: Blootstellingseffect curve voor trillingen van verkeer Uit bovenstaande grafiek blijkt dat bij 0,1 [mm/s], ca. 30% van de mensen trillingen voelen, waarvan ca. 4% aangeeft ernstige hinder te ondervinden. Voor de afweging van de toelaatbaarheid van de trillingssterkte door railverkeer gedurende langere tijd kan bij overschrijding van de streefwaarden aanvullend gebruik worden gemaakt van de navolgende kwalificatie van de hinder zoals aangegeven in tabel 2. Tabel 2: Hinderkwalificatie voor railverkeer volgens SBR-richtlijn B. < 0,1